home.social

Search

221 results for “kvenden”

  1. Vi hadde første møte i årets 1.mai-komité i #Steigen i dag!
    Før lunsj på fredag hadde Steigen ingen komité eller planlagte aktiviteta i år, og dét mått vi gjør nåkka me. En ringe-, sms- og epostrunde seinere, består komiteen av 7 fagforbund og 2 partia!

    Vi planlegg nu tog me parola i sentrum, brunsj på samfunnshus me appella, kake og barneaktiviteta; og muligens konsert / arbeiderpub samme sted på kvelden :blobCatCheer: :blobfoxancomheart:

    #ArbeidernesDag #1mai2025 #arbeiderbevegelse #Norsktut

  2. Vi hadde første møte i årets 1.mai-komité i #Steigen i dag!
    Før lunsj på fredag hadde Steigen ingen komité eller planlagte aktiviteta i år, og dét mått vi gjør nåkka me. En ringe-, sms- og epostrunde seinere, består komiteen av 7 fagforbund og 2 partia!

    Vi planlegg nu tog me parola i sentrum, brunsj på samfunnshus me appella, kake og barneaktiviteta; og muligens konsert / arbeiderpub samme sted på kvelden :blobCatCheer: :blobfoxancomheart:

    #ArbeidernesDag #1mai2025 #arbeiderbevegelse #Norsktut

  3. Vi hadde første møte i årets 1.mai-komité i #Steigen i dag!
    Før lunsj på fredag hadde Steigen ingen komité eller planlagte aktiviteta i år, og dét mått vi gjør nåkka me. En ringe-, sms- og epostrunde seinere, består komiteen av 7 fagforbund og 2 partia!

    Vi planlegg nu tog me parola i sentrum, brunsj på samfunnshus me appella, kake og barneaktiviteta; og muligens konsert / arbeiderpub samme sted på kvelden :blobCatCheer: :blobfoxancomheart:

    #ArbeidernesDag #1mai2025 #arbeiderbevegelse #Norsktut

  4. Vi hadde første møte i årets 1.mai-komité i #Steigen i dag!
    Før lunsj på fredag hadde Steigen ingen komité eller planlagte aktiviteta i år, og dét mått vi gjør nåkka me. En ringe-, sms- og epostrunde seinere, består komiteen av 7 fagforbund og 2 partia!

    Vi planlegg nu tog me parola i sentrum, brunsj på samfunnshus me appella, kake og barneaktiviteta; og muligens konsert / arbeiderpub samme sted på kvelden :blobCatCheer: :blobfoxancomheart:

    #ArbeidernesDag #1mai2025 #arbeiderbevegelse #Norsktut

  5. 𝗭𝘂𝘀 𝗟𝗶𝗮𝗺 𝗣𝗮𝘆𝗻𝗲: 𝗵𝗶𝗷 𝗶𝘀 𝘃𝗲𝗿𝗼𝗼𝗿𝗱𝗲𝗲𝗹𝗱 𝗼𝗽 𝗯𝗮𝘀𝗶𝘀 𝘃𝗮𝗻 𝘃𝗶𝗱𝗲𝗼'𝘀

    Nicola Payne, de zus van de woensdag overleden zanger Liam Payne, vindt het kwalijk dat mensen haar broer zo snel veroordeelden op basis van video's online. Nicola schrijft nu dat alleen zijn familie en naasten hem écht kenden. De zanger kwam de afgelopen tijd omstreden in het nieuws, onder meer omdat fans...

    rtl.nl/boulevard/artikel/54764

    #LiamPayne #veroordeeld #video's

  6. Lander ei hard men artig arbeidsuke i Finnmark med konsert på John Dee nede i Oslove.

    Da Eurovision gikk av stabelen var #BambieThug den artisten som tok et tydelig #Palestina-standpunkt . Det gjorde at jeg bestemte meg for å sjekke ut musikken, og jeg fant ut at jeg synes den var helt rå.

    Kveldens konsert var også svært politisk tydelig, men først og fremst var den en steike bra konsertopplevelse. Dette er en konsert jeg kommer til å merke i ryggen og nakken i dagene fremover.

  7. (1) #banken #discriminatie
    Dit rapport van #KPMG verbaast me niets.
    'Een deel van de klanten ervaart overmatige controle en discriminatie door banken of andere betaalinstellingen'.

    Volgend jaar 'vier' ik 50 jaar bij dezelfde bank, waarbij meer dan 30 jaar gewoon binnen kon lopen zonder #identiteitsbewijs. Zij kenden mijn #handtekening bij het filiaal waar ik in de buurt woonde en dat was voldoende. Die #handtekening verhuisde gewoon mee als ik verhuisde. (2)

    nos.nl/artikel/2522070-klanten

  8. 𝗚𝗼𝗿𝗱𝗼𝗻 𝗴𝗲𝗲𝗳𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗲𝗲𝗻𝘀 𝗲𝗻 𝗮𝗹𝘁𝗶𝗷𝗱 𝗮𝗻𝘁𝘄𝗼𝗼𝗿𝗱: 𝗸𝗼𝗺𝘁 𝗵𝗲𝘁 𝗻𝗼𝗴 𝗴𝗼𝗲𝗱 𝗺𝗲𝘁 𝗚𝗲𝗿𝗮𝗿𝗱 𝗝𝗼𝗹𝗶𝗻𝗴?

    Ze zijn de beste vrienden geweest, maar inmiddels ook al een tijdje behoorlijk grote vijanden; Gordon (55) en Gerard Joling (63). De twee kenden grote successen met hun programma 'Geer & Goor Over de Vloer', maar maken elkaar inmiddels vaker het leven zuur. De...

    rtlnieuws.nl/entertainment/art

    #Gordon #GerardJoling #antwoord

  9. 𝗚𝗼𝗿𝗱𝗼𝗻 𝗴𝗲𝗲𝗳𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗲𝗲𝗻𝘀 𝗲𝗻 𝗮𝗹𝘁𝗶𝗷𝗱 𝗮𝗻𝘁𝘄𝗼𝗼𝗿𝗱: 𝗸𝗼𝗺𝘁 𝗵𝗲𝘁 𝗻𝗼𝗴 𝗴𝗼𝗲𝗱 𝗺𝗲𝘁 𝗚𝗲𝗿𝗮𝗿𝗱 𝗝𝗼𝗹𝗶𝗻𝗴?

    Ze zijn de beste vrienden geweest, maar inmiddels ook al een tijdje behoorlijk grote vijanden; Gordon (55) en Gerard Joling (63). De twee kenden grote successen met hun programma 'Geer & Goor Over de Vloer', maar maken elkaar inmiddels vaker het leven zuur. De...

    rtlnieuws.nl/entertainment/art

    #Gordon #GerardJoling #antwoord

  10. 𝗚𝗼𝗿𝗱𝗼𝗻 𝗴𝗲𝗲𝗳𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗲𝗲𝗻𝘀 𝗲𝗻 𝗮𝗹𝘁𝗶𝗷𝗱 𝗮𝗻𝘁𝘄𝗼𝗼𝗿𝗱: 𝗸𝗼𝗺𝘁 𝗵𝗲𝘁 𝗻𝗼𝗴 𝗴𝗼𝗲𝗱 𝗺𝗲𝘁 𝗚𝗲𝗿𝗮𝗿𝗱 𝗝𝗼𝗹𝗶𝗻𝗴?

    Ze zijn de beste vrienden geweest, maar inmiddels ook al een tijdje behoorlijk grote vijanden; Gordon (55) en Gerard Joling (63). De twee kenden grote successen met hun programma 'Geer & Goor Over de Vloer', maar maken elkaar inmiddels vaker het leven zuur. De...

    rtlnieuws.nl/entertainment/art

    #Gordon #GerardJoling #antwoord

  11. 𝗚𝗼𝗿𝗱𝗼𝗻 𝗴𝗲𝗲𝗳𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗲𝗲𝗻𝘀 𝗲𝗻 𝗮𝗹𝘁𝗶𝗷𝗱 𝗮𝗻𝘁𝘄𝗼𝗼𝗿𝗱: 𝗸𝗼𝗺𝘁 𝗵𝗲𝘁 𝗻𝗼𝗴 𝗴𝗼𝗲𝗱 𝗺𝗲𝘁 𝗚𝗲𝗿𝗮𝗿𝗱 𝗝𝗼𝗹𝗶𝗻𝗴?

    Ze zijn de beste vrienden geweest, maar inmiddels ook al een tijdje behoorlijk grote vijanden; Gordon (55) en Gerard Joling (63). De twee kenden grote successen met hun programma 'Geer & Goor Over de Vloer', maar maken elkaar inmiddels vaker het leven zuur. De...

    rtlnieuws.nl/entertainment/art

    #Gordon #GerardJoling #antwoord

  12. 𝗚𝗼𝗿𝗱𝗼𝗻 𝗴𝗲𝗲𝗳𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗲𝗲𝗻𝘀 𝗲𝗻 𝗮𝗹𝘁𝗶𝗷𝗱 𝗮𝗻𝘁𝘄𝗼𝗼𝗿𝗱: 𝗸𝗼𝗺𝘁 𝗵𝗲𝘁 𝗻𝗼𝗴 𝗴𝗼𝗲𝗱 𝗺𝗲𝘁 𝗚𝗲𝗿𝗮𝗿𝗱 𝗝𝗼𝗹𝗶𝗻𝗴?

    Ze zijn de beste vrienden geweest, maar inmiddels ook al een tijdje behoorlijk grote vijanden; Gordon (55) en Gerard Joling (63). De twee kenden grote successen met hun programma 'Geer & Goor Over de Vloer', maar maken elkaar inmiddels vaker het leven zuur. De...

    rtlnieuws.nl/entertainment/art

    #Gordon #GerardJoling #antwoord

  13. (3) #afscheid
    Maar wij bleven voor haar zorgen. In 1995 overleed zij in #wolfheze om onduidelijke redenen. Zij zou zich 'verslikt hebben in een snoepje', 's avonds laat, op haar kamer.
    Onmiddelijk realiseerde ik mij weer, wat zij daar zelf over had gezegd en vroegen wij géén verklaring van het #ziekenhuis.
    Wij hebben haar begraven volgens alle wensen die wij van haar kenden om haar te eren en dit doen we nog steeds.

    Ik vertelde dit verhaal aan de man die wij hier nu willen herdenken. (4)

  14. (3) #afscheid
    Maar wij bleven voor haar zorgen. In 1995 overleed zij in #wolfheze om onduidelijke redenen. Zij zou zich 'verslikt hebben in een snoepje', 's avonds laat, op haar kamer.
    Onmiddelijk realiseerde ik mij weer, wat zij daar zelf over had gezegd en vroegen wij géén verklaring van het #ziekenhuis.
    Wij hebben haar begraven volgens alle wensen die wij van haar kenden om haar te eren en dit doen we nog steeds.

    Ik vertelde dit verhaal aan de man die wij hier nu willen herdenken. (4)

  15. Er mod for noen mill brukere. Har et tilfelle jeg trenger at politet ser på, og dette er så langt jeg kommer når det gjelder å kontakte dem online. Nettpatruljen har holdt discorden sin stengt i 41 dager. Må jeg virkelig ringe 02800 på kvelden for å be om å få prate med enten PST, Kripos eller Nettpatruljen for å rapportere hendelser som er bekymringsverdige men ikke 112-akutte?

    #WTF #Politiet

    (I dette tilfellet dreier det seg om mulige fremtidige forbrytelser mot LBGTQ-personer)

  16. Nå har jeg litt vondt av Martin Linnes. Har vært i kanonform den siste tida, scoret seiersmålet mot Klaksvik, er kjempegira på å møte gamleklubben Galatasaray som han spilte for i mange år og hadde en høy stjerne hos både klubb og fans, så får han en idiotskade på trening dagen før første kamp, og mister begge kampene. Kveldens kamp er Moldes største og viktigste kamp siden 1999..

    Ikke minst er det en gedigen svekkelse av laget til #MFK. Ikke et vondt ord om Erling Knudtzon, men..

    #ballheimen

  17. CW: Atle Antonsen & rasisme, refleksjon etter @civix nyeste episode av Tomprat

    @civix Nå hørte jeg nyeste #Tomprat! :) Jeg tror ikke vi er uenige på en måte som har praktisk betydning. Jeg synes ikke spørsmålet om rasist/ikke-rasist, som om det var en enkel av- og på-bryter ikke er så interessant, men at det heller er en slags skala. Ytringene og oppførselen til #AtleAntonsen den kvelden tenker jeg kvalifiserer som #rasisme, uten at han er en hardbarka rasist av den verste sorten.

  18. De slag bij Kadesh (2)

    Ramses II met de blauwe khepresh-oorlogskroon (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

    [Tweede van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

    De Egyptisch-Hittitische Oorlog om Syrië kwam niet uit de lucht vallen. Ooit, in de vijftiende eeuw v.Chr., had Toetmoses III, de Egyptische leger tot aan de Eufraat gebracht en hij claimde te regeren over de hele Levant. Er zijn online nog volop landkaarten te vinden die Egypte en de regio tot aan de Eufraat een en dezelfde kleur geven, alsof het hele gebied behoorde bij één staat onder één vorst. Feitelijk ging het om een verzameling kleine en grote vazalstaatjes, die zo loyaal waren aan de farao als deze interesse toonde. Egyptologen hebben wel gemeend dat de Egyptische invloed afbrokkelde ten tijde van farao Echnaton, die meer bezig zou zijn geweest met religie dan met de buitengewesten, maar dit beeld is gebaseerd op het uit diens regeringstijd overgeleverde staatsarchief (de Amarna-brieven). Uit de tijd van zijn voorgangers hebben we zoveel documentatie niet, en vermoedelijk was hun greep op de regio even los.

    Amurru

    Een van de vazalstaatjes was Amurru, dat u moet zoeken in het noordwesten van Libanon, langs de Nahr al-Kabir. Deze stroom, die weliswaar “grote rivier” heet maar feitelijk nogal klein is, is belangrijk omdat hier een zeer goed begaanbare weg ligt van de zee naar het binnenland; deze doorgang tussen de bergen staat bekend als de “Homs Gap” en het strategisch belang werd nog eeuwenlang erkend. Zo bouwden de Kruisvaarders de Krak des Chevaliers om deze weg te bewaken. Aan het einde van deze corridor ligt de vruchtbare Orontesvlakte, met daarin de stad Kadesh.

    Amurru was zich ten tijde van Echnaton zelfstandiger gaan gedragen en had een conflict met Byblos met succes afgerond. Ik vertelde al eens dat de plaatselijke koning Rib-Hadda van Byblos had moeten vluchten en geen enkele steun uit Egypte had gekregen. Toen koning Ramses II aan de macht kwam, besloot hij zijn gezag te herstellen. Hij had voldoende succes om de koning van Amurru te verdrijven, en deze riep daarop de hulp in van de Hittitische koning Muwatalli II, die besloot naar het zuiden te trekken om Kadesh te beschermen en liefst ook Amurru te heroveren.

    Naar Kadesh

    Een groot conflict was onafwendbaar toen Ramses in 1274 opnieuw noordwaarts trok. Een vloot bracht troepen naar de monding van de Nahr al-Kabir. Deze boottocht diende mede om de vazalkoningen in Tyrus, Sidon, Beiroet of Byblos duidelijk te maken wie er de baas was. De rest van het leger, gecommandeerd door de koning zelf, arriveerde vanuit het zuiden, zeg maar via het huidige Israël, door de Bekaavallei en langs de bovenloop van de Orontes. Beide legers zouden samenkomen bij Kadesh.

    Ramses’ leger bestond uit vier divisies: de Amon-divisie uit Thebe, de Ra-divisie uit Heliopolis, de Ptah-divisie uit Memfis en de Seth-divisie uit Tanis. Het over zee aangekomen onderdeel heette Ne’arin, “jonge kerels”, maar het lijken geen rekruten te zijn geweest. Het kan gaan om een eliteonderdeel of om Levantijnse bondgenoten. Ook waren er Nubiërs en Sherden, en die laatsten zou u kunnen kennen als een van de Zeevolken.

    Muwatalli en zijn familieleden, die de diverse Hittitische onderdelen commandeerden, arriveerden eerder en bezetten Kadesh. Hun kamp sloegen ze op ten oosten van de stad, waar ze zich opmaakten voor een strijd die ze eigenlijk niet goed kenden. Hun tactiek bestond meestal uit het plunderen van een landstreek om zo de bevolking te dwingen vanuit hun versterkte steden te komen, waarna het Hittitische leger ze in het vrije veld kon verslaan, omdat het eigenlijk altijd numeriek en professioneel superieur was. Van zo’n oorlog kon bij Kadesh geen sprake zijn.

    Model van een strijdwagen uit de Late Bronstijd, gevonden in Kamed el-Loz, Libanon (Nationaal Museum, Beiroet)

    Strijdwagens

    Strijdwagens speelden tijdens de slag bij Kadesh een belangrijke rol. Of beter: de Egyptische bronnen concentreren zich op dit wapen, hoewel de meeste manschappen behoorden tot de infanterie. De strijdwagens trekken echter de aandacht. Ze dienden voor de verplaatsing van boogschutters, maar het is niet helemaal duidelijk of die schoten terwijl de wagens reden. Zelfs al bedient een menner de teugels, dan nog kun je als boogschutter moeilijk richten, terwijl voor een ongericht spervuur veel meer boogschutters moeten worden ingezet dan in Ramses’ leger aanwezig waren. Misschien waren de strijdwagens wel niet meer dan taxi’s om boogschutters te verplaatsen, ongeveer zoals de Ilias beschrijft. We weten het weer eens niet.

    Aan de overzijde waren de Hittitische strijdwagens, die behalve een menner en een boogschutter een schilddrager vervoerden. Wegens het gewicht waren deze wagens wat robuuster gebouwd en minder wendbaar dan de Egyptische. De aanwezigheid van schilddragers suggereert dat zulke wagens dichter bij het front kwamen dan strijdwagens zonder schilddragers, en inderdaad zouden de strijdwagens in Kadesh zo worden ingezet. Of dat ook de bedoeling was, is echter de vraag, zoals we morgen zullen zien.

    [wordt vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    De Leidse Amunpapyrus

    februari 5, 2021
    Glimmende schatten uit de Bronstijd

    februari 2, 2021
    Lineair-B

    mei 5, 2014 Deel dit: #AmarnaBrieven #Echnaton #Hittieten #khepresh #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #NahrAlKabir #Orontes #RamsesII #RibHadda #Sherden #slagBijKadesh #strijdwagen #Syrië #ToetmosesIII
  19. De Panter, de “vader” van Jezus

    Panter, de “vader” van Jezus (Römerhalle, Bad Kreuznach)

    Ik noemde vorige week dat het wat curieus is dat Jezus in het Marcus-evangelie als “zoon van Maria” wordt aangeduid, terwijl het Lukas-evangelie aangeeft dat Jezus’ vader Jozef nog in leven was toen Jezus twaalf was. Je zou daarom hebben verwacht dat Jezus ook door Marcus “zoon van Jozef” genoemd werd. Misschien hebben de twee auteurs verschillende informatie ontvangen en heeft Lukas, die het evangelie van Marcus kende, de strijdigheid tussen diens en zijn eigen informatie niet herkend. Ik weet het niet.

    Je kunt je voorstellen dat in het oude Judea, waar geruchten de gewoonste zaak van de wereld waren, ook allerlei lasterpraatjes circuleerden. En de vader van Jezus was daarvoor een goed doelwit. Waarom heette Jezus niet gewoon “zoon van Jozef”? Waarom beweerden zijn volgelingen dat Maria als maagd zwanger was geworden? En hoe liet die maagdelijkheid zich rijmen met het feit dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had? Was Maria, toen Jezus al twaalf was of ouder, nog eens hertrouwd en kreeg ze de andere kinderen van een andere echtgenoot? Het gezin van Jezus was, hoe dan ook, een punt waarop critici het christendom konden aanvallen.

    De Panter

    Fast forward naar het begin van de vorige eeuw. Archeologen ontdekken bij Bingen de bovenstaande grafsteen van een Romeinse soldaat, die ooit vocht in de hulptroepen.

    Tib(erius) Iul(ius) Abdes(mun) Pantera
    Sidonia ann(orum) LXII
    stipen(diorum) XXXX miles exs
    coh(orte) I sagittariorum
    h(ic) s(itus) e(st)noot EDCSEDCS-11001626.

    Tiberius Julius Abdesmun, de Panter, afkomstig uit Sidon, werd tweeënzestig jaar oud, diende veertig jaar als soldaat van het Eerste Cohort Boogschutters, en ligt hier begraven.

    Ik herinner mijn verbazing toen ik dit las in een van de folianten van het Corpus Inscriptionum Latinarum. Panter (het was gisteren Dierendag) is namelijk, volgens een rabbijns roddeltje, de naam die de vader van Jezus zou hebben gehad. En werkelijk alles klopt. De soldaat in Bingen kwam uit de regio, namelijk Sidon; hij leefde ten tijde van keizer Tiberius; hij behoorde bij een onderdeel dat óf in het jaar 6 na Chr. óf in het jaar 9 is overgeplaatst naar de Rijn. Het is niet helemáál ondenkbaar dat dit de man is die aanleiding is geweest tot het rabbijnse roddelpraatje. Dat maakt het echter nog niet waarschijnlijk, want zo ongebruikelijk is de bijnaam Panter nou ook weer niet.

    Rabbijnse polemiek

    Er is bovendien iets veel interessanters te zeggen. Namelijk dat het roddeltje zo prachtig de aard van de rabbijnse antichristelijke polemiek illustreert. We kennen uit de rabbijnse literatuur diverse soorten laster: Jezus zou dus een buitenechtelijk kind van een Romeinse soldaat zijn geweest, Jezus was een tovenaar, Jezus was een bedrieger die werd gestenigd, Jezus zat in de Onderwereld in de helse kookpotten. Anders gezegd, de rabbijnse critici zetten christelijke waarheden op hun kop: Jezus als kind van een maagd, Jezus als wonderdoener, de kruisdood als verzoening, de wederopstanding. En uiteraard is de culinaire bestraffing grappig als je doelwit een groep mensen is die waarde hecht aan gemeenschappelijke maaltijden.

    De rabbijnse polemiek, die bewijsbaar teruggaat tot de tweede eeuw, illustreert twee dingen. Om te beginnen: de auteurs van de rabbijnse literatuur kenden de christelijke ideeën goed genoeg om ze trefzeker en niet zonder humor op de kop te zetten. Bovendien: de omkering past in een joodse traditie. Als de koningen van Babylonië claimden dat ze alle volken van de wereld hadden onderworpen en dat daardoor bij de bouwput van de Etemenanki alle talen van de wereld werden gesproken, dan maakten vroege joodse auteurs daar de Babylonische spraakverwarring bij de Toren van Babel van. De rabbijnse literatuur zet deze traditie voort. We krijgen hier vat op de aard van de antieke polemiek. Ik voor mij vind zoiets waanzinnig interessant.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. De rabbijnse polemiek is verzameld door Peter Schäfer, Jesus in the Talmud (2007).]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Het Teutoburgerwoud: drie perspectieven

    januari 15, 2024
    God en zijn vizier

    april 17, 2016
    Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)

    juli 28, 2024 Deel dit:

    #Bingen #CorpusInscriptionumLatinarum #historischeJezus #JezusVanNazaret #PeterSchäfer #Tiberius

  20. I begyndelsen var skriget

    Jeg fik jo så den dér “skraldede” bog – I BEGYNDELSEN VAR SKRIGET – skrevet af Henning Kure. Ja, det var min svigerinde, der spurgte mig “om ikke det var noget?”, for hun havde fundet den i en flyttekasse, der skulle smides ud, og det havde jo noget med vikinger at gøre ” -og så tænkte jeg på dig!” Sagde hun, mens jeg sad under et tæppe, med morderisk ondt i maven, træthed sivende ud af ørerne og øjne der hang nede på knæene. Virkelig en viking, dér!

    Og så læste jeg den. Det kunne jeg ligeså godt –

    – For jeg kender udmærket til Henning Kure, al den stund at han er ret central i dansktegneseriehistorie, i nyere tid. Ikke mindst som forfatter til “Valhalla”-tegneserien, sammen med Peter Madsen, Hans Rahnke-Nielsen og Søren Håkansson.

    Jeg vidste også godt, at han iøvrigt forskede i myter – mytologier – og filologi og havde udgivet artikler om samme. Alligevel blev jeg positivt overrasket. Ret meget! Aldeles ganske! Nærmest henført og bjergtaget.

    Se!

    Jeg betragter ikke mig selv som specielt ondskabsfuld eller i besiddelse af sadistiske tendenser. Men jeg fryder mig inderligt når nogen brandbomber “de etablerede sandheder”, ikke mindst når det foregår på Den Videnskabelige Arena og koryfæerne får sådan én over lapperne! For alt for ofte får vi smækket sludder og vrøvl direkte i ansigtet, med besked om, at sådan forholder det sig, for det har “videnskaben”, “eksperter”, “vismænd” (hej CEPOS) eller “væsentlige kilder” udlagt som den sandhed, vi haver at forholde os til. Og jeg vil ikke engang Hive Hans Nobelsfredspris-hungrende Majestæt T. Rump ind i manegen. Det behøves ikke.

    Og æder vi ikke dén, så får vi at vide, at “det er vilkår”, underforstået: – det kan man ikke gøre noget ved. Det er bare sådan det er. Men det er det ikke! Og nogle er frække nok til at rejse sig (subsidiært: – sætte sig til tasterne) og udbryde: – “vilkår kan ændres og synspunkter er ikke sandheder”.

    Eksempler kunne være Friedrich Engels’ “Anti-Dühring”, hvor den socialdemokratiske værdisætning/”benchmarking” af begrebet “socialisme” bliver skudt i sænk af en dialektisk materialisme.

    Det kunne være Carlo F. Hansens “Fysikkens elendighed”, hvor der bliver uddelt drøje hug til relativitetsteorierne samt kvantefysikken – id est: Einstein og Bohr.

    Det kunne være Stephen Jay Goulds og Richard Dawkings indædte udfald mod kreationister. Eller det kunne være Elaine Morgans sammenbidte modstand mod en “tarzanistisk” tolkning af menneskets udvikling ( “Hvor kom kvinden fra?”)

    (Jeg har også læst to bøger med en kritik af Tolkiens “Lord of the Rings”, med hvad hører af anklager om “borgerlighed”, “sen-victorianisme”, “romanticisme” og “pseudo-fascistoid tendens”. Og man må sige: “What’s not to like?” Det ved vi godt i forvejen, og det har ikke en skid at gøre med noget som helst, så luk nu bare kæften!)

    Men hér, i tilfældet “I begyndelsen var skriget”, handler det om et nyt syn på nordisk mytologi, hvor Henning Kure gør op med en læsning af nogle centrale kvad, der oftest tolkes i en meget speciel optik. Nemlig en kristen!

    Kures overordnede spørgsmål – eller snarere: – hans indledende spørgsmål er, om “vikingerne” ville kunne genkende deres verdensbillede – deres religiøse overbevisning – i den udlægning, der undervises og formidles í, nu om dage. Og hans svar er et klartonende “nej”, hvorefter han giver sig i kast med en demontering af “fastslåede kendsgerninger” og “uigendrivelige vilkår”.

    Der er tale om udvalgte tekster (altså ikke hele korpus), navnlig “Havamal” og “Voluspa” ( “den højes tale” og “vølvens spådom”).

    Det handler om verdens og menneskets skabelse.

    Henning Kure anfører (og jeg er enig – er I?), at den almindelige dansker, herunder folkeskole- og gymnasieelever, har deres viden om nordisk/norrøn mytologi via en formidling af Snorre Sturlassons “Ældre Edda”, suppleret med nogle tekster af Grundtvig om “Saga” og “Frejas sal”. Og kontekstuelt betragtes mytologien herved som et famlende forsøg på, at nærme sig den kristne tros fundamentale begreber. Almost there but not quite! Udsagnet er, at de fattige vikingesjæle søgte i erindringen efter den tusind år gamle sandhed, der ligger i Mosebøgerne, og skabte en faksimile, der nødtvungent kunne holde, indtil den rette lære (kristendommen) endelig ville anduve deres kyster.

    Deres mytologi var derfor sænket i et hedensk mørke. Der var de rigtige brikker, blot var de forkert sammensat.

    Men det kan der gøres noget ved! Og derfor fifler Snorre videre med kildematerialet og når frem til dualiteter, der ligger kristendommen nær, når han genlæser og nedfælder sine gendigtninger.

    Men!

     – siger Kure!

     – Der er ikke, i kildematerialet, belæg for påstandene. Hverken dramaturgisk, grammatisk, historisk, arkæologisk, filologisk eller kompositorisk. Det ligner mere en hvid kanin op af den høje hat og turtles all the way down.

        Med andre ord: – Snorre Sturlassons udlægning af norrøn mytologi er et falsum, udelukkende begrundet i hans eget behov for en kristen mission!

    De vilkår – dualiteter – som Snorre påstår eksistensen af, fordamper ved nærlæsning af kildematerialet. De ligheder, der påstås, er ikke blot overfladiske og misvisende, men hidrører fra mistolkning af enkelte passager – helt ned til enkelte ord – der bare ikke har den betydning, som Snorre tillægger dem.

    Se! Det er fandme’ kritisk  læsning. Og egentlig har kun én anke – ja, det er vel nærmest en fortrydelse, en ærgrelse: – hold kæfte hvor ville det bare have været fedt, hvis Henning Kure havde været med på sidelinjen, da Claus Deleuran skrev og tegnede sin “Danmarkshistorie For Folket”.

    Jeg anbefaler derfor varmt: – “i Begyndelsen var skriget – Vikingetidens myter om skabelsen”, Henning Kure, 352 sider, Gyldendal 2010 (aner ikke hvad den koster – du må låne min)

       

    #Anmeldelser

  21. I begyndelsen var skriget

    Jeg fik jo så den dér “skraldede” bog – I BEGYNDELSEN VAR SKRIGET – skrevet af Henning Kure. Ja, det var min svigerinde, der spurgte mig “om ikke det var noget?”, for hun havde fundet den i en flyttekasse, der skulle smides ud, og det havde jo noget med vikinger at gøre ” -og så tænkte jeg på dig!” Sagde hun, mens jeg sad under et tæppe, med morderisk ondt i maven, træthed sivende ud af ørerne og øjne der hang nede på knæene. Virkelig en viking, dér!

    Og så læste jeg den. Det kunne jeg ligeså godt –

    – For jeg kender udmærket til Henning Kure, al den stund at han er ret central i dansktegneseriehistorie, i nyere tid. Ikke mindst som forfatter til “Valhalla”-tegneserien, sammen med Peter Madsen, Hans Rahnke-Nielsen og Søren Håkansson.

    Jeg vidste også godt, at han iøvrigt forskede i myter – mytologier – og filologi og havde udgivet artikler om samme. Alligevel blev jeg positivt overrasket. Ret meget! Aldeles ganske! Nærmest henført og bjergtaget.

    Se!

    Jeg betragter ikke mig selv som specielt ondskabsfuld eller i besiddelse af sadistiske tendenser. Men jeg fryder mig inderligt når nogen brandbomber “de etablerede sandheder”, ikke mindst når det foregår på Den Videnskabelige Arena og koryfæerne får sådan én over lapperne! For alt for ofte får vi smækket sludder og vrøvl direkte i ansigtet, med besked om, at sådan forholder det sig, for det har “videnskaben”, “eksperter”, “vismænd” (hej CEPOS) eller “væsentlige kilder” udlagt som den sandhed, vi haver at forholde os til. Og jeg vil ikke engang Hive Hans Nobelsfredspris-hungrende Majestæt T. Rump ind i manegen. Det behøves ikke.

    Og æder vi ikke dén, så får vi at vide, at “det er vilkår”, underforstået: – det kan man ikke gøre noget ved. Det er bare sådan det er. Men det er det ikke! Og nogle er frække nok til at rejse sig (subsidiært: – sætte sig til tasterne) og udbryde: – “vilkår kan ændres og synspunkter er ikke sandheder”.

    Eksempler kunne være Friedrich Engels’ “Anti-Dühring”, hvor den socialdemokratiske værdisætning/”benchmarking” af begrebet “socialisme” bliver skudt i sænk af en dialektisk materialisme.

    Det kunne være Carlo F. Hansens “Fysikkens elendighed”, hvor der bliver uddelt drøje hug til relativitetsteorierne samt kvantefysikken – id est: Einstein og Bohr.

    Det kunne være Stephen Jay Goulds og Richard Dawkings indædte udfald mod kreationister. Eller det kunne være Elaine Morgans sammenbidte modstand mod en “tarzanistisk” tolkning af menneskets udvikling ( “Hvor kom kvinden fra?”)

    (Jeg har også læst to bøger med en kritik af Tolkiens “Lord of the Rings”, med hvad hører af anklager om “borgerlighed”, “sen-victorianisme”, “romanticisme” og “pseudo-fascistoid tendens”. Og man må sige: “What’s not to like?” Det ved vi godt i forvejen, og det har ikke en skid at gøre med noget som helst, så luk nu bare kæften!)

    Men hér, i tilfældet “I begyndelsen var skriget”, handler det om et nyt syn på nordisk mytologi, hvor Henning Kure gør op med en læsning af nogle centrale kvad, der oftest tolkes i en meget speciel optik. Nemlig en kristen!

    Kures overordnede spørgsmål – eller snarere: – hans indledende spørgsmål er, om “vikingerne” ville kunne genkende deres verdensbillede – deres religiøse overbevisning – i den udlægning, der undervises og formidles í, nu om dage. Og hans svar er et klartonende “nej”, hvorefter han giver sig i kast med en demontering af “fastslåede kendsgerninger” og “uigendrivelige vilkår”.

    Der er tale om udvalgte tekster (altså ikke hele korpus), navnlig “Havamal” og “Voluspa” ( “den højes tale” og “vølvens spådom”).

    Det handler om verdens og menneskets skabelse.

    Henning Kure anfører (og jeg er enig – er I?), at den almindelige dansker, herunder folkeskole- og gymnasieelever, har deres viden om nordisk/norrøn mytologi via en formidling af Snorre Sturlassons “Ældre Edda”, suppleret med nogle tekster af Grundtvig om “Saga” og “Frejas sal”. Og kontekstuelt betragtes mytologien herved som et famlende forsøg på, at nærme sig den kristne tros fundamentale begreber. Almost there but not quite! Udsagnet er, at de fattige vikingesjæle søgte i erindringen efter den tusind år gamle sandhed, der ligger i Mosebøgerne, og skabte en faksimile, der nødtvungent kunne holde, indtil den rette lære (kristendommen) endelig ville anduve deres kyster.

    Deres mytologi var derfor sænket i et hedensk mørke. Der var de rigtige brikker, blot var de forkert sammensat.

    Men det kan der gøres noget ved! Og derfor fifler Snorre videre med kildematerialet og når frem til dualiteter, der ligger kristendommen nær, når han genlæser og nedfælder sine gendigtninger.

    Men!

     – siger Kure!

     – Der er ikke, i kildematerialet, belæg for påstandene. Hverken dramaturgisk, grammatisk, historisk, arkæologisk, filologisk eller kompositorisk. Det ligner mere en hvid kanin op af den høje hat og turtles all the way down.

        Med andre ord: – Snorre Sturlassons udlægning af norrøn mytologi er et falsum, udelukkende begrundet i hans eget behov for en kristen mission!

    De vilkår – dualiteter – som Snorre påstår eksistensen af, fordamper ved nærlæsning af kildematerialet. De ligheder, der påstås, er ikke blot overfladiske og misvisende, men hidrører fra mistolkning af enkelte passager – helt ned til enkelte ord – der bare ikke har den betydning, som Snorre tillægger dem.

    Se! Det er fandme’ kritisk  læsning. Og egentlig har kun én anke – ja, det er vel nærmest en fortrydelse, en ærgrelse: – hold kæfte hvor ville det bare have været fedt, hvis Henning Kure havde været med på sidelinjen, da Claus Deleuran skrev og tegnede sin “Danmarkshistorie For Folket”.

    Jeg anbefaler derfor varmt: – “i Begyndelsen var skriget – Vikingetidens myter om skabelsen”, Henning Kure, 352 sider, Gyldendal 2010 (aner ikke hvad den koster – du må låne min)

       

    #Anmeldelser

  22. I begyndelsen var skriget

    Jeg fik jo så den dér “skraldede” bog – I BEGYNDELSEN VAR SKRIGET – skrevet af Henning Kure. Ja, det var min svigerinde, der spurgte mig “om ikke det var noget?”, for hun havde fundet den i en flyttekasse, der skulle smides ud, og det havde jo noget med vikinger at gøre ” -og så tænkte jeg på dig!” Sagde hun, mens jeg sad under et tæppe, med morderisk ondt i maven, træthed sivende ud af ørerne og øjne der hang nede på knæene. Virkelig en viking, dér!

    Og så læste jeg den. Det kunne jeg ligeså godt –

    – For jeg kender udmærket til Henning Kure, al den stund at han er ret central i dansktegneseriehistorie, i nyere tid. Ikke mindst som forfatter til “Valhalla”-tegneserien, sammen med Peter Madsen, Hans Rahnke-Nielsen og Søren Håkansson.

    Jeg vidste også godt, at han iøvrigt forskede i myter – mytologier – og filologi og havde udgivet artikler om samme. Alligevel blev jeg positivt overrasket. Ret meget! Aldeles ganske! Nærmest henført og bjergtaget.

    Se!

    Jeg betragter ikke mig selv som specielt ondskabsfuld eller i besiddelse af sadistiske tendenser. Men jeg fryder mig inderligt når nogen brandbomber “de etablerede sandheder”, ikke mindst når det foregår på Den Videnskabelige Arena og koryfæerne får sådan én over lapperne! For alt for ofte får vi smækket sludder og vrøvl direkte i ansigtet, med besked om, at sådan forholder det sig, for det har “videnskaben”, “eksperter”, “vismænd” (hej CEPOS) eller “væsentlige kilder” udlagt som den sandhed, vi haver at forholde os til. Og jeg vil ikke engang Hive Hans Nobelsfredspris-hungrende Majestæt T. Rump ind i manegen. Det behøves ikke.

    Og æder vi ikke dén, så får vi at vide, at “det er vilkår”, underforstået: – det kan man ikke gøre noget ved. Det er bare sådan det er. Men det er det ikke! Og nogle er frække nok til at rejse sig (subsidiært: – sætte sig til tasterne) og udbryde: – “vilkår kan ændres og synspunkter er ikke sandheder”.

    Eksempler kunne være Friedrich Engels’ “Anti-Dühring”, hvor den socialdemokratiske værdisætning/”benchmarking” af begrebet “socialisme” bliver skudt i sænk af en dialektisk materialisme.

    Det kunne være Carlo F. Hansens “Fysikkens elendighed”, hvor der bliver uddelt drøje hug til relativitetsteorierne samt kvantefysikken – id est: Einstein og Bohr.

    Det kunne være Stephen Jay Goulds og Richard Dawkings indædte udfald mod kreationister. Eller det kunne være Elaine Morgans sammenbidte modstand mod en “tarzanistisk” tolkning af menneskets udvikling ( “Hvor kom kvinden fra?”)

    (Jeg har også læst to bøger med en kritik af Tolkiens “Lord of the Rings”, med hvad hører af anklager om “borgerlighed”, “sen-victorianisme”, “romanticisme” og “pseudo-fascistoid tendens”. Og man må sige: “What’s not to like?” Det ved vi godt i forvejen, og det har ikke en skid at gøre med noget som helst, så luk nu bare kæften!)

    Men hér, i tilfældet “I begyndelsen var skriget”, handler det om et nyt syn på nordisk mytologi, hvor Henning Kure gør op med en læsning af nogle centrale kvad, der oftest tolkes i en meget speciel optik. Nemlig en kristen!

    Kures overordnede spørgsmål – eller snarere: – hans indledende spørgsmål er, om “vikingerne” ville kunne genkende deres verdensbillede – deres religiøse overbevisning – i den udlægning, der undervises og formidles í, nu om dage. Og hans svar er et klartonende “nej”, hvorefter han giver sig i kast med en demontering af “fastslåede kendsgerninger” og “uigendrivelige vilkår”.

    Der er tale om udvalgte tekster (altså ikke hele korpus), navnlig “Havamal” og “Voluspa” ( “den højes tale” og “vølvens spådom”).

    Det handler om verdens og menneskets skabelse.

    Henning Kure anfører (og jeg er enig – er I?), at den almindelige dansker, herunder folkeskole- og gymnasieelever, har deres viden om nordisk/norrøn mytologi via en formidling af Snorre Sturlassons “Ældre Edda”, suppleret med nogle tekster af Grundtvig om “Saga” og “Frejas sal”. Og kontekstuelt betragtes mytologien herved som et famlende forsøg på, at nærme sig den kristne tros fundamentale begreber. Almost there but not quite! Udsagnet er, at de fattige vikingesjæle søgte i erindringen efter den tusind år gamle sandhed, der ligger i Mosebøgerne, og skabte en faksimile, der nødtvungent kunne holde, indtil den rette lære (kristendommen) endelig ville anduve deres kyster.

    Deres mytologi var derfor sænket i et hedensk mørke. Der var de rigtige brikker, blot var de forkert sammensat.

    Men det kan der gøres noget ved! Og derfor fifler Snorre videre med kildematerialet og når frem til dualiteter, der ligger kristendommen nær, når han genlæser og nedfælder sine gendigtninger.

    Men!

     – siger Kure!

     – Der er ikke, i kildematerialet, belæg for påstandene. Hverken dramaturgisk, grammatisk, historisk, arkæologisk, filologisk eller kompositorisk. Det ligner mere en hvid kanin op af den høje hat og turtles all the way down.

        Med andre ord: – Snorre Sturlassons udlægning af norrøn mytologi er et falsum, udelukkende begrundet i hans eget behov for en kristen mission!

    De vilkår – dualiteter – som Snorre påstår eksistensen af, fordamper ved nærlæsning af kildematerialet. De ligheder, der påstås, er ikke blot overfladiske og misvisende, men hidrører fra mistolkning af enkelte passager – helt ned til enkelte ord – der bare ikke har den betydning, som Snorre tillægger dem.

    Se! Det er fandme’ kritisk  læsning. Og egentlig har kun én anke – ja, det er vel nærmest en fortrydelse, en ærgrelse: – hold kæfte hvor ville det bare have været fedt, hvis Henning Kure havde været med på sidelinjen, da Claus Deleuran skrev og tegnede sin “Danmarkshistorie For Folket”.

    Jeg anbefaler derfor varmt: – “i Begyndelsen var skriget – Vikingetidens myter om skabelsen”, Henning Kure, 352 sider, Gyldendal 2010 (aner ikke hvad den koster – du må låne min)

       

    #Anmeldelser

  23. I begyndelsen var skriget

    Jeg fik jo så den dér “skraldede” bog – I BEGYNDELSEN VAR SKRIGET – skrevet af Henning Kure. Ja, det var min svigerinde, der spurgte mig “om ikke det var noget?”, for hun havde fundet den i en flyttekasse, der skulle smides ud, og det havde jo noget med vikinger at gøre ” -og så tænkte jeg på dig!” Sagde hun, mens jeg sad under et tæppe, med morderisk ondt i maven, træthed sivende ud af ørerne og øjne der hang nede på knæene. Virkelig en viking, dér!

    Og så læste jeg den. Det kunne jeg ligeså godt –

    – For jeg kender udmærket til Henning Kure, al den stund at han er ret central i dansktegneseriehistorie, i nyere tid. Ikke mindst som forfatter til “Valhalla”-tegneserien, sammen med Peter Madsen, Hans Rahnke-Nielsen og Søren Håkansson.

    Jeg vidste også godt, at han iøvrigt forskede i myter – mytologier – og filologi og havde udgivet artikler om samme. Alligevel blev jeg positivt overrasket. Ret meget! Aldeles ganske! Nærmest henført og bjergtaget.

    Se!

    Jeg betragter ikke mig selv som specielt ondskabsfuld eller i besiddelse af sadistiske tendenser. Men jeg fryder mig inderligt når nogen brandbomber “de etablerede sandheder”, ikke mindst når det foregår på Den Videnskabelige Arena og koryfæerne får sådan én over lapperne! For alt for ofte får vi smækket sludder og vrøvl direkte i ansigtet, med besked om, at sådan forholder det sig, for det har “videnskaben”, “eksperter”, “vismænd” (hej CEPOS) eller “væsentlige kilder” udlagt som den sandhed, vi haver at forholde os til. Og jeg vil ikke engang Hive Hans Nobelsfredspris-hungrende Majestæt T. Rump ind i manegen. Det behøves ikke.

    Og æder vi ikke dén, så får vi at vide, at “det er vilkår”, underforstået: – det kan man ikke gøre noget ved. Det er bare sådan det er. Men det er det ikke! Og nogle er frække nok til at rejse sig (subsidiært: – sætte sig til tasterne) og udbryde: – “vilkår kan ændres og synspunkter er ikke sandheder”.

    Eksempler kunne være Friedrich Engels’ “Anti-Dühring”, hvor den socialdemokratiske værdisætning/”benchmarking” af begrebet “socialisme” bliver skudt i sænk af en dialektisk materialisme.

    Det kunne være Carlo F. Hansens “Fysikkens elendighed”, hvor der bliver uddelt drøje hug til relativitetsteorierne samt kvantefysikken – id est: Einstein og Bohr.

    Det kunne være Stephen Jay Goulds og Richard Dawkings indædte udfald mod kreationister. Eller det kunne være Elaine Morgans sammenbidte modstand mod en “tarzanistisk” tolkning af menneskets udvikling ( “Hvor kom kvinden fra?”)

    (Jeg har også læst to bøger med en kritik af Tolkiens “Lord of the Rings”, med hvad hører af anklager om “borgerlighed”, “sen-victorianisme”, “romanticisme” og “pseudo-fascistoid tendens”. Og man må sige: “What’s not to like?” Det ved vi godt i forvejen, og det har ikke en skid at gøre med noget som helst, så luk nu bare kæften!)

    Men hér, i tilfældet “I begyndelsen var skriget”, handler det om et nyt syn på nordisk mytologi, hvor Henning Kure gør op med en læsning af nogle centrale kvad, der oftest tolkes i en meget speciel optik. Nemlig en kristen!

    Kures overordnede spørgsmål – eller snarere: – hans indledende spørgsmål er, om “vikingerne” ville kunne genkende deres verdensbillede – deres religiøse overbevisning – i den udlægning, der undervises og formidles í, nu om dage. Og hans svar er et klartonende “nej”, hvorefter han giver sig i kast med en demontering af “fastslåede kendsgerninger” og “uigendrivelige vilkår”.

    Der er tale om udvalgte tekster (altså ikke hele korpus), navnlig “Havamal” og “Voluspa” ( “den højes tale” og “vølvens spådom”).

    Det handler om verdens og menneskets skabelse.

    Henning Kure anfører (og jeg er enig – er I?), at den almindelige dansker, herunder folkeskole- og gymnasieelever, har deres viden om nordisk/norrøn mytologi via en formidling af Snorre Sturlassons “Ældre Edda”, suppleret med nogle tekster af Grundtvig om “Saga” og “Frejas sal”. Og kontekstuelt betragtes mytologien herved som et famlende forsøg på, at nærme sig den kristne tros fundamentale begreber. Almost there but not quite! Udsagnet er, at de fattige vikingesjæle søgte i erindringen efter den tusind år gamle sandhed, der ligger i Mosebøgerne, og skabte en faksimile, der nødtvungent kunne holde, indtil den rette lære (kristendommen) endelig ville anduve deres kyster.

    Deres mytologi var derfor sænket i et hedensk mørke. Der var de rigtige brikker, blot var de forkert sammensat.

    Men det kan der gøres noget ved! Og derfor fifler Snorre videre med kildematerialet og når frem til dualiteter, der ligger kristendommen nær, når han genlæser og nedfælder sine gendigtninger.

    Men!

     – siger Kure!

     – Der er ikke, i kildematerialet, belæg for påstandene. Hverken dramaturgisk, grammatisk, historisk, arkæologisk, filologisk eller kompositorisk. Det ligner mere en hvid kanin op af den høje hat og turtles all the way down.

        Med andre ord: – Snorre Sturlassons udlægning af norrøn mytologi er et falsum, udelukkende begrundet i hans eget behov for en kristen mission!

    De vilkår – dualiteter – som Snorre påstår eksistensen af, fordamper ved nærlæsning af kildematerialet. De ligheder, der påstås, er ikke blot overfladiske og misvisende, men hidrører fra mistolkning af enkelte passager – helt ned til enkelte ord – der bare ikke har den betydning, som Snorre tillægger dem.

    Se! Det er fandme’ kritisk  læsning. Og egentlig har kun én anke – ja, det er vel nærmest en fortrydelse, en ærgrelse: – hold kæfte hvor ville det bare have været fedt, hvis Henning Kure havde været med på sidelinjen, da Claus Deleuran skrev og tegnede sin “Danmarkshistorie For Folket”.

    Jeg anbefaler derfor varmt: – “i Begyndelsen var skriget – Vikingetidens myter om skabelsen”, Henning Kure, 352 sider, Gyldendal 2010 (aner ikke hvad den koster – du må låne min)

       

    #Anmeldelser

  24. De Arabische verovering van Andalusië (3)

    De Pyreneeën

    [Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

    In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.

    De slag bij Poitiers

    Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.

    De feiten liggen anders: in 735 veroverde Yusuf al-Fihri,noot Hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. de gouverneur van Narbonne, de stad Arles, waarmee hij de Frankische handelsroute over de Rhône naar zee afsneed. Het tegenoffensief van Karel Martel haalde niets uit. Het was dus zeker niet de slag bij Poitiers die een einde maakte aan de Arabische expansie benoorden de Pyreneeën, want de Arabische expansie ging gewoon door.

    Maar wat maakte dan wel een einde aan die expansie? Het is tijd voor een meer gedetailleerde blik op de situatie op het Iberisch Schiereiland.

    Laatmiddeleeuwse afbeelding van de slag bij Poitiers

    Spanningen

    Direct na de Arabisch machtsovername was Iberië een etnische smeltkroes. Er waren christenen van Hispano-Romeinse en van Visigotische komaf. Er waren joden. Er waren tot de islam bekeerde joden en christenen. Verder waren er Arabieren en Berbers, en die twee volken kenden ook weer tegenstellingen. Het eerste volk was traditioneel verdeeld in twee groepen, de Yaman (waarvan er weinig in Iberië waren) en de Qays (in Iberië de overgrote meerderheid); de Berbers kenden de Baranis en de Butr. Wat achter deze namen schuilt gaat, is moeilijk te doorgronden, althans voor mij, maar ik heb de indruk dat het eigenlijk strijdbegrippen zijn: als er een conflict was, dan moest de een wel een Yaman zijn en moest de ander wel behoren tot de Qays. Of tot de Baranis en de Butr, als het ging om Berbers.

    Al deze groepen waren met verdragen verbonden met de Arabische overheid, maar de verdragen waren snel geschreven en feitelijk crisismaatregelen. Diverse ontevredenheden waren eigenlijk niet opgelost. Zo hoefden de Arabieren en Berbers de jaarlijkse belasting (jizya) niet te betalen, en dat zette, in elk geval sinds de belastingverhoging van 721, kwaad bloed. Latere bekeerlingen die hoopten op een belastingvrijstelling, kregen te horen dat ze daarvoor niet in aanmerking meer kwamen. De situatie was dus minder stabiel dan gedacht.

    Burgeroorlog

    De zaken liepen uit de hand toen in 742 een generaal moest worden benoemd voor een grootschalige campagne tegen de Franken. De man heette Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri,noot Ook hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. maar was gehaat bij de Baranis-Berbers, tegen wie hij tussen 732 en 737 had gevochten. De Baranis in Iberië kwamen in opstand en trokken vanuit hun gebied, ten noorden van de rivier de Taag, zuidwaarts. Abd al-Malik vroeg en kreeg versterkingen uit Syrië, maar dat waren Yaman-Arabieren, die tot dan toe geen grote rol hadden gespeeld. Ze versloegen de rebellen en keerden zich vervolgens tegen Abd al-Malik, die ze kruisigden met aan weerszijden een hond en een varken.

    Daarmee hadden Yaman-Arabieren niet alleen een van de Qays terechtgesteld maar ook onteerd. En aangezien beide groepen aanwezig waren met een groot leger, dreigde een lang conflict. De kalief in Damascus greep meteen in door te bepalen dat het gouverneurschap in Córdoba zou rouleren tussen de twee Arabische groepen, te beginnen met Yusuf al-Fihri, de man die Arles had veroverd en tot dan toe gouverneur van Narbonne was geweest.

    Nieuwe leiders

    De situatie leek tot rust gebracht, maar onmiddellijk daarna raakte het Kalifaat van Damascus verdeeld door een ander conflict, dat ik onlangs al aanstipte in een van de blogjes over het ontstaan van het islamitische recht: de dynastie van de Abbasiden nam de macht over van de Umayyaden, die bij de inname van Damascus vrijwel allemaal werden gedood. Door dit conflict kon de kalief niet ingrijpen toen Yusuf al-Fihri weigerde plaats te maken voor een andere gouverneur en zichzelf uitriep tot koning.

    Niet iedereen erkende dat – er waren genoeg ontevreden groepen – en Yusuf was vooral bezig met het consolideren van zijn gezag dan met strooptochten naar het noorden. De lachende was Pippijn de Korte, die zich, meteen nadat Yusuf zich had laten uitroepen tot koning, had laten zalven tot koning van de Franken. De nieuwe Frankische koning begon nu met het heroveren van de Provence en de Languedoc.

    Koning Yusuf al-Fihri kon er weinig tegen doen. De Arabische expansie was tot stilstand gekomen door de verdeeldheid van de diverse bevolkingsgroepen op het Iberische Schiereiland. In 755 was Yusuf op campagne tegen een groep tot de islam bekeerde christenen aan de Ebro, de Banu Qasi (“de stam van Cassius”), toen hij vernam dat in het zuiden een Umayyadische prins was geland die blijkbaar het bloedbad in Damascus had overleefd.

    [wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Berbers en Arabieren

    juni 14, 2017
    De keizers van het Byzantijnse Rijk

    oktober 27, 2012
    Sjamanisme

    juli 5, 2025 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #Andalusië #BanuQasi #Baranis #Berbers #Butr #Córdoba #clashOfCivilizations #ElAndalus #Frankrijk #jizya #KalifaatVanDamascus #KarelMartel #kruisiging #Languedoc #PippijnDeKorte #Qays #RijkVanToledo #slagBijPoitiers #Spanje #stamsamenleving #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri

  25. Titus Livius (5): kenmerken

    Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Altes Museum, Berlijn)

    [Vijfde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

    Het was ooit een droom geweest van de Romeinse redenaar Cicero dat er nog eens een Romeinse auteur zou opstaan die een geschiedenis van Rome zou schrijven die kon wedijveren met die van beroemde Grieken als Herodotos en Thoukydides. Als Cicero Livius’ Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad had kunnen lezen, zou hij tevreden zijn geweest. De Romeinse geschiedschrijver mist weliswaar de scherpzinnigheid van een Thoukydides en de humor van een Herodotos, maar zijn beschrijving van het ontstaan en de groei van de Romeinse republiek is een kunstwerk. Voor wie nog nooit iets van Livius heeft gelezen, noem ik drie zaken om op te letten:

    1. De invloed van de welsprekendheid
    2. De structuur
    3. De (politieke) thematiek

    De invloed van de welsprekendheid

    De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad is duidelijk geschreven door iemand die was opgeleid als redenaar. Romeins onderricht bestond vaak uit het spreken over historische onderwerpen: een jongeman moest bijvoorbeeld beargumenteren wat er zou zijn gebeurd als deze of gene historische gebeurtenis niet had plaatsgevonden, moest in een hypothetische situatie argumenten geven voor bepaald beleid, of moest zich inleven in een historische figuur. Livius moet in dit spel een meester zijn geweest, want de door hem ingevoegde toespraken zijn pareltjes.

    Hoewel de aanwezigheid van verzonnen toespraken vreemd op ons voorkomt – het zijn immers geen echte historische feiten – was dit destijds een normale praktijk. Ze boden de auteur de gelegenheid om uit te leggen waarom een persoon handelde zoals hij deed. Livius heeft er echter ook een tweede bedoeling mee: hij gebruikt ze voor psychologische portretten. De twee toespraken van de oude, vermoeide Hannibal en de jonge, bloed ruikende Scipio voor de slag bij Zama vormen geweldige lectuur. Hoewel we niet weten of de zo gegeven portretten correct zijn, zijn ze psychologisch overtuigend en dragen ze bij aan de charme van het geschiedwerk.

    Boek 9 bevat nog een interessante digressie, waarin Titus Livius een stelling verdedigt zoals Romeinen kenden uit de opleiding tot redenaar: hij betoogt dat als Alexander de Grote niet het Perzische Rijk had aangevallen, maar in plaats daarvan naar het westen was gekomen, hij door de Romeinen zou zijn verslagen.

    De structuur

    Als we het eerste boek negeren, dat alleen legendarisch materiaal bevat waarvan ook Livius zegt er geen snars van te geloven, heeft de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad een heel eenvoudige structuur: hij beschrijft de gebeurtenissen jaar voor jaar.

    • eerst noemt hij de magistraten die hun naam aan het jaar gaven;
    • daarop volgen de belangrijkste gebeurtenissen in het buitenland, meestal oorlogen;
    • vervolgens zijn er de gebeurtenissen in Rome. Hierdoor behoudt het werk, hoewel het geldt als wereldgeschiedenis, ook het karakter van een lokale kroniek. Livius’ lezer heeft nooit het gevoel dat de wereld te groot is en het verhaal te complex.
    • tot slot noemt Livius andere vermeldenswaardigheden, zoals voortekens, epidemieën, voedseltekorten en bouwprojecten. Eventueel is er een beschrijving van de verkiezingen, maar daarna begint het volgende jaar.

    Livius heeft deze vorm geërfd van eerdere Romeinse schrijvers, de auteurs van de zogeheten Annales, “jaarboeken”. Daarover meer in het blogje van vanmiddag. Zo nu en dan dwaalt Livius af om verwante onderwerpen te behandelen, zoals de vroege geschiedenis van de Galliërs (Boek 5), de oorsprong van Karthago (Boek 16), de vestiging van de Galaten in Anatolië (Boek 38), de etymologie van Baleares (Boek 60), of de gewoonten van de Germaanse stammen (Boek 104). Meestal zijn deze digressies beknopt en verstoren ze het verhaal nooit.

    Zoals we al zagen, behandelt Titus Livius doorgaans meerdere jaren in één boek. De boeken zelf zijn gegroepeerd in eenheden van vijf, tien of vijftien. Voor zover mij bekend, heeft geen enkele andere antieke geschiedschrijver zo’n structuur gebruikt. Livius is echter geen slaaf van zijn systeem. Hij behandelt de Derde Punische Oorlog in de boeken 48-51, die behoren tot twee pentaden. We weten dat er een editie heeft bestaan van de boeken 109-116, die de Acht boeken over de Burgeroorlog heette, wat suggereert dat ook Livius dat achttal als eenheid zag.

    De (politieke) thematiek

    Zoals gezegd was Titus Livius geen historicus. Hij was, zoals alle antieke geschiedschrijvers, een moralist. Wie hem zijn moralisme aanwrijft, maakt in feite een verwijt aan de hele antieke geschiedschrijving. Zijn analyse is ook heel voorspelbaar: de degeneratie van de Romeinen begon met de val van Karthago in 146 v.Chr. Luxe en decadentie waren daarna normaal geworden; rijke mensen gedroegen zich frivool en gaven een slecht voorbeeld aan armere Romeinen, die daardoor hun plaats niet meer kenden. Ze begonnen zelfs politieke eisen te stellen, wat via de opkomst van de Gracchen alleen kon leiden tot burgeroorlogen, meervoud.

    Rome veroverde de wereld, maar verloor zijn ziel: nauwelijks een origineel thema. In 42 of 41 had Sallustius precies hetzelfde geschreven en Augustus deelde de analyse. Wat Livius in zijn geschriften hekelde, probeerde de keizer te genezen met wetgeving over luxe en huwelijk. Een moreel herstel was nog steeds mogelijk, al overweegt Livius in zijn voorwoord dat Rome te ziek is voor het medicijn.

    Bij het reveil speelde Livius in elk geval zijn rol. Mannen moesten weer moedig zijn en hun verantwoordelijkheid nemen in het openbare leven; de even belangrijke plicht van de Romeinse vrouw was in kuisheid de huishouding te doen. Livius toont vaak hoe moed en vroomheid werden beloond en hoe onjuist gedrag werd bestraft. In boek 22 vertelt hij bijvoorbeeld hoe Gaius Flaminius in 217 het consulaat accepteerde zonder de nodige rituelen en onmiddellijk een militaire campagne tegen Hannibal lanceerde. Livius zegt dat veel senatoren dit schandalig vonden en beschouwden het als “geen oorlog tegen de vijand, maar een oorlog tegen de goden”. Het siert Livius, die meestal meeleeft met slachtoffers, dat hij, wanneer Flaminius sneuvelt bij het Trasimeense Meer, niet terugkeert op dat verwijt. Door het vóór de nederlaag te noemen, is de boodschap voldoende duidelijk, en hij vindt het niet nodig de doden een trap na te geven.

    Hoewel Livius Augustus’ zorgen deelde, was hij niet diens propagandist. Zijn eerste zorg was de waarheid. Eén voorbeeld kan volstaan. De Romeinen hadden de gewoonte dat een commandant die een buitenlandse generaal doodde in een tweegevecht, diens wapens mocht presenteren aan Jupiter. Deze spolia opima golden als zeer prestigieus. In 29 v.Chr. eiste een Romeinse aanvoerder het eerbewijs op, maar Augustus vond dit te veel eer voor een gewone bevelhebber, en bedacht een nieuwe regel, waarin stond dat alleen consuls in aanmerking kwamen. Helaas was een van degenen die het eerbewijs had ontvangen, een zekere Cossus, geen consul geweest, maar Augustus pretendeerde dat dit wel zo was geweest. Wanneer Livius in zijn geschiedwerk de overwinning van deze Cossus beschrijft,noot Livius 4.20. stelt hij onomwonden dat de oorlogsheld een tribuun was geweest, en hij noteert in iets dat eruitziet als voetnoot dat Augustus het niet eens was met de integrale historische traditie. Hij zegt nergens expliciet dat Augustus een leugenaar was, maar de boodschap was duidelijk.

    [wordt om 13:00 vervolgd]

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Migratie in de Arabische wereld

    maart 11, 2023
    Arm en straatarm in Rome (2)

    oktober 17, 2023
    Misverstand: Kleopatra

    maart 30, 2020 Deel dit:

    #annalistiek #antiekeGeschiedschrijving #digressie #KlassiekeGeschiedschrijvers #TitusLivius

  26. De zevende hemel

    De tien manichese hemels

    Zoals gebruikelijk blog ik op zondag over de Grieks-Romeins-Joodse wereld van het Nieuwe Testament, en vandaag moet dat maar eens gaan over het wonderlijke idee dat er boven de aarde diverse hemels zijn. Zo schrijft de apostel Paulus in zijn Tweede Brief aan de Korintiërs:

    Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man …   werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die geen mens kan en mag uitspreken.noot 2 Korintiërs 12.2-4; NBV21.

    Omdat deze brief rond 56 is geschreven, hebben we te maken met een gebeurtenis aan het begin van de jaren veertig; de “volgeling van Christus” is vrijwel zeker Paulus zelf, zoals blijkt uit het vervolg.noot 2 Korintiërs 12.7-9. Dit soort omschrijvingen waren in de antieke literatuur niet ongebruikelijk, denk maar aan het gebruik van de derde persoon door Julius Caesar in zijn boek over de Gallische Oorlog. Dus dat is allemaal niet zo bijzonder.

    Drie hemels

    Dat is ook de formulering “tot in de derde hemel” niet. In het antieke wereldbeeld lag meteen boven de aarde de lucht, waarin de wolken dreven, en was daarboven nog een hogere hemel. Filosofen maakten onderscheid tussen het element lucht en het kosmische element ether. In de hogere hemel was alles volmaakt: de planeten waren perfect bolvormig, hun banen perfect cirkelvormig. De maan, met vlekken, vormde de grens. Daar onder bestond imperfectie en verandering. Boven de hoge hemel lag dan nog een tijdloze transcendente hemel. In zijn dialoog Faidros vertelt Plato dat de goden/planeten soms de kosmische reidans (de omwenteling van de planeten om de zon) achter zich laten en door een gat in de hoge hemel naar buiten gaan en de wereld van de ideeën aanschouwen.noot Plato, Faidros 247. Het Pantheon in Rome is een illustratie van dit wereldbeeld.

    Kortom, minimaal drie hemels: de atmosfeer, de hoge hemel en de transcendente hemel. Ook in de Henochitische literatuur vinden we deze verdeling. In het Boek der Wachters lezen we hoe Henoch door de wind wordt opgenomen naar een hemels paleis en dat hij daarvandaan nog wat hoger komt, in een nog mooier paleis, waarin hij God aanschouwt.noot 1 Henoch 14. Deze tekst dateert uit de derde eeuw v.Chr.

    De zevende hemel

    In jongere teksten wordt het aantal hemels vergroot. Eind eerste eeuw kent de joodse apocalyptische tekst die bekendstaat als 4 Ezra er al zeven,noot 4 Ezra 7.92-98. en dat is ook volgens vroegchristelijke auteurs als Eirenaios van Lyon het aantal hemels. Volgens de derde-eeuwse gnostische tekst De oorsprong van de wereld maakte de schepper Yaldabaoth een hemel voor elk van zijn zeven kinderen.noot Oorsprong van de wereld 102. Ook de islam kent zeven hemels.noot Koran 41.12.

    Dantes hemel heeft zelfs tien lagen, en tien is ook het aantal hemels dat de manicheeërs kenden, zoals het plaatje hierboven toont. Kortom, het idee van een meervoudige hemel was buitengewoon gangbaar – al was een mystieke hemelreis dat natuurlijk niet.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De keizer in de Romeinse wereld

    september 30, 2023
    De Bergrede (13): Heb je vijanden lief

    december 12, 2021
    Nogmaals de Zijderoute

    juni 24, 2022 Deel dit:

    #4Ezra #BoekDerWachters #DanteAlighieri #DeOorsprongVanDeWereld #EirenaiosVanLyon #hemel #HenochitischeLiteratuur #manicheïsme #Paulus #Plato #transcendentaliteit #TweedeBriefAanDeKorintiërs #Yaldabaoth #zevendeHemel

  27. Guan Yin in een Belgisch kasteel – Aimez toujours

    Tijdens de restauratiewerken van het kasteel d’Ursel in Hingene, Vlaanderen, België, de favoriete zomerresidentie van de adellijke familie d’Ursel, werd in 2001 een schat ontdekt achter één van de Chinese deurstukken. Op het deurstuk staat de boeddhistische godin Guan Yin (Kwan Yin) afgebeeld, ze wordt vereerd door twee kinderen. Toen restauratrice Rosemie Cheroutre het papier aan de achterkant van de prent verwijderde, ontdekte ze een brief. ‘Dit deurstuk werd, net zoals zijn overbuur, gemaakt door Sophie en Juliette d’Ursel in juli 1877’, zo staat er te lezen.

    Tekst Els Muys

    Sophie (1851–1932) en Juliette (1853–1936) waren de dochters van hertog Leon d’Ursel en hertogin Henriëtte d’Harcourt. Ze waren toen respectievelijk zesentwintig en vierentwintig jaar oud. Het leek me geen toeval dat de zussen net achter de prent met Guan Yin hun brief verstopten. Het lijkt wel een brief van de hand van Guan Yin zelf …

    De vindplaats van de Kwan Yin beeltenis in het kasteel.

    Ik stel me voor dat het zo zou kunnen gegaan zijn : in die zomer van 1877 arriveert er op het kasteel een bestelling papier en prenten uit China. De zussen, die er de zomermaanden doorbrengen, beginnen te lezen over de afbeeldingen die op de prenten staan. Zo ontdekken ze het verhaal van Guan Yin, de Chinese godin van het mededogen die vaak wordt afgebeeld met duizend armen om iedereen te helpen, met in elke hand een oog om te zien waar ze hulp kan bieden. Volgens het verhaal stond Guan Yin op het punt de hemel binnen te gaan toen ze hulpgeroep hoorde vanuit de wereld. Ze heeft zich dan omgedraaid, is de hemel niet binnengegaan en heeft de belofte gedaan om te blijven en iedereen die hulp nodig heeft te helpen. Guan Yin heeft dus haar eigenbelang opgeofferd voor het algemeen belang.

    Dat is letterlijk wat Sophie en Juliette in hun brief schrijven: ‘Wij spreken tegen u, omdat u aan ons zou denken en omdat u onze waardevolle tradities zou koesteren: dat iedereen zijn persoonlijke belangen opoffert voor het algemeen belang en het familiegevoel bewaart als een kostbare schat.’ Iets verder schrijven ze ook hoe de leden van zoveel generaties in hun familie de kunst verstonden om elkaar gelukkig te maken: heureux les uns par les autres , ‘gelukkig de enen door de anderen’.

    Het zou dus kunnen dat de jongedames de legende van Guan Yin kenden en er inspiratie in vonden voor hun persoonlijke boodschap aan het nageslacht. Ze besloten een collage te maken om boven een deur te plaatsen, volgens de techniek van ‘découpage’, in die tijd een populair adellijk tijdverdrijf. Ze namen de prent van Guan Yin en de twee kinderen als basis voor hun collage. De struiken met vruchten, de bloementakken, de vogels en de vlinders knipten ze uit het blauwe Chinese behang dat in deze kamer hangt. En toen hun collage klaar was, hebben ze hun brief dan ook heel bewust achter Guan Yin verborgen. Toen ik de biografische artikels in vorige Magazines van het kasteel d’Ursel las, viel het me op hoe goed alles bij elkaar paste: de brief, de afbeelding van Guan Yin op de prent en de karakters van Sophie en Juliette. Sophie en Juliette hebben in hun eigen leven ook hun eigenbelang opzij hebben gezet en anderen gelukkig gemaakt. Allebei hebben ze liefdevol één of meerdere kinderen grootgebracht, waarvan ze niet de biologische moeder waren. ‘Helemaal zoals Guan Yin dat zou doen,’ denk ik dan. Als twee bodhisattva’s.

    Dit gedicht heb ik de voorbije winter op de muur van het kasteel laten schrijven:

    ‘Aimez toujours’

    ‘Aimez toujours’ naar het voorbeeld van Guan Yin op de collage van Juliette en Sophie, beschermster van hun boodschap naar ons uit 1877. ‘Aimez toujours’ en offer uw persoonlijke belangen op voor het algemeen belang zoals Guan Yin, Juliette en Sophie. ‘Aimez toujours’ in de traditie van de familie d’Ursel, ‘heureux les uns par les autres.’ Uit 2017 vanuit het kasteel een glimlach terug van Els naar Guan Yin, Juliette en Sophie en een glimlach naar u, beste lezer, ‘Aimez toujours’ ;)

    Sophie en Juliette.

    De brief van Sophie en Juliette vormde de aanleiding voor ‘Schrijf en blijf. Voor altijd in het kasteel’ een initiatief van de provincie Antwerpen. Bijna elke kamer in het kasteel is versierd met Chinees papierbehang of met katoenen stoffen. Deze uitzonderlijke wandbespanningen worden intussen gerestaureerd. Voor ze allemaal teruggeplaatst worden, krijgt iedereen die dat wil de kans om, naar het voorbeeld van Sophie en Juliette, in het kasteel een boodschap voor de toekomst achter te laten. Al meer dan 500 boodschappen werden zo op de muren van het kasteel geschreven door kalligraaf Brody Neuenschwander. De opbrengst gaat integraal naar de restauratie van de wandbespanningen. De boodschappen zijn bestemd voor de toekomst. Ze zullen voor het eerst onthuld worden in 2027 (over 10 jaar) en dan opnieuw in 2042, 2067 en 2117 (ofwel over 25, 50 en 100 jaar).

    Op 10, 11 en 12 maart 2017 werden op het kasteel kijkdagen georganiseerd, waarop bezoekers hun boodschappen voor de toekomst konden bekijken, voor die verdwenen achter het behang. Als ik op die dagen het kasteel bezoek, ben ik onder de indruk van de vele mooie ontroerende boodschappen, prachtig uitgeschreven door kalligraaf Brody Neuenschwander. Ik zie mensen rustig rondwandelen, stilstaan bij teksten van bekende en minder bekende schrijvers, blij zijn als ze hun eigen tekst gevonden hebben. Foto’s worden genomen. Grootouders en kleinkinderen bewonderen samen wensen van geluk en liefde voor het nageslacht. Gegoten in letters, geschonken door de kinderen of de kleinkinderen. De muren staan vol met bemoedigende woorden, raadgevingen en wijze lessen voor de toekomst.

    Ook dat doet mij, als liefhebster van China en van het boeddhisme, denken aan Guan Yin, en dan vooral wanneer ze wordt voorgesteld met duizend armen. Het lijkt alsof al die schrijvers en schrijfsters (meer dan 500) diep in hun hart hebben gekeken om te zien met welke boodschap ze toekomstige generaties konden helpen en gelukkig maken. Ze geven de raad om dankbaar te zijn, om gelukkig te zijn met de kleine dingen, om zorg te dragen voor de aarde,… Ik ben zeker dat Sophie en Juliette heel blij zouden zijn met ‘Schrijf en blijf’ en met alle boodschappen voor de toekomst die nu de muren van het kasteel sieren. Wat een effect heeft hun boodschap van 140 jaar geleden gehad! De kracht van de liefde en van jonge vrouwen die een zacht woord plaatsen waar men het niet verwacht… Tijdens de kijkdagen komen mensen gelukkig naar beneden en drinken nog een glaasje Cuvée Antonine in de zon. Als ik buitenstap denk ik: ‘dat hebben ze goed gedaan, Sophie en Juliette’.

    Wil je ook graag een boodschap voor de toekomst zetten op de muur van het kasteel d’Ursel, dan vind je hier meer informatie

    Dit –bewerkte- artikel verscheen eerst in de 50ste uitgave van het Magazine d’Ursel. Voor vorige nummers en het volledige 50ste nummer  klik hier Op blz. 12 en 13 van het 50ste nummer maakt Koen De Vlieger-De Wilde een bloemlezing van de meer dan 500 boodschappen die reeds verschenen op de muren : de kortste en de langste, de meest exotische,… Je vindt er op blz. 15 ook een interview met kalligraaf Brody Neuenschwander. foto Els Muys foto Els Muys foto Els Muys foto Els Muys.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #briefje #ElsMuys #Juliette #kasteelDUrsel #KwanYin #Sophie #tekeningen #tekst
    #briefje #ElsMuys #Juliette #kasteelDUrsel #KwanYin #Sophie #tekeningen #tekst

  28. Guan Yin in een Belgisch kasteel – Aimez toujours

    Tijdens de restauratiewerken van het kasteel d’Ursel in Hingene, Vlaanderen, België, de favoriete zomerresidentie van de adellijke familie d’Ursel, werd in 2001 een schat ontdekt achter één van de Chinese deurstukken. Op het deurstuk staat de boeddhistische godin Guan Yin (Kwan Yin) afgebeeld, ze wordt vereerd door twee kinderen. Toen restauratrice Rosemie Cheroutre het papier aan de achterkant van de prent verwijderde, ontdekte ze een brief. ‘Dit deurstuk werd, net zoals zijn overbuur, gemaakt door Sophie en Juliette d’Ursel in juli 1877’, zo staat er te lezen.

    Tekst Els Muys

    Sophie (1851–1932) en Juliette (1853–1936) waren de dochters van hertog Leon d’Ursel en hertogin Henriëtte d’Harcourt. Ze waren toen respectievelijk zesentwintig en vierentwintig jaar oud. Het leek me geen toeval dat de zussen net achter de prent met Guan Yin hun brief verstopten. Het lijkt wel een brief van de hand van Guan Yin zelf …

    De vindplaats van de Kwan Yin beeltenis in het kasteel.

    Ik stel me voor dat het zo zou kunnen gegaan zijn : in die zomer van 1877 arriveert er op het kasteel een bestelling papier en prenten uit China. De zussen, die er de zomermaanden doorbrengen, beginnen te lezen over de afbeeldingen die op de prenten staan. Zo ontdekken ze het verhaal van Guan Yin, de Chinese godin van het mededogen die vaak wordt afgebeeld met duizend armen om iedereen te helpen, met in elke hand een oog om te zien waar ze hulp kan bieden. Volgens het verhaal stond Guan Yin op het punt de hemel binnen te gaan toen ze hulpgeroep hoorde vanuit de wereld. Ze heeft zich dan omgedraaid, is de hemel niet binnengegaan en heeft de belofte gedaan om te blijven en iedereen die hulp nodig heeft te helpen. Guan Yin heeft dus haar eigenbelang opgeofferd voor het algemeen belang.

    Dat is letterlijk wat Sophie en Juliette in hun brief schrijven: ‘Wij spreken tegen u, omdat u aan ons zou denken en omdat u onze waardevolle tradities zou koesteren: dat iedereen zijn persoonlijke belangen opoffert voor het algemeen belang en het familiegevoel bewaart als een kostbare schat.’ Iets verder schrijven ze ook hoe de leden van zoveel generaties in hun familie de kunst verstonden om elkaar gelukkig te maken: heureux les uns par les autres , ‘gelukkig de enen door de anderen’.

    Het zou dus kunnen dat de jongedames de legende van Guan Yin kenden en er inspiratie in vonden voor hun persoonlijke boodschap aan het nageslacht. Ze besloten een collage te maken om boven een deur te plaatsen, volgens de techniek van ‘découpage’, in die tijd een populair adellijk tijdverdrijf. Ze namen de prent van Guan Yin en de twee kinderen als basis voor hun collage. De struiken met vruchten, de bloementakken, de vogels en de vlinders knipten ze uit het blauwe Chinese behang dat in deze kamer hangt. En toen hun collage klaar was, hebben ze hun brief dan ook heel bewust achter Guan Yin verborgen. Toen ik de biografische artikels in vorige Magazines van het kasteel d’Ursel las, viel het me op hoe goed alles bij elkaar paste: de brief, de afbeelding van Guan Yin op de prent en de karakters van Sophie en Juliette. Sophie en Juliette hebben in hun eigen leven ook hun eigenbelang opzij hebben gezet en anderen gelukkig gemaakt. Allebei hebben ze liefdevol één of meerdere kinderen grootgebracht, waarvan ze niet de biologische moeder waren. ‘Helemaal zoals Guan Yin dat zou doen,’ denk ik dan. Als twee bodhisattva’s.

    Dit gedicht heb ik de voorbije winter op de muur van het kasteel laten schrijven:

    ‘Aimez toujours’

    ‘Aimez toujours’ naar het voorbeeld van Guan Yin op de collage van Juliette en Sophie, beschermster van hun boodschap naar ons uit 1877. ‘Aimez toujours’ en offer uw persoonlijke belangen op voor het algemeen belang zoals Guan Yin, Juliette en Sophie. ‘Aimez toujours’ in de traditie van de familie d’Ursel, ‘heureux les uns par les autres.’ Uit 2017 vanuit het kasteel een glimlach terug van Els naar Guan Yin, Juliette en Sophie en een glimlach naar u, beste lezer, ‘Aimez toujours’ ;)

    Sophie en Juliette.

    De brief van Sophie en Juliette vormde de aanleiding voor ‘Schrijf en blijf. Voor altijd in het kasteel’ een initiatief van de provincie Antwerpen. Bijna elke kamer in het kasteel is versierd met Chinees papierbehang of met katoenen stoffen. Deze uitzonderlijke wandbespanningen worden intussen gerestaureerd. Voor ze allemaal teruggeplaatst worden, krijgt iedereen die dat wil de kans om, naar het voorbeeld van Sophie en Juliette, in het kasteel een boodschap voor de toekomst achter te laten. Al meer dan 500 boodschappen werden zo op de muren van het kasteel geschreven door kalligraaf Brody Neuenschwander. De opbrengst gaat integraal naar de restauratie van de wandbespanningen. De boodschappen zijn bestemd voor de toekomst. Ze zullen voor het eerst onthuld worden in 2027 (over 10 jaar) en dan opnieuw in 2042, 2067 en 2117 (ofwel over 25, 50 en 100 jaar).

    Op 10, 11 en 12 maart 2017 werden op het kasteel kijkdagen georganiseerd, waarop bezoekers hun boodschappen voor de toekomst konden bekijken, voor die verdwenen achter het behang. Als ik op die dagen het kasteel bezoek, ben ik onder de indruk van de vele mooie ontroerende boodschappen, prachtig uitgeschreven door kalligraaf Brody Neuenschwander. Ik zie mensen rustig rondwandelen, stilstaan bij teksten van bekende en minder bekende schrijvers, blij zijn als ze hun eigen tekst gevonden hebben. Foto’s worden genomen. Grootouders en kleinkinderen bewonderen samen wensen van geluk en liefde voor het nageslacht. Gegoten in letters, geschonken door de kinderen of de kleinkinderen. De muren staan vol met bemoedigende woorden, raadgevingen en wijze lessen voor de toekomst.

    Ook dat doet mij, als liefhebster van China en van het boeddhisme, denken aan Guan Yin, en dan vooral wanneer ze wordt voorgesteld met duizend armen. Het lijkt alsof al die schrijvers en schrijfsters (meer dan 500) diep in hun hart hebben gekeken om te zien met welke boodschap ze toekomstige generaties konden helpen en gelukkig maken. Ze geven de raad om dankbaar te zijn, om gelukkig te zijn met de kleine dingen, om zorg te dragen voor de aarde,… Ik ben zeker dat Sophie en Juliette heel blij zouden zijn met ‘Schrijf en blijf’ en met alle boodschappen voor de toekomst die nu de muren van het kasteel sieren. Wat een effect heeft hun boodschap van 140 jaar geleden gehad! De kracht van de liefde en van jonge vrouwen die een zacht woord plaatsen waar men het niet verwacht… Tijdens de kijkdagen komen mensen gelukkig naar beneden en drinken nog een glaasje Cuvée Antonine in de zon. Als ik buitenstap denk ik: ‘dat hebben ze goed gedaan, Sophie en Juliette’.

    Wil je ook graag een boodschap voor de toekomst zetten op de muur van het kasteel d’Ursel, dan vind je hier meer informatie

    Dit –bewerkte- artikel verscheen eerst in de 50ste uitgave van het Magazine d’Ursel. Voor vorige nummers en het volledige 50ste nummer  klik hier Op blz. 12 en 13 van het 50ste nummer maakt Koen De Vlieger-De Wilde een bloemlezing van de meer dan 500 boodschappen die reeds verschenen op de muren : de kortste en de langste, de meest exotische,… Je vindt er op blz. 15 ook een interview met kalligraaf Brody Neuenschwander. foto Els Muys foto Els Muys foto Els Muys foto Els Muys.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #briefje #ElsMuys #Juliette #kasteelDUrsel #KwanYin #Sophie #tekeningen #tekst
    #briefje #ElsMuys #Juliette #kasteelDUrsel #KwanYin #Sophie #tekeningen #tekst

  29. Geweld bij Paulus

    Een gewelddadige scène (Archeologisch Museum, Korinthe)

    De wekelijkse stukjes over het Nieuwe Testament schrijf ik meestal op vrijdag of zaterdag. Vaak heb ik er wat boeken bij, regelmatig laat ik het nog even door iemand lezen. De afgelopen week had ik echter iets te veel dingen tegelijk aan mijn hoofd. Vandaag dus geen blogje met een kop en een staart, maar een vraag.

    Geweld bij Paulus

    Het gaat om een beroemde passage uit Paulus’ Tweede Brief aan de Korintiërs, waarin de apostel opsomt hoe hij omwille van zijn missie heeft geleden.

    Ik heb harder gezwoegd, heb vaker gevangengezeten, heb veel meer lijfstraffen ondergaan, ben vaker in doodsgevaar geweest. Door de Joden ben ik vijfmaal met veertig min één zweepslagen gestraft, ik ben driemaal met stokslagen gestraft en ik ben eenmaal met stenen bekogeld.noot 2 Korintiërs 11.24-25; NBV21.

    In het Romeinse Rijk bracht de beul lijfstraffen in het openbaar toe. De overheid toonde op die manier haar macht. Paulus alludeert in de Eerste Brief aan de Korintiërs aan zo’n schouwspel. Weliswaar staat er “alsof”, maar de bovenstaande lijfstraffen waren zeker niet alsof.

    Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden.noot 1 Korintiërs 4.9; NBV21.

    Ik probeer te begrijpen hoe degenen die deze brief lazen of beluisterden, deze woorden hebben ervaren. Ze kenden de wrede straffen in de arena, waar misdadigers de meest afschuwelijke straffen ondergingen. Ze kenden ook de gewelddadige afbeeldingen waar men in de oude wereld zo verzot op was: de wandschilderingen, de standbeelden, de olielampjes. Een meester kon zijn slaaf mishandelen. Op het toneel waren verkrachtingen en executies bloedige ernst.

    Wij kunnen ons geen voorstelling maken van zo’n wereld – en dat is maar goed ook. Ik probeer me desondanks voor te stellen hoe de Korintiërs reageerden op Paulus’ claim dat hij omwille van het Koninkrijk had gediend als gewelddadig schouwspel. Het lukt me niet. Dit was een van die vele passages uit een antieke tekst die me doet beseffen hoezeer we door ein garstiger, breiter Graben van de Oudheid zijn gescheiden.

    ***

    Nu ik het toch heb over die garstiger, breiter Graben: om die reden heeft het weinig zin een antieke tekst te lezen zonder commentaar. Afgelopen week is het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen verschenen, een van oorsprong Brits project waarover ik al eens schreef, maar nu verbeterd met ook Duits commentaar, en dat alles dan weer in onze eigen, mooie taal. Ik denk, zonder valse overdrijving, dat dit de belangrijkste oudheidkundige publicatie in ons taalgebied is in tien jaar.

    [De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de Provence en een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #geweld #Korinthe #NieuweTestament #Paulus #TweedeBriefAanDeKorintiërs

  30. UFFA rocka med Lamon’ på 1. mai

    Tekst: Kamerat E.
    Bilde: Kamerat E. og Fenja

    UFFA, Svartlamon, Skeivt Opprør og andre anarkister fylte opp den bakre delen av demonstrasjonstoget 1. mai. Demonstrasjonstoget som i sine tradisjonelle røtter ikke er et tog for å demonstrere forgangen sosialdemokratisk herlighet, men for å kjempe. Anarkister husker på det og minner folket på at det finnes alltid alternativ. En må bare huske å kreve det umulige, og ikke tro at løsningen alene er trygg styring og mer militær slik Vestre manet det frem i sin halvtime til fabrikksliterne på Ranheim. Freakere, hippier, aktivister, pønkere og annen ramp i felles tog, et tog for frihet. Banner med «ete rikingan» og egen trommevogn et alternativt tog, byens nest største, fra Buran frem til det andre toget. Som i år var et demonstrasjonstogene preget av disse dagers folkemord i Palestina.

    Som ved tidligere år ble det nok av tid til å studere byens trafikkløsninger. Inkludert rundkjøringer. I år var det UFFA som måtte slå camp i det grønne i rundkjøringa ved Innheredsveien i påvente av resten. Gjennom byens gater med fløyter, trommer og flagg tok folk tilbake viktig byrom fra bilene. I seg selv en protest i den strålende vårsola. Toget ble i år en folkefest, i alle fall den bakre delen. Som alle sikkert husker fra skolebussen var de bakerste setene reservert de kule. De med anarkistflagg.

    Med årets 1. maitog var det nesten vanskelig å ikke samtidig sende en tanke til salige Arne Dybfest som hentet med seg idealer om sosialisme, syndikalisme og ikke minst anarkisme tilbake fra USA. Der hadde han dekket Haymarketmasakerens etterspill, på veien hjem hadde han brukt tida sammen med anarkister i Paris og andre storbyer. Anarkisme og 1. mai har tradisjoner sammen også i Trondheim. Selv om det ikke kom noen fra betongfestingen ved Gryta for å hilse på da lystige toner ble spilt utenfor. Ingen frihet uten frihet og ingen 1. mai uten rundkjøringer!

    Etter det Bråkmakern erfarer har den mindre pøblete pressen i Nidaros og Adressa i i år valgt å ikke dele bilder fra den bakre del av toget, viktigere å dele bilder av korps på 1. mai. Derfor velger vi å dele et desto flere bilder her. Om du har bilder er det bare å sende inn til redaksjonen.

    På kvelden er det program på UFFA, med konserter, appeller og slikt.

    (At politiet faktisk senket sperringen inn til Torvet for Svartlamon føltes om ikke annet som litt symbolsk.)

    https://brakmakern.no/2024/05/01/sist-og-best/

    #1Mai #1Mai2024 #1MaiTog #Aktivisme #anarkisme #anarkist #anarksiter #arbeiderkamp #demonstrasjon #skeiv #skeivKamp #SkeivtOpprør #svartlamon #Trans #trondheim #UFFA