home.social

#nahr-al-kabir — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #nahr-al-kabir, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De Fatimiden

    Fatimidisch reliëf (Monastir)

    Als ik het goed heb geteld, heb ik op deze blog al drieëntwintig keer verwezen naar de Fatimiden, zonder dat ik werkelijk heb uitgelegd wat dat voor Arabische dynastie was. Daar moet toch eens verandering in komen, dus bij dezen – en we beginnen in de zevende eeuw, bij de uitvaart van de profeet Mohammed in 632 na Chr. Het was niet helemaal duidelijk wie hem moest opvolgen, en daarom speelde vanaf dit moment in de islamitische wereld de kwestie van het leiderschap. Na ongeveer zestig jaar ontstond daarover wat duidelijkheid: de meeste moslims aanvaardden het gezag van de kalief van Damascus (later Bagdad) en worden soennieten genoemd, terwijl een (vermoedelijk vrij grote) minderheid liever een afstammeling van Mohammed als leider zag. Die groep heette de sji’a en hun leider wordt aangeduid als de imam.

    De sji’a depolitiseerde. Deels was ze met geweld onderdrukt, bijvoorbeeld in de slag bij Kerbala (680), deels was ze zelf verdeeld over de diverse familietakken. De frictie tussen enerzijds de als legitiem ervaren claim op het leiderschap en anderzijds de praktijk, werd opgelost door het idee dat aan het einde der tijden een vermist geraakte imam zou terugkeren.

    Ivoorsnijwerk uit Cairo (Louvre, Parijs)

    Ontstaan van het Fatimidische kalifaat

    Begin tiende eeuw was het zo ver. In het westen van het Kalifaat van Bagdad, in wat nu Tunesië en Algerije is, was de macht in handen van de Aghlabiden, die de kalief in naam erkenden en verder hun eigen gang gingen. Helemaal in het westen, in wat nu Kabylië heet, leefden sji’itische Berbers die binnen het half-onafhankelijke Aghlabidische emiraat ook nogal onafhankelijk waren. Profiterend van een Aghlabidische troonswisselingcrisis, wisten de Berbers vanaf 902 hun positie te versterken. In 904 namen ze Sétif; Aghlabidische tegenaanvallen werden afgeslagen; in 909 viel Kairouan.

    De Berbers namen het bestuursapparaat van de Aghlabiden over en in het volgende jaar riep hun leider zich uit tot kalief. Eigenlijk heel opmerkelijk, want het kalifaat gold als bij uitstek soennitisch, en deze Berbers waren sji’ieten. Hun leider beweerde via Imam Ali en Fatima af te stammen van Mohammed, presenteerde zich als de uit verborgenheid teruggekeerde imam, liet zich Mahdi noemen en kondigde meteen aan dat mensen zich vergisten als ze dachten dat met de verschijning van de verborgen imam ook de Eindtijd aanbrak. Het was, al met al, een revolutie: een sji’itische kalief, een teruggekeerde imam zonder Eindtijd, sji’ieten met macht en een familie die afstamming van de Profeet claimde.

    Ingang van de Fatimidische moskee te Mahdia

    Zo ontstond het Fatimidische Kalifaat, dat al snel een nieuwe hoofdstad bouwde: ontevreden met Kairouan kozen ze voor een stad aan de kust, waarvandaan men naar het oosten wilde uitvaren, richting Egypte en Syrië, en daar voorbij naar Bagdad, om de hele islamitische wereld te verenigen onder één kalief die tevens imam was. De nieuwe hoofdstad heette naar haar stichter Mahdia.

    Expansie

    Ik ga hier niet alle conflicten beschrijven, maar noem wel dat de claim op het kalifaat als een schok door de islamitische wereld ging. Er was altijd maar één kalief geweest, de soennitische heerser in Bagdad. Nu er een tweede kalief was, konden de leiders van het Emiraat van Córdoba niet achterblijven: Abd al-Rahman III van Córdoba riep zich in 929 uit tot de derde kalief, en bouwde Madinat al-Zahra om ook in architectonisch opzicht niet achter te blijven bij Bagdad en Mahdia (en Constantinopel en andere hoofdsteden). Het kalifaat van Córdoba en het Fatimidische kalifaat van Mahdia vochten in de tiende eeuw met wisselende krijgskansen een Stellvertreterkrieg uit in Marokko.

    Fatimidisch kristal (Louvre, Parijs)

    Tegelijkertijd rondden de Fatimiden de Arabische verovering van Sicilië af, om daarna hun eigenlijke doelen weer centraal te stellen: de verovering van Egypte en Syrië, om daarvandaan op te rukken naar Bagdad. Eerdere pogingen waren mislukt, maar in 969 konden de Fatimiden hun residentie verplaatsen naar een nieuwe hoofdstad: Cairo, wat zoiets betekent als “overwinningsstad”. De Al-Azhar-moskee dateert uit deze jaren.

    Met Egypte viel ook het westen van het Arabische Schiereiland in Fatimidische handen, inclusief de heilige steden Mekka en Medina. De verovering van de Levant verliep minder voorspoedig: weliswaar wisten de Fatimidische legers al in 970 Damascus te nemen, maar ze werden teruggeslagen en uiteindelijk was alleen het huidige Palestina Fatimidisch, inclusief de heilige stad Jeruzalem. Hiermee kwam de expansie ten einde. Met de Byzantijnen, die in deze periode hun macht in Syrië uitbreidden, kwam men overeen dat de Nahr al-Kabir (de noordgrens van het huidige Libanon) de grens tussen beide invloedssferen zou vormen.

    Fatimidische munt (Residenzschloss, Dresden)

    Elfde en twaalfde eeuw

    Rond het jaar 1000 strekte het Fatimidische Rijk zich uit van Algerije tot Jordanië. Aan het hoofd stond de kalief Al-Hakim over wie ik het al eerder heb gehad – een van de meest fascinerende personages uit de Arabische geschiedenis. Inmiddels begon de geschiedenis zich te herhalen. Zoals de Fatimiden hun macht hadden kunnen uitbreiden vanuit de westelijke periferie, waar de kalief van Bagdad alleen indirect gezag uitoefende, zo breidden nu in de westelijke periferie de Ziriden hun macht uit. Officieel namens de Fatimidische kalief heersten zij over grote delen van de Maghreb, en in de elfde eeuw werden ze feitelijk onafhankelijk.

    De afspraak met de Byzantijnen over de afbakening van de wederzijdse invloedssferen garandeerde een eeuw lang een regelmatig onderbroken rust, maar dat veranderde tegen het einde van de elfde eeuw. Een in Anatolië en Syrië opererend huurlingenleger in dienst van keizer Alexios I Komnenos verbrak zijn eed van trouw, stak de Nahr al-Kabir over en rukte op naar Jeruzalem. Het Fatimidische garnizoen wist de aanvallen enige tijd af te slaan, maar de vijanden wisten de stad stormenderhand te veroveren en versloegen even later een Fatimidisch ontzettingsleger. Dat was 1099 en u had al begrepen dat dit huurlingenleger bekendstaat als de Eerste Kruistocht.

    Een Fatimidische bokaal uit de Kerkschat van Oignies (Musée des arts anciens, Namen)

    In de loop van de twaalfde eeuw raakte de dynastie steeds verder verzwakt, deels door interne fricties, deels vanwege het verlies aan prestige. Zwakke kaliefen kregen nogal eens te maken met machtige adviseurs, die zeker niet altijd sji’itisch of zelfs maar islamitisch waren. Uiteindelijk nam een van die adviseurs, de soenniet Saladin, in 1171 de macht over. Met die gebeurtenis raakten Syrië en Egypte voor het eerst in lange tijd in één hand verenigd en raakte het lot van de Kruisvaarders bezegeld. Het betekende ook dat de sji’a voorgoed de kleinere was van de twee hoofdstromingen in de islam.

    #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakim #AlexiosIKomnenos #Berbers #Cairo #EersteKruistocht #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #imamAli #Jeruzalem #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #Kerbala #MadinatAlZahra #mahdi #Mahdia #NahrAlKabir #Saladin #sjiieten #soennieten #Ziriden
  2. De slag bij Kadesh (3)

    Kadesh

    [Derde van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

    Farao Ramses II wilde de Egyptische invloed op de Syrische vazalkoningen vergroten, en had in Amurru al enig succes gehad. De Hittitische koning Muwatalli II had alle reden om verdere Egyptische expansie te beletten en trok daarom zuidwaarts. Behalve het leger dat hij had meegenomen uit zijn hoofdstad Hattusa, waren er contingenten uit Anatolische en Syrische steden en streken. Eén daarvan wordt in een Egyptische tekst aangeduid als Drdny, een groep die we ook kennen als een van de Zeevolken. Deze naam wordt wel gevocaliseerd als Dardanoi, wat in de Ilias de koninklijke familie is van Troje. Nee, ik beweer niet dat er bewijs is dat een Priamos, een Hektor of een Alexandros aanwezig is geweest in Kadesh, maar wel dat denkbaar is dat we hier twee echo’s horen van dezelfde naam uit dertiende-eeuws Noordwest-Anatolië.

    Muwatalli’s krijgsplan

    Hoe dat ook zij, Muwatalli bezette Kadesh, waar hij een Egyptische aanval verwachtte. Misschien verwachtte hij die vanuit Amurru in het westen, langs de Nahr al-Kabir, waar inderdaad de Egyptische Ne’arin waren geland. Misschien was Muwatalli’s krijgsplan dat hij wachtte tot het vijandelijke leger was samengetrokken, zodat in één groot, beslissend gevecht kon worden afgerekend met de vijand. Die zou dan weten dat de Hittitische legers oppermachtig waren. Hij bezette alvast de oostelijke oever van de Orontes, zodat de Egyptische troepen zich konden opstellen op de westelijke oever.

    De slag bij Kadesh (klik=groot)

    Deze reconstructie van het krijgsplan is plausibel, maar is wel gebaseerd op de aanname dat de Hittieten steeds dezelfde aanpak hadden: de vijand naar open terrein brengen, waar het superieure Hittitische leger altijd in het voordeel zou zijn. Die strijdwijze kan best hebben bestaan, maar doorgaans streden de Hittieten tegen stadstaatjes en niet tegen een gelijkwaardige vijand, zoals Egypte. De reconstructie veronderstelt bovendien dat men het in de Late Bronstijd onrechtvaardig vonden een vijand onverhoeds aan te vallen, wat ons wat vreemd in de oren klinkt, maar de toenmalige vorsten hadden de gewoonte oorlogsverklaringen nauwgezet te rechtvaardigen, wat suggereert dat ze oorlog opvatten als iets dat zich diende te voltrekken volgens recht en regels. Mocht deze reconstructie van Muwatalli’s krijgsplan correct zijn, en dat weten we dus niet zeker, dan was de slag bij Kadesh niet de veldslag die hij en Ramses hadden voorbereid.

    Contact

    Ramses’ hoofdmacht arriveerde niet vanuit het westen, maar vanuit het zuiden. Helemaal vooraan kwam de Amon-divisie, met Ramses zelf. De Ra-, Ptah- en Seth-divisies volgden door een woud dat Labwi wordt genoemd. We krijgen de indruk dat ze niet één gesloten colonne vormden, maar op enige afstand van elkaar oprukten. Als in de Late Bronstijd inderdaad een norm bestond dat veldslagen pas werden aangegaan als beide partijen zich hadden kunnen opstellen, was getrennt marschieren, vereint schlagen natuurlijk mogelijk. Maar nogmaals: we weten over de Bronstijd-krijgskunst meer niet dan wel.

    Ramses en Amon-divisie sloegen hun kamp op ten noordwesten van Kadesh, en ontdekten dat de Hittieten al aanwezig waren. Daarop stuurde de koning een bode naar de andere divisies, met het bevel voort te maken. Hij trof de Ra-divisie aan bij het oversteken van de Orontes. Een andere boodschapper zal naar de Ne’arin in het westen zijn gegaloppeerd.

    De Hittitische aanval

    De Ra-divisie – die bestond uit vele duizenden infanteristen alsmede honderden stijdwagens – was nog maar net de Orontes over, toen ze in de flank werd aangevallen door Hittitische strijdwagens, die bij een andere voorde de rivier waren overgestoken. De mannen hadden al een flinke afstand gemarcheerd en waren vermoedelijk niet op hun allerenergiekst toen ze zich te weer moesten stellen tegen de vijandelijke aanval. En dat lukte dus niet: de zware Hittitische strijdwagens braken dwars door de gelederen heen en zwenkten toen naar het noorden, in de richting van de Amon-divisie.

    Deze manoeuvre is ronduit vreemd. Je zou hebben verwacht dat na deze aanval de Hittitische infanterie zich stortte op de Ra-divisie, maar dit gebeurde niet, of niet in voldoende mate. Wat je niet zou hebben verwacht is dat de Hittitische strijdwagens zich richtten op de duizenden infanteristen en snellere strijdwagens van de Amon-divisie. Het wordt helemaal merkwaardig als we bedenken dat er weliswaar een voorde was in de Orontes, maar dat strijdwagens niet zo makkelijk een rivier oversteken. Aangezien de Egyptenaren werden verrast, moet de Hittitische oversteek snel zijn verlopen, wat betekent dat het aantal strijdwagens nooit heel groot kan zijn geweest.

    Eén hypothese is dat de Hittitische strijdwagens helemaal de bedoeling niet hadden de slag te openen, maar bezig waren het veld te verkennen, en niet wisten dat de Ra-divisie al zo ver was opgerukt, en dat ze naar de Amon-divisie zwenkten omdat ze niet wisten dat die zich daar al bevond. Dit veronderstelt echter dat vanaf de oostelijke Orontesoever de stofwolk niet was te zien die de Ra-troepen hadden opgeworpen en dat ook de opmars van de Amon-divisie niet was waargenomen. Dat is zeer onwaarschijnlijk, maar wie een betere hypothese weet, mag het zeggen.

    [wordt vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Zarathuštra

    augustus 28, 2015
    Hittitisch vredesverdrag

    mei 19, 2013
    De eerste vermelding van Jahweh?

    juni 8, 2022 Deel dit: #Amurru #Hittieten #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #NahrAlKabir #Orontes #RamsesII #slagBijKadesh #strijdwagen #Syrië
  3. De slag bij Kadesh (2)

    Ramses II met de blauwe khepresh-oorlogskroon (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

    [Tweede van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

    De Egyptisch-Hittitische Oorlog om Syrië kwam niet uit de lucht vallen. Ooit, in de vijftiende eeuw v.Chr., had Toetmoses III, de Egyptische leger tot aan de Eufraat gebracht en hij claimde te regeren over de hele Levant. Er zijn online nog volop landkaarten te vinden die Egypte en de regio tot aan de Eufraat een en dezelfde kleur geven, alsof het hele gebied behoorde bij één staat onder één vorst. Feitelijk ging het om een verzameling kleine en grote vazalstaatjes, die zo loyaal waren aan de farao als deze interesse toonde. Egyptologen hebben wel gemeend dat de Egyptische invloed afbrokkelde ten tijde van farao Echnaton, die meer bezig zou zijn geweest met religie dan met de buitengewesten, maar dit beeld is gebaseerd op het uit diens regeringstijd overgeleverde staatsarchief (de Amarna-brieven). Uit de tijd van zijn voorgangers hebben we zoveel documentatie niet, en vermoedelijk was hun greep op de regio even los.

    Amurru

    Een van de vazalstaatjes was Amurru, dat u moet zoeken in het noordwesten van Libanon, langs de Nahr al-Kabir. Deze stroom, die weliswaar “grote rivier” heet maar feitelijk nogal klein is, is belangrijk omdat hier een zeer goed begaanbare weg ligt van de zee naar het binnenland; deze doorgang tussen de bergen staat bekend als de “Homs Gap” en het strategisch belang werd nog eeuwenlang erkend. Zo bouwden de Kruisvaarders de Krak des Chevaliers om deze weg te bewaken. Aan het einde van deze corridor ligt de vruchtbare Orontesvlakte, met daarin de stad Kadesh.

    Amurru was zich ten tijde van Echnaton zelfstandiger gaan gedragen en had een conflict met Byblos met succes afgerond. Ik vertelde al eens dat de plaatselijke koning Rib-Hadda van Byblos had moeten vluchten en geen enkele steun uit Egypte had gekregen. Toen koning Ramses II aan de macht kwam, besloot hij zijn gezag te herstellen. Hij had voldoende succes om de koning van Amurru te verdrijven, en deze riep daarop de hulp in van de Hittitische koning Muwatalli II, die besloot naar het zuiden te trekken om Kadesh te beschermen en liefst ook Amurru te heroveren.

    Naar Kadesh

    Een groot conflict was onafwendbaar toen Ramses in 1274 opnieuw noordwaarts trok. Een vloot bracht troepen naar de monding van de Nahr al-Kabir. Deze boottocht diende mede om de vazalkoningen in Tyrus, Sidon, Beiroet of Byblos duidelijk te maken wie er de baas was. De rest van het leger, gecommandeerd door de koning zelf, arriveerde vanuit het zuiden, zeg maar via het huidige Israël, door de Bekaavallei en langs de bovenloop van de Orontes. Beide legers zouden samenkomen bij Kadesh.

    Ramses’ leger bestond uit vier divisies: de Amon-divisie uit Thebe, de Ra-divisie uit Heliopolis, de Ptah-divisie uit Memfis en de Seth-divisie uit Tanis. Het over zee aangekomen onderdeel heette Ne’arin, “jonge kerels”, maar het lijken geen rekruten te zijn geweest. Het kan gaan om een eliteonderdeel of om Levantijnse bondgenoten. Ook waren er Nubiërs en Sherden, en die laatsten zou u kunnen kennen als een van de Zeevolken.

    Muwatalli en zijn familieleden, die de diverse Hittitische onderdelen commandeerden, arriveerden eerder en bezetten Kadesh. Hun kamp sloegen ze op ten oosten van de stad, waar ze zich opmaakten voor een strijd die ze eigenlijk niet goed kenden. Hun tactiek bestond meestal uit het plunderen van een landstreek om zo de bevolking te dwingen vanuit hun versterkte steden te komen, waarna het Hittitische leger ze in het vrije veld kon verslaan, omdat het eigenlijk altijd numeriek en professioneel superieur was. Van zo’n oorlog kon bij Kadesh geen sprake zijn.

    Model van een strijdwagen uit de Late Bronstijd, gevonden in Kamed el-Loz, Libanon (Nationaal Museum, Beiroet)

    Strijdwagens

    Strijdwagens speelden tijdens de slag bij Kadesh een belangrijke rol. Of beter: de Egyptische bronnen concentreren zich op dit wapen, hoewel de meeste manschappen behoorden tot de infanterie. De strijdwagens trekken echter de aandacht. Ze dienden voor de verplaatsing van boogschutters, maar het is niet helemaal duidelijk of die schoten terwijl de wagens reden. Zelfs al bedient een menner de teugels, dan nog kun je als boogschutter moeilijk richten, terwijl voor een ongericht spervuur veel meer boogschutters moeten worden ingezet dan in Ramses’ leger aanwezig waren. Misschien waren de strijdwagens wel niet meer dan taxi’s om boogschutters te verplaatsen, ongeveer zoals de Ilias beschrijft. We weten het weer eens niet.

    Aan de overzijde waren de Hittitische strijdwagens, die behalve een menner en een boogschutter een schilddrager vervoerden. Wegens het gewicht waren deze wagens wat robuuster gebouwd en minder wendbaar dan de Egyptische. De aanwezigheid van schilddragers suggereert dat zulke wagens dichter bij het front kwamen dan strijdwagens zonder schilddragers, en inderdaad zouden de strijdwagens in Kadesh zo worden ingezet. Of dat ook de bedoeling was, is echter de vraag, zoals we morgen zullen zien.

    [wordt vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    De Leidse Amunpapyrus

    februari 5, 2021
    Glimmende schatten uit de Bronstijd

    februari 2, 2021
    Lineair-B

    mei 5, 2014 Deel dit: #AmarnaBrieven #Echnaton #Hittieten #khepresh #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #NahrAlKabir #Orontes #RamsesII #RibHadda #Sherden #slagBijKadesh #strijdwagen #Syrië #ToetmosesIII
Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.