home.social

#antiochosivepifanes — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #antiochosivepifanes, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Diodoros’ tweede helft

    Kleio, muze van de geschiedenis (Archeologisch Museum, Timgad)

    Ik heb eerder geblogd over Diodoros van Sicilië, een Grieks-Romeinse geschiedschrijver rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. Hij had zo’n beetje alle geschiedenisboeken gelezen waarop hij de hand kon leggen en vatte die in eigen woorden samen tot een veertig boekrollen tellende Bibliotheek van de Wereldgeschiedenis. Enkele delen zijn over, andere kennen we alleen fragmentarisch. Door een gelukkig toeval zijn onlangs twee Nederlandse vertalingen verschenen: Gerard Janssen publiceerde in 2024 de boeken 1, 2, 3 en de boeken en 4, 5 met de fragmenten van 6-10. Dit betreft vooral de heel vroege geschiedenis. John Nagelkerken voegde daar een selectie uit de boeken 11-13 aan toe (de geschiedenis van Griekenland in de vijfde eeuw) plus opnieuw boek 1.

    De doublure suggereert dat de twee uitgeverijen hun werkzaamheden niet hebben gecoördineerd, maar laten we hopen dat ze dat wel doen voor de boeiende boeken 14-20, waar voldoende in staat dat de moeite waard is, met name Griekenland in de vierde eeuw tot het einde van de oorlogen tussen de opvolgers van Alexander de Grote. De daarop volgende, fragmentarisch overgeleverde boeken 21-40 beslaan de periode tussen 300 en 62 v.Chr.: de hellenistische staten, de Siciliaanse veldtocht van Pyrrhos van Epirus, de Eerste Punische Oorlog, en verder tal van details over de expansie van Rome waarover we geen andere bronnen hebben. Dit zijn onderwerpen die doorgaans onderbelicht blijven en waarop Diodoros enig licht werpt.

    Een fragmentarische tekst

    Maar voordat u nu de Budé-editie (2006-2017) gaat kopen, moet ik u waarschuwen: ik schreef “details over de expansie” en “enig licht” omdat de tweede helft van de Bibliotheek van de Wereldgeschiedenis extreem fragmentarisch is overgeleverd. Sommige van die fragmenten zijn echt interessant: dat mensenoffers nog tot de tweede eeuw v.Chr. voorkwamen in de oude wereld, wist ik, maar ik had gemeend dat het laatst bekende Griekse voorbeeld rond 480 v.Chr. was. Fragment 7 van boek 22 noemt een kindoffer rond 280. Dat had ik even niet zien aankomen. Ook onverwacht was het opvallend positieve beeld van de door Antiochos IV Epifanes georganiseerde Seleukidische veldtocht in Egypte. Dit soort details zou ik niet hebben willen missen.

    De fragmenten zijn afkomstig uit drie middeleeuwse bloemlezingen en nog wat kleingrut. De volgorde is dankzij de Budé-uitgave voor het eerst goed vastgesteld en de grotere thematiek is nu wel duidelijk. De boeken 21-30 gaan over de hellenistische wereld, waarbij de wisselvalligheid van het fortuin (Tyche) en de goddelijke vergelding (Nemesis) een rol spelen. Als we boek 30 hebben bereikt, heeft Rome zijn voornaamste tegenstanders verslagen omdat het, anders dan andere partijen, mild was voor verslagen tegenstanders die Romes gezag erkenden (boek 32, fragment 3). De volgende boeken gaan vooral over het gekibbel tussen steeds onbeduidender en niet zelden opvallend bloeddorstige koningen.

    Diodoros’ verhaal, dat met de opkomst van Rome nog een soort algemeen Mediterraan thema had, wordt dan steeds meer een verzameling van losse verhaaltjes: er is – met een woord van Huizinga – een vormverandering van de geschiedenis. De oorzaken zijn steeds vaker lokaal, de gevolgen eveneens. Van de kibbelende koningen is het logisch dat we komen bij plaatselijke slavenopstanden (die overigens nog behoorlijk ernstig konden zijn en waarover Diodoros belangrijke informatie biedt). De laatste boeken zijn gewijd aan de verdere versplintering van het narratief: interne conflicten binnen de Romeinse elites – de Bondgenotenoorlog, Sertorius en uiteindelijk Catilina.

    Een nieuwe vertaling

    Voortbouwend op de Budé-editie heeft de Amerikaanse oudheidkundige Duane Roller de fragmenten nu allemaal uit het Grieks in het Engels vertaald en voorzien van een overdonderende hoeveelheid voetnoten: Diodoros of Sicily. Bibliotheke Historike. Books 21-40 (2025). Die toelichting maakt het mogelijk een redelijk beeld te krijgen van het kunstwerk dat in scherven tot ons is gekomen. Even vaak moet Roller erkennen dat “excessive condensation by the excerptor” het onmogelijk maakt te begrijpen wat Diodoros kan hebben bedoeld. Diezelfde uittrekselmakers zullen ook wel verantwoordelijk zijn voor de ietwat eenzijdige nadruk op moraliserende anekdotes.

    Het is jammer dat Roller zich bij zijn annotatie baseert op vooral de Engelstalige secundaire literatuur. Het viel me bijvoorbeeld op dat hij bij Diodoros’ interessante portret van Antiochos IV Epifanes niet verwijst naar de Duitse biografie die ik hier eens besprak. Ik ben bang dat we tegenwoordig te veel oudheidkundige publicaties hebben en dat het vak daardoor steeds meer uiteenvalt. Dat is tot daaraan toe, maar het lijkt wel alsof academici berusten in de beperking van hun specialisme en een taalgebied, en er niet langer naar streven alle relevante gegevens te behandelen. Waarbij ik aanteken dat Roller zijn best doet: hij bouwt voort op de (Franstalige) Budé en verwijst regelmatig naar archeologische informatie.

    Ik weet niet of ik u dit boek moet aanraden. Het is voor het grote publiek wel erg specialistisch. En duur. Ook weet ik niet of onze Nederlandse vertalers er naar moeten omkijken. Liever heb ik een Nederlandse vertaling van de boeken 14-20, over de neergang van Sparta, Athene en Thebe, de opkomst van Macedonië, koning Filippos II, de veldtochten van Alexander en het eersteklas materiaal uit boek 20 over de oorlogen tussen Alexanders opvolgers. Een Nederlandse vertaling daarvan zou prachtig zijn.

    De aanschaf van dit boek werd mogelijk door een donatie, en ik dank mijn mecenas.

    #AntiochosIVEpifanes #boek #DiodorosVanSicilië #EerstePunischeOorlog #PyrrhosVanEpirus
  2. Titus Livius (3): inhoud

    Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

    [Derde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

    De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad van Titus Livius was een zeer, zeer ambitieus werk. In totaal verschenen niet minder dan 142 boekrollen. De lengte van zo’n rol kwam overeen met pakweg vijfenzestig bladzijden in een modern pocketboek. De totale lengte van Livius’ geschiedwerk bedroeg dus een slordige 9.250 pagina’s ofwel eenendertig pocketboeken. Hij schreef dit alles in ongeveer vijfenveertig jaar, wat betekent dat hij elk jaar ruim drie rollen of 205 pagina’s publiceerde. Ook met een tekstverwerker is dat alleszins respectabel.

    Er zijn twee gevolgen. Eén: dit werk was te groot om volledig tot ons te komen. We hebben alleen nog de boeken 1-10 en 21-45.  Misschien duikt nog eens iets op in de Egyptische woestijn of bij de papyri uit Herculaneum, waar inmiddels een boekrol is geïdentificeerd van een jongere Romeinse geschiedschrijver. Twee: het is duidelijk dat Titus Livius gebruik moest maken van eerdere geschiedwerken en zelden de mogelijkheid had tot archiefonderzoek. Dat had gevolgen, waarover we het nog zullen hebben.

    Wat heeft Livius te vertellen? Er zijn dus maar 35 van 142 rollen over. De inhoud van de niet overgeleverde boeken (dus 11-20 en 46-142) is echter bekend uit een vierde-eeuws uittreksel, de beknopte Periochae. We kunnen bovendien iets weten over de verloren teksten omdat die door latere auteurs zijn benut. Zo is bijvoorbeeld Lucanus’ gedicht Pharsalia, een gedicht over de Romeinse burgeroorlogen waarin Pompeius de held is en Julius Caesar de schurk, vermoedelijk gebaseerd op Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad.

    De vroege republiek

    We weten dat het werk was georganiseerd in pentaden en decaden, groepen van vijf en tien rollen. De eerste pentade gaat over de oorsprong van Rome tot de zomer van 386 v.Chr.noot Of 390 volgens het chronologische systeem van Varro, dat Livius niet gebruikte. Anders dan sommige moderne geleerden begreep Livius de fouten daarvan. In het eerste boek vertelt hij de legendes van Rome als een koninkrijk; hij gaat verder met de oprichting van de republiek door Brutus en Valerius Publicola; en na een verslag van de moeilijke vijfde eeuw (boeken 2, 3 en 4) culmineert de eerste pentade in een adembenemend verslag van de inname van Veii, de plundering van Rome door de Galliërs, en de tweede stichting onder de auspiciën van Marcus Furius Camillus. De cirkel is gesloten.

    Dit deel van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad is voltooid rond 26 v.Chr. Livius vermeldt namelijk Octavianus’ titel Augustus, die dateert uit 27 v.Chr., maar weet niets van de sluiting van de tempel van Janus in 25. Livius presenteert Camillus, zegevierend in oorlog en tweede stichter van de stad, als alter ego van Augustus. Het is interessant dat hij Camillus dux noemt, een titel die ook Octavianus had gebruikt.

    De volgende tien boeken hadden betrekking op de verovering van Italië. De eerste helft – de tweede pentade dus – is over en daarover wil ik nog eens bloggen. Aanvankelijk moet Rome zich nog herstellen van de crisis, maar aan het einde van boek 10 hebben de Romeinen de Etrusken, de Umbriërs, de Galliërs en de Samnieten verslagen in de slag bij Sentinum (295 v.Chr.) Hoewel het verhaal van de eenwording van het Apennijnse schiereiland daarmee nog niet voorbij is – daarvoor was de volgende pentade – was de beslissende strijd gewonnen door de zelfopoffering van enkele beroemde Romeinen, zoals Publius Decius Mus. Dit is in lijn met de propaganda van Augustus.

    De derde eeuw v.Chr.

    De volgende vijf boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad zijn verloren. Uit de Periochae weten we dat deze pentade de eenwording van Italië omvatte, met onder meer de oorlog tegen koning Pyrrhos van Epirus. Als Livius schreef met zijn gewone tempo van ruim drie rollen per jaar, zal hij de boeken 6-15 rond 24 v.Chr. hebben afgerond.

    In de boeken 16-20 werd het eerste conflict met Karthago beschreven: de Eerste Punische Oorlog, het langste en grootste militaire conflict in de oude wereld. De Tweede Punische Oorlog, een conflict van minder grote omvang, vormt het thema van de volgende tien boeken (21-30), waarvan de helft is gewijd aan de successen van de Karthaagse generaal Hannibal en de helft aan de successen van zijn Romeinse tegenstander Publius Cornelius Scipio Africanus.

    Toen Livius zijn werk rond 19 v.Chr. voortzette, werd hij plotseling moe, als we althans het voorwoord van de volgende pentade mogen geloven:

    Wanneer ik me realiseer dat drieënzestig jaren – want zoveel zijn het er vanaf de Eerste Punische Oorlog tot het eind van de Tweede – evenveel boeken bij mij in beslag hebben genomen als de 487 jaar vanaf de stichting van de stad tot het consulaat van Appius Claudius, die de eerste oorlog tegen de Karthagers begon, dan voorzie ik nu al wat me te wachten staat: net als iemand die zich laat verlokken door het ondiepe water langs de kust en de zee in waadt, kom ik met elke stap voorwaarts in veel grotere diepte, ja in een soort afgrond terecht, en het werk lijkt bijna toe te nemen, terwijl het door het voltooien van de eerste delen minder groot leek te worden.noot Livius 31.1.3-5; vert. Hetty van Rooijen.

    Dat Livius zich realiseerde dat zijn werk eigenlijk te groot was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat zijn digressies, de korte uitweidingen waarmee auteurs aanvullende informatie geven, vanaf dit punt korter worden. Hij moest zich haasten.

    De midden-Republiek

    De derde groep van vijftien boeken heeft betrekking op de verovering van het oostelijke Middellandse Zeegebied in de jaren 201-167. Drie machtige hellenistische koninkrijken verzetten zich tegen Rome: Macedonië, het Seleukidische Rijk in Azië en het Ptolemaïsche Rijk van Egypte. In de boeken 31-35 lezen we hoe de Romeinen met Macedonië omgingen en Griekenland “bevrijdden”.noot Ik zet “bevrijdden” tussen aanhalingstekens omdat de vrijheid van Romes Griekse bondgenoten met naast zich het Seleukidische Rijk vanzelfsprekend net zo’n bevrijding was als wanneer Donald Trump de Europese bondgenoten had bevrijd van hun bondgenootschap. Ik ben geen voorstander van historische parallellen, want al gauw herkent men lessen uit het verleden. Maar hier helpt het heden bij het begrip van het verleden. In de volgende pentade staat de oorlog tegen de Seleukidische koning Antiochos III de Grote centraal; en in de laatste vijf boeken wordt het Macedonische koninkrijk geliquideerd na de slag van Pydna. De climax is een Romeinse ambassade in Alexandrië, waar een Romeinse diplomaat koning Antiochos IV Epifanes, die op het punt staat Egypte te veroveren, gelast naar huis terug te keren. De lezer die dit punt had bereikt, wist dat Rome een supermacht was geworden.

    Het volgende tiental boeken (46-55), inmiddels verloren, markeren het keerpunt in de Romeinse geschiedenis, althans volgens Livius. Ik heb weleens gedacht dat als de reeks eigenlijk rollen had moeten tellen, dit ook precies de helft was. Rome moest zich nu gedragen als een supermacht, maar kon de verantwoordelijkheden niet aan. Aanvankelijk kon het zijn wil nog opleggen aan enkele Ptolemaïsche vorsten, maar in boek 48 begint alles te veranderen. Eerst is er een nieuwe en onnodige oorlog: de Derde Punische Oorlog, die door de Romeinen wordt uitgelokt en leidt tot de ondergang van Karthago (in boek 51). Volgens de meeste Romeinse geschiedschrijvers verviel Rome nu tot decadentie en verloren de Romeinen hun voorouderlijke kwaliteiten.

    Dit is al te zien in Boek 48, waarin generaal Servius Sulpicius Galba zich in Hispania ontpopt tot een oorlogsmisdadiger, en de lokale leider Viriathus de Romeinen bezighoudt tot in Boek 54. De Romeinen veroveren intussen Griekenland (Boek 52) en staan aan het einde van Boek 55 voor het eerst bij de Oceaan: de rand van de aarde. Livius bereikte dit punt in ca.11 v.Chr.

    De volgende decade (56-65) valt uiteen in twee duidelijk herkenbare pentaden. De eerste gaat over een nieuwe reeks Spaanse oorlogen, culminerend in de verovering van de Keltiberische hoofdstad Numantia. Het centrale thema is echter de strijd tegen de hervormingen van Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Het conflict waarin de laatste wordt gedood, betekent dat de Romeinen geweld beginnen te gebruiken tegen elkaar.

    Ondertussen worden buitenlandse vijanden, zoals de  Numidische koning Jugurtha en enkele Germaanse stammen, onverwacht gevaarlijk. Titus Livius heeft hun successen waarschijnlijk gepresenteerd als gevolg van de morele ineenstorting van Rome. (Een verwijzing naar een toespraak over het huwelijk, in 9 v.Chr. gehouden door keizer Augustus, bewijst dat Boek 59 nadien is voltooid.) Boek 65 was, als de Periochae betrouwbaar is, een litanie van Romeinse rampen.

    [wordt vanmiddag vervolgd]

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Karneades in Rome (1)

    juni 16, 2023
    Spitsboog

    mei 27, 2018
    M11 | Simon de Makkabeeër

    december 22, 2022 Deel dit:

    #antiekeGeschiedschrijving #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #DerdePunischeOorlog #digressie #EerstePunischeOorlog #GaiusSemproniusGracchus #Hannibal #Jugurtha #KlassiekeGeschiedschrijvers #MarcusFuriusCamillus #Periochae #Pydna #PyrrhosVanEpirus #ScipioAfricanus #Sentinum #TiberiusSemproniusGracchus #TitusLivius #TweedePunischeOorlog #Viriathus

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.