home.social

#kleopatra-vii-filopator — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #kleopatra-vii-filopator, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De triomfboog van Augustus (en de critici)

    De triomfboog van Augustus

    Het Forum Romanum is een wonderlijke plek: ooit het centrum van een wereldrijk, in de Late Oudheid verbouwd, daarna deels gesloopt, vervolgens gedegradeerd tot koeienweide, later veranderd in een (door Louis Couperus lyrisch beschreven) bloemenveld, in de eerste helft van de twintigste eeuw omgebouwd tot de huidige verzameling monumenten. Van sommige daarvan kun je je voorstellen hoe ze eruit zagen, van andere daarentegen totaal niet. Zoals de triomfboog van keizer Augustus.

    Triomfboog één

    Aan weerszijden van de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar stonden twee monumentale bogen, ongeveer zoals op het forum van Pompeii naast de Jupitertempel twee erebogen zijn te zien. De linkerboog op het Forum Romanum was een ereboog voor Gaius en Lucius, de kleinzoons en beoogde opvolgers van keizer Augustus. Dit monument maakte deel uit van de naar deze prinsen genoemde winkelgalerij voor de Basilica Aemilia. De andere boog, rechts als je vanaf het Forum naar de tempel van Caesar keek, was in 29 v.Chr. gewijd aan Octavianus omdat hij de zeeslag bij Aktion had gewonnen en Egypte geannexeerd.

    Eigenlijk kon een Romeinse generaal geen triomftocht krijgen nadat hij in een burgeroorlog had overwonnen, maar Octavianus had het (wellicht vervalste) testament van Marcus Antonius geopend, waarin te lezen viel dat deze Romeins land wilde toewijzen aan Kleopatra VII Filopator. Daarmee zou hij hoogverraad hebben gepleegd en was hij voor de wet overgelopen naar een buitenlandse vijand, en dus was Octavianus gerechtigd een triomftocht over de Egyptenaren te houden. Wat feitelijk een burgeroorlog was, viel te presenteren als oorlog tegen het aloude Ptolemaïsche Rijk met zijn wulpse koningin en haar gedegenereerde Romeinse minnaar.

    Misschien een deel van de triomfboog van Augustus

    Triomfboog twee

    Formeel klopte de toewijzing van een triomfboog dus wel, maar erg overtuigend was het niet. Daarom moet Augustus blij zijn geweest toen zijn adoptiefzoon Tiberius in 20 v.Chr. met enig niet serieus bedoeld wapengekletter in het oosten bereikte dat de heersers in het Parthische Rijk de veldtekens teruggaven die ze in 53 v.Chr. in de slag bij Carrhae hadden veroverd.

    Omdat deze diplomatieke zege was bereikt onder Augustus’ auspiciën – dat wil zeggen: hij had de voortekens geobserveerd en had het zo verkregen religieus gezag overgedragen aan Tiberius – kon een nieuwe boog worden opgericht. De gebeurtenis werd in de keizerlijke propaganda opgeblazen tot weergaloze overwinning en daarom waren er buitenproportioneel veel afbeeldingen van in omloop. Keizerin Livia bezat bijvoorbeeld in haar villa bij Primaporta een standbeeld van haar echtgenoot met op diens harnas een voorstelling van de teruggave van de veldtekens. Het is tegenwoordig te zien in de Vaticaanse Musea.

    Reconstructie van de Augustus van Primaporta (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

    Er resteert vrijwel niets van de triomfboog, noch van de eerste noch van de tweede versie, afgezien van een mogelijk fragment in Kopenhagen. Gelukkig bezitten we ook afbeeldingen op munten. De boog had óf drie doorgangen of één doorgang met aan weerszijden schijndeuren. Van een munt is dat verschil niet af te lezen. Bovenop stond een beeld van de keizer in een vierspan met aan weerszijden beelden van Parthen die de standaards teruggaven.

    De Fasti Capitolini

    De zijkanten van de triomfboog waren beschreven met namen. Dit waren de Fasti Capitolini, die nu te zien zijn in de Capitolijnse Musea. (Het is niet 101% zeker dat ze op de boog waren aangebracht; ze kunnen ook in de buurt hebben gestaan.) Het gaat om een lijst van alle magistraten van het republikeinse Rome, waardoor de indruk werd gewekt dat het republikeinse verleden vooruitwees naar de keizerlijke regering van Augustus.

    De Fasti Capitolini, de lijst van magistraten van de Romeinse Republiek (Rome, Capitolijnse Musea)

    De Fasti waren aangelegd door Marcus Terrentius Varro, die zijn chronologische reconstructie aantoonbaar met propagandistische bedoelingen heeft vervalst. Zo introduceerde hij in de tweede helft van de vierde eeuw v.Chr. vier jaren waarin Rome niet door consuls, maar door dictatoren zou zijn bestuurd, wat vooral diende om een precedent te scheppen voor de dictaturen van Sulla, Julius Caesar en het tweede college van Driemannen. Door deze vier extra jaren traden Romes eerste consuls aan in het jaar dat wij 509 v.Chr. noemen, wat dus vier jaar te vroeg is.

    Het zegt iets over de integriteit van geschiedschrijvers als Titus Livius en Marcus Velleius Paterculus zich niet door de Varroniaanse chronologie lieten bedotten en vasthielden aan een ouder en volgens hen betrouwbaarder systeem. Ik zeg niet dat het grote intellectuele helden waren die de geschiedvorsing naar een nieuw niveau tilden, maar ze vertikten het hun vakkennis ondergeschikt te maken aan wat politiek opportuun was. Alle lof dus voor Livius en Paterculus, die op hun manier lieten merken dat ze wisten wie Augustus was: een militair potentaat, ongeïnteresseerd in waarheid.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Inscripties uit Arabië

    augustus 23, 2022
    Paestum

    december 16, 2023
    Messias en Mensenzoon

    juni 30, 2024 Deel dit: #Augustus #FastiCapitolini #ForumRomanum #KleopatraVIIFilopator #Livia #LouisCouperus #MarcusAntonius #MarcusTerentiusVarro #MarcusVelleiusPaterculus #Octavianus #ParthischeRijk #Rome #slagBijCarrhae #Tiberius #TitusLivius #triomfboog #VarroniaanseChronologie #zeeslagBijAktion
  2. De laatste jaren van Julius Caesar (1)

    Julius Caesar (Altes Museum, Berlijn)

    Een paar maanden geleden rondde ik de reeks over Julius Caesar af, en verschillende mensen suggereerden me er een boek van te maken. De substantie van het boek was immers daar. Ik aarzelde. De gimmick van die blogreeks was dat ze “in real time” was en in een boek zou die meerwaarde wegvallen. Desondanks  besloot ik een boek te wijden aan de laatste jaren van Julius Caesar. Zo gaat het ook heten: De laatste jaren van Julius Caesar. Dat is de werktitel althans. De ondertitel is Het ontstaan van een Mediterraan wereldrijk (zie de Lex Roscia voor uitleg).

    Maar het heeft even geduurd voor ik wist hoe ik een boek kon schrijven dat niet overbodig zou zijn. Er zijn immers al genoeg boeken over Caesar. Ook over de burgeroorlog die hij ontketende, is meer dan voldoende gepubliceerd. En zeker niet door de geringste auteurs! De grote bouwmeesters waren het wetenschappelijke team van Napoleon III, en verder Theodor Mommsen en Ronald Syme. Waar grote bouwmeesters de hoofdlijnen schetsen, is werk voor metselaars en timmerlieden, die ik hier niet allemaal zal opsommen maar die eigenlijk alles hebben gezegd wat er te zeggen valt.

    Het wetenschappelijk proces

    Het is de taak van de wetenschapscommunicatie het publiek te brengen in een staat van vertrouwdheid met het wetenschappelijk proces: aanwijzen wat de bouwmeesters en hun werklieden willen bereiken en tonen hoe ze komen tot hun resultaten. Dus: wat willen historici? Antwoord: een verklaring geven voor wat is gebeurd in het verleden. Hoe doen ze dat? Antwoord: door alle mogelijke data te verzamelen, te analyseren en te interpreteren. Ik denk dat ik voor die taak inmiddels een vorm heb gevonden. Ik kan die het beste uitleggen aan de hand van een voorbeeld.

    De geschiedenisboeken die ik erop heb nageslagen, hebben min of meer dezelfde, didactisch verantwoorde structuur: Caesar komt ergens aan (bijvoorbeeld in Alexandrië), de auteur weidt uit over de situatie ter plekke (in dit geval een burgeroorlog tussen Ptolemaios XIII en zijn zus Kleopatra VII Filopator met een tienjarige voorgeschiedenis), vertelt vervolgens wat Caesar deed (Ptolemaios verslaan) en beschrijft hoe Caesar de situatie naar zijn hand zette (Kleopatra als vazalvorst). Daarna vertrekt Caesar, op weg naar nieuwe veroveringen.

    Caesar op weg naar nieuwe veroveringen

    Causaliteit

    Deze vorm is prima, maar heeft een nadeel. Caesar is in deze presentatie degene die arriveert, analyseert en afrondt; hij is de man die komt, ziet en overwint. Het is “grotemannengeschiedenis”, en het probleem daarmee is niet dat sommige “grote mannen” vrouwen waren, maar dat de analyse zich beperkt tot individuen die de geschiedenis vorm geven. Dat is natuurlijk een simplistische, onwetenschappelijke visie op  historische causaliteit.

    Vanaf de achttiende eeuw ontstonden wetenschappelijke visies, waarin diepere processen centraal stonden. De discussie hierover vormt het hart van de geschiedwetenschap: zijn die diepere processen en structuren wel of niet op te vatten als een verzameling van een heleboel keuzes van individuen? (Antwoord: nee, die processen zijn niet herleidbaar tot individuele beslissingen of opinies of keuzes. Ze hebben een zelfstandige realiteit.) En kunnen zulke structuren en processen functioneren als oorzaak? (Antwoord: ja.) De aloude formulering waarop ik doorgaans terugval, d.w.z. dat individuen geschiedenis maken maar niet onder omstandigheden van hun keuze, is ruwweg adequaat maar niet helemaal.

    Daarover misschien een andere keer meer, maar voor het moment gaat het me erom dat een verhaal waarin alles draait om Caesar, didactisch weliswaar handig in elkaar zit, maar aanneemt wat moet worden bewezen: dat geschiedenis wordt “gemaakt” door een “grote man”. En dat is dus, pace Mommsen, te snel geconcludeerd. Mijn Caesarboek zal daarom niet Caesar volgen en de achtergrondinformatie presenteren in uitweidingen, maar zal zoveel mogelijk chronologisch zijn. Om bij het voorbeeld te blijven: als ik Caesars maandenlange verblijf in Egypte beschrijf, zal ik heen en weer springen naar Spanje, Rome, Kroatië en Pontus, waar op dat moment van alles gebeurde dat in andere boeken pas in uitweidingen wordt verteld als Caesar in die gebieden arriveert. Of helemaal nooit: de operaties in Kroatië worden, omdat Caesar er niet is geweest en er in zijn Aantekeningen bij de Burgeroorlog nauwelijks naar verwijst, simpelweg overgeslagen.

    Mijn boek

    Ik denk dat als ik het verhaal strikt chronologisch vertel, ik feitelijk een boek maak dat moedwillig onoverzichtelijk is. Alleen als ik alle gelijktijdige gebeurtenissen tegelijk toon, is duidelijk onder welke complexe omstandigheden Caesar en zijn tegenstanders hun beslissingen moesten nemen. Het voor mij uitdagende van dit boek is dat ik én de onoverzichtelijkheid van dat moment wil schetsen én een overzicht wil geven dat de lezers boeit.

    Dat is dus wat paradoxaal. Ik heb de afgelopen tijd wat lopen rommelen, maar denk inmiddels mijn draai gevonden te hebben. Mijn redactrice heeft een fors deel gelezen en gelooft erin. Over een maand gaan we eens kijken wanneer de deadline voor dit manuscript valt. Het moet een boek worden dat enthousiasmeert voor de oudheidkunde. De hierboven afgebeelde groene Caesarbuste uit Berlijn zal overigens (dat weten we sinds gistermiddag) op het omslag komen van De laatste jaren van Julius Caesar.

    #DeLaatsteJarenVanJuliusCaesar #grotemannengeschiedenis #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LexRoscia #NapoleonIII #PtolemaiosXIII #RonaldSyme #TheodorMommsen #verklaring
  3. Het huis van Massinissa

    Stamboom van het huis van Massinissa (klik=groot)

    Het bovenstaande plaatje wilde ik al een tijdje hebben en ik ben blij dat Kees Huyser het voor me heeft gemaakt. (Dank je wel Kees!) Zoals u ziet is het een stamboom, meer precies die van het huis van Massinissa, die rond 203/202 door de Romeinen werd erkend als koning van Numidië – zeg maar het huidige Algerije.

    Hij was niet de eerste koning in de regio: zijn vader Gaïa heerste al over de oostelijke Numidiërs, die bekendstaan als de Massyliërs. Een andere koning, Syfax, heerste over de Masaeisyliërs in het westen, verenigde beide rijken en werd vervolgens verdreven door Massinissa. Met Romeinse steun regeerde hij een halve eeuw en zou zijn koninkrijk hebben opgestoten in de vaart der volken. Dat lezen we althans bij de Griekse geschiedschrijver Polybios, die verrast zal zijn geweest door de Numidische macht rond het midden van de tweede eeuw, maar niet wist hoe sterk het rijk al in de derde eeuw was geweest. We hebben Massinissa’s portret op munten, maar ik heb nooit een echt helder exemplaar gevonden, dus we moeten het doen met het onderstaande plaatje.

    Massinissa (Musée de Cirta, Constantine)

    Massinissa werd opgevolgd door drie zonen. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus vertelt over hun taakverdeling:

    Aan Mikipsa, de oudste en een vredelievend man, kende hij de stad Cirta en het daar gelegen koninklijk paleis toe. Gulussa, een man met een strijdlustig karakter en de op één na oudste, benoemde hij tot hoofd van de zaken die betrekking hadden op vrede en oorlog. Mastanabal, de jongste, die bedreven was in de wet, werd aangesteld als rechter om geschillen tussen hun onderdanen te beslechten.noot Appianus, Punische Oorlogen 106.

    Mikipsa zou het langst leven en voedde in zijn paleis in Cirta zijn neven Gauda en Jugurtha op. De laatste – een schoonzoon van de koning van een koning uit Mauretanië, het huidige Marokko – schakelde na 118 zijn neven Adherbal en Hiempsal I uit, overspeelde zijn hand door een neef te vermoorden in Rome, en belandde in een slepende oorlog met Rome. Die verloor hij, maar het zou interessant zijn geweest als we ook zijn kant van het verhaal kenden; onze voornaamste bron, de Romeinse auteur Gaius Sallustius Crispus, doet weinig om te verklaren waarom een vorst uit een traditioneel pro-Romeinse dynastie zich tegen Rome keerde.

    Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

    In elk geval: Jugurtha’s broer Gauda volgde hem op. Op hem volgden Hiempsal II (r.88-60) en Juba I. De laatste raakte betrokken in de Tweede Burgeroorlog en koos partij voor de Senaat. Niet zonder reden, want zoals gezegd hechtte de dynastie traditioneel aan goede banden met het Romeinse gezag. Strijdend voor de Senaat schakelde Juba een van de opstandige legers, gecommandeerd door Gaius Scribonius Curio uit. Niet veel later arriveerde een andere opstandeling, Julius Caesar, die Juba en de senatoriële troepen in de Maghreb versloeg bij Thapsus.

    Vervolgens veroverde hij de Numidische hoofdstad Cirta, waar hij Sallustius tot gouverneur benoemde van oostelijk, Massylisch Numidië. Caesar wees westelijk, Masaesylisch Numidië toe aan de koningen van Mauretanië, zeg maar het huidige Marokko. Deze twee vorsten, Bogud en Bocchus II, beantwoordden Caesars geste door hem te steunen in de slotfase van de Tweede Burgeroorlog, die werd uitgevochten bij Munda in Andalusië.

    Kleopatra Selene (Nieuwe museum, Cherchell)

    Voor het vervolg moeten we even naar Rome, waar Julius Caesar werd vermoord. In de Derde Burgeroorlog (43-42 v.Chr.) schakelden zijn aanhangers de moordenaars uit en in de Vierde Burgeroorlog (32-30) schakelde Caesars adoptiefzoon Octavianus Caesars rechterhand Marcus Antonius uit. Die was inmiddels getrouwd met koningin Kleopatra VII Filopator van Egypte. Ook al verloor dit echtpaar de oorlog, hun kinderen waren wel prinsen van den bloede en verdienden een net huwelijk. En dus trouwde Kleopatra Selene met Juba II, de zoon van Juba I.

    Ptolemaios van Mauretania (Metropolitan Museum, New York)

    De tweede Juba was inmiddels koning van Mauretanië, waar Caesars bondgenoten Bogud en Bochus inmiddels niet meer in leven waren. Juba heeft een boek geschreven over de geschiedenis en topografie van het land waar hij werd geparachuteerd: Marokko en het westen van Algerije. Juba’s graf is bij Tipasa in Algerije; hij is opgevolgd door zijn zoon Ptolemaios van Mauretanië. Die werd uiteindelijk door keizer Caligula uit de weg geruimd, waarop de annexatie van Mauretanië volgde. Met Ptolemaios eindigt de dynastie die we vanaf Massinissa’s vader Gaïa kunnen volgen.

    #Adherbal #Appianus #BochusII #Bogud #Cirta #Gaïa #GaiusSallustiusCrispus #GaiusScriboniusCurio #Gauda #Gulussa #HiempsalI #HiempsalII #JubaI #JubaII #Jugurtha #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #MarcusAntonius #Masaeisyliërs #Massinissa #Massyliërs #Mastanabal #Mauretanië #Mikipsa #Numidië #Octavianus #Polybios #PtolemaiosVanMauretanië #Syfax #Thapsus #TweedeBurgeroorlog
  4. Caesars erfgenaam: Octavianus

    Een jonge Octavianus (Metropolitan Museum of Art, New York)

    Ik schreef eerder dat we weinig wisten over Caesars echtgenote Calpurnia, die na de moordaanslag vrij snel uit beeld verdwijnt. Ze nam het lichaam van haar man nog in ontvangst en droeg diens archief over aan Marcus Antonius. Meer vernemen we niet.

    Heel misschien hebben we echter een indirecte aanwijzing. Suetonius vertelt namelijk dat het testament van Julius Caesar op verzoek van diens schoonvader Lucius Calpurnius Piso werd geopend en voorgelezen in het huis van Marcus Antonius. Dat is wonderlijk, want zoiets intiems als het afhandelen van iemands laatste wil deed je liever in huiselijke kring. Bovendien woonde Caesar, als hogepriester, naast de tempel van de Vestaalse Maagden, die de akte hadden bewaard. Het zou veel logischer zijn geweest het testament bij Calpurnia thuis te openen, maar haar vader besloot anders. Het is denkbaar dat hij zijn dochter in de luwte wilde houden omdat zij, zoals je verwachten zou, compleet van de kaart was. Die vaderlijke liefde en die echtelijke genegenheid zijn ontroerende details in een geschiedverhaal waarin voor ontroering weinig plek is.

    De aanwezigen verbraken de zegels van het testament op 18 maart 44 v.Chr., drie dagen nadat Caesar was vermoord, vandaag 2069 jaar geleden. Het was de dag waarop hij had zullen vertrekken naar de al een half jaar voorbereide oorlog tegen de Parthen. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio vertelt:

    Vervolgens werd Caesars testament voorgelezen en zo kwam het volk te weten dat hij Octavianus als zoon had geadopteerd en Marcus Antonius, samen met Decimus Junius Brutus en enkele andere samenzweerders, tot voogd over hem had aangesteld, en tevens tot zijn erfgenamen had benoemd voor het geval Octavianus de erfenis niet zou kunnen aanvaarden. Verder bleek dat Caesar niet alleen iets had nagelaten aan een aantal privépersonen, maar dat hij ook zijn park aan de Tiber aan de stad had vermaakt. Toen bovendien bekend werd dat elke burger, volgens Octavianus’ memoires, 120 sestertiën kreeg, 300 volgens andere bronnen, leidde dit tot opstootjes.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.35; vert. Gé de Vries.

    Het “park aan de Tiber” was de villa waar Kleopatra op dat moment woonde. Ze zal nog wel even in het complex hebben verbleven. Je zet niet zomaar een koningin uit haar paleis, ook als je het zojuist blijkt te hebben geërfd, ook als je de stad Rome bent. Ergens in april of mei, toen het vaarseizoen gunstig was, zal Kleopatra echter naar Alexandrië zijn teruggekeerd. In Rome had zij niets meer te zoeken nu haar beschermheer was overleden. Trouwens, haar zoon Caesarion was in die stad zijn leven niet zeker.

    Interessanter dan een Egyptische koningin, die voor de Romeinse politici alweer nieuws-van-gisteren was, was de geadopteerde zoon van Julius Caesar. We kwamen hem vorig jaar al tegen tijdens Caesars Spaanse campagne. Octavianus heette eigenlijk Octavius maar heette voortaan, door adoptie, Gaius Julius Caesar. Een naam met magie, die er al snel voor zou zorgen dat hij de beschikking kreeg over een eigen leger, bestaand uit veteranen van Caesar Senior. Ik heb al vaker verteld dat Caesar Junior ofwel Octavianus ofwel keizer Augustus zichzelf nooit, geen dag zelfs, heeft aangeduid als “Gaius Julius Caesar Octavianus” ofwel “de Gaius Julius Caesar uit de familie Octavius”.

    Dat gezegd zijnde: de jongeman, die in maart 44 v.Chr. nog in Apollonia (in het huidige Albanië) was bij het leger dat Julius Caesar vooruit had gestuurd voor de campagne tegen de Daciërs en de Parthen, had een grootse toekomst. Maar voor het moment was hij – althans voor Marcus Antonius – een quantité négligeable.

    [Wordt overmorgen vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #ApolloniaBijEpidamnos #Calpurnia #CassiusDio #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCalpurniusPiso #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Octavianus #PtolemaiosXVCaesarion #Suetonius #VestaalseMaagden
  5. Marcus Antonius in actie

    Marcus Antonius (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

    Het was 16 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden, in een jaar dat was begonnen met Julius Caesar en Marcus Antonius als consuls, en dat sinds de moord op eerstgenoemde alleen nog laatstgenoemde had als consul.

    Het proces waarmee antieke informatie tot ons is gekomen, is niet goed geweest voor de reputatie Marcus Antonius. Om te beginnen haalde Cicero hem door het slijk, vervolgens Octavianus. Die twee hebben nogal wat invloed gehad: eerst op de Romeinse en Griekse bronnen en via die teksten op de latere geschiedschrijving. Eeuwenlang hebben geschiedschrijvers dus nogal negatief over Marcus Antonius geoordeeld. Toen in de achttiende eeuw tragische liefdesverhalen in de mode kwamen, werd hij gereduceerd tot geliefde van Kleopatra. De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was en dat hij er in de weken na de moord op Caesar in slaagde een burgeroorlog te vermijden. Hij had uiteindelijk de pech dat Octavianus opdook – maar dat is een ander verhaal.

    Onderhandelingen

    Op die 16e maart vertegenwoordigde Marcus Antonius het wettelijk gezag, dat van alle kanten onder druk stond. Van de moordenaars op het Capitool, om te beginnen, en van Dolabella, die claimde consul te zijn. Verder waren er de veteranen, die wilden dat Caesars toezegging dat ze land zouden krijgen, zou worden nageleefd. Tot slot van Lepidus, die in de vroege ochtend op het Forum Romanum een toespraak hield waarin hij de moord veroordeelde.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Cassius Dio is vernietigend in zijn oordeel.

    Lepidus wilde zogenaamd Caesar wreken, maar was in werkelijkheid uit op burgeroorlog. En omdat hij enkele legioenen onder zich had, was hij ervan overtuigd Caesars machtspositie te kunnen overnemen en zo aan de macht te komen. Om dat te bereiken was hij bereid een oorlog te beginnen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.34; vert. Gé de Vries.

    Lepidus stond inderdaad sterk. Hij behoorde tot Caesars inner circle – het diner op 14 maart was in zijn huis geweest – en hij had een goed netwerk, terwijl zijn leger Rome beheerste. Dat wil echter niet zeggen dat Marcus Antonius zwak stond. Er waren voldoende veteranen in de stad die wisten dat hij Caesar in Dyrrhachion had gered en die hem vertrouwden. Zeker niet allemaal, maar hij beschikte over eigen soldaten én de officiële ordediensten. En ook hij had een netwerk, waaronder bijvoorbeeld Aulus Hirtius was, door Caesar aangewezen als consul voor het jaar 43, en Lucius Cornelius Balbus, Caesars secretaris.

    Bovendien had Marcus Antonius, als hoofd van de staat, wisselgeld te bieden. In ruil voor het hogepriesterschap, dat met de dood van Caesar was vrijgekomen, stemde Lepidus ermee in de wraak op de moordenaars nog even uit te stellen. Door Dolabella te erkennen als mede-consul, kon Marcus Antonius ook hem voor zich winnen. De consul moet ook overlegd hebben met Cicero. In de loop van die 16e maart wist hij consensus te scheppen over een compromis.

    Brutus

    De samenzweerders waren minder initiatiefrijk. Een maand na de gebeurtenissen herinnerde Cicero eraan wat ze hadden behoren te doen: een Senaatsvergadering beleggen in de tempel van Jupiter op het Capitool.noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.10. In plaats van zo het initiatief te grijpen, hadden de moordenaars het aan Marcus Antonius overgelaten. Wel kwam Marcus Junius Brutus die dag met een groep gladiatoren en bewapende slaven van het Capitool naar beneden. Ergens op de oostelijke helling hield hij een toespraak, die volgens Nikolaos van Damascus was bedoeld om de publieke opinie te testen. Werden ze gezien als bevrijders die een tirannie hadden beëindigd, of als moordenaars?

    Er heerste een diepe stilte vanwege de ongewone aard van de situatie. De geesten van de mensen waren verward. Iedereen verwachtte dat iemand in deze crisis een stoutmoedige zet zou doen die richting zou gaan geven aan de revolutie. Terwijl het volk in afwachting was op wat zou gaan gebeuren, hield Brutus (die zijn hele leven geëerd was geweest vanwege zijn discretie, vanwege de roem van zijn voorouders en vanwege de hem toegeschreven eerlijkheid) een toespraak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 100.

    Helaas breekt Nikolaos’ verslag, het oudste dat we hebben, juist op dit punt af, maar we weten dat het publiek niet enthousiast reageerde. Logisch: op het Forum lagen de troepen van Lepidus, die weliswaar zullen hebben gehoord dat ze hun wraak moesten uitstellen tot het hun commandant beter uitkwam, maar die daarom niet minder kwaad waren. Vermoedelijk was Brutus, als redenaar, die dag echter ook niet op z’n best. Dat weten we omdat hij enkele weken later aan Cicero vroeg om commentaar op zijn redevoering. Diens oordeel is overgeleverd.

    Onze vriend Brutus heeft me de toespraak gestuurd die hij heeft gehouden in de vergadering op het Capitool, en hij vroeg me om die, zonder rekening te houden met zijn gevoelens, voor publicatie te corrigeren. Het is, mag ik wel zeggen, een toespraak die perfect aan de emoties appelleert en die in taalgebruik niet valt te overtreffen. Maar toch, als ik die zaak had moeten behandelen, had ik met meer vuur geschreven.noot Cicero, Brieven aan Atticus 15.1.

    Het einde van de impasse

    De zon was al ondergegaan toen aan de impasse een einde kwam. Marcus Antonius deed de eerste, stoutmoedige zet. Hij had in de voorgaande uren met Hirtius, Balbus, Lepidus, Dolabella en Cicero gesproken en liet de senatoren weten dat de Senaat de volgende dag zou vergaderen in de tempel van Tellus.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Dit was toevallig vlakbij zijn eigen huis.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.126. Mocht u willen waar die tempel stond: bij het huidige metrostation Colosseo.

    [Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AulusHirtius #Cicero #consul #hogepriesterschap #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCorneliusBalbusMaior #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #NikolaosVanDamascus #Octavianus #PubliusCorneliusDolabella
  6. De moord op Julius Caesar (2): de situatie

    De samenzweerders hoopten Caesar bij een verkiezingsbrug als deze te doden (© American Numismatic Society)

    Vandaag is het 2069 jaar geleden dat moordenaars afrekenden met Julius Caesar en een nieuwe ronde burgeroorlogen ontketenden. Die vijftiende maart 44 v.Chr. geldt als de dag uit de oude geschiedenis waarover we het beste zijn geïnformeerd. Ik ga u meenemen, van uur tot uur. Maar eerst nog even een zeer korte situatiebepaling.

    Het dilemma van Julius Caesar

    Om te beginnen: Julius Caesar had in de Tweede Burgeroorlog de officiële legers van de Romeinse republiek verslagen. Er waren nog verzetshaarden in Iberië en Syrië, maar die zouden vroeg of laat wel doven. Caesars feitelijke probleem was dat zijn macht, gebaseerd op het vernieuwde leger en een netwerk van partijgangers, te groot was om nog te passen in welke vorm van republikeins bestuur ook. Tegelijk wilde hij het imperium wel laten functioneren. Daartoe nam hij hervormingsmaatregelen en stelde hij zich verzoenend op tegenover zijn tegenstanders, waaronder competente bestuurders waren die bereid waren het nieuwe regime te aanvaarden.

    Er waren geruchten – in onze bronnen ook nadrukkelijk gepresenteerd als geruchten – dat Caesar verlangde naar de koninklijke waardigheid. De aanleiding zou kunnen zijn geweest dat hij koninginnen, Kleopatra van Egypte en Eunoë van Mauretanië, als maîtresses had. Ik vermoed dat het inderdaad slechts geruchten waren, want Caesars macht was vele malen groter dan die van de koningen van zijn tijd. In 44 v.Chr. heeft hij daarentegen zeker gekozen voor de permanente dictatuur als de vorm waarin hij zijn alleenheerschappij wilde gieten.

    Tegelijk nam hij zich voor om Rome te verlaten voor een oorlog tegen de Daciërs en de Parthen, waarbij hij ook Syrië tot rust wilde brengen. Ter voorbereiding had hij de legioenen marsorders gegeven en magistraten aangewezen voor de komende drie jaar. Op zich een poging tot stabiel bestuur, maar veel senatoren achtten dat bedreigend. Tot dan toe had het erop geleken dat zijn uitzonderlijke positie tijdelijk was, maar de combinatie van permanente dictatuur en afwezigheid uit Rome suggereerde dat de republiek nooit meer hersteld zou worden.

    Moordplannen

    Twee groepen samenzweerders, de ene geleid door Gaius Trebonius en de andere door Gaius Cassius Longinus, hadden samen met Marcus Junius Brutus (het respectabele “gezicht” van de moordenaars) geconcludeerd dat de dictator moest sterven. Caesars biograaf Suetonius weet daar meer van.

    Eerst aarzelden de samenzweerders of zij twee groepen zouden vormen, zodat op het Marsveld, wanneer Caesar bij de verkiezingen de kiezers naar de stembus riep, de ene groep hem van de brug af zou kunnen werpen en de andere hem zou opvangen en doden, of dat ze hem zouden aanvallen hetzij op de Via Sacra hetzij bij de ingang van het theater. Maar toen er een Senaatszitting werd uitgeschreven voor de Iden van maart in het Senaatsgebouw van Pompeius, gaven zij zonder bedenken aan die gelegenheid en plaats de voorkeur.noot Suetonius, Caesar 80; vert. Daan den Hengst.

    De genoemde brug zorgde ervoor dat iemand ongehinderd zijn stem kon uitbrengen; zie de foto hierboven. De plek was symbolisch: door Caesar hier te doden, maakten de samenzweerders duidelijk te strijden voor een eerlijk politiek leven. Het nadeel was dat er veel mensen zouden zijn die met de dictator sympathiseerden. Dat nadeel was er niet in de door Pompeius gebouwde Senaatsgebouw.

    Wordt om 9:30 vervolgd.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #aanleiding #CampusMartius #dictator #Eunoë #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #MarcusJuniusBrutus #Marsveld #Suetonius
  7. Brutus en Cassius en de anderen

    Dit portret in het Louvre zou Cassius kunnen voorstellen, de voornaamste samenzweerder tegen Julius Caesar, al is ook Corbulo geopperd.

    Ik beschreef gisteren hoe er twee netwerken waren van ontevreden senatoren. De groep rond Gaius Trebonius kunnen we typeren als aanhangers van Caesar. Zij zouden, als ze zich keerden tegen hun leider, hun weldoener verraden en dat was oneervol. Om die reden gromden zij ontevreden maar hielden ze zich rustig. Even ontevreden was de groep rond Gaius Cassius Longinus, die bestond uit mannen die ooit hadden gestreden voor de Senaat maar had ingezien dat verder verzet geen doel meer diende. In elk geval de eigen carrière niet.

    Er circuleerden allerlei verontrustende geruchten. Caesar zou koning willen worden! Had hij geen relatie gehad met koningin Eunoë van Mauretanië? Was zijn andere minnares, koningin Kleopatra van Egypte, niet in Rome? Waren dat zijn voorbeelden niet? Wilde hij niet de hoofdstad verplaatsen naar Alexandrië? Verontrustend allemaal, zeker, maar geen van beide groepen lijkt tot actie te hebben willen overgaan.

    Caesars aankondiging dat hij dictator perpetuo zou zijn, “permanent dictator”, overtuigde Cassius er echter van dat Caesar vermoord moest worden. “In Cassius’ natuur,” luidt Ploutarchos’ niet geheel overtuigende verklaring, “bestond van meet af aan vijandschap en haat tegen alle tirannie.”noot Ploutarchos, Brutus 9; vert. Hetty van Rooijen. Als Caesar op 18 maart zou vertrekken naar het oosten, om daar de Parthen te bestrijden, was er geen enkele kans meer dat de republiek ooit hersteld zou worden.

    Cassius versus Brutus

    Cassius herkende echter wel de moeilijkheden. In de eerste plaats: hij moest samenwerken met de aanhangers van Caesar, omdat zij wisten waar Caesar wanneer zou zijn. In de tweede plaats: de samenzwering moest een leider hebben van onbesproken gedrag en groot moreel gezag. Alleen zo viel na afloop de publieke opinie te overtuigen dat de moord noodzakelijk was geweest. In de derde plaats: zo’n leider was er – het was Brutus – maar met hem had Cassius nu net ruzie.

    Beide mannen hadden namelijk in 45 v.Chr. gedongen naar het ambt van praetor urbanus, en Brutus had deze voorname juridische functie verworven. Dat zat Cassius niet lekker, maar hij zette zich over zijn bezwaren heen. Het zal hebben geholpen dat Cassius was getrouwd met Brutus’ zus Junia, maar over haar rol is minder bekend dan we zouden willen weten.

    Cassius en Brutus

    Dankzij Ploutarchos’ Brutus weten we hoe het eerste gesprek verliep.

    Nadat ze zich verzoend hadden en weer vrienden waren geworden, vroeg Cassius Brutus of hij van plan was op 1 maart de Senaatszitting bij te wonen. Hij had namelijk gehoord, zo zei hij, dat Caesars vrienden dan met een voorstel zouden komen om hem koning te maken.noot Ploutarchos, Brutus 10; vert. Hetty van Rooijen.

    Brutus antwoordde dat hij het gerucht kende – na het incident met de diadeem op het standbeeld was het moeilijk geen vermoedens te hebben – en dat dit voornemen hem verontrustte. Daarop attendeerde Cassius zijn gespreksgenoot op de affiches die Brutus in de stad gezien moest hebben. Allerlei voorname of in elk geval geletterde mensen riepen Brutus daarin op te leven zoals zijn voorvader, die vijf eeuwen eerder de laatste koning uit Rome had verjaagd. Brutus, die begreep dat er al plannen waren, sloot zich nu aan bij de samenzwering.

    Caesar, eeuwig dictator (Akademisches Kunstmuseum, Bonn)

    Wat wist Caesar?

    Het staat vast dat Caesar op de hoogte was. Ik citeerde al de woorden van Suetonius dat hij per edict liet weten dat hij wist van de plannen en ik wees er ook al op dat hij meermalen zijn mening gaf dat zijn dood alleen maar zou leiden tot een catastrofe zonder weerga. We weten dat ook Marcus Antonius en een aanstormend talent genaamd Publius Cornelius Dolabella verzet overwogen.

    Eens, toen Caesar verteld werd dat Antonius en Dolabella revolutionaire plannen hadden, zei hij dat die dikke en langharige kerels hem geen zorg baarden, maar wel die bleke en magere, waarmee hij doelde op Brutus en Cassius.noot Ploutarchos, Brutus 8; vert. Hetty van Rooijen.

    Desondanks ontbond Caesar zijn Spaanse lijfwacht. Hij had immers van de Senaat een eed van trouw gekregen, vertrouwde erop dat iedereen voldoende gezond verstand had om te weten dat moord niets zou oplossen, en betoonde zich verder zo constitutioneel als onder de omstandigheden mogelijk was. Het koningschap was geen optie; als er überhaupt al waarheid heeft gescholen in het gerucht over een vergadering op 1 maart om hem die titel te geven, is die bijeenkomst niet doorgegaan.

    Het netwerk

    Ondertussen zochten Brutus, Cassius en Trebonius naar steun.

    Ze  peilden heimelijk bekende mannen die ze vertrouwden en betrokken die bij hun plan. Ze kozen niet alleen intieme vrienden, maar iedereen van wie ze de durf, moed en doodsverachting kenden. Daarom hielden ze hun plan verborgen voor Cicero. Ze kenden hem weliswaar als de betrouwbaarste en grootste voorstander van hun zaak, maar het ontbrak hem van nature aan durf en met de jaren had hij bovendien de behoedzaamheid van een oude man gekregen, zodat hij alles tot in  details berekende met het oog op de uiterste veiligheid. noot Ploutarchos, Brutus 12; vert. Hetty van Rooijen.

    Het netwerk groeide. Oude aanhangers van Caesar voelden zich, nu Brutus meedeed, vrij mee te doen. Behalve Gaius Trebonius waren dat Decimus Junius Brutus, Lucius Tillius Cimber, de twee broers Servilius Casca en nog anderen. Daarnaast waren er de oude tegenstanders van Caesar, zoals Brutus en Cassius en Porcia. En tot slot waren er opportunisten, zoals de Quintus Ligarius over wie ik het al eens had.

    Ondanks aller hulp had het complot ook tot niets kunnen leiden. Weliswaar broeide het in de stad en was menigeen op de hoogte, maar de meeste senatoren zaten niet in het complot. Caesar mocht erop hopen dat iedereen zou begrijpen dat een moord alleen maar zou leiden tot nieuwe burgeroorlogen. Het was dus nog steeds mogelijk dat Caesar, zoals hij van plan was, kon afreizen naar het oosten en de gevaarlijke situatie in Rome achter zich zou laten.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #DecimusJuniusBrutus #dictator #Eunoë #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusTilliusCimber #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Porcia #praetorUrbanus #PubliusCorneliusDolabella #QuintusLigarius #ServiliusCasca #Suetonius
  8. Wat is een diadeem?

    Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

    Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

    Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

    De exacte betekenis van deze diademen is onbekend, maar ze suggereren dat de dragers een soort bovenmenselijke status opeisten en het respect claimden dat ook aan de goden werd betoond. Deze uitleg wordt min of meer bevestigd door de eveneens door de Syracutaanse heersers gedragen Perzische gewaden, omdat in die tijd veel Grieken (ten onrechte) meenden dat de Perzische koning door zijn onderdanen werd beschouwd als god.

    De Macedonische diademen

    Soortgelijke diademen zijn bekend uit de koninklijke graven in Vergina (het antiek Aigai), waar de Macedonische koningen werden begraven. Het staat vast dat koning Filippos, de vader van Alexander, goddelijke eerbewijzen heeft gekregen. Hij werd zelfs isotheos genoemd, “godgelijk”. Dat is niet hetzelfde als “god”, maar het scheelt weinig.

    Nadat Alexander zijn tegenstander Darius III Codomannus had verslagen, en mogelijk eerder, droeg hij een diadeem. Het lijkt erop dat hij, als zoon van de god Ammon, hoorns had bevestigd aan zijn diadeem, zoals ook is te zien op zijn munten (zie boven). Enkele jaren later verleende hij enkele vertrouwde hovelingen het recht om eveneens een diadeem te dragen.

    Hellenistische diademen

    Vanaf nu was de diadeem, waarvan de uiteinden op de schouders vielen, een geaccepteerd symbool van koninklijke macht. We weten dat de Diadochen (de opvolgers van Alexander) zich als koning beschouwden vanaf het moment in 306 v.Chr. dat ze de diadeem aanvaardden. Andere heersers kopieerden het symbool, hoewel niet iedereen. We weten dat koning Kassandros van Macedonië en de koningen van Sparta de diadeem niet droegen, en dat op Sicilië ook koning Agathokles van Syracuse de diadeem weigerde. Niettemin was het object nu een gebruikelijk symbool van koninklijke macht, zoals te zien op Seleukische en Parthische munten en Sassanidische rotsreliëfs.

    Rotsreliëf met de investituur van de Sasanidische koning Ardašir, die van de god Ahuramazda een diadeem krijgt.

    De Ptolemaïsche heersers, die een faraonische gewoonte voortzetten, droegen een uraeus-slang op hun diadeem, boven het voorhoofd. Vanaf Ptolemaios IV Filopator (r.222-204) werd de Egyptische diadeem bovendien versierd met zonnestralen, wat lijkt te verwijzen naar het oude geloof dat de koning de beschermeling was van de zonnegod Ra.

    Ook in Judea was de diadeem bekend. We weten dat diverse messiaanse leiders zich tooiden met dit voorbeeld: Simon van Peraia en de herder Athronges bijvoorbeeld. De doornenkroon die de soldaten van Pontius Pilatus aan Jezus van Nazareth gaven, was een wrede parodie op de diadeem, al gebruiken de evangelisten niet het woord diadema maar stefanos, “krans”.

    Ptolemaios IV (Koninklijke bibliotheek, Brussel)

    Romeinse diademen, kransen en kronen

    In de Romeins Republiek, die rabiaat anti-koningschap was, was het dragen van een diadeem onacceptabel. Toen Marcus Antonius in februari 44 v.Chr. Julius Caesar een diadeem wilde ombinden, werd de bevolking boos, en de dictator beval het voorbeeld te wijden aan de oppergod Jupiter. Toen Marcus Antonius later, na zijn huwelijk met de Ptolemaïsche koningin Kleopatra VII, werd gezien met een diadeem, veroorzaakte het evenveel verontwaardiging.

    Diademen werden ook daarna vrijwel nooit gebruikt. Een keizer presenteerde zich altijd als een gewone senator, en alleen op religieuze festivals droeg hij een lauwheidskrans. Pas in de vierde eeuw, toen het keizerschap een wezenlijk ander karakter had gekregen, werden diademen met diamanten en parels symbolen van keizerlijke macht. Ze staan vanaf dan op verschillende goudstukken.

    De IJzeren Kroon

    Een allerlaatste voorbeeld is de beroemde IJzeren Kroon van de Langobarden: feitelijk een zilveren hoepel, bedekt met gouden platen die, net als de keizerlijke diadeem, waren versierd met diamanten en parels. De kronen van latere vorsten zijn deels hierdoor geïnspireerd, en deels door de Ptolemaïsche diadeem met zonnestralen.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Achaimeniden #Agathokles #AlexanderDeGrote #Ammon #Athronges #DariusIIICodomannus #diadeem #Diadochen #Diadoumenos #FilipposII #IJzerenKroon #JuliusCaesar #Kassandros #KleopatraVIIFilopator #koningschap #Langobarden #MarcusAntonius #ParthischeRijk #PolykleitosVanSikyon #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIVFilopator #Ra #RomeinsKeizerschap #Sassaniden #SassanidischeRotsreliëfs #SeleukidischeRijk #SeleukosINikator #SimonVanPeraia #Syracuse

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.