home.social

#publiekedienstverlening — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #publiekedienstverlening, aggregated by home.social.

  1. Als overheid voor mensen echt het verschil maken

    De relatie tussen burgers en overheid staat onder druk. Het vertrouwen is de afgelopen jaren afgenomen; mede door complexe processen, versnipperde dienstverlening en schrijnende voorbeelden waarbij mensen vastliepen tussen verschillende loketten. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is daarom expliciet gekozen voor een prioriteit die burgers en ondernemers centraal stelt in (digitale) dienstverlening. 

    Het aanjaagteam op deze prioriteit onder leiding van Hans Ouwehand werkt aan een fundamenteel andere benadering. “Als we het vertrouwen willen herstellen, moeten we als overheid veel beter samenwerken en dienstverlening in één keer goed organiseren.”

    Ouwehand is voorzitter van de raad van bestuur van het CAK en al jaren actief in publieke dienstverlening. Vanuit zijn dagelijkse praktijk ziet hij waar het misgaat. Individuele interacties met de overheid verlopen vaak goed, maar zodra burgers afhankelijk zijn van meerdere organisaties ontstaat er frictie. “Op het moment dat kwetsbare burgers met meerdere overheidsorganisaties te maken krijgen, raken we het spoor kwijt. Dan verdwijnt het overzicht en voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel.”

    Dienstverlening vanuit het perspectief van de burger

    De kern van deze prioriteit is dat de overheid dienstverlening ontwerpt vanuit de leefwereld van burgers en ondernemers. Niet vanuit systemen, organisaties of wettelijke verantwoordelijkheden, maar vanuit wat mensen nodig hebben. Dat vraagt om een andere manier van kijken, benadrukt Ouwehand. “We zijn in het verleden doorgeschoten in het idee van zelfredzaamheid. Maar we moeten nu niet doorslaan in de gedachte dat niemand zelfredzaam is. De werkelijkheid ligt ertussenin.”

    Voor een groot deel van de bevolking werkt digitale zelfbediening prima. Veel zaken kunnen zonder persoonlijk contact met de overheid worden geregeld. Tegelijkertijd is er een groep burgers en ondernemers die ondersteuning nodig heeft. “Die mensen moet je niet laten verdwalen in formulieren, doorlooptijden en loketten. Juist daar moet de overheid het verschil maken.”

    Altijd de juiste deur

    Binnen het aanjaagteam is bewust gekozen om de versnellers te benaderen vanuit de leefwereld van de burger en ondernemers. Ouwehand vindt het belangrijk de volgorde om te draaien. Niet beginnen bij portfolio’s of interne structuren, maar bij de vraag hoe burgers en ondernemers contact ervaren. “In mijn plaatje begint het met 1 loket. Of zoals het vaak wordt genoemd: altijd de juiste deur. Het moet niet uitmaken waar iemand aanklopt.”

    Dat betekent niet dat er 1 centraal loket komt voor alles, maar wel dat de overheid als geheel verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van vragen. Digitale portalen en contactpunten moeten logisch op elkaar aansluiten. Signalen van burgers en ondernemers vormen daarbij het startpunt voor verbetering. “De signaalfunctie begint daar. Welke knelpunten ervaren mensen en wat zeggen die over onze processen?”

    Proactieve dienstverlening in de praktijk

    Een belangrijk onderdeel van deze prioriteit is proactieve dienstverlening. Niet wachten op signalen en tot mensen zelf een aanvraag doen, maar actief helpen wanneer duidelijk is dat iemand ondersteuning nodig – of ergens recht op – heeft. Ouwehand noemt een concreet voorbeeld uit de praktijk, waarin het CAK, gemeenten en het UWV samenwerken. “Mensen die hun zorgpremie niet kunnen betalen, worden vaak verder in de schulden gedrukt. Als we niets doen, maken we het probleem groter.”

    In Rotterdam werd gekeken hoe dit anders kan. Het UWV signaleert wanneer mensen met een Wajong-uitkering toeslagen laten liggen. In plaats van af te wachten, nemen medewerkers contact op. “Ze zeggen niet: ‘Vraag het maar aan’. Ze zeggen: ‘U laat geld liggen. Zal ik u helpen?’” Vervolgens worden mensen direct gekoppeld aan het CAK en de zorgverzekeraar, zodat zij hun zorgverzekering weer kunnen betalen zonder bestuurlijke boete. “Dat is proactieve dienstverlening. Mensen krijgen hulp voordat ze verder vastlopen.”

    Dit soort initiatieven bestonden al, maar kregen via het aanjaagteam extra aandacht. “Wij adopteren deze voorbeelden en versnellen ze. Elke gemeente wil dit.”

    Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.Hans Ouwehand, voorzitter aanjaagteam ‘Burgers en ondernemers centraal in digitale dienstverlening’

    Gegevensdeling als randvoorwaarde

    Samenwerking en proactieve dienstverlening zijn niet mogelijk zonder gegevensdeling tussen organisaties. Dat is volgens Ouwehand een van de grootste belemmeringen. “Als je niet van elkaar weet wat er speelt, kun je niet samenwerken. Privacy is een groot goed, maar soms zeggen we: omwille van uw privacy kunnen we u niet helpen. Dat schuurt.”

    Waar gegevens gedeeld mogen worden, moet dat maximaal gebeuren, vindt hij. En waar wetgeving onnodig in de weg zit, moet die worden aangepast. “Zonder gegevensdeling blijft de overheid gefragmenteerd optreden. Dat is niet in het belang van de burger en ondernemer. We lossen de problemen dan niet structureel op.”

    Daarom is het ‘oplossen van gegevensknelpunten’ ook als versneller opgenomen in de NDS-prioriteit Data. Deze prioriteit staat ook niet op zichzelf. Goede dienstverlening vraagt om data, standaardisatie en verantwoorde inzet van AI. Ouwehand ziet AI als een belangrijke aanjager. “Met AI kun je processen herontwerpen en beter op elkaar laten aansluiten. Maar dat moet wel verantwoord gebeuren.”

    Ook hier geldt dat normering en het delen van goede voorbeelden essentieel zijn. “Je wilt weten wat wel kan en wat nog niet verstandig is.”

    De weg van de verleiding

    Een tweede belemmering zit in de volle veranderagenda’s van overheidsorganisaties. Wetgeving, onderhoud en grote ICT-programma’s drukken bestaande portfolio’s vol. “Je kunt roepen dat iedereen ruimte moet maken, maar zo werkt het niet. De praktijk is weerbarstig.”

    Daarom kiest het aanjaagteam bewust voor de weg van de verleiding. Niet afdwingen, maar laten zien wat werkt. “We verzamelen goede voorbeelden en zetten die in de etalage. Zo kunnen organisaties van elkaar leren. Daarnaast bieden we via de zogenaamde Fieldlabs een omgeving om nieuwe voorbeelden met elkaar uit te werken. En stiekem blijkt er dan vaak meer ruimte te zijn dan vooraf werd gedacht.”

    Cultuurverandering is ingezet

    Volgens Ouwehand is de cultuur binnen de overheid al aan het kantelen. Het besef dat dienstverlening moet aansluiten bij de burger leeft breed. De uitdaging zit vooral in de uitvoering. “Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.”

    Toch ziet hij hoopvolle signalen. Voorbeelden laten zien dat het mogelijk is processen om te draaien. Niet de burger laten aanvragen, maar de overheid laten signaleren en handelen. “Dat denken is gelukkig echt aan het veranderen.”

    Van organiseren naar leveren

    De afgelopen maanden stonden in het teken van het organiseren van het aanjaagteam en het uitwerken van de NDS-versnellers (in inhoudelijke ‘two-pagers’). “Dat klinkt misschien intern, maar het is een belangrijke stap om te bepalen wát er moet gebeuren om de doelstellingen van de NDS te behalen. Nu kunnen we het gesprek voeren over inhoud in plaats van over governance.”

    In de komende periode wordt het veld nadrukkelijk betrokken. Rijk, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, provincies en waterschappen denken mee over de uitwerking. Tegelijkertijd wil het aanjaagteam doorgaan met duidelijke ‘no-brainers’. “We hoeven niet te wachten tot alles is afgestemd om stappen te zetten. We gaan aan de gang en stellen bij wanneer nodig.”

    Wat merken burgers en ondernemers?

    Burgers en ondernemers moeten de effecten terugzien in concrete verbeteringen. Minder verdwalen tussen organisaties, sneller geholpen worden en eerder ondersteuning krijgen. “Mensen moeten voelen dat de overheid hen niet verder het moeras in helpt, maar juist ontzorgt.”

    Ouwehand hoopt dat signalen van burgers structureel worden opgepakt en vertaald naar betere dienstverlening. Initiatieven waarin levensgebeurtenissen centraal staan, kunnen daarbij helpen. “Niet dingen voor mensen bedenken, maar met hen of door hen laten ontstaan.”

    Samenwerken als automatisme

    Over anderhalf jaar wil Ouwehand kunnen zeggen dat samenwerking tussen (overheids)organisaties vanzelfsprekender is geworden. Dat mensen elkaar sneller weten te vinden en signalen direct oppakken. “Dat begint intern, maar het effect moet buiten zichtbaar zijn.”

    Zijn slotboodschap is helder. “We moeten dit samen doen. De burger maakt geen onderscheid tussen organisaties, publiek of privaat. Die wil gewoon geholpen worden. Als we dat uitgangspunt vasthouden, kunnen we echt het verschil maken.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #BurgerCentraal #CAK #DigitaleDienstverlening #gebruiksvriendelijkeOverheid #gegevensdeling #NDS #OndernemerCentraal #proactieveDienstverlening #publiekeDienstverlening #samenwerkingOverheid

  2. Als overheid voor mensen echt het verschil maken

    De relatie tussen burgers en overheid staat onder druk. Het vertrouwen is de afgelopen jaren afgenomen; mede door complexe processen, versnipperde dienstverlening en schrijnende voorbeelden waarbij mensen vastliepen tussen verschillende loketten. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is daarom expliciet gekozen voor een prioriteit die burgers en ondernemers centraal stelt in (digitale) dienstverlening. 

    Het aanjaagteam op deze prioriteit onder leiding van Hans Ouwehand werkt aan een fundamenteel andere benadering. “Als we het vertrouwen willen herstellen, moeten we als overheid veel beter samenwerken en dienstverlening in één keer goed organiseren.”

    Ouwehand is voorzitter van de raad van bestuur van het CAK en al jaren actief in publieke dienstverlening. Vanuit zijn dagelijkse praktijk ziet hij waar het misgaat. Individuele interacties met de overheid verlopen vaak goed, maar zodra burgers afhankelijk zijn van meerdere organisaties ontstaat er frictie. “Op het moment dat kwetsbare burgers met meerdere overheidsorganisaties te maken krijgen, raken we het spoor kwijt. Dan verdwijnt het overzicht en voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel.”

    Dienstverlening vanuit het perspectief van de burger

    De kern van deze prioriteit is dat de overheid dienstverlening ontwerpt vanuit de leefwereld van burgers en ondernemers. Niet vanuit systemen, organisaties of wettelijke verantwoordelijkheden, maar vanuit wat mensen nodig hebben. Dat vraagt om een andere manier van kijken, benadrukt Ouwehand. “We zijn in het verleden doorgeschoten in het idee van zelfredzaamheid. Maar we moeten nu niet doorslaan in de gedachte dat niemand zelfredzaam is. De werkelijkheid ligt ertussenin.”

    Voor een groot deel van de bevolking werkt digitale zelfbediening prima. Veel zaken kunnen zonder persoonlijk contact met de overheid worden geregeld. Tegelijkertijd is er een groep burgers en ondernemers die ondersteuning nodig heeft. “Die mensen moet je niet laten verdwalen in formulieren, doorlooptijden en loketten. Juist daar moet de overheid het verschil maken.”

    Altijd de juiste deur

    Binnen het aanjaagteam is bewust gekozen om de versnellers te benaderen vanuit de leefwereld van de burger en ondernemers. Ouwehand vindt het belangrijk de volgorde om te draaien. Niet beginnen bij portfolio’s of interne structuren, maar bij de vraag hoe burgers en ondernemers contact ervaren. “In mijn plaatje begint het met 1 loket. Of zoals het vaak wordt genoemd: altijd de juiste deur. Het moet niet uitmaken waar iemand aanklopt.”

    Dat betekent niet dat er 1 centraal loket komt voor alles, maar wel dat de overheid als geheel verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van vragen. Digitale portalen en contactpunten moeten logisch op elkaar aansluiten. Signalen van burgers en ondernemers vormen daarbij het startpunt voor verbetering. “De signaalfunctie begint daar. Welke knelpunten ervaren mensen en wat zeggen die over onze processen?”

    Proactieve dienstverlening in de praktijk

    Een belangrijk onderdeel van deze prioriteit is proactieve dienstverlening. Niet wachten op signalen en tot mensen zelf een aanvraag doen, maar actief helpen wanneer duidelijk is dat iemand ondersteuning nodig – of ergens recht op – heeft. Ouwehand noemt een concreet voorbeeld uit de praktijk, waarin het CAK, gemeenten en het UWV samenwerken. “Mensen die hun zorgpremie niet kunnen betalen, worden vaak verder in de schulden gedrukt. Als we niets doen, maken we het probleem groter.”

    In Rotterdam werd gekeken hoe dit anders kan. Het UWV signaleert wanneer mensen met een Wajong-uitkering toeslagen laten liggen. In plaats van af te wachten, nemen medewerkers contact op. “Ze zeggen niet: ‘Vraag het maar aan’. Ze zeggen: ‘U laat geld liggen. Zal ik u helpen?’” Vervolgens worden mensen direct gekoppeld aan het CAK en de zorgverzekeraar, zodat zij hun zorgverzekering weer kunnen betalen zonder bestuurlijke boete. “Dat is proactieve dienstverlening. Mensen krijgen hulp voordat ze verder vastlopen.”

    Dit soort initiatieven bestonden al, maar kregen via het aanjaagteam extra aandacht. “Wij adopteren deze voorbeelden en versnellen ze. Elke gemeente wil dit.”

    Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.Hans Ouwehand, voorzitter aanjaagteam ‘Burgers en ondernemers centraal in digitale dienstverlening’

    Gegevensdeling als randvoorwaarde

    Samenwerking en proactieve dienstverlening zijn niet mogelijk zonder gegevensdeling tussen organisaties. Dat is volgens Ouwehand een van de grootste belemmeringen. “Als je niet van elkaar weet wat er speelt, kun je niet samenwerken. Privacy is een groot goed, maar soms zeggen we: omwille van uw privacy kunnen we u niet helpen. Dat schuurt.”

    Waar gegevens gedeeld mogen worden, moet dat maximaal gebeuren, vindt hij. En waar wetgeving onnodig in de weg zit, moet die worden aangepast. “Zonder gegevensdeling blijft de overheid gefragmenteerd optreden. Dat is niet in het belang van de burger en ondernemer. We lossen de problemen dan niet structureel op.”

    Daarom is het ‘oplossen van gegevensknelpunten’ ook als versneller opgenomen in de NDS-prioriteit Data. Deze prioriteit staat ook niet op zichzelf. Goede dienstverlening vraagt om data, standaardisatie en verantwoorde inzet van AI. Ouwehand ziet AI als een belangrijke aanjager. “Met AI kun je processen herontwerpen en beter op elkaar laten aansluiten. Maar dat moet wel verantwoord gebeuren.”

    Ook hier geldt dat normering en het delen van goede voorbeelden essentieel zijn. “Je wilt weten wat wel kan en wat nog niet verstandig is.”

    De weg van de verleiding

    Een tweede belemmering zit in de volle veranderagenda’s van overheidsorganisaties. Wetgeving, onderhoud en grote ICT-programma’s drukken bestaande portfolio’s vol. “Je kunt roepen dat iedereen ruimte moet maken, maar zo werkt het niet. De praktijk is weerbarstig.”

    Daarom kiest het aanjaagteam bewust voor de weg van de verleiding. Niet afdwingen, maar laten zien wat werkt. “We verzamelen goede voorbeelden en zetten die in de etalage. Zo kunnen organisaties van elkaar leren. Daarnaast bieden we via de zogenaamde Fieldlabs een omgeving om nieuwe voorbeelden met elkaar uit te werken. En stiekem blijkt er dan vaak meer ruimte te zijn dan vooraf werd gedacht.”

    Cultuurverandering is ingezet

    Volgens Ouwehand is de cultuur binnen de overheid al aan het kantelen. Het besef dat dienstverlening moet aansluiten bij de burger leeft breed. De uitdaging zit vooral in de uitvoering. “Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.”

    Toch ziet hij hoopvolle signalen. Voorbeelden laten zien dat het mogelijk is processen om te draaien. Niet de burger laten aanvragen, maar de overheid laten signaleren en handelen. “Dat denken is gelukkig echt aan het veranderen.”

    Van organiseren naar leveren

    De afgelopen maanden stonden in het teken van het organiseren van het aanjaagteam en het uitwerken van de NDS-versnellers (in inhoudelijke ‘two-pagers’). “Dat klinkt misschien intern, maar het is een belangrijke stap om te bepalen wát er moet gebeuren om de doelstellingen van de NDS te behalen. Nu kunnen we het gesprek voeren over inhoud in plaats van over governance.”

    In de komende periode wordt het veld nadrukkelijk betrokken. Rijk, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, provincies en waterschappen denken mee over de uitwerking. Tegelijkertijd wil het aanjaagteam doorgaan met duidelijke ‘no-brainers’. “We hoeven niet te wachten tot alles is afgestemd om stappen te zetten. We gaan aan de gang en stellen bij wanneer nodig.”

    Wat merken burgers en ondernemers?

    Burgers en ondernemers moeten de effecten terugzien in concrete verbeteringen. Minder verdwalen tussen organisaties, sneller geholpen worden en eerder ondersteuning krijgen. “Mensen moeten voelen dat de overheid hen niet verder het moeras in helpt, maar juist ontzorgt.”

    Ouwehand hoopt dat signalen van burgers structureel worden opgepakt en vertaald naar betere dienstverlening. Initiatieven waarin levensgebeurtenissen centraal staan, kunnen daarbij helpen. “Niet dingen voor mensen bedenken, maar met hen of door hen laten ontstaan.”

    Samenwerken als automatisme

    Over anderhalf jaar wil Ouwehand kunnen zeggen dat samenwerking tussen (overheids)organisaties vanzelfsprekender is geworden. Dat mensen elkaar sneller weten te vinden en signalen direct oppakken. “Dat begint intern, maar het effect moet buiten zichtbaar zijn.”

    Zijn slotboodschap is helder. “We moeten dit samen doen. De burger maakt geen onderscheid tussen organisaties, publiek of privaat. Die wil gewoon geholpen worden. Als we dat uitgangspunt vasthouden, kunnen we echt het verschil maken.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #BurgerCentraal #CAK #DigitaleDienstverlening #gebruiksvriendelijkeOverheid #gegevensdeling #NDS #OndernemerCentraal #proactieveDienstverlening #publiekeDienstverlening #samenwerkingOverheid

  3. Als overheid voor mensen echt het verschil maken

    De relatie tussen burgers en overheid staat onder druk. Het vertrouwen is de afgelopen jaren afgenomen; mede door complexe processen, versnipperde dienstverlening en schrijnende voorbeelden waarbij mensen vastliepen tussen verschillende loketten. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is daarom expliciet gekozen voor een prioriteit die burgers en ondernemers centraal stelt in (digitale) dienstverlening. 

    Het aanjaagteam op deze prioriteit onder leiding van Hans Ouwehand werkt aan een fundamenteel andere benadering. “Als we het vertrouwen willen herstellen, moeten we als overheid veel beter samenwerken en dienstverlening in één keer goed organiseren.”

    Ouwehand is voorzitter van de raad van bestuur van het CAK en al jaren actief in publieke dienstverlening. Vanuit zijn dagelijkse praktijk ziet hij waar het misgaat. Individuele interacties met de overheid verlopen vaak goed, maar zodra burgers afhankelijk zijn van meerdere organisaties ontstaat er frictie. “Op het moment dat kwetsbare burgers met meerdere overheidsorganisaties te maken krijgen, raken we het spoor kwijt. Dan verdwijnt het overzicht en voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel.”

    Dienstverlening vanuit het perspectief van de burger

    De kern van deze prioriteit is dat de overheid dienstverlening ontwerpt vanuit de leefwereld van burgers en ondernemers. Niet vanuit systemen, organisaties of wettelijke verantwoordelijkheden, maar vanuit wat mensen nodig hebben. Dat vraagt om een andere manier van kijken, benadrukt Ouwehand. “We zijn in het verleden doorgeschoten in het idee van zelfredzaamheid. Maar we moeten nu niet doorslaan in de gedachte dat niemand zelfredzaam is. De werkelijkheid ligt ertussenin.”

    Voor een groot deel van de bevolking werkt digitale zelfbediening prima. Veel zaken kunnen zonder persoonlijk contact met de overheid worden geregeld. Tegelijkertijd is er een groep burgers en ondernemers die ondersteuning nodig heeft. “Die mensen moet je niet laten verdwalen in formulieren, doorlooptijden en loketten. Juist daar moet de overheid het verschil maken.”

    Altijd de juiste deur

    Binnen het aanjaagteam is bewust gekozen om de versnellers te benaderen vanuit de leefwereld van de burger en ondernemers. Ouwehand vindt het belangrijk de volgorde om te draaien. Niet beginnen bij portfolio’s of interne structuren, maar bij de vraag hoe burgers en ondernemers contact ervaren. “In mijn plaatje begint het met 1 loket. Of zoals het vaak wordt genoemd: altijd de juiste deur. Het moet niet uitmaken waar iemand aanklopt.”

    Dat betekent niet dat er 1 centraal loket komt voor alles, maar wel dat de overheid als geheel verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van vragen. Digitale portalen en contactpunten moeten logisch op elkaar aansluiten. Signalen van burgers en ondernemers vormen daarbij het startpunt voor verbetering. “De signaalfunctie begint daar. Welke knelpunten ervaren mensen en wat zeggen die over onze processen?”

    Proactieve dienstverlening in de praktijk

    Een belangrijk onderdeel van deze prioriteit is proactieve dienstverlening. Niet wachten op signalen en tot mensen zelf een aanvraag doen, maar actief helpen wanneer duidelijk is dat iemand ondersteuning nodig – of ergens recht op – heeft. Ouwehand noemt een concreet voorbeeld uit de praktijk, waarin het CAK, gemeenten en het UWV samenwerken. “Mensen die hun zorgpremie niet kunnen betalen, worden vaak verder in de schulden gedrukt. Als we niets doen, maken we het probleem groter.”

    In Rotterdam werd gekeken hoe dit anders kan. Het UWV signaleert wanneer mensen met een Wajong-uitkering toeslagen laten liggen. In plaats van af te wachten, nemen medewerkers contact op. “Ze zeggen niet: ‘Vraag het maar aan’. Ze zeggen: ‘U laat geld liggen. Zal ik u helpen?’” Vervolgens worden mensen direct gekoppeld aan het CAK en de zorgverzekeraar, zodat zij hun zorgverzekering weer kunnen betalen zonder bestuurlijke boete. “Dat is proactieve dienstverlening. Mensen krijgen hulp voordat ze verder vastlopen.”

    Dit soort initiatieven bestonden al, maar kregen via het aanjaagteam extra aandacht. “Wij adopteren deze voorbeelden en versnellen ze. Elke gemeente wil dit.”

    Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.Hans Ouwehand, voorzitter aanjaagteam ‘Burgers en ondernemers centraal in digitale dienstverlening’

    Gegevensdeling als randvoorwaarde

    Samenwerking en proactieve dienstverlening zijn niet mogelijk zonder gegevensdeling tussen organisaties. Dat is volgens Ouwehand een van de grootste belemmeringen. “Als je niet van elkaar weet wat er speelt, kun je niet samenwerken. Privacy is een groot goed, maar soms zeggen we: omwille van uw privacy kunnen we u niet helpen. Dat schuurt.”

    Waar gegevens gedeeld mogen worden, moet dat maximaal gebeuren, vindt hij. En waar wetgeving onnodig in de weg zit, moet die worden aangepast. “Zonder gegevensdeling blijft de overheid gefragmenteerd optreden. Dat is niet in het belang van de burger en ondernemer. We lossen de problemen dan niet structureel op.”

    Daarom is het ‘oplossen van gegevensknelpunten’ ook als versneller opgenomen in de NDS-prioriteit Data. Deze prioriteit staat ook niet op zichzelf. Goede dienstverlening vraagt om data, standaardisatie en verantwoorde inzet van AI. Ouwehand ziet AI als een belangrijke aanjager. “Met AI kun je processen herontwerpen en beter op elkaar laten aansluiten. Maar dat moet wel verantwoord gebeuren.”

    Ook hier geldt dat normering en het delen van goede voorbeelden essentieel zijn. “Je wilt weten wat wel kan en wat nog niet verstandig is.”

    De weg van de verleiding

    Een tweede belemmering zit in de volle veranderagenda’s van overheidsorganisaties. Wetgeving, onderhoud en grote ICT-programma’s drukken bestaande portfolio’s vol. “Je kunt roepen dat iedereen ruimte moet maken, maar zo werkt het niet. De praktijk is weerbarstig.”

    Daarom kiest het aanjaagteam bewust voor de weg van de verleiding. Niet afdwingen, maar laten zien wat werkt. “We verzamelen goede voorbeelden en zetten die in de etalage. Zo kunnen organisaties van elkaar leren. Daarnaast bieden we via de zogenaamde Fieldlabs een omgeving om nieuwe voorbeelden met elkaar uit te werken. En stiekem blijkt er dan vaak meer ruimte te zijn dan vooraf werd gedacht.”

    Cultuurverandering is ingezet

    Volgens Ouwehand is de cultuur binnen de overheid al aan het kantelen. Het besef dat dienstverlening moet aansluiten bij de burger leeft breed. De uitdaging zit vooral in de uitvoering. “Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.”

    Toch ziet hij hoopvolle signalen. Voorbeelden laten zien dat het mogelijk is processen om te draaien. Niet de burger laten aanvragen, maar de overheid laten signaleren en handelen. “Dat denken is gelukkig echt aan het veranderen.”

    Van organiseren naar leveren

    De afgelopen maanden stonden in het teken van het organiseren van het aanjaagteam en het uitwerken van de NDS-versnellers (in inhoudelijke ‘two-pagers’). “Dat klinkt misschien intern, maar het is een belangrijke stap om te bepalen wát er moet gebeuren om de doelstellingen van de NDS te behalen. Nu kunnen we het gesprek voeren over inhoud in plaats van over governance.”

    In de komende periode wordt het veld nadrukkelijk betrokken. Rijk, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, provincies en waterschappen denken mee over de uitwerking. Tegelijkertijd wil het aanjaagteam doorgaan met duidelijke ‘no-brainers’. “We hoeven niet te wachten tot alles is afgestemd om stappen te zetten. We gaan aan de gang en stellen bij wanneer nodig.”

    Wat merken burgers en ondernemers?

    Burgers en ondernemers moeten de effecten terugzien in concrete verbeteringen. Minder verdwalen tussen organisaties, sneller geholpen worden en eerder ondersteuning krijgen. “Mensen moeten voelen dat de overheid hen niet verder het moeras in helpt, maar juist ontzorgt.”

    Ouwehand hoopt dat signalen van burgers structureel worden opgepakt en vertaald naar betere dienstverlening. Initiatieven waarin levensgebeurtenissen centraal staan, kunnen daarbij helpen. “Niet dingen voor mensen bedenken, maar met hen of door hen laten ontstaan.”

    Samenwerken als automatisme

    Over anderhalf jaar wil Ouwehand kunnen zeggen dat samenwerking tussen (overheids)organisaties vanzelfsprekender is geworden. Dat mensen elkaar sneller weten te vinden en signalen direct oppakken. “Dat begint intern, maar het effect moet buiten zichtbaar zijn.”

    Zijn slotboodschap is helder. “We moeten dit samen doen. De burger maakt geen onderscheid tussen organisaties, publiek of privaat. Die wil gewoon geholpen worden. Als we dat uitgangspunt vasthouden, kunnen we echt het verschil maken.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #BurgerCentraal #CAK #DigitaleDienstverlening #gebruiksvriendelijkeOverheid #gegevensdeling #NDS #OndernemerCentraal #proactieveDienstverlening #publiekeDienstverlening #samenwerkingOverheid

  4. Als overheid voor mensen echt het verschil maken

    De relatie tussen burgers en overheid staat onder druk. Het vertrouwen is de afgelopen jaren afgenomen; mede door complexe processen, versnipperde dienstverlening en schrijnende voorbeelden waarbij mensen vastliepen tussen verschillende loketten. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is daarom expliciet gekozen voor een prioriteit die burgers en ondernemers centraal stelt in (digitale) dienstverlening. 

    Het aanjaagteam op deze prioriteit onder leiding van Hans Ouwehand werkt aan een fundamenteel andere benadering. “Als we het vertrouwen willen herstellen, moeten we als overheid veel beter samenwerken en dienstverlening in één keer goed organiseren.”

    Ouwehand is voorzitter van de raad van bestuur van het CAK en al jaren actief in publieke dienstverlening. Vanuit zijn dagelijkse praktijk ziet hij waar het misgaat. Individuele interacties met de overheid verlopen vaak goed, maar zodra burgers afhankelijk zijn van meerdere organisaties ontstaat er frictie. “Op het moment dat kwetsbare burgers met meerdere overheidsorganisaties te maken krijgen, raken we het spoor kwijt. Dan verdwijnt het overzicht en voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel.”

    Dienstverlening vanuit het perspectief van de burger

    De kern van deze prioriteit is dat de overheid dienstverlening ontwerpt vanuit de leefwereld van burgers en ondernemers. Niet vanuit systemen, organisaties of wettelijke verantwoordelijkheden, maar vanuit wat mensen nodig hebben. Dat vraagt om een andere manier van kijken, benadrukt Ouwehand. “We zijn in het verleden doorgeschoten in het idee van zelfredzaamheid. Maar we moeten nu niet doorslaan in de gedachte dat niemand zelfredzaam is. De werkelijkheid ligt ertussenin.”

    Voor een groot deel van de bevolking werkt digitale zelfbediening prima. Veel zaken kunnen zonder persoonlijk contact met de overheid worden geregeld. Tegelijkertijd is er een groep burgers en ondernemers die ondersteuning nodig heeft. “Die mensen moet je niet laten verdwalen in formulieren, doorlooptijden en loketten. Juist daar moet de overheid het verschil maken.”

    Altijd de juiste deur

    Binnen het aanjaagteam is bewust gekozen om de versnellers te benaderen vanuit de leefwereld van de burger en ondernemers. Ouwehand vindt het belangrijk de volgorde om te draaien. Niet beginnen bij portfolio’s of interne structuren, maar bij de vraag hoe burgers en ondernemers contact ervaren. “In mijn plaatje begint het met 1 loket. Of zoals het vaak wordt genoemd: altijd de juiste deur. Het moet niet uitmaken waar iemand aanklopt.”

    Dat betekent niet dat er 1 centraal loket komt voor alles, maar wel dat de overheid als geheel verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van vragen. Digitale portalen en contactpunten moeten logisch op elkaar aansluiten. Signalen van burgers en ondernemers vormen daarbij het startpunt voor verbetering. “De signaalfunctie begint daar. Welke knelpunten ervaren mensen en wat zeggen die over onze processen?”

    Proactieve dienstverlening in de praktijk

    Een belangrijk onderdeel van deze prioriteit is proactieve dienstverlening. Niet wachten op signalen en tot mensen zelf een aanvraag doen, maar actief helpen wanneer duidelijk is dat iemand ondersteuning nodig – of ergens recht op – heeft. Ouwehand noemt een concreet voorbeeld uit de praktijk, waarin het CAK, gemeenten en het UWV samenwerken. “Mensen die hun zorgpremie niet kunnen betalen, worden vaak verder in de schulden gedrukt. Als we niets doen, maken we het probleem groter.”

    In Rotterdam werd gekeken hoe dit anders kan. Het UWV signaleert wanneer mensen met een Wajong-uitkering toeslagen laten liggen. In plaats van af te wachten, nemen medewerkers contact op. “Ze zeggen niet: ‘Vraag het maar aan’. Ze zeggen: ‘U laat geld liggen. Zal ik u helpen?’” Vervolgens worden mensen direct gekoppeld aan het CAK en de zorgverzekeraar, zodat zij hun zorgverzekering weer kunnen betalen zonder bestuurlijke boete. “Dat is proactieve dienstverlening. Mensen krijgen hulp voordat ze verder vastlopen.”

    Dit soort initiatieven bestonden al, maar kregen via het aanjaagteam extra aandacht. “Wij adopteren deze voorbeelden en versnellen ze. Elke gemeente wil dit.”

    Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.Hans Ouwehand, voorzitter aanjaagteam ‘Burgers en ondernemers centraal in digitale dienstverlening’

    Gegevensdeling als randvoorwaarde

    Samenwerking en proactieve dienstverlening zijn niet mogelijk zonder gegevensdeling tussen organisaties. Dat is volgens Ouwehand een van de grootste belemmeringen. “Als je niet van elkaar weet wat er speelt, kun je niet samenwerken. Privacy is een groot goed, maar soms zeggen we: omwille van uw privacy kunnen we u niet helpen. Dat schuurt.”

    Waar gegevens gedeeld mogen worden, moet dat maximaal gebeuren, vindt hij. En waar wetgeving onnodig in de weg zit, moet die worden aangepast. “Zonder gegevensdeling blijft de overheid gefragmenteerd optreden. Dat is niet in het belang van de burger en ondernemer. We lossen de problemen dan niet structureel op.”

    Daarom is het ‘oplossen van gegevensknelpunten’ ook als versneller opgenomen in de NDS-prioriteit Data. Deze prioriteit staat ook niet op zichzelf. Goede dienstverlening vraagt om data, standaardisatie en verantwoorde inzet van AI. Ouwehand ziet AI als een belangrijke aanjager. “Met AI kun je processen herontwerpen en beter op elkaar laten aansluiten. Maar dat moet wel verantwoord gebeuren.”

    Ook hier geldt dat normering en het delen van goede voorbeelden essentieel zijn. “Je wilt weten wat wel kan en wat nog niet verstandig is.”

    De weg van de verleiding

    Een tweede belemmering zit in de volle veranderagenda’s van overheidsorganisaties. Wetgeving, onderhoud en grote ICT-programma’s drukken bestaande portfolio’s vol. “Je kunt roepen dat iedereen ruimte moet maken, maar zo werkt het niet. De praktijk is weerbarstig.”

    Daarom kiest het aanjaagteam bewust voor de weg van de verleiding. Niet afdwingen, maar laten zien wat werkt. “We verzamelen goede voorbeelden en zetten die in de etalage. Zo kunnen organisaties van elkaar leren. Daarnaast bieden we via de zogenaamde Fieldlabs een omgeving om nieuwe voorbeelden met elkaar uit te werken. En stiekem blijkt er dan vaak meer ruimte te zijn dan vooraf werd gedacht.”

    Cultuurverandering is ingezet

    Volgens Ouwehand is de cultuur binnen de overheid al aan het kantelen. Het besef dat dienstverlening moet aansluiten bij de burger leeft breed. De uitdaging zit vooral in de uitvoering. “Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.”

    Toch ziet hij hoopvolle signalen. Voorbeelden laten zien dat het mogelijk is processen om te draaien. Niet de burger laten aanvragen, maar de overheid laten signaleren en handelen. “Dat denken is gelukkig echt aan het veranderen.”

    Van organiseren naar leveren

    De afgelopen maanden stonden in het teken van het organiseren van het aanjaagteam en het uitwerken van de NDS-versnellers (in inhoudelijke ‘two-pagers’). “Dat klinkt misschien intern, maar het is een belangrijke stap om te bepalen wát er moet gebeuren om de doelstellingen van de NDS te behalen. Nu kunnen we het gesprek voeren over inhoud in plaats van over governance.”

    In de komende periode wordt het veld nadrukkelijk betrokken. Rijk, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, provincies en waterschappen denken mee over de uitwerking. Tegelijkertijd wil het aanjaagteam doorgaan met duidelijke ‘no-brainers’. “We hoeven niet te wachten tot alles is afgestemd om stappen te zetten. We gaan aan de gang en stellen bij wanneer nodig.”

    Wat merken burgers en ondernemers?

    Burgers en ondernemers moeten de effecten terugzien in concrete verbeteringen. Minder verdwalen tussen organisaties, sneller geholpen worden en eerder ondersteuning krijgen. “Mensen moeten voelen dat de overheid hen niet verder het moeras in helpt, maar juist ontzorgt.”

    Ouwehand hoopt dat signalen van burgers structureel worden opgepakt en vertaald naar betere dienstverlening. Initiatieven waarin levensgebeurtenissen centraal staan, kunnen daarbij helpen. “Niet dingen voor mensen bedenken, maar met hen of door hen laten ontstaan.”

    Samenwerken als automatisme

    Over anderhalf jaar wil Ouwehand kunnen zeggen dat samenwerking tussen (overheids)organisaties vanzelfsprekender is geworden. Dat mensen elkaar sneller weten te vinden en signalen direct oppakken. “Dat begint intern, maar het effect moet buiten zichtbaar zijn.”

    Zijn slotboodschap is helder. “We moeten dit samen doen. De burger maakt geen onderscheid tussen organisaties, publiek of privaat. Die wil gewoon geholpen worden. Als we dat uitgangspunt vasthouden, kunnen we echt het verschil maken.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #BurgerCentraal #CAK #DigitaleDienstverlening #gebruiksvriendelijkeOverheid #gegevensdeling #NDS #OndernemerCentraal #proactieveDienstverlening #publiekeDienstverlening #samenwerkingOverheid

  5. Als overheid voor mensen echt het verschil maken

    De relatie tussen burgers en overheid staat onder druk. Het vertrouwen is de afgelopen jaren afgenomen; mede door complexe processen, versnipperde dienstverlening en schrijnende voorbeelden waarbij mensen vastliepen tussen verschillende loketten. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is daarom expliciet gekozen voor een prioriteit die burgers en ondernemers centraal stelt in (digitale) dienstverlening. 

    Het aanjaagteam op deze prioriteit onder leiding van Hans Ouwehand werkt aan een fundamenteel andere benadering. “Als we het vertrouwen willen herstellen, moeten we als overheid veel beter samenwerken en dienstverlening in één keer goed organiseren.”

    Ouwehand is voorzitter van de raad van bestuur van het CAK en al jaren actief in publieke dienstverlening. Vanuit zijn dagelijkse praktijk ziet hij waar het misgaat. Individuele interacties met de overheid verlopen vaak goed, maar zodra burgers afhankelijk zijn van meerdere organisaties ontstaat er frictie. “Op het moment dat kwetsbare burgers met meerdere overheidsorganisaties te maken krijgen, raken we het spoor kwijt. Dan verdwijnt het overzicht en voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel.”

    Dienstverlening vanuit het perspectief van de burger

    De kern van deze prioriteit is dat de overheid dienstverlening ontwerpt vanuit de leefwereld van burgers en ondernemers. Niet vanuit systemen, organisaties of wettelijke verantwoordelijkheden, maar vanuit wat mensen nodig hebben. Dat vraagt om een andere manier van kijken, benadrukt Ouwehand. “We zijn in het verleden doorgeschoten in het idee van zelfredzaamheid. Maar we moeten nu niet doorslaan in de gedachte dat niemand zelfredzaam is. De werkelijkheid ligt ertussenin.”

    Voor een groot deel van de bevolking werkt digitale zelfbediening prima. Veel zaken kunnen zonder persoonlijk contact met de overheid worden geregeld. Tegelijkertijd is er een groep burgers en ondernemers die ondersteuning nodig heeft. “Die mensen moet je niet laten verdwalen in formulieren, doorlooptijden en loketten. Juist daar moet de overheid het verschil maken.”

    Altijd de juiste deur

    Binnen het aanjaagteam is bewust gekozen om de versnellers te benaderen vanuit de leefwereld van de burger en ondernemers. Ouwehand vindt het belangrijk de volgorde om te draaien. Niet beginnen bij portfolio’s of interne structuren, maar bij de vraag hoe burgers en ondernemers contact ervaren. “In mijn plaatje begint het met 1 loket. Of zoals het vaak wordt genoemd: altijd de juiste deur. Het moet niet uitmaken waar iemand aanklopt.”

    Dat betekent niet dat er 1 centraal loket komt voor alles, maar wel dat de overheid als geheel verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van vragen. Digitale portalen en contactpunten moeten logisch op elkaar aansluiten. Signalen van burgers en ondernemers vormen daarbij het startpunt voor verbetering. “De signaalfunctie begint daar. Welke knelpunten ervaren mensen en wat zeggen die over onze processen?”

    Proactieve dienstverlening in de praktijk

    Een belangrijk onderdeel van deze prioriteit is proactieve dienstverlening. Niet wachten op signalen en tot mensen zelf een aanvraag doen, maar actief helpen wanneer duidelijk is dat iemand ondersteuning nodig – of ergens recht op – heeft. Ouwehand noemt een concreet voorbeeld uit de praktijk, waarin het CAK, gemeenten en het UWV samenwerken. “Mensen die hun zorgpremie niet kunnen betalen, worden vaak verder in de schulden gedrukt. Als we niets doen, maken we het probleem groter.”

    In Rotterdam werd gekeken hoe dit anders kan. Het UWV signaleert wanneer mensen met een Wajong-uitkering toeslagen laten liggen. In plaats van af te wachten, nemen medewerkers contact op. “Ze zeggen niet: ‘Vraag het maar aan’. Ze zeggen: ‘U laat geld liggen. Zal ik u helpen?’” Vervolgens worden mensen direct gekoppeld aan het CAK en de zorgverzekeraar, zodat zij hun zorgverzekering weer kunnen betalen zonder bestuurlijke boete. “Dat is proactieve dienstverlening. Mensen krijgen hulp voordat ze verder vastlopen.”

    Dit soort initiatieven bestonden al, maar kregen via het aanjaagteam extra aandacht. “Wij adopteren deze voorbeelden en versnellen ze. Elke gemeente wil dit.”

    Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.Hans Ouwehand, voorzitter aanjaagteam ‘Burgers en ondernemers centraal in digitale dienstverlening’

    Gegevensdeling als randvoorwaarde

    Samenwerking en proactieve dienstverlening zijn niet mogelijk zonder gegevensdeling tussen organisaties. Dat is volgens Ouwehand een van de grootste belemmeringen. “Als je niet van elkaar weet wat er speelt, kun je niet samenwerken. Privacy is een groot goed, maar soms zeggen we: omwille van uw privacy kunnen we u niet helpen. Dat schuurt.”

    Waar gegevens gedeeld mogen worden, moet dat maximaal gebeuren, vindt hij. En waar wetgeving onnodig in de weg zit, moet die worden aangepast. “Zonder gegevensdeling blijft de overheid gefragmenteerd optreden. Dat is niet in het belang van de burger en ondernemer. We lossen de problemen dan niet structureel op.”

    Daarom is het ‘oplossen van gegevensknelpunten’ ook als versneller opgenomen in de NDS-prioriteit Data. Deze prioriteit staat ook niet op zichzelf. Goede dienstverlening vraagt om data, standaardisatie en verantwoorde inzet van AI. Ouwehand ziet AI als een belangrijke aanjager. “Met AI kun je processen herontwerpen en beter op elkaar laten aansluiten. Maar dat moet wel verantwoord gebeuren.”

    Ook hier geldt dat normering en het delen van goede voorbeelden essentieel zijn. “Je wilt weten wat wel kan en wat nog niet verstandig is.”

    De weg van de verleiding

    Een tweede belemmering zit in de volle veranderagenda’s van overheidsorganisaties. Wetgeving, onderhoud en grote ICT-programma’s drukken bestaande portfolio’s vol. “Je kunt roepen dat iedereen ruimte moet maken, maar zo werkt het niet. De praktijk is weerbarstig.”

    Daarom kiest het aanjaagteam bewust voor de weg van de verleiding. Niet afdwingen, maar laten zien wat werkt. “We verzamelen goede voorbeelden en zetten die in de etalage. Zo kunnen organisaties van elkaar leren. Daarnaast bieden we via de zogenaamde Fieldlabs een omgeving om nieuwe voorbeelden met elkaar uit te werken. En stiekem blijkt er dan vaak meer ruimte te zijn dan vooraf werd gedacht.”

    Cultuurverandering is ingezet

    Volgens Ouwehand is de cultuur binnen de overheid al aan het kantelen. Het besef dat dienstverlening moet aansluiten bij de burger leeft breed. De uitdaging zit vooral in de uitvoering. “Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.”

    Toch ziet hij hoopvolle signalen. Voorbeelden laten zien dat het mogelijk is processen om te draaien. Niet de burger laten aanvragen, maar de overheid laten signaleren en handelen. “Dat denken is gelukkig echt aan het veranderen.”

    Van organiseren naar leveren

    De afgelopen maanden stonden in het teken van het organiseren van het aanjaagteam en het uitwerken van de NDS-versnellers (in inhoudelijke ‘two-pagers’). “Dat klinkt misschien intern, maar het is een belangrijke stap om te bepalen wát er moet gebeuren om de doelstellingen van de NDS te behalen. Nu kunnen we het gesprek voeren over inhoud in plaats van over governance.”

    In de komende periode wordt het veld nadrukkelijk betrokken. Rijk, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, provincies en waterschappen denken mee over de uitwerking. Tegelijkertijd wil het aanjaagteam doorgaan met duidelijke ‘no-brainers’. “We hoeven niet te wachten tot alles is afgestemd om stappen te zetten. We gaan aan de gang en stellen bij wanneer nodig.”

    Wat merken burgers en ondernemers?

    Burgers en ondernemers moeten de effecten terugzien in concrete verbeteringen. Minder verdwalen tussen organisaties, sneller geholpen worden en eerder ondersteuning krijgen. “Mensen moeten voelen dat de overheid hen niet verder het moeras in helpt, maar juist ontzorgt.”

    Ouwehand hoopt dat signalen van burgers structureel worden opgepakt en vertaald naar betere dienstverlening. Initiatieven waarin levensgebeurtenissen centraal staan, kunnen daarbij helpen. “Niet dingen voor mensen bedenken, maar met hen of door hen laten ontstaan.”

    Samenwerken als automatisme

    Over anderhalf jaar wil Ouwehand kunnen zeggen dat samenwerking tussen (overheids)organisaties vanzelfsprekender is geworden. Dat mensen elkaar sneller weten te vinden en signalen direct oppakken. “Dat begint intern, maar het effect moet buiten zichtbaar zijn.”

    Zijn slotboodschap is helder. “We moeten dit samen doen. De burger maakt geen onderscheid tussen organisaties, publiek of privaat. Die wil gewoon geholpen worden. Als we dat uitgangspunt vasthouden, kunnen we echt het verschil maken.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #BurgerCentraal #CAK #DigitaleDienstverlening #gebruiksvriendelijkeOverheid #gegevensdeling #NDS #OndernemerCentraal #proactieveDienstverlening #publiekeDienstverlening #samenwerkingOverheid

  6. Investeren in de ambtenaar van nu én morgen

    Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren. 

    Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”

    Niet alleen voor de ICT’ers

    De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”

    Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”

    Digitaal vakmanschap als brede opgave

    Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”

    Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”

    Naar een personeelsstrategie voor digitalisering

    De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”

    Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”

    Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”

    Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis

    Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”

    Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”

    Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”

    Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap

    Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert

    Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”

    Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”

    Versnippering en onbekendheid

    De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”

    Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”

    Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”

    Speerpunten voor het komende jaar

    Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”

    Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”

    Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”

    Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”

    Digitaal vakmanschap is nooit voltooid

    Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”

    Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”

    De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening

  7. Investeren in de ambtenaar van nu én morgen

    Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren. 

    Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”

    Niet alleen voor de ICT’ers

    De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”

    Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”

    Digitaal vakmanschap als brede opgave

    Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”

    Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”

    Naar een personeelsstrategie voor digitalisering

    De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”

    Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”

    Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”

    Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis

    Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”

    Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”

    Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”

    Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap

    Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert

    Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”

    Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”

    Versnippering en onbekendheid

    De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”

    Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”

    Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”

    Speerpunten voor het komende jaar

    Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”

    Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”

    Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”

    Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”

    Digitaal vakmanschap is nooit voltooid

    Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”

    Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”

    De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening

  8. Investeren in de ambtenaar van nu én morgen

    Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren. 

    Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”

    Niet alleen voor de ICT’ers

    De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”

    Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”

    Digitaal vakmanschap als brede opgave

    Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”

    Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”

    Naar een personeelsstrategie voor digitalisering

    De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”

    Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”

    Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”

    Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis

    Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”

    Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”

    Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”

    Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap

    Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert

    Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”

    Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”

    Versnippering en onbekendheid

    De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”

    Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”

    Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”

    Speerpunten voor het komende jaar

    Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”

    Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”

    Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”

    Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”

    Digitaal vakmanschap is nooit voltooid

    Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”

    Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”

    De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening

  9. Investeren in de ambtenaar van nu én morgen

    Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren. 

    Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”

    Niet alleen voor de ICT’ers

    De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”

    Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”

    Digitaal vakmanschap als brede opgave

    Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”

    Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”

    Naar een personeelsstrategie voor digitalisering

    De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”

    Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”

    Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”

    Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis

    Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”

    Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”

    Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”

    Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap

    Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert

    Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”

    Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”

    Versnippering en onbekendheid

    De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”

    Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”

    Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”

    Speerpunten voor het komende jaar

    Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”

    Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”

    Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”

    Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”

    Digitaal vakmanschap is nooit voltooid

    Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”

    Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”

    De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening

  10. Investeren in de ambtenaar van nu én morgen

    Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren. 

    Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”

    Niet alleen voor de ICT’ers

    De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”

    Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”

    Digitaal vakmanschap als brede opgave

    Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”

    Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”

    Naar een personeelsstrategie voor digitalisering

    De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”

    Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”

    Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”

    Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis

    Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”

    Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”

    Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”

    Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap

    Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert

    Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”

    Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”

    Versnippering en onbekendheid

    De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”

    Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”

    Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”

    Speerpunten voor het komende jaar

    Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”

    Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”

    Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”

    Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”

    Digitaal vakmanschap is nooit voltooid

    Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”

    Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”

    De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening

  11. Kaartenset bereidt dienstverleners voor op toekomst

    De Staat van de Uitvoering ontwikkelde samen met de Argumentenfabriek een kaartenset die publieke dienstverleners helpt om toekomstbestendig te werken. Aanleiding was de publicatie ‘Inspiratie uit de toekomst’ waarin urgente knelpunten en trends in de publieke dienstverlening zijn verkend. In brainstormsessies met experts ontstond de behoefte aan een concreet hulpmiddel. De kaartenset is het resultaat: visueel, praktisch en toepasbaar.

    Wat is er gelanceerd?

    Een kaartenset die publieke dienstverleners helpt om hun toekomstbestendigheid te begrijpen, te meten en te versterken. De set bestaat uit 3 kaarten: een definitie, succesfactoren en een analyse van de huidige situatie. De 1e kaart geeft een duidelijke definitie van toekomstbestendigheid, met voorbeelden. De 2e kaart toont hefbomen: factoren die bijdragen aan toekomstgericht werken. De 3e kaart helpt organisaties om hun huidige situatie te analyseren en verbeterpunten te benoemen.

    Waarom is dit nodig?

    Publieke dienstverleners staan onder druk. Wetgeving wordt complexer, technologie verandert snel en samenwerking tussen organisaties verloopt soms moeizaam. Toekomstgericht werken is geen luxe, maar noodzaak. De kaartenset helpt om grip te krijgen op de verschillende uitdagingen.

    Voor wie is het bedoeld?

    Voor iedereen die werkt aan publieke dienstverlening: beleidsmakers, uitvoerders, strategen en innovatoren. De set is ontworpen om samen te gebruiken, bijvoorbeeld in teamsessies of strategische overleggen. De kaarten maken abstracte begrippen concreet. Ze stimuleren reflectie, gesprek en actie. Organisaties kunnen gericht verbeteren en beter inspelen op veranderingen.

    Meer informatie

    De kaartenset is te vinden op de website staatvandeuitvoering.nl. De set is gratis te downloaden voor iedereen die er mee aan de slag wil.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Dienstverlening #nieuwsbrief182025 #publiekeDienstverlening #StaatVanDeUitvoering

  12. Mijlpaal: Register Overheidsorganisaties deelt data in FDS

    Mark Vermeer en Bert Voorbraak ondertekenen de intentieverklaring voor de toetreding van het ROO tot het FDS.

    Logius en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben op 10 juli 2025 een intentieverklaring getekend voor de toetreding van het Register Overheidsorganisaties (ROO) tot het Federatief Datastelsel (FDS). Een nieuwe mijlpaal op weg naar betere gegevensuitwisseling binnen overheidsland.

    Bert Voorbraak, algemeen directeur van Logius, en Mark Vermeer, directeur Digitale Overheid bij BZK, zijn bijeengekomen om de intentieverklaring te tekenen. In aanloop naar dat officiële moment praten ze in een vergaderruimte op de Turfmarkt in Den Haag over de achtergrond en het belang van deze intentieverklaring.

    ROO en FDS

    Het Register Overheidsorganisaties (ROO) wordt beheerd door Logius en bevat gegevens over alle overheidsorganisaties in Nederland. Het Federatief Datastelsel (FDS) faciliteert gestructureerde gegevensdeling tussen overheidsorganisaties volgens afgesproken standaarden en regelgeving. Meer informatie over FDS vind je op de website van het programma Realisatie Interbestuurlijke Datastrategie.

    Natuurlijk moment

    “Wat ik heel belangrijk vind, is de uitstraling van werken als 1 overheid”, trapt Bert Voorbraak af. “Dat is wat mij betreft ook een fundamenteel onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.” Mark Vermeer vult aan: “Als overheid kun je alleen maar 1 gezicht naar burgers en bedrijven tonen als je beschikt over dezelfde informatiepositie. En daar draagt het Federatief Datastelsel aan bij.”

    De timing van deze intentieverklaring komt ook niet toevallig. “De Nederlandse Digitaliseringsstrategie is 4 juli 2025 gepubliceerd, waardoor dit een natuurlijk moment is voor verdere stappen richting een geïntegreerde overheid”, licht Vermeer toe. “En heel praktisch, het ROO kán ook toetreden, omdat er nu een API is die voldoet aan de opzet van het FDS. Bovendien gaat het hier, in tegenstelling tot bij andere bronnen, om relatief overzichtelijke gegevens met relatief overzichtelijke toepassingen.”

    Een actueel register geeft betrouwbaarheid

    “Het is wel belangrijk om het register actueel te houden”, benadrukt Voorbraak. “De ontwikkelingen in overheidsland volgen elkaar snel op, zoals gemeenten die samengevoegd worden. Ik woon zelf in Het Gooi, waar het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht gesplitst wordt. Zo’n verandering toont aan dat het werk niet beperkt blijft tot eenmalig een register opzetten. Voor de betrouwbaarheid van deze bron is het cruciaal om het register actueel te houden. Betrouwbaarheid staat bij dit onderwerp centraal.”

    Van Staatsalmanak tot digitaal register

    De complexiteit van (het bijhouden van) databronnen in de overheid is niet nieuw. Tijdens het interview bladert Mark Vermeer glimlachend door de 1e Staatsalmanak uit 1860. “Briljant dit! Je kunt bijvoorbeeld nazoeken wie allemaal van adel is! O, en ik zie nu het departement van justitie. Daar is de secretaris-generaal de heer De Jonge.”

    “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste” Mark Vermeer (BZK)

    De digitale evolutie heeft de toegankelijkheid van deze gegevens uiteraard wel drastisch verbeterd. Vermeer klapt het boekwerk dicht, legt het voor zich op tafel en staart er nog even naar. “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste. De overheid telt inmiddels veel organisaties in verschillende rechtsvormen, waarbij het register helpt om duidelijkheid te scheppen.”

    Gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Een belangrijk aspect van de toetreding van het ROO tot de FDS zijn de afspraken over rollen en verantwoordelijkheden. KOOP (Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties, onderdeel van Logius) is weliswaar als beheerder de spin in het web, maar de verantwoordelijkheid voor het up-to-date houden van de gegevens in het ROO ligt bij de eigenaren van de betreffende gegevens.

    “Het beheer van het register is een gedeelde verantwoordelijkheid”, benadrukt Voorbraak. “Wij nemen dus niet de verantwoordelijkheden van andere organisaties over, maar wijzen ze op hun eigen rol. Daar kunnen we natuurlijk best een helpende hand in bieden, als een soort monitor. Maar elke organisatie is zelf verantwoordelijk voor het actueel houden van de gegevens.”

    Belang voor de overheid zelf

    Naast de voordelen van het deelnemen van het ROO aan het FDS voor burgers en bedrijven, ziet Voorbraak ook de waarde ervan binnen de overheid zelf: “Het is ook voor onszelf als overheidsorganisaties belangrijk om elkaar te kennen en op het juiste moment over de juiste gegevens te beschikken. Omdat ik veel verbinding heb met veel overheidspartijen, merk ik dat we elkaar eigenlijk niet zo goed kennen. Een register als het ROO kan daar een extra rol in spelen en helpt ons om sneller betere besluiten te kunnen nemen.”

    Bert Voorbraak (Logius): “Betrouwbaarheid gegevens staat centraal”

    Lessen voor andere organisaties

    Vermeer geeft een belangrijke les mee voor andere organisaties die overwegen deel te nemen aan het FDS. “Bronhouders, dus degenen die databestanden bijhouden, hebben niet altijd compleet zicht op wie de databestanden allemaal gebruiken. Dus in welke mate en waarvoor. Daarom is het van belang om te investeren in het ontsluiten van data volgens de afspraken van het FDS.”

    Voorbraak moedigt andere organisaties aan om ook toe te treden tot het FDS. “Alsjeblieft, doe het. En voel niet de vrijheid om je te distantiëren van een register als het ROO, ook al heb je die vrijheid in de formele zin van het woord. Want daarmee maken we het onszelf als overheid zo ongelooflijk lastig.”

    FDS als aanjager publieke dienstverlening van de toekomst

    Voor de langere termijn ziet Vermeer het FDS als aanjager voor verdere overheidsmodernisering: “Het FDS draait om het gestandaardiseerd en verantwoord delen en gebruiken van data over domeinen heen. Dat is de werkwijze die past bij die ambitie om meer als 1 overheid te werken. En om daarmee ook veel effectiever en efficiënter diensten te verlenen aan burgers en bedrijven, hetzij direct, hetzij indirect.”

    Het FDS wordt ontwikkeld in het kader van de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS). De IBDS is opgezet om kansen van verantwoord datagebruik te benutten en knelpunten aan te pakken. De deelname van het ROO bij het FDS markeert een belangrijke stap in de realisatie van de IBDS en van de recent gepubliceerde Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Hierbij staan data-uitwisseling en samenwerking als 1 overheid centraal in de publieke dienstverlening van de toekomst. Voorbraak benadrukt de verantwoordelijkheid om dit als overheid voor de maatschappij voor elkaar te krijgen. “Laten we niet allemaal weer onze eigen koers gaan varen, maar hier gezamenlijk in optrekken.”

    “Ik hoop natuurlijk dat vele gegevenshouders dit voorbeeld zullen volgen en ook de intentieklaring tekenen”, sluit Vermeer af. “En nog beter: dat ze die ook uitvoeren!”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #digitaleEvolutie #FederatiefDatastelsel #IBDS #NDS #nieuwsbrief142025 #publiekeDienstverlening #RegisterOverheidsorganisaties

  13. Mijlpaal: Register Overheidsorganisaties deelt data in FDS

    Mark Vermeer en Bert Voorbraak ondertekenen de intentieverklaring voor de toetreding van het ROO tot het FDS.

    Logius en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben op 10 juli 2025 een intentieverklaring getekend voor de toetreding van het Register Overheidsorganisaties (ROO) tot het Federatief Datastelsel (FDS). Een nieuwe mijlpaal op weg naar betere gegevensuitwisseling binnen overheidsland.

    Bert Voorbraak, algemeen directeur van Logius, en Mark Vermeer, directeur Digitale Overheid bij BZK, zijn bijeengekomen om de intentieverklaring te tekenen. In aanloop naar dat officiële moment praten ze in een vergaderruimte op de Turfmarkt in Den Haag over de achtergrond en het belang van deze intentieverklaring.

    ROO en FDS

    Het Register Overheidsorganisaties (ROO) wordt beheerd door Logius en bevat gegevens over alle overheidsorganisaties in Nederland. Het Federatief Datastelsel (FDS) faciliteert gestructureerde gegevensdeling tussen overheidsorganisaties volgens afgesproken standaarden en regelgeving. Meer informatie over FDS vind je op de website van het programma Realisatie Interbestuurlijke Datastrategie.

    Natuurlijk moment

    “Wat ik heel belangrijk vind, is de uitstraling van werken als 1 overheid”, trapt Bert Voorbraak af. “Dat is wat mij betreft ook een fundamenteel onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.” Mark Vermeer vult aan: “Als overheid kun je alleen maar 1 gezicht naar burgers en bedrijven tonen als je beschikt over dezelfde informatiepositie. En daar draagt het Federatief Datastelsel aan bij.”

    De timing van deze intentieverklaring komt ook niet toevallig. “De Nederlandse Digitaliseringsstrategie is 4 juli 2025 gepubliceerd, waardoor dit een natuurlijk moment is voor verdere stappen richting een geïntegreerde overheid”, licht Vermeer toe. “En heel praktisch, het ROO kán ook toetreden, omdat er nu een API is die voldoet aan de opzet van het FDS. Bovendien gaat het hier, in tegenstelling tot bij andere bronnen, om relatief overzichtelijke gegevens met relatief overzichtelijke toepassingen.”

    Een actueel register geeft betrouwbaarheid

    “Het is wel belangrijk om het register actueel te houden”, benadrukt Voorbraak. “De ontwikkelingen in overheidsland volgen elkaar snel op, zoals gemeenten die samengevoegd worden. Ik woon zelf in Het Gooi, waar het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht gesplitst wordt. Zo’n verandering toont aan dat het werk niet beperkt blijft tot eenmalig een register opzetten. Voor de betrouwbaarheid van deze bron is het cruciaal om het register actueel te houden. Betrouwbaarheid staat bij dit onderwerp centraal.”

    Van Staatsalmanak tot digitaal register

    De complexiteit van (het bijhouden van) databronnen in de overheid is niet nieuw. Tijdens het interview bladert Mark Vermeer glimlachend door de 1e Staatsalmanak uit 1860. “Briljant dit! Je kunt bijvoorbeeld nazoeken wie allemaal van adel is! O, en ik zie nu het departement van justitie. Daar is de secretaris-generaal de heer De Jonge.”

    “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste” Mark Vermeer (BZK)

    De digitale evolutie heeft de toegankelijkheid van deze gegevens uiteraard wel drastisch verbeterd. Vermeer klapt het boekwerk dicht, legt het voor zich op tafel en staart er nog even naar. “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste. De overheid telt inmiddels veel organisaties in verschillende rechtsvormen, waarbij het register helpt om duidelijkheid te scheppen.”

    Gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Een belangrijk aspect van de toetreding van het ROO tot de FDS zijn de afspraken over rollen en verantwoordelijkheden. KOOP (Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties, onderdeel van Logius) is weliswaar als beheerder de spin in het web, maar de verantwoordelijkheid voor het up-to-date houden van de gegevens in het ROO ligt bij de eigenaren van de betreffende gegevens.

    “Het beheer van het register is een gedeelde verantwoordelijkheid”, benadrukt Voorbraak. “Wij nemen dus niet de verantwoordelijkheden van andere organisaties over, maar wijzen ze op hun eigen rol. Daar kunnen we natuurlijk best een helpende hand in bieden, als een soort monitor. Maar elke organisatie is zelf verantwoordelijk voor het actueel houden van de gegevens.”

    Belang voor de overheid zelf

    Naast de voordelen van het deelnemen van het ROO aan het FDS voor burgers en bedrijven, ziet Voorbraak ook de waarde ervan binnen de overheid zelf: “Het is ook voor onszelf als overheidsorganisaties belangrijk om elkaar te kennen en op het juiste moment over de juiste gegevens te beschikken. Omdat ik veel verbinding heb met veel overheidspartijen, merk ik dat we elkaar eigenlijk niet zo goed kennen. Een register als het ROO kan daar een extra rol in spelen en helpt ons om sneller betere besluiten te kunnen nemen.”

    Bert Voorbraak (Logius): “Betrouwbaarheid gegevens staat centraal”

    Lessen voor andere organisaties

    Vermeer geeft een belangrijke les mee voor andere organisaties die overwegen deel te nemen aan het FDS. “Bronhouders, dus degenen die databestanden bijhouden, hebben niet altijd compleet zicht op wie de databestanden allemaal gebruiken. Dus in welke mate en waarvoor. Daarom is het van belang om te investeren in het ontsluiten van data volgens de afspraken van het FDS.”

    Voorbraak moedigt andere organisaties aan om ook toe te treden tot het FDS. “Alsjeblieft, doe het. En voel niet de vrijheid om je te distantiëren van een register als het ROO, ook al heb je die vrijheid in de formele zin van het woord. Want daarmee maken we het onszelf als overheid zo ongelooflijk lastig.”

    FDS als aanjager publieke dienstverlening van de toekomst

    Voor de langere termijn ziet Vermeer het FDS als aanjager voor verdere overheidsmodernisering: “Het FDS draait om het gestandaardiseerd en verantwoord delen en gebruiken van data over domeinen heen. Dat is de werkwijze die past bij die ambitie om meer als 1 overheid te werken. En om daarmee ook veel effectiever en efficiënter diensten te verlenen aan burgers en bedrijven, hetzij direct, hetzij indirect.”

    Het FDS wordt ontwikkeld in het kader van de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS). De IBDS is opgezet om kansen van verantwoord datagebruik te benutten en knelpunten aan te pakken. De deelname van het ROO bij het FDS markeert een belangrijke stap in de realisatie van de IBDS en van de recent gepubliceerde Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Hierbij staan data-uitwisseling en samenwerking als 1 overheid centraal in de publieke dienstverlening van de toekomst. Voorbraak benadrukt de verantwoordelijkheid om dit als overheid voor de maatschappij voor elkaar te krijgen. “Laten we niet allemaal weer onze eigen koers gaan varen, maar hier gezamenlijk in optrekken.”

    “Ik hoop natuurlijk dat vele gegevenshouders dit voorbeeld zullen volgen en ook de intentieklaring tekenen”, sluit Vermeer af. “En nog beter: dat ze die ook uitvoeren!”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #digitaleEvolutie #FederatiefDatastelsel #IBDS #NDS #nieuwsbrief142025 #publiekeDienstverlening #RegisterOverheidsorganisaties

  14. Mijlpaal: Register Overheidsorganisaties deelt data in FDS

    Mark Vermeer en Bert Voorbraak ondertekenen de intentieverklaring voor de toetreding van het ROO tot het FDS.

    Logius en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben op 10 juli 2025 een intentieverklaring getekend voor de toetreding van het Register Overheidsorganisaties (ROO) tot het Federatief Datastelsel (FDS). Een nieuwe mijlpaal op weg naar betere gegevensuitwisseling binnen overheidsland.

    Bert Voorbraak, algemeen directeur van Logius, en Mark Vermeer, directeur Digitale Overheid bij BZK, zijn bijeengekomen om de intentieverklaring te tekenen. In aanloop naar dat officiële moment praten ze in een vergaderruimte op de Turfmarkt in Den Haag over de achtergrond en het belang van deze intentieverklaring.

    ROO en FDS

    Het Register Overheidsorganisaties (ROO) wordt beheerd door Logius en bevat gegevens over alle overheidsorganisaties in Nederland. Het Federatief Datastelsel (FDS) faciliteert gestructureerde gegevensdeling tussen overheidsorganisaties volgens afgesproken standaarden en regelgeving. Meer informatie over FDS vind je op de website van het programma Realisatie Interbestuurlijke Datastrategie.

    Natuurlijk moment

    “Wat ik heel belangrijk vind, is de uitstraling van werken als 1 overheid”, trapt Bert Voorbraak af. “Dat is wat mij betreft ook een fundamenteel onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.” Mark Vermeer vult aan: “Als overheid kun je alleen maar 1 gezicht naar burgers en bedrijven tonen als je beschikt over dezelfde informatiepositie. En daar draagt het Federatief Datastelsel aan bij.”

    De timing van deze intentieverklaring komt ook niet toevallig. “De Nederlandse Digitaliseringsstrategie is 4 juli 2025 gepubliceerd, waardoor dit een natuurlijk moment is voor verdere stappen richting een geïntegreerde overheid”, licht Vermeer toe. “En heel praktisch, het ROO kán ook toetreden, omdat er nu een API is die voldoet aan de opzet van het FDS. Bovendien gaat het hier, in tegenstelling tot bij andere bronnen, om relatief overzichtelijke gegevens met relatief overzichtelijke toepassingen.”

    Een actueel register geeft betrouwbaarheid

    “Het is wel belangrijk om het register actueel te houden”, benadrukt Voorbraak. “De ontwikkelingen in overheidsland volgen elkaar snel op, zoals gemeenten die samengevoegd worden. Ik woon zelf in Het Gooi, waar het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht gesplitst wordt. Zo’n verandering toont aan dat het werk niet beperkt blijft tot eenmalig een register opzetten. Voor de betrouwbaarheid van deze bron is het cruciaal om het register actueel te houden. Betrouwbaarheid staat bij dit onderwerp centraal.”

    Van Staatsalmanak tot digitaal register

    De complexiteit van (het bijhouden van) databronnen in de overheid is niet nieuw. Tijdens het interview bladert Mark Vermeer glimlachend door de 1e Staatsalmanak uit 1860. “Briljant dit! Je kunt bijvoorbeeld nazoeken wie allemaal van adel is! O, en ik zie nu het departement van justitie. Daar is de secretaris-generaal de heer De Jonge.”

    “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste” Mark Vermeer (BZK)

    De digitale evolutie heeft de toegankelijkheid van deze gegevens uiteraard wel drastisch verbeterd. Vermeer klapt het boekwerk dicht, legt het voor zich op tafel en staart er nog even naar. “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste. De overheid telt inmiddels veel organisaties in verschillende rechtsvormen, waarbij het register helpt om duidelijkheid te scheppen.”

    Gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Een belangrijk aspect van de toetreding van het ROO tot de FDS zijn de afspraken over rollen en verantwoordelijkheden. KOOP (Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties, onderdeel van Logius) is weliswaar als beheerder de spin in het web, maar de verantwoordelijkheid voor het up-to-date houden van de gegevens in het ROO ligt bij de eigenaren van de betreffende gegevens.

    “Het beheer van het register is een gedeelde verantwoordelijkheid”, benadrukt Voorbraak. “Wij nemen dus niet de verantwoordelijkheden van andere organisaties over, maar wijzen ze op hun eigen rol. Daar kunnen we natuurlijk best een helpende hand in bieden, als een soort monitor. Maar elke organisatie is zelf verantwoordelijk voor het actueel houden van de gegevens.”

    Belang voor de overheid zelf

    Naast de voordelen van het deelnemen van het ROO aan het FDS voor burgers en bedrijven, ziet Voorbraak ook de waarde ervan binnen de overheid zelf: “Het is ook voor onszelf als overheidsorganisaties belangrijk om elkaar te kennen en op het juiste moment over de juiste gegevens te beschikken. Omdat ik veel verbinding heb met veel overheidspartijen, merk ik dat we elkaar eigenlijk niet zo goed kennen. Een register als het ROO kan daar een extra rol in spelen en helpt ons om sneller betere besluiten te kunnen nemen.”

    Bert Voorbraak (Logius): “Betrouwbaarheid gegevens staat centraal”

    Lessen voor andere organisaties

    Vermeer geeft een belangrijke les mee voor andere organisaties die overwegen deel te nemen aan het FDS. “Bronhouders, dus degenen die databestanden bijhouden, hebben niet altijd compleet zicht op wie de databestanden allemaal gebruiken. Dus in welke mate en waarvoor. Daarom is het van belang om te investeren in het ontsluiten van data volgens de afspraken van het FDS.”

    Voorbraak moedigt andere organisaties aan om ook toe te treden tot het FDS. “Alsjeblieft, doe het. En voel niet de vrijheid om je te distantiëren van een register als het ROO, ook al heb je die vrijheid in de formele zin van het woord. Want daarmee maken we het onszelf als overheid zo ongelooflijk lastig.”

    FDS als aanjager publieke dienstverlening van de toekomst

    Voor de langere termijn ziet Vermeer het FDS als aanjager voor verdere overheidsmodernisering: “Het FDS draait om het gestandaardiseerd en verantwoord delen en gebruiken van data over domeinen heen. Dat is de werkwijze die past bij die ambitie om meer als 1 overheid te werken. En om daarmee ook veel effectiever en efficiënter diensten te verlenen aan burgers en bedrijven, hetzij direct, hetzij indirect.”

    Het FDS wordt ontwikkeld in het kader van de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS). De IBDS is opgezet om kansen van verantwoord datagebruik te benutten en knelpunten aan te pakken. De deelname van het ROO bij het FDS markeert een belangrijke stap in de realisatie van de IBDS en van de recent gepubliceerde Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Hierbij staan data-uitwisseling en samenwerking als 1 overheid centraal in de publieke dienstverlening van de toekomst. Voorbraak benadrukt de verantwoordelijkheid om dit als overheid voor de maatschappij voor elkaar te krijgen. “Laten we niet allemaal weer onze eigen koers gaan varen, maar hier gezamenlijk in optrekken.”

    “Ik hoop natuurlijk dat vele gegevenshouders dit voorbeeld zullen volgen en ook de intentieklaring tekenen”, sluit Vermeer af. “En nog beter: dat ze die ook uitvoeren!”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #digitaleEvolutie #FederatiefDatastelsel #IBDS #NDS #nieuwsbrief142025 #publiekeDienstverlening #RegisterOverheidsorganisaties

  15. Mijlpaal: Register Overheidsorganisaties deelt data in FDS

    Mark Vermeer en Bert Voorbraak ondertekenen de intentieverklaring voor de toetreding van het ROO tot het FDS.

    Logius en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben op 10 juli 2025 een intentieverklaring getekend voor de toetreding van het Register Overheidsorganisaties (ROO) tot het Federatief Datastelsel (FDS). Een nieuwe mijlpaal op weg naar betere gegevensuitwisseling binnen overheidsland.

    Bert Voorbraak, algemeen directeur van Logius, en Mark Vermeer, directeur Digitale Overheid bij BZK, zijn bijeengekomen om de intentieverklaring te tekenen. In aanloop naar dat officiële moment praten ze in een vergaderruimte op de Turfmarkt in Den Haag over de achtergrond en het belang van deze intentieverklaring.

    ROO en FDS

    Het Register Overheidsorganisaties (ROO) wordt beheerd door Logius en bevat gegevens over alle overheidsorganisaties in Nederland. Het Federatief Datastelsel (FDS) faciliteert gestructureerde gegevensdeling tussen overheidsorganisaties volgens afgesproken standaarden en regelgeving. Meer informatie over FDS vind je op de website van het programma Realisatie Interbestuurlijke Datastrategie.

    Natuurlijk moment

    “Wat ik heel belangrijk vind, is de uitstraling van werken als 1 overheid”, trapt Bert Voorbraak af. “Dat is wat mij betreft ook een fundamenteel onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.” Mark Vermeer vult aan: “Als overheid kun je alleen maar 1 gezicht naar burgers en bedrijven tonen als je beschikt over dezelfde informatiepositie. En daar draagt het Federatief Datastelsel aan bij.”

    De timing van deze intentieverklaring komt ook niet toevallig. “De Nederlandse Digitaliseringsstrategie is 4 juli 2025 gepubliceerd, waardoor dit een natuurlijk moment is voor verdere stappen richting een geïntegreerde overheid”, licht Vermeer toe. “En heel praktisch, het ROO kán ook toetreden, omdat er nu een API is die voldoet aan de opzet van het FDS. Bovendien gaat het hier, in tegenstelling tot bij andere bronnen, om relatief overzichtelijke gegevens met relatief overzichtelijke toepassingen.”

    Een actueel register geeft betrouwbaarheid

    “Het is wel belangrijk om het register actueel te houden”, benadrukt Voorbraak. “De ontwikkelingen in overheidsland volgen elkaar snel op, zoals gemeenten die samengevoegd worden. Ik woon zelf in Het Gooi, waar het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht gesplitst wordt. Zo’n verandering toont aan dat het werk niet beperkt blijft tot eenmalig een register opzetten. Voor de betrouwbaarheid van deze bron is het cruciaal om het register actueel te houden. Betrouwbaarheid staat bij dit onderwerp centraal.”

    Van Staatsalmanak tot digitaal register

    De complexiteit van (het bijhouden van) databronnen in de overheid is niet nieuw. Tijdens het interview bladert Mark Vermeer glimlachend door de 1e Staatsalmanak uit 1860. “Briljant dit! Je kunt bijvoorbeeld nazoeken wie allemaal van adel is! O, en ik zie nu het departement van justitie. Daar is de secretaris-generaal de heer De Jonge.”

    “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste” Mark Vermeer (BZK)

    De digitale evolutie heeft de toegankelijkheid van deze gegevens uiteraard wel drastisch verbeterd. Vermeer klapt het boekwerk dicht, legt het voor zich op tafel en staart er nog even naar. “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste. De overheid telt inmiddels veel organisaties in verschillende rechtsvormen, waarbij het register helpt om duidelijkheid te scheppen.”

    Gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Een belangrijk aspect van de toetreding van het ROO tot de FDS zijn de afspraken over rollen en verantwoordelijkheden. KOOP (Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties, onderdeel van Logius) is weliswaar als beheerder de spin in het web, maar de verantwoordelijkheid voor het up-to-date houden van de gegevens in het ROO ligt bij de eigenaren van de betreffende gegevens.

    “Het beheer van het register is een gedeelde verantwoordelijkheid”, benadrukt Voorbraak. “Wij nemen dus niet de verantwoordelijkheden van andere organisaties over, maar wijzen ze op hun eigen rol. Daar kunnen we natuurlijk best een helpende hand in bieden, als een soort monitor. Maar elke organisatie is zelf verantwoordelijk voor het actueel houden van de gegevens.”

    Belang voor de overheid zelf

    Naast de voordelen van het deelnemen van het ROO aan het FDS voor burgers en bedrijven, ziet Voorbraak ook de waarde ervan binnen de overheid zelf: “Het is ook voor onszelf als overheidsorganisaties belangrijk om elkaar te kennen en op het juiste moment over de juiste gegevens te beschikken. Omdat ik veel verbinding heb met veel overheidspartijen, merk ik dat we elkaar eigenlijk niet zo goed kennen. Een register als het ROO kan daar een extra rol in spelen en helpt ons om sneller betere besluiten te kunnen nemen.”

    Bert Voorbraak (Logius): “Betrouwbaarheid gegevens staat centraal”

    Lessen voor andere organisaties

    Vermeer geeft een belangrijke les mee voor andere organisaties die overwegen deel te nemen aan het FDS. “Bronhouders, dus degenen die databestanden bijhouden, hebben niet altijd compleet zicht op wie de databestanden allemaal gebruiken. Dus in welke mate en waarvoor. Daarom is het van belang om te investeren in het ontsluiten van data volgens de afspraken van het FDS.”

    Voorbraak moedigt andere organisaties aan om ook toe te treden tot het FDS. “Alsjeblieft, doe het. En voel niet de vrijheid om je te distantiëren van een register als het ROO, ook al heb je die vrijheid in de formele zin van het woord. Want daarmee maken we het onszelf als overheid zo ongelooflijk lastig.”

    FDS als aanjager publieke dienstverlening van de toekomst

    Voor de langere termijn ziet Vermeer het FDS als aanjager voor verdere overheidsmodernisering: “Het FDS draait om het gestandaardiseerd en verantwoord delen en gebruiken van data over domeinen heen. Dat is de werkwijze die past bij die ambitie om meer als 1 overheid te werken. En om daarmee ook veel effectiever en efficiënter diensten te verlenen aan burgers en bedrijven, hetzij direct, hetzij indirect.”

    Het FDS wordt ontwikkeld in het kader van de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS). De IBDS is opgezet om kansen van verantwoord datagebruik te benutten en knelpunten aan te pakken. De deelname van het ROO bij het FDS markeert een belangrijke stap in de realisatie van de IBDS en van de recent gepubliceerde Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Hierbij staan data-uitwisseling en samenwerking als 1 overheid centraal in de publieke dienstverlening van de toekomst. Voorbraak benadrukt de verantwoordelijkheid om dit als overheid voor de maatschappij voor elkaar te krijgen. “Laten we niet allemaal weer onze eigen koers gaan varen, maar hier gezamenlijk in optrekken.”

    “Ik hoop natuurlijk dat vele gegevenshouders dit voorbeeld zullen volgen en ook de intentieklaring tekenen”, sluit Vermeer af. “En nog beter: dat ze die ook uitvoeren!”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #digitaleEvolutie #FederatiefDatastelsel #IBDS #NDS #nieuwsbrief142025 #publiekeDienstverlening #RegisterOverheidsorganisaties

  16. Mijlpaal: Register Overheidsorganisaties deelt data in FDS

    Mark Vermeer en Bert Voorbraak ondertekenen de intentieverklaring voor de toetreding van het ROO tot het FDS.

    Logius en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben op 10 juli 2025 een intentieverklaring getekend voor de toetreding van het Register Overheidsorganisaties (ROO) tot het Federatief Datastelsel (FDS). Een nieuwe mijlpaal op weg naar betere gegevensuitwisseling binnen overheidsland.

    Bert Voorbraak, algemeen directeur van Logius, en Mark Vermeer, directeur Digitale Overheid bij BZK, zijn bijeengekomen om de intentieverklaring te tekenen. In aanloop naar dat officiële moment praten ze in een vergaderruimte op de Turfmarkt in Den Haag over de achtergrond en het belang van deze intentieverklaring.

    ROO en FDS

    Het Register Overheidsorganisaties (ROO) wordt beheerd door Logius en bevat gegevens over alle overheidsorganisaties in Nederland. Het Federatief Datastelsel (FDS) faciliteert gestructureerde gegevensdeling tussen overheidsorganisaties volgens afgesproken standaarden en regelgeving. Meer informatie over FDS vind je op de website van het programma Realisatie Interbestuurlijke Datastrategie.

    Natuurlijk moment

    “Wat ik heel belangrijk vind, is de uitstraling van werken als 1 overheid”, trapt Bert Voorbraak af. “Dat is wat mij betreft ook een fundamenteel onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.” Mark Vermeer vult aan: “Als overheid kun je alleen maar 1 gezicht naar burgers en bedrijven tonen als je beschikt over dezelfde informatiepositie. En daar draagt het Federatief Datastelsel aan bij.”

    De timing van deze intentieverklaring komt ook niet toevallig. “De Nederlandse Digitaliseringsstrategie is 4 juli 2025 gepubliceerd, waardoor dit een natuurlijk moment is voor verdere stappen richting een geïntegreerde overheid”, licht Vermeer toe. “En heel praktisch, het ROO kán ook toetreden, omdat er nu een API is die voldoet aan de opzet van het FDS. Bovendien gaat het hier, in tegenstelling tot bij andere bronnen, om relatief overzichtelijke gegevens met relatief overzichtelijke toepassingen.”

    Een actueel register geeft betrouwbaarheid

    “Het is wel belangrijk om het register actueel te houden”, benadrukt Voorbraak. “De ontwikkelingen in overheidsland volgen elkaar snel op, zoals gemeenten die samengevoegd worden. Ik woon zelf in Het Gooi, waar het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht gesplitst wordt. Zo’n verandering toont aan dat het werk niet beperkt blijft tot eenmalig een register opzetten. Voor de betrouwbaarheid van deze bron is het cruciaal om het register actueel te houden. Betrouwbaarheid staat bij dit onderwerp centraal.”

    Van Staatsalmanak tot digitaal register

    De complexiteit van (het bijhouden van) databronnen in de overheid is niet nieuw. Tijdens het interview bladert Mark Vermeer glimlachend door de 1e Staatsalmanak uit 1860. “Briljant dit! Je kunt bijvoorbeeld nazoeken wie allemaal van adel is! O, en ik zie nu het departement van justitie. Daar is de secretaris-generaal de heer De Jonge.”

    “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste” Mark Vermeer (BZK)

    De digitale evolutie heeft de toegankelijkheid van deze gegevens uiteraard wel drastisch verbeterd. Vermeer klapt het boekwerk dicht, legt het voor zich op tafel en staart er nog even naar. “Deze almanak blijft natuurlijk het charmantst, maar een volgens standaarden ontsloten register is toch wel het snelste. De overheid telt inmiddels veel organisaties in verschillende rechtsvormen, waarbij het register helpt om duidelijkheid te scheppen.”

    Gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Een belangrijk aspect van de toetreding van het ROO tot de FDS zijn de afspraken over rollen en verantwoordelijkheden. KOOP (Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties, onderdeel van Logius) is weliswaar als beheerder de spin in het web, maar de verantwoordelijkheid voor het up-to-date houden van de gegevens in het ROO ligt bij de eigenaren van de betreffende gegevens.

    “Het beheer van het register is een gedeelde verantwoordelijkheid”, benadrukt Voorbraak. “Wij nemen dus niet de verantwoordelijkheden van andere organisaties over, maar wijzen ze op hun eigen rol. Daar kunnen we natuurlijk best een helpende hand in bieden, als een soort monitor. Maar elke organisatie is zelf verantwoordelijk voor het actueel houden van de gegevens.”

    Belang voor de overheid zelf

    Naast de voordelen van het deelnemen van het ROO aan het FDS voor burgers en bedrijven, ziet Voorbraak ook de waarde ervan binnen de overheid zelf: “Het is ook voor onszelf als overheidsorganisaties belangrijk om elkaar te kennen en op het juiste moment over de juiste gegevens te beschikken. Omdat ik veel verbinding heb met veel overheidspartijen, merk ik dat we elkaar eigenlijk niet zo goed kennen. Een register als het ROO kan daar een extra rol in spelen en helpt ons om sneller betere besluiten te kunnen nemen.”

    Bert Voorbraak (Logius): “Betrouwbaarheid gegevens staat centraal”

    Lessen voor andere organisaties

    Vermeer geeft een belangrijke les mee voor andere organisaties die overwegen deel te nemen aan het FDS. “Bronhouders, dus degenen die databestanden bijhouden, hebben niet altijd compleet zicht op wie de databestanden allemaal gebruiken. Dus in welke mate en waarvoor. Daarom is het van belang om te investeren in het ontsluiten van data volgens de afspraken van het FDS.”

    Voorbraak moedigt andere organisaties aan om ook toe te treden tot het FDS. “Alsjeblieft, doe het. En voel niet de vrijheid om je te distantiëren van een register als het ROO, ook al heb je die vrijheid in de formele zin van het woord. Want daarmee maken we het onszelf als overheid zo ongelooflijk lastig.”

    FDS als aanjager publieke dienstverlening van de toekomst

    Voor de langere termijn ziet Vermeer het FDS als aanjager voor verdere overheidsmodernisering: “Het FDS draait om het gestandaardiseerd en verantwoord delen en gebruiken van data over domeinen heen. Dat is de werkwijze die past bij die ambitie om meer als 1 overheid te werken. En om daarmee ook veel effectiever en efficiënter diensten te verlenen aan burgers en bedrijven, hetzij direct, hetzij indirect.”

    Het FDS wordt ontwikkeld in het kader van de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS). De IBDS is opgezet om kansen van verantwoord datagebruik te benutten en knelpunten aan te pakken. De deelname van het ROO bij het FDS markeert een belangrijke stap in de realisatie van de IBDS en van de recent gepubliceerde Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Hierbij staan data-uitwisseling en samenwerking als 1 overheid centraal in de publieke dienstverlening van de toekomst. Voorbraak benadrukt de verantwoordelijkheid om dit als overheid voor de maatschappij voor elkaar te krijgen. “Laten we niet allemaal weer onze eigen koers gaan varen, maar hier gezamenlijk in optrekken.”

    “Ik hoop natuurlijk dat vele gegevenshouders dit voorbeeld zullen volgen en ook de intentieklaring tekenen”, sluit Vermeer af. “En nog beter: dat ze die ook uitvoeren!”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #digitaleEvolutie #FederatiefDatastelsel #IBDS #NDS #nieuwsbrief142025 #publiekeDienstverlening #RegisterOverheidsorganisaties

  17. Praktische reisgids verantwoorde inzet AI bij gemeenten

    Gemeente Breda en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een digitale handleiding gepubliceerd voor gemeenten die AI verantwoord willen inzetten. Deze praktische ‘reisgids’ staat vol tips, handvatten en reisvoorwaarden.

    De gids laat in 13 verschillende reizen zien hoe Breda AI inzet en welke voordelen dit oplevert. Die reizen variëren van publiekszaken en financiën tot data-analyse en communicatie.

    De voordelen in Breda

    De gemeente Breda bespaart maandelijks gemiddeld 14 uur per medewerker dankzij AI-toepassingen. Denk hierbij aan gesproken interviews omzetten naar tekst, tekstversimpeling en in bestanden zoeken naar relevante informatie. Medewerkers houden hierdoor meer tijd over voor andere taken. Daarnaast verbetert de kwaliteit van dienstverlening en ervaren ambtenaren meer werkplezier, aldus de VNG.

    Pilot uitgebreid naar andere gemeenten

    De pilot van de gemeente Breda is onderdeel van in totaal 15 pilots Uitvoeringskracht en Arbeidsmarktkrapte, gefinancierd door de VNG. De goede resultaten en inzichten van de gemeente Breda vormen de aanleiding om deze aanpak uit te breiden naar andere gemeenten.

    Voor elke gemeente

    De handleiding bevat een praktische routekaart en concrete toolkit, met reistemplates, prompts en video’s. Geschikt voor elke gemeente.

    Bekijk de reisgids ‘Verantwoorde inzet van AI in gemeenten’ op de website van VNG. Lees daar ook het nieuwsbericht over de reisgids.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AI #ArtificalIntelligence #Breda #dataAnalyse #datagedrevenWerken #gemeente #nieuwsbrief112025 #publiekeDienstverlening #VNG

  18. Praktische reisgids verantwoorde inzet AI bij gemeenten

    Gemeente Breda en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een digitale handleiding gepubliceerd voor gemeenten die AI verantwoord willen inzetten. Deze praktische ‘reisgids’ staat vol tips, handvatten en reisvoorwaarden.

    De gids laat in 13 verschillende reizen zien hoe Breda AI inzet en welke voordelen dit oplevert. Die reizen variëren van publiekszaken en financiën tot data-analyse en communicatie.

    De voordelen in Breda

    De gemeente Breda bespaart maandelijks gemiddeld 14 uur per medewerker dankzij AI-toepassingen. Denk hierbij aan gesproken interviews omzetten naar tekst, tekstversimpeling en in bestanden zoeken naar relevante informatie. Medewerkers houden hierdoor meer tijd over voor andere taken. Daarnaast verbetert de kwaliteit van dienstverlening en ervaren ambtenaren meer werkplezier, aldus de VNG.

    Pilot uitgebreid naar andere gemeenten

    De pilot van de gemeente Breda is onderdeel van in totaal 15 pilots Uitvoeringskracht en Arbeidsmarktkrapte, gefinancierd door de VNG. De goede resultaten en inzichten van de gemeente Breda vormen de aanleiding om deze aanpak uit te breiden naar andere gemeenten.

    Voor elke gemeente

    De handleiding bevat een praktische routekaart en concrete toolkit, met reistemplates, prompts en video’s. Geschikt voor elke gemeente.

    Bekijk de reisgids ‘Verantwoorde inzet van AI in gemeenten’ op de website van VNG. Lees daar ook het nieuwsbericht over de reisgids.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AI #ArtificalIntelligence #Breda #dataAnalyse #datagedrevenWerken #gemeente #nieuwsbrief112025 #publiekeDienstverlening #VNG

  19. Praktische reisgids verantwoorde inzet AI bij gemeenten

    Gemeente Breda en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een digitale handleiding gepubliceerd voor gemeenten die AI verantwoord willen inzetten. Deze praktische ‘reisgids’ staat vol tips, handvatten en reisvoorwaarden.

    De gids laat in 13 verschillende reizen zien hoe Breda AI inzet en welke voordelen dit oplevert. Die reizen variëren van publiekszaken en financiën tot data-analyse en communicatie.

    De voordelen in Breda

    De gemeente Breda bespaart maandelijks gemiddeld 14 uur per medewerker dankzij AI-toepassingen. Denk hierbij aan gesproken interviews omzetten naar tekst, tekstversimpeling en in bestanden zoeken naar relevante informatie. Medewerkers houden hierdoor meer tijd over voor andere taken. Daarnaast verbetert de kwaliteit van dienstverlening en ervaren ambtenaren meer werkplezier, aldus de VNG.

    Pilot uitgebreid naar andere gemeenten

    De pilot van de gemeente Breda is onderdeel van in totaal 15 pilots Uitvoeringskracht en Arbeidsmarktkrapte, gefinancierd door de VNG. De goede resultaten en inzichten van de gemeente Breda vormen de aanleiding om deze aanpak uit te breiden naar andere gemeenten.

    Voor elke gemeente

    De handleiding bevat een praktische routekaart en concrete toolkit, met reistemplates, prompts en video’s. Geschikt voor elke gemeente.

    Bekijk de reisgids ‘Verantwoorde inzet van AI in gemeenten’ op de website van VNG. Lees daar ook het nieuwsbericht over de reisgids.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AI #ArtificalIntelligence #Breda #dataAnalyse #datagedrevenWerken #gemeente #nieuwsbrief112025 #publiekeDienstverlening #VNG

  20. Praktische reisgids verantwoorde inzet AI bij gemeenten

    Gemeente Breda en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een digitale handleiding gepubliceerd voor gemeenten die AI verantwoord willen inzetten. Deze praktische ‘reisgids’ staat vol tips, handvatten en reisvoorwaarden.

    De gids laat in 13 verschillende reizen zien hoe Breda AI inzet en welke voordelen dit oplevert. Die reizen variëren van publiekszaken en financiën tot data-analyse en communicatie.

    De voordelen in Breda

    De gemeente Breda bespaart maandelijks gemiddeld 14 uur per medewerker dankzij AI-toepassingen. Denk hierbij aan gesproken interviews omzetten naar tekst, tekstversimpeling en in bestanden zoeken naar relevante informatie. Medewerkers houden hierdoor meer tijd over voor andere taken. Daarnaast verbetert de kwaliteit van dienstverlening en ervaren ambtenaren meer werkplezier, aldus de VNG.

    Pilot uitgebreid naar andere gemeenten

    De pilot van de gemeente Breda is onderdeel van in totaal 15 pilots Uitvoeringskracht en Arbeidsmarktkrapte, gefinancierd door de VNG. De goede resultaten en inzichten van de gemeente Breda vormen de aanleiding om deze aanpak uit te breiden naar andere gemeenten.

    Voor elke gemeente

    De handleiding bevat een praktische routekaart en concrete toolkit, met reistemplates, prompts en video’s. Geschikt voor elke gemeente.

    Bekijk de reisgids ‘Verantwoorde inzet van AI in gemeenten’ op de website van VNG. Lees daar ook het nieuwsbericht over de reisgids.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AI #ArtificalIntelligence #Breda #dataAnalyse #datagedrevenWerken #gemeente #nieuwsbrief112025 #publiekeDienstverlening #VNG

  21. Praktische reisgids verantwoorde inzet AI bij gemeenten

    Gemeente Breda en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een digitale handleiding gepubliceerd voor gemeenten die AI verantwoord willen inzetten. Deze praktische ‘reisgids’ staat vol tips, handvatten en reisvoorwaarden.

    De gids laat in 13 verschillende reizen zien hoe Breda AI inzet en welke voordelen dit oplevert. Die reizen variëren van publiekszaken en financiën tot data-analyse en communicatie.

    De voordelen in Breda

    De gemeente Breda bespaart maandelijks gemiddeld 14 uur per medewerker dankzij AI-toepassingen. Denk hierbij aan gesproken interviews omzetten naar tekst, tekstversimpeling en in bestanden zoeken naar relevante informatie. Medewerkers houden hierdoor meer tijd over voor andere taken. Daarnaast verbetert de kwaliteit van dienstverlening en ervaren ambtenaren meer werkplezier, aldus de VNG.

    Pilot uitgebreid naar andere gemeenten

    De pilot van de gemeente Breda is onderdeel van in totaal 15 pilots Uitvoeringskracht en Arbeidsmarktkrapte, gefinancierd door de VNG. De goede resultaten en inzichten van de gemeente Breda vormen de aanleiding om deze aanpak uit te breiden naar andere gemeenten.

    Voor elke gemeente

    De handleiding bevat een praktische routekaart en concrete toolkit, met reistemplates, prompts en video’s. Geschikt voor elke gemeente.

    Bekijk de reisgids ‘Verantwoorde inzet van AI in gemeenten’ op de website van VNG. Lees daar ook het nieuwsbericht over de reisgids.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #AI #ArtificalIntelligence #Breda #dataAnalyse #datagedrevenWerken #gemeente #nieuwsbrief112025 #publiekeDienstverlening #VNG

  22. 2 nieuwe video’s over impact levensgebeurtenissen

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft 2 video’s gemaakt rondom levensgebeurtenissen. Het doel is uiteindelijk om overheidsbrede dienstverlening te verbeteren. De video’s maken zichtbaar wat levensgebeurtenissen betekenen voor burgers en ondernemers. Er komen mensen aan het woord die zelf de gevolgen van een levensgebeurtenis hebben ondervonden.

    Zo vertelt Chantal wat er op haar afkwam toen haar man overleed. Dennis deelt zijn ervaring over wat er gebeurde toen zijn broer en ondernemer overleed. De video’s laten ook zien wat mensen bij een levensgebeurtenis verwachten van de overheid. Het ministerie hoopt hiermee enthousiasme en urgentie te creëren bij alle publieke dienstverleners om samen te werken aan betere overheidsbrede dienstverlening.

    Het belang van het programma Levensgebeurtenissen

    In het leven van mensen zijn er momenten die alles op z’n kop kunnen zetten. Denk aan het krijgen van een kind, een scheiding, het overlijden van een dierbare, of het verliezen van een baan. Deze levensgebeurtenissen brengen niet alleen emotionele, maar ook praktische en administratieve uitdagingen met zich mee. Daarom richt het programma Levensgebeurtenissen zich op het verbeteren van de publieke dienstverlening rondom  deze momenten. Over de grenzen van verschillende overheden heen. Het doel van het programma is om de (digitale) dienstverlening overheidsbreed meer te laten aansluiten op de leefwereld van burgers en ondernemers.

    Mensgericht en toegankelijk

    De aanpak van levensgebeurtenissen door de overheid is bedoeld om burgers centraal te stellen. Vaak raken mensen in deze situaties verstrikt in ingewikkelde regels en bureaucratie. Terwijl ze juist behoefte hebben aan duidelijke en toegankelijke ondersteuning. Door processen te vereenvoudigen en informatie op 1 plek samen te brengen, maakt het programma het makkelijker voor mensen om zaken te regelen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Dienstverlening #Levensgebeurtenissen #nieuwsbrief42025 #overheidsdienstverlening #publiekeDienstverlening

  23. 2 nieuwe video’s over impact levensgebeurtenissen

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft 2 video’s gemaakt rondom levensgebeurtenissen. Het doel is uiteindelijk om overheidsbrede dienstverlening te verbeteren. De video’s maken zichtbaar wat levensgebeurtenissen betekenen voor burgers en ondernemers. Er komen mensen aan het woord die zelf de gevolgen van een levensgebeurtenis hebben ondervonden.

    Zo vertelt Chantal wat er op haar afkwam toen haar man overleed. Dennis deelt zijn ervaring over wat er gebeurde toen zijn broer en ondernemer overleed. De video’s laten ook zien wat mensen bij een levensgebeurtenis verwachten van de overheid. Het ministerie hoopt hiermee enthousiasme en urgentie te creëren bij alle publieke dienstverleners om samen te werken aan betere overheidsbrede dienstverlening.

    Het belang van het programma Levensgebeurtenissen

    In het leven van mensen zijn er momenten die alles op z’n kop kunnen zetten. Denk aan het krijgen van een kind, een scheiding, het overlijden van een dierbare, of het verliezen van een baan. Deze levensgebeurtenissen brengen niet alleen emotionele, maar ook praktische en administratieve uitdagingen met zich mee. Daarom richt het programma Levensgebeurtenissen zich op het verbeteren van de publieke dienstverlening rondom  deze momenten. Over de grenzen van verschillende overheden heen. Het doel van het programma is om de (digitale) dienstverlening overheidsbreed meer te laten aansluiten op de leefwereld van burgers en ondernemers.

    Mensgericht en toegankelijk

    De aanpak van levensgebeurtenissen door de overheid is bedoeld om burgers centraal te stellen. Vaak raken mensen in deze situaties verstrikt in ingewikkelde regels en bureaucratie. Terwijl ze juist behoefte hebben aan duidelijke en toegankelijke ondersteuning. Door processen te vereenvoudigen en informatie op 1 plek samen te brengen, maakt het programma het makkelijker voor mensen om zaken te regelen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Dienstverlening #Levensgebeurtenissen #nieuwsbrief42025 #overheidsdienstverlening #publiekeDienstverlening

  24. 2 nieuwe video’s over impact levensgebeurtenissen

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft 2 video’s gemaakt rondom levensgebeurtenissen. Het doel is uiteindelijk om overheidsbrede dienstverlening te verbeteren. De video’s maken zichtbaar wat levensgebeurtenissen betekenen voor burgers en ondernemers. Er komen mensen aan het woord die zelf de gevolgen van een levensgebeurtenis hebben ondervonden.

    Zo vertelt Chantal wat er op haar afkwam toen haar man overleed. Dennis deelt zijn ervaring over wat er gebeurde toen zijn broer en ondernemer overleed. De video’s laten ook zien wat mensen bij een levensgebeurtenis verwachten van de overheid. Het ministerie hoopt hiermee enthousiasme en urgentie te creëren bij alle publieke dienstverleners om samen te werken aan betere overheidsbrede dienstverlening.

    Het belang van het programma Levensgebeurtenissen

    In het leven van mensen zijn er momenten die alles op z’n kop kunnen zetten. Denk aan het krijgen van een kind, een scheiding, het overlijden van een dierbare, of het verliezen van een baan. Deze levensgebeurtenissen brengen niet alleen emotionele, maar ook praktische en administratieve uitdagingen met zich mee. Daarom richt het programma Levensgebeurtenissen zich op het verbeteren van de publieke dienstverlening rondom  deze momenten. Over de grenzen van verschillende overheden heen. Het doel van het programma is om de (digitale) dienstverlening overheidsbreed meer te laten aansluiten op de leefwereld van burgers en ondernemers.

    Mensgericht en toegankelijk

    De aanpak van levensgebeurtenissen door de overheid is bedoeld om burgers centraal te stellen. Vaak raken mensen in deze situaties verstrikt in ingewikkelde regels en bureaucratie. Terwijl ze juist behoefte hebben aan duidelijke en toegankelijke ondersteuning. Door processen te vereenvoudigen en informatie op 1 plek samen te brengen, maakt het programma het makkelijker voor mensen om zaken te regelen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Dienstverlening #Levensgebeurtenissen #nieuwsbrief42025 #overheidsdienstverlening #publiekeDienstverlening

  25. 2 nieuwe video’s over impact levensgebeurtenissen

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft 2 video’s gemaakt rondom levensgebeurtenissen. Het doel is uiteindelijk om overheidsbrede dienstverlening te verbeteren. De video’s maken zichtbaar wat levensgebeurtenissen betekenen voor burgers en ondernemers. Er komen mensen aan het woord die zelf de gevolgen van een levensgebeurtenis hebben ondervonden.

    Zo vertelt Chantal wat er op haar afkwam toen haar man overleed. Dennis deelt zijn ervaring over wat er gebeurde toen zijn broer en ondernemer overleed. De video’s laten ook zien wat mensen bij een levensgebeurtenis verwachten van de overheid. Het ministerie hoopt hiermee enthousiasme en urgentie te creëren bij alle publieke dienstverleners om samen te werken aan betere overheidsbrede dienstverlening.

    Het belang van het programma Levensgebeurtenissen

    In het leven van mensen zijn er momenten die alles op z’n kop kunnen zetten. Denk aan het krijgen van een kind, een scheiding, het overlijden van een dierbare, of het verliezen van een baan. Deze levensgebeurtenissen brengen niet alleen emotionele, maar ook praktische en administratieve uitdagingen met zich mee. Daarom richt het programma Levensgebeurtenissen zich op het verbeteren van de publieke dienstverlening rondom  deze momenten. Over de grenzen van verschillende overheden heen. Het doel van het programma is om de (digitale) dienstverlening overheidsbreed meer te laten aansluiten op de leefwereld van burgers en ondernemers.

    Mensgericht en toegankelijk

    De aanpak van levensgebeurtenissen door de overheid is bedoeld om burgers centraal te stellen. Vaak raken mensen in deze situaties verstrikt in ingewikkelde regels en bureaucratie. Terwijl ze juist behoefte hebben aan duidelijke en toegankelijke ondersteuning. Door processen te vereenvoudigen en informatie op 1 plek samen te brengen, maakt het programma het makkelijker voor mensen om zaken te regelen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Dienstverlening #Levensgebeurtenissen #nieuwsbrief42025 #overheidsdienstverlening #publiekeDienstverlening

  26. 2 nieuwe video’s over impact levensgebeurtenissen

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft 2 video’s gemaakt rondom levensgebeurtenissen. Het doel is uiteindelijk om overheidsbrede dienstverlening te verbeteren. De video’s maken zichtbaar wat levensgebeurtenissen betekenen voor burgers en ondernemers. Er komen mensen aan het woord die zelf de gevolgen van een levensgebeurtenis hebben ondervonden.

    Zo vertelt Chantal wat er op haar afkwam toen haar man overleed. Dennis deelt zijn ervaring over wat er gebeurde toen zijn broer en ondernemer overleed. De video’s laten ook zien wat mensen bij een levensgebeurtenis verwachten van de overheid. Het ministerie hoopt hiermee enthousiasme en urgentie te creëren bij alle publieke dienstverleners om samen te werken aan betere overheidsbrede dienstverlening.

    Het belang van het programma Levensgebeurtenissen

    In het leven van mensen zijn er momenten die alles op z’n kop kunnen zetten. Denk aan het krijgen van een kind, een scheiding, het overlijden van een dierbare, of het verliezen van een baan. Deze levensgebeurtenissen brengen niet alleen emotionele, maar ook praktische en administratieve uitdagingen met zich mee. Daarom richt het programma Levensgebeurtenissen zich op het verbeteren van de publieke dienstverlening rondom  deze momenten. Over de grenzen van verschillende overheden heen. Het doel van het programma is om de (digitale) dienstverlening overheidsbreed meer te laten aansluiten op de leefwereld van burgers en ondernemers.

    Mensgericht en toegankelijk

    De aanpak van levensgebeurtenissen door de overheid is bedoeld om burgers centraal te stellen. Vaak raken mensen in deze situaties verstrikt in ingewikkelde regels en bureaucratie. Terwijl ze juist behoefte hebben aan duidelijke en toegankelijke ondersteuning. Door processen te vereenvoudigen en informatie op 1 plek samen te brengen, maakt het programma het makkelijker voor mensen om zaken te regelen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Dienstverlening #Levensgebeurtenissen #nieuwsbrief42025 #overheidsdienstverlening #publiekeDienstverlening