home.social

#ndsnieuwsbrief22026 — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #ndsnieuwsbrief22026, aggregated by home.social.

  1. UvW maakt kennis met staatssecretaris digitalisering

    Op 5 maart maakte Floor Wissing-Kunst, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, kennis met staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit). Dit gebeurde tijdens het eerste Bestuurlijk Overleg Digitalisering (BOD). Ook staatssecretaris Eric van der Burg (Slagvaardige Overheid) was hierbij aanwezig.

    In het gesprek werd benadrukt dat de 6 prioriteiten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) nauw aansluiten bij de digitale ambities in de Vaarkaart ‘Digitaal op koers’ van de waterschappen. Waar de Vaarkaart zich richt op sectorale digitale transformatie, verbreedt de NDS dit naar overheidsbrede samenwerking. Tijdens het overleg is de Vaarkaart ook aan de staatssecretarissen overhandigd.

    Prioritering

    Wissing-Kunst vroeg aandacht voor prioritering binnen de NDS. Ze gaf aan dat het belangrijk is dat er niet wordt ‘weggeprioriteerd’ door gebrek aan financiering. De maatschappelijke opgaven vragen juist om integrale uitvoering. Als er toch keuzes moeten worden gemaakt binnen de NDS, moet dat overheidsbreed en in afstemming gebeuren, gaf zij aan.

    Vervolg

    Er is afgesproken dat de staatssecretarissen op korte termijn een vervolg geven aan de kennismaking met de gemeenten, provincies en waterschappen, waarin ook de financiën ter sprake komen. Grote digitale ambities vragen om structurele investeringen in innovatie, vakmanschap en cyberveiligheid. Zonder deze middelen komt de uitvoeringskracht van overheden onder druk te staan.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ndsnieuwsbrief22026 #staatssecretaris #UnieVanWaterschappen #waterschappen

  2. UvW maakt kennis met staatssecretaris digitalisering

    Op 5 maart maakte Floor Wissing-Kunst, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, kennis met staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit). Dit gebeurde tijdens het eerste Bestuurlijk Overleg Digitalisering (BOD). Ook staatssecretaris Eric van der Burg (Slagvaardige Overheid) was hierbij aanwezig.

    In het gesprek werd benadrukt dat de 6 prioriteiten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) nauw aansluiten bij de digitale ambities in de Vaarkaart ‘Digitaal op koers’ van de waterschappen. Waar de Vaarkaart zich richt op sectorale digitale transformatie, verbreedt de NDS dit naar overheidsbrede samenwerking. Tijdens het overleg is de Vaarkaart ook aan de staatssecretarissen overhandigd.

    Prioritering

    Wissing-Kunst vroeg aandacht voor prioritering binnen de NDS. Ze gaf aan dat het belangrijk is dat er niet wordt ‘weggeprioriteerd’ door gebrek aan financiering. De maatschappelijke opgaven vragen juist om integrale uitvoering. Als er toch keuzes moeten worden gemaakt binnen de NDS, moet dat overheidsbreed en in afstemming gebeuren, gaf zij aan.

    Vervolg

    Er is afgesproken dat de staatssecretarissen op korte termijn een vervolg geven aan de kennismaking met de gemeenten, provincies en waterschappen, waarin ook de financiën ter sprake komen. Grote digitale ambities vragen om structurele investeringen in innovatie, vakmanschap en cyberveiligheid. Zonder deze middelen komt de uitvoeringskracht van overheden onder druk te staan.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ndsnieuwsbrief22026 #staatssecretaris #UnieVanWaterschappen #waterschappen

  3. UvW maakt kennis met staatssecretaris digitalisering

    Op 5 maart maakte Floor Wissing-Kunst, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, kennis met staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit). Dit gebeurde tijdens het eerste Bestuurlijk Overleg Digitalisering (BOD). Ook staatssecretaris Eric van der Burg (Slagvaardige Overheid) was hierbij aanwezig.

    In het gesprek werd benadrukt dat de 6 prioriteiten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) nauw aansluiten bij de digitale ambities in de Vaarkaart ‘Digitaal op koers’ van de waterschappen. Waar de Vaarkaart zich richt op sectorale digitale transformatie, verbreedt de NDS dit naar overheidsbrede samenwerking. Tijdens het overleg is de Vaarkaart ook aan de staatssecretarissen overhandigd.

    Prioritering

    Wissing-Kunst vroeg aandacht voor prioritering binnen de NDS. Ze gaf aan dat het belangrijk is dat er niet wordt ‘weggeprioriteerd’ door gebrek aan financiering. De maatschappelijke opgaven vragen juist om integrale uitvoering. Als er toch keuzes moeten worden gemaakt binnen de NDS, moet dat overheidsbreed en in afstemming gebeuren, gaf zij aan.

    Vervolg

    Er is afgesproken dat de staatssecretarissen op korte termijn een vervolg geven aan de kennismaking met de gemeenten, provincies en waterschappen, waarin ook de financiën ter sprake komen. Grote digitale ambities vragen om structurele investeringen in innovatie, vakmanschap en cyberveiligheid. Zonder deze middelen komt de uitvoeringskracht van overheden onder druk te staan.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ndsnieuwsbrief22026 #staatssecretaris #UnieVanWaterschappen #waterschappen

  4. UvW maakt kennis met staatssecretaris digitalisering

    Op 5 maart maakte Floor Wissing-Kunst, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, kennis met staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit). Dit gebeurde tijdens het eerste Bestuurlijk Overleg Digitalisering (BOD). Ook staatssecretaris Eric van der Burg (Slagvaardige Overheid) was hierbij aanwezig.

    In het gesprek werd benadrukt dat de 6 prioriteiten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) nauw aansluiten bij de digitale ambities in de Vaarkaart ‘Digitaal op koers’ van de waterschappen. Waar de Vaarkaart zich richt op sectorale digitale transformatie, verbreedt de NDS dit naar overheidsbrede samenwerking. Tijdens het overleg is de Vaarkaart ook aan de staatssecretarissen overhandigd.

    Prioritering

    Wissing-Kunst vroeg aandacht voor prioritering binnen de NDS. Ze gaf aan dat het belangrijk is dat er niet wordt ‘weggeprioriteerd’ door gebrek aan financiering. De maatschappelijke opgaven vragen juist om integrale uitvoering. Als er toch keuzes moeten worden gemaakt binnen de NDS, moet dat overheidsbreed en in afstemming gebeuren, gaf zij aan.

    Vervolg

    Er is afgesproken dat de staatssecretarissen op korte termijn een vervolg geven aan de kennismaking met de gemeenten, provincies en waterschappen, waarin ook de financiën ter sprake komen. Grote digitale ambities vragen om structurele investeringen in innovatie, vakmanschap en cyberveiligheid. Zonder deze middelen komt de uitvoeringskracht van overheden onder druk te staan.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ndsnieuwsbrief22026 #staatssecretaris #UnieVanWaterschappen #waterschappen

  5. UvW maakt kennis met staatssecretaris digitalisering

    Op 5 maart maakte Floor Wissing-Kunst, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, kennis met staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit). Dit gebeurde tijdens het eerste Bestuurlijk Overleg Digitalisering (BOD). Ook staatssecretaris Eric van der Burg (Slagvaardige Overheid) was hierbij aanwezig.

    In het gesprek werd benadrukt dat de 6 prioriteiten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) nauw aansluiten bij de digitale ambities in de Vaarkaart ‘Digitaal op koers’ van de waterschappen. Waar de Vaarkaart zich richt op sectorale digitale transformatie, verbreedt de NDS dit naar overheidsbrede samenwerking. Tijdens het overleg is de Vaarkaart ook aan de staatssecretarissen overhandigd.

    Prioritering

    Wissing-Kunst vroeg aandacht voor prioritering binnen de NDS. Ze gaf aan dat het belangrijk is dat er niet wordt ‘weggeprioriteerd’ door gebrek aan financiering. De maatschappelijke opgaven vragen juist om integrale uitvoering. Als er toch keuzes moeten worden gemaakt binnen de NDS, moet dat overheidsbreed en in afstemming gebeuren, gaf zij aan.

    Vervolg

    Er is afgesproken dat de staatssecretarissen op korte termijn een vervolg geven aan de kennismaking met de gemeenten, provincies en waterschappen, waarin ook de financiën ter sprake komen. Grote digitale ambities vragen om structurele investeringen in innovatie, vakmanschap en cyberveiligheid. Zonder deze middelen komt de uitvoeringskracht van overheden onder druk te staan.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ndsnieuwsbrief22026 #staatssecretaris #UnieVanWaterschappen #waterschappen

  6. GPT-NL maakt zich op voor de volgende fase

    Ruim 2 jaar na het startsein van het project GPT-NL wordt onder regie van het ministerie van BZK hard gewerkt aan het koppelen van projecten aan TNO. Dit gebeurt om het taalmodel te beproeven en doorontwikkeling te stimuleren.

    Eind 2023 was het startsein voor het project GPT-NL van NFI, SURF en TNO, een Nederlands taalmodel. Het model is uitsluitend getraind met hoogkwalitatieve data waar toestemming voor is gegeven. De eigenaren van de data worden gecompenseerd en de privacy van gebruikers is gewaarborgd. GPT-NL wordt beschikbaar gesteld voor publieke diensten en uiteindelijk ook voor commerciële toepassingen.

    Het project staat expliciet in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) onder de prioriteit AI, met als doel het stimuleren van de inzet van (open) Nederlandse of Europese taalmodellen. Dit is nodig om transparantie, betrouwbaarheid, ethische verantwoording en digitale onafhankelijk te vergroten.

    Woorden omzetten in daden

    Marco de Bruijn, beleidsmedewerker AI bij BZK: “Ik zie het als onze verantwoordelijkheid om als overheid de ontwikkeling van GPT-NL, maar ook van andere betrouwbare Europese taalmodellen, te ondersteunen door het model te beproeven in verschillende toepassingen binnen de overheid. Daarmee zetten we de woorden uit de NDS om in daden, en helpen we de ontwikkeling van GPT-NL vooruit.” Op deze manier wordt gewerkt aan een sterke digitale basis voor dienstverlening en innovatie.

    Lees het interview over de use cases.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #GPTNL #LLM #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #taalmodel #TNO

  7. Gemeenten verkennen autonome digitale werkomgeving

    4 gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zetten een concrete stap richting meer digitale autonomie binnen de publieke sector. Zij werken mee aan een pilot om een Linux-gebaseerde werkplek en de samenwerkomgeving MijnBureau in de praktijk te toetsen. Dit doen zij onder de vlag van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en SSC-ICT.

    Gemeenten ’s-Hertogenbosch, Zaanstad, Ede en Amsterdam gaan op kleine schaal experimenteren met een Linux-gebaseerde laptop in combinatie met MijnBureau. Hierop draait de Digitaal Autonome Werkomgeving Overheid (DAWO), ontwikkeld door SSC-ICT.

    Tegelijkertijd ontwikkelt BZK MijnBureau. Dat is een open source samenwerkomgeving waarin componenten samenkomen uit onder andere het Franse La Suite, het Duitse OpenDesk en Nextcloud. Samen vormen deze oplossingen een stap richting een toekomstbestendige, Europees ontwikkelde digitale werkomgeving.

    Praktijkervaring versnelt doorontwikkeling

    De komende maanden experimenteren de 4 gemeenten met een eerste versie van de autonome digitale werkomgeving. De pilot loopt tot eind 2026 en richt zich op het verzamelen van gebruikerservaringen en verbeterpunten, en het versterken van de integratie met bestaande systemen.

    Daarnaast moet duidelijk worden welke groepen gemeentemedewerkers als eerste gebruik kunnen maken van Mijn Bureau in een productieomgeving. De inzichten en ervaringen uit de pilot helpen bij het doorontwikkelen van zowel DAWO als MijnBureau richting een stabiele en breed inzetbare oplossing.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #DAWO #digitaleAutonomie #gemeenten #linux #LinuxDesktop #MijnBureau #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief72026 #SSCICT #VNG

  8. Gemeenten verkennen autonome digitale werkomgeving

    4 gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zetten een concrete stap richting meer digitale autonomie binnen de publieke sector. Zij werken mee aan een pilot om een Linux-gebaseerde werkplek en de samenwerkomgeving MijnBureau in de praktijk te toetsen. Dit doen zij onder de vlag van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en SSC-ICT.

    Gemeenten ’s-Hertogenbosch, Zaanstad, Ede en Amsterdam gaan op kleine schaal experimenteren met een Linux-gebaseerde laptop in combinatie met MijnBureau. Hierop draait de Digitaal Autonome Werkomgeving Overheid (DAWO), ontwikkeld door SSC-ICT.

    Tegelijkertijd ontwikkelt BZK MijnBureau. Dat is een open source samenwerkomgeving waarin componenten samenkomen uit onder andere het Franse La Suite, het Duitse OpenDesk en Nextcloud. Samen vormen deze oplossingen een stap richting een toekomstbestendige, Europees ontwikkelde digitale werkomgeving.

    Praktijkervaring versnelt doorontwikkeling

    De komende maanden experimenteren de 4 gemeenten met een eerste versie van de autonome digitale werkomgeving. De pilot loopt tot eind 2026 en richt zich op het verzamelen van gebruikerservaringen en verbeterpunten, en het versterken van de integratie met bestaande systemen.

    Daarnaast moet duidelijk worden welke groepen gemeentemedewerkers als eerste gebruik kunnen maken van Mijn Bureau in een productieomgeving. De inzichten en ervaringen uit de pilot helpen bij het doorontwikkelen van zowel DAWO als MijnBureau richting een stabiele en breed inzetbare oplossing.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #DAWO #digitaleAutonomie #gemeenten #linux #LinuxDesktop #MijnBureau #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief72026 #SSCICT #VNG

  9. Gemeenten verkennen autonome digitale werkomgeving

    4 gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zetten een concrete stap richting meer digitale autonomie binnen de publieke sector. Zij werken mee aan een pilot om een Linux-gebaseerde werkplek en de samenwerkomgeving MijnBureau in de praktijk te toetsen. Dit doen zij onder de vlag van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en SSC-ICT.

    Gemeenten ’s-Hertogenbosch, Zaanstad, Ede en Amsterdam gaan op kleine schaal experimenteren met een Linux-gebaseerde laptop in combinatie met MijnBureau. Hierop draait de Digitaal Autonome Werkomgeving Overheid (DAWO), ontwikkeld door SSC-ICT.

    Tegelijkertijd ontwikkelt BZK MijnBureau. Dat is een open source samenwerkomgeving waarin componenten samenkomen uit onder andere het Franse La Suite, het Duitse OpenDesk en Nextcloud. Samen vormen deze oplossingen een stap richting een toekomstbestendige, Europees ontwikkelde digitale werkomgeving.

    Praktijkervaring versnelt doorontwikkeling

    De komende maanden experimenteren de 4 gemeenten met een eerste versie van de autonome digitale werkomgeving. De pilot loopt tot eind 2026 en richt zich op het verzamelen van gebruikerservaringen en verbeterpunten, en het versterken van de integratie met bestaande systemen.

    Daarnaast moet duidelijk worden welke groepen gemeentemedewerkers als eerste gebruik kunnen maken van Mijn Bureau in een productieomgeving. De inzichten en ervaringen uit de pilot helpen bij het doorontwikkelen van zowel DAWO als MijnBureau richting een stabiele en breed inzetbare oplossing.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #DAWO #digitaleAutonomie #gemeenten #linux #LinuxDesktop #MijnBureau #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief72026 #SSCICT #VNG

  10. Gemeenten verkennen autonome digitale werkomgeving

    4 gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zetten een concrete stap richting meer digitale autonomie binnen de publieke sector. Zij werken mee aan een pilot om een Linux-gebaseerde werkplek en de samenwerkomgeving MijnBureau in de praktijk te toetsen. Dit doen zij onder de vlag van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en SSC-ICT.

    Gemeenten ’s-Hertogenbosch, Zaanstad, Ede en Amsterdam gaan op kleine schaal experimenteren met een Linux-gebaseerde laptop in combinatie met MijnBureau. Hierop draait de Digitaal Autonome Werkomgeving Overheid (DAWO), ontwikkeld door SSC-ICT.

    Tegelijkertijd ontwikkelt BZK MijnBureau. Dat is een open source samenwerkomgeving waarin componenten samenkomen uit onder andere het Franse La Suite, het Duitse OpenDesk en Nextcloud. Samen vormen deze oplossingen een stap richting een toekomstbestendige, Europees ontwikkelde digitale werkomgeving.

    Praktijkervaring versnelt doorontwikkeling

    De komende maanden experimenteren de 4 gemeenten met een eerste versie van de autonome digitale werkomgeving. De pilot loopt tot eind 2026 en richt zich op het verzamelen van gebruikerservaringen en verbeterpunten, en het versterken van de integratie met bestaande systemen.

    Daarnaast moet duidelijk worden welke groepen gemeentemedewerkers als eerste gebruik kunnen maken van Mijn Bureau in een productieomgeving. De inzichten en ervaringen uit de pilot helpen bij het doorontwikkelen van zowel DAWO als MijnBureau richting een stabiele en breed inzetbare oplossing.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #DAWO #digitaleAutonomie #gemeenten #linux #LinuxDesktop #MijnBureau #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief72026 #SSCICT #VNG

  11. Gemeenten verkennen autonome digitale werkomgeving

    4 gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zetten een concrete stap richting meer digitale autonomie binnen de publieke sector. Zij werken mee aan een pilot om een Linux-gebaseerde werkplek en de samenwerkomgeving MijnBureau in de praktijk te toetsen. Dit doen zij onder de vlag van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en SSC-ICT.

    Gemeenten ’s-Hertogenbosch, Zaanstad, Ede en Amsterdam gaan op kleine schaal experimenteren met een Linux-gebaseerde laptop in combinatie met MijnBureau. Hierop draait de Digitaal Autonome Werkomgeving Overheid (DAWO), ontwikkeld door SSC-ICT.

    Tegelijkertijd ontwikkelt BZK MijnBureau. Dat is een open source samenwerkomgeving waarin componenten samenkomen uit onder andere het Franse La Suite, het Duitse OpenDesk en Nextcloud. Samen vormen deze oplossingen een stap richting een toekomstbestendige, Europees ontwikkelde digitale werkomgeving.

    Praktijkervaring versnelt doorontwikkeling

    De komende maanden experimenteren de 4 gemeenten met een eerste versie van de autonome digitale werkomgeving. De pilot loopt tot eind 2026 en richt zich op het verzamelen van gebruikerservaringen en verbeterpunten, en het versterken van de integratie met bestaande systemen.

    Daarnaast moet duidelijk worden welke groepen gemeentemedewerkers als eerste gebruik kunnen maken van Mijn Bureau in een productieomgeving. De inzichten en ervaringen uit de pilot helpen bij het doorontwikkelen van zowel DAWO als MijnBureau richting een stabiele en breed inzetbare oplossing.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #DAWO #digitaleAutonomie #gemeenten #linux #LinuxDesktop #MijnBureau #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief72026 #SSCICT #VNG

  12. Hoe NDS-prioriteit Cloud de samenwerking zoekt

    De NDS-prioriteit Cloud zet stappen en doet dit met verschillende partijen. Zo zijn er de Open dialogen met marktpartijen, gesprekken over het ontwerp en de architectuur, en een uitvraag over de vraagarticulatie (het duidelijk krijgen van de inkoopbehoefte).

    In november en december 2025, en in januari 2026 waren er 3 Open dialogen. Het NDS Cloud-team sprak met 69 marktpartijen onder leiding van Ron Kolkman, voorzitter van het Cloud-aanjaagteam. Het doel was om informatie op te halen uit de markt en te kijken hoe en waar kan worden samengewerkt. Lees meer in NDS Cloud: verslag Open Dialoog.

    ‘Pressure cooker sessie’

    Op 9 maart vond de eerste ‘pressure cooker sessie’ plaats. Het doel was om stappen te zetten richting een goed ontwerp en goede architectuur voor de Nederlandse overheidsbrede soevereine clouddienst. Verschillende overheidsorganisaties waren aanwezig om te brainstormen. Na deze eerste succesvolle dialoogsessie volgen later meer sessies met andere overheden en partijen.

    Behoefte-inventarisatie clouddiensten

    Verder is vanuit de prioriteit Cloud gestart met een inventarisatie van de behoefte aan clouddiensten. Het NDS Cloud-team heeft een format gemaakt dat via de Unie van Waterschappen met hun achterban is gedeeld. Hiermee wordt de uitvraag aangescherpt en later verder verspreid.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #aanjaagteamCloud #cloud #clouddiensten #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #UnieVanWaterschappen

  13. Hoe NDS-prioriteit Cloud de samenwerking zoekt

    De NDS-prioriteit Cloud zet stappen en doet dit met verschillende partijen. Zo zijn er de Open dialogen met marktpartijen, gesprekken over het ontwerp en de architectuur, en een uitvraag over de vraagarticulatie (het duidelijk krijgen van de inkoopbehoefte).

    In november en december 2025, en in januari 2026 waren er 3 Open dialogen. Het NDS Cloud-team sprak met 69 marktpartijen onder leiding van Ron Kolkman, voorzitter van het Cloud-aanjaagteam. Het doel was om informatie op te halen uit de markt en te kijken hoe en waar kan worden samengewerkt. Lees meer in NDS Cloud: verslag Open Dialoog.

    ‘Pressure cooker sessie’

    Op 9 maart vond de eerste ‘pressure cooker sessie’ plaats. Het doel was om stappen te zetten richting een goed ontwerp en goede architectuur voor de Nederlandse overheidsbrede soevereine clouddienst. Verschillende overheidsorganisaties waren aanwezig om te brainstormen. Na deze eerste succesvolle dialoogsessie volgen later meer sessies met andere overheden en partijen.

    Behoefte-inventarisatie clouddiensten

    Verder is vanuit de prioriteit Cloud gestart met een inventarisatie van de behoefte aan clouddiensten. Het NDS Cloud-team heeft een format gemaakt dat via de Unie van Waterschappen met hun achterban is gedeeld. Hiermee wordt de uitvraag aangescherpt en later verder verspreid.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #aanjaagteamCloud #cloud #clouddiensten #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #UnieVanWaterschappen

  14. Hoe NDS-prioriteit Cloud de samenwerking zoekt

    De NDS-prioriteit Cloud zet stappen en doet dit met verschillende partijen. Zo zijn er de Open dialogen met marktpartijen, gesprekken over het ontwerp en de architectuur, en een uitvraag over de vraagarticulatie (het duidelijk krijgen van de inkoopbehoefte).

    In november en december 2025, en in januari 2026 waren er 3 Open dialogen. Het NDS Cloud-team sprak met 69 marktpartijen onder leiding van Ron Kolkman, voorzitter van het Cloud-aanjaagteam. Het doel was om informatie op te halen uit de markt en te kijken hoe en waar kan worden samengewerkt. Lees meer in NDS Cloud: verslag Open Dialoog.

    ‘Pressure cooker sessie’

    Op 9 maart vond de eerste ‘pressure cooker sessie’ plaats. Het doel was om stappen te zetten richting een goed ontwerp en goede architectuur voor de Nederlandse overheidsbrede soevereine clouddienst. Verschillende overheidsorganisaties waren aanwezig om te brainstormen. Na deze eerste succesvolle dialoogsessie volgen later meer sessies met andere overheden en partijen.

    Behoefte-inventarisatie clouddiensten

    Verder is vanuit de prioriteit Cloud gestart met een inventarisatie van de behoefte aan clouddiensten. Het NDS Cloud-team heeft een format gemaakt dat via de Unie van Waterschappen met hun achterban is gedeeld. Hiermee wordt de uitvraag aangescherpt en later verder verspreid.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #aanjaagteamCloud #cloud #clouddiensten #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #UnieVanWaterschappen

  15. Hoe NDS-prioriteit Cloud de samenwerking zoekt

    De NDS-prioriteit Cloud zet stappen en doet dit met verschillende partijen. Zo zijn er de Open dialogen met marktpartijen, gesprekken over het ontwerp en de architectuur, en een uitvraag over de vraagarticulatie (het duidelijk krijgen van de inkoopbehoefte).

    In november en december 2025, en in januari 2026 waren er 3 Open dialogen. Het NDS Cloud-team sprak met 69 marktpartijen onder leiding van Ron Kolkman, voorzitter van het Cloud-aanjaagteam. Het doel was om informatie op te halen uit de markt en te kijken hoe en waar kan worden samengewerkt. Lees meer in NDS Cloud: verslag Open Dialoog.

    ‘Pressure cooker sessie’

    Op 9 maart vond de eerste ‘pressure cooker sessie’ plaats. Het doel was om stappen te zetten richting een goed ontwerp en goede architectuur voor de Nederlandse overheidsbrede soevereine clouddienst. Verschillende overheidsorganisaties waren aanwezig om te brainstormen. Na deze eerste succesvolle dialoogsessie volgen later meer sessies met andere overheden en partijen.

    Behoefte-inventarisatie clouddiensten

    Verder is vanuit de prioriteit Cloud gestart met een inventarisatie van de behoefte aan clouddiensten. Het NDS Cloud-team heeft een format gemaakt dat via de Unie van Waterschappen met hun achterban is gedeeld. Hiermee wordt de uitvraag aangescherpt en later verder verspreid.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #aanjaagteamCloud #cloud #clouddiensten #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #UnieVanWaterschappen

  16. Hoe NDS-prioriteit Cloud de samenwerking zoekt

    De NDS-prioriteit Cloud zet stappen en doet dit met verschillende partijen. Zo zijn er de Open dialogen met marktpartijen, gesprekken over het ontwerp en de architectuur, en een uitvraag over de vraagarticulatie (het duidelijk krijgen van de inkoopbehoefte).

    In november en december 2025, en in januari 2026 waren er 3 Open dialogen. Het NDS Cloud-team sprak met 69 marktpartijen onder leiding van Ron Kolkman, voorzitter van het Cloud-aanjaagteam. Het doel was om informatie op te halen uit de markt en te kijken hoe en waar kan worden samengewerkt. Lees meer in NDS Cloud: verslag Open Dialoog.

    ‘Pressure cooker sessie’

    Op 9 maart vond de eerste ‘pressure cooker sessie’ plaats. Het doel was om stappen te zetten richting een goed ontwerp en goede architectuur voor de Nederlandse overheidsbrede soevereine clouddienst. Verschillende overheidsorganisaties waren aanwezig om te brainstormen. Na deze eerste succesvolle dialoogsessie volgen later meer sessies met andere overheden en partijen.

    Behoefte-inventarisatie clouddiensten

    Verder is vanuit de prioriteit Cloud gestart met een inventarisatie van de behoefte aan clouddiensten. Het NDS Cloud-team heeft een format gemaakt dat via de Unie van Waterschappen met hun achterban is gedeeld. Hiermee wordt de uitvraag aangescherpt en later verder verspreid.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #aanjaagteamCloud #cloud #clouddiensten #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #UnieVanWaterschappen

  17. Nieuwe kabinet duidelijk: de NDS gaat door

    De formatie is achter de rug en het vervolg van de NDS is duidelijk. Het programma gaat door en behoudt dezelfde naam. Prioritering bepaalt de verdere koers. 

    In februari bestond nog onduidelijkheid over het vervolg van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie onder het nieuwe kabinet. Inmiddels hebben de staatssecretarissen van EZK en BZK besloten door te gaan met de NDS. Ook de naam blijft.

    De staatssecretaris van digitale economie en soevereiniteit (EZK) wordt verantwoordelijk voor de NDS. De prioriteit Burger en ondernemer centraal blijft onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van BZK.

    Geen extra geld

    Het kabinet heeft geen extra middelen beschikbaar gesteld. Daarom gaat de NDS door op basis van de huidige budgetten. En met de inbreng van de verschillende organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken. Ook de zoektocht naar aanvullende middelen en synergie gaat door. Bijvoorbeeld in het samenvoegen van activiteiten, intensiever betrekken van interne dienstverleners en onderzoeken van samenwerkingsmogelijkheden met Defensie.

    Versnellers

    Eind december 2025 leverden alle NDS-aanjaagteams korte beschrijvingen op van wat ze van plan zijn. Een aantal van deze ‘versnellers’ zit al sinds december in de uitvoeringsfase, andere werken nog aan plannen van aanpak. De beschrijvingen, zogenaamde 2-pagers, zijn in de afgelopen tijd met de verschillende overheden afgestemd en aangescherpt.

    Prioriteiten stellen

    De beoogde versnelling en slagkracht is niet overal haalbaar zonder extra geld. Daarom is het belangrijk prioriteiten te stellen in de plannen: wat is het belangrijkst, wat heeft de meeste urgentie, en wat is mogelijk met de bestaande middelen? Alle betrokken overheden hebben die prioriteiten met hun achterban afgestemd. Met welke plannen willen ze door, waar beperken ze de scope en welke plannen stoppen ze, of starten ze niet?

    Samen resultaten boeken

    Tijdens een NDS-evenement op 31 maart deelden de aanjaagteams hun voorstellen voor prioriteitstelling en bijbehorende roadmaps met elkaar en met vertegenwoordigers van de betrokken overheden. Uit de voorstellen kwam duidelijk naar voren hoe de prioriteiten en interventies samenhangen en wat de onderlinge randvoorwaarden zijn.

    De dag zelf werd volgens NDS-programmadirecteur Erik Jan Boon gekenmerkt door enthousiasme, energie en draagvlak om samen verder te gaan met de NDS. Deelnemers spraken in een plenair onderdeel van het programma collectief de ambitie uit om resultaten te boeken. Boon vatte de dag als volgt samen: “Wij beseffen allemaal dat we met de NDS ook een beweging in gang hebben gezet naar 1 overheid. Naar meer samen en minder vrijblijvendheid en versnippering.”

    Basis voor verdere uitvoering

    Op 1 april 2026 zijn in het Programmaregieoverleg de 2-pagers vastgesteld als basis voor de verdere uitvoering. Ook zijn de voorgestelde prioriteiten bevestigd. De komende maanden worden ze besproken op politiek-bestuurlijk niveau.

    Provinciehuis, Den Haag, 31 maart 2026, NDS-evenement, foto: Bart van der Putten

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitaleEconomieEnSoevereiniteit #digitaliseringOverheid #informatievoorziening #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteitNDS #Programmaregieoverleg #versnellers

  18. Nieuwe kabinet duidelijk: de NDS gaat door

    De formatie is achter de rug en het vervolg van de NDS is duidelijk. Het programma gaat door en behoudt dezelfde naam. Prioritering bepaalt de verdere koers. 

    In februari bestond nog onduidelijkheid over het vervolg van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie onder het nieuwe kabinet. Inmiddels hebben de staatssecretarissen van EZK en BZK besloten door te gaan met de NDS. Ook de naam blijft.

    De staatssecretaris van digitale economie en soevereiniteit (EZK) wordt verantwoordelijk voor de NDS. De prioriteit Burger en ondernemer centraal blijft onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van BZK.

    Geen extra geld

    Het kabinet heeft geen extra middelen beschikbaar gesteld. Daarom gaat de NDS door op basis van de huidige budgetten. En met de inbreng van de verschillende organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken. Ook de zoektocht naar aanvullende middelen en synergie gaat door. Bijvoorbeeld in het samenvoegen van activiteiten, intensiever betrekken van interne dienstverleners en onderzoeken van samenwerkingsmogelijkheden met Defensie.

    Versnellers

    Eind december 2025 leverden alle NDS-aanjaagteams korte beschrijvingen op van wat ze van plan zijn. Een aantal van deze ‘versnellers’ zit al sinds december in de uitvoeringsfase, andere werken nog aan plannen van aanpak. De beschrijvingen, zogenaamde 2-pagers, zijn in de afgelopen tijd met de verschillende overheden afgestemd en aangescherpt.

    Prioriteiten stellen

    De beoogde versnelling en slagkracht is niet overal haalbaar zonder extra geld. Daarom is het belangrijk prioriteiten te stellen in de plannen: wat is het belangrijkst, wat heeft de meeste urgentie, en wat is mogelijk met de bestaande middelen? Alle betrokken overheden hebben die prioriteiten met hun achterban afgestemd. Met welke plannen willen ze door, waar beperken ze de scope en welke plannen stoppen ze, of starten ze niet?

    Samen resultaten boeken

    Tijdens een NDS-evenement op 31 maart deelden de aanjaagteams hun voorstellen voor prioriteitstelling en bijbehorende roadmaps met elkaar en met vertegenwoordigers van de betrokken overheden. Uit de voorstellen kwam duidelijk naar voren hoe de prioriteiten en interventies samenhangen en wat de onderlinge randvoorwaarden zijn.

    De dag zelf werd volgens NDS-programmadirecteur Erik Jan Boon gekenmerkt door enthousiasme, energie en draagvlak om samen verder te gaan met de NDS. Deelnemers spraken in een plenair onderdeel van het programma collectief de ambitie uit om resultaten te boeken. Boon vatte de dag als volgt samen: “Wij beseffen allemaal dat we met de NDS ook een beweging in gang hebben gezet naar 1 overheid. Naar meer samen en minder vrijblijvendheid en versnippering.”

    Basis voor verdere uitvoering

    Op 1 april 2026 zijn in het Programmaregieoverleg de 2-pagers vastgesteld als basis voor de verdere uitvoering. Ook zijn de voorgestelde prioriteiten bevestigd. De komende maanden worden ze besproken op politiek-bestuurlijk niveau.

    Provinciehuis, Den Haag, 31 maart 2026, NDS-evenement, foto: Bart van der Putten

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitaleEconomieEnSoevereiniteit #digitaliseringOverheid #informatievoorziening #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteitNDS #Programmaregieoverleg #versnellers

  19. Nieuwe kabinet duidelijk: de NDS gaat door

    De formatie is achter de rug en het vervolg van de NDS is duidelijk. Het programma gaat door en behoudt dezelfde naam. Prioritering bepaalt de verdere koers. 

    In februari bestond nog onduidelijkheid over het vervolg van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie onder het nieuwe kabinet. Inmiddels hebben de staatssecretarissen van EZK en BZK besloten door te gaan met de NDS. Ook de naam blijft.

    De staatssecretaris van digitale economie en soevereiniteit (EZK) wordt verantwoordelijk voor de NDS. De prioriteit Burger en ondernemer centraal blijft onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van BZK.

    Geen extra geld

    Het kabinet heeft geen extra middelen beschikbaar gesteld. Daarom gaat de NDS door op basis van de huidige budgetten. En met de inbreng van de verschillende organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken. Ook de zoektocht naar aanvullende middelen en synergie gaat door. Bijvoorbeeld in het samenvoegen van activiteiten, intensiever betrekken van interne dienstverleners en onderzoeken van samenwerkingsmogelijkheden met Defensie.

    Versnellers

    Eind december 2025 leverden alle NDS-aanjaagteams korte beschrijvingen op van wat ze van plan zijn. Een aantal van deze ‘versnellers’ zit al sinds december in de uitvoeringsfase, andere werken nog aan plannen van aanpak. De beschrijvingen, zogenaamde 2-pagers, zijn in de afgelopen tijd met de verschillende overheden afgestemd en aangescherpt.

    Prioriteiten stellen

    De beoogde versnelling en slagkracht is niet overal haalbaar zonder extra geld. Daarom is het belangrijk prioriteiten te stellen in de plannen: wat is het belangrijkst, wat heeft de meeste urgentie, en wat is mogelijk met de bestaande middelen? Alle betrokken overheden hebben die prioriteiten met hun achterban afgestemd. Met welke plannen willen ze door, waar beperken ze de scope en welke plannen stoppen ze, of starten ze niet?

    Samen resultaten boeken

    Tijdens een NDS-evenement op 31 maart deelden de aanjaagteams hun voorstellen voor prioriteitstelling en bijbehorende roadmaps met elkaar en met vertegenwoordigers van de betrokken overheden. Uit de voorstellen kwam duidelijk naar voren hoe de prioriteiten en interventies samenhangen en wat de onderlinge randvoorwaarden zijn.

    De dag zelf werd volgens NDS-programmadirecteur Erik Jan Boon gekenmerkt door enthousiasme, energie en draagvlak om samen verder te gaan met de NDS. Deelnemers spraken in een plenair onderdeel van het programma collectief de ambitie uit om resultaten te boeken. Boon vatte de dag als volgt samen: “Wij beseffen allemaal dat we met de NDS ook een beweging in gang hebben gezet naar 1 overheid. Naar meer samen en minder vrijblijvendheid en versnippering.”

    Basis voor verdere uitvoering

    Op 1 april 2026 zijn in het Programmaregieoverleg de 2-pagers vastgesteld als basis voor de verdere uitvoering. Ook zijn de voorgestelde prioriteiten bevestigd. De komende maanden worden ze besproken op politiek-bestuurlijk niveau.

    Provinciehuis, Den Haag, 31 maart 2026, NDS-evenement, foto: Bart van der Putten

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitaleEconomieEnSoevereiniteit #digitaliseringOverheid #informatievoorziening #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteitNDS #Programmaregieoverleg #versnellers

  20. Nieuwe kabinet duidelijk: de NDS gaat door

    De formatie is achter de rug en het vervolg van de NDS is duidelijk. Het programma gaat door en behoudt dezelfde naam. Prioritering bepaalt de verdere koers. 

    In februari bestond nog onduidelijkheid over het vervolg van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie onder het nieuwe kabinet. Inmiddels hebben de staatssecretarissen van EZK en BZK besloten door te gaan met de NDS. Ook de naam blijft.

    De staatssecretaris van digitale economie en soevereiniteit (EZK) wordt verantwoordelijk voor de NDS. De prioriteit Burger en ondernemer centraal blijft onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van BZK.

    Geen extra geld

    Het kabinet heeft geen extra middelen beschikbaar gesteld. Daarom gaat de NDS door op basis van de huidige budgetten. En met de inbreng van de verschillende organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken. Ook de zoektocht naar aanvullende middelen en synergie gaat door. Bijvoorbeeld in het samenvoegen van activiteiten, intensiever betrekken van interne dienstverleners en onderzoeken van samenwerkingsmogelijkheden met Defensie.

    Versnellers

    Eind december 2025 leverden alle NDS-aanjaagteams korte beschrijvingen op van wat ze van plan zijn. Een aantal van deze ‘versnellers’ zit al sinds december in de uitvoeringsfase, andere werken nog aan plannen van aanpak. De beschrijvingen, zogenaamde 2-pagers, zijn in de afgelopen tijd met de verschillende overheden afgestemd en aangescherpt.

    Prioriteiten stellen

    De beoogde versnelling en slagkracht is niet overal haalbaar zonder extra geld. Daarom is het belangrijk prioriteiten te stellen in de plannen: wat is het belangrijkst, wat heeft de meeste urgentie, en wat is mogelijk met de bestaande middelen? Alle betrokken overheden hebben die prioriteiten met hun achterban afgestemd. Met welke plannen willen ze door, waar beperken ze de scope en welke plannen stoppen ze, of starten ze niet?

    Samen resultaten boeken

    Tijdens een NDS-evenement op 31 maart deelden de aanjaagteams hun voorstellen voor prioriteitstelling en bijbehorende roadmaps met elkaar en met vertegenwoordigers van de betrokken overheden. Uit de voorstellen kwam duidelijk naar voren hoe de prioriteiten en interventies samenhangen en wat de onderlinge randvoorwaarden zijn.

    De dag zelf werd volgens NDS-programmadirecteur Erik Jan Boon gekenmerkt door enthousiasme, energie en draagvlak om samen verder te gaan met de NDS. Deelnemers spraken in een plenair onderdeel van het programma collectief de ambitie uit om resultaten te boeken. Boon vatte de dag als volgt samen: “Wij beseffen allemaal dat we met de NDS ook een beweging in gang hebben gezet naar 1 overheid. Naar meer samen en minder vrijblijvendheid en versnippering.”

    Basis voor verdere uitvoering

    Op 1 april 2026 zijn in het Programmaregieoverleg de 2-pagers vastgesteld als basis voor de verdere uitvoering. Ook zijn de voorgestelde prioriteiten bevestigd. De komende maanden worden ze besproken op politiek-bestuurlijk niveau.

    Provinciehuis, Den Haag, 31 maart 2026, NDS-evenement, foto: Bart van der Putten

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitaleEconomieEnSoevereiniteit #digitaliseringOverheid #informatievoorziening #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteitNDS #Programmaregieoverleg #versnellers

  21. Nieuwe kabinet duidelijk: de NDS gaat door

    De formatie is achter de rug en het vervolg van de NDS is duidelijk. Het programma gaat door en behoudt dezelfde naam. Prioritering bepaalt de verdere koers. 

    In februari bestond nog onduidelijkheid over het vervolg van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie onder het nieuwe kabinet. Inmiddels hebben de staatssecretarissen van EZK en BZK besloten door te gaan met de NDS. Ook de naam blijft.

    De staatssecretaris van digitale economie en soevereiniteit (EZK) wordt verantwoordelijk voor de NDS. De prioriteit Burger en ondernemer centraal blijft onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van BZK.

    Geen extra geld

    Het kabinet heeft geen extra middelen beschikbaar gesteld. Daarom gaat de NDS door op basis van de huidige budgetten. En met de inbreng van de verschillende organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken. Ook de zoektocht naar aanvullende middelen en synergie gaat door. Bijvoorbeeld in het samenvoegen van activiteiten, intensiever betrekken van interne dienstverleners en onderzoeken van samenwerkingsmogelijkheden met Defensie.

    Versnellers

    Eind december 2025 leverden alle NDS-aanjaagteams korte beschrijvingen op van wat ze van plan zijn. Een aantal van deze ‘versnellers’ zit al sinds december in de uitvoeringsfase, andere werken nog aan plannen van aanpak. De beschrijvingen, zogenaamde 2-pagers, zijn in de afgelopen tijd met de verschillende overheden afgestemd en aangescherpt.

    Prioriteiten stellen

    De beoogde versnelling en slagkracht is niet overal haalbaar zonder extra geld. Daarom is het belangrijk prioriteiten te stellen in de plannen: wat is het belangrijkst, wat heeft de meeste urgentie, en wat is mogelijk met de bestaande middelen? Alle betrokken overheden hebben die prioriteiten met hun achterban afgestemd. Met welke plannen willen ze door, waar beperken ze de scope en welke plannen stoppen ze, of starten ze niet?

    Samen resultaten boeken

    Tijdens een NDS-evenement op 31 maart deelden de aanjaagteams hun voorstellen voor prioriteitstelling en bijbehorende roadmaps met elkaar en met vertegenwoordigers van de betrokken overheden. Uit de voorstellen kwam duidelijk naar voren hoe de prioriteiten en interventies samenhangen en wat de onderlinge randvoorwaarden zijn.

    De dag zelf werd volgens NDS-programmadirecteur Erik Jan Boon gekenmerkt door enthousiasme, energie en draagvlak om samen verder te gaan met de NDS. Deelnemers spraken in een plenair onderdeel van het programma collectief de ambitie uit om resultaten te boeken. Boon vatte de dag als volgt samen: “Wij beseffen allemaal dat we met de NDS ook een beweging in gang hebben gezet naar 1 overheid. Naar meer samen en minder vrijblijvendheid en versnippering.”

    Basis voor verdere uitvoering

    Op 1 april 2026 zijn in het Programmaregieoverleg de 2-pagers vastgesteld als basis voor de verdere uitvoering. Ook zijn de voorgestelde prioriteiten bevestigd. De komende maanden worden ze besproken op politiek-bestuurlijk niveau.

    Provinciehuis, Den Haag, 31 maart 2026, NDS-evenement, foto: Bart van der Putten

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitaleEconomieEnSoevereiniteit #digitaliseringOverheid #informatievoorziening #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteitNDS #Programmaregieoverleg #versnellers

  22. Nederland moet zelf de baas worden over digitale toekomst

    Soevereiniteit is een breed begrip dat nog veel vragen oproept. Is een Nederlands datacentrum dat draait op buitenlandse hardware soeverein? Dreigt bij alleen Europees inkopen een risico van Europese afhankelijkheid? Voor deze en nog veel meer vragen was ruimte genoeg op het iBestuur-congres Soevereiniteit en Overheid in Amsterdam.

    Willemijn Aerdts is staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit (EZK) en verantwoordelijk voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Op het congres vatte zij in een korte openingsboodschap soevereiniteit samen als “Nederland moet zelf de baas worden over zijn data, digitale infrastructuur en technologie”. Dat houdt in dat de overheid kiest of zij haar digitaliseringszaken zelf doet, uitbesteed, in eigen hand houdt en/of samenwerkt en in dat geval, met wie. Kortom, soevereiniteit is de vrijheid om keuzes te maken. Daar was de spreker na haar het roerend mee eens. Amsterdamse wethouder Alexander Scholtes zei dat digitale onafhankelijkheid belangrijk is en “dat klinkt logisch, maar we komen van ver.” Het is nu bijna niet meer voor te stellen dat we in Nederland jarenlang onze data hebben weggegeven in een openbare cloud. En dat we onze kritieke infrastructuur niet in eigen (of Europese) hand hebben gehouden.

    “Het is nu bijna niet meer voor te stellen dat we in Nederland jarenlang onze data hebben weggegeven in een openbare cloud”

    Europees investeren

    Maar soevereiniteit gaat ook over richting geven aan de ontwikkeling van ICT, zei Scholtes. “De overheid heeft sturingsmogelijkheden waar we inkopen en met wie we samenwerken.” Hij pleitte voor investeren in Europese innovatiekracht en het stimuleren van Europese bedrijven. Dichter bij huis wil de gemeente geen concessies meer doen aan data. “Het is een strategie die wij graag waardengedreven pragmatisme noemen.” In 2035 hoopt de stad volledig de regie te hebben over haar data. “We zijn blij met het Rijk aan onze zijde, dus NDS, kom maar op met die overheidscloud.”

    Beveiligingsmindset

    CIO Rijk Art de Blaauw volgde. Hij nam een meer risicogerichte blik op soevereiniteit en ging in op de dreiging van AI. Specifiek op AI-gestuurde aanvallen op de Nederlandse infrastructuur en door AI massaal gegenereerde desinformatie. Ook refereerde hij aan de komst van de zeer krachtige quantumcomputer en hoe de huidige versleuteling van data daar niet tegen opgewassen is. Quantumveilige encryptie is een van de versnellers van de NDS-prioriteit Digitale Weerbaarheid en Digitale Autonomie. “We werken aan digitalisering in de 21e eeuw met een beveiligingsmindset uit 20e eeuw. Dat is vragen om problemen.” Ook de continuïteit van dienstverlening is een aspect van soevereiniteit: kan de overheid haar werk nog doen in geval van crisis? “Infrastructuur is een strategische vraag geworden, zei De Blaauw. “Onze gezamenlijke digitale toekomst is belangrijk. En banken en universiteiten staan voor dezelfde uitdagingen.” Wat het belang van samenwerking over organisatiegrenzen heen maar weer eens onderstreept.

    “We werken aan digitalisering in de 21e eeuw met een beveiligingsmindset uit 20e eeuw. Dat is vragen om problemen”Art de Blaauw – CIO Rijk

    Gouden tips

    De rest van de dag hadden deelnemers de keuze uit 3 ronden aan workshops, lezingen en kennissessies. Erik Vermeulen en Anna van den Breemer van het bedrijf EY presenteerden stellingen rond de vraag ‘soevereine techgiganten of open ecosystemen?’ Er kwam een breed spectrum aan onderwerpen voorbij. Van afgetapte zeekabels tot lokaal personeelsbeleid en van quantumencryptie tot Europees-gekweekte technocraten. Heel behulpzaam waren de overzichten op de website Eurostack van Europese alternatieven voor veelgebruikte technologie. Open source werd geprezen en Vermeulen was verheugd dat ‘die geest uit de fles is’. Hij stelde voor dat overheidsorganisaties een deel van hun opleidingsbudget delen met de open source-community, die veelal draait op (zeer kundige) vrijwilligers. Ook Europees gebruikte oplossingen leunen veelal op onbetaalde expertise. “Financier de communities op die manier. Zij kunnen dan door met hun werk, en jullie maken gebruik van hun kennis en kunde.”

    Gouden inkoopmomenten

    Ook waardeerden bezoekers de tip van een deelnemer om ‘gouden momenten’ te verzamelen: de momenten waarop ICT-contracten aflopen. Vernieuwing is een goed moment voor andere keuzes. Bijvoorbeeld door aanbestedingseisen aan te passen aan de eigen publieke waarden en/of inkoopdracht te bundelen met andere overheidsorganisaties. Een ander advies was om ook sectoraal te denken, naast nationaal of Europees. En om eens goed achter de oren te krabben wanneer het gaat over de inkoop van functionaliteit. Simpel gezegd: wie gebruikt 100% van wat een pakket kan? Hebben we niet veel meer ingekocht dan we nodig hadden?

    “Vernieuwing is een goed moment voor andere keuzes. Bijvoorbeeld door aanbestedingseisen aan te passen aan de eigen publieke waarden”

    Soeverein dataplatform

    Dat bleek een mooie brug naar de sessie van Duitse cloudprovider T-Systems en de gemeente Nijmegen. De Duitse overheid is grootaandeelhouder van Deutsche Telekom, eigenaar van T-Systems. Een dataplatform van deze provider draait in Nijmegen.

    Bram Withaar van de gemeente legde daarna uit dat hun dataplatform last had van performanceproblemen. Daarnaast was het ICT-team nieuwsgierig of ze het ook bij een Europese cloud konden onderbrengen. Nijmegen formuleerde eerst wat ze nodig had aan architectuur, governance en security en deed toen pas de leveranciersvergelijking. Gevraagd naar hoe zijn team de bestuurders had meegekregen, antwoordde Withaar “We zijn gewend dingen te doen, zo staan we als gemeente ook bekend.” Nijmegen heeft het werk gedaan met het eigen team, samen met ICT Rijk van Nijmegen. Ook de gemeenteraad vindt soevereiniteit een belangrijk thema. Loskomen van de grote Amerikaanse bedrijven is voor hen een voorbeeld daarvan.

    Samenwerkende waterschappen

    Voor de 21 waterschappen, kritieke entiteiten van Nederland, strekt soevereiniteit zich uit tot ver in de fysieke ruimte. Naar (onder andere) de sluizen, gemalen en keringen die waterbeheer en beheer waterpeil mogelijk maken. En die in geval van crisis met de hand moeten worden bediend. Veiligheid is voor de waterschappen een belangrijk aspect van soevereiniteit. Bij het Waterschapshuis zijn de prangende vragen: wat staat er in de cloud, hoeveel grip hebben we daar op, wat hebben we nodig om onze primaire taken te doen en hoeveel uren of weken krijgen we daar last van?

    Met defensie

    Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden had recent nog een oefening ‘stroomuitval’ samen met Defensie. Dat ministerie is ook geïnteresseerd in sommige data die de waterschappen beheren. Zij vullen bijvoorbeeld satellietgegevens over bodemvocht (hoe nat de grond is) aan met lokale metingen. Zo weten ze of een tractor het weiland in kan, of juist een tank.

    Naast krimpende budgetten hebben waterschappen te maken met zeespiegelstijging en bodemdaling door gaswinning. In hun fysieke uitdagingen en digitale ambities trekken de waterschappen gezamenlijk op. Zij zijn namelijk natuurlijke samenwerkingspartners, omdat water zich nog nooit iets heeft aangetrokken van grenzen op het land.

     

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #cloudsoevereiniteit #digitaleSoevereiniteit #iBestuurCongres #ndsnieuwsbrief22026

  23. NDS-prioriteit Digitaal vakmanschap: wat is het?

    In online How to-sessies houdt de Rijksinnovatie Community (RIC) ambtenaren op de hoogte van allerlei onderwerpen. In maart was het weer de beurt aan het NDS-programma, met het onderwerp: digitaal vakmanschap. Misschien een bekende term als je de NDS volgt, maar wat houdt digitaal vakmanschap in? 

    De NDS-prioriteit Digitaal vakmanschap en moderne werkomgeving gaat over de mens als de drijvende kracht achter technologie. “Dit is een prioriteit van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), omdat de effectiviteit van technologie zo goed is als de mensen die ermee werken. Hoe meer kennis en kunde bij ambtenaren en bestuurders, hoe beter zij digitale technologie kunnen inzetten in het dagelijks werk. En dus, hoe beter hun dienstverlening aan burgers en ondernemers.” Dit zei programmamanager Robert van Agtmaal (CIO Rijk) op een bijeenkomst van RIC. “We moeten begrijpen welke veranderingen digitalisering brengt, waar de kansen en bedreigingen liggen en hoe we daar als ambtenaren en bestuurders mee omgaan. Om zo onze dienstverlening te verbeteren.”

    Van moderne werkomgeving, tot aan duurzaam personeelsbestand

    Het NDS-team rondom Digitaal vakmanschap en moderne werkomgeving onderzoekt wat de huidige digitaliseringsontwikkelingen betekenen voor medewerkers van de overheid. En wat zij nodig hebben om hun werk goed te doen. Daar hoort onder andere een moderne digitale werkplek bij. Ook wordt er gekeken naar hoe de digitale expertise die er al is, effectief overheidsbreed ingezet kan worden. Bijvoorbeeld door het beschikbaar maken van de bestaande kennis en expertise in alle overheidslagen. Dat doen ze in pools van digitaliseringsprofessionals.

    “Daaraan gelieerd is het overheidsbreed opbouwen van een duurzaam personeelsbestand. Zodat organisaties ook voor de lange termijn de juiste vaardigheden en capaciteit in huis hebben én behouden. In het inzichtelijk maken van de benodigde capaciteit is het Kwaliteitsraamwerk Informatievoorziening (KWIV) essentieel”, legt Agtmaal uit. Dit raamwerk is gebaseerd op het European Competence Framework dat al wordt gebruikt in een aantal overheidsorganisaties. Het KWIV beschrijft digitale rollen en zorgt voor een gemeenschappelijke taal.

    Blijven leren en ontwikkelen

    Op het gebied van kennisvergaring en personeelsbeleid gaat de NDS vooral uit van wat er al is. Agtmaal: “Bij alle overheden is er al veel ontwikkeld en dat willen we bij elkaar brengen.” Hiervoor is het belangrijk dat mensen meebewegen met de digitaliseringsontwikkelingen. “Dat is ook digitaal vakmanschap”, zei Bart Geerdink van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). “We moeten ons als mensen blijven ontwikkelen. Dat is niet nieuw, dat doen we al jaren, maar hoe nemen organisaties hun mensen daarin mee? Leren moet gekoppeld zijn aan de dagelijkse dingen die we doen. Het moet niet iets extra’s zijn.” Als voorbeeld neemt hij AI-geletterdheid. “De ene persoon is daar verder in dan de ander. Ik zou zeggen: pak het samen op met collega’s. We moeten elkaar opzoeken en helpen.” VNG ondersteunt en faciliteert 8 pilots die de uitvoeringskracht versterken en aansluiten op de uitgangspunten van de NDS. Goede ideeën en innovatieve oplossingen worden in de lokale praktijk beproefd: leren door doen.

    Verschillende opleidingen

    De 3e spreker was Ronald van den Hoogen van RADIO (RijksAcademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid). RADIO maakt opleidingen op maat voor organisaties. Ook om de digitaliseringsbeweging aan te jagen. “Alles hangt samen. Als we praten over AI gaat het automatisch ook over cloud, data, gegevensmanagement en privacy.” Bij RADIO merken ze dat er meer aandacht is voor digitaal vakmanschap. Van Agtmaal besluit: “We moeten ons vakmanschap op peil houden zodat we ons werk goed doen. Daarom werken wij ook nauw samen met de overige NDS-prioriteiten. Digitaal vakmanschap is een essentieel onderdeel van ons ambtelijk vakmanschap.”

    Denk en doe mee

    De prioriteit Digitaal vakmanschap en moderne werkomgeving inventariseert goede voorbeelden en initiatieven. Wil je meedenken of ken/heb je een goed initiatief? Laat het weten door een mail te sturen naar [email protected]. Er is nog ruimte in verschillende werkgroepen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitaalVakmanschap #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteitNDS

  24. NDS van 4 naar 3 interventies gegaan

    2 van de 4 interventies van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) zijn begin 2026 samengevoegd. Dit is gedaan voor meer duidelijkheid en grotere slagvaardigheid. De NDS heeft nu 3 interventies (naast 6 prioriteiten).

    De interventie Standaarden en de interventie Collectieve (oplossingen) en bouwstenen hadden veel raakvlakken en zijn daarom samengevoegd. In de context van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) zijn bouwstenen namelijk (combinaties van) bestuurlijke afspraken, standaarden en gemeenschappelijke voorzieningen. En gemeenschappelijk gebruik van collectieve oplossingen of bouwstenen is vrijwel onmogelijk als daar geen gemeenschappelijke standaarden onder liggen.

    Meer samenhang

    Vanwege de raakvlakken zijn deze 2 interventies samengevoegd tot 1 interventie met de titel ‘Aanpak standaarden, collectieve oplossingen en bouwstenen’. Een voordeel voor mensen bij overheidsorganisaties die aan deze onderwerpen werken, want ook daar zat veel overlap. Zij zitten nu in 1 interventieteam, wat hun agenda’s minder belast en voor meer samenhang zorgt.

    Andere interventieteams

    De 2 andere NDS-interventies zijn onveranderd. De interventies Wetgeving en IT-sourcing & Bundelen inkoopkracht behouden ieder hun eigen interventieteam en -coördinator. De teams pakken generieke verbeteringen op en helpen de prioriteiten door belemmeringen weg te nemen. Bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving of inkoopvoorwaarden.

    Lees meer over de 3 NDS-interventies.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #interventies #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteiten

  25. NDS van 4 naar 3 interventies gegaan

    2 van de 4 interventies van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) zijn begin 2026 samengevoegd. Dit is gedaan voor meer duidelijkheid en grotere slagvaardigheid. De NDS heeft nu 3 interventies (naast 6 prioriteiten).

    De interventie Standaarden en de interventie Collectieve (oplossingen) en bouwstenen hadden veel raakvlakken en zijn daarom samengevoegd. In de context van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) zijn bouwstenen namelijk (combinaties van) bestuurlijke afspraken, standaarden en gemeenschappelijke voorzieningen. En gemeenschappelijk gebruik van collectieve oplossingen of bouwstenen is vrijwel onmogelijk als daar geen gemeenschappelijke standaarden onder liggen.

    Meer samenhang

    Vanwege de raakvlakken zijn deze 2 interventies samengevoegd tot 1 interventie met de titel ‘Aanpak standaarden, collectieve oplossingen en bouwstenen’. Een voordeel voor mensen bij overheidsorganisaties die aan deze onderwerpen werken, want ook daar zat veel overlap. Zij zitten nu in 1 interventieteam, wat hun agenda’s minder belast en voor meer samenhang zorgt.

    Andere interventieteams

    De 2 andere NDS-interventies zijn onveranderd. De interventies Wetgeving en IT-sourcing & Bundelen inkoopkracht behouden ieder hun eigen interventieteam en -coördinator. De teams pakken generieke verbeteringen op en helpen de prioriteiten door belemmeringen weg te nemen. Bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving of inkoopvoorwaarden.

    Lees meer over de 3 NDS-interventies.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #interventies #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteiten

  26. NDS van 4 naar 3 interventies gegaan

    2 van de 4 interventies van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) zijn begin 2026 samengevoegd. Dit is gedaan voor meer duidelijkheid en grotere slagvaardigheid. De NDS heeft nu 3 interventies (naast 6 prioriteiten).

    De interventie Standaarden en de interventie Collectieve (oplossingen) en bouwstenen hadden veel raakvlakken en zijn daarom samengevoegd. In de context van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) zijn bouwstenen namelijk (combinaties van) bestuurlijke afspraken, standaarden en gemeenschappelijke voorzieningen. En gemeenschappelijk gebruik van collectieve oplossingen of bouwstenen is vrijwel onmogelijk als daar geen gemeenschappelijke standaarden onder liggen.

    Meer samenhang

    Vanwege de raakvlakken zijn deze 2 interventies samengevoegd tot 1 interventie met de titel ‘Aanpak standaarden, collectieve oplossingen en bouwstenen’. Een voordeel voor mensen bij overheidsorganisaties die aan deze onderwerpen werken, want ook daar zat veel overlap. Zij zitten nu in 1 interventieteam, wat hun agenda’s minder belast en voor meer samenhang zorgt.

    Andere interventieteams

    De 2 andere NDS-interventies zijn onveranderd. De interventies Wetgeving en IT-sourcing & Bundelen inkoopkracht behouden ieder hun eigen interventieteam en -coördinator. De teams pakken generieke verbeteringen op en helpen de prioriteiten door belemmeringen weg te nemen. Bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving of inkoopvoorwaarden.

    Lees meer over de 3 NDS-interventies.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #interventies #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteiten

  27. NDS van 4 naar 3 interventies gegaan

    2 van de 4 interventies van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) zijn begin 2026 samengevoegd. Dit is gedaan voor meer duidelijkheid en grotere slagvaardigheid. De NDS heeft nu 3 interventies (naast 6 prioriteiten).

    De interventie Standaarden en de interventie Collectieve (oplossingen) en bouwstenen hadden veel raakvlakken en zijn daarom samengevoegd. In de context van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) zijn bouwstenen namelijk (combinaties van) bestuurlijke afspraken, standaarden en gemeenschappelijke voorzieningen. En gemeenschappelijk gebruik van collectieve oplossingen of bouwstenen is vrijwel onmogelijk als daar geen gemeenschappelijke standaarden onder liggen.

    Meer samenhang

    Vanwege de raakvlakken zijn deze 2 interventies samengevoegd tot 1 interventie met de titel ‘Aanpak standaarden, collectieve oplossingen en bouwstenen’. Een voordeel voor mensen bij overheidsorganisaties die aan deze onderwerpen werken, want ook daar zat veel overlap. Zij zitten nu in 1 interventieteam, wat hun agenda’s minder belast en voor meer samenhang zorgt.

    Andere interventieteams

    De 2 andere NDS-interventies zijn onveranderd. De interventies Wetgeving en IT-sourcing & Bundelen inkoopkracht behouden ieder hun eigen interventieteam en -coördinator. De teams pakken generieke verbeteringen op en helpen de prioriteiten door belemmeringen weg te nemen. Bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving of inkoopvoorwaarden.

    Lees meer over de 3 NDS-interventies.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #interventies #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteiten

  28. NDS van 4 naar 3 interventies gegaan

    2 van de 4 interventies van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) zijn begin 2026 samengevoegd. Dit is gedaan voor meer duidelijkheid en grotere slagvaardigheid. De NDS heeft nu 3 interventies (naast 6 prioriteiten).

    De interventie Standaarden en de interventie Collectieve (oplossingen) en bouwstenen hadden veel raakvlakken en zijn daarom samengevoegd. In de context van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) zijn bouwstenen namelijk (combinaties van) bestuurlijke afspraken, standaarden en gemeenschappelijke voorzieningen. En gemeenschappelijk gebruik van collectieve oplossingen of bouwstenen is vrijwel onmogelijk als daar geen gemeenschappelijke standaarden onder liggen.

    Meer samenhang

    Vanwege de raakvlakken zijn deze 2 interventies samengevoegd tot 1 interventie met de titel ‘Aanpak standaarden, collectieve oplossingen en bouwstenen’. Een voordeel voor mensen bij overheidsorganisaties die aan deze onderwerpen werken, want ook daar zat veel overlap. Zij zitten nu in 1 interventieteam, wat hun agenda’s minder belast en voor meer samenhang zorgt.

    Andere interventieteams

    De 2 andere NDS-interventies zijn onveranderd. De interventies Wetgeving en IT-sourcing & Bundelen inkoopkracht behouden ieder hun eigen interventieteam en -coördinator. De teams pakken generieke verbeteringen op en helpen de prioriteiten door belemmeringen weg te nemen. Bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving of inkoopvoorwaarden.

    Lees meer over de 3 NDS-interventies.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #interventies #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #NederlandseDigitaliseringsstrategie #prioriteiten

  29. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe”

    Foto: Olivier Middendorp

    Digitale weerbaarheid en autonomie zijn concrete voorwaarden voor een goed functionerende overheid. Volgens Maarten Jonker, voorzitter van het aanjaagteam voor de NDS-prioriteit Versterken digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid, raken deze onderwerpen inmiddels vrijwel alle onderdelen van het overheidswerk. 

    “Digitale systemen zijn onmisbaar voor veel overheidsprocessen. Juist daarom is extra aandacht noodzakelijk voor continuïteit, betrouwbaarheid en het vermogen om verstoringen op te vangen.”

    Structurele aandacht en gezamenlijke keuzes

    Jonker – CIO van de Dienst Toeslagen bij het ministerie van Financiën – houdt zich al langere tijd met dit onderwerp bezig. In verschillende rollen binnen de overheid werkte hij aan vraagstukken over afhankelijkheden en digitale samenwerking. Daardoor heeft hij van dichtbij gezien hoe het thema zich ontwikkelde van een technisch aandachtspunt tot een brede bestuurlijke opgave.

    Digitale weerbaarheid is volgens Jonker dan ook niet langer een onderwerp dat alleen bij de IT-afdeling thuishoort. “Het raakt aan de vraag of de overheid als geheel betrouwbaar kan blijven functioneren. En wat dat betekent voor de continuïteit van dienstverlening en voor mensen die daarvan afhankelijk zijn.”

    “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken”Maarten Jonker

    Weerbaarheid als randvoorwaarde voor dienstverlening

    Digitale weerbaarheid wordt vaak geassocieerd met beveiliging, maar Jonker benadrukt dat het begrip breder is. Het gaat niet alleen om het voorkomen dat systemen worden aangevallen, maar ook om het vermogen verstoringen op te vangen en snel te herstellen. “Weerbaarheid betekent voorbereid zijn op het moment dat het misgaat. Dat vraagt om voorbereiding en duidelijke afspraken over wie wat doet als systemen uitvallen.”

    Hij vergelijkt het met een verzekering. “Je hoopt die nooit nodig te hebben, maar je moet het wel geregeld hebben. Dat betekent ook dat je bereid bent daar structureel in te investeren, ook als het effect niet direct zichtbaar is.”

    Die investering is ‘niet vrijblijvend, maar noodzakelijk’, ook omdat digitale processen steeds meer met elkaar verweven zijn. Overheidsorganisaties werken in ketens en gebruiken gezamenlijke voorzieningen. “Als 1 onderdeel kwetsbaar is, kan dat gevolgen hebben voor andere organisaties. Daarom kun je weerbaarheid niet meer alleen per organisatie bekijken.”

    Autonomie betekent keuzes kunnen maken

    Naast weerbaarheid maakt digitale autonomie deel uit van deze NDS-prioriteit. Jonker benadrukt dat autonomie niet betekent dat de overheid alles zelf moet ontwikkelen of beheren. “Volledige onafhankelijkheid is niet realistisch en ook niet wenselijk. Het gaat om de voorwaarden waarop we producten afnemen. De markt ontwikkelt zich op veel terreinen sneller, is meer innovatief gericht en kan dit veelal ook tegen lagere kosten dan als we dit als overheid zouden willen doen.”

    De kern van autonomie betekent volgens hem iets anders. “Het gaat erom dat je keuzes kunt maken en niet vastzit in afhankelijkheden waar je niet meer uit kunt. Je moet weten waar je afhankelijk van bent, wat dat betekent en welke alternatieven je hebt. Autonomie heeft dan ook een belangrijke relatie met de andere NDS-prioriteiten en interventies, omdat afwegingen over autonomie ook relevant zijn voor bijvoorbeeld AI, Cloud, Data en IT-sourcing.”

    Dat vraagt om beter inzicht, meer kennisdeling en om strategische keuzes. “We moeten beter begrijpen welke technologieën cruciaal zijn voor het functioneren van de overheid en hoe we daar grip op houden. Dit betekent dat we samen moeten investeren in kennis of voorzieningen. En dat we afspraken moeten maken over standaarden of contracten.”

    Kwetsbaarheden zitten vaak in de keten

    Volgens Jonker schuilt een belangrijk deel van de kwetsbaarheid van de overheid niet in individuele organisaties, maar juist in de verbindingen ertussen: de keten is zo sterk als de zwakste schakel. Overheidsorganisaties werken samen in complexe digitale ketens, met veel uitwisseling van gegevens en systemen die op elkaar aansluiten. “Daar ontstaan vaak de risico’s.”

    Daarmee vormen digitale weerbaarheid en autonomie per definitie een gezamenlijke opgave. “Je kunt als organisatie je eigen beveiliging op orde hebben, maar als de keten als geheel kwetsbaar blijft, heb je nog steeds een probleem. Daarom moeten we dit overheidsbreed en interbestuurlijk aanpakken.”

    Samenwerking onmisbaar, maar niet vanzelfsprekend

    Het versterken van weerbaarheid en autonomie vraagt volgens Jonker om intensieve samenwerking tussen overheidsorganisaties. Denk aan gezamenlijke voorzieningen, gedeelde standaarden en het bundelen van expertise. “We hoeven niet allemaal het wiel uit te vinden. Door samen op te trekken, kunnen we sneller en effectiever stappen zetten.”

    Tegelijkertijd erkent hij dat samenwerking niet vanzelf gaat. Organisaties hebben verschillende prioriteiten, tempo’s en verantwoordelijkheden. Bovendien is er schaarste aan mensen met de juiste expertise. “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken over wat we samen doen en waar we collectief in investeren.”

    Jonker stelt dat het helpt om weerbaarheid niet te zien als kostenpost, maar als randvoorwaarde voor continuïteit. “Als systemen uitvallen of kwetsbaar zijn, kost dat uiteindelijk veel meer. Het is dus geen luxe, maar een noodzakelijke investering.”

    Impact op dienstverlening en burgers

    In zijn dagelijkse werk ziet Jonker al jarenlang hoe belangrijk digitale weerbaarheid in de praktijk is. Verstoringen of kwetsbaarheden in systemen hebben direct impact op dienstverlening en op burgers die afhankelijk zijn van de overheid. “Dat maakt het onderwerp heel tastbaar. Het gaat niet om theoretische risico’s, maar om situaties die echt (kunnen) optreden.”

    De praktijk helpt volgens hem om het gesprek over weerbaarheid concreter te maken. “Het helpt als we voorbeelden delen en zichtbaar maken wat er gebeurt als dingen niet goed geregeld zijn. Dan wordt duidelijk waarom dit onderwerp zo belangrijk is.”

    Van bewustzijn naar uitvoering

    Volgens Jonker is het gesprek over digitale weerbaarheid en autonomie de afgelopen jaren veranderd. De discussie gaat minder over de vraag of het belangrijk is, en meer over wat concreet moet gebeuren. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe.”

    De komende periode, tot aan de zomer, ligt de nadruk daarom op het vertalen van de NDS-prioriteit naar concrete stappen. Dat kan gaan om gezamenlijke initiatieven, het versterken van kennis en capaciteit, of het maken van duidelijke afspraken over standaarden en voorzieningen. “We moeten het tastbaar maken. Niet alleen strategie, maar ook uitvoering.”

    Een weerbare overheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Uiteindelijk draait deze NDS-prioriteit volgens Jonker om het functioneren van de overheid als geheel. “Digitale weerbaarheid en autonomie zijn voorwaarden om de overheid ook in een steeds digitalere samenleving goed te laten functioneren.”

    Dat vraagt volgens hem om gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Geen enkele organisatie kan dit alleen. Alleen door samen te werken, kennis te delen en keuzes te maken, kunnen we de overheid digitaal weerbaarder en autonomer maken en houden.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #digitaleAutonomie #digitaleWeerbaarheid #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #overheidsdienstverlening #Standaarden

  30. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe”

    Foto: Olivier Middendorp

    Digitale weerbaarheid en autonomie zijn concrete voorwaarden voor een goed functionerende overheid. Volgens Maarten Jonker, voorzitter van het aanjaagteam voor de NDS-prioriteit Versterken digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid, raken deze onderwerpen inmiddels vrijwel alle onderdelen van het overheidswerk. 

    “Digitale systemen zijn onmisbaar voor veel overheidsprocessen. Juist daarom is extra aandacht noodzakelijk voor continuïteit, betrouwbaarheid en het vermogen om verstoringen op te vangen.”

    Structurele aandacht en gezamenlijke keuzes

    Jonker – CIO van de Dienst Toeslagen bij het ministerie van Financiën – houdt zich al langere tijd met dit onderwerp bezig. In verschillende rollen binnen de overheid werkte hij aan vraagstukken over afhankelijkheden en digitale samenwerking. Daardoor heeft hij van dichtbij gezien hoe het thema zich ontwikkelde van een technisch aandachtspunt tot een brede bestuurlijke opgave.

    Digitale weerbaarheid is volgens Jonker dan ook niet langer een onderwerp dat alleen bij de IT-afdeling thuishoort. “Het raakt aan de vraag of de overheid als geheel betrouwbaar kan blijven functioneren. En wat dat betekent voor de continuïteit van dienstverlening en voor mensen die daarvan afhankelijk zijn.”

    “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken”Maarten Jonker

    Weerbaarheid als randvoorwaarde voor dienstverlening

    Digitale weerbaarheid wordt vaak geassocieerd met beveiliging, maar Jonker benadrukt dat het begrip breder is. Het gaat niet alleen om het voorkomen dat systemen worden aangevallen, maar ook om het vermogen verstoringen op te vangen en snel te herstellen. “Weerbaarheid betekent voorbereid zijn op het moment dat het misgaat. Dat vraagt om voorbereiding en duidelijke afspraken over wie wat doet als systemen uitvallen.”

    Hij vergelijkt het met een verzekering. “Je hoopt die nooit nodig te hebben, maar je moet het wel geregeld hebben. Dat betekent ook dat je bereid bent daar structureel in te investeren, ook als het effect niet direct zichtbaar is.”

    Die investering is ‘niet vrijblijvend, maar noodzakelijk’, ook omdat digitale processen steeds meer met elkaar verweven zijn. Overheidsorganisaties werken in ketens en gebruiken gezamenlijke voorzieningen. “Als 1 onderdeel kwetsbaar is, kan dat gevolgen hebben voor andere organisaties. Daarom kun je weerbaarheid niet meer alleen per organisatie bekijken.”

    Autonomie betekent keuzes kunnen maken

    Naast weerbaarheid maakt digitale autonomie deel uit van deze NDS-prioriteit. Jonker benadrukt dat autonomie niet betekent dat de overheid alles zelf moet ontwikkelen of beheren. “Volledige onafhankelijkheid is niet realistisch en ook niet wenselijk. Het gaat om de voorwaarden waarop we producten afnemen. De markt ontwikkelt zich op veel terreinen sneller, is meer innovatief gericht en kan dit veelal ook tegen lagere kosten dan als we dit als overheid zouden willen doen.”

    De kern van autonomie betekent volgens hem iets anders. “Het gaat erom dat je keuzes kunt maken en niet vastzit in afhankelijkheden waar je niet meer uit kunt. Je moet weten waar je afhankelijk van bent, wat dat betekent en welke alternatieven je hebt. Autonomie heeft dan ook een belangrijke relatie met de andere NDS-prioriteiten en interventies, omdat afwegingen over autonomie ook relevant zijn voor bijvoorbeeld AI, Cloud, Data en IT-sourcing.”

    Dat vraagt om beter inzicht, meer kennisdeling en om strategische keuzes. “We moeten beter begrijpen welke technologieën cruciaal zijn voor het functioneren van de overheid en hoe we daar grip op houden. Dit betekent dat we samen moeten investeren in kennis of voorzieningen. En dat we afspraken moeten maken over standaarden of contracten.”

    Kwetsbaarheden zitten vaak in de keten

    Volgens Jonker schuilt een belangrijk deel van de kwetsbaarheid van de overheid niet in individuele organisaties, maar juist in de verbindingen ertussen: de keten is zo sterk als de zwakste schakel. Overheidsorganisaties werken samen in complexe digitale ketens, met veel uitwisseling van gegevens en systemen die op elkaar aansluiten. “Daar ontstaan vaak de risico’s.”

    Daarmee vormen digitale weerbaarheid en autonomie per definitie een gezamenlijke opgave. “Je kunt als organisatie je eigen beveiliging op orde hebben, maar als de keten als geheel kwetsbaar blijft, heb je nog steeds een probleem. Daarom moeten we dit overheidsbreed en interbestuurlijk aanpakken.”

    Samenwerking onmisbaar, maar niet vanzelfsprekend

    Het versterken van weerbaarheid en autonomie vraagt volgens Jonker om intensieve samenwerking tussen overheidsorganisaties. Denk aan gezamenlijke voorzieningen, gedeelde standaarden en het bundelen van expertise. “We hoeven niet allemaal het wiel uit te vinden. Door samen op te trekken, kunnen we sneller en effectiever stappen zetten.”

    Tegelijkertijd erkent hij dat samenwerking niet vanzelf gaat. Organisaties hebben verschillende prioriteiten, tempo’s en verantwoordelijkheden. Bovendien is er schaarste aan mensen met de juiste expertise. “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken over wat we samen doen en waar we collectief in investeren.”

    Jonker stelt dat het helpt om weerbaarheid niet te zien als kostenpost, maar als randvoorwaarde voor continuïteit. “Als systemen uitvallen of kwetsbaar zijn, kost dat uiteindelijk veel meer. Het is dus geen luxe, maar een noodzakelijke investering.”

    Impact op dienstverlening en burgers

    In zijn dagelijkse werk ziet Jonker al jarenlang hoe belangrijk digitale weerbaarheid in de praktijk is. Verstoringen of kwetsbaarheden in systemen hebben direct impact op dienstverlening en op burgers die afhankelijk zijn van de overheid. “Dat maakt het onderwerp heel tastbaar. Het gaat niet om theoretische risico’s, maar om situaties die echt (kunnen) optreden.”

    De praktijk helpt volgens hem om het gesprek over weerbaarheid concreter te maken. “Het helpt als we voorbeelden delen en zichtbaar maken wat er gebeurt als dingen niet goed geregeld zijn. Dan wordt duidelijk waarom dit onderwerp zo belangrijk is.”

    Van bewustzijn naar uitvoering

    Volgens Jonker is het gesprek over digitale weerbaarheid en autonomie de afgelopen jaren veranderd. De discussie gaat minder over de vraag of het belangrijk is, en meer over wat concreet moet gebeuren. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe.”

    De komende periode, tot aan de zomer, ligt de nadruk daarom op het vertalen van de NDS-prioriteit naar concrete stappen. Dat kan gaan om gezamenlijke initiatieven, het versterken van kennis en capaciteit, of het maken van duidelijke afspraken over standaarden en voorzieningen. “We moeten het tastbaar maken. Niet alleen strategie, maar ook uitvoering.”

    Een weerbare overheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Uiteindelijk draait deze NDS-prioriteit volgens Jonker om het functioneren van de overheid als geheel. “Digitale weerbaarheid en autonomie zijn voorwaarden om de overheid ook in een steeds digitalere samenleving goed te laten functioneren.”

    Dat vraagt volgens hem om gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Geen enkele organisatie kan dit alleen. Alleen door samen te werken, kennis te delen en keuzes te maken, kunnen we de overheid digitaal weerbaarder en autonomer maken en houden.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #digitaleAutonomie #digitaleWeerbaarheid #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #overheidsdienstverlening #Standaarden

  31. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe”

    Foto: Olivier Middendorp

    Digitale weerbaarheid en autonomie zijn concrete voorwaarden voor een goed functionerende overheid. Volgens Maarten Jonker, voorzitter van het aanjaagteam voor de NDS-prioriteit Versterken digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid, raken deze onderwerpen inmiddels vrijwel alle onderdelen van het overheidswerk. 

    “Digitale systemen zijn onmisbaar voor veel overheidsprocessen. Juist daarom is extra aandacht noodzakelijk voor continuïteit, betrouwbaarheid en het vermogen om verstoringen op te vangen.”

    Structurele aandacht en gezamenlijke keuzes

    Jonker – CIO van de Dienst Toeslagen bij het ministerie van Financiën – houdt zich al langere tijd met dit onderwerp bezig. In verschillende rollen binnen de overheid werkte hij aan vraagstukken over afhankelijkheden en digitale samenwerking. Daardoor heeft hij van dichtbij gezien hoe het thema zich ontwikkelde van een technisch aandachtspunt tot een brede bestuurlijke opgave.

    Digitale weerbaarheid is volgens Jonker dan ook niet langer een onderwerp dat alleen bij de IT-afdeling thuishoort. “Het raakt aan de vraag of de overheid als geheel betrouwbaar kan blijven functioneren. En wat dat betekent voor de continuïteit van dienstverlening en voor mensen die daarvan afhankelijk zijn.”

    “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken”Maarten Jonker

    Weerbaarheid als randvoorwaarde voor dienstverlening

    Digitale weerbaarheid wordt vaak geassocieerd met beveiliging, maar Jonker benadrukt dat het begrip breder is. Het gaat niet alleen om het voorkomen dat systemen worden aangevallen, maar ook om het vermogen verstoringen op te vangen en snel te herstellen. “Weerbaarheid betekent voorbereid zijn op het moment dat het misgaat. Dat vraagt om voorbereiding en duidelijke afspraken over wie wat doet als systemen uitvallen.”

    Hij vergelijkt het met een verzekering. “Je hoopt die nooit nodig te hebben, maar je moet het wel geregeld hebben. Dat betekent ook dat je bereid bent daar structureel in te investeren, ook als het effect niet direct zichtbaar is.”

    Die investering is ‘niet vrijblijvend, maar noodzakelijk’, ook omdat digitale processen steeds meer met elkaar verweven zijn. Overheidsorganisaties werken in ketens en gebruiken gezamenlijke voorzieningen. “Als 1 onderdeel kwetsbaar is, kan dat gevolgen hebben voor andere organisaties. Daarom kun je weerbaarheid niet meer alleen per organisatie bekijken.”

    Autonomie betekent keuzes kunnen maken

    Naast weerbaarheid maakt digitale autonomie deel uit van deze NDS-prioriteit. Jonker benadrukt dat autonomie niet betekent dat de overheid alles zelf moet ontwikkelen of beheren. “Volledige onafhankelijkheid is niet realistisch en ook niet wenselijk. Het gaat om de voorwaarden waarop we producten afnemen. De markt ontwikkelt zich op veel terreinen sneller, is meer innovatief gericht en kan dit veelal ook tegen lagere kosten dan als we dit als overheid zouden willen doen.”

    De kern van autonomie betekent volgens hem iets anders. “Het gaat erom dat je keuzes kunt maken en niet vastzit in afhankelijkheden waar je niet meer uit kunt. Je moet weten waar je afhankelijk van bent, wat dat betekent en welke alternatieven je hebt. Autonomie heeft dan ook een belangrijke relatie met de andere NDS-prioriteiten en interventies, omdat afwegingen over autonomie ook relevant zijn voor bijvoorbeeld AI, Cloud, Data en IT-sourcing.”

    Dat vraagt om beter inzicht, meer kennisdeling en om strategische keuzes. “We moeten beter begrijpen welke technologieën cruciaal zijn voor het functioneren van de overheid en hoe we daar grip op houden. Dit betekent dat we samen moeten investeren in kennis of voorzieningen. En dat we afspraken moeten maken over standaarden of contracten.”

    Kwetsbaarheden zitten vaak in de keten

    Volgens Jonker schuilt een belangrijk deel van de kwetsbaarheid van de overheid niet in individuele organisaties, maar juist in de verbindingen ertussen: de keten is zo sterk als de zwakste schakel. Overheidsorganisaties werken samen in complexe digitale ketens, met veel uitwisseling van gegevens en systemen die op elkaar aansluiten. “Daar ontstaan vaak de risico’s.”

    Daarmee vormen digitale weerbaarheid en autonomie per definitie een gezamenlijke opgave. “Je kunt als organisatie je eigen beveiliging op orde hebben, maar als de keten als geheel kwetsbaar blijft, heb je nog steeds een probleem. Daarom moeten we dit overheidsbreed en interbestuurlijk aanpakken.”

    Samenwerking onmisbaar, maar niet vanzelfsprekend

    Het versterken van weerbaarheid en autonomie vraagt volgens Jonker om intensieve samenwerking tussen overheidsorganisaties. Denk aan gezamenlijke voorzieningen, gedeelde standaarden en het bundelen van expertise. “We hoeven niet allemaal het wiel uit te vinden. Door samen op te trekken, kunnen we sneller en effectiever stappen zetten.”

    Tegelijkertijd erkent hij dat samenwerking niet vanzelf gaat. Organisaties hebben verschillende prioriteiten, tempo’s en verantwoordelijkheden. Bovendien is er schaarste aan mensen met de juiste expertise. “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken over wat we samen doen en waar we collectief in investeren.”

    Jonker stelt dat het helpt om weerbaarheid niet te zien als kostenpost, maar als randvoorwaarde voor continuïteit. “Als systemen uitvallen of kwetsbaar zijn, kost dat uiteindelijk veel meer. Het is dus geen luxe, maar een noodzakelijke investering.”

    Impact op dienstverlening en burgers

    In zijn dagelijkse werk ziet Jonker al jarenlang hoe belangrijk digitale weerbaarheid in de praktijk is. Verstoringen of kwetsbaarheden in systemen hebben direct impact op dienstverlening en op burgers die afhankelijk zijn van de overheid. “Dat maakt het onderwerp heel tastbaar. Het gaat niet om theoretische risico’s, maar om situaties die echt (kunnen) optreden.”

    De praktijk helpt volgens hem om het gesprek over weerbaarheid concreter te maken. “Het helpt als we voorbeelden delen en zichtbaar maken wat er gebeurt als dingen niet goed geregeld zijn. Dan wordt duidelijk waarom dit onderwerp zo belangrijk is.”

    Van bewustzijn naar uitvoering

    Volgens Jonker is het gesprek over digitale weerbaarheid en autonomie de afgelopen jaren veranderd. De discussie gaat minder over de vraag of het belangrijk is, en meer over wat concreet moet gebeuren. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe.”

    De komende periode, tot aan de zomer, ligt de nadruk daarom op het vertalen van de NDS-prioriteit naar concrete stappen. Dat kan gaan om gezamenlijke initiatieven, het versterken van kennis en capaciteit, of het maken van duidelijke afspraken over standaarden en voorzieningen. “We moeten het tastbaar maken. Niet alleen strategie, maar ook uitvoering.”

    Een weerbare overheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Uiteindelijk draait deze NDS-prioriteit volgens Jonker om het functioneren van de overheid als geheel. “Digitale weerbaarheid en autonomie zijn voorwaarden om de overheid ook in een steeds digitalere samenleving goed te laten functioneren.”

    Dat vraagt volgens hem om gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Geen enkele organisatie kan dit alleen. Alleen door samen te werken, kennis te delen en keuzes te maken, kunnen we de overheid digitaal weerbaarder en autonomer maken en houden.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #digitaleAutonomie #digitaleWeerbaarheid #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #overheidsdienstverlening #Standaarden

  32. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe”

    Foto: Olivier Middendorp

    Digitale weerbaarheid en autonomie zijn concrete voorwaarden voor een goed functionerende overheid. Volgens Maarten Jonker, voorzitter van het aanjaagteam voor de NDS-prioriteit Versterken digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid, raken deze onderwerpen inmiddels vrijwel alle onderdelen van het overheidswerk. 

    “Digitale systemen zijn onmisbaar voor veel overheidsprocessen. Juist daarom is extra aandacht noodzakelijk voor continuïteit, betrouwbaarheid en het vermogen om verstoringen op te vangen.”

    Structurele aandacht en gezamenlijke keuzes

    Jonker – CIO van de Dienst Toeslagen bij het ministerie van Financiën – houdt zich al langere tijd met dit onderwerp bezig. In verschillende rollen binnen de overheid werkte hij aan vraagstukken over afhankelijkheden en digitale samenwerking. Daardoor heeft hij van dichtbij gezien hoe het thema zich ontwikkelde van een technisch aandachtspunt tot een brede bestuurlijke opgave.

    Digitale weerbaarheid is volgens Jonker dan ook niet langer een onderwerp dat alleen bij de IT-afdeling thuishoort. “Het raakt aan de vraag of de overheid als geheel betrouwbaar kan blijven functioneren. En wat dat betekent voor de continuïteit van dienstverlening en voor mensen die daarvan afhankelijk zijn.”

    “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken”Maarten Jonker

    Weerbaarheid als randvoorwaarde voor dienstverlening

    Digitale weerbaarheid wordt vaak geassocieerd met beveiliging, maar Jonker benadrukt dat het begrip breder is. Het gaat niet alleen om het voorkomen dat systemen worden aangevallen, maar ook om het vermogen verstoringen op te vangen en snel te herstellen. “Weerbaarheid betekent voorbereid zijn op het moment dat het misgaat. Dat vraagt om voorbereiding en duidelijke afspraken over wie wat doet als systemen uitvallen.”

    Hij vergelijkt het met een verzekering. “Je hoopt die nooit nodig te hebben, maar je moet het wel geregeld hebben. Dat betekent ook dat je bereid bent daar structureel in te investeren, ook als het effect niet direct zichtbaar is.”

    Die investering is ‘niet vrijblijvend, maar noodzakelijk’, ook omdat digitale processen steeds meer met elkaar verweven zijn. Overheidsorganisaties werken in ketens en gebruiken gezamenlijke voorzieningen. “Als 1 onderdeel kwetsbaar is, kan dat gevolgen hebben voor andere organisaties. Daarom kun je weerbaarheid niet meer alleen per organisatie bekijken.”

    Autonomie betekent keuzes kunnen maken

    Naast weerbaarheid maakt digitale autonomie deel uit van deze NDS-prioriteit. Jonker benadrukt dat autonomie niet betekent dat de overheid alles zelf moet ontwikkelen of beheren. “Volledige onafhankelijkheid is niet realistisch en ook niet wenselijk. Het gaat om de voorwaarden waarop we producten afnemen. De markt ontwikkelt zich op veel terreinen sneller, is meer innovatief gericht en kan dit veelal ook tegen lagere kosten dan als we dit als overheid zouden willen doen.”

    De kern van autonomie betekent volgens hem iets anders. “Het gaat erom dat je keuzes kunt maken en niet vastzit in afhankelijkheden waar je niet meer uit kunt. Je moet weten waar je afhankelijk van bent, wat dat betekent en welke alternatieven je hebt. Autonomie heeft dan ook een belangrijke relatie met de andere NDS-prioriteiten en interventies, omdat afwegingen over autonomie ook relevant zijn voor bijvoorbeeld AI, Cloud, Data en IT-sourcing.”

    Dat vraagt om beter inzicht, meer kennisdeling en om strategische keuzes. “We moeten beter begrijpen welke technologieën cruciaal zijn voor het functioneren van de overheid en hoe we daar grip op houden. Dit betekent dat we samen moeten investeren in kennis of voorzieningen. En dat we afspraken moeten maken over standaarden of contracten.”

    Kwetsbaarheden zitten vaak in de keten

    Volgens Jonker schuilt een belangrijk deel van de kwetsbaarheid van de overheid niet in individuele organisaties, maar juist in de verbindingen ertussen: de keten is zo sterk als de zwakste schakel. Overheidsorganisaties werken samen in complexe digitale ketens, met veel uitwisseling van gegevens en systemen die op elkaar aansluiten. “Daar ontstaan vaak de risico’s.”

    Daarmee vormen digitale weerbaarheid en autonomie per definitie een gezamenlijke opgave. “Je kunt als organisatie je eigen beveiliging op orde hebben, maar als de keten als geheel kwetsbaar blijft, heb je nog steeds een probleem. Daarom moeten we dit overheidsbreed en interbestuurlijk aanpakken.”

    Samenwerking onmisbaar, maar niet vanzelfsprekend

    Het versterken van weerbaarheid en autonomie vraagt volgens Jonker om intensieve samenwerking tussen overheidsorganisaties. Denk aan gezamenlijke voorzieningen, gedeelde standaarden en het bundelen van expertise. “We hoeven niet allemaal het wiel uit te vinden. Door samen op te trekken, kunnen we sneller en effectiever stappen zetten.”

    Tegelijkertijd erkent hij dat samenwerking niet vanzelf gaat. Organisaties hebben verschillende prioriteiten, tempo’s en verantwoordelijkheden. Bovendien is er schaarste aan mensen met de juiste expertise. “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken over wat we samen doen en waar we collectief in investeren.”

    Jonker stelt dat het helpt om weerbaarheid niet te zien als kostenpost, maar als randvoorwaarde voor continuïteit. “Als systemen uitvallen of kwetsbaar zijn, kost dat uiteindelijk veel meer. Het is dus geen luxe, maar een noodzakelijke investering.”

    Impact op dienstverlening en burgers

    In zijn dagelijkse werk ziet Jonker al jarenlang hoe belangrijk digitale weerbaarheid in de praktijk is. Verstoringen of kwetsbaarheden in systemen hebben direct impact op dienstverlening en op burgers die afhankelijk zijn van de overheid. “Dat maakt het onderwerp heel tastbaar. Het gaat niet om theoretische risico’s, maar om situaties die echt (kunnen) optreden.”

    De praktijk helpt volgens hem om het gesprek over weerbaarheid concreter te maken. “Het helpt als we voorbeelden delen en zichtbaar maken wat er gebeurt als dingen niet goed geregeld zijn. Dan wordt duidelijk waarom dit onderwerp zo belangrijk is.”

    Van bewustzijn naar uitvoering

    Volgens Jonker is het gesprek over digitale weerbaarheid en autonomie de afgelopen jaren veranderd. De discussie gaat minder over de vraag of het belangrijk is, en meer over wat concreet moet gebeuren. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe.”

    De komende periode, tot aan de zomer, ligt de nadruk daarom op het vertalen van de NDS-prioriteit naar concrete stappen. Dat kan gaan om gezamenlijke initiatieven, het versterken van kennis en capaciteit, of het maken van duidelijke afspraken over standaarden en voorzieningen. “We moeten het tastbaar maken. Niet alleen strategie, maar ook uitvoering.”

    Een weerbare overheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Uiteindelijk draait deze NDS-prioriteit volgens Jonker om het functioneren van de overheid als geheel. “Digitale weerbaarheid en autonomie zijn voorwaarden om de overheid ook in een steeds digitalere samenleving goed te laten functioneren.”

    Dat vraagt volgens hem om gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Geen enkele organisatie kan dit alleen. Alleen door samen te werken, kennis te delen en keuzes te maken, kunnen we de overheid digitaal weerbaarder en autonomer maken en houden.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #digitaleAutonomie #digitaleWeerbaarheid #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #overheidsdienstverlening #Standaarden

  33. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe”

    Foto: Olivier Middendorp

    Digitale weerbaarheid en autonomie zijn concrete voorwaarden voor een goed functionerende overheid. Volgens Maarten Jonker, voorzitter van het aanjaagteam voor de NDS-prioriteit Versterken digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid, raken deze onderwerpen inmiddels vrijwel alle onderdelen van het overheidswerk. 

    “Digitale systemen zijn onmisbaar voor veel overheidsprocessen. Juist daarom is extra aandacht noodzakelijk voor continuïteit, betrouwbaarheid en het vermogen om verstoringen op te vangen.”

    Structurele aandacht en gezamenlijke keuzes

    Jonker – CIO van de Dienst Toeslagen bij het ministerie van Financiën – houdt zich al langere tijd met dit onderwerp bezig. In verschillende rollen binnen de overheid werkte hij aan vraagstukken over afhankelijkheden en digitale samenwerking. Daardoor heeft hij van dichtbij gezien hoe het thema zich ontwikkelde van een technisch aandachtspunt tot een brede bestuurlijke opgave.

    Digitale weerbaarheid is volgens Jonker dan ook niet langer een onderwerp dat alleen bij de IT-afdeling thuishoort. “Het raakt aan de vraag of de overheid als geheel betrouwbaar kan blijven functioneren. En wat dat betekent voor de continuïteit van dienstverlening en voor mensen die daarvan afhankelijk zijn.”

    “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken”Maarten Jonker

    Weerbaarheid als randvoorwaarde voor dienstverlening

    Digitale weerbaarheid wordt vaak geassocieerd met beveiliging, maar Jonker benadrukt dat het begrip breder is. Het gaat niet alleen om het voorkomen dat systemen worden aangevallen, maar ook om het vermogen verstoringen op te vangen en snel te herstellen. “Weerbaarheid betekent voorbereid zijn op het moment dat het misgaat. Dat vraagt om voorbereiding en duidelijke afspraken over wie wat doet als systemen uitvallen.”

    Hij vergelijkt het met een verzekering. “Je hoopt die nooit nodig te hebben, maar je moet het wel geregeld hebben. Dat betekent ook dat je bereid bent daar structureel in te investeren, ook als het effect niet direct zichtbaar is.”

    Die investering is ‘niet vrijblijvend, maar noodzakelijk’, ook omdat digitale processen steeds meer met elkaar verweven zijn. Overheidsorganisaties werken in ketens en gebruiken gezamenlijke voorzieningen. “Als 1 onderdeel kwetsbaar is, kan dat gevolgen hebben voor andere organisaties. Daarom kun je weerbaarheid niet meer alleen per organisatie bekijken.”

    Autonomie betekent keuzes kunnen maken

    Naast weerbaarheid maakt digitale autonomie deel uit van deze NDS-prioriteit. Jonker benadrukt dat autonomie niet betekent dat de overheid alles zelf moet ontwikkelen of beheren. “Volledige onafhankelijkheid is niet realistisch en ook niet wenselijk. Het gaat om de voorwaarden waarop we producten afnemen. De markt ontwikkelt zich op veel terreinen sneller, is meer innovatief gericht en kan dit veelal ook tegen lagere kosten dan als we dit als overheid zouden willen doen.”

    De kern van autonomie betekent volgens hem iets anders. “Het gaat erom dat je keuzes kunt maken en niet vastzit in afhankelijkheden waar je niet meer uit kunt. Je moet weten waar je afhankelijk van bent, wat dat betekent en welke alternatieven je hebt. Autonomie heeft dan ook een belangrijke relatie met de andere NDS-prioriteiten en interventies, omdat afwegingen over autonomie ook relevant zijn voor bijvoorbeeld AI, Cloud, Data en IT-sourcing.”

    Dat vraagt om beter inzicht, meer kennisdeling en om strategische keuzes. “We moeten beter begrijpen welke technologieën cruciaal zijn voor het functioneren van de overheid en hoe we daar grip op houden. Dit betekent dat we samen moeten investeren in kennis of voorzieningen. En dat we afspraken moeten maken over standaarden of contracten.”

    Kwetsbaarheden zitten vaak in de keten

    Volgens Jonker schuilt een belangrijk deel van de kwetsbaarheid van de overheid niet in individuele organisaties, maar juist in de verbindingen ertussen: de keten is zo sterk als de zwakste schakel. Overheidsorganisaties werken samen in complexe digitale ketens, met veel uitwisseling van gegevens en systemen die op elkaar aansluiten. “Daar ontstaan vaak de risico’s.”

    Daarmee vormen digitale weerbaarheid en autonomie per definitie een gezamenlijke opgave. “Je kunt als organisatie je eigen beveiliging op orde hebben, maar als de keten als geheel kwetsbaar blijft, heb je nog steeds een probleem. Daarom moeten we dit overheidsbreed en interbestuurlijk aanpakken.”

    Samenwerking onmisbaar, maar niet vanzelfsprekend

    Het versterken van weerbaarheid en autonomie vraagt volgens Jonker om intensieve samenwerking tussen overheidsorganisaties. Denk aan gezamenlijke voorzieningen, gedeelde standaarden en het bundelen van expertise. “We hoeven niet allemaal het wiel uit te vinden. Door samen op te trekken, kunnen we sneller en effectiever stappen zetten.”

    Tegelijkertijd erkent hij dat samenwerking niet vanzelf gaat. Organisaties hebben verschillende prioriteiten, tempo’s en verantwoordelijkheden. Bovendien is er schaarste aan mensen met de juiste expertise. “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken over wat we samen doen en waar we collectief in investeren.”

    Jonker stelt dat het helpt om weerbaarheid niet te zien als kostenpost, maar als randvoorwaarde voor continuïteit. “Als systemen uitvallen of kwetsbaar zijn, kost dat uiteindelijk veel meer. Het is dus geen luxe, maar een noodzakelijke investering.”

    Impact op dienstverlening en burgers

    In zijn dagelijkse werk ziet Jonker al jarenlang hoe belangrijk digitale weerbaarheid in de praktijk is. Verstoringen of kwetsbaarheden in systemen hebben direct impact op dienstverlening en op burgers die afhankelijk zijn van de overheid. “Dat maakt het onderwerp heel tastbaar. Het gaat niet om theoretische risico’s, maar om situaties die echt (kunnen) optreden.”

    De praktijk helpt volgens hem om het gesprek over weerbaarheid concreter te maken. “Het helpt als we voorbeelden delen en zichtbaar maken wat er gebeurt als dingen niet goed geregeld zijn. Dan wordt duidelijk waarom dit onderwerp zo belangrijk is.”

    Van bewustzijn naar uitvoering

    Volgens Jonker is het gesprek over digitale weerbaarheid en autonomie de afgelopen jaren veranderd. De discussie gaat minder over de vraag of het belangrijk is, en meer over wat concreet moet gebeuren. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe.”

    De komende periode, tot aan de zomer, ligt de nadruk daarom op het vertalen van de NDS-prioriteit naar concrete stappen. Dat kan gaan om gezamenlijke initiatieven, het versterken van kennis en capaciteit, of het maken van duidelijke afspraken over standaarden en voorzieningen. “We moeten het tastbaar maken. Niet alleen strategie, maar ook uitvoering.”

    Een weerbare overheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid

    Uiteindelijk draait deze NDS-prioriteit volgens Jonker om het functioneren van de overheid als geheel. “Digitale weerbaarheid en autonomie zijn voorwaarden om de overheid ook in een steeds digitalere samenleving goed te laten functioneren.”

    Dat vraagt volgens hem om gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Geen enkele organisatie kan dit alleen. Alleen door samen te werken, kennis te delen en keuzes te maken, kunnen we de overheid digitaal weerbaarder en autonomer maken en houden.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #autonomie #digitaleAutonomie #digitaleWeerbaarheid #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #overheidsdienstverlening #Standaarden

  34. “Het wordt tijd dat we kiezen en uitvoeren”

    Verantwoord datagebruik vraagt om inzet dataprofessionals, bestuurders en politici. Er wordt al volop aan deze opgave gewerkt. Politiek, bestuur én dataprofessionals spelen allemaal een rol in de transitie die hiervoor gaande is.

    Verantwoord datagebruik is een prioriteit in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Het programma Realisatie IBDS werkt interbestuurlijk aan deze prioriteit, door beleid, afspraken en praktijk bij elkaar te brengen.

    Het huis op orde

    Dataprofessionals, bestuurders en politici werken ieder vanuit hun eigen rol aan het verder brengen van verantwoord datagebruik. Dataprofessionals maken gegevensdeling praktisch uitvoerbaar. Maar hun rol gaat verder dan techniek alleen: het draait ook om verbinding met ketenpartners en bestuur.

    In februari, tijdens de IBDS-Stelseldag 2026, gingen 4 Chief Data Officers (CDO’s) hierover met elkaar in gesprek. “Data is een asset”, stelde Misja Kloosterman, CDO Raad voor Rechtsbijstand. “Hoe meer we het gebruiken, hoe meer waarde het krijgt. Maar dat gaat niet vanzelf, want data organiseren zichzelf niet. Dat moeten wij doen.”

    Reino Petrona, CDO gemeente Rotterdam: “Als we interbestuurlijk en in de keten mee willen doen, moeten we ons eigen huis op orde hebben. Daar werken we aan met een heldere datastrategie en datagovernance, zodat al onze directies de maximale potentie van data kunnen benutten.”

    “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties” – Nathan Ducastel, voorzitter NDS-Raad

    Verplichten én in eigen tempo veranderen

    Als het gaat om samenwerking in de keten, kun je niet om verplichte afspraken heen, zei Tim de Groot, CDO van het ministerie van VWS: “Niemand vindt het leuk ergens toe verplicht te worden, maar in een keten moet je je aan gezamenlijke afspraken houden. We zullen eraan moeten wennen, maar dit soort verplichtingen zijn nodig om gegevens te laten stromen.”

    De mate van datavolwassenheid verschilt sterk per overheidsorganisatie. Hoe zorg je ervoor dat alle partners meekomen? Door “realistische afspraken” te maken, vertelde Gemma Sweeren, strategisch informatiemanager provincie Fryslân: “Laten we gezamenlijk het doel bepalen, zodat daarna elke organisatie in een eigen, passend tempo daar naartoe kan werken.”

    Niets doen is óók een keuze

    Wanneer en waarvoor zet je data in? En hoe doe je dat? De CDO vertaalt vraagstukken rond datagovernance en datastrategie naar het bestuur, vertelde De Groot: “Zodat mijn bestuurder zich bewust is van het belang van data en de knelpunten die er zijn. En vervolgens een afgewogen keuze kan maken tussen verschillende belangen.”

    Dat is precies de rol van de bestuurder, zei Nathan Ducastel, directeur VNG Realisatie en voorzitter van de NDS-raad: “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties. Als we bijvoorbeeld besluiten om data rond schulden niet te delen, laten we ook kansen liggen om iemand te helpen. Ik vind dat we als professionals en als bestuurders politiek en maatschappij duidelijker mogen vertellen welke kansen we laten liggen als we iets niet doen.”

    Van praten naar doen

    Op de bestuurstafel ligt de opgave om het gebruik van data in de praktijk te versnellen, stelt Rodrique Engering, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De tijd van plannen is volgens hem voorbij: “We praten al te lang over voorwaarden en afspraken. Er ligt genoeg om mee aan de slag te gaan. Ik stel voor dat we 3 concrete use cases oppakken, met een beperkt aantal partijen. Dan wordt duidelijk wat verantwoord datagebruik in onze dienstverlening oplevert. En komen we voorbij de discussie over verplichting versus vrijblijvendheid. Laten we dus gaan doen en kijken wat er gebeurt. Daar durf ik de verantwoordelijkheid voor te nemen.”

    Ducastel sloot zich daarbij aan: “Wanneer we als overheid onze autonomie willen vergroten, soevereiniteit willen borgen en onze dienstverlening flexibeler willen maken, moeten we standaarden vaststellen en uitrollen. Het wordt tijd dat we kiezen. Ik kijk daarbij ook naar de politiek, want op dat niveau moeten afwegingen worden gemaakt en soms moet wetgeving worden aangepast. Maar niet alle gegevensdeling leidt tot privacyvraagstukken. De vraag ‘hoe kan het wél?’ mogen we echt veel vaker stellen.”

    We hebben elkaar nodig

    Ook de politiek is aan zet, stelde Ducastel. Die handschoen wordt opgepakt door Tweede Kamerlid Barbara Kathmann, die in een videoboodschap zei: “We moeten als politiek meer de regie pakken en zorgvuldiger worden in het meenemen van datagebruik in nieuwe wetgeving. Ik hoop dat we daarmee de handelingsverlegenheid bij professionals verkleinen.” Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini benadrukte het belang van samenwerking: “Samen werken we aan 1 overheid, met data als basis.”

    Kees Verhoeven, voormalig Tweede Kamerlid (en dagvoorzitter tijdens de IBDS-Stelseldag), stelde dat gelukkig steeds meer deskundige Kamerleden zich hard maken voor digitalisering: “We hebben hen nodig, maar zij hebben ons ook nodig. Want het is niet makkelijk om je in de Tweede Kamer bezig te houden met digitalisering. Zoek ze dus op en steun ze.”

    Energie en realisme

    René Steenvoorden, bestuurder bij UWV en sinds kort voorzitter van het Interbestuurlijk Data Overleg, benadrukte dat er al sterke voorbeelden zijn van grootschalige gegevensuitwisseling binnen de overheid: “Kijk naar hoe we data uitwisselen in het socialezekerheidsstelsel en in de loonaangifteketen. We kunnen dit. Laten we dit verbreden en versnellen.”

    De centrale boodschap die doorklinkt na dit gesprek is helder: de instrumenten zijn in ontwikkeling en de bereidheid tot samenwerking is zichtbaar. Nu komt het aan op kiezen en uitvoeren. En daarvoor is iedereen nodig: van dataprofessional tot bestuurder en politicus. “De beweging is ingezet, niets houdt ons nu nog tegen om verder te gaan”, besloot Tim Faber, programmamanager Data voor IBDS en NDS (BZK).

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ChiefDataOfficers #datagovernance #Datastrategie #datavolwassenheid #digitalisering #gegevensdeling #IBDS #InterbestuurlijkeDatastrategie #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief62026 #verantwoordDatagebruik

  35. “Het wordt tijd dat we kiezen en uitvoeren”

    Verantwoord datagebruik vraagt om inzet dataprofessionals, bestuurders en politici. Er wordt al volop aan deze opgave gewerkt. Politiek, bestuur én dataprofessionals spelen allemaal een rol in de transitie die hiervoor gaande is.

    Verantwoord datagebruik is een prioriteit in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Het programma Realisatie IBDS werkt interbestuurlijk aan deze prioriteit, door beleid, afspraken en praktijk bij elkaar te brengen.

    Het huis op orde

    Dataprofessionals, bestuurders en politici werken ieder vanuit hun eigen rol aan het verder brengen van verantwoord datagebruik. Dataprofessionals maken gegevensdeling praktisch uitvoerbaar. Maar hun rol gaat verder dan techniek alleen: het draait ook om verbinding met ketenpartners en bestuur.

    In februari, tijdens de IBDS-Stelseldag 2026, gingen 4 Chief Data Officers (CDO’s) hierover met elkaar in gesprek. “Data is een asset”, stelde Misja Kloosterman, CDO Raad voor Rechtsbijstand. “Hoe meer we het gebruiken, hoe meer waarde het krijgt. Maar dat gaat niet vanzelf, want data organiseren zichzelf niet. Dat moeten wij doen.”

    Reino Petrona, CDO gemeente Rotterdam: “Als we interbestuurlijk en in de keten mee willen doen, moeten we ons eigen huis op orde hebben. Daar werken we aan met een heldere datastrategie en datagovernance, zodat al onze directies de maximale potentie van data kunnen benutten.”

    “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties” – Nathan Ducastel, voorzitter NDS-Raad

    Verplichten én in eigen tempo veranderen

    Als het gaat om samenwerking in de keten, kun je niet om verplichte afspraken heen, zei Tim de Groot, CDO van het ministerie van VWS: “Niemand vindt het leuk ergens toe verplicht te worden, maar in een keten moet je je aan gezamenlijke afspraken houden. We zullen eraan moeten wennen, maar dit soort verplichtingen zijn nodig om gegevens te laten stromen.”

    De mate van datavolwassenheid verschilt sterk per overheidsorganisatie. Hoe zorg je ervoor dat alle partners meekomen? Door “realistische afspraken” te maken, vertelde Gemma Sweeren, strategisch informatiemanager provincie Fryslân: “Laten we gezamenlijk het doel bepalen, zodat daarna elke organisatie in een eigen, passend tempo daar naartoe kan werken.”

    Niets doen is óók een keuze

    Wanneer en waarvoor zet je data in? En hoe doe je dat? De CDO vertaalt vraagstukken rond datagovernance en datastrategie naar het bestuur, vertelde De Groot: “Zodat mijn bestuurder zich bewust is van het belang van data en de knelpunten die er zijn. En vervolgens een afgewogen keuze kan maken tussen verschillende belangen.”

    Dat is precies de rol van de bestuurder, zei Nathan Ducastel, directeur VNG Realisatie en voorzitter van de NDS-raad: “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties. Als we bijvoorbeeld besluiten om data rond schulden niet te delen, laten we ook kansen liggen om iemand te helpen. Ik vind dat we als professionals en als bestuurders politiek en maatschappij duidelijker mogen vertellen welke kansen we laten liggen als we iets niet doen.”

    Van praten naar doen

    Op de bestuurstafel ligt de opgave om het gebruik van data in de praktijk te versnellen, stelt Rodrique Engering, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De tijd van plannen is volgens hem voorbij: “We praten al te lang over voorwaarden en afspraken. Er ligt genoeg om mee aan de slag te gaan. Ik stel voor dat we 3 concrete use cases oppakken, met een beperkt aantal partijen. Dan wordt duidelijk wat verantwoord datagebruik in onze dienstverlening oplevert. En komen we voorbij de discussie over verplichting versus vrijblijvendheid. Laten we dus gaan doen en kijken wat er gebeurt. Daar durf ik de verantwoordelijkheid voor te nemen.”

    Ducastel sloot zich daarbij aan: “Wanneer we als overheid onze autonomie willen vergroten, soevereiniteit willen borgen en onze dienstverlening flexibeler willen maken, moeten we standaarden vaststellen en uitrollen. Het wordt tijd dat we kiezen. Ik kijk daarbij ook naar de politiek, want op dat niveau moeten afwegingen worden gemaakt en soms moet wetgeving worden aangepast. Maar niet alle gegevensdeling leidt tot privacyvraagstukken. De vraag ‘hoe kan het wél?’ mogen we echt veel vaker stellen.”

    We hebben elkaar nodig

    Ook de politiek is aan zet, stelde Ducastel. Die handschoen wordt opgepakt door Tweede Kamerlid Barbara Kathmann, die in een videoboodschap zei: “We moeten als politiek meer de regie pakken en zorgvuldiger worden in het meenemen van datagebruik in nieuwe wetgeving. Ik hoop dat we daarmee de handelingsverlegenheid bij professionals verkleinen.” Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini benadrukte het belang van samenwerking: “Samen werken we aan 1 overheid, met data als basis.”

    Kees Verhoeven, voormalig Tweede Kamerlid (en dagvoorzitter tijdens de IBDS-Stelseldag), stelde dat gelukkig steeds meer deskundige Kamerleden zich hard maken voor digitalisering: “We hebben hen nodig, maar zij hebben ons ook nodig. Want het is niet makkelijk om je in de Tweede Kamer bezig te houden met digitalisering. Zoek ze dus op en steun ze.”

    Energie en realisme

    René Steenvoorden, bestuurder bij UWV en sinds kort voorzitter van het Interbestuurlijk Data Overleg, benadrukte dat er al sterke voorbeelden zijn van grootschalige gegevensuitwisseling binnen de overheid: “Kijk naar hoe we data uitwisselen in het socialezekerheidsstelsel en in de loonaangifteketen. We kunnen dit. Laten we dit verbreden en versnellen.”

    De centrale boodschap die doorklinkt na dit gesprek is helder: de instrumenten zijn in ontwikkeling en de bereidheid tot samenwerking is zichtbaar. Nu komt het aan op kiezen en uitvoeren. En daarvoor is iedereen nodig: van dataprofessional tot bestuurder en politicus. “De beweging is ingezet, niets houdt ons nu nog tegen om verder te gaan”, besloot Tim Faber, programmamanager Data voor IBDS en NDS (BZK).

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ChiefDataOfficers #datagovernance #Datastrategie #datavolwassenheid #digitalisering #gegevensdeling #IBDS #InterbestuurlijkeDatastrategie #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief62026 #verantwoordDatagebruik

  36. “Het wordt tijd dat we kiezen en uitvoeren”

    Verantwoord datagebruik vraagt om inzet dataprofessionals, bestuurders en politici. Er wordt al volop aan deze opgave gewerkt. Politiek, bestuur én dataprofessionals spelen allemaal een rol in de transitie die hiervoor gaande is.

    Verantwoord datagebruik is een prioriteit in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Het programma Realisatie IBDS werkt interbestuurlijk aan deze prioriteit, door beleid, afspraken en praktijk bij elkaar te brengen.

    Het huis op orde

    Dataprofessionals, bestuurders en politici werken ieder vanuit hun eigen rol aan het verder brengen van verantwoord datagebruik. Dataprofessionals maken gegevensdeling praktisch uitvoerbaar. Maar hun rol gaat verder dan techniek alleen: het draait ook om verbinding met ketenpartners en bestuur.

    In februari, tijdens de IBDS-Stelseldag 2026, gingen 4 Chief Data Officers (CDO’s) hierover met elkaar in gesprek. “Data is een asset”, stelde Misja Kloosterman, CDO Raad voor Rechtsbijstand. “Hoe meer we het gebruiken, hoe meer waarde het krijgt. Maar dat gaat niet vanzelf, want data organiseren zichzelf niet. Dat moeten wij doen.”

    Reino Petrona, CDO gemeente Rotterdam: “Als we interbestuurlijk en in de keten mee willen doen, moeten we ons eigen huis op orde hebben. Daar werken we aan met een heldere datastrategie en datagovernance, zodat al onze directies de maximale potentie van data kunnen benutten.”

    “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties” – Nathan Ducastel, voorzitter NDS-Raad

    Verplichten én in eigen tempo veranderen

    Als het gaat om samenwerking in de keten, kun je niet om verplichte afspraken heen, zei Tim de Groot, CDO van het ministerie van VWS: “Niemand vindt het leuk ergens toe verplicht te worden, maar in een keten moet je je aan gezamenlijke afspraken houden. We zullen eraan moeten wennen, maar dit soort verplichtingen zijn nodig om gegevens te laten stromen.”

    De mate van datavolwassenheid verschilt sterk per overheidsorganisatie. Hoe zorg je ervoor dat alle partners meekomen? Door “realistische afspraken” te maken, vertelde Gemma Sweeren, strategisch informatiemanager provincie Fryslân: “Laten we gezamenlijk het doel bepalen, zodat daarna elke organisatie in een eigen, passend tempo daar naartoe kan werken.”

    Niets doen is óók een keuze

    Wanneer en waarvoor zet je data in? En hoe doe je dat? De CDO vertaalt vraagstukken rond datagovernance en datastrategie naar het bestuur, vertelde De Groot: “Zodat mijn bestuurder zich bewust is van het belang van data en de knelpunten die er zijn. En vervolgens een afgewogen keuze kan maken tussen verschillende belangen.”

    Dat is precies de rol van de bestuurder, zei Nathan Ducastel, directeur VNG Realisatie en voorzitter van de NDS-raad: “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties. Als we bijvoorbeeld besluiten om data rond schulden niet te delen, laten we ook kansen liggen om iemand te helpen. Ik vind dat we als professionals en als bestuurders politiek en maatschappij duidelijker mogen vertellen welke kansen we laten liggen als we iets niet doen.”

    Van praten naar doen

    Op de bestuurstafel ligt de opgave om het gebruik van data in de praktijk te versnellen, stelt Rodrique Engering, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De tijd van plannen is volgens hem voorbij: “We praten al te lang over voorwaarden en afspraken. Er ligt genoeg om mee aan de slag te gaan. Ik stel voor dat we 3 concrete use cases oppakken, met een beperkt aantal partijen. Dan wordt duidelijk wat verantwoord datagebruik in onze dienstverlening oplevert. En komen we voorbij de discussie over verplichting versus vrijblijvendheid. Laten we dus gaan doen en kijken wat er gebeurt. Daar durf ik de verantwoordelijkheid voor te nemen.”

    Ducastel sloot zich daarbij aan: “Wanneer we als overheid onze autonomie willen vergroten, soevereiniteit willen borgen en onze dienstverlening flexibeler willen maken, moeten we standaarden vaststellen en uitrollen. Het wordt tijd dat we kiezen. Ik kijk daarbij ook naar de politiek, want op dat niveau moeten afwegingen worden gemaakt en soms moet wetgeving worden aangepast. Maar niet alle gegevensdeling leidt tot privacyvraagstukken. De vraag ‘hoe kan het wél?’ mogen we echt veel vaker stellen.”

    We hebben elkaar nodig

    Ook de politiek is aan zet, stelde Ducastel. Die handschoen wordt opgepakt door Tweede Kamerlid Barbara Kathmann, die in een videoboodschap zei: “We moeten als politiek meer de regie pakken en zorgvuldiger worden in het meenemen van datagebruik in nieuwe wetgeving. Ik hoop dat we daarmee de handelingsverlegenheid bij professionals verkleinen.” Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini benadrukte het belang van samenwerking: “Samen werken we aan 1 overheid, met data als basis.”

    Kees Verhoeven, voormalig Tweede Kamerlid (en dagvoorzitter tijdens de IBDS-Stelseldag), stelde dat gelukkig steeds meer deskundige Kamerleden zich hard maken voor digitalisering: “We hebben hen nodig, maar zij hebben ons ook nodig. Want het is niet makkelijk om je in de Tweede Kamer bezig te houden met digitalisering. Zoek ze dus op en steun ze.”

    Energie en realisme

    René Steenvoorden, bestuurder bij UWV en sinds kort voorzitter van het Interbestuurlijk Data Overleg, benadrukte dat er al sterke voorbeelden zijn van grootschalige gegevensuitwisseling binnen de overheid: “Kijk naar hoe we data uitwisselen in het socialezekerheidsstelsel en in de loonaangifteketen. We kunnen dit. Laten we dit verbreden en versnellen.”

    De centrale boodschap die doorklinkt na dit gesprek is helder: de instrumenten zijn in ontwikkeling en de bereidheid tot samenwerking is zichtbaar. Nu komt het aan op kiezen en uitvoeren. En daarvoor is iedereen nodig: van dataprofessional tot bestuurder en politicus. “De beweging is ingezet, niets houdt ons nu nog tegen om verder te gaan”, besloot Tim Faber, programmamanager Data voor IBDS en NDS (BZK).

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ChiefDataOfficers #datagovernance #Datastrategie #datavolwassenheid #digitalisering #gegevensdeling #IBDS #InterbestuurlijkeDatastrategie #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief62026 #verantwoordDatagebruik

  37. “Het wordt tijd dat we kiezen en uitvoeren”

    Verantwoord datagebruik vraagt om inzet dataprofessionals, bestuurders en politici. Er wordt al volop aan deze opgave gewerkt. Politiek, bestuur én dataprofessionals spelen allemaal een rol in de transitie die hiervoor gaande is.

    Verantwoord datagebruik is een prioriteit in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Het programma Realisatie IBDS werkt interbestuurlijk aan deze prioriteit, door beleid, afspraken en praktijk bij elkaar te brengen.

    Het huis op orde

    Dataprofessionals, bestuurders en politici werken ieder vanuit hun eigen rol aan het verder brengen van verantwoord datagebruik. Dataprofessionals maken gegevensdeling praktisch uitvoerbaar. Maar hun rol gaat verder dan techniek alleen: het draait ook om verbinding met ketenpartners en bestuur.

    In februari, tijdens de IBDS-Stelseldag 2026, gingen 4 Chief Data Officers (CDO’s) hierover met elkaar in gesprek. “Data is een asset”, stelde Misja Kloosterman, CDO Raad voor Rechtsbijstand. “Hoe meer we het gebruiken, hoe meer waarde het krijgt. Maar dat gaat niet vanzelf, want data organiseren zichzelf niet. Dat moeten wij doen.”

    Reino Petrona, CDO gemeente Rotterdam: “Als we interbestuurlijk en in de keten mee willen doen, moeten we ons eigen huis op orde hebben. Daar werken we aan met een heldere datastrategie en datagovernance, zodat al onze directies de maximale potentie van data kunnen benutten.”

    “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties” – Nathan Ducastel, voorzitter NDS-Raad

    Verplichten én in eigen tempo veranderen

    Als het gaat om samenwerking in de keten, kun je niet om verplichte afspraken heen, zei Tim de Groot, CDO van het ministerie van VWS: “Niemand vindt het leuk ergens toe verplicht te worden, maar in een keten moet je je aan gezamenlijke afspraken houden. We zullen eraan moeten wennen, maar dit soort verplichtingen zijn nodig om gegevens te laten stromen.”

    De mate van datavolwassenheid verschilt sterk per overheidsorganisatie. Hoe zorg je ervoor dat alle partners meekomen? Door “realistische afspraken” te maken, vertelde Gemma Sweeren, strategisch informatiemanager provincie Fryslân: “Laten we gezamenlijk het doel bepalen, zodat daarna elke organisatie in een eigen, passend tempo daar naartoe kan werken.”

    Niets doen is óók een keuze

    Wanneer en waarvoor zet je data in? En hoe doe je dat? De CDO vertaalt vraagstukken rond datagovernance en datastrategie naar het bestuur, vertelde De Groot: “Zodat mijn bestuurder zich bewust is van het belang van data en de knelpunten die er zijn. En vervolgens een afgewogen keuze kan maken tussen verschillende belangen.”

    Dat is precies de rol van de bestuurder, zei Nathan Ducastel, directeur VNG Realisatie en voorzitter van de NDS-raad: “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties. Als we bijvoorbeeld besluiten om data rond schulden niet te delen, laten we ook kansen liggen om iemand te helpen. Ik vind dat we als professionals en als bestuurders politiek en maatschappij duidelijker mogen vertellen welke kansen we laten liggen als we iets niet doen.”

    Van praten naar doen

    Op de bestuurstafel ligt de opgave om het gebruik van data in de praktijk te versnellen, stelt Rodrique Engering, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De tijd van plannen is volgens hem voorbij: “We praten al te lang over voorwaarden en afspraken. Er ligt genoeg om mee aan de slag te gaan. Ik stel voor dat we 3 concrete use cases oppakken, met een beperkt aantal partijen. Dan wordt duidelijk wat verantwoord datagebruik in onze dienstverlening oplevert. En komen we voorbij de discussie over verplichting versus vrijblijvendheid. Laten we dus gaan doen en kijken wat er gebeurt. Daar durf ik de verantwoordelijkheid voor te nemen.”

    Ducastel sloot zich daarbij aan: “Wanneer we als overheid onze autonomie willen vergroten, soevereiniteit willen borgen en onze dienstverlening flexibeler willen maken, moeten we standaarden vaststellen en uitrollen. Het wordt tijd dat we kiezen. Ik kijk daarbij ook naar de politiek, want op dat niveau moeten afwegingen worden gemaakt en soms moet wetgeving worden aangepast. Maar niet alle gegevensdeling leidt tot privacyvraagstukken. De vraag ‘hoe kan het wél?’ mogen we echt veel vaker stellen.”

    We hebben elkaar nodig

    Ook de politiek is aan zet, stelde Ducastel. Die handschoen wordt opgepakt door Tweede Kamerlid Barbara Kathmann, die in een videoboodschap zei: “We moeten als politiek meer de regie pakken en zorgvuldiger worden in het meenemen van datagebruik in nieuwe wetgeving. Ik hoop dat we daarmee de handelingsverlegenheid bij professionals verkleinen.” Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini benadrukte het belang van samenwerking: “Samen werken we aan 1 overheid, met data als basis.”

    Kees Verhoeven, voormalig Tweede Kamerlid (en dagvoorzitter tijdens de IBDS-Stelseldag), stelde dat gelukkig steeds meer deskundige Kamerleden zich hard maken voor digitalisering: “We hebben hen nodig, maar zij hebben ons ook nodig. Want het is niet makkelijk om je in de Tweede Kamer bezig te houden met digitalisering. Zoek ze dus op en steun ze.”

    Energie en realisme

    René Steenvoorden, bestuurder bij UWV en sinds kort voorzitter van het Interbestuurlijk Data Overleg, benadrukte dat er al sterke voorbeelden zijn van grootschalige gegevensuitwisseling binnen de overheid: “Kijk naar hoe we data uitwisselen in het socialezekerheidsstelsel en in de loonaangifteketen. We kunnen dit. Laten we dit verbreden en versnellen.”

    De centrale boodschap die doorklinkt na dit gesprek is helder: de instrumenten zijn in ontwikkeling en de bereidheid tot samenwerking is zichtbaar. Nu komt het aan op kiezen en uitvoeren. En daarvoor is iedereen nodig: van dataprofessional tot bestuurder en politicus. “De beweging is ingezet, niets houdt ons nu nog tegen om verder te gaan”, besloot Tim Faber, programmamanager Data voor IBDS en NDS (BZK).

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ChiefDataOfficers #datagovernance #Datastrategie #datavolwassenheid #digitalisering #gegevensdeling #IBDS #InterbestuurlijkeDatastrategie #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief62026 #verantwoordDatagebruik

  38. “Het wordt tijd dat we kiezen en uitvoeren”

    Verantwoord datagebruik vraagt om inzet dataprofessionals, bestuurders en politici. Er wordt al volop aan deze opgave gewerkt. Politiek, bestuur én dataprofessionals spelen allemaal een rol in de transitie die hiervoor gaande is.

    Verantwoord datagebruik is een prioriteit in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Het programma Realisatie IBDS werkt interbestuurlijk aan deze prioriteit, door beleid, afspraken en praktijk bij elkaar te brengen.

    Het huis op orde

    Dataprofessionals, bestuurders en politici werken ieder vanuit hun eigen rol aan het verder brengen van verantwoord datagebruik. Dataprofessionals maken gegevensdeling praktisch uitvoerbaar. Maar hun rol gaat verder dan techniek alleen: het draait ook om verbinding met ketenpartners en bestuur.

    In februari, tijdens de IBDS-Stelseldag 2026, gingen 4 Chief Data Officers (CDO’s) hierover met elkaar in gesprek. “Data is een asset”, stelde Misja Kloosterman, CDO Raad voor Rechtsbijstand. “Hoe meer we het gebruiken, hoe meer waarde het krijgt. Maar dat gaat niet vanzelf, want data organiseren zichzelf niet. Dat moeten wij doen.”

    Reino Petrona, CDO gemeente Rotterdam: “Als we interbestuurlijk en in de keten mee willen doen, moeten we ons eigen huis op orde hebben. Daar werken we aan met een heldere datastrategie en datagovernance, zodat al onze directies de maximale potentie van data kunnen benutten.”

    “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties” – Nathan Ducastel, voorzitter NDS-Raad

    Verplichten én in eigen tempo veranderen

    Als het gaat om samenwerking in de keten, kun je niet om verplichte afspraken heen, zei Tim de Groot, CDO van het ministerie van VWS: “Niemand vindt het leuk ergens toe verplicht te worden, maar in een keten moet je je aan gezamenlijke afspraken houden. We zullen eraan moeten wennen, maar dit soort verplichtingen zijn nodig om gegevens te laten stromen.”

    De mate van datavolwassenheid verschilt sterk per overheidsorganisatie. Hoe zorg je ervoor dat alle partners meekomen? Door “realistische afspraken” te maken, vertelde Gemma Sweeren, strategisch informatiemanager provincie Fryslân: “Laten we gezamenlijk het doel bepalen, zodat daarna elke organisatie in een eigen, passend tempo daar naartoe kan werken.”

    Niets doen is óók een keuze

    Wanneer en waarvoor zet je data in? En hoe doe je dat? De CDO vertaalt vraagstukken rond datagovernance en datastrategie naar het bestuur, vertelde De Groot: “Zodat mijn bestuurder zich bewust is van het belang van data en de knelpunten die er zijn. En vervolgens een afgewogen keuze kan maken tussen verschillende belangen.”

    Dat is precies de rol van de bestuurder, zei Nathan Ducastel, directeur VNG Realisatie en voorzitter van de NDS-raad: “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties. Als we bijvoorbeeld besluiten om data rond schulden niet te delen, laten we ook kansen liggen om iemand te helpen. Ik vind dat we als professionals en als bestuurders politiek en maatschappij duidelijker mogen vertellen welke kansen we laten liggen als we iets niet doen.”

    Van praten naar doen

    Op de bestuurstafel ligt de opgave om het gebruik van data in de praktijk te versnellen, stelt Rodrique Engering, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De tijd van plannen is volgens hem voorbij: “We praten al te lang over voorwaarden en afspraken. Er ligt genoeg om mee aan de slag te gaan. Ik stel voor dat we 3 concrete use cases oppakken, met een beperkt aantal partijen. Dan wordt duidelijk wat verantwoord datagebruik in onze dienstverlening oplevert. En komen we voorbij de discussie over verplichting versus vrijblijvendheid. Laten we dus gaan doen en kijken wat er gebeurt. Daar durf ik de verantwoordelijkheid voor te nemen.”

    Ducastel sloot zich daarbij aan: “Wanneer we als overheid onze autonomie willen vergroten, soevereiniteit willen borgen en onze dienstverlening flexibeler willen maken, moeten we standaarden vaststellen en uitrollen. Het wordt tijd dat we kiezen. Ik kijk daarbij ook naar de politiek, want op dat niveau moeten afwegingen worden gemaakt en soms moet wetgeving worden aangepast. Maar niet alle gegevensdeling leidt tot privacyvraagstukken. De vraag ‘hoe kan het wél?’ mogen we echt veel vaker stellen.”

    We hebben elkaar nodig

    Ook de politiek is aan zet, stelde Ducastel. Die handschoen wordt opgepakt door Tweede Kamerlid Barbara Kathmann, die in een videoboodschap zei: “We moeten als politiek meer de regie pakken en zorgvuldiger worden in het meenemen van datagebruik in nieuwe wetgeving. Ik hoop dat we daarmee de handelingsverlegenheid bij professionals verkleinen.” Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini benadrukte het belang van samenwerking: “Samen werken we aan 1 overheid, met data als basis.”

    Kees Verhoeven, voormalig Tweede Kamerlid (en dagvoorzitter tijdens de IBDS-Stelseldag), stelde dat gelukkig steeds meer deskundige Kamerleden zich hard maken voor digitalisering: “We hebben hen nodig, maar zij hebben ons ook nodig. Want het is niet makkelijk om je in de Tweede Kamer bezig te houden met digitalisering. Zoek ze dus op en steun ze.”

    Energie en realisme

    René Steenvoorden, bestuurder bij UWV en sinds kort voorzitter van het Interbestuurlijk Data Overleg, benadrukte dat er al sterke voorbeelden zijn van grootschalige gegevensuitwisseling binnen de overheid: “Kijk naar hoe we data uitwisselen in het socialezekerheidsstelsel en in de loonaangifteketen. We kunnen dit. Laten we dit verbreden en versnellen.”

    De centrale boodschap die doorklinkt na dit gesprek is helder: de instrumenten zijn in ontwikkeling en de bereidheid tot samenwerking is zichtbaar. Nu komt het aan op kiezen en uitvoeren. En daarvoor is iedereen nodig: van dataprofessional tot bestuurder en politicus. “De beweging is ingezet, niets houdt ons nu nog tegen om verder te gaan”, besloot Tim Faber, programmamanager Data voor IBDS en NDS (BZK).

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #ChiefDataOfficers #datagovernance #Datastrategie #datavolwassenheid #digitalisering #gegevensdeling #IBDS #InterbestuurlijkeDatastrategie #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief62026 #verantwoordDatagebruik