#nieuwsbrief62026 — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #nieuwsbrief62026, aggregated by home.social.
-
EDIC Digital Commons start projecten
Het European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) voor Digital Commons is van start gegaan met de eerste projecten. Daarmee wordt de Europese samenwerking rond open digitale infrastructuur verder versterkt.De eerste projecten zijn gestart, waaronder een ‘100 dagen uitdaging’ om onafhankelijke open source componenten te ontwikkelen. Ook start een pilot voor een Europees Sovereign Tech Fonds. Deze wordt samen met de Duitse Sovereign Tech Agency verkend en richt zich op het versterken van essentiële open digitale infrastructuur in Europa.
Nieuwe directeur voor opstartfase
Per 1 april start Laurent Rojey als directeur van het EDIC Digital Commons. Hij leidt de opstartfase, stelt een team samen en werkt aan het eerste programma. Daarbij brengt hij lidstaten, bedrijven en open source gemeenschappen samen.
Samenwerken aan digitale soevereiniteit
Het EDIC Digital Commons maakt deel uit van het Europese Digital Decade-programma. Het ondersteunt lidstaten bij gezamenlijke digitale projecten, met een focus op open source software, digital commons en gedeelde digitale infrastructuur. Een voorbeeld is de ontwikkeling van Europese werkpleksoftware.
Het EDIC werd in oktober 2025 opgericht door Frankrijk, Duitsland, Nederland, Italië en Luxemburg. Inmiddels zijn meerdere landen als waarnemer aangesloten, waaronder Polen, Denemarken en Finland. Daarmee komt het totaal op 12 deelnemende landen. Het is gevestigd in Parijs en staat open voor alle EU-lidstaten.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
-
Opfrisser: hoe digitaal weerbaar ben jij?
Het is belangrijk dat overheidsorganisaties digitaal weerbaar zijn en dat medewerkers weten hoe zij omgaan met gevoelige en vertrouwelijke gegevens. Daarom is de Basisopleiding digitale weerbaarheid ontwikkeld. Om je kennis actueel te houden is er nu ook een opfrismodule beschikbaar. Met deze module behaal je in ongeveer 30 minuten een nieuw certificaat dat laat zien dat jouw digitale weerbaarheid op peil is.
Doordat de online wereld voortdurend verandert, is het belangrijk dat je digitaal weerbaar blijft. Want hoe zat het ook alweer met veilig werken onderweg? Hoe werk je veilig samen? En hoe verwerk je correct persoonsgegevens?
Opfrismodule
De nieuwe opfrismodule bestaat uit 21 vragen: per thema 3 vragen over de 7 thema’s van de Gedragsregeling voor de digitale en fysieke werkomgeving. Deze thema’s zijn:
- Omgaan met informatie: goed en vindbaar
- Veilig werken op kantoor
- Veilig samenwerken
- Veilig thuiswerken
- Veilig werken onderweg
- Omgaan met persoonsgegevens en privacy
- Pas op voor cybercriminelen
Door deze opfrismodule hoef je niet opnieuw de volledige opleiding te volgen. Je kunt de opfrismodule (en de opleiding) doen via het RADIO-leerplatform of het Leer- en Ontwikkelplatform van BZK.
Basisopleiding digitale weerbaarheid
In januari 2024 is het rijksbrede beleid vastgesteld voor de Basisopleiding digitale weerbaarheid. Deze opleiding is verplicht voor rijksmedewerkers, externe medewerkers, uitzendkrachten, medewerkers van zakelijke partners, stagiaires, trainees en vrijwilligers.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#cybersecurity #cyberweerbaar #cyberweerbaarheid #digitaalWeerbaar #digitaleWeerbaarheid #lerenEnOntwikkelen #nieuwsbrief62026
-
Model toegankelijkheidsverklaring vastgesteld
Er is een modeltoegankelijkheidsverklaring vastgesteld voor overheidswebsites en -apps. Overheidsorganisaties moeten hun verklaringen voor 1 oktober 2026 bijwerken volgens dit model. Nieuw is dat expliciet moet worden aangegeven welke uitzonderingen gelden en welke toegankelijke alternatieven beschikbaar zijn.De modelverklaring is gebaseerd op het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid (BDTO). Hiermee wordt digitale toegankelijkheid inzichtelijk gemaakt. De toegankelijkheidsverklaring laat zien in hoeverre een website of app voldoet aan de toegankelijkheidseisen en welke verbeteringen zijn gepland zijn. Zo ontstaat inzicht. Zonder een actuele verklaring voldoen zij niet aan de wet.
Wat betekent dit concreet?
Overheidsorganisaties moeten:
- voor elke website en app een toegankelijkheidsverklaring publiceren;
- gebruikmaken van het vastgestelde model;
- de verklaring invullen op basis van actuele gegevens;
- een status (A t/m E) toekennen en onderbouwen;
- wettelijke uitzonderingen en toegankelijke alternatieven expliciet vermelden;
- geplande verbetermaatregelen opnemen.
Verklaringen moeten minimaal 1 keer per jaar worden bijgewerkt en verbeteringen laten zien.
Zo pak je het aan
Op Digitoegankelijk zijn praktische hulpmiddelen te vinden om aan de wettelijke eisen te voldoen. De invulassistent helpt om stap voor stap een verklaring op te stellen die voldoet aan de wettelijke eisen. Het Dashboard DigiToegankelijk geeft een overzicht van hoe toegankelijk je websites en apps zijn. Daarmee wordt snel duidelijk waar verbetering nodig is en waar stappen gezet moeten worden.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
-
Ervaringen uit de praktijk met ethisch instrument DEDA
Om de ethische kanten van de inzet van drones te onderzoeken, ging Wetterskip Fryslân aan de slag met het instrument DEDA (De Ethisch Data Assistent). Drones kunnen helpen bij de inspectie van primaire waterkeringen: de belangrijkste dijken, duinen en andere barrières die Nederland beschermen tegen overstromingen vanuit zee, grote meren of rivieren. Maar hoe houd je daarbij ook rekening met thema’s als privacy en transparantie?
Annet Wieringa, programmamanager digitalisering bij Wetterskip Fryslân, en Ingrid Hazelhoff data-ethiek adviseur bij Wetterskip Fryslân, vertellen over wat DEDA in deze casus opleverde.
Dit artikel is een bewerking van ‘Data-ethiek in de lucht: Wetterskip Fryslân over drones’ uit IBDS Magazine nummer 12.
Data-ethische vragen bij inzet drones
De casus draaide om het inzetten van drones voor het inspecteren van primaire waterkeringen op Schiermonnikoog. Deze keringen zijn lastig te beoordelen vanaf de grond. Bovendien zijn er vaak mensen, dieren, recreanten of gaat het om gevoelige gebieden. Zoals in dit geval een militaire begraafplaats en een landingsplaats voor ambulante zorg. Daarom kunnen drones een goed middel zijn om deze essentiële onderdelen van een veilige waterinfrastructuur te monitoren.
Maar de inzet van drones voor dit doel riep ook data-ethische vragen op: hoe gaan we om met privacy? Wat als mensen herkenbaar in beeld komen? Wie is eigenaar van de verzamelde data? En hoe zorgen we voor transparantie zonder de veiligheid van kritische infrastructuur in gevaar te brengen?
DEDA in breed perspectief
Om deze vragen te beantwoorden, organiseerde het waterschap een sessie met De Ethisch Data Assistent (DEDA). DEDA helpt organisaties op gestructureerde wijze ethische vraagstukken te bespreken en af te wegen.
De sessie bracht een breed gezelschap samen: een dronepiloot, data-analisten, privacy officers, juristen, managers, HRM-specialisten, projectleiders rond innovatie of digitale transformatie en communicatieadviseurs. De verschillende perspectieven zorgde voor rijke gesprekken en onverwachte inzichten.
“Ja hallo, ík sta daar!”
Andere vraagstukken waren: wat als een drone een overtreding vastlegt? Moet die overtreding dan gemeld worden? En wat betekent dat precies voor de dronepiloot, die mogelijk persoonlijk betrokken raakt? Waarden als de privacy van de piloot en transparantie van de overheid stonden hier tegenover elkaar.
Zowel de dronepiloot als de handhavers deelden hun perspectief. Hazelhoff vertelt: “Mensen voelden zich tijdens de sessie meer verantwoordelijk en betrokken. Ook kregen ze meer inzicht in elkaars perspectieven. De dronepiloot zei: “Ja hallo, ík sta daar!” Dat schudde de groep wel even wakker, want veel van hen werken vanaf een kantoor. Binnen een grote organisatie bestaat soms versnipperde verantwoordelijkheid, waardoor onethisch handelen kan ontstaan. Door de verbinding in dit gesprek weer op te zoeken, vonden we manieren om samen de verantwoordelijkheid te dragen.”
Techniek benutten binnen publieke waarden
Met de DEDA-methode bedacht de groep actiepunten die antwoord gaven op hoe om te gaan met de data-ethische vraagstukken van deze casus. Manieren om de techniek binnen de publieke waarden te benutten.
“Deze actiepunten waren fijn en sommigen zijn ook succesvol geïmplementeerd”, licht programmamanager Annet Wieringa toe. “Bijvoorbeeld betere communicatie bij drone-aanvragen en het plaatsen van bordjes om mensen in het gebied te informeren over dronevluchten. Toch vind ik de gesprekken die we tijdens de sessie voerden nóg waardevoller. De diverse groep maakte onze blikken breder. Niet alleen die dag, want die ervaring nemen we allemaal mee terug naar ons dagelijkse werk.”
Impact en vervolg
Een half jaar na de sessie volgde een evaluatie. De belangrijkste opbrengst: bewustwording. De gesprekken hadden impact en de actiepuntenlijst hielp om concrete stappen te zetten. Deelnemers gaven aan meer begrip te hebben voor elkaars perspectieven.
Kortom, bij Wetterskip Fryslân heeft de inzet van DEDA bij het gebruik van drones geleid tot meer bewustzijn, betere samenwerking en een cultuur waarin dilemma’s bespreekbaar zijn. “Er is niet altijd een oplossing”, zegt data-ethiek adviseur Ingrid Hazelhoff, “maar als mensen zich gehoord voelen, kom je wél verder.”
Lees het hele artikel in IBDS Magazine.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#dataEthiek #DEDA #DigitaleEthiek #ethiek #nieuwsbrief62026 #waterschappen #WetterskipFryslan
-
Ervaringen uit de praktijk met ethisch instrument DEDA
Om de ethische kanten van de inzet van drones te onderzoeken, ging Wetterskip Fryslân aan de slag met het instrument DEDA (De Ethisch Data Assistent). Drones kunnen helpen bij de inspectie van primaire waterkeringen: de belangrijkste dijken, duinen en andere barrières die Nederland beschermen tegen overstromingen vanuit zee, grote meren of rivieren. Maar hoe houd je daarbij ook rekening met thema’s als privacy en transparantie?
Annet Wieringa, programmamanager digitalisering bij Wetterskip Fryslân, en Ingrid Hazelhoff data-ethiek adviseur bij Wetterskip Fryslân, vertellen over wat DEDA in deze casus opleverde.
Dit artikel is een bewerking van ‘Data-ethiek in de lucht: Wetterskip Fryslân over drones’ uit IBDS Magazine nummer 12.
Data-ethische vragen bij inzet drones
De casus draaide om het inzetten van drones voor het inspecteren van primaire waterkeringen op Schiermonnikoog. Deze keringen zijn lastig te beoordelen vanaf de grond. Bovendien zijn er vaak mensen, dieren, recreanten of gaat het om gevoelige gebieden. Zoals in dit geval een militaire begraafplaats en een landingsplaats voor ambulante zorg. Daarom kunnen drones een goed middel zijn om deze essentiële onderdelen van een veilige waterinfrastructuur te monitoren.
Maar de inzet van drones voor dit doel riep ook data-ethische vragen op: hoe gaan we om met privacy? Wat als mensen herkenbaar in beeld komen? Wie is eigenaar van de verzamelde data? En hoe zorgen we voor transparantie zonder de veiligheid van kritische infrastructuur in gevaar te brengen?
DEDA in breed perspectief
Om deze vragen te beantwoorden, organiseerde het waterschap een sessie met De Ethisch Data Assistent (DEDA). DEDA helpt organisaties op gestructureerde wijze ethische vraagstukken te bespreken en af te wegen.
De sessie bracht een breed gezelschap samen: een dronepiloot, data-analisten, privacy officers, juristen, managers, HRM-specialisten, projectleiders rond innovatie of digitale transformatie en communicatieadviseurs. De verschillende perspectieven zorgde voor rijke gesprekken en onverwachte inzichten.
“Ja hallo, ík sta daar!”
Andere vraagstukken waren: wat als een drone een overtreding vastlegt? Moet die overtreding dan gemeld worden? En wat betekent dat precies voor de dronepiloot, die mogelijk persoonlijk betrokken raakt? Waarden als de privacy van de piloot en transparantie van de overheid stonden hier tegenover elkaar.
Zowel de dronepiloot als de handhavers deelden hun perspectief. Hazelhoff vertelt: “Mensen voelden zich tijdens de sessie meer verantwoordelijk en betrokken. Ook kregen ze meer inzicht in elkaars perspectieven. De dronepiloot zei: “Ja hallo, ík sta daar!” Dat schudde de groep wel even wakker, want veel van hen werken vanaf een kantoor. Binnen een grote organisatie bestaat soms versnipperde verantwoordelijkheid, waardoor onethisch handelen kan ontstaan. Door de verbinding in dit gesprek weer op te zoeken, vonden we manieren om samen de verantwoordelijkheid te dragen.”
Techniek benutten binnen publieke waarden
Met de DEDA-methode bedacht de groep actiepunten die antwoord gaven op hoe om te gaan met de data-ethische vraagstukken van deze casus. Manieren om de techniek binnen de publieke waarden te benutten.
“Deze actiepunten waren fijn en sommigen zijn ook succesvol geïmplementeerd”, licht programmamanager Annet Wieringa toe. “Bijvoorbeeld betere communicatie bij drone-aanvragen en het plaatsen van bordjes om mensen in het gebied te informeren over dronevluchten. Toch vind ik de gesprekken die we tijdens de sessie voerden nóg waardevoller. De diverse groep maakte onze blikken breder. Niet alleen die dag, want die ervaring nemen we allemaal mee terug naar ons dagelijkse werk.”
Impact en vervolg
Een half jaar na de sessie volgde een evaluatie. De belangrijkste opbrengst: bewustwording. De gesprekken hadden impact en de actiepuntenlijst hielp om concrete stappen te zetten. Deelnemers gaven aan meer begrip te hebben voor elkaars perspectieven.
Kortom, bij Wetterskip Fryslân heeft de inzet van DEDA bij het gebruik van drones geleid tot meer bewustzijn, betere samenwerking en een cultuur waarin dilemma’s bespreekbaar zijn. “Er is niet altijd een oplossing”, zegt data-ethiek adviseur Ingrid Hazelhoff, “maar als mensen zich gehoord voelen, kom je wél verder.”
Lees het hele artikel in IBDS Magazine.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#dataEthiek #DEDA #DigitaleEthiek #ethiek #nieuwsbrief62026 #waterschappen #WetterskipFryslan
-
Vernieuwd ITGC-kader voor praktisch inzicht in IT-beheer
De Auditdienst Rijk introduceert een vernieuwd IT General Controls (ITGC)-kader. In 2017 ontwikkelde de Auditdienst Rijk al een ITGC-kader om de IT-werkzaamheden bij jaarrekeningcontroles te standaardiseren. Met de komst van de BIO2 is dit kader vernieuwd.
In de BIO2 ligt de nadruk namelijk sterker op risicomanagement. De BIO2 geeft leidende principes en schrijft minder harde eisen voor. Hierdoor dragen organisaties zelf de verantwoordelijkheid voor het bepalen van een passend beveiligingsniveau. Het vernieuwde ITGC-kader sluit hierop aan door risicomanagement centraal te stellen. En door toetsing van relevante beheersmaatregelen, zoals wijzigingsbeheer, gebruikersbeheer en authenticatiebeheer.
ITGC-kader
Door de digitalisering van bedrijfsprocessen nemen IT-risico’s toe. Om gevoelige systemen en gegevens te beschermen zijn IT General Controls onmisbaar. Ze zorgen voor de integriteit, beschikbaarheid en vertrouwelijkheid van de digitale gegevensverwerking. Dit kader maakt de belangrijkste beheersmaatregelen inzichtelijk, bijvoorbeeld bij jaarrekeningcontroles en onderzoeken naar IT-beheer. Deze maatregelen helpen organisaties te voldoen aan de wet- en regelgeving én maken hen weerbaarder. Het kader vormt daarmee de basis voor IT-audits en interne controles.
Om het vernieuwde ITGC-kader breed toepasbaar te maken zijn ook de onderwerpen securitymanagement, incidentbeheer en continuïteitsbeheer verder uitgewerkt. Door de uniforme opzet kun je audituitkomsten van verschillende informatiesystemen en applicaties eenvoudig met elkaar vergelijken. Zo worden verbeterpunten sneller zichtbaar.
Aan de slag met het kader
Het kader is bedoeld voor iedereen die moet voldoen aan de BIO2: van Chief Information Security Officer (CISO) of IT-manager tot ontwikkelaar of auditor. Via de website van de Auditdienst Rijk vind je het ITGC-kader en meer informatie over hoe je het kunt gebruiken.
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#BIO2 #cybersecurity #data #digitaleWeerbaarheid #IT #ITGCKader #nieuwsbrief62026
-
Rules as Code-actieagenda gepresenteerd
Casper van Vliet (links) en Mark Vermeer (rechts)
Tijdens het Rules as Code Europe Congres 2026 is een nieuwe meerjarige actieagenda gepresenteerd. Deze agenda moet de komende jaren richting geven aan de verdere ontwikkeling, samenwerking en opschaling van machine‑leesbare regelgeving in Europa.
Tijdens het congres kwamen 250 internationale beleidsmakers, juristen, tech-experts, onderzoekers en professionals samen. Er stond 1 vraag centraal: hoe kan wet- en regelgeving zo worden vormgegeven dat zij gebruikt kunnen worden in de digitale omgeving? Het doel is om publieke dienstverlening transparanter, uitlegbaar en toepasbaar te maken.
Aan de slag
Deelnemers werkten gedurende het congres in 3 inhoudelijke tracks. Het opbouwen van een Europese Rules as Code‑community, het verbinden van praktijk en beleid en het ontwikkelen en delen van vakmanschap. In keynotes, workshops en interactieve sessies werden ervaringen uitgewisseld, nieuwe samenwerkingen verkend en concrete stappen besproken om Rules as Code verder te brengen.
De actieagenda
De gepresenteerde actieagenda bevat een reeks praktische maatregelen om de komende jaren de samenwerking tussen landen en organisaties te versterken, kennisdeling te versnellen en implementatie in de praktijk te stimuleren.
Denk onder andere aan het:
- zorgen voor stevig, bestuurlijk commitment binnen en tussen overheidsorganisaties.
- publiceren van gemeenschappelijke regels en het aanbieden van gedeelde diensten om hergebruik en interoperabiliteit te stimuleren.
- ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal en een referentiekader.
- faciliteren van gedeeld leren om een digitaal vaardige en toekomstbestendige workforce op te bouwen.
- stimuleren van een interdisciplinaire samenwerking.
De agenda werd tijdens het congres symbolisch overhandigd aan Mark Vermeer, lid van het Interoperable Europe Board. Daarmee is direct verbinding gelegd met de bredere Europese interoperabiliteitsagenda.
Meer weten of de actieagenda inzien? Mail naar [email protected]
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
-
“Het wordt tijd dat we kiezen en uitvoeren”
Verantwoord datagebruik vraagt om inzet dataprofessionals, bestuurders en politici. Er wordt al volop aan deze opgave gewerkt. Politiek, bestuur én dataprofessionals spelen allemaal een rol in de transitie die hiervoor gaande is.
Verantwoord datagebruik is een prioriteit in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Het programma Realisatie IBDS werkt interbestuurlijk aan deze prioriteit, door beleid, afspraken en praktijk bij elkaar te brengen.
Het huis op orde
Dataprofessionals, bestuurders en politici werken ieder vanuit hun eigen rol aan het verder brengen van verantwoord datagebruik. Dataprofessionals maken gegevensdeling praktisch uitvoerbaar. Maar hun rol gaat verder dan techniek alleen: het draait ook om verbinding met ketenpartners en bestuur.
In februari, tijdens de IBDS-Stelseldag 2026, gingen 4 Chief Data Officers (CDO’s) hierover met elkaar in gesprek. “Data is een asset”, stelde Misja Kloosterman, CDO Raad voor Rechtsbijstand. “Hoe meer we het gebruiken, hoe meer waarde het krijgt. Maar dat gaat niet vanzelf, want data organiseren zichzelf niet. Dat moeten wij doen.”
Reino Petrona, CDO gemeente Rotterdam: “Als we interbestuurlijk en in de keten mee willen doen, moeten we ons eigen huis op orde hebben. Daar werken we aan met een heldere datastrategie en datagovernance, zodat al onze directies de maximale potentie van data kunnen benutten.”
“Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties” – Nathan Ducastel, voorzitter NDS-Raad
Verplichten én in eigen tempo veranderen
Als het gaat om samenwerking in de keten, kun je niet om verplichte afspraken heen, zei Tim de Groot, CDO van het ministerie van VWS: “Niemand vindt het leuk ergens toe verplicht te worden, maar in een keten moet je je aan gezamenlijke afspraken houden. We zullen eraan moeten wennen, maar dit soort verplichtingen zijn nodig om gegevens te laten stromen.”
De mate van datavolwassenheid verschilt sterk per overheidsorganisatie. Hoe zorg je ervoor dat alle partners meekomen? Door “realistische afspraken” te maken, vertelde Gemma Sweeren, strategisch informatiemanager provincie Fryslân: “Laten we gezamenlijk het doel bepalen, zodat daarna elke organisatie in een eigen, passend tempo daar naartoe kan werken.”
Niets doen is óók een keuze
Wanneer en waarvoor zet je data in? En hoe doe je dat? De CDO vertaalt vraagstukken rond datagovernance en datastrategie naar het bestuur, vertelde De Groot: “Zodat mijn bestuurder zich bewust is van het belang van data en de knelpunten die er zijn. En vervolgens een afgewogen keuze kan maken tussen verschillende belangen.”
Dat is precies de rol van de bestuurder, zei Nathan Ducastel, directeur VNG Realisatie en voorzitter van de NDS-raad: “Als we data niet inzetten, is dat óók een keuze. Met consequenties. Als we bijvoorbeeld besluiten om data rond schulden niet te delen, laten we ook kansen liggen om iemand te helpen. Ik vind dat we als professionals en als bestuurders politiek en maatschappij duidelijker mogen vertellen welke kansen we laten liggen als we iets niet doen.”
Van praten naar doen
Op de bestuurstafel ligt de opgave om het gebruik van data in de praktijk te versnellen, stelt Rodrique Engering, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De tijd van plannen is volgens hem voorbij: “We praten al te lang over voorwaarden en afspraken. Er ligt genoeg om mee aan de slag te gaan. Ik stel voor dat we 3 concrete use cases oppakken, met een beperkt aantal partijen. Dan wordt duidelijk wat verantwoord datagebruik in onze dienstverlening oplevert. En komen we voorbij de discussie over verplichting versus vrijblijvendheid. Laten we dus gaan doen en kijken wat er gebeurt. Daar durf ik de verantwoordelijkheid voor te nemen.”
Ducastel sloot zich daarbij aan: “Wanneer we als overheid onze autonomie willen vergroten, soevereiniteit willen borgen en onze dienstverlening flexibeler willen maken, moeten we standaarden vaststellen en uitrollen. Het wordt tijd dat we kiezen. Ik kijk daarbij ook naar de politiek, want op dat niveau moeten afwegingen worden gemaakt en soms moet wetgeving worden aangepast. Maar niet alle gegevensdeling leidt tot privacyvraagstukken. De vraag ‘hoe kan het wél?’ mogen we echt veel vaker stellen.”
We hebben elkaar nodig
Ook de politiek is aan zet, stelde Ducastel. Die handschoen wordt opgepakt door Tweede Kamerlid Barbara Kathmann, die in een videoboodschap zei: “We moeten als politiek meer de regie pakken en zorgvuldiger worden in het meenemen van datagebruik in nieuwe wetgeving. Ik hoop dat we daarmee de handelingsverlegenheid bij professionals verkleinen.” Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini benadrukte het belang van samenwerking: “Samen werken we aan 1 overheid, met data als basis.”
Kees Verhoeven, voormalig Tweede Kamerlid (en dagvoorzitter tijdens de IBDS-Stelseldag), stelde dat gelukkig steeds meer deskundige Kamerleden zich hard maken voor digitalisering: “We hebben hen nodig, maar zij hebben ons ook nodig. Want het is niet makkelijk om je in de Tweede Kamer bezig te houden met digitalisering. Zoek ze dus op en steun ze.”
Energie en realisme
René Steenvoorden, bestuurder bij UWV en sinds kort voorzitter van het Interbestuurlijk Data Overleg, benadrukte dat er al sterke voorbeelden zijn van grootschalige gegevensuitwisseling binnen de overheid: “Kijk naar hoe we data uitwisselen in het socialezekerheidsstelsel en in de loonaangifteketen. We kunnen dit. Laten we dit verbreden en versnellen.”
De centrale boodschap die doorklinkt na dit gesprek is helder: de instrumenten zijn in ontwikkeling en de bereidheid tot samenwerking is zichtbaar. Nu komt het aan op kiezen en uitvoeren. En daarvoor is iedereen nodig: van dataprofessional tot bestuurder en politicus. “De beweging is ingezet, niets houdt ons nu nog tegen om verder te gaan”, besloot Tim Faber, programmamanager Data voor IBDS en NDS (BZK).
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#ChiefDataOfficers #datagovernance #Datastrategie #datavolwassenheid #digitalisering #gegevensdeling #IBDS #InterbestuurlijkeDatastrategie #NDS #ndsnieuwsbrief22026 #nieuwsbrief62026 #verantwoordDatagebruik