#ndsnieuwsbrief12026 — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #ndsnieuwsbrief12026, aggregated by home.social.
-
OBDO stelt Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel vast
Het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) heeft het Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel (FDS) formeel vastgesteld. Daarmee ligt er nu een duidelijke basis voor organisaties binnen het federatieve datastelsel. Een belangrijke stap richting verantwoord en uniform gegevensdelen binnen de overheid.Met dit besluit bouwt het OBDO voort op de eerdere instemming van het Interbestuurlijk Dataoverleg (IDO). De afspraken maken duidelijk wat organisaties van elkaar mogen verwachten en waaraan zij moeten voldoen. Zo ontstaat een gezamenlijk kader voor samenwerking rond data.
Uniform en verantwoord datadelen
Het Afsprakenstelsel FDS bevat de gezamenlijke spelregels die nodig zijn om data overheidsbreed te vinden, delen en verantwoord te gebruiken. Het gaat om technische, semantische, juridische en organisatorische afspraken die helpen om data beter te benutten. Bijvoorbeeld bij het aanpakken van maatschappelijke problemen of het bieden van dienstverlening aan burgers en bedrijven. Door te werken met uniforme afspraken wordt samenwerken eenvoudiger en transparanter.
Van afspraken naar actie
De formele vaststelling door het OBDO laat zien dat er breed bestuurlijk draagvlak is. Het sluit aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, waarin sneller en beter gegevens delen een duidelijke prioriteit is. De afspraken worden de komende periode verder doorontwikkeld op basis van ervaringen uit de praktijk.
Organisaties kunnen met de Quickscan deelnemen dataset FDS nagaan wat deelname voor hen betekent. De vastgestelde afspraken staan op realisatieibds.nl. Vragen of behoefte aan ondersteuning? Neem dan contact op met het IBDS-team via: [email protected]
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#FederatiefDatastelsel #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #nieuwsbrief42026 #OBDO #RealisatieIBDS
-
OBDO stelt Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel vast
Het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) heeft het Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel (FDS) formeel vastgesteld. Daarmee ligt er nu een duidelijke basis voor organisaties binnen het federatieve datastelsel. Een belangrijke stap richting verantwoord en uniform gegevensdelen binnen de overheid.Met dit besluit bouwt het OBDO voort op de eerdere instemming van het Interbestuurlijk Dataoverleg (IDO). De afspraken maken duidelijk wat organisaties van elkaar mogen verwachten en waaraan zij moeten voldoen. Zo ontstaat een gezamenlijk kader voor samenwerking rond data.
Uniform en verantwoord datadelen
Het Afsprakenstelsel FDS bevat de gezamenlijke spelregels die nodig zijn om data overheidsbreed te vinden, delen en verantwoord te gebruiken. Het gaat om technische, semantische, juridische en organisatorische afspraken die helpen om data beter te benutten. Bijvoorbeeld bij het aanpakken van maatschappelijke problemen of het bieden van dienstverlening aan burgers en bedrijven. Door te werken met uniforme afspraken wordt samenwerken eenvoudiger en transparanter.
Van afspraken naar actie
De formele vaststelling door het OBDO laat zien dat er breed bestuurlijk draagvlak is. Het sluit aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, waarin sneller en beter gegevens delen een duidelijke prioriteit is. De afspraken worden de komende periode verder doorontwikkeld op basis van ervaringen uit de praktijk.
Organisaties kunnen met de Quickscan deelnemen dataset FDS nagaan wat deelname voor hen betekent. De vastgestelde afspraken staan op realisatieibds.nl. Vragen of behoefte aan ondersteuning? Neem dan contact op met het IBDS-team via: [email protected]
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#FederatiefDatastelsel #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #nieuwsbrief42026 #OBDO #RealisatieIBDS
-
OBDO stelt Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel vast
Het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) heeft het Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel (FDS) formeel vastgesteld. Daarmee ligt er nu een duidelijke basis voor organisaties binnen het federatieve datastelsel. Een belangrijke stap richting verantwoord en uniform gegevensdelen binnen de overheid.Met dit besluit bouwt het OBDO voort op de eerdere instemming van het Interbestuurlijk Dataoverleg (IDO). De afspraken maken duidelijk wat organisaties van elkaar mogen verwachten en waaraan zij moeten voldoen. Zo ontstaat een gezamenlijk kader voor samenwerking rond data.
Uniform en verantwoord datadelen
Het Afsprakenstelsel FDS bevat de gezamenlijke spelregels die nodig zijn om data overheidsbreed te vinden, delen en verantwoord te gebruiken. Het gaat om technische, semantische, juridische en organisatorische afspraken die helpen om data beter te benutten. Bijvoorbeeld bij het aanpakken van maatschappelijke problemen of het bieden van dienstverlening aan burgers en bedrijven. Door te werken met uniforme afspraken wordt samenwerken eenvoudiger en transparanter.
Van afspraken naar actie
De formele vaststelling door het OBDO laat zien dat er breed bestuurlijk draagvlak is. Het sluit aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, waarin sneller en beter gegevens delen een duidelijke prioriteit is. De afspraken worden de komende periode verder doorontwikkeld op basis van ervaringen uit de praktijk.
Organisaties kunnen met de Quickscan deelnemen dataset FDS nagaan wat deelname voor hen betekent. De vastgestelde afspraken staan op realisatieibds.nl. Vragen of behoefte aan ondersteuning? Neem dan contact op met het IBDS-team via: [email protected]
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#FederatiefDatastelsel #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #nieuwsbrief42026 #OBDO #RealisatieIBDS
-
OBDO stelt Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel vast
Het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) heeft het Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel (FDS) formeel vastgesteld. Daarmee ligt er nu een duidelijke basis voor organisaties binnen het federatieve datastelsel. Een belangrijke stap richting verantwoord en uniform gegevensdelen binnen de overheid.Met dit besluit bouwt het OBDO voort op de eerdere instemming van het Interbestuurlijk Dataoverleg (IDO). De afspraken maken duidelijk wat organisaties van elkaar mogen verwachten en waaraan zij moeten voldoen. Zo ontstaat een gezamenlijk kader voor samenwerking rond data.
Uniform en verantwoord datadelen
Het Afsprakenstelsel FDS bevat de gezamenlijke spelregels die nodig zijn om data overheidsbreed te vinden, delen en verantwoord te gebruiken. Het gaat om technische, semantische, juridische en organisatorische afspraken die helpen om data beter te benutten. Bijvoorbeeld bij het aanpakken van maatschappelijke problemen of het bieden van dienstverlening aan burgers en bedrijven. Door te werken met uniforme afspraken wordt samenwerken eenvoudiger en transparanter.
Van afspraken naar actie
De formele vaststelling door het OBDO laat zien dat er breed bestuurlijk draagvlak is. Het sluit aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, waarin sneller en beter gegevens delen een duidelijke prioriteit is. De afspraken worden de komende periode verder doorontwikkeld op basis van ervaringen uit de praktijk.
Organisaties kunnen met de Quickscan deelnemen dataset FDS nagaan wat deelname voor hen betekent. De vastgestelde afspraken staan op realisatieibds.nl. Vragen of behoefte aan ondersteuning? Neem dan contact op met het IBDS-team via: [email protected]
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#FederatiefDatastelsel #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #nieuwsbrief42026 #OBDO #RealisatieIBDS
-
OBDO stelt Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel vast
Het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) heeft het Afsprakenstelsel Federatief Datastelsel (FDS) formeel vastgesteld. Daarmee ligt er nu een duidelijke basis voor organisaties binnen het federatieve datastelsel. Een belangrijke stap richting verantwoord en uniform gegevensdelen binnen de overheid.Met dit besluit bouwt het OBDO voort op de eerdere instemming van het Interbestuurlijk Dataoverleg (IDO). De afspraken maken duidelijk wat organisaties van elkaar mogen verwachten en waaraan zij moeten voldoen. Zo ontstaat een gezamenlijk kader voor samenwerking rond data.
Uniform en verantwoord datadelen
Het Afsprakenstelsel FDS bevat de gezamenlijke spelregels die nodig zijn om data overheidsbreed te vinden, delen en verantwoord te gebruiken. Het gaat om technische, semantische, juridische en organisatorische afspraken die helpen om data beter te benutten. Bijvoorbeeld bij het aanpakken van maatschappelijke problemen of het bieden van dienstverlening aan burgers en bedrijven. Door te werken met uniforme afspraken wordt samenwerken eenvoudiger en transparanter.
Van afspraken naar actie
De formele vaststelling door het OBDO laat zien dat er breed bestuurlijk draagvlak is. Het sluit aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, waarin sneller en beter gegevens delen een duidelijke prioriteit is. De afspraken worden de komende periode verder doorontwikkeld op basis van ervaringen uit de praktijk.
Organisaties kunnen met de Quickscan deelnemen dataset FDS nagaan wat deelname voor hen betekent. De vastgestelde afspraken staan op realisatieibds.nl. Vragen of behoefte aan ondersteuning? Neem dan contact op met het IBDS-team via: [email protected]
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#FederatiefDatastelsel #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #nieuwsbrief42026 #OBDO #RealisatieIBDS
-
NDS Cloud aanjaagteam zoekt dialoog met markt
Over de toepassing van Cloud door de overheid vindt een breed maatschappelijk debat plaats. Dat maakt het voor het NDS Cloudprogramma extra belangrijk om met de samenleving in gesprek te zijn. Bedrijven spelen daarin een cruciale rol.
Daarom heeft het NDS Cloud aanjaagteam ervoor gekozen al aan het begin van het programma een open dialoog met marktpartijen te starten. Het is een bewuste keuze dit nu al te doen, terwijl de verkenning van wat dan precies ‘geleverd’ moet worden nog loopt.
Samen een soevereine cloud neerzetten
Dit heeft geleid tot een reeks gesprekken tussen eind november en nu. Het doel: informatie ophalen uit de markt. Een open gesprek over wat we onder soevereine clouddiensten verstaan en wat de rol van marktpartijen daarin kan zijn. Hoe kunnen we samenwerken om een soevereine cloud neer te zetten?
In elke gespreksronde zaten een tiental marktpartijen met vertegenwoordigers van de overheid aan 1 tafel. Een zeer diverse groep, van Nederlandse startup tot internationale hyperscaler. Vanuit elke marktpartij was 1 persoon uitgenodigd. In totaal hebben 69 partijen die aan de criteria voldeden meegedaan aan de gesprekken. Daarnaast hebben brancheverenigingen NLdigital en Dutch Cloud Community geadviseerd over de opzet. Ook waren zij als toehoorder aanwezig.
Verslag binnenkort openbaar
De deelnemers voorzien het verslag momenteel van commentaar. Daarna wordt het openbaar gemaakt. De dialoog heeft goed laten zien hoeveel er mogelijk is. Tegelijk is ook zichtbaar dat de overheid duidelijke keuzes moet maken om daadwerkelijk tot meer soevereine clouddiensten te komen.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#aanjaagteamCloud #Bedrijfsleven #cloud #cloudsoevereiniteit #DutchCloudCommunity #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NLDigital #samenwerking
-
Feedbackronde bij overheidslagen versterkt samenwerking
Elke prioriteit van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) heeft een aantal versnellers die staan beschreven in zogenaamde 2-pagers. Deze relatief korte documenten geven aan wat de aanjaagteams (gaan) doen, hoe en waarom. En wat de relaties zijn met andere versnellers en prioriteiten van de NDS. De aanjaagteams legden in januari 2026 hun 2-pagers voor aan de verschillende overheidslagen (Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, publieke dienstverleners). Die namen op hun beurt de eigen achterban mee voor feedback. Daar is met groot enthousiasme op gereageerd.
Martijn Groenewegen, voorzitter van het CIO-beraad, en Wilrik Olijve, NDS-coördinator IPO, vertellen over de feedbackronde.
Wat is er gedaan om de achterban te betrekken in het geven van feedback? Hoe hebben zij dit ervaren?
Groenewegen: “Veel gemeenten kennen de uitdagingen in de publieksdienstverlening zoals genoemd in de 2-pagers. De verbinding met de Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP) hadden we dan ook snel gelegd. We hadden veel contact met de Vereniging van Gemeentesecretarissen, omdat hun netwerk in potentie alle 342 gemeenten bereikt. De VNG zit met adviseurs in de aanjaagteams voor de inhoudelijke bijdrage, en voegde logistieke ondersteuning en bestuurlijke afhechting toe.”
Olijve: “De feedback was georganiseerd in 6 kernteams, 1 per prioriteit, met daarin 5 of 6 strategisch adviseurs van verschillende provincies. Zij zijn gevraagd na te denken over de inzet die wij als provincies willen en kunnen leveren aan de NDS. En vanuit die gedachte de 2-pagers te lezen. Hun feedback gaat over de mate waarin de 2-pagers inhoudelijk dekkend zijn en wat er wellicht nog ontbreekt.”
Hoe draagt deze feedbackronde bij aan de nieuwe aanpak voor overheidsbreed samenwerken?
Groenewegen: “Het feedbackproces heeft de samenwerking van gemeenten onderling en met andere bestuurslagen versterkt. Als CIO-beraad van alle grotere gemeenten (100.000+) hebben wij aangeboden onze uitvoeringswerkelijkheid aan tafel te brengen bij de NDS. De meerwaarde van ons aanbod werd herkend door de NDS-programmaorganisatie en de VNG. Daardoor maken leden van ons CIO-beraad deel uit van de aanjaagteams. Omdat het CIO-beraad lid is van de vereniging informatiemanagers gemeenten (IMG) konden wij betrokken strategisch adviseurs uit deze vakvereniging vragen de 2-pagers te reviewen. Zij werkten daarin online samen in een omgeving waar ook de input van de G4 werd verzameld. Die informatie konden wij verder afstemmen met het IPO en de Unie van Waterschappen dankzij de contacten die we daar hebben.”
Olijve: “Provincies worden zich bewust van de omvang waar we interbestuurlijk voor staan en de mogelijkheden die daar liggen voor samenwerking. Op het domein data werkten we al interbestuurlijk samen via onder andere de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en Zicht op Nederland (ZoN). Maar de feedbackronde heeft bij onze collega’s in de provinciehuizen gezorgd voor blikverruiming op alle prioriteiten. De uitwerking van de 2-pagers biedt ons de mogelijkheid om de activiteiten in het IPO-programma Digitalisering nog beter af te stemmen op ambities, doelstellingen en uitdagingen op de thema’s van de NDS.”
Welk inhoudelijk aspect van de 2-pagers stemt jullie nu al positief?
Groenewegen: “Het realiseren van een soevereine overheidscloud kan ons niet snel genoeg gaan. Een AI-opschalingsfaciliteit en centrale ondersteuning met kennis vinden wij ook goede ontwikkelingen. We moeten echt intelligenter gaan werken om de maatschappelijke opgaven aan te pakken met de voorspelde uitstroom in het ambtelijk apparaat. Daar is meer voor nodig dan kunstmatige intelligentie alleen. Dat vraagt ook om vakmanschap en ‘experimenteerdurf’. Terwijl de focus op het maatschappelijk effect echt goed behouden blijft: wat gaan inwoners en bedrijven er van merken?”
Olijve: “Voor het eerst steekt het Rijk echt een hand uit om overheidsbreed een digitaliseringsprogramma uit te voeren. Ik zie een duidelijke bijdrage vanuit de provincies voor het versterken van de informatiepositie van overheidsorganisaties in de fysieke leefomgeving. Provincies zijn gebiedsregisseurs en een belangrijk deel van onze maatschappelijke opgaven is het inrichten van de omgeving. We zoeken ruimte in de schaarste en maken daarbij veel gebruik van geografische data, tools en platforms. Die kennis brengen wij graag in bij de NDS, en we verwachten ook dat de NDS ons helpt om knelpunten die we daarbij tegenkomen op te lossen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#2Pagers #CIOBeraad #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie
-
Feedbackronde bij overheidslagen versterkt samenwerking
Elke prioriteit van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) heeft een aantal versnellers die staan beschreven in zogenaamde 2-pagers. Deze relatief korte documenten geven aan wat de aanjaagteams (gaan) doen, hoe en waarom. En wat de relaties zijn met andere versnellers en prioriteiten van de NDS. De aanjaagteams legden in januari 2026 hun 2-pagers voor aan de verschillende overheidslagen (Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, publieke dienstverleners). Die namen op hun beurt de eigen achterban mee voor feedback. Daar is met groot enthousiasme op gereageerd.
Martijn Groenewegen, voorzitter van het CIO-beraad, en Wilrik Olijve, NDS-coördinator IPO, vertellen over de feedbackronde.
Wat is er gedaan om de achterban te betrekken in het geven van feedback? Hoe hebben zij dit ervaren?
Groenewegen: “Veel gemeenten kennen de uitdagingen in de publieksdienstverlening zoals genoemd in de 2-pagers. De verbinding met de Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP) hadden we dan ook snel gelegd. We hadden veel contact met de Vereniging van Gemeentesecretarissen, omdat hun netwerk in potentie alle 342 gemeenten bereikt. De VNG zit met adviseurs in de aanjaagteams voor de inhoudelijke bijdrage, en voegde logistieke ondersteuning en bestuurlijke afhechting toe.”
Olijve: “De feedback was georganiseerd in 6 kernteams, 1 per prioriteit, met daarin 5 of 6 strategisch adviseurs van verschillende provincies. Zij zijn gevraagd na te denken over de inzet die wij als provincies willen en kunnen leveren aan de NDS. En vanuit die gedachte de 2-pagers te lezen. Hun feedback gaat over de mate waarin de 2-pagers inhoudelijk dekkend zijn en wat er wellicht nog ontbreekt.”
Hoe draagt deze feedbackronde bij aan de nieuwe aanpak voor overheidsbreed samenwerken?
Groenewegen: “Het feedbackproces heeft de samenwerking van gemeenten onderling en met andere bestuurslagen versterkt. Als CIO-beraad van alle grotere gemeenten (100.000+) hebben wij aangeboden onze uitvoeringswerkelijkheid aan tafel te brengen bij de NDS. De meerwaarde van ons aanbod werd herkend door de NDS-programmaorganisatie en de VNG. Daardoor maken leden van ons CIO-beraad deel uit van de aanjaagteams. Omdat het CIO-beraad lid is van de vereniging informatiemanagers gemeenten (IMG) konden wij betrokken strategisch adviseurs uit deze vakvereniging vragen de 2-pagers te reviewen. Zij werkten daarin online samen in een omgeving waar ook de input van de G4 werd verzameld. Die informatie konden wij verder afstemmen met het IPO en de Unie van Waterschappen dankzij de contacten die we daar hebben.”
Olijve: “Provincies worden zich bewust van de omvang waar we interbestuurlijk voor staan en de mogelijkheden die daar liggen voor samenwerking. Op het domein data werkten we al interbestuurlijk samen via onder andere de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en Zicht op Nederland (ZoN). Maar de feedbackronde heeft bij onze collega’s in de provinciehuizen gezorgd voor blikverruiming op alle prioriteiten. De uitwerking van de 2-pagers biedt ons de mogelijkheid om de activiteiten in het IPO-programma Digitalisering nog beter af te stemmen op ambities, doelstellingen en uitdagingen op de thema’s van de NDS.”
Welk inhoudelijk aspect van de 2-pagers stemt jullie nu al positief?
Groenewegen: “Het realiseren van een soevereine overheidscloud kan ons niet snel genoeg gaan. Een AI-opschalingsfaciliteit en centrale ondersteuning met kennis vinden wij ook goede ontwikkelingen. We moeten echt intelligenter gaan werken om de maatschappelijke opgaven aan te pakken met de voorspelde uitstroom in het ambtelijk apparaat. Daar is meer voor nodig dan kunstmatige intelligentie alleen. Dat vraagt ook om vakmanschap en ‘experimenteerdurf’. Terwijl de focus op het maatschappelijk effect echt goed behouden blijft: wat gaan inwoners en bedrijven er van merken?”
Olijve: “Voor het eerst steekt het Rijk echt een hand uit om overheidsbreed een digitaliseringsprogramma uit te voeren. Ik zie een duidelijke bijdrage vanuit de provincies voor het versterken van de informatiepositie van overheidsorganisaties in de fysieke leefomgeving. Provincies zijn gebiedsregisseurs en een belangrijk deel van onze maatschappelijke opgaven is het inrichten van de omgeving. We zoeken ruimte in de schaarste en maken daarbij veel gebruik van geografische data, tools en platforms. Die kennis brengen wij graag in bij de NDS, en we verwachten ook dat de NDS ons helpt om knelpunten die we daarbij tegenkomen op te lossen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#2Pagers #CIOBeraad #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie
-
Feedbackronde bij overheidslagen versterkt samenwerking
Elke prioriteit van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) heeft een aantal versnellers die staan beschreven in zogenaamde 2-pagers. Deze relatief korte documenten geven aan wat de aanjaagteams (gaan) doen, hoe en waarom. En wat de relaties zijn met andere versnellers en prioriteiten van de NDS. De aanjaagteams legden in januari 2026 hun 2-pagers voor aan de verschillende overheidslagen (Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, publieke dienstverleners). Die namen op hun beurt de eigen achterban mee voor feedback. Daar is met groot enthousiasme op gereageerd.
Martijn Groenewegen, voorzitter van het CIO-beraad, en Wilrik Olijve, NDS-coördinator IPO, vertellen over de feedbackronde.
Wat is er gedaan om de achterban te betrekken in het geven van feedback? Hoe hebben zij dit ervaren?
Groenewegen: “Veel gemeenten kennen de uitdagingen in de publieksdienstverlening zoals genoemd in de 2-pagers. De verbinding met de Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP) hadden we dan ook snel gelegd. We hadden veel contact met de Vereniging van Gemeentesecretarissen, omdat hun netwerk in potentie alle 342 gemeenten bereikt. De VNG zit met adviseurs in de aanjaagteams voor de inhoudelijke bijdrage, en voegde logistieke ondersteuning en bestuurlijke afhechting toe.”
Olijve: “De feedback was georganiseerd in 6 kernteams, 1 per prioriteit, met daarin 5 of 6 strategisch adviseurs van verschillende provincies. Zij zijn gevraagd na te denken over de inzet die wij als provincies willen en kunnen leveren aan de NDS. En vanuit die gedachte de 2-pagers te lezen. Hun feedback gaat over de mate waarin de 2-pagers inhoudelijk dekkend zijn en wat er wellicht nog ontbreekt.”
Hoe draagt deze feedbackronde bij aan de nieuwe aanpak voor overheidsbreed samenwerken?
Groenewegen: “Het feedbackproces heeft de samenwerking van gemeenten onderling en met andere bestuurslagen versterkt. Als CIO-beraad van alle grotere gemeenten (100.000+) hebben wij aangeboden onze uitvoeringswerkelijkheid aan tafel te brengen bij de NDS. De meerwaarde van ons aanbod werd herkend door de NDS-programmaorganisatie en de VNG. Daardoor maken leden van ons CIO-beraad deel uit van de aanjaagteams. Omdat het CIO-beraad lid is van de vereniging informatiemanagers gemeenten (IMG) konden wij betrokken strategisch adviseurs uit deze vakvereniging vragen de 2-pagers te reviewen. Zij werkten daarin online samen in een omgeving waar ook de input van de G4 werd verzameld. Die informatie konden wij verder afstemmen met het IPO en de Unie van Waterschappen dankzij de contacten die we daar hebben.”
Olijve: “Provincies worden zich bewust van de omvang waar we interbestuurlijk voor staan en de mogelijkheden die daar liggen voor samenwerking. Op het domein data werkten we al interbestuurlijk samen via onder andere de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en Zicht op Nederland (ZoN). Maar de feedbackronde heeft bij onze collega’s in de provinciehuizen gezorgd voor blikverruiming op alle prioriteiten. De uitwerking van de 2-pagers biedt ons de mogelijkheid om de activiteiten in het IPO-programma Digitalisering nog beter af te stemmen op ambities, doelstellingen en uitdagingen op de thema’s van de NDS.”
Welk inhoudelijk aspect van de 2-pagers stemt jullie nu al positief?
Groenewegen: “Het realiseren van een soevereine overheidscloud kan ons niet snel genoeg gaan. Een AI-opschalingsfaciliteit en centrale ondersteuning met kennis vinden wij ook goede ontwikkelingen. We moeten echt intelligenter gaan werken om de maatschappelijke opgaven aan te pakken met de voorspelde uitstroom in het ambtelijk apparaat. Daar is meer voor nodig dan kunstmatige intelligentie alleen. Dat vraagt ook om vakmanschap en ‘experimenteerdurf’. Terwijl de focus op het maatschappelijk effect echt goed behouden blijft: wat gaan inwoners en bedrijven er van merken?”
Olijve: “Voor het eerst steekt het Rijk echt een hand uit om overheidsbreed een digitaliseringsprogramma uit te voeren. Ik zie een duidelijke bijdrage vanuit de provincies voor het versterken van de informatiepositie van overheidsorganisaties in de fysieke leefomgeving. Provincies zijn gebiedsregisseurs en een belangrijk deel van onze maatschappelijke opgaven is het inrichten van de omgeving. We zoeken ruimte in de schaarste en maken daarbij veel gebruik van geografische data, tools en platforms. Die kennis brengen wij graag in bij de NDS, en we verwachten ook dat de NDS ons helpt om knelpunten die we daarbij tegenkomen op te lossen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#2Pagers #CIOBeraad #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie
-
Feedbackronde bij overheidslagen versterkt samenwerking
Elke prioriteit van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) heeft een aantal versnellers die staan beschreven in zogenaamde 2-pagers. Deze relatief korte documenten geven aan wat de aanjaagteams (gaan) doen, hoe en waarom. En wat de relaties zijn met andere versnellers en prioriteiten van de NDS. De aanjaagteams legden in januari 2026 hun 2-pagers voor aan de verschillende overheidslagen (Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, publieke dienstverleners). Die namen op hun beurt de eigen achterban mee voor feedback. Daar is met groot enthousiasme op gereageerd.
Martijn Groenewegen, voorzitter van het CIO-beraad, en Wilrik Olijve, NDS-coördinator IPO, vertellen over de feedbackronde.
Wat is er gedaan om de achterban te betrekken in het geven van feedback? Hoe hebben zij dit ervaren?
Groenewegen: “Veel gemeenten kennen de uitdagingen in de publieksdienstverlening zoals genoemd in de 2-pagers. De verbinding met de Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP) hadden we dan ook snel gelegd. We hadden veel contact met de Vereniging van Gemeentesecretarissen, omdat hun netwerk in potentie alle 342 gemeenten bereikt. De VNG zit met adviseurs in de aanjaagteams voor de inhoudelijke bijdrage, en voegde logistieke ondersteuning en bestuurlijke afhechting toe.”
Olijve: “De feedback was georganiseerd in 6 kernteams, 1 per prioriteit, met daarin 5 of 6 strategisch adviseurs van verschillende provincies. Zij zijn gevraagd na te denken over de inzet die wij als provincies willen en kunnen leveren aan de NDS. En vanuit die gedachte de 2-pagers te lezen. Hun feedback gaat over de mate waarin de 2-pagers inhoudelijk dekkend zijn en wat er wellicht nog ontbreekt.”
Hoe draagt deze feedbackronde bij aan de nieuwe aanpak voor overheidsbreed samenwerken?
Groenewegen: “Het feedbackproces heeft de samenwerking van gemeenten onderling en met andere bestuurslagen versterkt. Als CIO-beraad van alle grotere gemeenten (100.000+) hebben wij aangeboden onze uitvoeringswerkelijkheid aan tafel te brengen bij de NDS. De meerwaarde van ons aanbod werd herkend door de NDS-programmaorganisatie en de VNG. Daardoor maken leden van ons CIO-beraad deel uit van de aanjaagteams. Omdat het CIO-beraad lid is van de vereniging informatiemanagers gemeenten (IMG) konden wij betrokken strategisch adviseurs uit deze vakvereniging vragen de 2-pagers te reviewen. Zij werkten daarin online samen in een omgeving waar ook de input van de G4 werd verzameld. Die informatie konden wij verder afstemmen met het IPO en de Unie van Waterschappen dankzij de contacten die we daar hebben.”
Olijve: “Provincies worden zich bewust van de omvang waar we interbestuurlijk voor staan en de mogelijkheden die daar liggen voor samenwerking. Op het domein data werkten we al interbestuurlijk samen via onder andere de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en Zicht op Nederland (ZoN). Maar de feedbackronde heeft bij onze collega’s in de provinciehuizen gezorgd voor blikverruiming op alle prioriteiten. De uitwerking van de 2-pagers biedt ons de mogelijkheid om de activiteiten in het IPO-programma Digitalisering nog beter af te stemmen op ambities, doelstellingen en uitdagingen op de thema’s van de NDS.”
Welk inhoudelijk aspect van de 2-pagers stemt jullie nu al positief?
Groenewegen: “Het realiseren van een soevereine overheidscloud kan ons niet snel genoeg gaan. Een AI-opschalingsfaciliteit en centrale ondersteuning met kennis vinden wij ook goede ontwikkelingen. We moeten echt intelligenter gaan werken om de maatschappelijke opgaven aan te pakken met de voorspelde uitstroom in het ambtelijk apparaat. Daar is meer voor nodig dan kunstmatige intelligentie alleen. Dat vraagt ook om vakmanschap en ‘experimenteerdurf’. Terwijl de focus op het maatschappelijk effect echt goed behouden blijft: wat gaan inwoners en bedrijven er van merken?”
Olijve: “Voor het eerst steekt het Rijk echt een hand uit om overheidsbreed een digitaliseringsprogramma uit te voeren. Ik zie een duidelijke bijdrage vanuit de provincies voor het versterken van de informatiepositie van overheidsorganisaties in de fysieke leefomgeving. Provincies zijn gebiedsregisseurs en een belangrijk deel van onze maatschappelijke opgaven is het inrichten van de omgeving. We zoeken ruimte in de schaarste en maken daarbij veel gebruik van geografische data, tools en platforms. Die kennis brengen wij graag in bij de NDS, en we verwachten ook dat de NDS ons helpt om knelpunten die we daarbij tegenkomen op te lossen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#2Pagers #CIOBeraad #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie
-
Feedbackronde bij overheidslagen versterkt samenwerking
Elke prioriteit van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) heeft een aantal versnellers die staan beschreven in zogenaamde 2-pagers. Deze relatief korte documenten geven aan wat de aanjaagteams (gaan) doen, hoe en waarom. En wat de relaties zijn met andere versnellers en prioriteiten van de NDS. De aanjaagteams legden in januari 2026 hun 2-pagers voor aan de verschillende overheidslagen (Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, publieke dienstverleners). Die namen op hun beurt de eigen achterban mee voor feedback. Daar is met groot enthousiasme op gereageerd.
Martijn Groenewegen, voorzitter van het CIO-beraad, en Wilrik Olijve, NDS-coördinator IPO, vertellen over de feedbackronde.
Wat is er gedaan om de achterban te betrekken in het geven van feedback? Hoe hebben zij dit ervaren?
Groenewegen: “Veel gemeenten kennen de uitdagingen in de publieksdienstverlening zoals genoemd in de 2-pagers. De verbinding met de Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP) hadden we dan ook snel gelegd. We hadden veel contact met de Vereniging van Gemeentesecretarissen, omdat hun netwerk in potentie alle 342 gemeenten bereikt. De VNG zit met adviseurs in de aanjaagteams voor de inhoudelijke bijdrage, en voegde logistieke ondersteuning en bestuurlijke afhechting toe.”
Olijve: “De feedback was georganiseerd in 6 kernteams, 1 per prioriteit, met daarin 5 of 6 strategisch adviseurs van verschillende provincies. Zij zijn gevraagd na te denken over de inzet die wij als provincies willen en kunnen leveren aan de NDS. En vanuit die gedachte de 2-pagers te lezen. Hun feedback gaat over de mate waarin de 2-pagers inhoudelijk dekkend zijn en wat er wellicht nog ontbreekt.”
Hoe draagt deze feedbackronde bij aan de nieuwe aanpak voor overheidsbreed samenwerken?
Groenewegen: “Het feedbackproces heeft de samenwerking van gemeenten onderling en met andere bestuurslagen versterkt. Als CIO-beraad van alle grotere gemeenten (100.000+) hebben wij aangeboden onze uitvoeringswerkelijkheid aan tafel te brengen bij de NDS. De meerwaarde van ons aanbod werd herkend door de NDS-programmaorganisatie en de VNG. Daardoor maken leden van ons CIO-beraad deel uit van de aanjaagteams. Omdat het CIO-beraad lid is van de vereniging informatiemanagers gemeenten (IMG) konden wij betrokken strategisch adviseurs uit deze vakvereniging vragen de 2-pagers te reviewen. Zij werkten daarin online samen in een omgeving waar ook de input van de G4 werd verzameld. Die informatie konden wij verder afstemmen met het IPO en de Unie van Waterschappen dankzij de contacten die we daar hebben.”
Olijve: “Provincies worden zich bewust van de omvang waar we interbestuurlijk voor staan en de mogelijkheden die daar liggen voor samenwerking. Op het domein data werkten we al interbestuurlijk samen via onder andere de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en Zicht op Nederland (ZoN). Maar de feedbackronde heeft bij onze collega’s in de provinciehuizen gezorgd voor blikverruiming op alle prioriteiten. De uitwerking van de 2-pagers biedt ons de mogelijkheid om de activiteiten in het IPO-programma Digitalisering nog beter af te stemmen op ambities, doelstellingen en uitdagingen op de thema’s van de NDS.”
Welk inhoudelijk aspect van de 2-pagers stemt jullie nu al positief?
Groenewegen: “Het realiseren van een soevereine overheidscloud kan ons niet snel genoeg gaan. Een AI-opschalingsfaciliteit en centrale ondersteuning met kennis vinden wij ook goede ontwikkelingen. We moeten echt intelligenter gaan werken om de maatschappelijke opgaven aan te pakken met de voorspelde uitstroom in het ambtelijk apparaat. Daar is meer voor nodig dan kunstmatige intelligentie alleen. Dat vraagt ook om vakmanschap en ‘experimenteerdurf’. Terwijl de focus op het maatschappelijk effect echt goed behouden blijft: wat gaan inwoners en bedrijven er van merken?”
Olijve: “Voor het eerst steekt het Rijk echt een hand uit om overheidsbreed een digitaliseringsprogramma uit te voeren. Ik zie een duidelijke bijdrage vanuit de provincies voor het versterken van de informatiepositie van overheidsorganisaties in de fysieke leefomgeving. Provincies zijn gebiedsregisseurs en een belangrijk deel van onze maatschappelijke opgaven is het inrichten van de omgeving. We zoeken ruimte in de schaarste en maken daarbij veel gebruik van geografische data, tools en platforms. Die kennis brengen wij graag in bij de NDS, en we verwachten ook dat de NDS ons helpt om knelpunten die we daarbij tegenkomen op te lossen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#2Pagers #CIOBeraad #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie
-
De NDS staat niet stil en blijft in beweging
Erik-Jan BoonHet is momenteel nog niet helemaal duidelijk wat het coalitieakkoord en de vorming van het nieuwe kabinet exact gaan betekenen voor de NDS. In de portefeuilleverdeling van de bewindslieden valt de NDS onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van EZK.
De verdere verdeling tussen EZK en BZK moet nog verder worden uitgewerkt. Ook kan het coalitieakkoord leiden tot een inhoudelijke aanpassing van NDS-onderdelen. Totdat hierover meer duidelijkheid komt, gaat het werk op de ingeslagen weg voort.
Wat te doen zonder middelen?
Wel is duidelijk dat er geen aanvullende middelen voor digitalisering en de NDS in het coalitieakkoord zijn opgenomen. Dat betekent het volgende:
- Prioriteiten stellen en focus aanscherpen zijn noodzakelijk. Wat kan er gedaan worden met de beschikbare middelen?
- Er moet duidelijkheid komen over wat elke overheidslaag en overheidsorganisatie actief wil bijdragen aan de uitvoering van de NDS. Zonder hun substantiële inbreng krijgt de NDS niet de kritieke massa die noodzakelijk is om te versnellen en bestaande belemmeringen te doorbreken.
- De budgetten die er wel zijn, moeten slimmer worden gebruikt. Bijvoorbeeld door activiteiten die in meerdere organisaties naast elkaar lopen te ‘ontdubbelen’. En door aan te sluiten op lopende trajecten of initiatieven.
Voortgang sinds december
De voortgang op de prioriteiten en de interventies wordt nog sterk beperkt door personele capaciteit en financiële middelen. Met de mensen en de middelen die beschikbaar zijn, is hard gewerkt en zijn de eerste resultaten opgeleverd. Voorbeelden hiervan zijn:
- De prioriteit AI heeft met succes EU-financiering binnengehaald via de Europese call GenAI4EU. Samen met onder andere Denemarken en Luxemburg wordt Nederland lid van een consortium dat met andere lidstaten werkt aan AI-bouwblokken. Daarnaast is virtuele assistent GemChat inmiddels uitgerold bij bijna 30 gemeenten, als een concrete stap richting hergebruik van verantwoorde generatieve AI binnen de overheid.
- Voor de prioriteit Data is de eerste versie van het afsprakenstelsel van het Federatief Datastelsel (FDS) vastgesteld. De eerste organisaties (waaronder DUO) zijn al bezig met de implementatie ervan, ondersteund door NDS/IBDS.
- Vanuit de prioriteit Digitale weerbaarheid en autonomie is een handreiking voor ‘crypto-agility’ opgeleverd. Deze vorm van weerbaarheid is een manier om kwetsbaarheden in versleuteling te verminderen.
- Op het gebied van signaalmanagement en proactieve dienstverlening leverde de prioriteit Burger en Ondernemer Centraal een visie, roadmap en strategische planning op.
- De interventie juridische belemmeringen heeft een inventarisatie afgerond, die duidelijker maakt welke belemmeringen het NDS-programma eerst oppakt.
Wat gaan we doen en waarom?
De aanjaagteams hebben zogenaamde 2-pagers opgeleverd die beschrijven wat zij gaan doen en waarom. Het is belangrijk dat alle overheden daar een goed en gedragen beeld van hebben. En dat het NDS-programma borgt dat alle teams die dingen doen waar iedereen met elkaar de meeste behoefte aan heeft.
Om de vaart en energie erin te houden is afgesproken dat de prioriteiten en interventies alvast aan de gang gaan met de uitvoering. De koers kan worden bijgesteld als dat nodig is.
Afstemming en meenemen achterban
De maand januari is door de verschillende stakeholders gebruikt om de 2-pagers af te stemmen met hun achterban. Ook de interne dienstverleners zijn meegenomen omdat ook hun kennis en kunde van belang is. De feedback die is opgehaald in deze afstemronde wordt meegegeven aan de aanjaagteams. Daarnaast is de afstemming met de achterban in veel gevallen ook gebruikt om te bespreken welke versnellers voor hen het meest relevant zijn en waar zij concreet een bijdrage aan willen leveren. In maart 2026 worden de 2-pagers definitief vastgesteld.
Vertrouwen
Komende weken worden spannend voor de NDS en de mensen vanuit alle overheden die hard bezig zijn om hier gezamenlijk een succes van te maken. Erik-Jan Boon, programmadirecteur NDS: “Vanuit mijn rol als programmadirecteur heb ik er vertrouwen in dat we, mogelijk in een aangepaste vorm, door kunnen gaan met de beweging die we met elkaar in gang hebben gezet en waar een brede steun voor is. Uiteindelijk heeft de politiek hier het laatste woord in.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#2Pagers #coalitieakkoord #ErikJanBoon #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie
-
De NDS en de provincies gaan verder op de ingezette koers
Sessie over één van de AI-versnellers, Statenzaal Provinciehuis Zuid-HollandOp 10 februari 2026 trokken 150 professionals uit alle provincies naar het Provinciehuis Zuid-Holland voor het interprovinciale evenement over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Zij bogen zich die dag over de inhoud en planning van de NDS, wat die betekenen voor de provincies en hoe zij zelf kunnen bijdragen.
Provinciesecretaris Marcel van Bijnen verklaarde in de opening dat digitalisering geen corvee meer is voor beginnend bestuurders, zoals in zijn tijd. “Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag.” 2 vragen stonden centraal op het evenement: wat betekent de NDS voor provincies? En wat kunnen zij concreet bijdragen?
Onzekere tijden
NDS programmadirecteur Erik-Jan Boon gaf een overzicht van de inhoud, aanpak en sturing van de NDS, en legde uit waarom een digitaliseringsstrategie nu nodig is. “De wereld is veranderd, technologische ontwikkelingen gaan snel en personeel en kennis zijn schaars. Het besef groeit bij overheidsorganisaties dat ze het niet meer alleen kunnen en dat het tijd is voor meer samenwerking. Ook omdat burgers en ondernemers de dienstverlening van de verschillende overheidsdiensten dan ervaren als van 1 overheid.” Kortom, het is een tijd van verandering en dan is er ook nog een nieuwe formatie op komst. “Onzekerheid hoort bij verandering”, zei Boon. “Dat betekent niet dat de NDS stilstaat tot er zekerheid is vanuit het nieuwe kabinet. We hebben een gezamenlijke koers ingezet en zolang we geen koerswijziging krijgen, gaan we door. We hebben momentum en willen dat behouden.”
“Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag”Marcel van Bijnen
Ontsnippering
De provincies hebben al vertegenwoordigers in de aanjaagteams van de 6 prioriteiten en interventies van de NDS, maar er is meer nodig om versnippering van geld en mensen terug te dringen. ‘Ontsnippering’ was het sleutelwoord. “Iedereen werkt al aan zaken die onder de NDS vallen”, zei Boon. “In sommige gevallen werken meerdere partijen aan hetzelfde. Als we onze mensen en middelen bij elkaar voegen is er wellicht genoeg om veel verder te komen.” Samen met NDS-coördinator Wilrik Olijve van het IPO daagde hij provincies uit om concreet te benoemen aan welke versnellers en/of interventies zij willen bijdragen en op welke manier.
Wat is er al?
Marten Tilstra, IPO-programmamanager digitalisering, wees deelnemers nog op het Werkplan Digitalisering IPO 2024-2027. Daarin staat wat provincies nu al doen dat ook onder de NDS valt. Hij benadrukte ook een aantal vormen van interbestuurlijke samenwerking wat betreft de informatiepositie fysieke leefomgeving. Zoals de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en de werkagenda Zicht op Nederland.
Bijdragen
In verschillende werkvormen gingen mensen aan de slag met al deze informatie. Dat deden ze met groot enthousiasme, verspreid over meerdere zalen in het Provinciehuis. Uit de terugkoppeling en reflectie aan het einde van de dag werd duidelijk dat de wil tot bijdragen er zeker is. Sommige teams wilden het liefst een takenlijstje om uit te kiezen. Andere hadden duidelijk voor ogen wat ze wilden gaan doen. Om die wensen en ambities in een concreet aanbod te gieten bleek best een uitdaging. Het is zeker dat daar verder over wordt nagedacht.
Output
De input van het evenement wordt verwerkt in kaders die de inzet van de provincies beschrijven per NDS-prioriteit voor de komende jaren. Deze kaders vormen vervolgens de basis voor een strategische richting vanuit provincies voor meer interbestuurlijke samenwerking op digitalisering.
Bekijk de aftermovie van deze dag.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#interprovinciaal #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #provincie #provincies #samenwerking
-
De NDS en de provincies gaan verder op de ingezette koers
Sessie over één van de AI-versnellers, Statenzaal Provinciehuis Zuid-HollandOp 10 februari 2026 trokken 150 professionals uit alle provincies naar het Provinciehuis Zuid-Holland voor het interprovinciale evenement over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Zij bogen zich die dag over de inhoud en planning van de NDS, wat die betekenen voor de provincies en hoe zij zelf kunnen bijdragen.
Provinciesecretaris Marcel van Bijnen verklaarde in de opening dat digitalisering geen corvee meer is voor beginnend bestuurders, zoals in zijn tijd. “Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag.” 2 vragen stonden centraal op het evenement: wat betekent de NDS voor provincies? En wat kunnen zij concreet bijdragen?
Onzekere tijden
NDS programmadirecteur Erik-Jan Boon gaf een overzicht van de inhoud, aanpak en sturing van de NDS, en legde uit waarom een digitaliseringsstrategie nu nodig is. “De wereld is veranderd, technologische ontwikkelingen gaan snel en personeel en kennis zijn schaars. Het besef groeit bij overheidsorganisaties dat ze het niet meer alleen kunnen en dat het tijd is voor meer samenwerking. Ook omdat burgers en ondernemers de dienstverlening van de verschillende overheidsdiensten dan ervaren als van 1 overheid.” Kortom, het is een tijd van verandering en dan is er ook nog een nieuwe formatie op komst. “Onzekerheid hoort bij verandering”, zei Boon. “Dat betekent niet dat de NDS stilstaat tot er zekerheid is vanuit het nieuwe kabinet. We hebben een gezamenlijke koers ingezet en zolang we geen koerswijziging krijgen, gaan we door. We hebben momentum en willen dat behouden.”
“Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag”Marcel van Bijnen
Ontsnippering
De provincies hebben al vertegenwoordigers in de aanjaagteams van de 6 prioriteiten en interventies van de NDS, maar er is meer nodig om versnippering van geld en mensen terug te dringen. ‘Ontsnippering’ was het sleutelwoord. “Iedereen werkt al aan zaken die onder de NDS vallen”, zei Boon. “In sommige gevallen werken meerdere partijen aan hetzelfde. Als we onze mensen en middelen bij elkaar voegen is er wellicht genoeg om veel verder te komen.” Samen met NDS-coördinator Wilrik Olijve van het IPO daagde hij provincies uit om concreet te benoemen aan welke versnellers en/of interventies zij willen bijdragen en op welke manier.
Wat is er al?
Marten Tilstra, IPO-programmamanager digitalisering, wees deelnemers nog op het Werkplan Digitalisering IPO 2024-2027. Daarin staat wat provincies nu al doen dat ook onder de NDS valt. Hij benadrukte ook een aantal vormen van interbestuurlijke samenwerking wat betreft de informatiepositie fysieke leefomgeving. Zoals de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en de werkagenda Zicht op Nederland.
Bijdragen
In verschillende werkvormen gingen mensen aan de slag met al deze informatie. Dat deden ze met groot enthousiasme, verspreid over meerdere zalen in het Provinciehuis. Uit de terugkoppeling en reflectie aan het einde van de dag werd duidelijk dat de wil tot bijdragen er zeker is. Sommige teams wilden het liefst een takenlijstje om uit te kiezen. Andere hadden duidelijk voor ogen wat ze wilden gaan doen. Om die wensen en ambities in een concreet aanbod te gieten bleek best een uitdaging. Het is zeker dat daar verder over wordt nagedacht.
Output
De input van het evenement wordt verwerkt in kaders die de inzet van de provincies beschrijven per NDS-prioriteit voor de komende jaren. Deze kaders vormen vervolgens de basis voor een strategische richting vanuit provincies voor meer interbestuurlijke samenwerking op digitalisering.
Bekijk de aftermovie van deze dag.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#interprovinciaal #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #provincie #provincies #samenwerking
-
De NDS en de provincies gaan verder op de ingezette koers
Sessie over één van de AI-versnellers, Statenzaal Provinciehuis Zuid-HollandOp 10 februari 2026 trokken 150 professionals uit alle provincies naar het Provinciehuis Zuid-Holland voor het interprovinciale evenement over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Zij bogen zich die dag over de inhoud en planning van de NDS, wat die betekenen voor de provincies en hoe zij zelf kunnen bijdragen.
Provinciesecretaris Marcel van Bijnen verklaarde in de opening dat digitalisering geen corvee meer is voor beginnend bestuurders, zoals in zijn tijd. “Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag.” 2 vragen stonden centraal op het evenement: wat betekent de NDS voor provincies? En wat kunnen zij concreet bijdragen?
Onzekere tijden
NDS programmadirecteur Erik-Jan Boon gaf een overzicht van de inhoud, aanpak en sturing van de NDS, en legde uit waarom een digitaliseringsstrategie nu nodig is. “De wereld is veranderd, technologische ontwikkelingen gaan snel en personeel en kennis zijn schaars. Het besef groeit bij overheidsorganisaties dat ze het niet meer alleen kunnen en dat het tijd is voor meer samenwerking. Ook omdat burgers en ondernemers de dienstverlening van de verschillende overheidsdiensten dan ervaren als van 1 overheid.” Kortom, het is een tijd van verandering en dan is er ook nog een nieuwe formatie op komst. “Onzekerheid hoort bij verandering”, zei Boon. “Dat betekent niet dat de NDS stilstaat tot er zekerheid is vanuit het nieuwe kabinet. We hebben een gezamenlijke koers ingezet en zolang we geen koerswijziging krijgen, gaan we door. We hebben momentum en willen dat behouden.”
“Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag”Marcel van Bijnen
Ontsnippering
De provincies hebben al vertegenwoordigers in de aanjaagteams van de 6 prioriteiten en interventies van de NDS, maar er is meer nodig om versnippering van geld en mensen terug te dringen. ‘Ontsnippering’ was het sleutelwoord. “Iedereen werkt al aan zaken die onder de NDS vallen”, zei Boon. “In sommige gevallen werken meerdere partijen aan hetzelfde. Als we onze mensen en middelen bij elkaar voegen is er wellicht genoeg om veel verder te komen.” Samen met NDS-coördinator Wilrik Olijve van het IPO daagde hij provincies uit om concreet te benoemen aan welke versnellers en/of interventies zij willen bijdragen en op welke manier.
Wat is er al?
Marten Tilstra, IPO-programmamanager digitalisering, wees deelnemers nog op het Werkplan Digitalisering IPO 2024-2027. Daarin staat wat provincies nu al doen dat ook onder de NDS valt. Hij benadrukte ook een aantal vormen van interbestuurlijke samenwerking wat betreft de informatiepositie fysieke leefomgeving. Zoals de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en de werkagenda Zicht op Nederland.
Bijdragen
In verschillende werkvormen gingen mensen aan de slag met al deze informatie. Dat deden ze met groot enthousiasme, verspreid over meerdere zalen in het Provinciehuis. Uit de terugkoppeling en reflectie aan het einde van de dag werd duidelijk dat de wil tot bijdragen er zeker is. Sommige teams wilden het liefst een takenlijstje om uit te kiezen. Andere hadden duidelijk voor ogen wat ze wilden gaan doen. Om die wensen en ambities in een concreet aanbod te gieten bleek best een uitdaging. Het is zeker dat daar verder over wordt nagedacht.
Output
De input van het evenement wordt verwerkt in kaders die de inzet van de provincies beschrijven per NDS-prioriteit voor de komende jaren. Deze kaders vormen vervolgens de basis voor een strategische richting vanuit provincies voor meer interbestuurlijke samenwerking op digitalisering.
Bekijk de aftermovie van deze dag.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#interprovinciaal #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #provincie #provincies #samenwerking
-
De NDS en de provincies gaan verder op de ingezette koers
Sessie over één van de AI-versnellers, Statenzaal Provinciehuis Zuid-HollandOp 10 februari 2026 trokken 150 professionals uit alle provincies naar het Provinciehuis Zuid-Holland voor het interprovinciale evenement over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Zij bogen zich die dag over de inhoud en planning van de NDS, wat die betekenen voor de provincies en hoe zij zelf kunnen bijdragen.
Provinciesecretaris Marcel van Bijnen verklaarde in de opening dat digitalisering geen corvee meer is voor beginnend bestuurders, zoals in zijn tijd. “Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag.” 2 vragen stonden centraal op het evenement: wat betekent de NDS voor provincies? En wat kunnen zij concreet bijdragen?
Onzekere tijden
NDS programmadirecteur Erik-Jan Boon gaf een overzicht van de inhoud, aanpak en sturing van de NDS, en legde uit waarom een digitaliseringsstrategie nu nodig is. “De wereld is veranderd, technologische ontwikkelingen gaan snel en personeel en kennis zijn schaars. Het besef groeit bij overheidsorganisaties dat ze het niet meer alleen kunnen en dat het tijd is voor meer samenwerking. Ook omdat burgers en ondernemers de dienstverlening van de verschillende overheidsdiensten dan ervaren als van 1 overheid.” Kortom, het is een tijd van verandering en dan is er ook nog een nieuwe formatie op komst. “Onzekerheid hoort bij verandering”, zei Boon. “Dat betekent niet dat de NDS stilstaat tot er zekerheid is vanuit het nieuwe kabinet. We hebben een gezamenlijke koers ingezet en zolang we geen koerswijziging krijgen, gaan we door. We hebben momentum en willen dat behouden.”
“Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag”Marcel van Bijnen
Ontsnippering
De provincies hebben al vertegenwoordigers in de aanjaagteams van de 6 prioriteiten en interventies van de NDS, maar er is meer nodig om versnippering van geld en mensen terug te dringen. ‘Ontsnippering’ was het sleutelwoord. “Iedereen werkt al aan zaken die onder de NDS vallen”, zei Boon. “In sommige gevallen werken meerdere partijen aan hetzelfde. Als we onze mensen en middelen bij elkaar voegen is er wellicht genoeg om veel verder te komen.” Samen met NDS-coördinator Wilrik Olijve van het IPO daagde hij provincies uit om concreet te benoemen aan welke versnellers en/of interventies zij willen bijdragen en op welke manier.
Wat is er al?
Marten Tilstra, IPO-programmamanager digitalisering, wees deelnemers nog op het Werkplan Digitalisering IPO 2024-2027. Daarin staat wat provincies nu al doen dat ook onder de NDS valt. Hij benadrukte ook een aantal vormen van interbestuurlijke samenwerking wat betreft de informatiepositie fysieke leefomgeving. Zoals de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en de werkagenda Zicht op Nederland.
Bijdragen
In verschillende werkvormen gingen mensen aan de slag met al deze informatie. Dat deden ze met groot enthousiasme, verspreid over meerdere zalen in het Provinciehuis. Uit de terugkoppeling en reflectie aan het einde van de dag werd duidelijk dat de wil tot bijdragen er zeker is. Sommige teams wilden het liefst een takenlijstje om uit te kiezen. Andere hadden duidelijk voor ogen wat ze wilden gaan doen. Om die wensen en ambities in een concreet aanbod te gieten bleek best een uitdaging. Het is zeker dat daar verder over wordt nagedacht.
Output
De input van het evenement wordt verwerkt in kaders die de inzet van de provincies beschrijven per NDS-prioriteit voor de komende jaren. Deze kaders vormen vervolgens de basis voor een strategische richting vanuit provincies voor meer interbestuurlijke samenwerking op digitalisering.
Bekijk de aftermovie van deze dag.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#interprovinciaal #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #provincie #provincies #samenwerking
-
De NDS en de provincies gaan verder op de ingezette koers
Sessie over één van de AI-versnellers, Statenzaal Provinciehuis Zuid-HollandOp 10 februari 2026 trokken 150 professionals uit alle provincies naar het Provinciehuis Zuid-Holland voor het interprovinciale evenement over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Zij bogen zich die dag over de inhoud en planning van de NDS, wat die betekenen voor de provincies en hoe zij zelf kunnen bijdragen.
Provinciesecretaris Marcel van Bijnen verklaarde in de opening dat digitalisering geen corvee meer is voor beginnend bestuurders, zoals in zijn tijd. “Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag.” 2 vragen stonden centraal op het evenement: wat betekent de NDS voor provincies? En wat kunnen zij concreet bijdragen?
Onzekere tijden
NDS programmadirecteur Erik-Jan Boon gaf een overzicht van de inhoud, aanpak en sturing van de NDS, en legde uit waarom een digitaliseringsstrategie nu nodig is. “De wereld is veranderd, technologische ontwikkelingen gaan snel en personeel en kennis zijn schaars. Het besef groeit bij overheidsorganisaties dat ze het niet meer alleen kunnen en dat het tijd is voor meer samenwerking. Ook omdat burgers en ondernemers de dienstverlening van de verschillende overheidsdiensten dan ervaren als van 1 overheid.” Kortom, het is een tijd van verandering en dan is er ook nog een nieuwe formatie op komst. “Onzekerheid hoort bij verandering”, zei Boon. “Dat betekent niet dat de NDS stilstaat tot er zekerheid is vanuit het nieuwe kabinet. We hebben een gezamenlijke koers ingezet en zolang we geen koerswijziging krijgen, gaan we door. We hebben momentum en willen dat behouden.”
“Digitalisering is niet puur technisch meer, maar het verhaal van opgaves die verschillen per overheidslaag”Marcel van Bijnen
Ontsnippering
De provincies hebben al vertegenwoordigers in de aanjaagteams van de 6 prioriteiten en interventies van de NDS, maar er is meer nodig om versnippering van geld en mensen terug te dringen. ‘Ontsnippering’ was het sleutelwoord. “Iedereen werkt al aan zaken die onder de NDS vallen”, zei Boon. “In sommige gevallen werken meerdere partijen aan hetzelfde. Als we onze mensen en middelen bij elkaar voegen is er wellicht genoeg om veel verder te komen.” Samen met NDS-coördinator Wilrik Olijve van het IPO daagde hij provincies uit om concreet te benoemen aan welke versnellers en/of interventies zij willen bijdragen en op welke manier.
Wat is er al?
Marten Tilstra, IPO-programmamanager digitalisering, wees deelnemers nog op het Werkplan Digitalisering IPO 2024-2027. Daarin staat wat provincies nu al doen dat ook onder de NDS valt. Hij benadrukte ook een aantal vormen van interbestuurlijke samenwerking wat betreft de informatiepositie fysieke leefomgeving. Zoals de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en de werkagenda Zicht op Nederland.
Bijdragen
In verschillende werkvormen gingen mensen aan de slag met al deze informatie. Dat deden ze met groot enthousiasme, verspreid over meerdere zalen in het Provinciehuis. Uit de terugkoppeling en reflectie aan het einde van de dag werd duidelijk dat de wil tot bijdragen er zeker is. Sommige teams wilden het liefst een takenlijstje om uit te kiezen. Andere hadden duidelijk voor ogen wat ze wilden gaan doen. Om die wensen en ambities in een concreet aanbod te gieten bleek best een uitdaging. Het is zeker dat daar verder over wordt nagedacht.
Output
De input van het evenement wordt verwerkt in kaders die de inzet van de provincies beschrijven per NDS-prioriteit voor de komende jaren. Deze kaders vormen vervolgens de basis voor een strategische richting vanuit provincies voor meer interbestuurlijke samenwerking op digitalisering.
Bekijk de aftermovie van deze dag.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#interprovinciaal #IPO #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #provincie #provincies #samenwerking
-
Luister de podcastaflevering I-talk over gegevensdeling
“Het kan toch niet waar zijn dat we dit nog steeds niet goed geregeld krijgen?” Die verzuchting klinkt vaak als het gaat om gegevensdeling tussen overheden. In een nieuwe aflevering van de podcast I-talk leggen Cocky de Wolf (programmamanager Adviesfunctie verantwoord datagebruik bij IBDS) en Cecile Schut (adviseur IBDS Datadialoog en lid van de CCG: Centrale Commissie Gegevensgebruik) uit wat gegevensdeling is én waarom dit in de praktijk soms zo complex is.
De podcast begint met: wat is gegevensdeling? Vervolgens duiken De Wolf en Schut in de weerbarstige praktijk. Waarom loopt het in de praktijk zo vaak vast, ondanks alle regels, stelsels en goede intenties? En waarom is het belangrijk dat organisaties met elkaar in gesprek blijven?
De belangrijkste boodschap: overheden staan er niet alleen voor. De IBDS kan adviseren en meedenken. Daarnaast zet de CCG zich in voor het bestuurlijk en politiek agenderen van de knelpunten.
Inhoud podcast gegevensdeling
Na het luisteren van de podcast weet je:
- waarom gegevensdeling onmisbaar is én zo lastig blijft;
- waar de spanning zit tussen regels en praktijk;
- en wie je kan helpen als je vastloopt.
Het aanpakken van knelpunten in gegevensdeling is één van de versnellers in de NDS-prioriteit Data. Luister de aflevering van I-talk via Spotify.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#data #dataIBDS #gegevensDelen #gegevensdeling #IBDS #ndsnieuwsbrief12026 #podcast #podcasts
-
Investeren in de ambtenaar van nu én morgen
Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren.
Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”
Niet alleen voor de ICT’ers
De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”
Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”
Digitaal vakmanschap als brede opgave
Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”
Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”
Naar een personeelsstrategie voor digitalisering
De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”
Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”
Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”
Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis
Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”
Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”
Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”
Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap
Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert
Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”
Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”
Versnippering en onbekendheid
De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”
Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”
Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”
Speerpunten voor het komende jaar
Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”
Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”
Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”
Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”
Digitaal vakmanschap is nooit voltooid
Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”
Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”
De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening
-
Investeren in de ambtenaar van nu én morgen
Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren.
Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”
Niet alleen voor de ICT’ers
De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”
Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”
Digitaal vakmanschap als brede opgave
Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”
Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”
Naar een personeelsstrategie voor digitalisering
De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”
Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”
Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”
Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis
Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”
Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”
Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”
Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap
Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert
Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”
Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”
Versnippering en onbekendheid
De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”
Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”
Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”
Speerpunten voor het komende jaar
Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”
Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”
Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”
Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”
Digitaal vakmanschap is nooit voltooid
Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”
Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”
De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening
-
Investeren in de ambtenaar van nu én morgen
Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren.
Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”
Niet alleen voor de ICT’ers
De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”
Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”
Digitaal vakmanschap als brede opgave
Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”
Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”
Naar een personeelsstrategie voor digitalisering
De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”
Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”
Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”
Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis
Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”
Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”
Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”
Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap
Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert
Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”
Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”
Versnippering en onbekendheid
De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”
Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”
Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”
Speerpunten voor het komende jaar
Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”
Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”
Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”
Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”
Digitaal vakmanschap is nooit voltooid
Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”
Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”
De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening
-
Investeren in de ambtenaar van nu én morgen
Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren.
Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”
Niet alleen voor de ICT’ers
De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”
Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”
Digitaal vakmanschap als brede opgave
Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”
Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”
Naar een personeelsstrategie voor digitalisering
De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”
Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”
Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”
Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis
Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”
Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”
Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”
Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap
Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert
Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”
Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”
Versnippering en onbekendheid
De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”
Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”
Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”
Speerpunten voor het komende jaar
Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”
Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”
Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”
Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”
Digitaal vakmanschap is nooit voltooid
Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”
Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”
De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening
-
Investeren in de ambtenaar van nu én morgen
Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren.
Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”
Niet alleen voor de ICT’ers
De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”
Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”
Digitaal vakmanschap als brede opgave
Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”
Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”
Naar een personeelsstrategie voor digitalisering
De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”
Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”
Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”
Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis
Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”
Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”
Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”
Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap
Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert
Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”
Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”
Versnippering en onbekendheid
De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”
Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”
Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”
Speerpunten voor het komende jaar
Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”
Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”
Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”
Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”
Digitaal vakmanschap is nooit voltooid
Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”
Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”
De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening
-
Artificiële intelligentie: vooral een bestuurlijke uitdaging
Artificiële intelligentie ontwikkelt zich in hoog tempo en raakt steeds meer domeinen van de overheid. De technologie biedt kansen voor betere dienstverlening en efficiëntere processen, maar brengt ook risico’s met zich mee op het gebied van veiligheid, autonomie en publieke waarden. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is AI daarom 1 van de 6 prioriteiten.
Het aanjaagteam AI onder leiding van Larissa Zegveld werkt aan een gezamenlijke aanpak, waarmee alle overheidslagen verantwoord gebruik kunnen maken van deze technologie.
Zegveld is algemeen directeur van Stichting Kennisnet en voorzitter van Forum Standaardisatie. Ze volgt de NDS al sinds de contouren werden geschetst. Toen bleek dat deze strategie ondanks politieke wisselingen toch doorgang vond, besloot ze zich te committeren aan de rol van voorzitter. “Ik zag een sterke wil om dit echt collectief op te pakken. Het moment is nu. Dit lukt alleen als we bereid zijn anders te gaan samenwerken.”
Het belang van investeren in AI
AI is volgens Zegveld meer dan een technologische vernieuwing. Ze beschouwt het als een strategische factor die samenvalt met grotere geopolitieke en economische ontwikkelingen. “De afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers groeit snel en roept de vraag op hoe Nederland en Europa hun autonomie kunnen behouden. We nemen grote woorden in de mond, zoals soevereiniteit. Maar als we dat serieus menen, moeten we nu handelen. De afslag die nodig is om nog alternatieven te ontwikkelen, komt maar 1 keer voorbij.”
Ze is optimistisch gestemd over het vermogen van Nederland om die alternatieven te kunnen ontwikkelen. Ze wijst op het groeiende aantal experimenten en initiatieven. Ook ziet ze in Europa meer bereidheid om gezamenlijk te investeren in technologie die past bij Europese waarden. “Nederland is een gidsland op het gebied van digitale standaarden. We hebben vaker aangetoond dat we leveranciers kunnen bewegen zich aan onze normen te houden. Dat geeft vertrouwen dat we een eigen positie kunnen innemen.”
Kaderstelling voor verantwoord gebruik
AI kan de overheid veel brengen, van snellere dienstverlening tot slimmere ondersteuning van professionals. Maar innovatie vraagt om stevige kaders. Overheidsorganisaties werken met persoonsgegevens en met voorzieningen die maatschappelijk vitaal zijn. Dat maakt het zorgvuldig ontwerpen en gebruiken van AI onmisbaar. “Wij leveren publieke dienstverlening waarvoor gebruikers niet kunnen uitwijken naar een concurrent”, zegt Zegveld. “Daar hoort een extra verantwoordelijkheid bij.”
Het aanjaagteam AI werkt daarom aan gezamenlijke randvoorwaarden. Europese regels zoals de AI Act vormen belangrijke bouwstenen, maar moeten worden vertaald naar de Nederlandse context. Vervolgens moeten deze kaders ook doorwerken in inkoop, toepassing en beheer. “We moeten duidelijk maken wat we verstaan onder verantwoorde inzet. Dat vraagt om normering en om vertaling naar de praktijk.”
De bestuurlijke uitdaging
De grootste hobbel ligt voor Zegveld niet op technisch vlak, maar in de bestuurlijke context. Het doorbreken van institutionele grenzen is volgens haar essentieel om tot collectieve voorzieningen te komen. “Dit is geen technisch probleem. Dit is een bestuurlijke uitdaging. We bereiken alleen massa in alternatieven, zoals Vlam.ai, als we er samen achter gaan staan. Dat vraagt om ander gedrag, om over grenzen heen durven stappen.”
Nederland heeft een sterke traditie van zelfstandige uitvoeringsorganisaties en departementen met eigen verantwoordelijkheden. Dat maakt samenwerken soms complexer dan in landen met een centralere governance. Toch ziet Zegveld verandering. De prioriteiten van de NDS maken duidelijk waar de komende jaren de focus moet liggen. “We hebben uitgesproken dat dit de 6 onderwerpen zijn die we belangrijk vinden. Dat betekent ook dat we soms nee zeggen tegen dingen die daar niet onder vallen.”
Het aanjaagteam AI: versnellen en verbinden
Binnen het aanjaagteam werken de CIO’s en directeuren van uitvoeringsorganisaties, departementen, gemeenten, provincies en waterschappen samen. Hiermee is de uitvoering vanaf het begin aan tafel. Dat is bewust, zegt Zegveld. “De oplossingen moeten daar landen, dus moeten zij ook mee ontwerpen en realiseren. Zij weten als geen ander wat uitvoerbaar is.”
De werkwijze van het aanjaagteam is gericht op concrete stappen vooruit. Er zijn 6 versnellers opgesteld. Deze omvatten wat er moet gebeuren en welke resultaten worden nagestreefd. “We zijn gestopt met het perfectioneren van papier”, zegt Zegveld. “De uitwerkingen zijn goed genoeg om aan de slag te gaan. Dat is op zichzelf al een verandering. We gaan het nu echt doen.”
“De tijd van vrijblijvendheid is voorbij.”
Larissa ZegveldIn de komende periode worden teams samengesteld die per versneller resultaten gaan boeken. Ook bekijkt het aanjaagteam welke lopende initiatieven kunnen worden omarmd of opgeschaald. Daarbij gaat het onder meer om Vlam.ai, GPT-NL en de recent gelanceerde AI Factory. Het aanjaagteam wil bepalen welke voorzieningen passen binnen de gezamenlijke kaders en waar de overheid als launching customer kan optreden. “Dat is de manier om alternatieven daadwerkelijk volwassen te laten worden.”
Strategische doelen voor AI binnen de overheid
De prioriteit AI kent 2 strategische doelen. Het eerste doel richt zich op het verbeteren van de dienstverlening en het oplossen van maatschappelijke opgaven met behulp van AI. Dat vraagt volgens Zegveld om zorgvuldige toepassing. De overheid werkt met data die burgers verplicht moeten aanleveren en is verantwoordelijk voor betrouwbare dienstverlening. “Dat maakt dat wij anders met nieuwe technologie moeten omgaan dan commerciële bedrijven. Innovatie mag, maar moet verantwoord zijn.”
Het tweede doel is het realiseren van een hoogwaardige AI-infrastructuur die voldoet aan publieke waarden. Het gaat om betrouwbare modellen, toegang tot hoogwaardige datasets, voldoende rekenkracht en om het opleiden en behouden van talent. Dit alles vraagt om een gezamenlijke aanpak. “We hebben uitgesproken dat vrijblijvendheid voorbij is. We gaan voor gemeenschappelijke voorzieningen waar iedereen gebruik van maakt. Individuele oplossingen brengen ons niet verder.”
Relatie met andere prioriteiten
AI staat niet op zichzelf. De samenhang met cloud, data en cybersecurity is direct en intensief. AI-modellen functioneren alleen wanneer de juiste data met voldoende kwaliteit beschikbaar is. Tegelijk moet helder zijn waar die data worden opgeslagen, hoe ze worden beveiligd en of ze binnen de gewenste rechtsorde blijven. “We zijn al jaren bezig met eenmalige uitvraag en meervoudig gebruik. Dat geldt net zo goed voor AI. Je moet precies weten waar data is en waar het naartoe gaat.”
Ook de afhankelijkheid van cloudvoorzieningen vormt een directe koppeling met de prioriteit Cloud. Een soevereine AI-positie is niet denkbaar zonder grip op de onderliggende infrastructuur. De samenwerking tussen voorzitters van de aanjaagteams is daarom intensief. “We treffen elkaar in de NDS-Raad en in het Programma Regie Overleg. Dat voorkomt eilandvorming en zorgt voor samenhang.”
Vooruitblik en boodschap aan de lezer
Over een jaar hoopt Zegveld dat er toepassingen zijn opgeschaald die in brede zin worden gebruikt. Dit betekent dat een succesvolle oplossing van 1 organisatie door andere is overgenomen en dat gezamenlijke voorzieningen de norm beginnen te worden. “Opschalen is de sleutel. Daar moeten we echt naartoe.”
Haar centrale boodschap is helder: de tijd van praten is voorbij. “We gaan het nu echt doen. Vrijblijvendheid is geen optie meer. Als wij grote woorden gebruiken zoals autonomie en soevereiniteit, moeten we daar ook naar handelen. Dat kan alleen als we anders gaan samenwerken.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#1Overheid #AI #AIAct #AIInfrastructuur #autonomie #forumStandaardisatie #interbestuurlijkeSamenwerking #kadersEnStandaarden #kennisnet #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opschalen #verantwoordDatagebruik
-
Artificiële intelligentie: vooral een bestuurlijke uitdaging
Artificiële intelligentie ontwikkelt zich in hoog tempo en raakt steeds meer domeinen van de overheid. De technologie biedt kansen voor betere dienstverlening en efficiëntere processen, maar brengt ook risico’s met zich mee op het gebied van veiligheid, autonomie en publieke waarden. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is AI daarom 1 van de 6 prioriteiten.
Het aanjaagteam AI onder leiding van Larissa Zegveld werkt aan een gezamenlijke aanpak, waarmee alle overheidslagen verantwoord gebruik kunnen maken van deze technologie.
Zegveld is algemeen directeur van Stichting Kennisnet en voorzitter van Forum Standaardisatie. Ze volgt de NDS al sinds de contouren werden geschetst. Toen bleek dat deze strategie ondanks politieke wisselingen toch doorgang vond, besloot ze zich te committeren aan de rol van voorzitter. “Ik zag een sterke wil om dit echt collectief op te pakken. Het moment is nu. Dit lukt alleen als we bereid zijn anders te gaan samenwerken.”
Het belang van investeren in AI
AI is volgens Zegveld meer dan een technologische vernieuwing. Ze beschouwt het als een strategische factor die samenvalt met grotere geopolitieke en economische ontwikkelingen. “De afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers groeit snel en roept de vraag op hoe Nederland en Europa hun autonomie kunnen behouden. We nemen grote woorden in de mond, zoals soevereiniteit. Maar als we dat serieus menen, moeten we nu handelen. De afslag die nodig is om nog alternatieven te ontwikkelen, komt maar 1 keer voorbij.”
Ze is optimistisch gestemd over het vermogen van Nederland om die alternatieven te kunnen ontwikkelen. Ze wijst op het groeiende aantal experimenten en initiatieven. Ook ziet ze in Europa meer bereidheid om gezamenlijk te investeren in technologie die past bij Europese waarden. “Nederland is een gidsland op het gebied van digitale standaarden. We hebben vaker aangetoond dat we leveranciers kunnen bewegen zich aan onze normen te houden. Dat geeft vertrouwen dat we een eigen positie kunnen innemen.”
Kaderstelling voor verantwoord gebruik
AI kan de overheid veel brengen, van snellere dienstverlening tot slimmere ondersteuning van professionals. Maar innovatie vraagt om stevige kaders. Overheidsorganisaties werken met persoonsgegevens en met voorzieningen die maatschappelijk vitaal zijn. Dat maakt het zorgvuldig ontwerpen en gebruiken van AI onmisbaar. “Wij leveren publieke dienstverlening waarvoor gebruikers niet kunnen uitwijken naar een concurrent”, zegt Zegveld. “Daar hoort een extra verantwoordelijkheid bij.”
Het aanjaagteam AI werkt daarom aan gezamenlijke randvoorwaarden. Europese regels zoals de AI Act vormen belangrijke bouwstenen, maar moeten worden vertaald naar de Nederlandse context. Vervolgens moeten deze kaders ook doorwerken in inkoop, toepassing en beheer. “We moeten duidelijk maken wat we verstaan onder verantwoorde inzet. Dat vraagt om normering en om vertaling naar de praktijk.”
De bestuurlijke uitdaging
De grootste hobbel ligt voor Zegveld niet op technisch vlak, maar in de bestuurlijke context. Het doorbreken van institutionele grenzen is volgens haar essentieel om tot collectieve voorzieningen te komen. “Dit is geen technisch probleem. Dit is een bestuurlijke uitdaging. We bereiken alleen massa in alternatieven, zoals Vlam.ai, als we er samen achter gaan staan. Dat vraagt om ander gedrag, om over grenzen heen durven stappen.”
Nederland heeft een sterke traditie van zelfstandige uitvoeringsorganisaties en departementen met eigen verantwoordelijkheden. Dat maakt samenwerken soms complexer dan in landen met een centralere governance. Toch ziet Zegveld verandering. De prioriteiten van de NDS maken duidelijk waar de komende jaren de focus moet liggen. “We hebben uitgesproken dat dit de 6 onderwerpen zijn die we belangrijk vinden. Dat betekent ook dat we soms nee zeggen tegen dingen die daar niet onder vallen.”
Het aanjaagteam AI: versnellen en verbinden
Binnen het aanjaagteam werken de CIO’s en directeuren van uitvoeringsorganisaties, departementen, gemeenten, provincies en waterschappen samen. Hiermee is de uitvoering vanaf het begin aan tafel. Dat is bewust, zegt Zegveld. “De oplossingen moeten daar landen, dus moeten zij ook mee ontwerpen en realiseren. Zij weten als geen ander wat uitvoerbaar is.”
De werkwijze van het aanjaagteam is gericht op concrete stappen vooruit. Er zijn 6 versnellers opgesteld. Deze omvatten wat er moet gebeuren en welke resultaten worden nagestreefd. “We zijn gestopt met het perfectioneren van papier”, zegt Zegveld. “De uitwerkingen zijn goed genoeg om aan de slag te gaan. Dat is op zichzelf al een verandering. We gaan het nu echt doen.”
“De tijd van vrijblijvendheid is voorbij.”
Larissa ZegveldIn de komende periode worden teams samengesteld die per versneller resultaten gaan boeken. Ook bekijkt het aanjaagteam welke lopende initiatieven kunnen worden omarmd of opgeschaald. Daarbij gaat het onder meer om Vlam.ai, GPT-NL en de recent gelanceerde AI Factory. Het aanjaagteam wil bepalen welke voorzieningen passen binnen de gezamenlijke kaders en waar de overheid als launching customer kan optreden. “Dat is de manier om alternatieven daadwerkelijk volwassen te laten worden.”
Strategische doelen voor AI binnen de overheid
De prioriteit AI kent 2 strategische doelen. Het eerste doel richt zich op het verbeteren van de dienstverlening en het oplossen van maatschappelijke opgaven met behulp van AI. Dat vraagt volgens Zegveld om zorgvuldige toepassing. De overheid werkt met data die burgers verplicht moeten aanleveren en is verantwoordelijk voor betrouwbare dienstverlening. “Dat maakt dat wij anders met nieuwe technologie moeten omgaan dan commerciële bedrijven. Innovatie mag, maar moet verantwoord zijn.”
Het tweede doel is het realiseren van een hoogwaardige AI-infrastructuur die voldoet aan publieke waarden. Het gaat om betrouwbare modellen, toegang tot hoogwaardige datasets, voldoende rekenkracht en om het opleiden en behouden van talent. Dit alles vraagt om een gezamenlijke aanpak. “We hebben uitgesproken dat vrijblijvendheid voorbij is. We gaan voor gemeenschappelijke voorzieningen waar iedereen gebruik van maakt. Individuele oplossingen brengen ons niet verder.”
Relatie met andere prioriteiten
AI staat niet op zichzelf. De samenhang met cloud, data en cybersecurity is direct en intensief. AI-modellen functioneren alleen wanneer de juiste data met voldoende kwaliteit beschikbaar is. Tegelijk moet helder zijn waar die data worden opgeslagen, hoe ze worden beveiligd en of ze binnen de gewenste rechtsorde blijven. “We zijn al jaren bezig met eenmalige uitvraag en meervoudig gebruik. Dat geldt net zo goed voor AI. Je moet precies weten waar data is en waar het naartoe gaat.”
Ook de afhankelijkheid van cloudvoorzieningen vormt een directe koppeling met de prioriteit Cloud. Een soevereine AI-positie is niet denkbaar zonder grip op de onderliggende infrastructuur. De samenwerking tussen voorzitters van de aanjaagteams is daarom intensief. “We treffen elkaar in de NDS-Raad en in het Programma Regie Overleg. Dat voorkomt eilandvorming en zorgt voor samenhang.”
Vooruitblik en boodschap aan de lezer
Over een jaar hoopt Zegveld dat er toepassingen zijn opgeschaald die in brede zin worden gebruikt. Dit betekent dat een succesvolle oplossing van 1 organisatie door andere is overgenomen en dat gezamenlijke voorzieningen de norm beginnen te worden. “Opschalen is de sleutel. Daar moeten we echt naartoe.”
Haar centrale boodschap is helder: de tijd van praten is voorbij. “We gaan het nu echt doen. Vrijblijvendheid is geen optie meer. Als wij grote woorden gebruiken zoals autonomie en soevereiniteit, moeten we daar ook naar handelen. Dat kan alleen als we anders gaan samenwerken.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#1Overheid #AI #AIAct #AIInfrastructuur #autonomie #forumStandaardisatie #interbestuurlijkeSamenwerking #kadersEnStandaarden #kennisnet #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opschalen #verantwoordDatagebruik
-
Artificiële intelligentie: vooral een bestuurlijke uitdaging
Artificiële intelligentie ontwikkelt zich in hoog tempo en raakt steeds meer domeinen van de overheid. De technologie biedt kansen voor betere dienstverlening en efficiëntere processen, maar brengt ook risico’s met zich mee op het gebied van veiligheid, autonomie en publieke waarden. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is AI daarom 1 van de 6 prioriteiten.
Het aanjaagteam AI onder leiding van Larissa Zegveld werkt aan een gezamenlijke aanpak, waarmee alle overheidslagen verantwoord gebruik kunnen maken van deze technologie.
Zegveld is algemeen directeur van Stichting Kennisnet en voorzitter van Forum Standaardisatie. Ze volgt de NDS al sinds de contouren werden geschetst. Toen bleek dat deze strategie ondanks politieke wisselingen toch doorgang vond, besloot ze zich te committeren aan de rol van voorzitter. “Ik zag een sterke wil om dit echt collectief op te pakken. Het moment is nu. Dit lukt alleen als we bereid zijn anders te gaan samenwerken.”
Het belang van investeren in AI
AI is volgens Zegveld meer dan een technologische vernieuwing. Ze beschouwt het als een strategische factor die samenvalt met grotere geopolitieke en economische ontwikkelingen. “De afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers groeit snel en roept de vraag op hoe Nederland en Europa hun autonomie kunnen behouden. We nemen grote woorden in de mond, zoals soevereiniteit. Maar als we dat serieus menen, moeten we nu handelen. De afslag die nodig is om nog alternatieven te ontwikkelen, komt maar 1 keer voorbij.”
Ze is optimistisch gestemd over het vermogen van Nederland om die alternatieven te kunnen ontwikkelen. Ze wijst op het groeiende aantal experimenten en initiatieven. Ook ziet ze in Europa meer bereidheid om gezamenlijk te investeren in technologie die past bij Europese waarden. “Nederland is een gidsland op het gebied van digitale standaarden. We hebben vaker aangetoond dat we leveranciers kunnen bewegen zich aan onze normen te houden. Dat geeft vertrouwen dat we een eigen positie kunnen innemen.”
Kaderstelling voor verantwoord gebruik
AI kan de overheid veel brengen, van snellere dienstverlening tot slimmere ondersteuning van professionals. Maar innovatie vraagt om stevige kaders. Overheidsorganisaties werken met persoonsgegevens en met voorzieningen die maatschappelijk vitaal zijn. Dat maakt het zorgvuldig ontwerpen en gebruiken van AI onmisbaar. “Wij leveren publieke dienstverlening waarvoor gebruikers niet kunnen uitwijken naar een concurrent”, zegt Zegveld. “Daar hoort een extra verantwoordelijkheid bij.”
Het aanjaagteam AI werkt daarom aan gezamenlijke randvoorwaarden. Europese regels zoals de AI Act vormen belangrijke bouwstenen, maar moeten worden vertaald naar de Nederlandse context. Vervolgens moeten deze kaders ook doorwerken in inkoop, toepassing en beheer. “We moeten duidelijk maken wat we verstaan onder verantwoorde inzet. Dat vraagt om normering en om vertaling naar de praktijk.”
De bestuurlijke uitdaging
De grootste hobbel ligt voor Zegveld niet op technisch vlak, maar in de bestuurlijke context. Het doorbreken van institutionele grenzen is volgens haar essentieel om tot collectieve voorzieningen te komen. “Dit is geen technisch probleem. Dit is een bestuurlijke uitdaging. We bereiken alleen massa in alternatieven, zoals Vlam.ai, als we er samen achter gaan staan. Dat vraagt om ander gedrag, om over grenzen heen durven stappen.”
Nederland heeft een sterke traditie van zelfstandige uitvoeringsorganisaties en departementen met eigen verantwoordelijkheden. Dat maakt samenwerken soms complexer dan in landen met een centralere governance. Toch ziet Zegveld verandering. De prioriteiten van de NDS maken duidelijk waar de komende jaren de focus moet liggen. “We hebben uitgesproken dat dit de 6 onderwerpen zijn die we belangrijk vinden. Dat betekent ook dat we soms nee zeggen tegen dingen die daar niet onder vallen.”
Het aanjaagteam AI: versnellen en verbinden
Binnen het aanjaagteam werken de CIO’s en directeuren van uitvoeringsorganisaties, departementen, gemeenten, provincies en waterschappen samen. Hiermee is de uitvoering vanaf het begin aan tafel. Dat is bewust, zegt Zegveld. “De oplossingen moeten daar landen, dus moeten zij ook mee ontwerpen en realiseren. Zij weten als geen ander wat uitvoerbaar is.”
De werkwijze van het aanjaagteam is gericht op concrete stappen vooruit. Er zijn 6 versnellers opgesteld. Deze omvatten wat er moet gebeuren en welke resultaten worden nagestreefd. “We zijn gestopt met het perfectioneren van papier”, zegt Zegveld. “De uitwerkingen zijn goed genoeg om aan de slag te gaan. Dat is op zichzelf al een verandering. We gaan het nu echt doen.”
“De tijd van vrijblijvendheid is voorbij.”
Larissa ZegveldIn de komende periode worden teams samengesteld die per versneller resultaten gaan boeken. Ook bekijkt het aanjaagteam welke lopende initiatieven kunnen worden omarmd of opgeschaald. Daarbij gaat het onder meer om Vlam.ai, GPT-NL en de recent gelanceerde AI Factory. Het aanjaagteam wil bepalen welke voorzieningen passen binnen de gezamenlijke kaders en waar de overheid als launching customer kan optreden. “Dat is de manier om alternatieven daadwerkelijk volwassen te laten worden.”
Strategische doelen voor AI binnen de overheid
De prioriteit AI kent 2 strategische doelen. Het eerste doel richt zich op het verbeteren van de dienstverlening en het oplossen van maatschappelijke opgaven met behulp van AI. Dat vraagt volgens Zegveld om zorgvuldige toepassing. De overheid werkt met data die burgers verplicht moeten aanleveren en is verantwoordelijk voor betrouwbare dienstverlening. “Dat maakt dat wij anders met nieuwe technologie moeten omgaan dan commerciële bedrijven. Innovatie mag, maar moet verantwoord zijn.”
Het tweede doel is het realiseren van een hoogwaardige AI-infrastructuur die voldoet aan publieke waarden. Het gaat om betrouwbare modellen, toegang tot hoogwaardige datasets, voldoende rekenkracht en om het opleiden en behouden van talent. Dit alles vraagt om een gezamenlijke aanpak. “We hebben uitgesproken dat vrijblijvendheid voorbij is. We gaan voor gemeenschappelijke voorzieningen waar iedereen gebruik van maakt. Individuele oplossingen brengen ons niet verder.”
Relatie met andere prioriteiten
AI staat niet op zichzelf. De samenhang met cloud, data en cybersecurity is direct en intensief. AI-modellen functioneren alleen wanneer de juiste data met voldoende kwaliteit beschikbaar is. Tegelijk moet helder zijn waar die data worden opgeslagen, hoe ze worden beveiligd en of ze binnen de gewenste rechtsorde blijven. “We zijn al jaren bezig met eenmalige uitvraag en meervoudig gebruik. Dat geldt net zo goed voor AI. Je moet precies weten waar data is en waar het naartoe gaat.”
Ook de afhankelijkheid van cloudvoorzieningen vormt een directe koppeling met de prioriteit Cloud. Een soevereine AI-positie is niet denkbaar zonder grip op de onderliggende infrastructuur. De samenwerking tussen voorzitters van de aanjaagteams is daarom intensief. “We treffen elkaar in de NDS-Raad en in het Programma Regie Overleg. Dat voorkomt eilandvorming en zorgt voor samenhang.”
Vooruitblik en boodschap aan de lezer
Over een jaar hoopt Zegveld dat er toepassingen zijn opgeschaald die in brede zin worden gebruikt. Dit betekent dat een succesvolle oplossing van 1 organisatie door andere is overgenomen en dat gezamenlijke voorzieningen de norm beginnen te worden. “Opschalen is de sleutel. Daar moeten we echt naartoe.”
Haar centrale boodschap is helder: de tijd van praten is voorbij. “We gaan het nu echt doen. Vrijblijvendheid is geen optie meer. Als wij grote woorden gebruiken zoals autonomie en soevereiniteit, moeten we daar ook naar handelen. Dat kan alleen als we anders gaan samenwerken.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#1Overheid #AI #AIAct #AIInfrastructuur #autonomie #forumStandaardisatie #interbestuurlijkeSamenwerking #kadersEnStandaarden #kennisnet #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opschalen #verantwoordDatagebruik
-
Artificiële intelligentie: vooral een bestuurlijke uitdaging
Artificiële intelligentie ontwikkelt zich in hoog tempo en raakt steeds meer domeinen van de overheid. De technologie biedt kansen voor betere dienstverlening en efficiëntere processen, maar brengt ook risico’s met zich mee op het gebied van veiligheid, autonomie en publieke waarden. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is AI daarom 1 van de 6 prioriteiten.
Het aanjaagteam AI onder leiding van Larissa Zegveld werkt aan een gezamenlijke aanpak, waarmee alle overheidslagen verantwoord gebruik kunnen maken van deze technologie.
Zegveld is algemeen directeur van Stichting Kennisnet en voorzitter van Forum Standaardisatie. Ze volgt de NDS al sinds de contouren werden geschetst. Toen bleek dat deze strategie ondanks politieke wisselingen toch doorgang vond, besloot ze zich te committeren aan de rol van voorzitter. “Ik zag een sterke wil om dit echt collectief op te pakken. Het moment is nu. Dit lukt alleen als we bereid zijn anders te gaan samenwerken.”
Het belang van investeren in AI
AI is volgens Zegveld meer dan een technologische vernieuwing. Ze beschouwt het als een strategische factor die samenvalt met grotere geopolitieke en economische ontwikkelingen. “De afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers groeit snel en roept de vraag op hoe Nederland en Europa hun autonomie kunnen behouden. We nemen grote woorden in de mond, zoals soevereiniteit. Maar als we dat serieus menen, moeten we nu handelen. De afslag die nodig is om nog alternatieven te ontwikkelen, komt maar 1 keer voorbij.”
Ze is optimistisch gestemd over het vermogen van Nederland om die alternatieven te kunnen ontwikkelen. Ze wijst op het groeiende aantal experimenten en initiatieven. Ook ziet ze in Europa meer bereidheid om gezamenlijk te investeren in technologie die past bij Europese waarden. “Nederland is een gidsland op het gebied van digitale standaarden. We hebben vaker aangetoond dat we leveranciers kunnen bewegen zich aan onze normen te houden. Dat geeft vertrouwen dat we een eigen positie kunnen innemen.”
Kaderstelling voor verantwoord gebruik
AI kan de overheid veel brengen, van snellere dienstverlening tot slimmere ondersteuning van professionals. Maar innovatie vraagt om stevige kaders. Overheidsorganisaties werken met persoonsgegevens en met voorzieningen die maatschappelijk vitaal zijn. Dat maakt het zorgvuldig ontwerpen en gebruiken van AI onmisbaar. “Wij leveren publieke dienstverlening waarvoor gebruikers niet kunnen uitwijken naar een concurrent”, zegt Zegveld. “Daar hoort een extra verantwoordelijkheid bij.”
Het aanjaagteam AI werkt daarom aan gezamenlijke randvoorwaarden. Europese regels zoals de AI Act vormen belangrijke bouwstenen, maar moeten worden vertaald naar de Nederlandse context. Vervolgens moeten deze kaders ook doorwerken in inkoop, toepassing en beheer. “We moeten duidelijk maken wat we verstaan onder verantwoorde inzet. Dat vraagt om normering en om vertaling naar de praktijk.”
De bestuurlijke uitdaging
De grootste hobbel ligt voor Zegveld niet op technisch vlak, maar in de bestuurlijke context. Het doorbreken van institutionele grenzen is volgens haar essentieel om tot collectieve voorzieningen te komen. “Dit is geen technisch probleem. Dit is een bestuurlijke uitdaging. We bereiken alleen massa in alternatieven, zoals Vlam.ai, als we er samen achter gaan staan. Dat vraagt om ander gedrag, om over grenzen heen durven stappen.”
Nederland heeft een sterke traditie van zelfstandige uitvoeringsorganisaties en departementen met eigen verantwoordelijkheden. Dat maakt samenwerken soms complexer dan in landen met een centralere governance. Toch ziet Zegveld verandering. De prioriteiten van de NDS maken duidelijk waar de komende jaren de focus moet liggen. “We hebben uitgesproken dat dit de 6 onderwerpen zijn die we belangrijk vinden. Dat betekent ook dat we soms nee zeggen tegen dingen die daar niet onder vallen.”
Het aanjaagteam AI: versnellen en verbinden
Binnen het aanjaagteam werken de CIO’s en directeuren van uitvoeringsorganisaties, departementen, gemeenten, provincies en waterschappen samen. Hiermee is de uitvoering vanaf het begin aan tafel. Dat is bewust, zegt Zegveld. “De oplossingen moeten daar landen, dus moeten zij ook mee ontwerpen en realiseren. Zij weten als geen ander wat uitvoerbaar is.”
De werkwijze van het aanjaagteam is gericht op concrete stappen vooruit. Er zijn 6 versnellers opgesteld. Deze omvatten wat er moet gebeuren en welke resultaten worden nagestreefd. “We zijn gestopt met het perfectioneren van papier”, zegt Zegveld. “De uitwerkingen zijn goed genoeg om aan de slag te gaan. Dat is op zichzelf al een verandering. We gaan het nu echt doen.”
“De tijd van vrijblijvendheid is voorbij.”
Larissa ZegveldIn de komende periode worden teams samengesteld die per versneller resultaten gaan boeken. Ook bekijkt het aanjaagteam welke lopende initiatieven kunnen worden omarmd of opgeschaald. Daarbij gaat het onder meer om Vlam.ai, GPT-NL en de recent gelanceerde AI Factory. Het aanjaagteam wil bepalen welke voorzieningen passen binnen de gezamenlijke kaders en waar de overheid als launching customer kan optreden. “Dat is de manier om alternatieven daadwerkelijk volwassen te laten worden.”
Strategische doelen voor AI binnen de overheid
De prioriteit AI kent 2 strategische doelen. Het eerste doel richt zich op het verbeteren van de dienstverlening en het oplossen van maatschappelijke opgaven met behulp van AI. Dat vraagt volgens Zegveld om zorgvuldige toepassing. De overheid werkt met data die burgers verplicht moeten aanleveren en is verantwoordelijk voor betrouwbare dienstverlening. “Dat maakt dat wij anders met nieuwe technologie moeten omgaan dan commerciële bedrijven. Innovatie mag, maar moet verantwoord zijn.”
Het tweede doel is het realiseren van een hoogwaardige AI-infrastructuur die voldoet aan publieke waarden. Het gaat om betrouwbare modellen, toegang tot hoogwaardige datasets, voldoende rekenkracht en om het opleiden en behouden van talent. Dit alles vraagt om een gezamenlijke aanpak. “We hebben uitgesproken dat vrijblijvendheid voorbij is. We gaan voor gemeenschappelijke voorzieningen waar iedereen gebruik van maakt. Individuele oplossingen brengen ons niet verder.”
Relatie met andere prioriteiten
AI staat niet op zichzelf. De samenhang met cloud, data en cybersecurity is direct en intensief. AI-modellen functioneren alleen wanneer de juiste data met voldoende kwaliteit beschikbaar is. Tegelijk moet helder zijn waar die data worden opgeslagen, hoe ze worden beveiligd en of ze binnen de gewenste rechtsorde blijven. “We zijn al jaren bezig met eenmalige uitvraag en meervoudig gebruik. Dat geldt net zo goed voor AI. Je moet precies weten waar data is en waar het naartoe gaat.”
Ook de afhankelijkheid van cloudvoorzieningen vormt een directe koppeling met de prioriteit Cloud. Een soevereine AI-positie is niet denkbaar zonder grip op de onderliggende infrastructuur. De samenwerking tussen voorzitters van de aanjaagteams is daarom intensief. “We treffen elkaar in de NDS-Raad en in het Programma Regie Overleg. Dat voorkomt eilandvorming en zorgt voor samenhang.”
Vooruitblik en boodschap aan de lezer
Over een jaar hoopt Zegveld dat er toepassingen zijn opgeschaald die in brede zin worden gebruikt. Dit betekent dat een succesvolle oplossing van 1 organisatie door andere is overgenomen en dat gezamenlijke voorzieningen de norm beginnen te worden. “Opschalen is de sleutel. Daar moeten we echt naartoe.”
Haar centrale boodschap is helder: de tijd van praten is voorbij. “We gaan het nu echt doen. Vrijblijvendheid is geen optie meer. Als wij grote woorden gebruiken zoals autonomie en soevereiniteit, moeten we daar ook naar handelen. Dat kan alleen als we anders gaan samenwerken.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#1Overheid #AI #AIAct #AIInfrastructuur #autonomie #forumStandaardisatie #interbestuurlijkeSamenwerking #kadersEnStandaarden #kennisnet #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opschalen #verantwoordDatagebruik
-
Artificiële intelligentie: vooral een bestuurlijke uitdaging
Artificiële intelligentie ontwikkelt zich in hoog tempo en raakt steeds meer domeinen van de overheid. De technologie biedt kansen voor betere dienstverlening en efficiëntere processen, maar brengt ook risico’s met zich mee op het gebied van veiligheid, autonomie en publieke waarden. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is AI daarom 1 van de 6 prioriteiten.
Het aanjaagteam AI onder leiding van Larissa Zegveld werkt aan een gezamenlijke aanpak, waarmee alle overheidslagen verantwoord gebruik kunnen maken van deze technologie.
Zegveld is algemeen directeur van Stichting Kennisnet en voorzitter van Forum Standaardisatie. Ze volgt de NDS al sinds de contouren werden geschetst. Toen bleek dat deze strategie ondanks politieke wisselingen toch doorgang vond, besloot ze zich te committeren aan de rol van voorzitter. “Ik zag een sterke wil om dit echt collectief op te pakken. Het moment is nu. Dit lukt alleen als we bereid zijn anders te gaan samenwerken.”
Het belang van investeren in AI
AI is volgens Zegveld meer dan een technologische vernieuwing. Ze beschouwt het als een strategische factor die samenvalt met grotere geopolitieke en economische ontwikkelingen. “De afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers groeit snel en roept de vraag op hoe Nederland en Europa hun autonomie kunnen behouden. We nemen grote woorden in de mond, zoals soevereiniteit. Maar als we dat serieus menen, moeten we nu handelen. De afslag die nodig is om nog alternatieven te ontwikkelen, komt maar 1 keer voorbij.”
Ze is optimistisch gestemd over het vermogen van Nederland om die alternatieven te kunnen ontwikkelen. Ze wijst op het groeiende aantal experimenten en initiatieven. Ook ziet ze in Europa meer bereidheid om gezamenlijk te investeren in technologie die past bij Europese waarden. “Nederland is een gidsland op het gebied van digitale standaarden. We hebben vaker aangetoond dat we leveranciers kunnen bewegen zich aan onze normen te houden. Dat geeft vertrouwen dat we een eigen positie kunnen innemen.”
Kaderstelling voor verantwoord gebruik
AI kan de overheid veel brengen, van snellere dienstverlening tot slimmere ondersteuning van professionals. Maar innovatie vraagt om stevige kaders. Overheidsorganisaties werken met persoonsgegevens en met voorzieningen die maatschappelijk vitaal zijn. Dat maakt het zorgvuldig ontwerpen en gebruiken van AI onmisbaar. “Wij leveren publieke dienstverlening waarvoor gebruikers niet kunnen uitwijken naar een concurrent”, zegt Zegveld. “Daar hoort een extra verantwoordelijkheid bij.”
Het aanjaagteam AI werkt daarom aan gezamenlijke randvoorwaarden. Europese regels zoals de AI Act vormen belangrijke bouwstenen, maar moeten worden vertaald naar de Nederlandse context. Vervolgens moeten deze kaders ook doorwerken in inkoop, toepassing en beheer. “We moeten duidelijk maken wat we verstaan onder verantwoorde inzet. Dat vraagt om normering en om vertaling naar de praktijk.”
De bestuurlijke uitdaging
De grootste hobbel ligt voor Zegveld niet op technisch vlak, maar in de bestuurlijke context. Het doorbreken van institutionele grenzen is volgens haar essentieel om tot collectieve voorzieningen te komen. “Dit is geen technisch probleem. Dit is een bestuurlijke uitdaging. We bereiken alleen massa in alternatieven, zoals Vlam.ai, als we er samen achter gaan staan. Dat vraagt om ander gedrag, om over grenzen heen durven stappen.”
Nederland heeft een sterke traditie van zelfstandige uitvoeringsorganisaties en departementen met eigen verantwoordelijkheden. Dat maakt samenwerken soms complexer dan in landen met een centralere governance. Toch ziet Zegveld verandering. De prioriteiten van de NDS maken duidelijk waar de komende jaren de focus moet liggen. “We hebben uitgesproken dat dit de 6 onderwerpen zijn die we belangrijk vinden. Dat betekent ook dat we soms nee zeggen tegen dingen die daar niet onder vallen.”
Het aanjaagteam AI: versnellen en verbinden
Binnen het aanjaagteam werken de CIO’s en directeuren van uitvoeringsorganisaties, departementen, gemeenten, provincies en waterschappen samen. Hiermee is de uitvoering vanaf het begin aan tafel. Dat is bewust, zegt Zegveld. “De oplossingen moeten daar landen, dus moeten zij ook mee ontwerpen en realiseren. Zij weten als geen ander wat uitvoerbaar is.”
De werkwijze van het aanjaagteam is gericht op concrete stappen vooruit. Er zijn 6 versnellers opgesteld. Deze omvatten wat er moet gebeuren en welke resultaten worden nagestreefd. “We zijn gestopt met het perfectioneren van papier”, zegt Zegveld. “De uitwerkingen zijn goed genoeg om aan de slag te gaan. Dat is op zichzelf al een verandering. We gaan het nu echt doen.”
“De tijd van vrijblijvendheid is voorbij.”
Larissa ZegveldIn de komende periode worden teams samengesteld die per versneller resultaten gaan boeken. Ook bekijkt het aanjaagteam welke lopende initiatieven kunnen worden omarmd of opgeschaald. Daarbij gaat het onder meer om Vlam.ai, GPT-NL en de recent gelanceerde AI Factory. Het aanjaagteam wil bepalen welke voorzieningen passen binnen de gezamenlijke kaders en waar de overheid als launching customer kan optreden. “Dat is de manier om alternatieven daadwerkelijk volwassen te laten worden.”
Strategische doelen voor AI binnen de overheid
De prioriteit AI kent 2 strategische doelen. Het eerste doel richt zich op het verbeteren van de dienstverlening en het oplossen van maatschappelijke opgaven met behulp van AI. Dat vraagt volgens Zegveld om zorgvuldige toepassing. De overheid werkt met data die burgers verplicht moeten aanleveren en is verantwoordelijk voor betrouwbare dienstverlening. “Dat maakt dat wij anders met nieuwe technologie moeten omgaan dan commerciële bedrijven. Innovatie mag, maar moet verantwoord zijn.”
Het tweede doel is het realiseren van een hoogwaardige AI-infrastructuur die voldoet aan publieke waarden. Het gaat om betrouwbare modellen, toegang tot hoogwaardige datasets, voldoende rekenkracht en om het opleiden en behouden van talent. Dit alles vraagt om een gezamenlijke aanpak. “We hebben uitgesproken dat vrijblijvendheid voorbij is. We gaan voor gemeenschappelijke voorzieningen waar iedereen gebruik van maakt. Individuele oplossingen brengen ons niet verder.”
Relatie met andere prioriteiten
AI staat niet op zichzelf. De samenhang met cloud, data en cybersecurity is direct en intensief. AI-modellen functioneren alleen wanneer de juiste data met voldoende kwaliteit beschikbaar is. Tegelijk moet helder zijn waar die data worden opgeslagen, hoe ze worden beveiligd en of ze binnen de gewenste rechtsorde blijven. “We zijn al jaren bezig met eenmalige uitvraag en meervoudig gebruik. Dat geldt net zo goed voor AI. Je moet precies weten waar data is en waar het naartoe gaat.”
Ook de afhankelijkheid van cloudvoorzieningen vormt een directe koppeling met de prioriteit Cloud. Een soevereine AI-positie is niet denkbaar zonder grip op de onderliggende infrastructuur. De samenwerking tussen voorzitters van de aanjaagteams is daarom intensief. “We treffen elkaar in de NDS-Raad en in het Programma Regie Overleg. Dat voorkomt eilandvorming en zorgt voor samenhang.”
Vooruitblik en boodschap aan de lezer
Over een jaar hoopt Zegveld dat er toepassingen zijn opgeschaald die in brede zin worden gebruikt. Dit betekent dat een succesvolle oplossing van 1 organisatie door andere is overgenomen en dat gezamenlijke voorzieningen de norm beginnen te worden. “Opschalen is de sleutel. Daar moeten we echt naartoe.”
Haar centrale boodschap is helder: de tijd van praten is voorbij. “We gaan het nu echt doen. Vrijblijvendheid is geen optie meer. Als wij grote woorden gebruiken zoals autonomie en soevereiniteit, moeten we daar ook naar handelen. Dat kan alleen als we anders gaan samenwerken.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#1Overheid #AI #AIAct #AIInfrastructuur #autonomie #forumStandaardisatie #interbestuurlijkeSamenwerking #kadersEnStandaarden #kennisnet #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opschalen #verantwoordDatagebruik