#interbestuurlijke-samenwerking — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #interbestuurlijke-samenwerking, aggregated by home.social.
-
Investeren in de ambtenaar van nu én morgen
Digitalisering raakt de kern van het werk van alle overheden. Nieuwe technologieën, zoals AI en quantum, spelen bovendien een steeds grotere rol in dienstverlening, beleid en uitvoering. De overheid staat voor de opgave om digitale vaardigheden te versterken en te voorzien in een moderne werkomgeving voor alle ambtenaren.
Het aanjaagteam Digitaal Vakmanschap werkt onder leiding van Tanja van Burgel aan concrete stappen om die beweging in gang te zetten. “Digitalisering raakt alles wat we doen.”
Niet alleen voor de ICT’ers
De prioriteit Digitaal Vakmanschap binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) richt zich op het versterken van digitale vaardigheden en op het realiseren van een moderne, veilige werkomgeving voor alle ambtenaren. Voorzitter Tanja van Burgel leidt het aanjaagteam dat deze beweging vormgeeft. “Onze medewerkers willen het werk goed, veilig en efficiënt kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat alle ambtenaren begrijpen hoe digitalisering hun werk verandert en hoe zij hier het beste mee kunnen omgaan.”
Van Burgel is directeur Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking (CDIO) bij het ministerie van Financiën en vertegenwoordigt ook het CIO-beraad op dit thema. Haar motivatie komt voort uit de overtuiging dat digitalisering inmiddels een randvoorwaarde is voor goede publieke dienstverlening. “IT was ooit een faciliteit. Nu raakt het de kern van de dienstverlening van alle overheden.”
Digitaal vakmanschap als brede opgave
Het begrip digitaal vakmanschap gaat voor Van Burgel verder dan het versterken van ICT-professionals. De prioriteit richt zich juist ook op de grote groep niet-IT’ers binnen de overheid. Nieuwe technologieën maken dat steeds meer functies te maken krijgen met data, systemen en automatisering. “We hebben het niet alleen over I-pools en goed geschoolde ICT’ers. Het gaat ook om de gewone ambtenaar. Iedere medewerker moet begrijpen welke kansen en risico’s technologie met zich meebrengt. Zodat techniek ondersteunend werkt. Het is zoeken naar een balans tussen het benutten van het potentieel van digitalisering enerzijds en het houden van controle anderzijds.”
Ook binnen het ministerie van Financiën is de beweging al zichtbaar. Ambtenaren volgen e-learnings over informatiebeveiliging, bestuurders krijgen trainingen over de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Cbw) en medewerkers worden meegenomen in de impact van gebeurtenissen, zoals cyberdreigingen. “We willen dat mensen bewuste keuzes leren maken. Niet door met het vingertje te wijzen, maar door ze de juiste tools aan te reiken om afgewogen besluiten te kunnen nemen.”
Naar een personeelsstrategie voor digitalisering
De NDS noemt de ontwikkeling van een overheidsbrede personeelsstrategie voor digitalisering als één van de speerpunten. Van Burgel ziet die strategie als essentieel om gericht te kunnen bouwen aan vaardigheden, doorstroom en instroom. “We moeten in kaart brengen wat digitalisering betekent voor alle ambtenaren. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig, en welke ontwikkelpaden sluiten daarbij aan?”
Die ontwikkelpaden zijn nodig voor zowel IT-professionals als niet-IT-medewerkers. Nieuwe thema’s, zoals quantum, governance van algoritmes en veilige inzet van AI, vragen om kennis die nu nog schaars is. “Sommige expertise bestaat nauwelijks. Dan moet je nadenken over hoe je die ontwikkelt, welke opleidingen passen en welke routes je aanbiedt.”
Ook de doorstroom binnen digitaliseringsfuncties is een aandachtspunt. Loopbaanpaden helpen medewerkers en leidinggevenden bij verder professionalisering en loopbaanontwikkeling. “Mensen moeten weten dat als ze 3 jaar in een functie zitten, een volgende stap mogelijk is. Zo houd je talent vast.”
Gedeelde pools voor een effectiever gebruik van capaciteit en kennis
Een belangrijk onderdeel van de prioriteit is het ontwikkelen en openstellen van centrale pools voor digitaliseringsprofessionals. Die bestaan al binnen de rijksdienst, maar zijn nog niet toegankelijk voor medeoverheden. Van Burgel ziet daar kansen. “Ik maak graag gebruik van pools zoals het Rijks ICT-Gilde (RIG) of I-Interim Rijk (IIR). Je haalt mensen binnen die hun vak verstaan én de overheid kennen. Dat is waardevoller dan steeds opnieuw inhuren en opnieuw inwerken, waarbij kennis verloren gaat.”
Het idee van gedeelde pools gaat verder dan het Rijk. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben soms eigen pools, maar we benutten die nog niet gezamenlijk. “Het zou ideaal zijn als iedereen gebruik kan maken van dezelfde pools. Dat biedt ontwikkelperspectief voor medewerkers en leidt tot effectiever gebruik van capaciteit en kennis.”
Hiervoor is actie nodig in de administratieve en juridische hoek. “We onderzoeken nu wat nodig is om dit mogelijk te maken. Bestaande pools zijn zo succesvol dat ze nu al overvraagd zijn. Maar ze openstellen voor de hele overheid verbetert doelmatige inzet.”
Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.Tanja van Burgel, voorzitter aanjaagteam Digitaal Vakmanschap
Een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert
Een ander doel van de prioriteit is de moderne digitale werkomgeving. Die moet ambtenaren in staat stellen om veilig, efficiënt en effectief te werken. Binnen het Rijk wordt al gekeken naar gezamenlijke oplossingen, zoals 1 documentmanagementsysteem voor meerdere departementen. Van Burgel ziet dat als een noodzakelijke stap. “Ambtenaren moeten niet uren kwijt zijn aan het zoeken naar informatie. Je wilt een werkomgeving die faciliteert, niet frustreert.”
Die werkomgeving raakt direct aan andere NDS-prioriteiten, zoals AI, cloud en digitale weerbaarheid. Nieuwe tools maken vaak gebruik van cloudtechnologie, brengen veiligheidsvragen met zich mee en hebben te maken met informatiehuishouding. “I-vakmanschap zweeft overal tussendoor. Het raakt aan alles, juist omdat het gaat om de mens die ermee moet werken.”
Versnippering en onbekendheid
De grootste belemmering voor verbetering is volgens Van Burgel de versnippering binnen de overheid. Digitalisering kent veel deelgebieden, wat overzicht en samenhang bemoeilijkt. “IT is versnipperd. Er zijn veel verschillende onderwerpen en dat maakt het lastig om te zien waar mensen zitten en waar behoefte is.”
Instroom en doorstroom zijn daarbij eveneens een uitdaging. Traineeships werken goed voor jonge talenten, maar voor zij-instromers zijn trajecten minder goed ingericht. “Begeleiding kost tijd en moeite, maar levert ook veel op. Stagiairs en zij-instromers brengen nieuwe kennis en energie mee.”
Samenwerking tussen overheidsacademies en marktopleiders kan ook bijdragen aan een breed en effectief opleidingsaanbod. Sommige trainingen horen thuis bij rijksacademies, andere juist bij marktpartijen. “Het moet een samenspel zijn. Niet 1 opleiding per jaar, maar een mix van trainingen die mensen inspireren en verder brengen.”
Speerpunten voor het komende jaar
Voor de komende 12 tot 18 maanden ziet Van Burgel 3 speerpunten als bepalend. De eerste is het verbreden van I-pools. “Hiermee maak je sneller en gezamenlijk gebruik van bestaande capaciteit en kan schaarse expertise efficiënter worden ingezet en gedeeld.”
Het tweede speerpunt is het goed implementeren van KWIV voor inzicht en visie. KWIV, voor iedereen online te raadplegen, is 1 gemeenschappelijke taal voor I-profielen. Het raamwerk bestaat uit 64 profielen (KWIV-profielen) die op Europees niveau zijn vastgesteld: het Europees e- Competence Framework (e-CF). Dit leidt tot een gedegen personeelsstrategie. Daarmee ontstaat inzicht in vaardigheden, rollen en doorstroommogelijkheden. “Het gaat er niet om mensen te vergelijken, maar om te weten welke kennis aanwezig is en waar de ontwikkelbehoefte ligt.”
Het derde speerpunt is het beter benutten van opleidingen via overheidsacademies en marktpartijen. “We moeten opschalen. Het heeft geen zin als elke overheidsorganisatie zelf opleidingen blijft ontwikkelen. Door samen te werken, kunnen we kennis sneller verspreiden.”
Kleine pilots en praktische experimenten moeten bovendien ruimte bieden voor innovatie. Van Burgel noemt ideeën zoals een klussenbank, waarmee organisaties medewerkers tijdelijk kunnen uitwisselen. “Daar zitten nog juridische uitdagingen aan, maar dit zijn precies de stappen die helpen om digitale vaardigheden breder te verspreiden. Er zijn al veel goede voorbeelden en samenwerkingsverbanden die we breder kunnen benutten en delen. Ik merk dat we daar in ons aanjaagteam veel energie voor hebben; voorkom dat we opnieuw het wiel uitvinden, maar zoek elkaar op en deel wat werkt.”
Digitaal vakmanschap is nooit voltooid
Als Van Burgel vooruitkijkt, hoopt ze dat deze prioriteit over een jaar zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. “Ik wil kunnen zeggen dat we belemmeringen niet alleen hebben benoemd, maar ook hebben weggehaald. Dat de I-pools echt werken en dat opleidingen breed toegankelijk zijn.”
Op langere termijn ziet ze geen eindpunt voor digitaal vakmanschap. Technologie verandert te snel om te kunnen spreken van afronding. “Digitaal vakmanschap is nooit voltooid. Het gaat erom dat we wendbaar zijn. Dat we een systeem neerzetten waarmee medewerkers kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen.”
De boodschap die ze wil meegeven aan collega-overheden is eenvoudig en krachtig. “Dit moeten we echt samen doen. We hebben een prachtig aanjaagteam, maar het werkt alleen als iedereen bereid is om over regels en grenzen heen te kijken. Laten we eens wat stoers proberen en die eerste stap zetten. Van het papier af, naar de praktijk. Onze mensen vrijuit kennis en ervaring laten delen en gebruik laten maken van alle opleidingen die de overheid biedt. Laten we mensen de ruimte bieden om zich overal in de overheid in te zetten. We zijn de grootste ICT-werkgever van Nederland. Laten we profiteren van de schaalvoordelen die hierbij horen.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#AIGeletterdheid #digitaalVakmanschap #digitaleVaardigheden #digitaliseringOverheid #ePools #interbestuurlijkeSamenwerking #kwiv #moderneWerkomgeving #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opleidingEnOntwikkeling #publiekeDienstverlening
-
Artificiële intelligentie: vooral een bestuurlijke uitdaging
Artificiële intelligentie ontwikkelt zich in hoog tempo en raakt steeds meer domeinen van de overheid. De technologie biedt kansen voor betere dienstverlening en efficiëntere processen, maar brengt ook risico’s met zich mee op het gebied van veiligheid, autonomie en publieke waarden. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is AI daarom 1 van de 6 prioriteiten.
Het aanjaagteam AI onder leiding van Larissa Zegveld werkt aan een gezamenlijke aanpak, waarmee alle overheidslagen verantwoord gebruik kunnen maken van deze technologie.
Zegveld is algemeen directeur van Stichting Kennisnet en voorzitter van Forum Standaardisatie. Ze volgt de NDS al sinds de contouren werden geschetst. Toen bleek dat deze strategie ondanks politieke wisselingen toch doorgang vond, besloot ze zich te committeren aan de rol van voorzitter. “Ik zag een sterke wil om dit echt collectief op te pakken. Het moment is nu. Dit lukt alleen als we bereid zijn anders te gaan samenwerken.”
Het belang van investeren in AI
AI is volgens Zegveld meer dan een technologische vernieuwing. Ze beschouwt het als een strategische factor die samenvalt met grotere geopolitieke en economische ontwikkelingen. “De afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers groeit snel en roept de vraag op hoe Nederland en Europa hun autonomie kunnen behouden. We nemen grote woorden in de mond, zoals soevereiniteit. Maar als we dat serieus menen, moeten we nu handelen. De afslag die nodig is om nog alternatieven te ontwikkelen, komt maar 1 keer voorbij.”
Ze is optimistisch gestemd over het vermogen van Nederland om die alternatieven te kunnen ontwikkelen. Ze wijst op het groeiende aantal experimenten en initiatieven. Ook ziet ze in Europa meer bereidheid om gezamenlijk te investeren in technologie die past bij Europese waarden. “Nederland is een gidsland op het gebied van digitale standaarden. We hebben vaker aangetoond dat we leveranciers kunnen bewegen zich aan onze normen te houden. Dat geeft vertrouwen dat we een eigen positie kunnen innemen.”
Kaderstelling voor verantwoord gebruik
AI kan de overheid veel brengen, van snellere dienstverlening tot slimmere ondersteuning van professionals. Maar innovatie vraagt om stevige kaders. Overheidsorganisaties werken met persoonsgegevens en met voorzieningen die maatschappelijk vitaal zijn. Dat maakt het zorgvuldig ontwerpen en gebruiken van AI onmisbaar. “Wij leveren publieke dienstverlening waarvoor gebruikers niet kunnen uitwijken naar een concurrent”, zegt Zegveld. “Daar hoort een extra verantwoordelijkheid bij.”
Het aanjaagteam AI werkt daarom aan gezamenlijke randvoorwaarden. Europese regels zoals de AI Act vormen belangrijke bouwstenen, maar moeten worden vertaald naar de Nederlandse context. Vervolgens moeten deze kaders ook doorwerken in inkoop, toepassing en beheer. “We moeten duidelijk maken wat we verstaan onder verantwoorde inzet. Dat vraagt om normering en om vertaling naar de praktijk.”
De bestuurlijke uitdaging
De grootste hobbel ligt voor Zegveld niet op technisch vlak, maar in de bestuurlijke context. Het doorbreken van institutionele grenzen is volgens haar essentieel om tot collectieve voorzieningen te komen. “Dit is geen technisch probleem. Dit is een bestuurlijke uitdaging. We bereiken alleen massa in alternatieven, zoals Vlam.ai, als we er samen achter gaan staan. Dat vraagt om ander gedrag, om over grenzen heen durven stappen.”
Nederland heeft een sterke traditie van zelfstandige uitvoeringsorganisaties en departementen met eigen verantwoordelijkheden. Dat maakt samenwerken soms complexer dan in landen met een centralere governance. Toch ziet Zegveld verandering. De prioriteiten van de NDS maken duidelijk waar de komende jaren de focus moet liggen. “We hebben uitgesproken dat dit de 6 onderwerpen zijn die we belangrijk vinden. Dat betekent ook dat we soms nee zeggen tegen dingen die daar niet onder vallen.”
Het aanjaagteam AI: versnellen en verbinden
Binnen het aanjaagteam werken de CIO’s en directeuren van uitvoeringsorganisaties, departementen, gemeenten, provincies en waterschappen samen. Hiermee is de uitvoering vanaf het begin aan tafel. Dat is bewust, zegt Zegveld. “De oplossingen moeten daar landen, dus moeten zij ook mee ontwerpen en realiseren. Zij weten als geen ander wat uitvoerbaar is.”
De werkwijze van het aanjaagteam is gericht op concrete stappen vooruit. Er zijn 6 versnellers opgesteld. Deze omvatten wat er moet gebeuren en welke resultaten worden nagestreefd. “We zijn gestopt met het perfectioneren van papier”, zegt Zegveld. “De uitwerkingen zijn goed genoeg om aan de slag te gaan. Dat is op zichzelf al een verandering. We gaan het nu echt doen.”
“De tijd van vrijblijvendheid is voorbij.”
Larissa ZegveldIn de komende periode worden teams samengesteld die per versneller resultaten gaan boeken. Ook bekijkt het aanjaagteam welke lopende initiatieven kunnen worden omarmd of opgeschaald. Daarbij gaat het onder meer om Vlam.ai, GPT-NL en de recent gelanceerde AI Factory. Het aanjaagteam wil bepalen welke voorzieningen passen binnen de gezamenlijke kaders en waar de overheid als launching customer kan optreden. “Dat is de manier om alternatieven daadwerkelijk volwassen te laten worden.”
Strategische doelen voor AI binnen de overheid
De prioriteit AI kent 2 strategische doelen. Het eerste doel richt zich op het verbeteren van de dienstverlening en het oplossen van maatschappelijke opgaven met behulp van AI. Dat vraagt volgens Zegveld om zorgvuldige toepassing. De overheid werkt met data die burgers verplicht moeten aanleveren en is verantwoordelijk voor betrouwbare dienstverlening. “Dat maakt dat wij anders met nieuwe technologie moeten omgaan dan commerciële bedrijven. Innovatie mag, maar moet verantwoord zijn.”
Het tweede doel is het realiseren van een hoogwaardige AI-infrastructuur die voldoet aan publieke waarden. Het gaat om betrouwbare modellen, toegang tot hoogwaardige datasets, voldoende rekenkracht en om het opleiden en behouden van talent. Dit alles vraagt om een gezamenlijke aanpak. “We hebben uitgesproken dat vrijblijvendheid voorbij is. We gaan voor gemeenschappelijke voorzieningen waar iedereen gebruik van maakt. Individuele oplossingen brengen ons niet verder.”
Relatie met andere prioriteiten
AI staat niet op zichzelf. De samenhang met cloud, data en cybersecurity is direct en intensief. AI-modellen functioneren alleen wanneer de juiste data met voldoende kwaliteit beschikbaar is. Tegelijk moet helder zijn waar die data worden opgeslagen, hoe ze worden beveiligd en of ze binnen de gewenste rechtsorde blijven. “We zijn al jaren bezig met eenmalige uitvraag en meervoudig gebruik. Dat geldt net zo goed voor AI. Je moet precies weten waar data is en waar het naartoe gaat.”
Ook de afhankelijkheid van cloudvoorzieningen vormt een directe koppeling met de prioriteit Cloud. Een soevereine AI-positie is niet denkbaar zonder grip op de onderliggende infrastructuur. De samenwerking tussen voorzitters van de aanjaagteams is daarom intensief. “We treffen elkaar in de NDS-Raad en in het Programma Regie Overleg. Dat voorkomt eilandvorming en zorgt voor samenhang.”
Vooruitblik en boodschap aan de lezer
Over een jaar hoopt Zegveld dat er toepassingen zijn opgeschaald die in brede zin worden gebruikt. Dit betekent dat een succesvolle oplossing van 1 organisatie door andere is overgenomen en dat gezamenlijke voorzieningen de norm beginnen te worden. “Opschalen is de sleutel. Daar moeten we echt naartoe.”
Haar centrale boodschap is helder: de tijd van praten is voorbij. “We gaan het nu echt doen. Vrijblijvendheid is geen optie meer. Als wij grote woorden gebruiken zoals autonomie en soevereiniteit, moeten we daar ook naar handelen. Dat kan alleen als we anders gaan samenwerken.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#1Overheid #AI #AIAct #AIInfrastructuur #autonomie #forumStandaardisatie #interbestuurlijkeSamenwerking #kadersEnStandaarden #kennisnet #NDS #ndsnieuwsbrief12026 #opschalen #verantwoordDatagebruik