#tituslivius — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #tituslivius, aggregated by home.social.
-
Romulus en Remus & co
Romulus en Remus op een munt uit Pisidië (onbekend museum)Al ruim eenentwintig eeuwen geldt de eenentwintigste april als de stichtingsdag van Rome. Volgens de traditie waren Romulus en Remus, zoals de stichters heetten, eigenlijk herders, en dat is wat raar, aangezien in de meeste verhalen over stadstichtingen de klus in handen is van koningszonen of aristocraten. Waar komt het Romeinse verhaal vandaan?
Verzonnen dateringen
Eerst iets over de datum. Op 21 april vierden de Romeinen de Parilia. Het was een herdersfeest, waarbij mensen sprongen over vuurtjes van stro en olijftakken. Omdat de Romeinen meenden dat de oudste kern van hun stad iets primitiefs moest zijn geweest, en omdat ze niets primitievers kenden dan herders, redeneerden ze dat de eerste Romeinen ook wel herders zouden zijn geweest. Je zou het een sociologische theorie kunnen noemen. In elk geval heeft het niets van doen met de historische waarheid, want die is dat de eerste bewoners van Rome boeren waren. Niks herders, het archeologisch bewijs is zonneklaar. Maar goed. Als je aanneemt dat de eerste Romeinen herders waren, dan houd je herdersfeesten in ere, en vanaf de eerste eeuw v.Chr. meende men dat Rome was gesticht op 21 april.
Ook van het stichtingsjaar, dat wij 753 v.Chr. noemen, weten we hoe het is verzonnen. De eerste Romeinse geschiedschrijvers kenden voldoende magistraten om de stichting van de republiek te dateren in 505 v.Chr., en daar voegden ze voor elk van de zeven koningen vijfendertig jaar aan toe, plus één jaar voor een zogeheten interrex. Het oudste berekende stichtingsjaar was dus 751. Volgens een andere berekening 749. Toen Julius Caesar en Augustus de monarchie stichtten, lasten stroopsmeerders jaren in waarin Rome door volkomen fictieve alleenheersers zou zijn bestuurd. Zo verzon men het stichtingsjaar 753. Antieke geschiedschrijvers als Titus Livius en Velleius Paterculus waren professioneel genoeg om aan deze flauwekul niet mee te doen: volgens deze auteurs is Rome gesticht in 751.
Niet dat dat jaartal accuraat is, overigens. Vanzelfsprekend is er noch één dag noch één jaar aan te wijzen voor het aaneengroeien van enkele op heuveltoppen gelegen boerendorpjes. Rome is niet op één dag gebouwd. Het verhaal over de stadstichting is pas ontstaan toen de Romeinen zelf steden stichtten en zich begonnen af te vragen wie hun eigen stad had gesticht. Het is dus een vrij jong, bewust in elkaar geflanst verhaal.
Romulus en Remus
De hoofdpersonen Romulus en Remus zijn ook al niet heel speciaal. Om te beginnen zijn ze de kinderen van de god Mars. Dit is een standaardmotief in de Indo-Europese literatuur: zie de helden die zijn verwekt door de Griekse oppergod Zeus (Herakles, Perseus…). Uit het Indische gedicht Mahabharata vernemen we hoe de zonnegod Surya bij Kunti de vijf Pandava’s verwekte. In de Ierse mythologie was de held Cú Chulainn de zoon van de god Lugh. De Griekse oorlogsgod Ares is de vader van Parrhasios en Leukastos, over wie zo meteen meer.
De moeder van Romulus en Remus, Rhea Silvia, is zo’n meisje dat geen man mag hebben omdat er een of andere onheilsvoorspelling is, en die dus door haar vader wordt opgesloten. Voor de goden uit de vorige alinea is dat doorgaans geen werkelijk beletsel – de verkrachting van een gevangen vrouw was in de oude wereld, of althans in het mythische deel daarvan, blijkbaar geen onoverkomelijk probleem. De Griekse Danaë en de al genoemde Indische Kunti zijn lotgenoten van Rhea Silvia. Een bijzonder nauwe parallel is die met de gevangen Germaanse prinses Hiltburg, dochter van koning Waldigund, die de moeder wordt van Wolfdietrich.
Vervolgens belanden Romulus en Remus in een mandje in de rivier. Perseus en dat meisje op de Kinderdijk bedienden zich van hetzelfde transportmiddel. Dit motief is overigens vanuit het oosten gekomen, waar de Mesopotamische koning Sargon van Akkad en de joodse leider Mozes in biezen mandjes de rivier bevoeren. Ook een van de kinderen van de Indische Kunti, Karna, drijft in een mandje weg.
Tot slot wordt de Romeinse tweeling gevoed door een wolvin. Wolfdietrich dankt zijn naam aan zijn dierlijke min, de Ierse koning Cormac mac Airt is een ander wolfskind. Wolvinnen dragen ook zorg voor de Griekse tweeling Parrhasios en Leukastos en de Poolse tweeling Waligóra en Wyrwidab.
Over the top
Kortom, de Romeinen waren niet bijster origineel toen ze Romulus en Remus verzonnen. Het verhaal is een mix van traditionele Indo-Europese elementen. Als er al iets bijzonders aan is, is het dat het zo véél elementen combineert. Het is alsof de Romeinen dachten: “we hebben geen stichtingsverhaal, we moeten iets verzinnen, laten we maar alle bestaande verhalen combineren en iets maken dat volkomen over the top is”.
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Hallstatt
november 22, 2019
Artemis van Efese
april 14, 2023
De Gallische boerderij
maart 17, 2023 Deel dit: #Ares #CúChulainn #CormacMacAirt #Herakles #herders #IndoEuropeanistiek #Kinderdijk #Lugh #Mahabharata #MarcusVelleiusPaterculus #Mozes #mythologie #Parilia #Perseus #RheaSilvia #Rome #RomulusEnRemus #SargonVanAkkad #TitusLivius #Wolfdietrich -
Romulus en Remus & co
Romulus en Remus op een munt uit Pisidië (onbekend museum)Al ruim eenentwintig eeuwen geldt de eenentwintigste april als de stichtingsdag van Rome. Volgens de traditie waren Romulus en Remus, zoals de stichters heetten, eigenlijk herders, en dat is wat raar, aangezien in de meeste verhalen over stadstichtingen de klus in handen is van koningszonen of aristocraten. Waar komt het Romeinse verhaal vandaan?
Verzonnen dateringen
Eerst iets over de datum. Op 21 april vierden de Romeinen de Parilia. Het was een herdersfeest, waarbij mensen sprongen over vuurtjes van stro en olijftakken. Omdat de Romeinen meenden dat de oudste kern van hun stad iets primitiefs moest zijn geweest, en omdat ze niets primitievers kenden dan herders, redeneerden ze dat de eerste Romeinen ook wel herders zouden zijn geweest. Je zou het een sociologische theorie kunnen noemen. In elk geval heeft het niets van doen met de historische waarheid, want die is dat de eerste bewoners van Rome boeren waren. Niks herders, het archeologisch bewijs is zonneklaar. Maar goed. Als je aanneemt dat de eerste Romeinen herders waren, dan houd je herdersfeesten in ere, en vanaf de eerste eeuw v.Chr. meende men dat Rome was gesticht op 21 april.
Ook van het stichtingsjaar, dat wij 753 v.Chr. noemen, weten we hoe het is verzonnen. De eerste Romeinse geschiedschrijvers kenden voldoende magistraten om de stichting van de republiek te dateren in 505 v.Chr., en daar voegden ze voor elk van de zeven koningen vijfendertig jaar aan toe, plus één jaar voor een zogeheten interrex. Het oudste berekende stichtingsjaar was dus 751. Volgens een andere berekening 749. Toen Julius Caesar en Augustus de monarchie stichtten, lasten stroopsmeerders jaren in waarin Rome door volkomen fictieve alleenheersers zou zijn bestuurd. Zo verzon men het stichtingsjaar 753. Antieke geschiedschrijvers als Titus Livius en Velleius Paterculus waren professioneel genoeg om aan deze flauwekul niet mee te doen: volgens deze auteurs is Rome gesticht in 751.
Niet dat dat jaartal accuraat is, overigens. Vanzelfsprekend is er noch één dag noch één jaar aan te wijzen voor het aaneengroeien van enkele op heuveltoppen gelegen boerendorpjes. Rome is niet op één dag gebouwd. Het verhaal over de stadstichting is pas ontstaan toen de Romeinen zelf steden stichtten en zich begonnen af te vragen wie hun eigen stad had gesticht. Het is dus een vrij jong, bewust in elkaar geflanst verhaal.
Romulus en Remus
De hoofdpersonen Romulus en Remus zijn ook al niet heel speciaal. Om te beginnen zijn ze de kinderen van de god Mars. Dit is een standaardmotief in de Indo-Europese literatuur: zie de helden die zijn verwekt door de Griekse oppergod Zeus (Herakles, Perseus…). Uit het Indische gedicht Mahabharata vernemen we hoe de zonnegod Surya bij Kunti de vijf Pandava’s verwekte. In de Ierse mythologie was de held Cú Chulainn de zoon van de god Lugh. De Griekse oorlogsgod Ares is de vader van Parrhasios en Leukastos, over wie zo meteen meer.
De moeder van Romulus en Remus, Rhea Silvia, is zo’n meisje dat geen man mag hebben omdat er een of andere onheilsvoorspelling is, en die dus door haar vader wordt opgesloten. Voor de goden uit de vorige alinea is dat doorgaans geen werkelijk beletsel – de verkrachting van een gevangen vrouw was in de oude wereld, of althans in het mythische deel daarvan, blijkbaar geen onoverkomelijk probleem. De Griekse Danaë en de al genoemde Indische Kunti zijn lotgenoten van Rhea Silvia. Een bijzonder nauwe parallel is die met de gevangen Germaanse prinses Hiltburg, dochter van koning Waldigund, die de moeder wordt van Wolfdietrich.
Vervolgens belanden Romulus en Remus in een mandje in de rivier. Perseus en dat meisje op de Kinderdijk bedienden zich van hetzelfde transportmiddel. Dit motief is overigens vanuit het oosten gekomen, waar de Mesopotamische koning Sargon van Akkad en de joodse leider Mozes in biezen mandjes de rivier bevoeren. Ook een van de kinderen van de Indische Kunti, Karna, drijft in een mandje weg.
Tot slot wordt de Romeinse tweeling gevoed door een wolvin. Wolfdietrich dankt zijn naam aan zijn dierlijke min, de Ierse koning Cormac mac Airt is een ander wolfskind. Wolvinnen dragen ook zorg voor de Griekse tweeling Parrhasios en Leukastos en de Poolse tweeling Waligóra en Wyrwidab.
Over the top
Kortom, de Romeinen waren niet bijster origineel toen ze Romulus en Remus verzonnen. Het verhaal is een mix van traditionele Indo-Europese elementen. Als er al iets bijzonders aan is, is het dat het zo véél elementen combineert. Het is alsof de Romeinen dachten: “we hebben geen stichtingsverhaal, we moeten iets verzinnen, laten we maar alle bestaande verhalen combineren en iets maken dat volkomen over the top is”.
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De Ammonieten
januari 10, 2024
De Kimmeriërs
oktober 15, 2025
De duivel en zijn voorgangers
maart 31, 2023 Deel dit: #Ares #CúChulainn #CormacMacAirt #Herakles #herders #IndoEuropeanistiek #Kinderdijk #Lugh #Mahabharata #MarcusVelleiusPaterculus #Mozes #mythologie #Parilia #Perseus #RheaSilvia #Rome #RomulusEnRemus #SargonVanAkkad #TitusLivius #Wolfdietrich -
Titus Livius (6): bronnen
Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Kunsthistorisch museum, Boedapest)[Zesde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
Livius pochte dat hij alle relevante Griekse en Romeinse geschiedenisboeken had gelezen en eigenlijk is er geen reden om daaraan te twijfelen. Dat wil niet zeggen dat gegarandeerd waar is wat hij schrijft. Niet omdat hij niet waarheidlievend zou zijn. Hij is erop gespitst de waarheid te vertellen en onderbreekt zijn verhaal regelmatig voor opmerkingen die een kritische houding verraden:
Van de vijanden kwamen 2500 man om en velen bezweken later aan hun verwondingen. Door [sommige eerdere geschiedschrijvers] wordt een veelvoud van verliezen aan weerszijden overgeleverd. Ikzelf houd om te beginnen niet van ongegronde overdrijving – een veel voorkomende neiging van geschiedschrijvers – en bovendien beschouw ik Fabius, een tijdgenoot van deze oorlog, als de beste bron.noot Livius 22.7.4; vert. Hetty van Rooijen.
Dit verhaal is meer geschikt voor een theatervoorstelling, waar wonderbaarlijke gebeurtenissen in trek zijn, dan om er geloof aan te hechten, en het is de moeite niet waard het te bevestigen of te weerleggen.noot Livius 5.21.8.
Moderne auteurs klagen over de topografische fouten van Livius, maar hij deed zijn best. Uit de aard der zaak is een juiste verbetering niet te herkennen en een verschlimmbesserung wel (voorbeeld), zodat het beeld van Livius als topograaf een tikje te zwart is. Dat correcte informatie hem interesseerde, blijkt bijvoorbeeld uit de terloopse vermelding dat hij in Liternum (bij Napels) een monument inspecteerde dat was gewijd aan Publius Cornelius Scipio Africanus.noot Livius 38.56.3. Het probleem is niet Livius’ gebrek aan kritische houding, maar de kwaliteit van zijn bronnen.
Geschiedvorsing en geschiedschrijving
Er zijn in wezen twee soorten auteurs die zich bezighouden met het verleden:
- de geschiedvorser die archieven bestudeert en een kritische monografie schrijft over een klein onderwerp,
- de geschiedschrijver, die zijn lezers door middel van een synthese bijpraat over een belangrijk thema.
Titus Livius behoort tot de laatste categorie. Zijn doel was een tot goed Romeins gedrag inspirerende synthese van het hele Romeinse verleden, en daarbij moest hij vertrouwen op eerdere bronnen. Als hij wilde slagen in zijn opzet, was er gewoon geen tijd om te controleren wat in zijn bronnen stond. Als die met elkaar in overeenstemming waren, presenteerde hij het als feit, en hij gaf aan als een auteur van de consensus afweek. Het is de methode die ook een Arrianus zou volgen. Gegeven de omvang van Livius’ project, was het onmogelijk het beter te doen.
Livius en Polybios
Hoewel Livius’ aanpak voor zijn gestelde doel goed was, is ze dat niet voor wat wij willen weten. Dat maakt de vraag relevant hoe hij zijn bronnen behandelde. Gelukkig kunnen we die vraag beantwoorden, omdat we de boeken 21-33 van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad kunnen vergelijken met een andere bron, de boeken 3-18 van de Wereldgeschiedenis van de Griekse auteur Polybios van Megalopolis (c.200-c.118). Livius prijst zijn oudere collega als “een auteur die geenszins moet worden veracht” en “een betrouwbare autoriteit voor de gehele Romeinse geschiedenis”.noot Livius 30.45.5 en 33.10.10. Soms herkennen we letterlijke overeenkomsten.
Het is aantrekkelijk te denken dat Livius in eigen woorden navertelt wat hij bij Polybios had gelezen; zo bezien zou Livius’ geschiedwerk in wezen een compilatie zijn van oudere bronnen. Als je echter in detail gaat vergelijken, zoals ik heb gedaan voor het verhaal van Hannibals tocht over de Alpen, ontdek je dat Polybios en Livius dezelfde bron navertellen. Dat verklaart niet alleen de letterlijke overeenkomsten, maar verklaart bovendien waarom Livius informatie biedt die niet aan Polybios kan zijn ontleend maar wel correct is.
Livius en de Annalisten
We weten dat Livius ook andere schrijvers benutte. In de eerste pentade maakte hij gebruik van Quintus Fabius Pictor (rond 200 v.Chr.) en Lucius Calpurnius Piso Frugi (rond 150 v.Chr.). Zij waren de eerste geschiedschrijvers van Rome geweest en behoorden tot de Annales-traditie, waarin de stof jaar voor jaar werd gepresenteerd. Livius gebruikte ook jongere annalisten: de optimaat Quintus Valerius Antias (rond 80 v.Chr.) en de popularis Gaius Licinius Macer (rond 70 v.Chr.).
Ook verwijst Livius naar Quintus Aelius Tubero (rond 50 v.Chr.), maar zeer terughoudend, en het lijkt erop dat Livius deze auteur is gaan wantrouwen en er uiteindelijk geen waarde meer aan hechtte. Ik noemde Tubero vorig jaar al eens op deze blog als de aanklager van Quintus Ligarius.
In de tweede pentade kon Livius ook Quintus Claudius Quadrigarius gebruiken. Als hij de oorlog tegen Hannibal beschrijft, zijn Lucius Coelius Antipater (rond 110 v.Chr.) en Polybios de belangrijkste bronnen, terwijl Livius nog steeds Valerius Antias gebruikt voor de beschrijvingen van de gebeurtenissen in de stad. In de boeken 31-45 zijn Polybios, Antias en Quadrigarius de bronnen van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad. Al die eerdere bronnen zijn gaan verloren – en dat zegt veel over de hoge waardering die men in de Oudheid had voor Livius.
Vertaalfouten
Livius’ verslag is dus zo goed als zijn bronnen: waar ze overeenstemden, presenteerde hij dat als feit, terwijl hij aangaf wat afweek. Dat sluit vanzelfsprekend blunders niet uit. Livius’ Grieks was niet fantastisch en soms begrijpt hij Polybios verkeerd. In een beschrijving van een belegering waarin mineurs en contramineurs in een tunnel slaags raken, vermeldt Polybios dat sommige soldaten vierkante schilden droegen, de zogeheten thyreous. Livius begreep dat als thyras, en vertaalde het als zodanig. Zodat er nu staat dat de soldaten met deuren door de tunnels liepen…noot Polybios 21.28.11 en Livius 38.7.10.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Migratie in de Arabische wereld
maart 11, 2023
Arm en straatarm in Rome (2)
oktober 17, 2023
Misverstand: Kleopatra
maart 30, 2020 Deel dit:#annalistiek #antiekeGeschiedschrijving #Arrianus #GaiusLiciniusMacer #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCalpurniusPisoFrugi #LuciusCoeliusAntipater #Polybios #QuintusAeliusTubero #QuintusClaudiusQuadrigarius #QuintusFabiusPictor #QuintusValeriusAntias #TitusLivius
-
Titus Livius (5): kenmerken
Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Altes Museum, Berlijn)[Vijfde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
Het was ooit een droom geweest van de Romeinse redenaar Cicero dat er nog eens een Romeinse auteur zou opstaan die een geschiedenis van Rome zou schrijven die kon wedijveren met die van beroemde Grieken als Herodotos en Thoukydides. Als Cicero Livius’ Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad had kunnen lezen, zou hij tevreden zijn geweest. De Romeinse geschiedschrijver mist weliswaar de scherpzinnigheid van een Thoukydides en de humor van een Herodotos, maar zijn beschrijving van het ontstaan en de groei van de Romeinse republiek is een kunstwerk. Voor wie nog nooit iets van Livius heeft gelezen, noem ik drie zaken om op te letten:
- De invloed van de welsprekendheid
- De structuur
- De (politieke) thematiek
De invloed van de welsprekendheid
De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad is duidelijk geschreven door iemand die was opgeleid als redenaar. Romeins onderricht bestond vaak uit het spreken over historische onderwerpen: een jongeman moest bijvoorbeeld beargumenteren wat er zou zijn gebeurd als deze of gene historische gebeurtenis niet had plaatsgevonden, moest in een hypothetische situatie argumenten geven voor bepaald beleid, of moest zich inleven in een historische figuur. Livius moet in dit spel een meester zijn geweest, want de door hem ingevoegde toespraken zijn pareltjes.
Hoewel de aanwezigheid van verzonnen toespraken vreemd op ons voorkomt – het zijn immers geen echte historische feiten – was dit destijds een normale praktijk. Ze boden de auteur de gelegenheid om uit te leggen waarom een persoon handelde zoals hij deed. Livius heeft er echter ook een tweede bedoeling mee: hij gebruikt ze voor psychologische portretten. De twee toespraken van de oude, vermoeide Hannibal en de jonge, bloed ruikende Scipio voor de slag bij Zama vormen geweldige lectuur. Hoewel we niet weten of de zo gegeven portretten correct zijn, zijn ze psychologisch overtuigend en dragen ze bij aan de charme van het geschiedwerk.
Boek 9 bevat nog een interessante digressie, waarin Titus Livius een stelling verdedigt zoals Romeinen kenden uit de opleiding tot redenaar: hij betoogt dat als Alexander de Grote niet het Perzische Rijk had aangevallen, maar in plaats daarvan naar het westen was gekomen, hij door de Romeinen zou zijn verslagen.
De structuur
Als we het eerste boek negeren, dat alleen legendarisch materiaal bevat waarvan ook Livius zegt er geen snars van te geloven, heeft de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad een heel eenvoudige structuur: hij beschrijft de gebeurtenissen jaar voor jaar.
- eerst noemt hij de magistraten die hun naam aan het jaar gaven;
- daarop volgen de belangrijkste gebeurtenissen in het buitenland, meestal oorlogen;
- vervolgens zijn er de gebeurtenissen in Rome. Hierdoor behoudt het werk, hoewel het geldt als wereldgeschiedenis, ook het karakter van een lokale kroniek. Livius’ lezer heeft nooit het gevoel dat de wereld te groot is en het verhaal te complex.
- tot slot noemt Livius andere vermeldenswaardigheden, zoals voortekens, epidemieën, voedseltekorten en bouwprojecten. Eventueel is er een beschrijving van de verkiezingen, maar daarna begint het volgende jaar.
Livius heeft deze vorm geërfd van eerdere Romeinse schrijvers, de auteurs van de zogeheten Annales, “jaarboeken”. Daarover meer in het blogje van vanmiddag. Zo nu en dan dwaalt Livius af om verwante onderwerpen te behandelen, zoals de vroege geschiedenis van de Galliërs (Boek 5), de oorsprong van Karthago (Boek 16), de vestiging van de Galaten in Anatolië (Boek 38), de etymologie van Baleares (Boek 60), of de gewoonten van de Germaanse stammen (Boek 104). Meestal zijn deze digressies beknopt en verstoren ze het verhaal nooit.
Zoals we al zagen, behandelt Titus Livius doorgaans meerdere jaren in één boek. De boeken zelf zijn gegroepeerd in eenheden van vijf, tien of vijftien. Voor zover mij bekend, heeft geen enkele andere antieke geschiedschrijver zo’n structuur gebruikt. Livius is echter geen slaaf van zijn systeem. Hij behandelt de Derde Punische Oorlog in de boeken 48-51, die behoren tot twee pentaden. We weten dat er een editie heeft bestaan van de boeken 109-116, die de Acht boeken over de Burgeroorlog heette, wat suggereert dat ook Livius dat achttal als eenheid zag.
De (politieke) thematiek
Zoals gezegd was Titus Livius geen historicus. Hij was, zoals alle antieke geschiedschrijvers, een moralist. Wie hem zijn moralisme aanwrijft, maakt in feite een verwijt aan de hele antieke geschiedschrijving. Zijn analyse is ook heel voorspelbaar: de degeneratie van de Romeinen begon met de val van Karthago in 146 v.Chr. Luxe en decadentie waren daarna normaal geworden; rijke mensen gedroegen zich frivool en gaven een slecht voorbeeld aan armere Romeinen, die daardoor hun plaats niet meer kenden. Ze begonnen zelfs politieke eisen te stellen, wat via de opkomst van de Gracchen alleen kon leiden tot burgeroorlogen, meervoud.
Rome veroverde de wereld, maar verloor zijn ziel: nauwelijks een origineel thema. In 42 of 41 had Sallustius precies hetzelfde geschreven en Augustus deelde de analyse. Wat Livius in zijn geschriften hekelde, probeerde de keizer te genezen met wetgeving over luxe en huwelijk. Een moreel herstel was nog steeds mogelijk, al overweegt Livius in zijn voorwoord dat Rome te ziek is voor het medicijn.
Bij het reveil speelde Livius in elk geval zijn rol. Mannen moesten weer moedig zijn en hun verantwoordelijkheid nemen in het openbare leven; de even belangrijke plicht van de Romeinse vrouw was in kuisheid de huishouding te doen. Livius toont vaak hoe moed en vroomheid werden beloond en hoe onjuist gedrag werd bestraft. In boek 22 vertelt hij bijvoorbeeld hoe Gaius Flaminius in 217 het consulaat accepteerde zonder de nodige rituelen en onmiddellijk een militaire campagne tegen Hannibal lanceerde. Livius zegt dat veel senatoren dit schandalig vonden en beschouwden het als “geen oorlog tegen de vijand, maar een oorlog tegen de goden”. Het siert Livius, die meestal meeleeft met slachtoffers, dat hij, wanneer Flaminius sneuvelt bij het Trasimeense Meer, niet terugkeert op dat verwijt. Door het vóór de nederlaag te noemen, is de boodschap voldoende duidelijk, en hij vindt het niet nodig de doden een trap na te geven.
Hoewel Livius Augustus’ zorgen deelde, was hij niet diens propagandist. Zijn eerste zorg was de waarheid. Eén voorbeeld kan volstaan. De Romeinen hadden de gewoonte dat een commandant die een buitenlandse generaal doodde in een tweegevecht, diens wapens mocht presenteren aan Jupiter. Deze spolia opima golden als zeer prestigieus. In 29 v.Chr. eiste een Romeinse aanvoerder het eerbewijs op, maar Augustus vond dit te veel eer voor een gewone bevelhebber, en bedacht een nieuwe regel, waarin stond dat alleen consuls in aanmerking kwamen. Helaas was een van degenen die het eerbewijs had ontvangen, een zekere Cossus, geen consul geweest, maar Augustus pretendeerde dat dit wel zo was geweest. Wanneer Livius in zijn geschiedwerk de overwinning van deze Cossus beschrijft,noot Livius 4.20. stelt hij onomwonden dat de oorlogsheld een tribuun was geweest, en hij noteert in iets dat eruitziet als voetnoot dat Augustus het niet eens was met de integrale historische traditie. Hij zegt nergens expliciet dat Augustus een leugenaar was, maar de boodschap was duidelijk.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Migratie in de Arabische wereld
maart 11, 2023
Arm en straatarm in Rome (2)
oktober 17, 2023
Misverstand: Kleopatra
maart 30, 2020 Deel dit:#annalistiek #antiekeGeschiedschrijving #digressie #KlassiekeGeschiedschrijvers #TitusLivius
-
Titus Livius (4): inhoud
Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)[Vierde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
Avaritia & crudelitas
Ik was vanmorgen begonnen met een samenvatting van het geschiedwerk van Titus Livius en had de tweede eeuw v.Chr. bereikt. Nu volgt het conflict tussen twee rivaliserende Romeinse staatslieden: Marius en Sulla. De boeken 66-70 gaan over de opkomst van Marius en worden gevolgd door zes boeken over de Bondgenotenoorlog, waarin de Romeinen moeten vechten tegen hun Italische medestanders, die burgerschap eisen. Na een Romeinse ze voeren de Romeinen oorlog tegen koning Mithridates van Pontus, zonder hem te overwinnen. Generaal Sulla neutraliseert het probleem, keert terug naar Italië en bestuurt de republiek als dictator.
Dit deel van de geschiedenis van Rome vanaf de oprichting, dat de verdeeldheid van de Romeinse elite hekelt en eindigt met de dood van Sulla, werd waarschijnlijk aan het begin van onze jaartelling gepubliceerd. De Periochae maken duidelijk dat Livius vaak aangaf dat politieke vraagstukken werden opgelost per vim, “met geweld”. Andere terugkerende begrippen zijn avaritia en crudelitas, “gierigheid” en “wreedheid”. Het was dus geen opbeurende lectuur, al zal Livius hebben opgemerkt dat met Augustus alles beter was geworden.
De ondergang van de Republiek
De boeken 91-105, gepubliceerd rond 5 na Chr., gaan over de opkomst van Pompeius, Crassus en Julius Caesar. We vernemen hoe de jonge Pompeius met succes vecht tegen de rebellenleider Sertorius in Hispania, zich bindt aan Crassus en consul wordt, en later vecht tegen de Cilicische piraten, Mithridates en de Joden. Hierop volgt de formatie van het Eerste Driemanschap, door Livius getypeerd als “een samenzwering tegen de staat door de drie voornaamste burgers”. Caesars sensationele Gallische oorlog eindigt met een climax: de Romeinen steken in Boek 105 niet alleen de Rijn maar ook het Kanaal over. Deze ontknoping suggereert dat Livius’ boodschap was dat Romeinen, als ze hun verdeeldheid maar overwonnen, de grootste dingen konden bereiken. Het is interessant dat Boek 104 een digressie heeft gehad geweest over Germaanse gewoonten, wat suggereert dat Livius de rapporten heeft gelezen van de Romeinse generaals Drusus en Tiberius.
De volgende decade gaat over de staatsgreep van Caesar. Boek 106 begint met de dood van Julia, Caesars dochter en de echtgenote van Pompeius. Vanaf nu zijn de harmonieuze relaties tussen de Romeinse leiders verdwenen. Ramp volgt op een ramp. De Belgische leider Ambiorix verslaat de legioenen van Caesar en de Parthische commandant Surena verslaat de soldaten van Crassus in Carrhae. Er is onrust in Rome, Caesar wordt verslagen bij Gergovia, en hoewel hij in Boek 108 de Galliërs verslaat, verslechtert zijn relatie met Pompeius nog verder. De Tweede Burgeroorlog breekt uit. Ik citeerde in een eerder blogje al Livius’ jeugdherinnering aan een waarzegger die in Padua de uitkomst van de slag bij Farsalos “zag”. Boek 115, waarschijnlijk gepubliceerd in 8 na Chr., eindigt met Caesars viervoudige triomf. Het moet bemoedigend zijn geweest voor Livius’ tijdgenoten, die net ernstige militaire tegenslagen in Illyricum hadden geleden.
Boek 116 begint met het complot tegen Caesar. Livius’ oordeel over de dictator: “Het valt niet uit te maken of het beter was voor de republiek dat Caesar werd geboren of dat beter was geweest als hij nooit was geboren.” De hele pentade (dus de boeken 116-120) beschrijft dan het conflict tussen Marcus Antonius en Octavianus. Vijf boeken is veel ruimte voor slechts twee jaar, maar Padua, waar Livius is geboren, speelde in deze oorlog een rol en Livius had het meegemaakt. Hij zal de gebeurtenissen belangrijker hebben gevonden dan wij. Boek 120 beschrijft hoe de twee kemphanen met Lepidus het Tweede Driemanschap sluiten.
Augustus
Livius publiceerde deze pentade in ca.10 na Chr. en het is mogelijk dat hij opnieuw benadrukte dat heersers samenwerken, een thema dat in deze jaren steeds belangrijker was in de Augusteïsche propaganda. Uit deze jaren stamt een tempel voor Concordia en ook werd Tiberius ingewerkt als opvolger.
Maar ook al stemde Titus Livius in met de heerschappij van Augustus, hij wilde ook niet ontkennen dat diens regering met geweld was begonnen. Moderne oudheidkundigen wijzen wel op de opmerking in de Periochae dat Boek 121 en de volgende boeken zijn gepubliceerd “na de dood van Augustus”. Dat hoeft niet te betekenen dat Livius censuur vreesde; hij lag ongeveer op schema.
De boeken 121-133 vertellen over de oorlog van de Driemannen tegen Brutus en Cassius, culminerend in de Dubbele veldslag bij Filippoi (Boek 124). Daarop volgen Marcus Antonius’ oorlog tegen de Parthen (Boek 128) en Octavianus’ oorlogen tegen Sextus Pompeius en in Illyricum. Lepidus verdwijnt van het toneel (Boek 129) en Marcus Antonius ontmoet Kleopatra. De Zeeslag bij Aktion rondt het verhaal af.
Misschien was dit het oorspronkelijke eindpunt van Livius’ project. Hij was ooit begonnen met een geschiedenis van Rome, en had nu het moment bereikt waarop hij zich aan dat werk had gezet. Hij had toen gedacht dat na de burgeroorlogen een ethisch reveil mogelijk was. De Romeinse wereld was inderdaad vreedzamer geworden, maar hij moet hebben opgemerkt dat de republiek, met zijn publieke debatten, was veranderd in een monarchie, waar beslissingen werden genomen door één man. En in het geheim.
Livius was daardoor niet in staat iets te produceren zoals de voorgaande drieëndertig boeken, waarin hij vierentwintig jaar had beschreven. Na boek 134 verviervoudigt het tempo van zijn verhaal: hij beschrijft tweeëntwintig jaar in slechts negen boeken. Het verhaal was nu heel anders dan het voorafgaande en het is mogelijk dat Livius zijn belangstelling begon te verliezen. Het is waarschijnlijk dat boek 134 begon met de woorden van fragment 58:
Ik heb inmiddels genoeg roem verdiend en zou een punt achter mijn geschiedwerk kunnen zetten, maar mijn rusteloze geest voedt zich met het schrijven.
Titus Livius bleef dus schrijven. De Periochae van de laatste boeken zijn zeer kort en suggereren niet dat het opwindende lectuur was. Dat was niet Livius’ schuld. De tijden waren aan het veranderen. De trieste paradox van de geschiedschrijving is immers dat alleen oorlogen en rampen materiaal leveren voor een boeiend narratief. Als de laatste boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad wat saai waren, was het omdat Livius tot zijn geluk niet leefde in interessante tijden.
[wordt morgenochtend vervolgd]
PS
Het hing al een tijdje in de lucht, maar de universiteit van Cardiff sluit inderdaad alle oudheidkundige opleidingen. Een nieuwe bijdrage aan het lijstje hier.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De “Keizerlevens” van Suetonius
november 14, 2024
Groot huis
oktober 30, 2018
Karanovo
september 14, 2014 Deel dit:#antiekeGeschiedschrijving #Augustus #DerdeBurgeroorlog #EersteDriemanschap #GaiusMarius #GallischeOorlog #GnaeusPompeiusMagnus #JuliaI #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCorneliusSulla #MarcusLiciniusCrassus #MithridatesVIEupator #Octavianus #ParthischeRijk #Periochae #slagBijFarsalos #Tiberius #TitusLivius #TweedeBurgeroorlog #TweedeDriemanschap
-
Titus Livius (3): inhoud
Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)[Derde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad van Titus Livius was een zeer, zeer ambitieus werk. In totaal verschenen niet minder dan 142 boekrollen. De lengte van zo’n rol kwam overeen met pakweg vijfenzestig bladzijden in een modern pocketboek. De totale lengte van Livius’ geschiedwerk bedroeg dus een slordige 9.250 pagina’s ofwel eenendertig pocketboeken. Hij schreef dit alles in ongeveer vijfenveertig jaar, wat betekent dat hij elk jaar ruim rollen of 205 pagina’s publiceerde. Ook met een tekstverwerker is dat alleszins respectabel.
Er zijn twee gevolgen. Eén: dit werk was te groot om volledig tot ons te komen. We hebben alleen nog de boeken 1-10 en 21-45. Misschien duikt nog eens iets op in de Egyptische woestijn of bij de papyri uit Herculaneum, waar inmiddels een boekrol is geïdentificeerd van een jongere Romeinse geschiedschrijver. Twee: het is duidelijk dat Titus Livius gebruik moest maken van eerdere geschiedwerken en zelden de mogelijkheid had tot archiefonderzoek. Dat had gevolgen, waarover we het nog @zullen hebben.
Wat heeft Livius te vertellen? Er zijn dus maar 35 van 142 rollen over. De inhoud van de niet overgeleverde boeken (dus 11-20 en 46-142) is echter bekend uit een vierde-eeuws uittreksel, de beknopte Periochae. We kunnen bovendien iets weten over de verloren teksten omdat die door latere auteurs zijn benut. Zo is bijvoorbeeld Lucanus’ gedicht Pharsalia, een gedicht over de Romeinse burgeroorlogen waarin Pompeius de held is en Julius Caesar de schurk, vermoedelijk gebaseerd op Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad.
De vroege republiek
We weten dat het werk was georganiseerd in pentaden en decaden, groepen van vijf en tien rollen. De eerste pentade gaat over de oorsprong van Rome tot de zomer van 386 v.Chr.noot Of 390 volgens het chronologische systeem van Varro, dat Livius niet gebruikte. Anders dan sommige moderne geleerden begreep Livius de fouten daarvan. In het eerste boek vertelt hij de legendes van Rome als een koninkrijk; hij gaat verder met de oprichting van de republiek door Brutus en Valerius Publicola; en na een verslag van de moeilijke vijfde eeuw (boeken 2, 3 en 4) culmineert de eerste pentade in een adembenemend verslag van de inname van Veii, de plundering van Rome door de Galliërs, en de tweede stichting onder de auspiciën van Marcus Furius Camillus. De cirkel is gesloten.
Dit deel van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad is voltooid rond 26 v.Chr. Livius vermeldt namelijk Octavianus’ titel Augustus, die dateert uit 27 v.Chr., maar weet niets van de sluiting van de tempel van Janus in 25. Livius presenteert Camillus, zegevierend in oorlog en tweede stichter van de stad, als alter ego van Augustus. Het is interessant dat hij Camillus dux noemt, een titel die ook Octavianus had gebruikt.
De volgende tien boeken hadden betrekking op de verovering van Italië. De eerste helft – de tweede pentade dus – is over en daarover wil ik nog eens bloggen. Aanvankelijk moet Rome zich nog herstellen van de crisis, maar aan het einde van boek 10 hebben de Romeinen de Etrusken, de Umbriërs, de Galliërs en de Samnieten verslagen – de slag bij Sentinum (295 v.Chr.) Hoewel het verhaal van de eenwording van het Apennijnse schiereiland daarmee nog niet voorbij is – daarvoor was de volgende pentade – was de beslissende strijd gewonnen door de zelfopoffering van enkele beroemde Romeinen, zoals Publius Decius Mus. Dit is in lijn met de propaganda van Augustus.
De derde eeuw v.Chr.
De volgende vijf boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad zijn verloren. Uit de Periochae weten we dat deze pentade de eenwording van Italië omvatte, met onder meer de oorlog tegen koning Pyrrhos van Epirus. Als Livius schreef met zijn gewone tempo van ruim drie rollen per jaar, zal hij de boeken 6-15 rond 24 v.Chr. hebben afgerond.
In de boeken 16-20 werd het eerste conflict met Karthago beschreven: de Eerste Punische Oorlog, het langste en grootste militaire conflict in de oude wereld. De Tweede Punische Oorlog, een conflict van minder grote omvang, vormt het thema van de volgende tien boeken (21-30), waarvan de helft is gewijd aan de successen van de Karthaagse generaal Hannibal en de helft aan de successen van zijn Romeinse tegenstander Publius Cornelius Scipio Africanus.
Toen Livius zijn werk rond 19 v.Chr. voortzette, werd hij plotseling moe, als we althans het voorwoord van de volgende pentade mogen geloven:
Wanneer ik me realiseer dat drieënzestig jaren – want zoveel zijn het er vanaf de Eerste Punische Oorlog tot het eind van de Tweede – evenveel boeken bij mij in beslag hebben genomen als de 487 jaar vanaf de stichting van de stad tot het consulaat van Appius Claudius, die de eerste oorlog tegen de Karthagers begon, dan voorzie ik nu al wat me te wachten staat: net als iemand die zich laat verlokken door het ondiepe water langs de kust en de zee in waadt, kom ik met elke stap voorwaarts in veel grotere diepte, ja in een soort afgrond terecht, en het werk lijkt bijna toe te nemen, terwijl het door het voltooien van de eerste delen minder groot leek te worden.noot Livius 31.1.3-5; vert. Hetty van Rooijen.
Dat Livius zich realiseerde dat zijn werk eigenlijk te groot was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat zijn digressies, de korte uitweidingen waarmee auteurs aanvullende informatie geven, vanaf dit punt korter worden. Hij moest zich haasten.
De midden-Republiek
De derde groep van vijftien boeken heeft betrekking op de verovering van het oostelijke Middellandse Zeegebied in de jaren 201-167. Drie machtige hellenistische koninkrijken verzetten zich tegen Rome: Macedonië, het Seleukidische Rijk in Azië en het Ptolemaïsche Rijk van Egypte. In de boeken 31-35 lezen we hoe de Romeinen met Macedonië omgingen en Griekenland bevrijdden; in de volgende pentade staat de oorlog tegen de Seleukidische koning Antiochos III de Grote centraal; en in de laatste vijf boeken wordt het Macedonische koninkrijk geliquideerd na de slag van Pydna. De climax is een Romeinse ambassade in Alexandrië, waar een Romeinse diplomaat koning Antiochos IV Epifanes, die op het punt staat Egypte te veroveren, gelast naar huis terug te keren. De lezer die dit punt had bereikt, wist dat Rome een supermacht was geworden.
Het volgende decade (Boeken 46-55), inmiddels verloren, markeren het keerpunt in de Romeinse geschiedenis, althans volgens Livius. Rome moest zich nu gedragen als een supermacht, maar kon de verantwoordelijkheden niet aan. Aanvankelijk kon het zijn wil nog opleggen aan enkele Ptolemaïsche vorsten, maar in boek 48 begint alles te veranderen. Eerst is er een nieuwe en onnodige oorlog: de Derde Punische Oorlog, die door de Romeinen wordt uitgelokt en leidt tot de ondergang van Karthago (in boek 51). Volgens de meeste Romeinse geschiedschrijvers verviel Rome nu tot decadentie en verloren de Romeinen hun voorouderlijke kwaliteiten.
Dit is al te zien in Boek 48, waarin generaal Servius Sulpicius Galba zich in Hispania ontpopt tot een oorlogsmisdadiger, en de lokale leider Viriathus de Romeinen bezighoudt tot in Boek 54. De Romeinen veroveren intussen Griekenland (Boek 52) en staan aan het einde van Boek 55 voor het eerst bij de Oceaan: de rand van de aarde. Livius bereikte dit punt in ca.11 v.Chr.
De volgende decade (56-65) valt uiteen in twee duidelijk herkenbare pentaden. De eerste gaat over een nieuwe reeks Spaanse oorlogen, culminerend in de verovering van de Keltiberische hoofdstad Numantia. Het centrale thema is echter de strijd tegen de hervormingen van Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Het conflict waarin de laatste wordt gedood, betekent dat de Romeinen geweld beginnen te gebruiken tegen elkaar.
Ondertussen worden buitenlandse vijanden, zoals de Numidische koning Jugurtha en enkele Germaanse stammen, onverwacht gevaarlijk. Titus Livius heeft hun successen waarschijnlijk gepresenteerd als gevolg van de morele ineenstorting van Rome. (Een verwijzing naar een toespraak over het huwelijk, in 9 v.Chr. gehouden door keizer Augustus, bewijst dat Boek 59 nadien is voltooid.) Boek 65 was, als de Periochae betrouwbaar is, een litanie van Romeinse rampen.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Han-China
mei 2, 2025
Horoscoop en sterrentaal
november 10, 2019
De eerste wereldtaal
september 26, 2017 Deel dit:#antiekeGeschiedschrijving #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #DerdePunischeOorlog #EerstePunischeOorlog #GaiusSemproniusGracchus #Hannibal #Jugurtha #KlassiekeGeschiedschrijvers #MarcusFuriusCamillus #Periochae #Pydna #PyrrhosVanEpirus #ScipioAfricanus #Sentinum #TiberiusSemproniusGracchus #TitusLivius #TweedePunischeOorlog #Viriathus
-
Titus Livius (1): biografie
Zomaar een jonge Romein, niet per se Titus Livius (Archeologisch museum, Thessaloniki)Ooit, lang geleden, nog in de vorige eeuw, had ik een website over de Oudheid, die hing onder een Planet-account en een URL had die eindigde op /~lende045. Dat was onhandig en ik besloot een domeinnaam te registreren. Een vernoeming naar de geboren verhalenverteller Herodotos leek me wel wat. Herodotus.com dus. Maar die naam was al vergeven. Livius.com dan, vernoemd naar die andere geboren verteller van historische verhalen? Die naam was al in handen van een Roemeense tandarts. En dus koos ik voor Livius.org. Achteraf bedacht ik: ik had ook Herodotus.org kunnen kiezen. Of een variant met Herodotos.
Wie was Livius, behalve een geboren verteller van historische verhalen? Omdat ik op vakantie ben, heb ik zeven stukken voor u klaargezet over de Romeinse auteur. Belangrijk om te onthouden: hij is geen historicus in de normale zin des woords, dus iemand die aan de hand van een genuanceerd causaliteitsbegrip probeert het verleden te verklaren. (Verklaren is wat het verslag maakt tot meer dan een opsomming; het genuanceerde causaliteitsbegrip is een voorwaarde voor hedendaagse wetenschappelijkheid.) Eerder was Livius een voorloper van de geschiedvorsing, zoals de alchimist voorafgaat aan de chemicus en de astroloog an de astronoom.
Jeugd
Het is een gemeenplaats om te zeggen dat over het leven van Titus Livius, de auteur van een Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad, vrijwel niets bekend is. Bijna alles wat we over de auteur weten, zo gemeenplaatsen we verder, moeten we afleiden uit zijn geschiedwerk zelf en een handvol anekdotes bij latere auteurs. Dat is frustrerend maar in elk geval meer dan we weten over pakweg Homeros.
De christelijke auteur Hieronymus, die belangstelling had voor chronologie, beweert dat Livius is geboren in 59 v.Chr. en overleden in 17 na Christus. Dit maakt Livius een bijna-tijdgenoot van de Romeinse politicus Octavianus, die in 63 werd geboren, de alleenheerschappij vestigde onder de naam Augustus in en overleed in 14 na Chr.
Dat Livius is geboren in Patavium, het huidige Padua, blijkt uit zijn eigen werk, maar dat is alles wat we weten. Verschillende inscripties uit die stad noemen leden van de Liviusfamilie, maar geen daarvan kan worden verbonden met de geschiedschrijver. Hij zal hebben behoord tot de provinciale elite; zijn familie was vermogend genoeg om de jonge Titus naar een bekwame leraar te sturen. Omgekeerd: Livius’ moeizame omgang met Griekse teksten suggereert dat hij geen vervolgonderwijs heeft genoten in bijvoorbeeld Athene, zoals een Romeinse jongen uit de allerrijkste families zou hebben gedaan.
Tijdens Livius’ jeugd was Julius Caesar gouverneur van Gallia Cisalpina, de provincie waarin Padua lag. Het is waarschijnlijk dat de jongen vaak verhalen heeft gehoord over de oorlog in Gallië. Hij is echter nooit gewend geraakt aan het militaire leven. Zijn geschiedwerk verraadt weinig kennis van oorlogvoering. Dit, in combinatie met zijn gebrek aan politieke ervaring, zou Livius normaal gesproken hebben gediskwalificeerd als geschiedschrijver, maar zoals we zullen zien, is hij een beter auteur dan weleens wordt beweerd.
Toen Livius ongeveer tien jaar oud was, brak de Tweede Burgeroorlog uit. In 48 v.Chr. streed Caesar tegen Pompeius bij Farsalos. De volwassen Livius herinnerde zich later een miraculeus voorval. Zijn eigen beschrijving is niet bekend, maar een eeuw later vertelde de Griekse auteur Ploutarchos het volgende:
In Patavium was er een bekende waarzegger, Gaius Cornelius, een stadgenoot en kennis van de geschiedschrijver Titus Livius. Op de dag van de veldslag was deze man toevallig aan het werk. Volgens Livius begreep hij eerst dat het gevecht op dat moment was begonnen, en verklaarde hij tegen de aanwezigen dat op dit tijdstip de zaken werden beslist omdat de troepen nu in actie kwamen. Toen hij de verdere tekens onderzocht, sprong hij op in een soort extase en riep: “Caesar, de overwinning is aan u!” De aanwezigen waren verbaasd, maar hij nam de krans van zijn hoofd en verklaarde plechtig dat hij die niet meer zou dragen totdat de feiten hadden bewezen wat zijn kunst hem had onthuld. Livius zegt zeer expliciet dat dit echt is gebeurd.noot Ploutarchos, Caesar 47.
Titus Livius, een serieuze geest
We kennen nog een verhaal over Livius’ jeugd. De Romeinse filosoof Seneca vertelt dat de latere geschiedschrijver als jonge man filosofische essays schreef. Het kan waar zijn, hoewel Livius’ geschriften geen diep filosofische geest verraden. Hoe dit ook zij, deze anekdotes suggereren een ernstige jonge man, en dat is ook de indruk die we krijgen bij het lezen van zijn geschiedwerk. Humor en ironie zijn afwezig. Wel heeft hij groot gevoel voor de menselijke psyche en opmerkelijk veel sympathie voor mensen die lijden. Wij vinden zijn ernst misschien wat moeilijk te verdragen, maar Livius had een hart.
Misschien was hij getraumatiseerd. Na de gewelddadige dood van Julius Caesar volgde immers een nieuwe burgeroorlog, waarin Padua een rol speelde. Het is bepaald niet ondenkbaar dat de jonge Titus Livius in 44/43 een deel van de gevechten heeft meegemaakt. Pas rond 30 v.Chr. keerde de rust weer, toen Octavianus de monarchie stichtte.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Joodse retoriek (2)
december 25, 2017
Gabriël en Maria
december 20, 2020
Velleius Paterculus (7)
maart 7, 2016 Deel dit:#antiekeGeschiedschrijving #Augustus #Hieronymus #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #LiviusOrg #LuciusAnnaeusSeneca #Octavianus #Padua #Patavium #Ploutarchos #TitusLivius
-
Venus van het Riool
De basis van de kapel van Venus CloacinaOp het Forum Romanum ligt de rare ronde schijf die u hierboven ziet. De diameter bedraagt zo’n tweeëneenhalve meter. Mocht u deze stenen zoeken: ze bevinden zich vlak voor de winkels in de Basilica Aemilia. Dit is het fundament van wat ooit de kapel was van Venus Cloacina, ofwel Venus van het Riool. Deze curieuze naam hangt samen met de plek van het heiligdommetje: boven het afwateringskanaal onder het Forum, de cloaca maxima.
Tegenwoordig resteert dus alleen de ronde marmeren basis, maar er is een muntafbeelding van deze heilige plaats. Die is echter moeilijk te interpreteren. In elk geval stonden er twee standbeelden van vrouwen die een plengoffer lijken te brengen; één dame lijkt een bloem vast te hebben in een opgeheven hand.
Verliefde magistraat
De Romeinen wisten niet precies waarom ze Venus Cloacina vereerden, maar hadden respect voor de plaats omdat er ooit een gruwelijke moord was gepleegd. In het midden van de vijfde eeuw v.Chr. was Rome twee jaar bestuurd door het zogeheten College der Tienmannen, dat tot taak had het Romeins Recht te codificeren. Het voornaamste lid, Appius Claudius Crassus, begon zich echter steeds tirannieker te gedragen. Dat zou tot daaraan toe zijn geweest, maar hij werd verliefd, een kwaal die volgens de Romeinen vrijwel zonder uitzondering leidde tot iemands onafwendbare ondergang. Het meisje waarop hij zijn zinnen had gezet, Verginia, was de dochter van de dappere officier Lucius Verginius.
De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius schrijft dat alle pogingen die Claudius “in de verdwazing van zijn verliefdheid” ondernam om het meisje te versieren “afketsten op het harnas van haar kuisheid”.noot Livius 3.44.4. Daarom nam hij zijn toevlucht tot een list. Een handlanger zou haar bij de rechtbank aanklagen, beweren haar vader te zijn en haar terugeisen. (Processen over iemands afkomst en burgerlijke staat waren in de Oudheid aan de orde van de dag; er was immers geen bevolkingsregister.) De dienstdoende magistraat, Claudius zelf, zou de eiser in het gelijk stellen, en de nieuwe vader zou het meisje uithuwelijken aan een fatsoenlijke echtgenoot, en we hoeven ons niet lang af te vragen wie dat dan wel zou zijn.
Volgens plan werd Verginia aangeklaagd, Claudius wees het meisje toe aan de eiser, gelastte een gerechtsdienaar het meisje te arresteren en verzocht de omstanders te vertrekken:
De menigte ging uit eigen beweging uiteen en liet het meisje daar alleen staan, een prooi van het onrecht. Toen sprak Verginius, omdat hij nergens meer een uitweg zag: “Allereerst verzoek ik u, Appius, een vader zijn verdriet te vergeven, als ik misschien wat hard tegen u ben uitgevaren. Sta mij vervolgens toe hier in het bijzijn van mijn dochter de voedster te vragen hoe de zaak in elkaar zit. Als ik ten onrechte haar vader word genoemd, kan ik met minder hartzeer vanhier weggaan.”
Zijn verzoek werd ingewilligd en hij nam het meisje en haar voedster apart bij de winkels naast het heiligdom van Cloacina – nu heten die de Nieuwe Winkels. Daar griste hij een mes uit de handen van een slager en zei: ‘Op deze manier, de enige waarop ik het kán, dochter van mij, kom ik op voor je vrijheid!’ Daarop doorstak hij de borst van het meisje.noot Livius 3.48.4-5.
Hierdoor werd de Romeinen duidelijk wat de tirannie der Tienmannen inhield. Ze kwamen in opstand en herstelden de republikeinse staatsinstellingen.
Of het verhaal, dat zich laat lezen als een toneelstuk, waar is, is de vraag, maar Livius zou daarop hebben geantwoord dat die vraag irrelevant was: sommige van zijn verhalen blonken immers eerder uit door poëtische schoonheid dan dat ze berustten op feiten. Livius wijst aan het eind van zijn verhaal ook op een positief gevolg van dit akelige voorval: de nieuwe consuls, Lucius Valerius en Marcus Horatius, vaardigden een wet uit die erop neerkwam dat er geen magistratuur kon bestaan waartegen geen beroep mogelijk was. Dit was een van de belangrijkste bepalingen uit het Romeinse recht en is nog altijd een uitgangspunt van moderne rechtsstelsels.
Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de Provence en een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#CloacaMaxima #ForumRomanum #Rome #RomeinsRecht #TitusLivius #Venus #Verginia