home.social

#gegevensdeling — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #gegevensdeling, aggregated by home.social.

  1. Nieuwe fundamenten voor de digitale overheid

    Wat is gegevensdelingsbeleid? Welke rollen en verantwoordelijkheden brengt dit beleid met zich mee? En welke innovaties vallen daarbij op? Tijdens het CIO-café op dinsdag 24 februari, in het sfeervolle Haagse café Rootz, lieten bijna 40 bestuurders, beleidsmakers en IT-professionals zich bijpraten over deze actuele onderwerpen.

    Floor Kloosterman, afdelingshoofd I-stelsel en Vakmanschap bij CIO Rijk, heette alle aanwezigen van harte welkom. “Gegevens die we binnen de overheid hebben vastgelegd, bieden enorme kansen om onze publieke taken effectiever, efficiënter en met oog voor de publieke waarden uit te voeren.”

    Daar is wel adequaat gegevensdelingsbeleid voor nodig. “Niet alleen uit oogpunt van compliance en risicobeheersing, maar ook voor een betere beleids- en besluitvorming en effectievere samenwerking binnen het Rijk. Het standaardiseren en professionaliseren van gegevensdeling is dan ook essentieel. Een belangrijke bouwsteen daarbij is de gegevensboekhouding.”

    Sleutelrol voor data

    Bij die standaardisering en professionalisering is een belangrijke rol weggelegd voor de Chief Data Officer (CDO). Hedwig Miessen, CDO van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO): “De CDO is een betrekkelijk nieuwe rol binnen de overheid, die wordt ingezet om te sturen op doelmatig, veilig en ethisch gebruik van gegevens.”

    CDO Office

    Het CDO Office van Hedwig Miessen heeft een vaste bezetting met, naast de CDO zelf, een data-adviseur en een projectleider. Met daaromheen een flexibele schil van onder meer data-architecten en -engineers. De grote uitdaging voor het CDO Office is volgens Hedwig het continu afstemmen en op 1 lijn brengen van alle werkzaamheden; niet alleen intern met bestuursadviseurs, beleidsmedewerkers en juristen, maar ook extern met gemeenten, provincies en de Europese Unie.

    Hedwig begon 5 jaar geleden als kwartiermaker Data bij BZK en VRO. “Destijds wilden diverse beleidsonderdelen beleid kunnen maken, gebaseerd op een gedeeld en objectief beeld van wat écht speelt. Gegevens spelen daarbij een sleutelrol. Bovendien leefde de wens om bij crises snel gegevens te kunnen verwerken om zo meer grip te kunnen krijgen op maatschappelijke opgaven. Denk aan gegevens over demografische ontwikkelingen, waarmee je bij woningtekort snel kunt visualiseren waar welk type woning nodig is.”

    3 sporen

    De CDO ondersteunt vooral het primaire proces om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. “Dit impliceert coördinatie en regie, toezicht op datakwaliteit en kennisdeling”, vertelt Hedwig. “Daarbij onderscheiden we 3 sporen. Het eerste spoor is gegevensmanagement: hoe kunnen we de datakwaliteit verhogen en gegevens (her)gebruiken om onze maatschappelijke taken beter te kunnen uitvoeren?”

    En de CDO werkt aan governance: aan het inrichten van rechten, plichten en verantwoordelijkheden. “Met als doel om te voldoen aan alle wet- en regelgeving, en zodat we gegevens optimaal en veilig kunnen benutten en delen. Ook houden we ons bezig met het zogenoemde gezamenlijke speelveld. Denk aan gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een datacatalogus. Ook gaat het om samenwerking met marktpartijen en kennisinstituten. En om het versterken van de data- en AI-geletterdheid van ambtenaren.”

    Digital Twin

    Daarna liet Hedwig zien hoe het datagestuurde 3D-model ‘Digital Twin Groningen’ beleidsmakers helpt. Vooral bij ruimtelijke ordening: dit model maakt plannen efficiënter en besluitvorming beter. “Digital Twin Groningen wordt gebruikt als een digitale kopie van de fysieke leefomgeving. Het model helpt bij het visualiseren, simuleren en analyseren van ruimtelijke vraagstukken, bouwplannen en infrastructuur. Bovendien draagt het bij aan burgerparticipatie, omdat bewoners in de interactieve 3D-omgeving kunnen zien hoe hun buurt verandert.”

    Bij gegevens kun je denken aan panden, afkomstig uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), en ook aan bomen, riolering, kabels, leidingen en openbare verlichting. “Je kunt het model bijvoorbeeld gebruiken bij het plaatsen van zonnepanelen op monumentale daken. Via zichtanalyses is het mogelijk nauwkeurig te bepalen welke daken daar wel of niet geschikt voor zijn.”

    Kleine foutjes, grote gevolgen

    Daarna was de beurt aan Erik Lubbe en Robin Hildebrand van de CDO Offices van de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Asiel en Migratie (AenM). Zij legden uit wat het belang is van een gegevensboekhouding.

    Erik gaf 2 voorbeelden. “Door een foutje van de overheid stond een burger een paar jaar geleden onterecht in een systeem vermeld als verdachte van een drugsdelict. Daardoor kreeg hij jarenlang een reeks overheidsorganisaties achter zich aan. Of neem een Rotterdammer die in 2017 per abuis werd doodverklaard. Via de digitale snelweg ging de boodschap dat hij was overleden razendsnel rond bij tal van organisaties. Het in diverse systemen terugdraaien van zijn dood leek een vrijwel onmogelijke opgave. Deze voorbeelden laten zien dat gebrekkig gegevensbeheer tot fouten leidt, met ernstige gevolgen voor burgers. Gegevensboekhouding kan helpen deze fouten in de toekomst te voorkomen.”

    Overal op dezelfde manier met gegevens werken

    De 2 voorbeelden tonen volgens Erik aan dat effectief omgaan met gegevens een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. “De komende jaren streven we naar een zorgvuldige, rechtmatige en rechtvaardige gegevenshuishouding komen. Hoe beter we samen tot consensus komen over ons gegevensbeleid, hoe effectiever we gegevens kunnen inzetten voor maatschappelijke opgaven. Dat effect wordt nog groter als we dat beleid ook standaardiseren.”

    Concreet werkt het CDO Office van JenV en AenM aan het Afsprakenstelsel Gegevens en Algoritmes (JAGA). Erik: “Dit is een set uniforme regels, standaarden en modellen die zorgen voor een veilige, transparante en gestructureerde manier van gegevensdeling. Denk aan rollen en verantwoordelijkheden, handreikingen en eenheid van taal. Zo werken we straks overheidsbreed op dezelfde manier met gegevens, en bevorderen we hergebruik, efficiëntie en innovatie in de publieke sector.”

    Demo: Motie#21

    Aan de hand van Motie#21 demonstreerde Robin vervolgens de werking van de gegevensboekhouding. Deze in de Tweede Kamer aangenomen motie verzocht het kabinet het gebruik van nationaliteit, etniciteit en geboorteplaats in data- en risicomodellen te inventariseren. Ook moest het kabinet dit gebruik stopzetten als het onrechtmatig of onbehoorlijk zou zijn.

    Robin liet zien hoe je deze informatie snel kunt opzoeken, welke gegevens voor de motie relevant waren, waar deze gegevens vandaan kwamen en wie daarvoor verantwoordelijk was. Robin: “Dit soort informatie kan niet alleen de kwaliteit van beleid en uitvoering versterken, maar ook het vertrouwen van burgers in de overheid.”

    Meer informatie

    Gegevensdeling en de Gegevensboekhouding

    [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #cdo #ChiefDataOfficers #CIORijk #CIOCafé #data #datacatalogus #digitalTwin #gegevensboekhouding #gegevensdeling #gegevenshuishouding #gezamenlijkeVerantwoordelijkheid

  2. Nieuwe fundamenten voor de digitale overheid

    Wat is gegevensdelingsbeleid? Welke rollen en verantwoordelijkheden brengt dit beleid met zich mee? En welke innovaties vallen daarbij op? Tijdens het CIO-café op dinsdag 24 februari, in het sfeervolle Haagse café Rootz, lieten bijna 40 bestuurders, beleidsmakers en IT-professionals zich bijpraten over deze actuele onderwerpen.

    Floor Kloosterman, afdelingshoofd I-stelsel en Vakmanschap bij CIO Rijk, heette alle aanwezigen van harte welkom. “Gegevens die we binnen de overheid hebben vastgelegd, bieden enorme kansen om onze publieke taken effectiever, efficiënter en met oog voor de publieke waarden uit te voeren.”

    Daar is wel adequaat gegevensdelingsbeleid voor nodig. “Niet alleen uit oogpunt van compliance en risicobeheersing, maar ook voor een betere beleids- en besluitvorming en effectievere samenwerking binnen het Rijk. Het standaardiseren en professionaliseren van gegevensdeling is dan ook essentieel. Een belangrijke bouwsteen daarbij is de gegevensboekhouding.”

    Sleutelrol voor data

    Bij die standaardisering en professionalisering is een belangrijke rol weggelegd voor de Chief Data Officer (CDO). Hedwig Miessen, CDO van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO): “De CDO is een betrekkelijk nieuwe rol binnen de overheid, die wordt ingezet om te sturen op doelmatig, veilig en ethisch gebruik van gegevens.”

    CDO Office

    Het CDO Office van Hedwig Miessen heeft een vaste bezetting met, naast de CDO zelf, een data-adviseur en een projectleider. Met daaromheen een flexibele schil van onder meer data-architecten en -engineers. De grote uitdaging voor het CDO Office is volgens Hedwig het continu afstemmen en op 1 lijn brengen van alle werkzaamheden; niet alleen intern met bestuursadviseurs, beleidsmedewerkers en juristen, maar ook extern met gemeenten, provincies en de Europese Unie.

    Hedwig begon 5 jaar geleden als kwartiermaker Data bij BZK en VRO. “Destijds wilden diverse beleidsonderdelen beleid kunnen maken, gebaseerd op een gedeeld en objectief beeld van wat écht speelt. Gegevens spelen daarbij een sleutelrol. Bovendien leefde de wens om bij crises snel gegevens te kunnen verwerken om zo meer grip te kunnen krijgen op maatschappelijke opgaven. Denk aan gegevens over demografische ontwikkelingen, waarmee je bij woningtekort snel kunt visualiseren waar welk type woning nodig is.”

    3 sporen

    De CDO ondersteunt vooral het primaire proces om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. “Dit impliceert coördinatie en regie, toezicht op datakwaliteit en kennisdeling”, vertelt Hedwig. “Daarbij onderscheiden we 3 sporen. Het eerste spoor is gegevensmanagement: hoe kunnen we de datakwaliteit verhogen en gegevens (her)gebruiken om onze maatschappelijke taken beter te kunnen uitvoeren?”

    En de CDO werkt aan governance: aan het inrichten van rechten, plichten en verantwoordelijkheden. “Met als doel om te voldoen aan alle wet- en regelgeving, en zodat we gegevens optimaal en veilig kunnen benutten en delen. Ook houden we ons bezig met het zogenoemde gezamenlijke speelveld. Denk aan gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een datacatalogus. Ook gaat het om samenwerking met marktpartijen en kennisinstituten. En om het versterken van de data- en AI-geletterdheid van ambtenaren.”

    Digital Twin

    Daarna liet Hedwig zien hoe het datagestuurde 3D-model ‘Digital Twin Groningen’ beleidsmakers helpt. Vooral bij ruimtelijke ordening: dit model maakt plannen efficiënter en besluitvorming beter. “Digital Twin Groningen wordt gebruikt als een digitale kopie van de fysieke leefomgeving. Het model helpt bij het visualiseren, simuleren en analyseren van ruimtelijke vraagstukken, bouwplannen en infrastructuur. Bovendien draagt het bij aan burgerparticipatie, omdat bewoners in de interactieve 3D-omgeving kunnen zien hoe hun buurt verandert.”

    Bij gegevens kun je denken aan panden, afkomstig uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), en ook aan bomen, riolering, kabels, leidingen en openbare verlichting. “Je kunt het model bijvoorbeeld gebruiken bij het plaatsen van zonnepanelen op monumentale daken. Via zichtanalyses is het mogelijk nauwkeurig te bepalen welke daken daar wel of niet geschikt voor zijn.”

    Kleine foutjes, grote gevolgen

    Daarna was de beurt aan Erik Lubbe en Robin Hildebrand van de CDO Offices van de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Asiel en Migratie (AenM). Zij legden uit wat het belang is van een gegevensboekhouding.

    Erik gaf 2 voorbeelden. “Door een foutje van de overheid stond een burger een paar jaar geleden onterecht in een systeem vermeld als verdachte van een drugsdelict. Daardoor kreeg hij jarenlang een reeks overheidsorganisaties achter zich aan. Of neem een Rotterdammer die in 2017 per abuis werd doodverklaard. Via de digitale snelweg ging de boodschap dat hij was overleden razendsnel rond bij tal van organisaties. Het in diverse systemen terugdraaien van zijn dood leek een vrijwel onmogelijke opgave. Deze voorbeelden laten zien dat gebrekkig gegevensbeheer tot fouten leidt, met ernstige gevolgen voor burgers. Gegevensboekhouding kan helpen deze fouten in de toekomst te voorkomen.”

    Overal op dezelfde manier met gegevens werken

    De 2 voorbeelden tonen volgens Erik aan dat effectief omgaan met gegevens een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. “De komende jaren streven we naar een zorgvuldige, rechtmatige en rechtvaardige gegevenshuishouding komen. Hoe beter we samen tot consensus komen over ons gegevensbeleid, hoe effectiever we gegevens kunnen inzetten voor maatschappelijke opgaven. Dat effect wordt nog groter als we dat beleid ook standaardiseren.”

    Concreet werkt het CDO Office van JenV en AenM aan het Afsprakenstelsel Gegevens en Algoritmes (JAGA). Erik: “Dit is een set uniforme regels, standaarden en modellen die zorgen voor een veilige, transparante en gestructureerde manier van gegevensdeling. Denk aan rollen en verantwoordelijkheden, handreikingen en eenheid van taal. Zo werken we straks overheidsbreed op dezelfde manier met gegevens, en bevorderen we hergebruik, efficiëntie en innovatie in de publieke sector.”

    Demo: Motie#21

    Aan de hand van Motie#21 demonstreerde Robin vervolgens de werking van de gegevensboekhouding. Deze in de Tweede Kamer aangenomen motie verzocht het kabinet het gebruik van nationaliteit, etniciteit en geboorteplaats in data- en risicomodellen te inventariseren. Ook moest het kabinet dit gebruik stopzetten als het onrechtmatig of onbehoorlijk zou zijn.

    Robin liet zien hoe je deze informatie snel kunt opzoeken, welke gegevens voor de motie relevant waren, waar deze gegevens vandaan kwamen en wie daarvoor verantwoordelijk was. Robin: “Dit soort informatie kan niet alleen de kwaliteit van beleid en uitvoering versterken, maar ook het vertrouwen van burgers in de overheid.”

    Meer informatie

    Gegevensdeling en de Gegevensboekhouding

    [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #cdo #ChiefDataOfficers #CIORijk #CIOCafé #data #datacatalogus #digitalTwin #gegevensboekhouding #gegevensdeling #gegevenshuishouding #gezamenlijkeVerantwoordelijkheid

  3. Nieuwe fundamenten voor de digitale overheid

    Wat is gegevensdelingsbeleid? Welke rollen en verantwoordelijkheden brengt dit beleid met zich mee? En welke innovaties vallen daarbij op? Tijdens het CIO-café op dinsdag 24 februari, in het sfeervolle Haagse café Rootz, lieten bijna 40 bestuurders, beleidsmakers en IT-professionals zich bijpraten over deze actuele onderwerpen.

    Floor Kloosterman, afdelingshoofd I-stelsel en Vakmanschap bij CIO Rijk, heette alle aanwezigen van harte welkom. “Gegevens die we binnen de overheid hebben vastgelegd, bieden enorme kansen om onze publieke taken effectiever, efficiënter en met oog voor de publieke waarden uit te voeren.”

    Daar is wel adequaat gegevensdelingsbeleid voor nodig. “Niet alleen uit oogpunt van compliance en risicobeheersing, maar ook voor een betere beleids- en besluitvorming en effectievere samenwerking binnen het Rijk. Het standaardiseren en professionaliseren van gegevensdeling is dan ook essentieel. Een belangrijke bouwsteen daarbij is de gegevensboekhouding.”

    Sleutelrol voor data

    Bij die standaardisering en professionalisering is een belangrijke rol weggelegd voor de Chief Data Officer (CDO). Hedwig Miessen, CDO van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO): “De CDO is een betrekkelijk nieuwe rol binnen de overheid, die wordt ingezet om te sturen op doelmatig, veilig en ethisch gebruik van gegevens.”

    CDO Office

    Het CDO Office van Hedwig Miessen heeft een vaste bezetting met, naast de CDO zelf, een data-adviseur en een projectleider. Met daaromheen een flexibele schil van onder meer data-architecten en -engineers. De grote uitdaging voor het CDO Office is volgens Hedwig het continu afstemmen en op 1 lijn brengen van alle werkzaamheden; niet alleen intern met bestuursadviseurs, beleidsmedewerkers en juristen, maar ook extern met gemeenten, provincies en de Europese Unie.

    Hedwig begon 5 jaar geleden als kwartiermaker Data bij BZK en VRO. “Destijds wilden diverse beleidsonderdelen beleid kunnen maken, gebaseerd op een gedeeld en objectief beeld van wat écht speelt. Gegevens spelen daarbij een sleutelrol. Bovendien leefde de wens om bij crises snel gegevens te kunnen verwerken om zo meer grip te kunnen krijgen op maatschappelijke opgaven. Denk aan gegevens over demografische ontwikkelingen, waarmee je bij woningtekort snel kunt visualiseren waar welk type woning nodig is.”

    3 sporen

    De CDO ondersteunt vooral het primaire proces om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. “Dit impliceert coördinatie en regie, toezicht op datakwaliteit en kennisdeling”, vertelt Hedwig. “Daarbij onderscheiden we 3 sporen. Het eerste spoor is gegevensmanagement: hoe kunnen we de datakwaliteit verhogen en gegevens (her)gebruiken om onze maatschappelijke taken beter te kunnen uitvoeren?”

    En de CDO werkt aan governance: aan het inrichten van rechten, plichten en verantwoordelijkheden. “Met als doel om te voldoen aan alle wet- en regelgeving, en zodat we gegevens optimaal en veilig kunnen benutten en delen. Ook houden we ons bezig met het zogenoemde gezamenlijke speelveld. Denk aan gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een datacatalogus. Ook gaat het om samenwerking met marktpartijen en kennisinstituten. En om het versterken van de data- en AI-geletterdheid van ambtenaren.”

    Digital Twin

    Daarna liet Hedwig zien hoe het datagestuurde 3D-model ‘Digital Twin Groningen’ beleidsmakers helpt. Vooral bij ruimtelijke ordening: dit model maakt plannen efficiënter en besluitvorming beter. “Digital Twin Groningen wordt gebruikt als een digitale kopie van de fysieke leefomgeving. Het model helpt bij het visualiseren, simuleren en analyseren van ruimtelijke vraagstukken, bouwplannen en infrastructuur. Bovendien draagt het bij aan burgerparticipatie, omdat bewoners in de interactieve 3D-omgeving kunnen zien hoe hun buurt verandert.”

    Bij gegevens kun je denken aan panden, afkomstig uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), en ook aan bomen, riolering, kabels, leidingen en openbare verlichting. “Je kunt het model bijvoorbeeld gebruiken bij het plaatsen van zonnepanelen op monumentale daken. Via zichtanalyses is het mogelijk nauwkeurig te bepalen welke daken daar wel of niet geschikt voor zijn.”

    Kleine foutjes, grote gevolgen

    Daarna was de beurt aan Erik Lubbe en Robin Hildebrand van de CDO Offices van de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Asiel en Migratie (AenM). Zij legden uit wat het belang is van een gegevensboekhouding.

    Erik gaf 2 voorbeelden. “Door een foutje van de overheid stond een burger een paar jaar geleden onterecht in een systeem vermeld als verdachte van een drugsdelict. Daardoor kreeg hij jarenlang een reeks overheidsorganisaties achter zich aan. Of neem een Rotterdammer die in 2017 per abuis werd doodverklaard. Via de digitale snelweg ging de boodschap dat hij was overleden razendsnel rond bij tal van organisaties. Het in diverse systemen terugdraaien van zijn dood leek een vrijwel onmogelijke opgave. Deze voorbeelden laten zien dat gebrekkig gegevensbeheer tot fouten leidt, met ernstige gevolgen voor burgers. Gegevensboekhouding kan helpen deze fouten in de toekomst te voorkomen.”

    Overal op dezelfde manier met gegevens werken

    De 2 voorbeelden tonen volgens Erik aan dat effectief omgaan met gegevens een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. “De komende jaren streven we naar een zorgvuldige, rechtmatige en rechtvaardige gegevenshuishouding komen. Hoe beter we samen tot consensus komen over ons gegevensbeleid, hoe effectiever we gegevens kunnen inzetten voor maatschappelijke opgaven. Dat effect wordt nog groter als we dat beleid ook standaardiseren.”

    Concreet werkt het CDO Office van JenV en AenM aan het Afsprakenstelsel Gegevens en Algoritmes (JAGA). Erik: “Dit is een set uniforme regels, standaarden en modellen die zorgen voor een veilige, transparante en gestructureerde manier van gegevensdeling. Denk aan rollen en verantwoordelijkheden, handreikingen en eenheid van taal. Zo werken we straks overheidsbreed op dezelfde manier met gegevens, en bevorderen we hergebruik, efficiëntie en innovatie in de publieke sector.”

    Demo: Motie#21

    Aan de hand van Motie#21 demonstreerde Robin vervolgens de werking van de gegevensboekhouding. Deze in de Tweede Kamer aangenomen motie verzocht het kabinet het gebruik van nationaliteit, etniciteit en geboorteplaats in data- en risicomodellen te inventariseren. Ook moest het kabinet dit gebruik stopzetten als het onrechtmatig of onbehoorlijk zou zijn.

    Robin liet zien hoe je deze informatie snel kunt opzoeken, welke gegevens voor de motie relevant waren, waar deze gegevens vandaan kwamen en wie daarvoor verantwoordelijk was. Robin: “Dit soort informatie kan niet alleen de kwaliteit van beleid en uitvoering versterken, maar ook het vertrouwen van burgers in de overheid.”

    Meer informatie

    Gegevensdeling en de Gegevensboekhouding

    [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #cdo #ChiefDataOfficers #CIORijk #CIOCafé #data #datacatalogus #digitalTwin #gegevensboekhouding #gegevensdeling #gegevenshuishouding #gezamenlijkeVerantwoordelijkheid

  4. Nieuwe fundamenten voor de digitale overheid

    Wat is gegevensdelingsbeleid? Welke rollen en verantwoordelijkheden brengt dit beleid met zich mee? En welke innovaties vallen daarbij op? Tijdens het CIO-café op dinsdag 24 februari, in het sfeervolle Haagse café Rootz, lieten bijna 40 bestuurders, beleidsmakers en IT-professionals zich bijpraten over deze actuele onderwerpen.

    Floor Kloosterman, afdelingshoofd I-stelsel en Vakmanschap bij CIO Rijk, heette alle aanwezigen van harte welkom. “Gegevens die we binnen de overheid hebben vastgelegd, bieden enorme kansen om onze publieke taken effectiever, efficiënter en met oog voor de publieke waarden uit te voeren.”

    Daar is wel adequaat gegevensdelingsbeleid voor nodig. “Niet alleen uit oogpunt van compliance en risicobeheersing, maar ook voor een betere beleids- en besluitvorming en effectievere samenwerking binnen het Rijk. Het standaardiseren en professionaliseren van gegevensdeling is dan ook essentieel. Een belangrijke bouwsteen daarbij is de gegevensboekhouding.”

    Sleutelrol voor data

    Bij die standaardisering en professionalisering is een belangrijke rol weggelegd voor de Chief Data Officer (CDO). Hedwig Miessen, CDO van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO): “De CDO is een betrekkelijk nieuwe rol binnen de overheid, die wordt ingezet om te sturen op doelmatig, veilig en ethisch gebruik van gegevens.”

    CDO Office

    Het CDO Office van Hedwig Miessen heeft een vaste bezetting met, naast de CDO zelf, een data-adviseur en een projectleider. Met daaromheen een flexibele schil van onder meer data-architecten en -engineers. De grote uitdaging voor het CDO Office is volgens Hedwig het continu afstemmen en op 1 lijn brengen van alle werkzaamheden; niet alleen intern met bestuursadviseurs, beleidsmedewerkers en juristen, maar ook extern met gemeenten, provincies en de Europese Unie.

    Hedwig begon 5 jaar geleden als kwartiermaker Data bij BZK en VRO. “Destijds wilden diverse beleidsonderdelen beleid kunnen maken, gebaseerd op een gedeeld en objectief beeld van wat écht speelt. Gegevens spelen daarbij een sleutelrol. Bovendien leefde de wens om bij crises snel gegevens te kunnen verwerken om zo meer grip te kunnen krijgen op maatschappelijke opgaven. Denk aan gegevens over demografische ontwikkelingen, waarmee je bij woningtekort snel kunt visualiseren waar welk type woning nodig is.”

    3 sporen

    De CDO ondersteunt vooral het primaire proces om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. “Dit impliceert coördinatie en regie, toezicht op datakwaliteit en kennisdeling”, vertelt Hedwig. “Daarbij onderscheiden we 3 sporen. Het eerste spoor is gegevensmanagement: hoe kunnen we de datakwaliteit verhogen en gegevens (her)gebruiken om onze maatschappelijke taken beter te kunnen uitvoeren?”

    En de CDO werkt aan governance: aan het inrichten van rechten, plichten en verantwoordelijkheden. “Met als doel om te voldoen aan alle wet- en regelgeving, en zodat we gegevens optimaal en veilig kunnen benutten en delen. Ook houden we ons bezig met het zogenoemde gezamenlijke speelveld. Denk aan gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een datacatalogus. Ook gaat het om samenwerking met marktpartijen en kennisinstituten. En om het versterken van de data- en AI-geletterdheid van ambtenaren.”

    Digital Twin

    Daarna liet Hedwig zien hoe het datagestuurde 3D-model ‘Digital Twin Groningen’ beleidsmakers helpt. Vooral bij ruimtelijke ordening: dit model maakt plannen efficiënter en besluitvorming beter. “Digital Twin Groningen wordt gebruikt als een digitale kopie van de fysieke leefomgeving. Het model helpt bij het visualiseren, simuleren en analyseren van ruimtelijke vraagstukken, bouwplannen en infrastructuur. Bovendien draagt het bij aan burgerparticipatie, omdat bewoners in de interactieve 3D-omgeving kunnen zien hoe hun buurt verandert.”

    Bij gegevens kun je denken aan panden, afkomstig uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), en ook aan bomen, riolering, kabels, leidingen en openbare verlichting. “Je kunt het model bijvoorbeeld gebruiken bij het plaatsen van zonnepanelen op monumentale daken. Via zichtanalyses is het mogelijk nauwkeurig te bepalen welke daken daar wel of niet geschikt voor zijn.”

    Kleine foutjes, grote gevolgen

    Daarna was de beurt aan Erik Lubbe en Robin Hildebrand van de CDO Offices van de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Asiel en Migratie (AenM). Zij legden uit wat het belang is van een gegevensboekhouding.

    Erik gaf 2 voorbeelden. “Door een foutje van de overheid stond een burger een paar jaar geleden onterecht in een systeem vermeld als verdachte van een drugsdelict. Daardoor kreeg hij jarenlang een reeks overheidsorganisaties achter zich aan. Of neem een Rotterdammer die in 2017 per abuis werd doodverklaard. Via de digitale snelweg ging de boodschap dat hij was overleden razendsnel rond bij tal van organisaties. Het in diverse systemen terugdraaien van zijn dood leek een vrijwel onmogelijke opgave. Deze voorbeelden laten zien dat gebrekkig gegevensbeheer tot fouten leidt, met ernstige gevolgen voor burgers. Gegevensboekhouding kan helpen deze fouten in de toekomst te voorkomen.”

    Overal op dezelfde manier met gegevens werken

    De 2 voorbeelden tonen volgens Erik aan dat effectief omgaan met gegevens een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. “De komende jaren streven we naar een zorgvuldige, rechtmatige en rechtvaardige gegevenshuishouding komen. Hoe beter we samen tot consensus komen over ons gegevensbeleid, hoe effectiever we gegevens kunnen inzetten voor maatschappelijke opgaven. Dat effect wordt nog groter als we dat beleid ook standaardiseren.”

    Concreet werkt het CDO Office van JenV en AenM aan het Afsprakenstelsel Gegevens en Algoritmes (JAGA). Erik: “Dit is een set uniforme regels, standaarden en modellen die zorgen voor een veilige, transparante en gestructureerde manier van gegevensdeling. Denk aan rollen en verantwoordelijkheden, handreikingen en eenheid van taal. Zo werken we straks overheidsbreed op dezelfde manier met gegevens, en bevorderen we hergebruik, efficiëntie en innovatie in de publieke sector.”

    Demo: Motie#21

    Aan de hand van Motie#21 demonstreerde Robin vervolgens de werking van de gegevensboekhouding. Deze in de Tweede Kamer aangenomen motie verzocht het kabinet het gebruik van nationaliteit, etniciteit en geboorteplaats in data- en risicomodellen te inventariseren. Ook moest het kabinet dit gebruik stopzetten als het onrechtmatig of onbehoorlijk zou zijn.

    Robin liet zien hoe je deze informatie snel kunt opzoeken, welke gegevens voor de motie relevant waren, waar deze gegevens vandaan kwamen en wie daarvoor verantwoordelijk was. Robin: “Dit soort informatie kan niet alleen de kwaliteit van beleid en uitvoering versterken, maar ook het vertrouwen van burgers in de overheid.”

    Meer informatie

    Gegevensdeling en de Gegevensboekhouding

    [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #cdo #ChiefDataOfficers #CIORijk #CIOCafé #data #datacatalogus #digitalTwin #gegevensboekhouding #gegevensdeling #gegevenshuishouding #gezamenlijkeVerantwoordelijkheid

  5. Nieuwe fundamenten voor de digitale overheid

    Wat is gegevensdelingsbeleid? Welke rollen en verantwoordelijkheden brengt dit beleid met zich mee? En welke innovaties vallen daarbij op? Tijdens het CIO-café op dinsdag 24 februari, in het sfeervolle Haagse café Rootz, lieten bijna 40 bestuurders, beleidsmakers en IT-professionals zich bijpraten over deze actuele onderwerpen.

    Floor Kloosterman, afdelingshoofd I-stelsel en Vakmanschap bij CIO Rijk, heette alle aanwezigen van harte welkom. “Gegevens die we binnen de overheid hebben vastgelegd, bieden enorme kansen om onze publieke taken effectiever, efficiënter en met oog voor de publieke waarden uit te voeren.”

    Daar is wel adequaat gegevensdelingsbeleid voor nodig. “Niet alleen uit oogpunt van compliance en risicobeheersing, maar ook voor een betere beleids- en besluitvorming en effectievere samenwerking binnen het Rijk. Het standaardiseren en professionaliseren van gegevensdeling is dan ook essentieel. Een belangrijke bouwsteen daarbij is de gegevensboekhouding.”

    Sleutelrol voor data

    Bij die standaardisering en professionalisering is een belangrijke rol weggelegd voor de Chief Data Officer (CDO). Hedwig Miessen, CDO van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO): “De CDO is een betrekkelijk nieuwe rol binnen de overheid, die wordt ingezet om te sturen op doelmatig, veilig en ethisch gebruik van gegevens.”

    CDO Office

    Het CDO Office van Hedwig Miessen heeft een vaste bezetting met, naast de CDO zelf, een data-adviseur en een projectleider. Met daaromheen een flexibele schil van onder meer data-architecten en -engineers. De grote uitdaging voor het CDO Office is volgens Hedwig het continu afstemmen en op 1 lijn brengen van alle werkzaamheden; niet alleen intern met bestuursadviseurs, beleidsmedewerkers en juristen, maar ook extern met gemeenten, provincies en de Europese Unie.

    Hedwig begon 5 jaar geleden als kwartiermaker Data bij BZK en VRO. “Destijds wilden diverse beleidsonderdelen beleid kunnen maken, gebaseerd op een gedeeld en objectief beeld van wat écht speelt. Gegevens spelen daarbij een sleutelrol. Bovendien leefde de wens om bij crises snel gegevens te kunnen verwerken om zo meer grip te kunnen krijgen op maatschappelijke opgaven. Denk aan gegevens over demografische ontwikkelingen, waarmee je bij woningtekort snel kunt visualiseren waar welk type woning nodig is.”

    3 sporen

    De CDO ondersteunt vooral het primaire proces om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. “Dit impliceert coördinatie en regie, toezicht op datakwaliteit en kennisdeling”, vertelt Hedwig. “Daarbij onderscheiden we 3 sporen. Het eerste spoor is gegevensmanagement: hoe kunnen we de datakwaliteit verhogen en gegevens (her)gebruiken om onze maatschappelijke taken beter te kunnen uitvoeren?”

    En de CDO werkt aan governance: aan het inrichten van rechten, plichten en verantwoordelijkheden. “Met als doel om te voldoen aan alle wet- en regelgeving, en zodat we gegevens optimaal en veilig kunnen benutten en delen. Ook houden we ons bezig met het zogenoemde gezamenlijke speelveld. Denk aan gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een datacatalogus. Ook gaat het om samenwerking met marktpartijen en kennisinstituten. En om het versterken van de data- en AI-geletterdheid van ambtenaren.”

    Digital Twin

    Daarna liet Hedwig zien hoe het datagestuurde 3D-model ‘Digital Twin Groningen’ beleidsmakers helpt. Vooral bij ruimtelijke ordening: dit model maakt plannen efficiënter en besluitvorming beter. “Digital Twin Groningen wordt gebruikt als een digitale kopie van de fysieke leefomgeving. Het model helpt bij het visualiseren, simuleren en analyseren van ruimtelijke vraagstukken, bouwplannen en infrastructuur. Bovendien draagt het bij aan burgerparticipatie, omdat bewoners in de interactieve 3D-omgeving kunnen zien hoe hun buurt verandert.”

    Bij gegevens kun je denken aan panden, afkomstig uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), en ook aan bomen, riolering, kabels, leidingen en openbare verlichting. “Je kunt het model bijvoorbeeld gebruiken bij het plaatsen van zonnepanelen op monumentale daken. Via zichtanalyses is het mogelijk nauwkeurig te bepalen welke daken daar wel of niet geschikt voor zijn.”

    Kleine foutjes, grote gevolgen

    Daarna was de beurt aan Erik Lubbe en Robin Hildebrand van de CDO Offices van de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Asiel en Migratie (AenM). Zij legden uit wat het belang is van een gegevensboekhouding.

    Erik gaf 2 voorbeelden. “Door een foutje van de overheid stond een burger een paar jaar geleden onterecht in een systeem vermeld als verdachte van een drugsdelict. Daardoor kreeg hij jarenlang een reeks overheidsorganisaties achter zich aan. Of neem een Rotterdammer die in 2017 per abuis werd doodverklaard. Via de digitale snelweg ging de boodschap dat hij was overleden razendsnel rond bij tal van organisaties. Het in diverse systemen terugdraaien van zijn dood leek een vrijwel onmogelijke opgave. Deze voorbeelden laten zien dat gebrekkig gegevensbeheer tot fouten leidt, met ernstige gevolgen voor burgers. Gegevensboekhouding kan helpen deze fouten in de toekomst te voorkomen.”

    Overal op dezelfde manier met gegevens werken

    De 2 voorbeelden tonen volgens Erik aan dat effectief omgaan met gegevens een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. “De komende jaren streven we naar een zorgvuldige, rechtmatige en rechtvaardige gegevenshuishouding komen. Hoe beter we samen tot consensus komen over ons gegevensbeleid, hoe effectiever we gegevens kunnen inzetten voor maatschappelijke opgaven. Dat effect wordt nog groter als we dat beleid ook standaardiseren.”

    Concreet werkt het CDO Office van JenV en AenM aan het Afsprakenstelsel Gegevens en Algoritmes (JAGA). Erik: “Dit is een set uniforme regels, standaarden en modellen die zorgen voor een veilige, transparante en gestructureerde manier van gegevensdeling. Denk aan rollen en verantwoordelijkheden, handreikingen en eenheid van taal. Zo werken we straks overheidsbreed op dezelfde manier met gegevens, en bevorderen we hergebruik, efficiëntie en innovatie in de publieke sector.”

    Demo: Motie#21

    Aan de hand van Motie#21 demonstreerde Robin vervolgens de werking van de gegevensboekhouding. Deze in de Tweede Kamer aangenomen motie verzocht het kabinet het gebruik van nationaliteit, etniciteit en geboorteplaats in data- en risicomodellen te inventariseren. Ook moest het kabinet dit gebruik stopzetten als het onrechtmatig of onbehoorlijk zou zijn.

    Robin liet zien hoe je deze informatie snel kunt opzoeken, welke gegevens voor de motie relevant waren, waar deze gegevens vandaan kwamen en wie daarvoor verantwoordelijk was. Robin: “Dit soort informatie kan niet alleen de kwaliteit van beleid en uitvoering versterken, maar ook het vertrouwen van burgers in de overheid.”

    Meer informatie

    Gegevensdeling en de Gegevensboekhouding

    [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #cdo #ChiefDataOfficers #CIORijk #CIOCafé #data #datacatalogus #digitalTwin #gegevensboekhouding #gegevensdeling #gegevenshuishouding #gezamenlijkeVerantwoordelijkheid

  6. “Het wordt tijd dat we kiezen en uitvoeren”

    Verantwoord datagebruik vraagt om inzet dataprofessionals, bestuurders en politici. Er wordt al volop aan deze opgave gewerkt. Politiek, bestuur én dataprofessionals spelen allemaal een rol in de transitie die hiervoor gaande is.

    Verantwoord datagebruik is een prioriteit in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Het programma Realisatie IBDS werkt interbestuurlijk aan deze prioriteit, door beleid, afspraken en praktijk bij elkaar te brengen.

    Het huis op orde

    Dataprofessionals, bestuurders en politici werken ieder vanuit hun eigen rol aan het verder brengen van verantwoord datagebruik. Dataprofessionals maken gegevensdeling praktisch uitvoerbaar. Maar hun rol gaat verder dan techniek alleen: het draait ook om verbinding met ketenpartners en bestuur.

    In februari, tijdens de IBDS-Stelseldag 2026, gingen 4 Chief Data Officers (CDO’s) hierover met elkaar in gesprek. “Data is een asset”, stelde Misja Kloosterman, CDO Raad voor Rechtsbijstand. “Hoe meer we het gebruiken, hoe meer waarde het krijgt. Maar dat gaat niet vanzelf, want data organiseren zichzelf niet. Dat moeten wij doen.”

    Reino Petrona, CDO gemeente Rotterdam: “Als we interbestuurlijk en in de keten mee willen doen, moeten we ons eigen huis op orde hebben. Daar werken we aan met een heldere datastrategie en datagovernance, zodat al onze directies de maximale potentie van data kunnen benutten.”

    “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties” – Nathan Ducastel, voorzitter NDS-Raad

    Verplichten én in eigen tempo veranderen

    Als het gaat om samenwerking in de keten, kun je niet om verplichte afspraken heen, zei Tim de Groot, CDO van het ministerie van VWS: “Niemand vindt het leuk ergens toe verplicht te worden, maar in een keten moet je je aan gezamenlijke afspraken houden. We zullen eraan moeten wennen, maar dit soort verplichtingen zijn nodig om gegevens te laten stromen.”

    De mate van datavolwassenheid verschilt sterk per overheidsorganisatie. Hoe zorg je ervoor dat alle partners meekomen? Door “realistische afspraken” te maken, vertelde Gemma Sweeren, strategisch informatiemanager provincie Fryslân: “Laten we gezamenlijk het doel bepalen, zodat daarna elke organisatie in een eigen, passend tempo daar naartoe kan werken.”

    Niets doen is óók een keuze

    Wanneer en waarvoor zet je data in? En hoe doe je dat? De CDO vertaalt vraagstukken rond datagovernance en datastrategie naar het bestuur, vertelde De Groot: “Zodat mijn bestuurder zich bewust is van het belang van data en de knelpunten die er zijn. En vervolgens een afgewogen keuze kan maken tussen verschillende belangen.”

    Dat is precies de rol van de bestuurder, zei Nathan Ducastel, directeur VNG Realisatie en voorzitter van de NDS-raad: “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties. Als we bijvoorbeeld besluiten om data rond schulden niet te delen, laten we ook kansen liggen om iemand te helpen. Ik vind dat we als professionals en als bestuurders politiek en maatschappij duidelijker mogen vertellen welke kansen we laten liggen als we iets niet doen.”

    Van praten naar doen

    Op de bestuurstafel ligt de opgave om het gebruik van data in de praktijk te versnellen, stelt Rodrique Engering, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De tijd van plannen is volgens hem voorbij: “We praten al te lang over voorwaarden en afspraken. Er ligt genoeg om mee aan de slag te gaan. Ik stel voor dat we 3 concrete use cases oppakken, met een beperkt aantal partijen. Dan wordt duidelijk wat verantwoord datagebruik in onze dienstverlening oplevert. En komen we voorbij de discussie over verplichting versus vrijblijvendheid. Laten we dus gaan doen en kijken wat er gebeurt. Daar durf ik de verantwoordelijkheid voor te nemen.”

    Ducastel sloot zich daarbij aan: “Wanneer we als overheid onze autonomie willen vergroten, soevereiniteit willen borgen en onze dienstverlening flexibeler willen maken, moeten we standaarden vaststellen en uitrollen. Het wordt tijd dat we kiezen. Ik kijk daarbij ook naar de politiek, want op dat niveau moeten afwegingen worden gemaakt en soms moet wetgeving worden aangepast. Maar niet alle gegevensdeling leidt tot privacyvraagstukken. De vraag ‘hoe kan het wél?’ mogen we echt veel vaker stellen.”

    We hebben elkaar nodig

    Ook de politiek is aan zet, stelde Ducastel. Die handschoen wordt opgepakt door Tweede Kamerlid Barbara Kathmann, die in een videoboodschap zei: “We moeten als politiek meer de regie pakken en zorgvuldiger worden in het meenemen van datagebruik in nieuwe wetgeving. Ik hoop dat we daarmee de handelingsverlegenheid bij professionals verkleinen.” Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini benadrukte het belang van samenwerking: “Samen werken we aan 1 overheid, met data als basis.”

    Kees Verhoeven, voormalig Tweede Kamerlid (en dagvoorzitter tijdens de IBDS-Stelseldag), stelde dat gelukkig steeds meer deskundige Kamerleden zich hard maken voor digitalisering: “We hebben hen nodig, maar zij hebben ons ook nodig. Want het is niet makkelijk om je in de Tweede Kamer bezig te houden met digitalisering. Zoek ze dus op en steun ze.”

    Energie en realisme

    René Steenvoorden, bestuurder bij UWV en sinds kort voorzitter van het Interbestuurlijk Data Overleg, benadrukte dat er al sterke voorbeelden zijn van grootschalige gegevensuitwisseling binnen de overheid: “Kijk naar hoe we data uitwisselen in het socialezekerheidsstelsel en in de loonaangifteketen. We kunnen dit. Laten we dit verbreden en versnellen.”

    De centrale boodschap die doorklinkt na dit gesprek is helder: de instrumenten zijn in ontwikkeling en de bereidheid tot samenwerking is zichtbaar. Nu komt het aan op kiezen en uitvoeren. En daarvoor is iedereen nodig: van dataprofessional tot bestuurder en politicus. “De beweging is ingezet, niets houdt ons nu nog tegen om verder te gaan”, besloot Tim Faber, programmamanager Data voor IBDS en NDS (BZK).

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ChiefDataOfficers #datagovernance #Datastrategie #datavolwassenheid #digitalisering #gegevensdeling #IBDS #InterbestuurlijkeDatastrategie #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief62026 #verantwoordDatagebruik

  7. Luister de podcastaflevering I-talk over gegevensdeling

    “Het kan toch niet waar zijn dat we dit nog steeds niet goed geregeld krijgen?” Die verzuchting klinkt vaak als het gaat om gegevensdeling tussen overheden. In een nieuwe aflevering van de podcast I-talk leggen Cocky de Wolf (programmamanager Adviesfunctie verantwoord datagebruik bij IBDS) en Cecile Schut (adviseur IBDS Datadialoog en lid van de CCG: Centrale Commissie Gegevensgebruik) uit wat gegevensdeling is én waarom dit in de praktijk soms zo complex is.

    De podcast begint met: wat is gegevensdeling? Vervolgens duiken De Wolf en Schut in de weerbarstige praktijk. Waarom loopt het in de praktijk zo vaak vast, ondanks alle regels, stelsels en goede intenties? En waarom is het belangrijk dat organisaties met elkaar in gesprek blijven?

    De belangrijkste boodschap: overheden staan er niet alleen voor. De IBDS kan adviseren en meedenken. Daarnaast zet de CCG zich in voor het bestuurlijk en politiek agenderen van de knelpunten.

    Inhoud podcast gegevensdeling

    Na het luisteren van de podcast weet je:

    • waarom gegevensdeling onmisbaar is én zo lastig blijft;
    • waar de spanning zit tussen regels en praktijk;
    • en wie je kan helpen als je vastloopt.

    Het aanpakken van knelpunten in gegevensdeling is één van de versnellers in de NDS-prioriteit Data. Luister de aflevering van I-talk via Spotify.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #data #dataIBDS #gegevensDelen #gegevensdeling #IBDS #ndsnieuwsbrief12026 #podcast #podcasts

  8. Als overheid voor mensen echt het verschil maken

    De relatie tussen burgers en overheid staat onder druk. Het vertrouwen is de afgelopen jaren afgenomen; mede door complexe processen, versnipperde dienstverlening en schrijnende voorbeelden waarbij mensen vastliepen tussen verschillende loketten. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is daarom expliciet gekozen voor een prioriteit die burgers en ondernemers centraal stelt in (digitale) dienstverlening. 

    Het aanjaagteam op deze prioriteit onder leiding van Hans Ouwehand werkt aan een fundamenteel andere benadering. “Als we het vertrouwen willen herstellen, moeten we als overheid veel beter samenwerken en dienstverlening in één keer goed organiseren.”

    Ouwehand is voorzitter van de raad van bestuur van het CAK en al jaren actief in publieke dienstverlening. Vanuit zijn dagelijkse praktijk ziet hij waar het misgaat. Individuele interacties met de overheid verlopen vaak goed, maar zodra burgers afhankelijk zijn van meerdere organisaties ontstaat er frictie. “Op het moment dat kwetsbare burgers met meerdere overheidsorganisaties te maken krijgen, raken we het spoor kwijt. Dan verdwijnt het overzicht en voelt niemand zich verantwoordelijk voor het geheel.”

    Dienstverlening vanuit het perspectief van de burger

    De kern van deze prioriteit is dat de overheid dienstverlening ontwerpt vanuit de leefwereld van burgers en ondernemers. Niet vanuit systemen, organisaties of wettelijke verantwoordelijkheden, maar vanuit wat mensen nodig hebben. Dat vraagt om een andere manier van kijken, benadrukt Ouwehand. “We zijn in het verleden doorgeschoten in het idee van zelfredzaamheid. Maar we moeten nu niet doorslaan in de gedachte dat niemand zelfredzaam is. De werkelijkheid ligt ertussenin.”

    Voor een groot deel van de bevolking werkt digitale zelfbediening prima. Veel zaken kunnen zonder persoonlijk contact met de overheid worden geregeld. Tegelijkertijd is er een groep burgers en ondernemers die ondersteuning nodig heeft. “Die mensen moet je niet laten verdwalen in formulieren, doorlooptijden en loketten. Juist daar moet de overheid het verschil maken.”

    Altijd de juiste deur

    Binnen het aanjaagteam is bewust gekozen om de versnellers te benaderen vanuit de leefwereld van de burger en ondernemers. Ouwehand vindt het belangrijk de volgorde om te draaien. Niet beginnen bij portfolio’s of interne structuren, maar bij de vraag hoe burgers en ondernemers contact ervaren. “In mijn plaatje begint het met 1 loket. Of zoals het vaak wordt genoemd: altijd de juiste deur. Het moet niet uitmaken waar iemand aanklopt.”

    Dat betekent niet dat er 1 centraal loket komt voor alles, maar wel dat de overheid als geheel verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van vragen. Digitale portalen en contactpunten moeten logisch op elkaar aansluiten. Signalen van burgers en ondernemers vormen daarbij het startpunt voor verbetering. “De signaalfunctie begint daar. Welke knelpunten ervaren mensen en wat zeggen die over onze processen?”

    Proactieve dienstverlening in de praktijk

    Een belangrijk onderdeel van deze prioriteit is proactieve dienstverlening. Niet wachten op signalen en tot mensen zelf een aanvraag doen, maar actief helpen wanneer duidelijk is dat iemand ondersteuning nodig – of ergens recht op – heeft. Ouwehand noemt een concreet voorbeeld uit de praktijk, waarin het CAK, gemeenten en het UWV samenwerken. “Mensen die hun zorgpremie niet kunnen betalen, worden vaak verder in de schulden gedrukt. Als we niets doen, maken we het probleem groter.”

    In Rotterdam werd gekeken hoe dit anders kan. Het UWV signaleert wanneer mensen met een Wajong-uitkering toeslagen laten liggen. In plaats van af te wachten, nemen medewerkers contact op. “Ze zeggen niet: ‘Vraag het maar aan’. Ze zeggen: ‘U laat geld liggen. Zal ik u helpen?’” Vervolgens worden mensen direct gekoppeld aan het CAK en de zorgverzekeraar, zodat zij hun zorgverzekering weer kunnen betalen zonder bestuurlijke boete. “Dat is proactieve dienstverlening. Mensen krijgen hulp voordat ze verder vastlopen.”

    Dit soort initiatieven bestonden al, maar kregen via het aanjaagteam extra aandacht. “Wij adopteren deze voorbeelden en versnellen ze. Elke gemeente wil dit.”

    Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.Hans Ouwehand, voorzitter aanjaagteam ‘Burgers en ondernemers centraal in digitale dienstverlening’

    Gegevensdeling als randvoorwaarde

    Samenwerking en proactieve dienstverlening zijn niet mogelijk zonder gegevensdeling tussen organisaties. Dat is volgens Ouwehand een van de grootste belemmeringen. “Als je niet van elkaar weet wat er speelt, kun je niet samenwerken. Privacy is een groot goed, maar soms zeggen we: omwille van uw privacy kunnen we u niet helpen. Dat schuurt.”

    Waar gegevens gedeeld mogen worden, moet dat maximaal gebeuren, vindt hij. En waar wetgeving onnodig in de weg zit, moet die worden aangepast. “Zonder gegevensdeling blijft de overheid gefragmenteerd optreden. Dat is niet in het belang van de burger en ondernemer. We lossen de problemen dan niet structureel op.”

    Daarom is het ‘oplossen van gegevensknelpunten’ ook als versneller opgenomen in de NDS-prioriteit Data. Deze prioriteit staat ook niet op zichzelf. Goede dienstverlening vraagt om data, standaardisatie en verantwoorde inzet van AI. Ouwehand ziet AI als een belangrijke aanjager. “Met AI kun je processen herontwerpen en beter op elkaar laten aansluiten. Maar dat moet wel verantwoord gebeuren.”

    Ook hier geldt dat normering en het delen van goede voorbeelden essentieel zijn. “Je wilt weten wat wel kan en wat nog niet verstandig is.”

    De weg van de verleiding

    Een tweede belemmering zit in de volle veranderagenda’s van overheidsorganisaties. Wetgeving, onderhoud en grote ICT-programma’s drukken bestaande portfolio’s vol. “Je kunt roepen dat iedereen ruimte moet maken, maar zo werkt het niet. De praktijk is weerbarstig.”

    Daarom kiest het aanjaagteam bewust voor de weg van de verleiding. Niet afdwingen, maar laten zien wat werkt. “We verzamelen goede voorbeelden en zetten die in de etalage. Zo kunnen organisaties van elkaar leren. Daarnaast bieden we via de zogenaamde Fieldlabs een omgeving om nieuwe voorbeelden met elkaar uit te werken. En stiekem blijkt er dan vaak meer ruimte te zijn dan vooraf werd gedacht.”

    Cultuurverandering is ingezet

    Volgens Ouwehand is de cultuur binnen de overheid al aan het kantelen. Het besef dat dienstverlening moet aansluiten bij de burger leeft breed. De uitdaging zit vooral in de uitvoering. “Het is geen onwil. Het is onmacht. Mensen zitten vast in regels, systemen en agenda’s.”

    Toch ziet hij hoopvolle signalen. Voorbeelden laten zien dat het mogelijk is processen om te draaien. Niet de burger laten aanvragen, maar de overheid laten signaleren en handelen. “Dat denken is gelukkig echt aan het veranderen.”

    Van organiseren naar leveren

    De afgelopen maanden stonden in het teken van het organiseren van het aanjaagteam en het uitwerken van de NDS-versnellers (in inhoudelijke ‘two-pagers’). “Dat klinkt misschien intern, maar het is een belangrijke stap om te bepalen wát er moet gebeuren om de doelstellingen van de NDS te behalen. Nu kunnen we het gesprek voeren over inhoud in plaats van over governance.”

    In de komende periode wordt het veld nadrukkelijk betrokken. Rijk, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, provincies en waterschappen denken mee over de uitwerking. Tegelijkertijd wil het aanjaagteam doorgaan met duidelijke ‘no-brainers’. “We hoeven niet te wachten tot alles is afgestemd om stappen te zetten. We gaan aan de gang en stellen bij wanneer nodig.”

    Wat merken burgers en ondernemers?

    Burgers en ondernemers moeten de effecten terugzien in concrete verbeteringen. Minder verdwalen tussen organisaties, sneller geholpen worden en eerder ondersteuning krijgen. “Mensen moeten voelen dat de overheid hen niet verder het moeras in helpt, maar juist ontzorgt.”

    Ouwehand hoopt dat signalen van burgers structureel worden opgepakt en vertaald naar betere dienstverlening. Initiatieven waarin levensgebeurtenissen centraal staan, kunnen daarbij helpen. “Niet dingen voor mensen bedenken, maar met hen of door hen laten ontstaan.”

    Samenwerken als automatisme

    Over anderhalf jaar wil Ouwehand kunnen zeggen dat samenwerking tussen (overheids)organisaties vanzelfsprekender is geworden. Dat mensen elkaar sneller weten te vinden en signalen direct oppakken. “Dat begint intern, maar het effect moet buiten zichtbaar zijn.”

    Zijn slotboodschap is helder. “We moeten dit samen doen. De burger maakt geen onderscheid tussen organisaties, publiek of privaat. Die wil gewoon geholpen worden. Als we dat uitgangspunt vasthouden, kunnen we echt het verschil maken.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #1Overheid #BurgerCentraal #CAK #DigitaleDienstverlening #gebruiksvriendelijkeOverheid #gegevensdeling #NDS #OndernemerCentraal #proactieveDienstverlening #publiekeDienstverlening #samenwerkingOverheid

  9. PETs als hulpmiddel voor privacybewust datagebruik

    Op 28 januari is het de Europese Dag van de Privacy. Een dag in het teken van zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens. In expertbijeenkomsten van het Nationaal Innovatie Centrum Privacy Enhancing Technologies (NICPET) komen Privacy Enhancing Technologies (PETs) aan bod als hulpmiddel bij datagedreven werken.

    PETs zijn technieken die het mogelijk maken om data te gebruiken, te combineren of te analyseren, terwijl de privacy van betrokkenen beschermd blijft. Organisaties kunnen zo inzichten uit data halen zonder dat persoonsgegevens direct zichtbaar of herleidbaar zijn. Dit biedt ruimte voor datagedreven werken binnen de geldende wettelijke kaders.

    Samenwerken met behoud van privacy

    In een datagedreven overheid groeit de behoefte aan samenwerking en datadeling. Tegelijk nemen de eisen aan privacybescherming toe. PETs helpen om deze spanning te verkleinen. Ze maken het mogelijk om gegevens te benutten voor beleid, toezicht en uitvoering, zonder dat alle data volledig gedeeld hoeft te worden.

    Toepassing in de praktijk

    In de praktijk zijn PETs nog relatief onbekend en beperkt toegepast. Veel organisaties zoeken naar duidelijkheid over wanneer en hoe deze technieken effectief inzetbaar zijn. Ook bestaat behoefte aan concrete voorbeelden uit de praktijk. Door kennis te bundelen en ervaringen te delen, ontstaat beter inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van PETs.

    Rol van NICPET

    Het Nationaal Innovatie Centrum Privacy Enhancing Technologies (NICPET) richt zich op het vergroten van kennis over PETs en het ondersteunen van toepassing ervan binnen de publieke sector. De aandacht gaat niet alleen uit naar techniek. Ook vragen rond governance, juridische kaders en praktische inzet spelen een belangrijke rol. NICPET deelt inzichten, voorbeelden en ervaringen om organisaties te helpen bij het maken van afgewogen keuzes.

    Podcast: implementatie van PETS

    Ontdek via deze webpagina van NICPET hoe PETs in de praktijk werken.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #datagebruik #datagedreveneOverheid #digitaleOverheid #EuropeseDagVanDePrivacy #gegevensdeling #nicpet #nieuwsbrief22026 #PETs #PrivacyEnhancingTechnologies #privacybescherming

  10. Kennisplatform API’s

    Geonovum is samen met Bureau Forum Standaardisatie, Kamer van Koophandel, VNG Realisatie, Logius en het Kadaster het Kennisplatform API’s gestart. Er vindt een ontwikkeling plaats naar een digitale samenleving waar veel digitale diensten eenvoudig met elkaar moeten kunnen samenwerken. Daarom zijn zij van mening dat de Nederlandse overheid baat heeft bij een Kennisplatform API’s. Hier kijken zij gezamenlijk naar strategische en tactische vraagstukken rond het ontwikkelen van API’s door de overheid en het gebruik van deze API’s buiten en binnen de overheid.

    Waarom een Kennisplatform?

    Het Kennisplatform API’s wil API’s beter bij de vraag aan laten sluiten, kennis over het toepassen van API’s uitwisselen en de aanpak bij verschillende organisaties op elkaar afstemmen en waar nodig standaardiseren. Deze wens is vastgelegd in een manifest die diverse organisaties hebben ondertekend, waaronder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Kamer van Koophandel, PinkRoccade, Vicrea, VNG Realisatie, Forum Standaardisatie, Logius, Geonovum, Centric, Digicosmos, APIwise en SWIS.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #API #apiS #data #DataBijDeBron #gegevensdeling #interoperabiliteit