home.social

#2069jaargeleden — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #2069jaargeleden, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De terugkeer van de Valse Marius

    Munt met de komeet van de Divus Julius (Teylers Museum, Haarlem)

    Als ik de oude formule aanhaal met de namen van de consuls, namelijk Julius Caesar en Marcus Antonius, en als ik vertel dat we ons dus bevinden in het jaar 44 v.Chr., en als ik toevoeg dat het begin mei zal zijn geweest, dan weet u dat dit het laatste blogje moet zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dat is iets heel bijzonders.

    Maar eerst even terug naar de zogeheten “valse Marius”, waarover we het in augustus hebben gehad. Die avonturier had zich, toen Caesar in Spanje was, aangediend als achterneef van de dictator en had aanzienlijke steun weten te verwerven, zelfs binnen Caesars familie. Bij Caesars terugkeer was de man even luid toegejuicht als de zegevierende generaal, die hem uit Italië had weggestuurd. Ik constateerde al dat het een vorm van naïef positivisme is om het oordeel van de bronnen, dat de man een charlatan was, zomaar over te nemen. We weten het gewoon niet.

    De terugkeer van de Valse Marius

    Eind april, begin mei was hij terug in Rome. Appianus vertelt erover in de context van een groter verhaal, namelijk dat veel senatoren vreesden dat Marcus Antonius na het vertrek van diverse Caesar-moordenaars al te dominant aan het worden was. Terwijl de wrevel groeide, verscheen daar dus de Valse Marius.

    Hij had vreselijk veel verdriet over Caesars dood en bouwde een altaar op de plek waar diens brandstapel had gestaan. Daarnaast had hij een ploeg gewelddadige types om zich heen, met wie hij een voortdurende schrik was voor de moordenaars. Sommigen van hen waren al de stad uit gevlucht.noot Appianus, De Burgeroorlogen 3.2; vert; Gé de Vries.

    Het gerucht ging nu dat de Valse Marius, die volgens Appianus eigenlijk Amatius heette, een aanslag wilde plegen op samenzweerders die als ambtsdragers nog in de stad waren: Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus.

    Marcus Antonius maakte gebruik van deze praatjes; uit hoofde van zijn consulschap arresteerde hij Amatius en liet hem zonder vorm van proces brutaalweg terechtstellen. De senatoren stonden verbijsterd over dit verregaande, onwettige optreden, maar huichelden dat het noodzakelijk was, Zonder zulk brutaal optreden zouden Brutus en Cassius volgens hen immers niet veilig zijn.noot Appianus, De Burgeroorlogen 3.3; vert; Gé de Vries.

    Zo herwon Marcus Antonius, althans voor dit moment, de sympathie van de Senaat.

    Het altaar

    De rabauwen rond de Valse Marius waren echter woedend en wisten te bewerken de officiële magistraten het altaar inwijdden. Suetonius beschrijft het:

    Later richtte de menigte op het Forum een zuil van bijna twintig voet op uit één blok Numidisch marmer met daarin gebeiteld: “Aan de Vader des Vaderlands”. Nog lang nadien brachten zij bij deze zuil regelmatig offers, deden geloften en beslechtten er bepaalde geschillen door een eed af te leggen op de naam van Caesar.noot Suetonius, Caesar 3 84; vert. Daan den Hengst.

    Marcus Antonius liet de laatste aanhangers van de Valse Marius, als het slaven waren, aan het kruis slaan; vrije burgers liet hij vanaf de Tarpeïsche Rots naar beneden werpen.

    De Tarpeïsche Rots

    De erfenis van de Valse Marius was echter niet gering: op het Forum Romanum was nu een monument waar werd geofferd aan Caesar. Zoals ik al eerder aangaf, is het verhaal over de twee mannen die zorgden dat het stoffelijk overschot werd gecremeerd ter hoogte van de tempel van Castor en Pollux, wellicht een echo van een andere, eerdere poging Caesar te vergoddelijken.

    Komeet

    De Valse Marius was nog niet van het toneel verdwenen, of het werd duidelijk dat Caesar werkelijk ten hemel was gevaren. Voor de datum moeten we even kijken in China, in de Hou Hanshu (“Het boek van de Late Han”), waarover we het al eens eerder hebben gehad.

    In de vierde maand van het vijfde jaar van de regering van keizer Yuan [18 mei tot en met 16 juni] is in het noordwesten een komeet gezien. Die was rood-geel van kleur en ongeveer acht vingers lang. Na een paar dagen mat hij al tien vingers en wees hij naar het noordoosten. Hij bevond zich toen in het Huis van de Drie Sterren.noot Hou Hanshu 26.

    Dit laatste is wat wij de “gordel” van Orion noemen. Het is het eenentwintigste van de achtentwintig “huizen” waarin de oosterse astronomie de ecliptica verdeelt – voor elke dag van de maanmaand één. Dezelfde informatie – vierde maand, eenentwintigste huis – is ook te vinden in een Koreaanse kroniek. De Romeinen lijken de komeet iets later te hebben waargenomen, in juli, net toen Octavianus lijkspelen voor zijn adoptiefvader organiseerde. Dat was toeval, maar het kwam Octavianus goed uit, en toen hij later een autobiografie schreef, noteerde hij vol trots dat hij, omdat Caesar als komeet naar de hemel was geschoten, een ster liet aanbrengen op een beeld van Caesar dat hij oprichtte op het forum.noot Augustus, Autobiografie fragment 6 (ed. Malcovati). Dit is niet de tekst die bekendstaat als Res Gestae. Vermoedelijk betreft dit het cultusbeeld in de tempel voor Caesar.

    Julius Caesar met komeet (Musée des beaux-arts, Lyon)

    De Romeinen konden deze opvallende komeet onmogelijk niet zien en wisten: Caesar was onder de goden opgenomen. Twee jaar later erkenden de Romeinse religieuze autoriteiten Divus Julius, “de vergoddelijkte Julius Caesar”, als een van de goden van de staatscultus, maar de verering was dus aanzienlijk ouder.

    De vraag waarmee ik het blogje van vandaag begon, luidde wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was. Het antwoord is dat de Valse Marius hem tot god aan het maken was.

    Tot slot

    Hiermee is de reeks #RealTimeCaesar echt ten einde. Het was leuk om deze blogjes te maken. Een overzicht is hier. Ik heb onlangs op een mooie lentedag op Schokland met mijn uitgeefster gesproken over een idee van verschillende lezers van deze blog: om van deze reeks een boek te maken. De gimmick van het trage tijdverloop zal wegvallen, maar we denken dat er desondanks iets moois valt te maken van een boek over het ontstaan van het Mediterrane wereldrijk. Werktitel: Caesars laatste jaren.

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CaesarsLaatsteJaren #DivusJulius #GaiusCassiusLonginus #HanDynastie #HouHanshu #JuliusCaesar #Korea #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #naïefPositivisme #OrionSterrenbeeld #Suetonius #TarpeïscheRots #ValseMarius
  2. Wie was Julius Caesar? (3)

    Julius Caesar (Altes Museum, Berlijn)

    [De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” loopt ten einde. Het eerste deel van de slotevaluatie was hier.]

    Individu en proces

    Ik heb het verhaal van de Tweede Burgeroorlog verteld aan de hand van enkele individuen. Of beter: één “grote man” en een reeks bijfiguren. Voor deze vorm van grotemannengeschiedenis valt iets te zeggen. Je kunt er in elk geval 176 blogjes over schrijven en ik weet dat veel volgers van deze blog de nu ten einde lopende reeks hebben gewaardeerd.

    Historici hebben echter lang gediscussieerd over de vraag of geschiedenis wordt gemaakt door individuen, “grote mannen” dus, of door processen en structuren. Uiteraard valt er voor allebei iets te zeggen en dat is ook nu het geval. De processen waarmee de monarchie zou ontstaan, bestonden al vóór Caesar. Niet dat de monarchie onvermijdelijk was, maar de processen liepen, om zo te zeggen, in een zekere richting.

    Ceteris paribus zou de partij winnen met de meeste soldaten, en dat zou de partij zijn die het burgerrecht het kwistigst uitdeelde. En degene die won, zou een autocratie stichten: controlerende machten als de Volksvergadering en de Senaat waren dan immers gebroken. De nieuwe autocratie zou zijn gebaseerd op soldaten uit de provincie, en in die zin was de monarchie, met een woord van de Britse oudhistoricus Ronald Syme, de wraak van het imperium.

    De Lex Roscia was beslissend. Daarmee kreeg Julius Caesar de meeste soldaten en daardoor behaalde hij de overwinning. Niet dat Caesar heeft geweten dat hij daarmee een beslissing nam over de toekomst van het Mediterrane wereldrijk. Voor hem was de Lex Roscia slechts een middel om een onmiddellijke militaire crisis op te lossen. Maar hij zette de stap.

    Wie was Julius Caesar?

    Tegelijkertijd: terwijl de processen deze kant op liepen, waren er momenten waarop individuele keuzes verschil maakten. Caesar had om het leven kunnen komen in Alexandrië. Het heeft er bij Munda om gespannen. En hij had ook de aanslag in Rome kunnen overleven. De monarchie zou dan op een andere manier zijn gegroeid.

    Wat Caesars eigen rol was? Ik denk dat we die het meeste zien in zijn bestuursmaatregelen. Hij wilde kunnen besturen, was rusteloos in zijn wetgevende activiteit en was bereid tot hervormingen. Een Pompeius zou dat waarschijnlijk ook hebben gedaan – ook hij was een creatief bestuurder.

    Vervalste munt uit 46 v.Chr.: bewijs voor de economische problemen (Münzkabinett, Dresden)

    Uiteindelijk faalde Caesar. Het is een misverstand dat hij vrede schiep, want op het Iberische Schiereiland en in Syrië waren nog steeds verzetshaarden. De bevolking leed onder enorme fiscale en financiële problemen. Hij deed echter zijn best om een bestuursvorm te vinden die voor iedereen aanvaardbaar was. Daarbij nam de dictator enorme risico’s: hij ontsloeg zijn lijfwacht en weigerde, toen hij wist van de samenzwering, meer te doen dan te zeggen dat hij ervan wist. Zijn permanente dictatuur mocht niet berusten op een systeem van verklikkers en informanten.

    Maar hij kon het wantrouwen niet wegnemen en hij werd vermoord. De misdaden waarmee hij zijn regime had gevestigd, waren niet vergeten en de republikeinse sentimenten waren te sterk. Veel van zijn hervormingen bleven staan, maar na de dood van de militaire potentaat resteerden alleen nog nieuwe burgeroorlogen.

    [Er is nog één stukje over Julius Caesar, een coda. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #grotemannengeschiedenis #individuEnProces #JuliusCaesar #LexRoscia #monarchie #RonaldSyme #TweedeBurgeroorlog #volksvergadering
  3. Wie was Julius Caesar? (2)

    Gem met portret van Julius Caesar (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

    [Tweede deel van de evaluatie aan het einde van mijn reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het eerste deel was hier.]

    Persoonlijkheidscultus

    Ik noemde in het vorige blogje het Forum van Caesar. Dat is te lezen als een monument voor de autocratie, maar dat is niet het hele verhaal. Het was althans niet uniek. Machtige tijdgenoten richtten wel vaker zulke monumenten voor zichzelf op, zoals het theater dat Pompeius bouwde. Dat Julius Caesar de godin Venus adopteerde als stammoeder, was in zijn kringen ook de gewoonste zaak van de wereld. Ruim anderhalve eeuw eerder had Scipio Africanus al beweerd een lijntje te hebben met de goden.

    Het is ook opvallend dat het vooral de senatoren zijn geweest die Julius Caesar het ene eerbewijs na het andere toekenden. Ploutarchos constateert dat de eerste daarvan, voorgesteld door Cicero, nog wel een zekere betekenis hadden, maar dat het doorsloeg.noot Ploutarchos, Caesar 57. Vaak denken we dat de Romeinen heel krijgszuchtig waren, zoals de Grieken artistiek zouden zijn geweest, de Perzen wreed, en de Feniciërs eeuwige koopvaarders. Die clichés zijn handig voor een eerste kennismaking, maar als je voor de Romeinen een cliché zoekt dat een karaktertrek benoemt die echt correct is, dan zou ik zeggen dat ze de ergste hielenlikkers uit de wereldgeschiedenis zijn geweest. De dictator heeft een paar eerbewijzen afgeslagen en je bent geneigd te denken dat de stroopsmeerderij zelfs Caesar te gortig werd.

    Het koningschap

    Wat veel over hem zegt, is zijn consequente weigering zichzelf te presenteren als koning. Hij kon boos worden als erop werd gezinspeeld, al deed hij het ook wel af met een grapje. Suetonius vermeldt dat toen mensen hem eens aanspraken als koning, rex, zijn laconieke antwoord was dat hij Caesar heette en geen Rex, pretenderend dat mensen de bijnaam van zijn overgrootvader hadden gebruikt.noot Suetonius, Caesar 79.

    Maar hij was aan het einde van zijn leven natuurlijk alleenheerser en toen Suetonius die anekdote opschreef, was “Caesar” als titel heel wat voornamer dan “rex”. Misschien was dat de reden waarom Suetonius de anekdote noteerde: ze kon gelden als voorteken.

    Ook Cicero schoof Caesar in de schoenen dat hij koning wilde zijn: “hij wilde koning zijn en werd het”.noot Cicero, Over de plichten 3.21.83. Ik heb niet de contemporaine kennis van een Cicero, maar vermoed dat deze observatie nou net niet waar is. Caesar heeft gezocht naar een constitutionele vorm van alleenheerschappij en dat werd de permanente dictatuur. Hij hechtte aan een zo normaal mogelijke, of een zo normaal mogelijk ogende, vorm van bestuur. En nogmaals: op de dag dat hij stierf waren alle ambten vervuld en functioneerde het staatsapparaat.

    Maar tegelijkertijd: niemand heeft Caesar ooit gevraagd de Tweede Burgeroorlog te ontketenen. Hij hoefde zijn ego niet te laten prevaleren ten koste van duizenden gesneuvelde soldaten en honderdduizenden burgers met enorme problemen. In de Aeneis hekelt de dichter Vergilius Julius Caesar vanwege het leed dat hij veroorzaakte toen hij over de Alpen trok en de Tweede Burgeroorlog ontketende.noot Vergilius, Aeneis 6.829-830. Dat appelleert aan wat wij intuïtief denken bij een putschist.

    [Wordt vervolgd]

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #dictator #ForumVanCaesar #GnaeusPompeiusMagnus #JuliusCaesar #koningsideologie #Ploutarchos #PubliusVergiliusMaro #ScipioAfricanus #Suetonius #TweedeBurgeroorlog
  4. Wie was Julius Caesar? (1)

    Wil de echte Julius Caesar opstaan?

    Als ik zeg dat het 21 maart 2026 is, en als ik dat schrijf nadat ik de afgelopen dagen een reeks blogjes heb geschreven over Julius Caesar, dan weet u dat er een einde komt aan de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het is tijd de balans op te maken.

    Wie was Julius Caesar?

    Wie was Julius Caesar? Het antwoord is simpel. Hij was een beroemde Romein, een senator, de tegenstander van Farnakes, een tafelgast, de schoonvader van Pompeius, een generaal, een toerist, een popularis, een patiënt, de minnaar van twee koninginnen, een opportunist, de tegenstander van de Senaat, een dictator, het slachtoffer van een moordaanslag, een ruiter, de veroveraar van Gallië, een consul, een kaalkop, een opdrachtgever tot genocide, een verwant van Marius, een bouwheer, een bestuurder, een schrijver, het voorwerp van verering, de vernietiger van de republiek, een oligarch, een sadist, een stadsstichter, een propagandist, een villa-eigenaar, een putschist, de echtgenoot van Calpurnia, de drager van een lauwerkrans, een grootmeester van de Latijnse taal, een hervormer, de veroveraar van Numidië, een hogepriester, een oorlogsmisdadiger, een cynicus, een organisator, een patronus, een vluchteling, een begenadiger van tegenstanders, een alleenheerser, een officier, een ijdeltuit, de vader van Julia en Caesarion, een reiziger, een plunderaar en het onderwerp van velerlei geruchten. Hij was ook de stichter van een autocratie en iemand die, anders dan keizer Augustus, de gelegenheid niet kreeg om de misdaden te laten vergeten waarmee hij zijn regime had gevestigd.

    Maar hoe beoordeel je zo iemand? Een thema dat in de reeks steeds terugkwam, is dat Julius Caesar, toen hij de republiek eenmaal had overmeesterd, begreep dat hij haar ook moest besturen. Aanvankelijk was het één grote improvisatie, maar tegen het einde van zijn leven waren alle bestuursposten bemand. Dat het niet meteen na zijn dood kwam tot een burgeroorlog, was omdat het Romeinse bestuurssysteem op dat moment functioneerde.

    Vrijwel alle bekende maatregelen waren gericht op stabilisering van wat we, afhankelijk van ons perspectief, moeten aanduiden als “de situatie” of “het regime”. Om te beginnen de Clementia Caesaris. Ook iemand die met een gewelddadige staatsgreep aan de macht is gekomen, heeft behoefte aan capabele medewerkers. Julius Caesar wist zich met zijn tegenstanders te verzoenen. Hij zag af van de beruchte proscripties. Hoewel sommige van de tegenstanders met wie hij zich had verzoend, zich aansloten bij de samenzweringen, waren er ook veel die hem trouw bleven.

    In het verlengde daarvan: Caesar had oog voor talent. We zien in zijn omgeving verschillende jonge mensen met grote verantwoordelijkheden: Octavianus natuurlijk, maar ook Gaius Scribonius Curio.

    Hervormingen

    Caesar initieerde allerlei stabiliserend bedoelde wet- en regelgeving, waarvan de kalenderhervorming het bekendst is. Die verhinderde verdere manipulatie van de aflossingstermijnen op de op het Italische platteland hoog opgelopen schulden. Er waren ook andere nieuwe regels om de schuldenproblematiek te regelen, en verder waren er regels om verraders – uiteraard een rekbaar begrip – te verbannen en om geweldplegers te straffen. Tot de economische maatregelen behoorde bijvoorbeeld de Lex Rhodia de iactu, die bepalingen bevatte voor de compensatie van schippers die tijdens een storm hun koopwaar overboord hadden moeten werpen: een nuttige wet uit hellenistisch Griekenland, die nu gold voor de gehele Romeinse wereld.

    Hij reorganiseerde het leger en de provincies in Gallië, Syrië, Anatolië, Africa en het Iberische Schiereiland. Om soldaten land te geven, (her)stichtte hij tal van steden: Arles, Fréjus, Karthago, Korinthe, Lyon, Narbonne, Nîmes, Orange, Sevilla en Vienne. Hieruit valt af te leiden dat hij een breed perspectief had op het Romeinse imperium: overal zouden mensen wonen met het Romeinse burgerrecht, niet alleen in Italië. Het Romeinse Rijk was niet langer Italië met wat wingewesten. Om er ook ’ns een gevleugeld woord tegenaan te gooien: Rome n’est plus dans Rome; elle est toute où je suis.

    Dit moet ook de reden zijn waarom Caesar geen moeite had met de Lex Roscia, die de verspreiding van het burgerrecht naar mensen buiten Italië vereenvoudigde. Weliswaar was dit een oorlogsmaatregel, omdat hij zo aan meer soldaten kon komen, maar hij zette de stap in elk geval en daarmee zette hij de toon. Marcus Antonius en Octavianus gingen ermee verder. Er kwam ruimte voor bestuurders uit de provincie; het aantal magistraten werd vergroot; er kwamen daardoor meer oud-magistraten en daarom vergrootte Caesar de Senaat.

    Niet dat Caesar Rome vergat. In Rome legde hij een nieuw forum aan en vernieuwde hij het terrein waar de Volksvergadering samenkwam (de Saepta Julia) en het Senaatsgebouw (de Curia Julia). Zijn vertrouwelingen namen andere nieuwbouwprojecten voor hun rekening. Zo herbouwde Lucius Munatius Plancus de tempel van Saturnus op het Forum Romanum. De graanvoorziening van de stad werd eveneens verbeterd.

    [Wordt vervolgd]

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #clementiaCaesaris #dictator #ForumVanCaesar #hogepriesterschap #JuliusCaesar #LexRhodiaDeIactu #LexRoscia #MarcusAntonius #Octavianus #proscriptie #schuldenproblematiek #volksvergadering
  5. De begrafenis van Julius Caesar (3)

    De voorkant van de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam is verbrand.

    [Het laatste van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

    Op de middag na de moord op Julius Caesar was diens stoffelijk overschot in een draagstoel naar zijn huis achter het Forum Romanum gebracht. De menigte had luidruchtig geklaagd en gejammerd. Er waren ook mensen geweest die de daad met instemming hadden begroet, zodat de moordenaars konden denken dat de publieke opinie op hun hand was. Een enkele magistraat sloot zich bij hen aan. Ik vertelde al dat Lucius Cornelius Cinna, zijn ambtskledij had afgelegd omdat hij zijn ambt had gekregen van de dictator.

    Wat er was aan sympathie voor de moordenaars, werd deels de kop ingedrukt door de soldaten van Lepidus en door Caesars veteranen. Toen diezelfde Cinna, gehuld in de ambtskledij die hij eerder had afgelegd, naar de Senaatsvergadering in de tempel van Tellus was gekomen, had hij moeten rennen voor zijn leven. De uitvaartplechtigheid op het Forum Romanum maakte dat de stemming in de stad ronduit vijandig was voor de moordenaars.

    Geweld

    Direct na de verbranding begaf de volksmenigte zich met fakkels in de hand naar de huizen van Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus. noot Suetonius, Caesar 85; vert. Daan den Hengst.

    Aldus Suetonius, die toevoegt dat de vandalen werden weggejaagd voor ze tot geweld hadden kunnen overgaan. Het liep niet altijd goed af. Ploutarchos biedt een nare anekdote.

    Een vriend van Caesar met de naam Cinna had, naar men zegt, de nacht ervoor een vreemde droom gehad. Hij droomde dat hij door Caesar te dineren werd gevraagd en dat hij, toen hij de uitnodiging afsloeg, door hem onwillig en tegenstribbelend bij de hand werd meegevoerd. Hij hoorde dat Caesars lichaam op het Forum werd verbrand, stond op en ging erheen om hem de laatste eer te bewijzen, hoewel hij ongerust was over de droom en koorts had. Bij zijn verschijnen zei iemand uit de massa zijn naam aan een ander die ernaar vroeg, en die weer aan een ander, en meteen ging het gerucht door de hele menigte dat die man een van Caesars moordenaars was. Onder de samenzweerders bevond zich immers een man die net als hij Cinna heette. In de veronderstelling dat hij die man was, stormden ze meteen op hem af en scheurden hem ter plaatse in stukken.noot Ploutarchos, Caesar 68; vert. Hetty van Rooijen.

    Julius Caesar en de Joden

    Het duurde nog lang voor de stad tot rust kwam.

    In dit smartelijk vertoon van openbare rouw deelden de talrijke vreemdelingen die hem met hun volksgenoten, een ieder naar zijn gewoonte, bejammerden, in het bijzonder de Joden, die zijn graf zelfs nachten aaneen in groten getale bezochten.noot Suetonius, Caesar 85; vert. Daan den Hengst.

    Caesar had veel gedaan voor de Joden en een Joods leger had in Egypte veel voor Caesar gedaan. Er is weleens beweerd dat de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4Q246 en die iemand vermeldt die “zoon van god” genoemd zal worden, verwijst naar Julius Caesar. Het is niet heel aannemelijk, maar volledig uitgesloten is het niet.

    De vlucht van de moordenaars

    In de volgende dagen vertrokken oud-bestuurders naar de provincies die Caesar hun had toegewezen. Caesars maatregelen waren immers bekrachtigd. Decimus Junius Brutus, die enkele dagen eerder nog had gefilosofeerd over vrijwillige ballingschap, reisde af naar de Gallische gewesten. Gaius Trebonius, die een jaar eerder de eerste was geweest om een samenzwering te beginnen, vertrok naar Asia. Misschien reisde hij samen met Lucius Tillius Cimber, die dezelfde kant op moest: naar de aangrenzende provincie Bithynië.

    Ook Brutus en Cassius vertrokken.noot Suetonius, Caesar 85. Zij bleven nog even in de omgeving van Rome, in de hoop steun te vinden in de kleine stadjes. Daar kregen ze weliswaar steunbetuigingen maar geen geld. Senatoren als Cicero trokken zich terug op hun landgoederen. Zo was Marcus Antonius, die in Rome bleef, de voornaamste speler in het centrum van de macht. Als het compromis van 17 maart een wapenstilstand was geweest tussen de diverse partijen, dan was die veranderd in een overwinning van de factie van Caesar. Niet alleen Julius Caesar, maar ook de Romeinse republiek is 2069 jaar geleden ten grave gedragen.

    Het zou nog even duren totdat de situatie veranderde – en dat ligt buiten het bestek van deze reeks, die immers gaat over de vraag wat Julius Caesar 2069 jaar geleden deed. Niettemin: ik heb nog vier blogjes voor u klaarstaan. Morgen een evaluatie: wie was Julius Caesar?

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #4Q246 #Cicero #DecimusJuniusBrutus #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #LuciusTilliusCimber #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Suetonius
  6. De begrafenis van Julius Caesar (2)

    De ambtswoning van de hogepriester met daarvoor de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam was opgebaard.

    [Het tweede van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

    De menigte die vandaag 2069 jaar geleden op het Forum Romanum was al behoorlijk opgewonden toen Marcus Antonius begon te spreken: “als consul over een consul, als vriend over een vriend, als verwant over een verwant”, zoals Appianus het typeert.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.143.

    De korte toespraak

    Onze oudste bron is Ploutarchos, die anderhalve eeuw na de uitvaart in vier verschillende biografieën op die gebeurtenis inging.

    Aan het eind van zijn rede zwaaide hij hoog met de bebloede, door zwaarden doorstoken kleren van de dode en noemde degenen die deze daad gepleegd hadden vervloekte moordenaars.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14; vert. Hetty van Rooijen.

    De op één na oudste bron, Suetonius, vertelt dit over de redevoering van Marcus Antonius:

    Bij wijze van lijkrede liet Marcus Antonius een heraut het besluit voorlezen waarbij de Senaat aan Caesar tegelijkertijd alle menselijke en goddelijke eerbewijzen had toegekend, en eveneens de eedformule waarmee allen zich garant hadden gesteld voor het leven van Caesar alleen. Slechts een enkel woord voegde Antonius hieraan toe.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

    Een toespraak van “een enkel woord” duurde in de Romeinse wereld al gauw een waterklok lang, wat (geloof ik) iets van twaalf minuten is.

    Fictieve lijkredes

    Tot zover de twee oudste bronnen. Latere geschiedschrijvers, Appianus en Cassius Dio, hebben op dit punt toespraken ingelast. Normaal gesproken zijn zulke redevoeringen de momenten waarop antieke auteurs hun creativiteit de vrije loop laten. De toespraken zijn dus weliswaar verzonnen, maar helpen de lezer begrijpen wat de personages destijds dachten (of gedacht zouden kunnen hebben), of zijn een manier om commentaar te leveren op de gebeurtenissen. Maar toch. De door Appianus geciteerde rede van Marcus Antoniusnoot Appianus, De Burgeroorlogen 2.144-146. wijkt stilistisch af van de andere redevoeringen in zijn geschiedwerk, en daarom nemen classici wel aan dat het een bewerking is van de werkelijk gehouden toespraak. Die observatie verdient heel serieus te worden genomen.

    (Ik noem dit in de hoop dat reisleiders die op het Forum Romanum staan, desnoods die een of twee reisleiders dit dit toevallig lezen, eindelijk eens ophouden met dat geestdodende citeren van de redevoering die Shakespeare in zijn Julius Cæsar laat uitspreken door Mark Antony. We beschikken over een tekst die, zo ze niet authentiek is, dan toch in elk geval stamt uit de Oudheid.)

    Escalatie

    Kort als Marcus Antonius’ toespraak was, de spreker slaagde in zijn opzet: de situatie liep volkomen uit de hand. Suetonius opnieuw:

    Magistraten en oud-magistraten droegen het praalbed het Forum op tot voor het spreekgestoelte. Sommigen wilden het verbranden in het heilige van de tempel van Jupiter Capitolinus, anderen in het Senaatsgebouw van Pompeius.

    Plotseling staken echter twee personen, omgord met een zwaard en met twee speren in de hand, het praalbed aan met brandende waskaarsen. Onmiddellijk brachten de omstanders droog hout, de stoelen van de rechters, banken en al wat zij als geschenk bij zich hadden, bijeen. Daarna legden de fluitspelers en de toneelspelers de gewaden af die zij bij zijn triomftochten hadden gedragen en voor deze gelegenheid weer hadden aangetrokken, verscheurden die en wierpen ze in de vlammen. Hetzelfde deden de soldaten van de veteranenlegioenen met de wapens waarmee ze zich hadden getooid om de begrafenis luister bij te zetten. Veel vrouwen wierpen de sieraden die ze droegen in het vuur en de amuletten en de toga’s van hun kinderen.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

    De vergoddelijkte Julius Caesar

    Je leest er haast overheen, maar: wie waren die twee personen die, omgord met een zwaard en met twee speren in de hand, het praalbed met brandende waskaarsen aanstaken?

    Ik heb daarover een theorie. Het waren Castor en Pollux. De voordrachtskunstenaars en Marcus Antonius hadden met de rug naar de ambtswoning van de hogepriester gestaan, waar Caesar en Calpurnia hadden gewoond; de sprekers hadden gestaan ter hoogte van de tempel van de Tweelingen. Toen Marcus Antonius daar alle menselijke en goddelijke eerbewijzen had opgesomd, was de situatie uit de hand gelopen, was brand ontstaan en was Caesars lichaam ter plekke gecremeerd. De plek zou later worden opgenomen in de façade van de tempel van Julius Caesar en is nog steeds herkenbaar.

    Ik denk dat de aanhangers van Julius Caesar al heel snel hebben aangestuurd op ’s mans vergoddelijking. De brand op het Forum Romanum was per ongeluk ontstaan, maar door te verzinnen dat de goddelijke Tweelingen, met hun ambigue mens-goddelijke karakter, met kostbare waskaarsen waren komen aanzetten en de brand hadden aangestoken, hadden degenen die een vergoddelijking wilden, een verhaal dat de bijgelovige tijdgenoten geloofwaardig in de oren klonk. Niet veel later zou een komeet aan de hemel verschijnen en werd het verhaal nog geloofwaardiger.

    Maar ik loop op mijn stof vooruit. Ik laat u even achter op het Forum Romanum, waar een krankzinnig geworden menigte Julius Caesar heeft verbrand. De woede zocht nog een uitweg.

    [Wordt om 12:00 vervolgd]

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #CastorEnPollux #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Suetonius #WilliamShakespeare
  7. De begrafenis van Julius Caesar (1)

    Marcus Antonius (Koninklijke bibliotheek van België, Brussel)

    De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden” nadert haar einde. Vandaag 2069 jaar geleden deed Caesar immers niets meer want hij was dood. De moordenaars hadden zich verscholen op het Capitool en hadden het initiatief gelaten aan de consul, Marcus Antonius, die een compromis had voorgesteld: amnestie voor de daders indien ze ermee akkoord gingen dat Caesars maatregelen van kracht blijven.

    Daarmee waren de moordenaars akkoord gegaan – en zo verspeelden ze hun voornaamste troef: dat ze hadden gestreden voor de principes van de rechtsstaat. Marcus Junius Brutus had zijn best gedaan het doden van de dictator te presenteren als de executie van een crimineel en had de andere samenzweerders ervan overtuigd dat ze niet ook Marcus Antonius moesten doden. Dan zouden ze zich immers verlagen tot het principeloze niveau van de machtspolitiek. Door in te stemmen met het compromis, deden de moordenaars dat evengoed. Met wat goede wil kunnen we de Tweede Burgeroorlog nog interpreteren als een opstand van één man tegen het legitiem gezag, maar vanaf nu was het factie tegen factie. De Romeinse Republiek was in Munda strijdend ten onder gegaan, op 18 maart was ook de politieke fictie gestorven.

    Voorbereidingen

    Wat resteerde, was een reeks burgeroorlogen en het startschot viel op 20 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden. De aanhangers van Caesar begroeven hun generaal. Moordenaar Gaius Cassius Longinus herkende het probleem en probeerde nog te verhinderen dat Marcus Antonius de uitvaart zou leiden,noot Ploutarchos, Brutus 20. maar Brutus meende dat Caesars familie in haar recht stond toen ze de consul verzocht om de grafrede uit te spreken. Marcus Antonius zou dus spreken en daarmee was de uitvaart een politieke demonstratie.

    Het oudst overgeleverde verslag van de begrafenis van Julius Caesar is dat van zijn biograaf Suetonius. Het volgende moet zijn gebeurd op 18 of op zijn laatst 19 maart. Op het Marsveld, buiten de stad …

    … was een brandstapel opgericht en voor het Spreekgestoelte [op het Forum Romanum] plaatste men een verguld model van de tempel van Venus Genetrix. Daarbinnen werd een ivoren praalbed opgesteld, bekleed met goudbrokaat en purper, met aan het hoofdeinde een standaard met het gewaad waarin hij was vermoord. Omdat men wel inzag dat voor de stoet van mensen die geschenken wilden aanbieden één dag niet toereikend zou zijn, werd hun opdracht gegeven de stoet te ontbinden en de geschenken langs een zelfgekozen route naar het Marsveld te brengen.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

    Appianus beschrijft de stemming in de ochtend van 20 maart, toen Caesars

    schoonvader Lucius Calpurnius Piso het lichaam naar het Forum bracht. Er verzamelde zich een zeer omvangrijke, bewapende menigte om hem te beschermen, en onder luide kreten werd het lichaam met veel pracht en praal op het spreekgestoelte opgebaard. Zeer lang klonken jammerklachten en klaagzangen, waarbij degenen die gewapend waren op hun schild sloegen, en langzamerhand kregen ze spijt van de amnestie.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.143; vert. John van Nagelkerken.

    De uitvaart van Julius Caesar

    De plechtigheid begon. Suetonius vertelt:

    Tijdens de lijkspelen werden enkele verzen gedeclameerd, waarmee men beoogde medelijden met Caesar te wekken en haat jegens zijn moordenaars: uit Pacuvius’ Wapengericht de regel “Heb ik hen dan gered, opdat zij mij verdierven?” en enkele passages van gelijke strekking uit de Electra van Atilius.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

    Degenen die de declamaties deden, stonden niet op het Sprekersplatform, waar immers het lichaam lag opgebaard in een verguld model van de tempel van Venus Genetrix. Vrijwel zeker stonden de voordrachtskunstenaars met de rug naar het huis van de hogepriester, waar Caesar en Calpurnia woonden, ter hoogte van de tempel van Castor en Pollux. Toen de poëziedeclamatie was afgerond, nam Marcus Antonius het woord.

    [Wordt om 10:00  vervolgd]

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #Calpurnia #GaiusAcilius #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusPiso #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #MarcusPacuvius #Ploutarchos #slagBijMunda #Suetonius #VenusGenetrix
  8. Caesars erfgenaam: Octavianus

    Een jonge Octavianus (Metropolitan Museum of Art, New York)

    Ik schreef eerder dat we weinig wisten over Caesars echtgenote Calpurnia, die na de moordaanslag vrij snel uit beeld verdwijnt. Ze nam het lichaam van haar man nog in ontvangst en droeg diens archief over aan Marcus Antonius. Meer vernemen we niet.

    Heel misschien hebben we echter een indirecte aanwijzing. Suetonius vertelt namelijk dat het testament van Julius Caesar op verzoek van diens schoonvader Lucius Calpurnius Piso werd geopend en voorgelezen in het huis van Marcus Antonius. Dat is wonderlijk, want zoiets intiems als het afhandelen van iemands laatste wil deed je liever in huiselijke kring. Bovendien woonde Caesar, als hogepriester, naast de tempel van de Vestaalse Maagden, die de akte hadden bewaard. Het zou veel logischer zijn geweest het testament bij Calpurnia thuis te openen, maar haar vader besloot anders. Het is denkbaar dat hij zijn dochter in de luwte wilde houden omdat zij, zoals je verwachten zou, compleet van de kaart was. Die vaderlijke liefde en die echtelijke genegenheid zijn ontroerende details in een geschiedverhaal waarin voor ontroering weinig plek is.

    De aanwezigen verbraken de zegels van het testament op 18 maart 44 v.Chr., drie dagen nadat Caesar was vermoord, vandaag 2069 jaar geleden. Het was de dag waarop hij had zullen vertrekken naar de al een half jaar voorbereide oorlog tegen de Parthen. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio vertelt:

    Vervolgens werd Caesars testament voorgelezen en zo kwam het volk te weten dat hij Octavianus als zoon had geadopteerd en Marcus Antonius, samen met Decimus Junius Brutus en enkele andere samenzweerders, tot voogd over hem had aangesteld, en tevens tot zijn erfgenamen had benoemd voor het geval Octavianus de erfenis niet zou kunnen aanvaarden. Verder bleek dat Caesar niet alleen iets had nagelaten aan een aantal privépersonen, maar dat hij ook zijn park aan de Tiber aan de stad had vermaakt. Toen bovendien bekend werd dat elke burger, volgens Octavianus’ memoires, 120 sestertiën kreeg, 300 volgens andere bronnen, leidde dit tot opstootjes.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.35; vert. Gé de Vries.

    Het “park aan de Tiber” was de villa waar Kleopatra op dat moment woonde. Ze zal nog wel even in het complex hebben verbleven. Je zet niet zomaar een koningin uit haar paleis, ook als je het zojuist blijkt te hebben geërfd, ook als je de stad Rome bent. Ergens in april of mei, toen het vaarseizoen gunstig was, zal Kleopatra echter naar Alexandrië zijn teruggekeerd. In Rome had zij niets meer te zoeken nu haar beschermheer was overleden. Trouwens, haar zoon Caesarion was in die stad zijn leven niet zeker.

    Interessanter dan een Egyptische koningin, die voor de Romeinse politici alweer nieuws-van-gisteren was, was de geadopteerde zoon van Julius Caesar. We kwamen hem vorig jaar al tegen tijdens Caesars Spaanse campagne. Octavianus heette eigenlijk Octavius maar heette voortaan, door adoptie, Gaius Julius Caesar. Een naam met magie, die er al snel voor zou zorgen dat hij de beschikking kreeg over een eigen leger, bestaand uit veteranen van Caesar Senior. Ik heb al vaker verteld dat Caesar Junior ofwel Octavianus ofwel keizer Augustus zichzelf nooit, geen dag zelfs, heeft aangeduid als “Gaius Julius Caesar Octavianus” ofwel “de Gaius Julius Caesar uit de familie Octavius”.

    Dat gezegd zijnde: de jongeman, die in maart 44 v.Chr. nog in Apollonia (in het huidige Albanië) was bij het leger dat Julius Caesar vooruit had gestuurd voor de campagne tegen de Daciërs en de Parthen, had een grootse toekomst. Maar voor het moment was hij – althans voor Marcus Antonius – een quantité négligeable.

    [Wordt overmorgen vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #ApolloniaBijEpidamnos #Calpurnia #CassiusDio #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCalpurniusPiso #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Octavianus #PtolemaiosXVCaesarion #Suetonius #VestaalseMaagden
  9. De Senaat vergadert

    Senatoren op de Ara Pacis (reliëf in de Vaticaanse Musea, Rome)

    Vandaag 2069 jaar geleden, 17 maart 44 v.Chr. dus, kwam in de tempel van Tellus de Romeinse Senaat samen. De voorzittende consul, Marcus Antonius, vond het heiligdom een geschiktere plek dan het eigenlijke Senaatsgebouw, dat werd herbouwd, of de vergaderzaal van Pompeius, waar pas achtenveertig uur eerder Julius Caesar was vermoord. Er zijn verschillende verslagen van de bijeenkomst in de Tellustempel, maar helaas zijn die minimaal anderhalve eeuw na dato geschreven. Het verslag van Appianus lijkt het beste.

    Intimidatie

    Toen het bijna dag was kwamen de senatoren voor de vergadering bijeen in de tempel van Tellus, zo ook praetor Cinna, die zich weer had gehuld in de ambtskleding die hij eerder had afgelegd omdat die door een tiran gegeven zou zijn. Toen de mensen hem zagen, begonnen sommige personen stenen naar hem te gooien, woedend dat hij, toch een verwant van Caesar, hem als eerste in het openbaar belasterd had, en ze kwamen achter hem aan; en toen hij een huis in was gevlucht, maakten ze daar een stapel hout en zouden die ook aangestoken hebben, als niet Lepidus met zijn leger was verschenen en dat had verhinderd.noot Appianus, De burgeroorlogen 2.126; vert. John van Nagelkerken.

    Dat klinkt heel aardig, maar er staat dus feitelijk dat Lepidus’ soldaten de vergaderzaal bewaakten. Logisch dat de senatoren die op het Capitool waren, geen gehoor gaven aan de uitnodiging.

    Evengoed stonden zij open voor een compromis. Van samenzweerder Decimus Junius Brutus is een brief bewaard die hij in de ochtend van die 17e maart verstuurde naar Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus op het Capitool. Hij vertelt dat hij aan Marcus Antonius had verzocht om een fatsoenlijke reden te krijgen om de stad te kunnen verlaten. Evengoed hield Decimus er rekening mee dat ze later alsnog tot staatsvijanden zouden worden verklaard. Wellicht moesten ze Italië maar verlaten en zich terugtrekken op Rhodos of een andere plaats, om naar Rome terug te keren als de situatie zou zijn verbeterd.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Een wat defaitistisch standpunt, maar het getuigde van inzicht in wat haalbaar was.

    Het dilemma

    Appianus biedt na dit incident een lange beschrijving van de vergadering, die ik hier niet zal samenvatten. Het springende punt is dat Marcus Antonius, die de dag ervoor met enkele leidende figuren alles had voorbereid, erop attendeerde dat als de moordaanslag zou worden goedgekeurd, Caesar bij implicatie gold als tiran en dat al zijn daden dan ook moesten worden ingetrokken – inclusief de door hem gedane benoemingen. Dat trof veel aanwezigen rechtstreeks, want ze bekleedden al bepaalde functies of hadden die in het vooruitzicht. Het was dus in hun eigen belang om de moordaanslag niet goed te praten.

    Omgekeerd: als de senatoren Caesars “nieuwe orde” wilden handhaven en de moordaanslag afkeurden, zouden de samenzweerders moeten worden berecht. Het waren er ongeveer zestig plus nog wat meelopers. Ook dat was geen scenario om naar vooruit te zien. Over dit thema nam Cicero het woord. Cassius Dio last in zijn Romeinse Geschiedenis een prachtige toespraak in,noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.23-33. die Dio met wat kleine aanpassingen ook geschreven zou kunnen hebben over de moord op zijn eigen tijdgenoten Caracalla of Macrinus. Het is een hoogtepunt uit de klassieke literatuur en een reden om Dio te lezen, maar de toespraak zegt weinig over de situatie op 17 maart 44 v.Chr. Ploutarchos is zakelijker:

    Cicero haalde in een lang en op de situatie afgestemd betoog de Senaat over om naar het voorbeeld van de Atheners [in 403 v.Chr.] te besluiten tot amnestie voor de samenzwering tegen Caesar en aan Cassius en Brutus provincies toe te wijzen.noot Ploutarchos, Cicero 42; vert. Hetty van Rooijen.

    De oplossing

    En zo kwam het tot een dubbel besluit: als de moordenaars de besluiten van Caesar zouden accepteren, kwam er voor hen amnestie en zouden ze worden weggepromoveerd naar gebieden buiten Italië – ruwweg wat Decimus Brutus ook had geschreven. Zo slaagde Marcus Antonius erin om tussen de Skylla en Charybdis door te varen: hij vermeed dat de moordenaars met een bloedige bestorming van het Capitool en na een lange en ingewikkelde rechtszaak zouden worden uitgeschakeld en hij vermeed dat alle maatregelen van Caesar werden afgeschaft.

    Het was een uitkomst die hem na aan het hart zal hebben gelegen: een herstel van de republikeinse vormen, met hemzelf op een voorname plek, dat zeker, maar met alle groepen ruwweg in evenwicht en zonder één alles overheersende dictator. Dat Marcus Antonius later in de schoenen geschoven werd dat hij zou hebben gestreefd naar een machtspositie zoals Caesar, is net zo onverdedigbaar als dat Caesar zou hebben verlangd naar de koningstitel.

    Cassius Dio vertelt nu iets wonderlijks, namelijk dat de samenzweerders op precies datzelfde moment tot hetzelfde compromis kwamen:

    Terwijl dit zich in de Senaat afspeelde, beloofden de moordenaars aan de troepen [d.w.z., de veteranen en de soldaten van Lepidus] dat ze Caesars maatregelen integraal zouden uitvoeren.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.34.

    Het kan waar zijn. De besprekingen die Marcus Antonius de voorafgaande dag had gevoerd, waren niet onopgemerkt gebleven. Uit de correspondentie van Cicero weten we dat Aulus Hirtius erover sprak met Decimus Brutus.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Het kan ook zijn dat ergens in Dio’s bronnen iemand de plotseling herwonnen Romeinse eendracht extra luister wilde bijzetten door te suggereren dat het compromis door alle partijen tegelijk was bedacht. Dat iemand het verhaal iets mooier maakte dan het was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat Cassius Dio het dubbele diner van Lepidus en Brutus en van Marcus Antonius en Cassius plaatst op dit moment, hoewel het vermoedelijk op de avond na de moord plaatsvond. Zo lijkt het souper een verzoeningsmaal.

    Dat de moordenaars instemden met dit compromis, was echter een blunder van Capitolijnse proporties. Door Caesars maatregelen te accepteren, zeiden ze feitelijk dat er geen reden was geweest om hem uit de weg te ruimen. Hun positie was al snel onhoudbaar.

    [Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Senaat #Suetonius
  10. Marcus Antonius in actie

    Marcus Antonius (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

    Het was 16 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden, in een jaar dat was begonnen met Julius Caesar en Marcus Antonius als consuls, en dat sinds de moord op eerstgenoemde alleen nog laatstgenoemde had als consul.

    Het proces waarmee antieke informatie tot ons is gekomen, is niet goed geweest voor de reputatie Marcus Antonius. Om te beginnen haalde Cicero hem door het slijk, vervolgens Octavianus. Die twee hebben nogal wat invloed gehad: eerst op de Romeinse en Griekse bronnen en via die teksten op de latere geschiedschrijving. Eeuwenlang hebben geschiedschrijvers dus nogal negatief over Marcus Antonius geoordeeld. Toen in de achttiende eeuw tragische liefdesverhalen in de mode kwamen, werd hij gereduceerd tot geliefde van Kleopatra. De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was en dat hij er in de weken na de moord op Caesar in slaagde een burgeroorlog te vermijden. Hij had uiteindelijk de pech dat Octavianus opdook – maar dat is een ander verhaal.

    Onderhandelingen

    Op die 16e maart vertegenwoordigde Marcus Antonius het wettelijk gezag, dat van alle kanten onder druk stond. Van de moordenaars op het Capitool, om te beginnen, en van Dolabella, die claimde consul te zijn. Verder waren er de veteranen, die wilden dat Caesars toezegging dat ze land zouden krijgen, zou worden nageleefd. Tot slot van Lepidus, die in de vroege ochtend op het Forum Romanum een toespraak hield waarin hij de moord veroordeelde.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Cassius Dio is vernietigend in zijn oordeel.

    Lepidus wilde zogenaamd Caesar wreken, maar was in werkelijkheid uit op burgeroorlog. En omdat hij enkele legioenen onder zich had, was hij ervan overtuigd Caesars machtspositie te kunnen overnemen en zo aan de macht te komen. Om dat te bereiken was hij bereid een oorlog te beginnen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.34; vert. Gé de Vries.

    Lepidus stond inderdaad sterk. Hij behoorde tot Caesars inner circle – het diner op 14 maart was in zijn huis geweest – en hij had een goed netwerk, terwijl zijn leger Rome beheerste. Dat wil echter niet zeggen dat Marcus Antonius zwak stond. Er waren voldoende veteranen in de stad die wisten dat hij Caesar in Dyrrhachion had gered en die hem vertrouwden. Zeker niet allemaal, maar hij beschikte over eigen soldaten én de officiële ordediensten. En ook hij had een netwerk, waaronder bijvoorbeeld Aulus Hirtius was, door Caesar aangewezen als consul voor het jaar 43, en Lucius Cornelius Balbus, Caesars secretaris.

    Bovendien had Marcus Antonius, als hoofd van de staat, wisselgeld te bieden. In ruil voor het hogepriesterschap, dat met de dood van Caesar was vrijgekomen, stemde Lepidus ermee in de wraak op de moordenaars nog even uit te stellen. Door Dolabella te erkennen als mede-consul, kon Marcus Antonius ook hem voor zich winnen. De consul moet ook overlegd hebben met Cicero. In de loop van die 16e maart wist hij consensus te scheppen over een compromis.

    Brutus

    De samenzweerders waren minder initiatiefrijk. Een maand na de gebeurtenissen herinnerde Cicero eraan wat ze hadden behoren te doen: een Senaatsvergadering beleggen in de tempel van Jupiter op het Capitool.noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.10. In plaats van zo het initiatief te grijpen, hadden de moordenaars het aan Marcus Antonius overgelaten. Wel kwam Marcus Junius Brutus die dag met een groep gladiatoren en bewapende slaven van het Capitool naar beneden. Ergens op de oostelijke helling hield hij een toespraak, die volgens Nikolaos van Damascus was bedoeld om de publieke opinie te testen. Werden ze gezien als bevrijders die een tirannie hadden beëindigd, of als moordenaars?

    Er heerste een diepe stilte vanwege de ongewone aard van de situatie. De geesten van de mensen waren verward. Iedereen verwachtte dat iemand in deze crisis een stoutmoedige zet zou doen die richting zou gaan geven aan de revolutie. Terwijl het volk in afwachting was op wat zou gaan gebeuren, hield Brutus (die zijn hele leven geëerd was geweest vanwege zijn discretie, vanwege de roem van zijn voorouders en vanwege de hem toegeschreven eerlijkheid) een toespraak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 100.

    Helaas breekt Nikolaos’ verslag, het oudste dat we hebben, juist op dit punt af, maar we weten dat het publiek niet enthousiast reageerde. Logisch: op het Forum lagen de troepen van Lepidus, die weliswaar zullen hebben gehoord dat ze hun wraak moesten uitstellen tot het hun commandant beter uitkwam, maar die daarom niet minder kwaad waren. Vermoedelijk was Brutus, als redenaar, die dag echter ook niet op z’n best. Dat weten we omdat hij enkele weken later aan Cicero vroeg om commentaar op zijn redevoering. Diens oordeel is overgeleverd.

    Onze vriend Brutus heeft me de toespraak gestuurd die hij heeft gehouden in de vergadering op het Capitool, en hij vroeg me om die, zonder rekening te houden met zijn gevoelens, voor publicatie te corrigeren. Het is, mag ik wel zeggen, een toespraak die perfect aan de emoties appelleert en die in taalgebruik niet valt te overtreffen. Maar toch, als ik die zaak had moeten behandelen, had ik met meer vuur geschreven.noot Cicero, Brieven aan Atticus 15.1.

    Het einde van de impasse

    De zon was al ondergegaan toen aan de impasse een einde kwam. Marcus Antonius deed de eerste, stoutmoedige zet. Hij had in de voorgaande uren met Hirtius, Balbus, Lepidus, Dolabella en Cicero gesproken en liet de senatoren weten dat de Senaat de volgende dag zou vergaderen in de tempel van Tellus.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Dit was toevallig vlakbij zijn eigen huis.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.126. Mocht u willen waar die tempel stond: bij het huidige metrostation Colosseo.

    [Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AulusHirtius #Cicero #consul #hogepriesterschap #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCorneliusBalbusMaior #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #NikolaosVanDamascus #Octavianus #PubliusCorneliusDolabella
  11. De nacht na de moord op Julius Caesar

    Lepidus, de adjudant van Julius Caesar (British Museum, Londen)

    Het was de nacht van 15 op 16 maart 44 v.Chr., nu 2069 jaar geleden, en de situatie in Rome was nog steeds verward. De moordenaars van Julius Caesar hadden zich teruggetrokken op het Capitool, beschermd door een schare gladiatoren. Ze hadden op straat toejuichingen gehoord en verkeerden in de veronderstelling dat velen sympathie voor hen voelden. Dat ze met steekpenningen links en rechts extra steunbetuigingen hadden gekocht, zal hen zelf niet van de wijs hebben gebracht, maar sommige senatoren hadden dat niet door. Cassius Dio vertelt:

    Diezelfde avond voegden zich nog meer prominenten bij hen. Zij hadden dan wel niet aan het complot deelgenomen maar wilden toch ook hun aandeel hebben in de te verwachten roem (én de verder te behalen voordelen), want ze hadden gezien hoe de samenzweerders werden toegejuicht. Het liep echter heel anders af dan ze verwacht hadden (en dat was hun verdiende loon): ze konden geen prestige ontlenen aan de aanslag omdat ze er op geen enkele manier aan hadden meegewerkt, maar ze liepen wél hetzelfde risico als de samenzweerders, alsof ze er persoonlijk aan hadden deelgenomen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21; vert. Gé de Vries.

    Een enkele magistraat deed afstand van zijn waardigheid, omdat een dictator die aan hem had verleend. Een zo iemand was Lucius Cornelius Cinna, die demonstratief zijn ambtsgewaad uittrok en een scheldredevoering hield op Julius Caesar, die toch zijn weldoener was geweest. Zijn broer zou enkele dagen later de rekening gepresenteerd krijgen.

    De consuls in actie

    Op dat moment verscheen ook Publius Cornelius Dolabella, een jongeman uit een roemrijke familie, die door Caesar zelf was uitgekozen om de rest van het jaar consul te zijn zodra Caesar zelf uit de stad zou zijn vertrokken. Hij had de consulaire ambtskleding aangetrokken en zich bekleed met de andere onderscheidingstekenen van het ambt en was nu de tweede die de man beschimpte die hem dat alles geschonken had. Hij deed alsof hij behoorde tot degenen die tegen Caesar gecomplotteerd hadden en helaas alleen niet aan de actie had kunnen deelnemen (volgens sommigen heeft hij zelfs voorgesteld die dag uit te roepen tot de geboortedag van de staat).noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.122; vert. John Nagelkerken.

    Marcus Antonius, de enige echte consul, had – zoals we zagen – die middag Gaius Cassius Longinus uitgenodigd voor een diner, terwijl Caesars adjudant Marcus Aemilius Lepidus het avondmaal zou nuttigen met Marcus Junius Brutus. Het wantrouwen was groot en de twee aanhangers van Julius Caesar hadden hun kinderen als gijzelaars naar het Capitool moeten sturen. De gesprekken verliepen in een ijzige sfeer.

    En tijdens een gezamenlijk diner waarbij ze, zoals te verwachten valt bij zo’n gelegenheid, allerlei onderwerpen bespraken, vroeg Antonius aan Cassius: “Heb je zelfs op dit moment misschien een dolk onder je kleren?”

    Cassius antwoordde: “Ja, en een hele grote ook, voor het geval jij je als tiran gaat gedragen!”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.34; vert. Gé de Vries.

    De verdeelde stad

    Ook elders in de stad heerste een gespannen sfeer. De kolonisten waarvan in onderstaand fragment sprake is, zijn veteranen uit het leger van Julius Caesar, aan wie land was toegezegd en die, nu de grote man dood was, bang waren dat ze hun pensioen mis liepen. Appianus schetst de sfeer.

    Marcus Antonius gaf de magistraten opdracht de stad ’s nachts te laten bewaken door met vaste tussenruimtes bewakers te stationeren, zoals overdag; en overal in de stad brandden vuren, waardoor de vrienden van de moordenaars de hele nacht door zich naar de huizen van de senatoren konden reppen om hen aan te sporen zich te bekommeren om zichzelf en om het staatsbestel van hun voorouders. Maar ook de leiders van de kolonisten aan wie land was toegezegd gingen rond om dreigementen uit te spreken als men hun het voor hen beschikbare land, dat al was toegezegd of beloofd, niet garandeerde. Nu kregen ook de eerzamere burgers weer moed, omdat ze merkten dat de moordenaars maar een kleine groep vormden.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.125; vert. John Nagelkerken.

    Zo verstreek de nacht. Onrustig, maar het kwam in elk geval niet tot geweldsuitbarstingen. Dat was mede doordat Lepidus de manschappen waarmee hij op 15 maart was uitgemarcheerd, rechtsomkeert had laten maken. Midden in de nacht bereikten ze Rome en maakten bivak op het Forum Romanum. Feitelijk was Rome nu een bezette stad – niet alleen de facto, maar ook de iure. Lepidus had namelijk geen mandaat. Hij was de adjudant geweest van de dictator, maar op het moment waarop Julius Caesar was vermoord, was dat mandaat ten einde gekomen. Maar Lepidus’ mannen gehoorzaamden hem – en dat was op dit moment het enige dat telde.

    Calpurnia

    Nog een laatste detail.

    In diezelfde nacht werd ook het geld van Julius Caesar en zijn ambtsarchief overgebracht naar Antonius, omdat de vrouw van Caesar die vanuit het op dat moment onveilige huis over liet brengen naar het veiligere huis van Antonius, mogelijk omdat Antonius dat had opgedragen.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.125; vert. John Nagelkerken.

    Suetonius zegt dat het gebeurde op verzoek van Calpurnia’s vader, Lucius Calpurnius Piso.noot Suetonius, Caesar 83. Wellicht wilde hij zijn dochter in de luwte houden. In elk geval nemen we op dit punt afscheid van Calpurnia.

    [Morgenochtend meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #Calpurnia #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #PubliusCorneliusDolabella #Suetonius
  12. Na de moord op Julius Caesar (2): de moordenaars

    Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

    In het vorige blogje vertelde ik hoe drie slaven het stoffelijk overschot van Julius Caesar brachten naar zijn huis op het Forum Romanum. Ik vertelde ook dat Marcus Antonius, Caesars mede-consul, zich had verkleed als slaaf en was ondergedoken. De moordenaars waren extatisch. Ze waren de enigen niet. Of beter: ze kregen positieve reacties en verkeerden nog enkele uren in de veronderstelling dat de bevolking achter hen stond.

    Ze hadden echter al zoveel fouten gemaakt dat het al onmogelijk was de republiek nog te herstellen. Cicero zou later – en niet zonder reden – oordelen dat de samenzweerders hadden gehandeld met mannenmoed en kinderverstand. noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.21. Suetonius legt uit wat verkeerd was gedaan:

    Ze hadden het voornemen gehad na de moord Caesars lijk naar de Tiber te slepen, zijn bezittingen te confisqueren en zijn verordeningen nietig te verklaren, maar uit vrees voor de consul Marcus Antonius en [Caesars adjudant] Marcus Lepidus zagen zij daarvan af.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

    Door Marcus Antonius in leven te laten, hadden de samenzweerders in feite hun ondergang bezegeld. Als consul was Antonius de wettige gezagsdrager. Wie voorwendde op te komen voor de republiek, moest dus naar hem luisteren. Was het niet goedschiks, dan wel door dwang, want Marcus Antonius beschikte over een staatsapparaat waarin alle ambten waren vervuld. Weliswaar door benoeming, maar Caesar had een functionerend staatsapparaat nagelaten waarvan Marcus Antonius kon profiteren. De samenzweerders hadden verdere moorden niet aangedurfd, en zodoende iemand in leven gelaten die levensgevaarlijk kon zijn.

    En verder: het stoffelijk overschot was er nog. Dat bood de aanhangers van Julius Caesar de gelegenheid voor een begrafenis – en dus een demonstratie.

    Het Capitool

    De samenzweerders hadden aanvankelijk niet in de gaten hoe slecht ze er voor stonden.

    Brutus en de anderen trokken, nog verhit van de moordpartij, met de ontblote dolken in de hand in optocht van het Senaatsgebouw naar het Capitool. Ze leken niet op vluchtelingen, maar riepen stralend en vol zelfvertrouwen het volk op tot vrijheid en nodigden de aanzienlijkste mannen die hun tegemoet kwamen uit om zich bij hen aan te sluiten.noot Ploutarchos, Caesar 67; vert. Hetty van Rooijen.

    Ze waren niet de enigen die naar het Capitool kwamen: ze namen de gladiatoren mee.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 92; Velleius Paterculus, Romeinse Geschiedenis 2.58. Brutus daalde nog af naar het Forum om daar een toespraak te houden.

    Er werd een bijeenkomst van het volk belegd waarin de moordenaars lang en uitvoerig aan het woord waren, tegen Caesar en vóór de Republiek, en het volk vroegen niet de moed te verliezen of bang te zijn dat hun iets zou overkomen: “Wij hebben Caesar gedood, niet om zelf aan de macht te komen of om er op een of andere manier profijt van te trekken, maar om ervoor te zorgen dat jullie, Romeinen, geregeerd zullen worden zoals jullie verdienen, namelijk als vrije en onafhankelijke burgers.”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21; vert. Gé de Vries.

    Het was niet gelogen, maar het sprak de stadsbewoners niet aan – net zo min als vijf jaar eerder, toen de senatoren erop hadden vertrouwd dat de bevolking van Italië wel tegen Caesar en vóór de republiek zou willen vechten. Toen had dat appèl ook geen resultaat gehad. De gewone Romein had immers weinig te verwachten van aristocraten die, als ze niet ronduit corrupt waren, hun eigenbelang altijd lieten prevaleren. Men hield niet speciaal van Julius Caesar, maar men hield zeker niet van degenen die hem hadden vermoord en verantwoordelijk waren voor de onvermijdelijke nieuwe ronde burgeroorlogen. Cassius Dio typeert het:

    Caesars moordenaars mochten dan verklaren dat zij, door hem uit de weg te ruimen, ook het Romeinse volk hadden bevrijd, maar in feite was hun complot een misdaad geweest en hadden ze Rome, dat eindelijk een stabiele regering had gekregen, in een diepe crisis gestort.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.1; vert. Gé de Vries.

    Er zat voor de samenzweerders weinig anders op dan zich terug te trekken op het Capitool. Cassius Dio sneert dat ze het deden “om daar te bidden tot de goden”.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21. De moordenaars hadden de slag om de publieke opinie verloren. En dus trok Marcus Antonius zijn slavenkleding uit en zijn toga weer aan.

    Hij haalde de mannen die zich op het Capitool hadden verzameld over om naar beneden te komen en bood als onderpand zijn eigen zoon aan; bovendien vroeg hijzelf Cassius te eten en nodigde Lepidus Brutus uit.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14; vert. Hetty van Rooijen.

    Het initiatief lag nu bij Marcus Antonius en hij zou het de volgende weken niet meer afstaan. Vanavond om 19:00 meer.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #dictator #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusJuniusBrutus #Suetonius
  13. Na de moord op Julius Caesar (1): familie

    Portret van een Romeinse dame; Calpurnia zal zo’n kapsel hebben gehad (Museo Nazionale, Rome)

    Het was 15 maart 44 v.Chr., Julius Caesar was dood en Marcus Antonius was de enige overlevende consul. En u wil weten wat Marcus Antonius vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was.

    Dat was niet verheffend. Hij had zich door Gaius Trebonius aan de praat laten houden bij de ingang tot de zuilengalerij bij de Senaatszaal en was er dus niet bij geweest toen de samenzweerders Julius Caesar daar hadden doorgestoken. Omdat het niet onredelijk was aan te nemen dat hij zelf het volgende slachtoffer zou zijn, trok hij – althans volgens Ploutarchos – slavenkleding aan en verstopte hij zich.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14.

    Paniek

    Ondertussen heerste even verderop, in de Senaatszaal, enorme paniek. Ploutarchos vertelt verder:

    Brutus trad naar voren om iets over de daad te zeggen, maar de senatoren hielden het niet langer uit. Ze snelden door de deur naar buiten en door hun vlucht sloeg bij het volk verwarring en radeloze angst toe. De mensen sloten hun huizen of lieten hun geldtafels en zaken in de steek. Ze renden naar de plaats des onheils om te zien wat er gebeurd was of juist weg daarvandaan, nadat ze het gezien hadden.noot Ploutarchos, Caesar 67; vert. Hetty van Rooijen.

    Nikolaos van Damascus beschrijft de geruchtenstroom die, zoals te verwachten was, op dat moment losbarstte

    Sommigen zeiden dat de gladiatoren bezig waren de Senaat af te slachten, anderen dat Caesar was vermoord en dat zijn manschappen waren begonnen met het plunderen van de stad. Sommigen hadden de ene indruk, anderen de andere. Niets was duidelijk, want er was een onophoudelijk tumult.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 93.

    Het lichaam van Julius Caesar

    Enorme chaos dus, daar in de Senaatszaal. Die na enkele minuten natuurlijk helemaal leeg was. Nikolaos van Damascus vertelt wat er gebeurde:

    Het lichaam van Caesar lag precies waar het gevallen was, schandelijk bevlekt met bloed – een man die westwaarts was opgerukt tot aan Britannia en de Oceaan, en die van plan was oostwaarts op te rukken tegen de rijken van de Parthen en de Indiërs, opdat, als ook zij waren onderworpen, één rijk zou bestaan van alle land en alle zee onder het gezag van één enkele heerser. Daar lag hij echter. Niemand durfde te blijven om het lichaam te verwijderen. De vrienden die aanwezig waren geweest, waren op de vlucht geslagen, degenen die niet aanwezig waren geweest verborgen zich nu in hun huizen, of veranderden hun kleding en vluchtten naar het platteland.

    Afgezien van Calvisius Sabinus en Censorinus was niet een van zijn vele vrienden bij hem – niet toen hij werd afgeslacht en niet daarna. En ook die twee moesten, hoewel ze zich verweerden toen Brutus en Cassius en hun volgelingen de aanval inzetten, vluchten voor de overmacht van tegenstanders. Alle anderen zorgden vooral voor zichzelf.

    Even later legden drie slaven het lichaam in een draagstoel. Ze droegen het naar het Forum naar zijn huis. Omdat aan beide kanten de kap van de draagstoel naar achteren was gevallen, waren de slap afhangende handen en de wonden in het gezicht zichtbaar. Niemand kon bij het zien van de man die de laatste tijd als een soort god vereerd was geweest, de tranen nog bedwingen. Luid geween en geweeklaag vergezelde de slaven van alle kanten. Er stonden rouwenden op de daken, in de straten en in de portalen.

    Toen ze Caesars huis naderden, hoorde ze nog luider gejammer, want zijn echtgenote Calpurnia snelde met enkele vrouwen en bedienden naar buiten, riep haar man aan en betreurde het ongeluk. Ze had hem tevergeefs aangeraden die dag niet uit te gaan en hem was een veel erger lot beschoren geweest dan ze ooit had verwacht.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 95-96.

    Lijkbezorging

    De drie slaven namen ook zijn papieren mee, en vonden de waarschuwing die Artemidoros van Knidos Caesar nog in de hand had gedrukt.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116. Eenmaal thuis zal men het lichaam hebben gewassen en door een arts laten onderzoeken. Ook werd een lijkmasker gemaakt.

    Onder al die wonden werd er slechts één gevonden die naar het oordeel van de arts Antistius dodelijk was, de tweede, die hem was toegebracht in de borst.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

    Tot zover de gebeurtenissen van die middag, voor zover ze Caesars familie betreffen. Maar de moordenaars hadden ook nog dingen te doen. Daarover blog ik om 14:00.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Antistius #ArtemidorosVanKnidos #Calpurnia #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos
  14. De moord op Julius Caesar (7): de dood

    Portret van Julius Caesar, gebaseerd op zijn lijkmasker (Archeologisch Museum, Palermo)

    Caesars reactie

    Julius Caesar sprong op om zich te verdedigen en Casca riep zijn broer. In zijn opwinding sprak hij Grieks.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

    Caesar greep Casca’s arm en doorstak die met zijn schrijfstift.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

    Caesar draaide zich om en greep de dolk en hield die vast. Ze slaakten ongeveer gelijktijdig een uitroep; de getroffene riep in het Latijn:  “Vervloekte Casca, wat doe je?” en de dader in het Grieks tegen zijn broer: “Broer, help!”noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

    Caesar trok nu zijn kleed uit de handen van Cimber, pakte de hand van Casca vast, sprong van zijn zetel af, draaide zich om en smeet Casca met grote kracht weg.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

    Schok

    De senatoren die van niets wisten waren verbijsterd en huiverden bij het zien van die daad. Ze durfden niet te vluchten of hem te hulp te komen, of ook maar een woord te uiten.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

    Verdere wonden

    De andere Casca gehoorzaamde hem en stak zijn zwaard in Caesars zijde. Even eerder had Cassius hem al van opzij in het gezicht gestoken. Decimus Brutus raakte hem in de dij. Cassius Longinus wilde nog eens steken maar miste en trof Marcus Brutus in de hand. Ook Minucius deed een uitval naar Caesar, maar hij raakte Rubrius op de dij. Het leek alsof ze vochten om Caesar.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

    Caesar deed een poging om op te springen, maar een nieuwe verwonding maakte dit onmogelijk. Hij merkte dat hij van alle kanten met getrokken dolken werd belaagd.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

    Maar van degenen die zich op de moord hadden voorbereid ontblootte ieder zijn dolk en Caesar, van alle kanten omringd en waarheen hij zich ook wendde doorboord door dolksteken die op zijn gezicht en ogen gericht waren, was nu als een wild dier verstrikt in de handen van allen. Want ze moesten allemaal zijn bloed proeven en aan het offer deelnemen. Daarom bracht ook Brutus hem één steek toe, in de lies. … Veel daders verwondden elkaar bij hun pogingen om al die steken in één lichaam aan te brengen.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

    Terwijl hij dat deed, stak een ander hem met zijn dolk diep in zijn zij, die door de draai strakgespannen stond. En Cassius trof hem in het gezicht, Brutus raakte zijn dij en Bucolianus zijn rug, zodat Caesar zich onder woedend gebrul als een wild dier van de een naar de ander keerde, maar na een steek van Brutus [lacune] Bij dat gezwaai in het wilde weg met hun dolken verwondden ze vaak elkaar.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

    De dood van Julius Caesar

    Bedekt met wonden viel Caesar neer aan de voeten van het standbeeld van Pompeius. Er was er niet één die hem niet stak toen hij roerloos lag, als om te tonen dat ieder zijn aandeel in de daad had gehad. Pas toen hij vijfendertig wonden had opgelopen, blies hij zijn laatste adem uit.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 90.

    Caesar omhulde zijn hoofd met zijn toga en trok gelijk met zijn linkerhand de plooien van zijn toga strak omlaag tot aan zijn voeten, zodat ook het onderste gedeelte van zijn lichaam bedekt zou zijn en hij er behoorlijk bij zou liggen. In deze houding werd hij drieëntwintig maal doorstoken.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

    Sommigen zeggen dat hij zich tegen de anderen verweerde en zich schreeuwend heen en weer wierp, maar toen hij Brutus met getrokken dolk tegenover zich zag zijn toga over zijn hoofd trok en zich liet vallen (toevallig of omdat de moordenaars hem in die richting duwden) bij het voetstuk van Pompeius’ standbeeld. Dat werd helemaal besmeurd met bloed zodat het leek alsof Pompeius zelf de leiding had bij de wraak op zijn vijand, die nu aan zijn voeten lag, stuiptrekkend van zijn vele steekwonden. Men zegt dat hij er drieëntwintig opliep.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

    [lacune] of het eindelijk opgaf, zijn kleed over zijn hoofd trok en beheerst neerviel voor het beeld van Pompeius. Zelfs nu hij gevallen was, bleven ze hem mishandelen tot hij drieëntwintig keer gestoken was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

    De laatste woorden van Julius Caesar

    Alleen bij de eerste stoot kermde hij zonder een woord, al hebben sommigen overgeleverd dat hij, toen Marcus Brutus zich op hem stortte, in het Grieks tot hem heeft gezegd: “Ook jij, mijn zoon.”noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

    Hij trok zijn toga voor zijn gezicht terwijl hij door vele dolkstoten
    dodelijk werd getroffen. Volgens mij is dit de meest betrouwbare versie, maar enkele bronnen vermelden nog dat hij, toen hij hard door Brutus werd geraakt, tegen hem gezegd zou hebben: “Jij ook, jongen.”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.19; vert. Gé de Vries.

    Caesars beroemde laatste woorden worden doorgaans vertaald alsof het een vraag zou zijn geweest, waaruit verbazing zou blijken dat ook Brutus aan de aanslag zou hebben deelgenomen. Dat vraagteken staat ook in de vertaling van Daan den Hengst, die ik hier citeer.

    Het vraagteken is echter pas uitgevonden in de Middeleeuwen. Het kan dus met geen mogelijkheid in het verslag van Suetonius hebben gestaan. Om die reden lijkt het mij allerminst uitgesloten, ja zelfs voor de hand liggend, dat Caesars laatste woorden, “καὶ σύ τέκνον”, verwijzen naar een standaardformule die we kennen van allerlei antieke grafschriften. De woorden “καὶ σύ” zijn een herinnering dat iedereen eens zal sterven: heden ik, morgen gij, vandaag Gaius Julius Caesar en volgend jaar Marcus Junius Brutus.

    De standaardformule καὶ σύ op een mozaïek uit Antiochië

    Dat de stervende de dood van Brutus aankondigde hoeft niet historisch waar te zijn; Suetonius en Dio kennen andere overleveringen. Maar het zou goed passen bij Caesars herhaalde aankondiging dat als hij zou sterven, het imperium opnieuw in chaos zou worden gedompeld.

    Om 13:00 meer.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Voorislamitisch Iran (5): Parthen en Romeinen

    augustus 10, 2011
    Mithras: mysterie en mythe

    februari 14, 2022
    De slag bij Farsalos (2)

    juni 29, 2022 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #dictator #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusJuniusBrutus #MarcusVelleiusPaterculus #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos #ServiliusCasca #Suetonius #TitusLivius #vraagteken
  15. De moord op Julius Caesar (6): de aanval

    Herdenkingsmunt van de moord op Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

    Verschillende bronnen documenteren de moord op Julius Caesar. Te beginnen met de correspondentie van de politicus Cicero, die voldoende van het complot wist om te weten dat hij niet méér wilde weten. Hij bleef die dag weg, maar zou er later naar verwijzen in zijn toespraken. Dat levert niet zo heel veel informatie op, maar het is het oudste bewijs dát er iets is gebeurd. Een echt verslag krijgen we pas na een halve eeuw: de beschrijving door Nikolaos van Damascus. Het relaas van Titus Livius is verloren gegaan en Velleius Paterculus maakt vooral duidelijk dat de moordenaars wel iets dankbaarder hadden mogen reageren op Caesars clementie. We moeten tot de vroege tweede eeuw wachten tot we opnieuw een bron hebben: Suetonius. Daarop volgt Ploutarchos, die verschillende keren over de moord heeft geschreven, het meest uitgebreid in zijn biografieën van Caesar en van Brutus. Tot slot is er de beschrijving door Appianus.

    Het ergerlijke is dat achter al die bronnen feitelijk slechts twee verslagen schuil gaan: enerzijds Nikolaos van Damascus, anderzijds de gedeelde bron van Suetonius, Ploutarchos en Appianus. De voornaamste verschillen tussen die drie zijn dat Ploutarchos de reactie noemt van de geschokte senatoren – de meeste aanwezigen zaten immers niet in het complot – en dat Suetonius verschillende tradities kent over Caesars laatste woorden. Omdat de overeenkomsten zo groot zijn, is er evident een gemeenschappelijke bron, wellicht Titus Livius. En als je de vier verslagen leest, vraag je je af ze feitelijk niet allemaal teruggaan op één bron.

    Tullius Cimber

    Degenen die hem wilden doden, gingen rondom hem staan. De eerste die op hem toekwam, was Tillius Cimber, wiens broer door Caesar was verbannen. Hij stapte op hem af alsof hij een smeekbede wilde doen namens zijn broer.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88.

    Terwijl hij plaats nam, kwamen de samenzweerders om hem heen staan, zogenaamd om hem te begroeten, en direct trad Tillius Cimber, die de leidersrol op zich had genomen, op hem toe als om iets te vragen.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

    Toen Caesar binnenkwam, stond de Senaat eerbiedig op, en enkele vrienden van Brutus gingen achter hem staan, rondom zijn zetel. Andere gingen hem tegemoet om het verzoek te steunen van Tillius Cimber, die hem benaderde over zijn verbannen broer, en begeleidden hem zo tot aan zijn zetel. Caesar nam plaats.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

    Tillius Cimber, een van hen, kwam voor hem staan en vroeg hem zijn verbannen broer toe te staan terug te keren.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

    Weigering

    Tillius Cimber greep Caesars toga, zogenaamd als smekeling maar feitelijk om te verhinderen dat hij op zou staan en om zijn handen kon gebruiken. Caesar reageerde vol kwaadheid.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88.

    Toen Caesar hem terugwees en met een gebaar beduidde dat hij met zijn verzoek moest wachten, greep Cimber zijn toga bij beide schouders vast. Caesar riep uit: “Maar dit is geweld!”noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

    Caesar wees hun verzoeken af, en sloeg bij hun aandringen tegen ieder van hen een barsere toon aan, waarop Tillius met beide handen Caesars toga vastgreep en haar wegtrok van zijn hals. Dat was het sein voor de aanslag.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

    Toen Caesar daarop simpelweg antwoordde dat die zaak een andere keer aan de orde moest komen, pakte Cimber hem bij zijn purperen gewaad alsof hij er nog verder op aan wilde dringen en trok het kleed weg, zodat zijn hals bloot lag, terwijl hij uitriep: “Waar wachten jullie nog op, vrienden?”noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

    De eerste steek

    De samenzweerders, vastberaden, trokken snel hun dolken en sprongen op Caesar af. Eerst stak Servilius Casca hem in de linkerschouder, vlak boven het sleutelbeen, maar door zijn nervositeit miste hij zijn doel.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88-89.

    Op hetzelfde ogenblik bracht een van de gebroeders Casca hem van achteren een wond toe, even onder de keel.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

    Eerst bracht Casca hem met zijn dolk een steek toe in zijn nek die niet diep of dodelijk was. Hij was natuurlijk te nerveus bij het begin van zo’n waagstuk.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

    Casca, die boven Caesars hoofd uittorende, stootte als eerste zijn dolk in diens keel, maar die ketste weg en raakte zijn borst.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

    Over vijf minuten meer.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #DecimusJuniusBrutus #dictator #JuliusCaesar #LuciusTilliusCimber #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos #ServiliusCasca #Suetonius #TitusLivius #toga
  16. De moord op Julius Caesar (5): offers

    Julius Caesar; portret uit Nijmegen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

    De samenzweerders hadden lang staan wachten, maar eindelijk arriveerde Julius Caesar. In zijn gezelschap was Marcus Antonius, zijn mede-consul. Veel soldaten waren er niet. Caesar had zijn lijfwacht immers ontbonden en Marcus Aemilius Lepidus, de adjudant van de dictator, was net die ochtend met wat troepen de stad uitgegaan om zich te voegen bij het leger dat al op weg was naar het oosten. De samenzweerders moeten opgelucht adem hebben gehaald: de gladiatoren die ze voor de zekerheid achter de hand hielden, zouden niet nodig hoeven zijn. Maar toen gebeurde er iets dat de aanwezigen de schrik om het hart deed slaan. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus vertelt:

    Toen Caesar uit de draagstoel stapte, nam Popilius Laenas hem apart om hem over iets dringends te spreken. Wat ze zagen maakte de samenzweerders aan het schrikken, vooral toen het zo lang duurde, en ze maakten elkaar met hoofdknikken duidelijk dat ze zichzelf zouden doden voor ze gegrepen werden. Maar in de loop van het gesprek kregen ze de indruk dat Laenas geen dingen aan Caesar onthulde, maar eerder aandrong op iets wat hij van hem had gevraagd; daarop waren ze opgelucht en vatten weer moed toen ze zagen dat hij na het gesprek vriendelijk afscheid nam van Caesar.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116; vert. John Nagelkerken.

    Ondertussen wist Gaius Trebonius, die ooit had geprobeerd Marcus Antonius te winnen voor het complot, Caesars mede-consul te onderscheppen. Antonius was een potige man en ervaren vechter, die de samenzweerders liever niet tegenover zich hadden. Bij de ingang van de zuilengalerij wist Trebonius een praatje met hem aan te knopen.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117. Ondertussen wandelde Caesar verder. Als hoogste aanwezige magistraat was het nu zijn taak om, voordat de vergadering begon, een offer te brengen. De Senaat kon immers alleen samenkomen als er goddelijke zegen op rustte. Het mocht niet zo zijn.

    Caesar offerde verscheidene dieren, maar ging, toen hij geen gunstige voortekens kon krijgen, het Senaatsgebouw binnen zonder zich van dit godsdienstige bezwaar iets aan te trekken. Lachend noemde hij Spurinna een leugenprofeet, omdat de iden van maart waren aangebroken zonder dat hem iets was overkomen. Maar Spurinna antwoordde: “Aangebroken wel, nog niet voorbij.”noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

    En zo betrad Julius Caesar, met slechte voortekens en zonder lijfwacht of mede-consul, de Senaatszaal. Alle aanwezigen stonden op hem te begroeten.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88; Ploutarchos, Caesar 66.

    Over een kwartier meer.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #dictator #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #NikolaosVanDamascus #offer #Ploutarchos #PopiliusLaenas #Spurinna
  17. De moord op Julius Caesar (4): vertrek

    Caesar droomde van een dexiosis, zoals deze van Mithridates I van Kommagene en Herakles (Arsameia)

    Zoals ik al verschillende keren heb aangegeven, wist Julius Caesar van de samenzweringen die tegen hem waren beraamd. Hij had geprobeerd ze te pareren door te laten weten dat hij ervan op de hoogte was en door de mensen eraan te herinneren dat als hij dood zou zijn, de hel opnieuw zou losbarsten. En toch lijkt hij op de vroege ochtend van 15 maart 44 v.Chr. te hebben geaarzeld.

    Dromen

    Diverse bronnen vertellen dat Caesar en zijn echtgenote nare dromen hadden gehad. Hier is wat Caesars biograaf Suetonius vertelt:

    In de laatste nacht voor de dag van de moord droomde Caesar eerst dat hij zweefde boven de wolken en daarna dat hij Jupiter de hand schudde. Zijn vrouw Calpurnia zag in een droom hoe de gevel van hun huis instortte en hoe haar echtgenoot in haar arm en doorstoken werd. En plotseling gingen de deuren van het slaapvertrek vanzelf open.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

    Dit moeten wel verzinsels achteraf zijn. Caesars droom, waarin we het artistieke motief herkennen van de dexiosis, de hierboven afgebeelde handdruk, komt te precies overeen met zijn latere vergoddelijking. Wat Calpurnia droomde, past ook iets te netjes bij de latere gebeurtenissen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt nog een andere, al even ongeloofwaardige droom:

    Aan Caesars huis was bij Senaatsbesluit als sieraad en ereteken een gevelornament bevestigd … Calpurnia droomde dat ze dit in stukken zag vallen en dat ze daarom jammerde en huilde. In elk geval vroeg ze Caesar, toen het dag was geworden, om als het mogelijk was niet uit te gaan, maar de Senaatsvergadering uit te stellen of, als hij zich niets wilde aantrekken van haar dromen, door andere vormen van zienerskunst en offers de toekomst te onderzoeken. Ook Caesar zelf koesterde, naar het schijnt, een zekere argwaan en angst. Want hij had bij Calpurnia nooit eerder de bijgelovige angst waargenomen die vrouwen eigen is, maar hij zag dat zij daar nu hevig aan leed.noot Geciteerd door Ploutarchos, Caesar 63; vert. Hetty van Rooijen.

    Nog meer voortekens

    Vermoedelijk iets serieuzer is de in verschillende bronnen genoemde voorspelling van Spurinna:

    De ingewandschouwer Spurinna waarschuwde hem, toen hij een offer bracht, op zijn hoede te zijn voor een gevaar dat niet langer dan tot de iden van maart zou wachten.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

    Ingewandschouw gold als serieuze, officiële vorm van futurologie en de zieners hadden politieke netwerken. Niet de lever van een offerdier, maar Spurinna’s kennis van de situatie zal hem tot zijn waarschuwing hebben gebracht. Kortom, Caesar was een gewaarschuwd man. En hij handelde ernaar. Hij liet de Senaat weten dat hij niet goed in orde was – wat men een diplomatiek verkoudheidje noemt. Zijn mede-consul Marcus Antonius zou de honneurs waarnemen en de vergadering voorzitten.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

    Ten slotte ging hij toch omstreeks het vijfde uur [rond 11:00] op weg, omdat Decimus Brutus er bij hem op aandrong de talrijke senatoren, die al geruime tijd wachtten, niet teleur te stellen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst; vgl. Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

    Decimus Junius Brutus was een van Caesars persoonlijke vrienden. Toen Caesar zijn testament maakte, stond Decimus bij de erfgenamen.

    Waarschuwingen

    Per draagstoelnoot Appianus, Burgeroorlogen 2.115. ging Caesar nu naar het Senaatsgebouw van Pompeius. Het was, als we aannemen dat Caesar vertrok van zijn ambtswoning als hogepriester op het Forum Romanum, een tochtje van een klein half uur.

    In het voorbijgaan overhandigde iemand hem een schrijven waarin de aanslag werd verraden, maar hij legde het bij de andere stukken die hij in de linkerhand hield, om het later te lezen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

    We weten dat deze man Artemidoros van Knidos heette en een Griekse geleerde was.noot Ploutarchos, Caesar 65. Dat was niet de enige waarschuwing. Appianus kent nog een ander verhaal.

    Caesar was al in de draagstoel onderweg naar de Senaat, toen een van zijn eigen mensen, die op de hoogte was gesteld van de aanslag, naar zijn huis rende om hem te vertellen wat hij te weten was gekomen. Toen hij daar Calpurnia tegenkwam, vertelde hij haar alleen dat hij Caesar wilde spreken over dringende aangelegenheden en bleef hij wachten tot Caesar terugkwam van de Senaat; hij was niet tot in details bekend met wat er gaande was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116; vert. John Nagelkerken.

    We zullen hierna nog twee keer horen over Caesars echtgenote: namelijk hoe ze het stoffelijk overschot in ontvangst nam en Caesars archief afstond. We zouden graag méér weten van haar gevoelens en wederwaardigheden. Ze was pas achtendertig. Ik neem aan dat haar vader Lucius Calpurnius Piso, die de komende dagen een cruciale rol zou spelen, voor bescherming gezorgd zal hebben. In de volgende jaren was Italië in handen van de aanhangers van Julius Caesar; ik neem aan dat ook die ervoor hebben gezorgd dat de echtgenote van hun god in leven bleef. Maar dit alles blijft speculatie. Calpurnia’s verdere leven blijft onbekend, ja zelfs het weinige dat we wél weten over haar leven – zoals haar droom in de nacht van 14 op 15 maart – riekt naar fictie.

    Over een half uur meer.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #ArtemidorosVanKnidos #Calpurnia #DecimusJuniusBrutus #dexiosis #droom #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusPiso #Spurinna #Suetonius #TitusLivius
  18. De moord op Julius Caesar (3): het wachten

    Maquette van theater en porticus van Pompeius, met middenin de zuilengang tegenover het theater de vergaderzaal waar Caesar is vermoord (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

    We weten niet precies wanneer de samenzweringen tegen het leven van Julius Caesar samen zijn gekomen tot één complot, maar zullen er niet ver naast zitten als we aannemen dat het was in de eerste weken van 44 v.Chr. We weten wel dat Gaius Cassius Longinus de aanwezigheid van de als respectabel geldende Marcus Junius Brutus noodzakelijk achtte, en dat deze er slapeloze nachten van had.

    Porcia en Brutus

    Dat schrijft althans Ploutarchos, van wie al zagen dat hij beschikte over bronnen uit Brutus’ huishouding.

    Soms hielden zijn zorgen hem, of hij wilde of niet, uit zijn slaap en wanneer hij zich nog meer dan anders overgaf aan berekeningen en tobde over problemen, merkte zijn vrouw, die naast hem sliep, dat hij vervuld was van een ongewone onrust en dat er in hem een moeilijk en gecompliceerd plan omging.noot Ploutarchos, Brutus 13; vert. Hetty van Rooijen.

    Brutus’ echtgenote was niet de eerste de beste. Porcia was een dochter van Cato de Jongere en was de weduwe van Marcus Calpurnius Bibulus, Caesars mede-consul en tegenstander in 59 v.Chr. Het was alleen maar logisch dat Brutus zijn echtgenote in vertrouwen nam. Ploutarchos vertelt nog dat Porcia een onverschrokken vrouw was, die met zelfverminking zou hebben bewezen bestand te zijn tegen marteling. We mogen bij die informatie wel wat vraagtekens plaatsen. Zelfverwonding is in elk geval een raar bewijs van moed.

    De groep rond Cassius

    In elk geval weten we dat Brutus die ochtend, met medeweten van zijn echtgenote, op pad ging.

    De anderen verzamelden zich bij Cassius en begeleidden diens zoon, die de zogeheten mannentoga zou aannemen, naar het Forum. Daarvandaan begaven allen zich naar de zuilengang van het theater van Pompeius en wachtten daar op Caesar, die elk ogenblik naar de Senaat kon komen.noot Ploutarchos, Brutus 14; vert. Hetty van Rooijen.

    De samenzweerders wachtten in een complex dat bestond uit het theater van Pompeius, met daarvoor een tuin die was omgeven door zuilengangen. Zie het plaatje hierboven. Aan het einde daarvan waren diverse zalen, waaronder een vergaderzaal die Pompeius had ingericht. Het eigenlijke Senaatsgebouw was een paar jaar eerder afgebrand en het nieuwe gebouw, dat u nog steeds kunt zien op het Forum Romanum, was in 44 nog in aanbouw. Dus vergaderde de Senaat in Pompeius’ vergaderzaal. Die lag bovendien buiten de gewijde stadsgrens, waar militaire aangelegenheden, die niet binnen de stad besproken mochten worden, aan de orde konden worden gesteld. En zoals bekend was Caesar bezig met de planning van een veldtocht tegen de Parthen.

    In deze tuin wachtten de senatoren dus op de dictator. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio, die lang na de gebeurtenissen schrijft maar goede bronnen heeft geraadpleegd, weet te noemen dat de samenzweerders een Plan-B hadden. Terwijl zij wachtten in de zuilengangen rond de tuin, verzamelde een groep gladiatoren zich in het theater. Mocht de moord op één man leiden tot grootschaliger bloedvergieten, dan was er gewapende steun.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.16.. Ook de Romeinse auteur Velleius Paterculus weet van deze gladiatoren.

    De tijd verstreek en omdat Caesar almaar niet verscheen, begonnen de bedienden alvast met opruimen. De vergulde troon waarop de voorzitter van een Senaatsvergadering zitting nam, werd dus alvast weggebracht naar de opslagruimte. Het voorval is onthouden omdat het later kwam te gelden als voorteken.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.17. Ondertussen wachtten de senatoren.

    Iemand die wist wat er stond te gebeuren zou het meest verbaasd zijn geweest over de onverstoorbaarheid en kalmte van de mannen tegenover het gevaar. Als praetoren waren ze genoodzaakt met veel personen zaken te behandelen, en ze luisterden niet alleen vriendelijk naar degenen die met een verzoek kwamen of een geschil hadden, alsof ze alle tijd hadden, maar deden ook in alle gevallen zorgvuldig en weloverwogen uitspraak. En toen iemand die zich niet aan een uitspraak wilde onderwerpen luidkeels een beroep deed op Caesar en hem tot getuige riep, zei Brutus met een blik naar de aanwezigen: “Caesar belet mij niet volgens de wetten te handelen, en hij zal dat ook niet doen.”noot Ploutarchos, Brutus 14; vert. Hetty van Rooijen.

    Porcia

    Brutus bleef onverschrokken toen iemand aan kwam rennen met een persoonlijk bericht: zijn echtgenote was er slecht aan toe.

    Porcia was namelijk buiten zichzelf om wat te gebeuren stond en niet in staat de druk van haar bezorgdheid te verdragen. Ze had de grootste moeite om binnen te blijven en rende bij elk rumoer en geschreeuw als een extatische bacchante naar buiten. Aan iedereen die van het Forum kwam vroeg ze hoe het met Brutus was en ze stuurde de een na de ander daarheen. Ten slotte, toen het steeds langer duurde, kon ze de situatie fysiek niet meer aan en begaven haar krachten het door alle opwinding en radeloosheid.

    Voordat ze naar haar kamer kon gaan beving haar ter plaatse, terwijl ze tussen haar dienaressen zat, een flauwte en een zware verdoving, ze werd doodsbleek en kon geen woord meer uitbrengen. Haar dienaressen jammerden bij de aanblik, de buren snelden toe en al snel ontstond en verspreidde zich het gerucht dat ze dood was. Na korte tijd kwam ze echter bij en werd ze door de vrouwen verzorgd.

    Brutus was door het overrompelende nieuws natuurlijk hevig ontdaan, maar hij bleef het algemeen belang vooropstellen en liet zijn aandacht door het ongeluk niet afdwalen naar eigen aangelegenheden.noot Ploutarchos, Brutus 15; vert. Hetty van Rooijen.

    En zo bleef men wachten. We mogen aannemen dat ieder zijn eigen gedachten had.

    Wordt om 11:00 vervolgd.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (3)

    februari 22, 2016
    De slag bij Pelousion

    januari 16, 2023
    Caesar bezet Córdoba

    maart 22, 2025 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #CatoDeJongere #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusJuniusBrutus #MarcusVelleiusPaterculus #Ploutarchos #Porcia #praetor #Suetonius
  19. De moord op Julius Caesar (2): de situatie

    De samenzweerders hoopten Caesar bij een verkiezingsbrug als deze te doden (© American Numismatic Society)

    Vandaag is het 2069 jaar geleden dat moordenaars afrekenden met Julius Caesar en een nieuwe ronde burgeroorlogen ontketenden. Die vijftiende maart 44 v.Chr. geldt als de dag uit de oude geschiedenis waarover we het beste zijn geïnformeerd. Ik ga u meenemen, van uur tot uur. Maar eerst nog even een zeer korte situatiebepaling.

    Het dilemma van Julius Caesar

    Om te beginnen: Julius Caesar had in de Tweede Burgeroorlog de officiële legers van de Romeinse republiek verslagen. Er waren nog verzetshaarden in Iberië en Syrië, maar die zouden vroeg of laat wel doven. Caesars feitelijke probleem was dat zijn macht, gebaseerd op het vernieuwde leger en een netwerk van partijgangers, te groot was om nog te passen in welke vorm van republikeins bestuur ook. Tegelijk wilde hij het imperium wel laten functioneren. Daartoe nam hij hervormingsmaatregelen en stelde hij zich verzoenend op tegenover zijn tegenstanders, waaronder competente bestuurders waren die bereid waren het nieuwe regime te aanvaarden.

    Er waren geruchten – in onze bronnen ook nadrukkelijk gepresenteerd als geruchten – dat Caesar verlangde naar de koninklijke waardigheid. De aanleiding zou kunnen zijn geweest dat hij koninginnen, Kleopatra van Egypte en Eunoë van Mauretanië, als maîtresses had. Ik vermoed dat het inderdaad slechts geruchten waren, want Caesars macht was vele malen groter dan die van de koningen van zijn tijd. In 44 v.Chr. heeft hij daarentegen zeker gekozen voor de permanente dictatuur als de vorm waarin hij zijn alleenheerschappij wilde gieten.

    Tegelijk nam hij zich voor om Rome te verlaten voor een oorlog tegen de Daciërs en de Parthen, waarbij hij ook Syrië tot rust wilde brengen. Ter voorbereiding had hij de legioenen marsorders gegeven en magistraten aangewezen voor de komende drie jaar. Op zich een poging tot stabiel bestuur, maar veel senatoren achtten dat bedreigend. Tot dan toe had het erop geleken dat zijn uitzonderlijke positie tijdelijk was, maar de combinatie van permanente dictatuur en afwezigheid uit Rome suggereerde dat de republiek nooit meer hersteld zou worden.

    Moordplannen

    Twee groepen samenzweerders, de ene geleid door Gaius Trebonius en de andere door Gaius Cassius Longinus, hadden samen met Marcus Junius Brutus (het respectabele “gezicht” van de moordenaars) geconcludeerd dat de dictator moest sterven. Caesars biograaf Suetonius weet daar meer van.

    Eerst aarzelden de samenzweerders of zij twee groepen zouden vormen, zodat op het Marsveld, wanneer Caesar bij de verkiezingen de kiezers naar de stembus riep, de ene groep hem van de brug af zou kunnen werpen en de andere hem zou opvangen en doden, of dat ze hem zouden aanvallen hetzij op de Via Sacra hetzij bij de ingang van het theater. Maar toen er een Senaatszitting werd uitgeschreven voor de Iden van maart in het Senaatsgebouw van Pompeius, gaven zij zonder bedenken aan die gelegenheid en plaats de voorkeur.noot Suetonius, Caesar 80; vert. Daan den Hengst.

    De genoemde brug zorgde ervoor dat iemand ongehinderd zijn stem kon uitbrengen; zie de foto hierboven. De plek was symbolisch: door Caesar hier te doden, maakten de samenzweerders duidelijk te strijden voor een eerlijk politiek leven. Het nadeel was dat er veel mensen zouden zijn die met de dictator sympathiseerden. Dat nadeel was er niet in de door Pompeius gebouwde Senaatsgebouw.

    Wordt om 9:30 vervolgd.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #aanleiding #CampusMartius #dictator #Eunoë #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #MarcusJuniusBrutus #Marsveld #Suetonius
  20. De moord op Julius Caesar (1): de vooravond

    Caesar (Musée des beaux-arts, Lyon)

    Voor oudheidkundigen staat de datum van morgen, 15 maart dus, in rode letters op de kalender. Iemand die een burgeroorlog ten einde had gebracht en Italië zijn rust had teruggegeven, werd bloedig om het leven gebracht. Omdat ik over de moord op Odoaker op 15 maart 493 al eens heb geblogd, moeten we het maar hebben over die andere moord die plaatsvond op 15 maart – ofwel de iden van maart. U bent dus voor de 154e keer aanbeland in de naar een climax lopende reeks “Wat deed Julius Caesar 2069 jaar geleden?”

    Hoezo, de iden van maart?

    Voor ik daar op inga, eerst maar even een woord over die rare uitdrukking “de iden van maart”. De Romeinen hadden van oorsprong een maankalender, met enkele gemarkeerde momenten. De dag waarop een priester (of een andere functionaris, ik ga dat even niet opzoeken) de nieuwe maan waarnam, heette de kalendae, wat zoiets wil zeggen als “omroepen” dat de maansikkel was gezien, zodat de nieuwe maand was begonnen. De volle maan heette de idus of eidus, en in het Nederlands iden. Het eerste kwartier heette nonae en de dag vóór zo’n dag-met-een-naam heette de pridie, de “voordag”. Verder waren er complexe systemen om schrikkelmanen in te voegen en om de dagen namen te geven. Zo heette de dag die wij 26 januari noemen destijds “zeven dagen voor de kalendae van februari”. Van een volk dat 188 noteerde als CLXXXVIII, moeten we ook maar niets praktischers verwachten.

    Het systeem was niet alleen complex, het was ook manipuleerbaar. Bijvoorbeeld als het omroepen van de kalendae de priester om hem moverende redenen niet goed uitkwam. Of als het politiek opportuun was een schrikkelmaan over te slaan (en nieuwe magistraten eerder te laten aantreden) of in te voegen (en de zittende magistraten wat langer te handhaven). Vandaar – ik heb het eerder verteld – de kalenderhervorming van Julius Caesar. Waardoor de “voordag van de iden van maart” voortaan gewoon 14 maart heette en de dag waarop Caesar werd vermoord gewoon 15 maart. De uitdrukking “de iden van maart” was in 44 v.Chr. al een archaïsme en het is een vreemd soort eruditie de uitdrukking te gebruiken.

    De tafelgesprekken van Julius Caesar

    Maar goed. Daar gaan we het morgen over hebben. Nu de vraag wat Caesar op 14 maart deed. Toevallig weten we dat van zijn biograaf Suetonius.

    Nog op de dag vóór de moord, toen tijdens een diner ten huize van Marcus Lepidus ter sprake kwam wat de aangenaamste wijze van sterven was, had hij zijn voorkeur uitgesproken voor een plotselinge en onverwachte dood.noot Suetonius, Caesar 86; vert. Daan den Hengst.

    Ook andere auteurs weten van dit gesprek.noot Bijv. Appianus, Burgeroorlogen 2.115. Wel verrekte toevallig natuurlijk, dat op de avond voordat moordenaars Caesar zouden doden, de conversatie zich concentreerde op zijn dood. Het is uiteraard denkbaar dat de anekdote is verzonnen. Het is ook denkbaar dat de uitspraak authentiek is, maar gedaan op een ander moment. Daarna is die zozeer met de moordaanslag geassocieerd geraakt, dat mensen de woorden hebben geplaatst aan de vooravond. De vakterm voor dit mechanisme is “epische verdichting”.

    Er is nog een derde verklaring: het is werkelijk gezegd op de avond van 14 maart. Iemand heeft Caesar een waarschuwing willen geven. We weten dat er meer waarschuwingen zijn geweest, nog op de dag zelf, en we constateerden al dat Caesar op de hoogte was van samenzweringen (meervoud).

    U begrijpt: morgen meer. Heel veel meer.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Het einde van Juba I

    maart 7, 2024
    Bloedbad in Gomfoi

    juni 18, 2022
    Maës, de antieke Marco Polo (2)

    september 7, 2022 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #epischeVerdichting #JuliusCaesar #kalender #kalenderhervorming #Maan #MarcusAemiliusLepidus #Suetonius
  21. Blog-experiment: #RealTimeCaesar

    Julius Caesar (Musée des beaux arts, Lyon)

    Morgen wordt Julius Caesar vermoord. Als u deze blog dan volgt, kunt u de gebeurtenissen zowat op het kwartier nauwkeurig volgen. Het is de climax van een reeks blogjes die ik ben begonnen in 2020 en die tot en met Caesars begrafenis door gaat, waarop dan een evaluatie van ’s mans optreden volgt. Met een coda, voorzien voor mei, is de reeks #RealTimeCaesar dan echt afgelopen. Als u vandaag voor het eerst inhaakt, kunt u hier een samenvatting lezen van Caesars loopbaan, vindt u daar een overzicht van alle 176 blogjes en kunt u morgenochtend beginnen te lezen over de concrete situatie waarin moord een optie begon te lijken.

    #RealTimeCaesar

    Ik heb de lezers van deze reeks ruim vijf jaar lang tot op de dag nauwkeurig – en soms zelfs preciezer – laten volgen hoe Caesar tegen de Senaat oprukte, tegenstanders versloeg in Italië, Catalonië, Griekenland, Egypte, Turkije, Tunesië en Andalusië. Zijn relaties tot andere senatoren, zijn literaire productie en zijn bouwwerkzaamheden kwamen ook aan de orde, net als enkele militaire operaties van zijn bondgenoten en tegenstanders. Mijn mening is dat ook iemand die met succes een staatsgreep uitvoert, de staat moet besturen, en dat dit het dominante thema is in het beleid van de dictator.

    De real-time-geschiedenis-blog is een vorm van wetenschapscommunicatie die bij mijn weten nooit eerder is beproefd. De dichtstbijzijnde parallel lijkt mij de mogelijkheid die er ooit is geweest om op Twitter e.d. de twee wereldoorlogen in tweetvorm te volgen. Maar een reeks waarin Twitter e.d. werden gebruikt om door te leiden naar speciaal geschreven blogs waarin niet alleen verslag van gebeurtenissen werd gedaan maar ook werd gewezen op methodische problemen, is bij mijn weten iets nieuws.

    Wat ik leerde

    Het experiment is niet helemaal geslaagd. Ik had stille hoop dat blogjes over Caesar, zijnde een redelijk populair onderwerp, zouden leiden tot meer reacties en vragen. Dat is niet echt gebeurd. Dezelfde mensen die altijd op deze blog reageren, bleven reageren, maar ik heb maar weinig anderen overtuigd dat oude geschiedenis een interessant discussiethema is. Ik heb wel geconstateerd dat de Mainzer Beobachter op “Caesardagen” wat meer lezers had; niet superveel, maar wel merkbaar. Ik was blij met de lezeres die me schreef dat de reeks haar had getoond dat Romeinse geschiedenis minder platgeslagen was dan ze de laatste jaren was gaan denken. Omgekeerd was er de reactie van iemand die vertelde dat dit de blogjes waren die hij oversloeg. Dat is overigens alleen maar logisch: afgezien van de eerste lezer (ook wel bekend als auteur) is er rond deze blog niemand die álles leest.

    Als het doel “meer Romeinen met meer informatie en meer verdieping voor meer mensen” was, is dat doel dus slechts gedeeltelijk behaald. Desondanks heb ik plezier gehad en trek ik een conclusie: dit soort grote projecten, die zich uitstrekken over een paar jaar, zijn gewoon mogelijk. De digitalisering van de bronnen is een belangrijke voorwaarde, waaraan inmiddels is voldaan. Historici kunnen gewoon een wetenschapsblog maken over (de kenbaarheid van) de gebeurtenissen in pakweg de Patriottentijd, gedurende de Risorgimento of tijdens het Apolloproject.

    Dat was de conclusie waar ook niet-oudheidkundigen hun voordeel van kunnen doen. Ik heb nog wat meer specialistische conclusies.

    Wat ik leerde over Caesar

    Eén: ik heb geleerd hoe ontzettend belangrijk chronologie is. Sommige gebeurtenissen worden echt begrijpelijker als je de moeite neemt de Romeinse republikeinse kalender om te rekenen naar onze jaartelling. Er zijn twee omrekeningssystemen: dat van Paul Ernst Groebe leek me betrouwbaarder vóór Caesars verblijf in Alexandrië, en dat van Urbain Le Verrier (ja, die) leek me het beste voor de gebeurtenissen daarna. Het lijkt me een mooi scriptieonderwerp voor een student: welk van de twee systemen is, met de kennis van nu, het betere?

    Twee: ik leerde ook hoe vreselijk belangrijk de slag bij Munda is geweest. De gevechten waren grootschaliger en bloediger dan die bij Farsalos, waarvan je steeds leest dat dat het beslissend gevecht is geweest. Ik heb een theorie: die inschatting, fout als ze is, is ingegeven doordat (a) Caesars tegenstander bij Farsalos, Pompeius, beter bekend is dan zijn tegenstanders bij Munda, en (b) doordat de slag bij Farsalos prominent figureert in het onvoltooide gedicht van de Romeinse auteur Marcus Annaeus Lucanus. Maar hoe zou ons geschiedbeeld eruit hebben gezien als dat verder was gegaan tot Munda? Dit is volgens mij geen eens losse speculatie, want Lucanus is afkomstig uit de streek van Munda. Opnieuw: een mooi onderwerp voor een scriptie.

    Drie: onze bronnen vermelden vaak dat er geruchten waren dat Caesar koning wilde worden. Dat klinkt op het eerste gezicht aannemelijk, omdat later Augustus werkelijk de monarchie stichtte. Ik denk echter dat het simpelweg niet waar is. Caesar was te groot voor dat: hij was geen Ambiorix, geen Vercingetorix, geen Ptolemaios, geen Farnakes, geen Juba, geen Bogud. De Senaat van Rome liet bezoekende koningen antichambreren vóór ze werden toegelaten tot de Senaatszaal. Caesar loste zijn constitutionele probleem niet op door het koningschap maar door de eeuwige dictatuur. En toen duidelijk werd dat hij een oplossing had gevonden, werden de messen geslepen.

    Vanavond om 19:00 meer.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Een wrange klucht

    april 1, 2013
    Archeologisch museum, Sidon

    april 11, 2019
    Archeoloog in Soedan (3)

    december 23, 2013 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #bloggen #chronologie #dictator #GnaeusPompeiusMagnus #JuliusCaesar #koningschap #MainzerBeobachter #MarcusAnnaeusLucanus #monarchie #slagBijMunda #UrbainLeVerrier #wetenschapsblog
  22. Marcus Antonius en de Lupercalia

    Marcus Antonius (Staatliche Münzsammlung, München)

    Zoals ik zojuist al schreef was het 15 februari 44 v.Chr. De Romeinen vierden de Lupercalia, een vruchtbaarheidsfeest ter ere van een vergeten godheid Lupercus. De priesters renden hierbij naakt door de straten en sloegen met riemen, gemaakt van geitenhuid, naar de omstanders. Wie werd geraakt, mocht hopen op grotere vruchtbaarheid. Verder dreven de Romeinen op deze dag met alles en iedereen de spot. Er is in de loop der eeuwen een hoop flauwekul verzonnen over dit feest; daarover leest u hier meer. Voor het moment is belangrijk dat heel Rome in een vrolijke stemming was.

    Nikolaos van Damascus, de auteur van een biografie van keizer Augustus, beschrijft in groot detail wat er op die dag gebeurde. Hier is het verslag. Voor het goede begrip: Caesar was, zoals bekend, dictator; naast hem stond zijn rechterhand, Marcus Aemilius Lepidus. Wie een diadeem omdeed, kroonde zichzelf tot koning.

    Marcus Antonius werd aangewezen om de Lupercalia te leiden. Gevolgd door een grote menigte marcheerde hij over het Forum, zoals de gewoonte was. Caesar zat op een gouden troon op de zogeheten Rostra, gehuld in zijn paarse mantel. Nu naderde Licinius hem als eerste, met een lauwerkrans waar een diadeem doorheen scheen. Terwijl Caesar vanaf zijn hoge positie een toespraak hield, legde Licinius, opgetild door zijn collega’s, de diadeem aan Caesars voeten.

    Het volk schreeuwde dat die op zijn hoofd moest worden geplaatst en riep Lepidus op om dit te doen, maar hij aarzelde. Gaius Cassius Longinus, een van de samenzweerders, die onder de schijn van welwillendheid tegenover Caesar zijn ware bedoelingen verborg, was hem echter voor. Hij nam de diadeem en legde die op schoot. Publius Servilius Casca was ook aanwezig.

    Toen Caesar een afwerend gebaar maakte, liep Marcus Antonius naar hem toe, naakt en gezalfd (zoals gebruikelijk tijdens de processie) en plaatste de diadeem op Caesars hoofd. Caesar nam die echter van zijn hoofd en gooide die in de menigte. Degenen die wat verderop stonden juichten dit gebaar toe, terwijl degenen die dichterbij stonden riepen dat hij de diadeem moest aannemen en het volk deze gunst niet moest onthouden.

    Blijkbaar kwamen mensen de diadeem terugbrengen.

    Toen Marcus Antonius voor de tweede keer de diadeem op Caesars hoofd zette, riep het volk in zijn eigen taal: Salve, rex! (“wees gegroet, koning”). Ook dit keer accepteerde Caesar niet en hij beval de diadeem te brengen naar de Jupitertempel op het Capitool. Opnieuw applaudisseerden degenen die eerder hadden geapplaudisseerd.

    Er is een versie die luidt dat Antonius dit deed om zich geliefd te maken bij Caesar, met de heimelijke hoop door hem geadopteerd te worden. Uiteindelijk omhelsde hij echter Caesar en overhandigde hij de kroon aan enkele omstanders om het standbeeld van Caesar, dat vlakbij stond, ermee te kronen. En zo gebeurde.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 71-75.

    ***

    Let wel: het gaat hier dus om de kroning van het standbeeld dat al eerder gekroond was geweest. Caesar was toen razend geweest, wat de vraag oproept wat Marcus Antonius kan hebben bewogen om het opnieuw te doen. Later gingen geruchten dat hij zo de moordenaars een aanleiding wilde geven om toe te slaan.noot Cicero, Tweede Philippica 84-87. Ik zou willen schrijven dat zoiets meer iets is voor een complottheorie, maar er wás natuurlijk ook een complot.

    Nikolaos van Damascus weet het ook niet.

    De meningen over dit incident liepen uiteen. Sommigen waren woedend omdat dit machtsvertoon de grenzen van de volksheerschappij overschreed. Anderen waren vóór een kroning omdat ze geloofden dat ze Caesar een gunst verleenden. Weer anderen verspreidden het gerucht dat Marcus Antonius niet zonder Caesars goedkeuring had gehandeld. Velen wilden dat hij zonder veel discussie koning werd. Allerlei geruchten deden onder het volk de ronde.

    De Romeinse geschiedschijver Titus Livius noemde dit incident als derde aanleiding tot de samenzwering en vrijwel zeker is ook het bon mot dat Caesar werd versierd als een offerdier dat werd klaargemaakt voor zijn dood,noot Florus, Epitome 2.92. afkomstig uit zijn geschiedwerk. Maar feitelijk begrijpen we het voorval gewoon niet goed. Of beter, we begrijpen wél dat Caesar hierop niet zat te wachten, maar we begrijpen niet wat Marcus Antonius kan hebben bezield. En we begrijpen ook al niet waarom Caesar, als hij dit soort gênante vertoningen wilde vermijden, het gespeculeer over koningstitels niet simpelweg aan zijn naaste medewerkers verbood.

    Enfin. We naderen de climax van deze reeks. Op 14 maart ben ik er weer.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #diadeem #dictator #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #Lupercalia #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #NikolaosVanDamascus #Periochae #ServiliusCasca #TitusLivius
  23. Caesar voor de Lupercalia

    Lupercalia (Archeologisch museum, Sousse)

    De Romeinen vierden het feest van de Lupercalia en het was in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden. Omgerekend naar onze kalender: het was 15 februari 44 v.Chr. Trouwe lezers van deze blog weten dat ze vandaag het antwoord mogen verwachten op de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden deed.

    Dat is echter nog niet zo gemakkelijk, hoewel er iets opvallends gebeurde en we daarover volop bronnen hebben. Daaronder is een zeer uitgebreide bron, die ik zo meteen integraal zal citeren. Maar we snappen het niet.

    De situatie

    Wat we wel snappen, is de situatie. Caesar had in de Tweede Burgeroorlog de Senaat verslagen en de alleenheerschappij gevestigd. Alleen in Syrië en op het Iberische Schiereiland waren nog verzetshaarden van tegenstanders die, met de smoes dat ze opkwamen voor de eer van de republiek, hun eigen belangen dienden. Dat was ergerlijk, maar Caesar had urgentere problemen aan het hoofd.

    Het voornaamste was dat hij te machtig was voor het republikeinse bestel. Onze bronnen documenteren op velerlei manieren de geruchten dat hij koning zou hebben willen worden, en toen ik in eind 2020 begon aan deze reeks blogjes, meende ook ik dat dat zijn ambitie was. Inmiddels weet ik het zo zeker niet meer.

    Om te beginnen documenteren onze bronnen niet alleen de geruchten over koningschapsplannen, maar ook Caesars expliciete afwijzing van dat voornemen. Lees maar hier. Verder vraag ik me af of een Caesar, die koningen als voetveeg gebruikte en op z’n best benutte als bondgenoot, het koningschap wel zag als een nastrevenswaardige positie. Bedenk dat de Senaat de gewoonte had koningen te laten wachten in het voorportaal van de vergaderzaal. En tot slot: de dictatuur die hij uiteindelijk koos, was ongebruikelijk maar wel constitutioneel. Anders dan je weleens leest, was er geen maximumtermijn van zes maanden. Er zijn voorbeelden van dictatoren die langer dienden.

    De permanente dictatuur

    Wat ik ben komen te denken – en ik claim niet dat ik alles heb gelezen – is dat de ontevreden senatoren besloten dat moord de enige uitweg was, juist omdat Caesar een constitutionele uitweg leek te hebben gevonden. Zolang het erop leek dat Caesar geen oplossing vond of zich zou verlagen tot het koningschap, konden de senatoren zich verenigen met een tijdelijke dictatuur. Dat die tien jaar duurde was al verontrustend, maar toen het permanent bleek te worden, was duidelijk dat de republiek niet hersteld zou worden. Toen werd het tijd voor actie.

    En dit was dus de situatie in de eerste weken van 44 v.Chr.: een volk dat Caesar op handen droeg en hem tot koning wilde maken, een Caesar die een andere oplossing meende te hebben gevonden, senatoren die hoopten op een faux pas en – toen die uitbleef – redeneerden dat Caesar dood moest voordat hij zou afreizen naar de veiligheid van zijn leger. Tot slot was er nog een meerderheid, het denkende deel der natie, die redeneerde dat Caesar in leven moest blijven omdat anders de bloederige gevolgen niet waren te overzien.

    Cicero had daar al het najaar van 46 op gewezen.noot Cicero, Voor Marcellus 23. De samenzweerders meenden dat een Cicero, omwille van diens voorzichtigheid, ongeschikt was voor actie. De tijd zou hem echter gelijk gegeven. Zo was volgens mij de situatie toen de Romeinen in 44 v.Chr. de Lupercalia gingen vieren.

    [Zo meteen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Nogmaals de Zijderoute

    juni 24, 2022
    Romeins Nîmes

    november 6, 2024
    Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (3)

    februari 22, 2016 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #dictator #JuliusCaesar #Lupercalia
  24. Brutus en Cassius en de anderen

    Dit portret in het Louvre zou Cassius kunnen voorstellen, de voornaamste samenzweerder tegen Julius Caesar, al is ook Corbulo geopperd.

    Ik beschreef gisteren hoe er twee netwerken waren van ontevreden senatoren. De groep rond Gaius Trebonius kunnen we typeren als aanhangers van Caesar. Zij zouden, als ze zich keerden tegen hun leider, hun weldoener verraden en dat was oneervol. Om die reden gromden zij ontevreden maar hielden ze zich rustig. Even ontevreden was de groep rond Gaius Cassius Longinus, die bestond uit mannen die ooit hadden gestreden voor de Senaat maar had ingezien dat verder verzet geen doel meer diende. In elk geval de eigen carrière niet.

    Er circuleerden allerlei verontrustende geruchten. Caesar zou koning willen worden! Had hij geen relatie gehad met koningin Eunoë van Mauretanië? Was zijn andere minnares, koningin Kleopatra van Egypte, niet in Rome? Waren dat zijn voorbeelden niet? Wilde hij niet de hoofdstad verplaatsen naar Alexandrië? Verontrustend allemaal, zeker, maar geen van beide groepen lijkt tot actie te hebben willen overgaan.

    Caesars aankondiging dat hij dictator perpetuo zou zijn, “permanent dictator”, overtuigde Cassius er echter van dat Caesar vermoord moest worden. “In Cassius’ natuur,” luidt Ploutarchos’ niet geheel overtuigende verklaring, “bestond van meet af aan vijandschap en haat tegen alle tirannie.”noot Ploutarchos, Brutus 9; vert. Hetty van Rooijen. Als Caesar op 18 maart zou vertrekken naar het oosten, om daar de Parthen te bestrijden, was er geen enkele kans meer dat de republiek ooit hersteld zou worden.

    Cassius versus Brutus

    Cassius herkende echter wel de moeilijkheden. In de eerste plaats: hij moest samenwerken met de aanhangers van Caesar, omdat zij wisten waar Caesar wanneer zou zijn. In de tweede plaats: de samenzwering moest een leider hebben van onbesproken gedrag en groot moreel gezag. Alleen zo viel na afloop de publieke opinie te overtuigen dat de moord noodzakelijk was geweest. In de derde plaats: zo’n leider was er – het was Brutus – maar met hem had Cassius nu net ruzie.

    Beide mannen hadden namelijk in 45 v.Chr. gedongen naar het ambt van praetor urbanus, en Brutus had deze voorname juridische functie verworven. Dat zat Cassius niet lekker, maar hij zette zich over zijn bezwaren heen. Het zal hebben geholpen dat Cassius was getrouwd met Brutus’ zus Junia, maar over haar rol is minder bekend dan we zouden willen weten.

    Cassius en Brutus

    Dankzij Ploutarchos’ Brutus weten we hoe het eerste gesprek verliep.

    Nadat ze zich verzoend hadden en weer vrienden waren geworden, vroeg Cassius Brutus of hij van plan was op 1 maart de Senaatszitting bij te wonen. Hij had namelijk gehoord, zo zei hij, dat Caesars vrienden dan met een voorstel zouden komen om hem koning te maken.noot Ploutarchos, Brutus 10; vert. Hetty van Rooijen.

    Brutus antwoordde dat hij het gerucht kende – na het incident met de diadeem op het standbeeld was het moeilijk geen vermoedens te hebben – en dat dit voornemen hem verontrustte. Daarop attendeerde Cassius zijn gespreksgenoot op de affiches die Brutus in de stad gezien moest hebben. Allerlei voorname of in elk geval geletterde mensen riepen Brutus daarin op te leven zoals zijn voorvader, die vijf eeuwen eerder de laatste koning uit Rome had verjaagd. Brutus, die begreep dat er al plannen waren, sloot zich nu aan bij de samenzwering.

    Caesar, eeuwig dictator (Akademisches Kunstmuseum, Bonn)

    Wat wist Caesar?

    Het staat vast dat Caesar op de hoogte was. Ik citeerde al de woorden van Suetonius dat hij per edict liet weten dat hij wist van de plannen en ik wees er ook al op dat hij meermalen zijn mening gaf dat zijn dood alleen maar zou leiden tot een catastrofe zonder weerga. We weten dat ook Marcus Antonius en een aanstormend talent genaamd Publius Cornelius Dolabella verzet overwogen.

    Eens, toen Caesar verteld werd dat Antonius en Dolabella revolutionaire plannen hadden, zei hij dat die dikke en langharige kerels hem geen zorg baarden, maar wel die bleke en magere, waarmee hij doelde op Brutus en Cassius.noot Ploutarchos, Brutus 8; vert. Hetty van Rooijen.

    Desondanks ontbond Caesar zijn Spaanse lijfwacht. Hij had immers van de Senaat een eed van trouw gekregen, vertrouwde erop dat iedereen voldoende gezond verstand had om te weten dat moord niets zou oplossen, en betoonde zich verder zo constitutioneel als onder de omstandigheden mogelijk was. Het koningschap was geen optie; als er überhaupt al waarheid heeft gescholen in het gerucht over een vergadering op 1 maart om hem die titel te geven, is die bijeenkomst niet doorgegaan.

    Het netwerk

    Ondertussen zochten Brutus, Cassius en Trebonius naar steun.

    Ze  peilden heimelijk bekende mannen die ze vertrouwden en betrokken die bij hun plan. Ze kozen niet alleen intieme vrienden, maar iedereen van wie ze de durf, moed en doodsverachting kenden. Daarom hielden ze hun plan verborgen voor Cicero. Ze kenden hem weliswaar als de betrouwbaarste en grootste voorstander van hun zaak, maar het ontbrak hem van nature aan durf en met de jaren had hij bovendien de behoedzaamheid van een oude man gekregen, zodat hij alles tot in  details berekende met het oog op de uiterste veiligheid. noot Ploutarchos, Brutus 12; vert. Hetty van Rooijen.

    Het netwerk groeide. Oude aanhangers van Caesar voelden zich, nu Brutus meedeed, vrij mee te doen. Behalve Gaius Trebonius waren dat Decimus Junius Brutus, Lucius Tillius Cimber, de twee broers Servilius Casca en nog anderen. Daarnaast waren er de oude tegenstanders van Caesar, zoals Brutus en Cassius en Porcia. En tot slot waren er opportunisten, zoals de Quintus Ligarius over wie ik het al eens had.

    Ondanks aller hulp had het complot ook tot niets kunnen leiden. Weliswaar broeide het in de stad en was menigeen op de hoogte, maar de meeste senatoren zaten niet in het complot. Caesar mocht erop hopen dat iedereen zou begrijpen dat een moord alleen maar zou leiden tot nieuwe burgeroorlogen. Het was dus nog steeds mogelijk dat Caesar, zoals hij van plan was, kon afreizen naar het oosten en de gevaarlijke situatie in Rome achter zich zou laten.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #DecimusJuniusBrutus #dictator #Eunoë #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusTilliusCimber #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Porcia #praetorUrbanus #PubliusCorneliusDolabella #QuintusLigarius #ServiliusCasca #Suetonius
  25. De samenzweringen tegen Julius Caesar

    Brutus, een van de moordenaars van Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

    Het was 44 v.Chr. In Rome bekleedden Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat. En met die mededeling vermoeden de trouwe lezers van deze blog dat ik hun zal vertellen wat Julius Caesar 2069 jaar geleden aan het doen was. Normaal gesproken zou dat ook zo zijn, al was het maar omdat dit het honderdvijftigste blogje is in deze reeks. Vandaag verleg ik echter de aandacht naar de samenzweerders. We weten namelijk vrij veel over de wijze waarop ze een complot aan het smeden waren.

    Samenzwering één: Cassius

    Drie jaar eerder was in Tarsos al een moordaanslag mislukt. Gaius Cassius Longinus, oudgediende in de legers van Crassus en Pompeius, had aan de monding van de rivier de Kydnos klaar gestaan om Caesar, die per schip zou arriveren, bij aankomst te doden. Het beoogde slachtoffer was echter aan de overzijde van de rivier van boord gegaan. Daarna had Cassius loyaal met Caesar mee gevochten in de slag bij Zela en zijn carrière verder voortgezet.

    Zo waren vele senatoren: eigenlijk tegen Caesar, maar vooral vóór de eigen loopbaan. Cicero was ook zo iemand. Deze mannen waren die tijdens de Tweede Burgeroorlog tegen Caesar geweest, hadden begrepen dat ze die oorlog hadden verloren en hadden zich geschikt in de nieuwe situatie. Omdat Caesar het imperium wilde besturen en senatoren wilden profiteren van bestuursfuncties, vielen de belangen samen. Deze senatoren zullen ontevreden zijn geweest, maar zullen ook hebben gedacht dat Caesar, net als Sulla voor hem, niet eeuwig dictator zou zijn. In de eerste weken van 44 v.Chr. bleek dat dat een misrekening was geweest: Caesar koos immers wél voor de permanente dictatuur.

    Samenzwering twee: Trebonius

    We weten ook dat in de zomer van 45 v.Chr. een trouwe aanhanger van Caesar, Gaius Trebonius, de tijdelijk in ongenade gevallen Marcus Antonius had gepolst. Deze had geweigerd mee te doen maar had ook geweigerd het aan Caesar te rapporteren. Wie Trebonius nog meer wist te werven, is onbekend, maar Decimus Junius Brutus is een plausibele gok: hij en Trebonius hadden samen Marseille belegerd en waren in de zomer van 45 v.Chr. allebei in Gallië. In elk geval: er was onder Caesars eigen partijgangers een netwerk waar men sprak over een aanslag.

    Vermoedelijk waren deze senatoren ontevreden met de situatie, maar ze kwamen niet in actie. Ze zouden immers niet gelden als bevrijders of tirannenmoordenaars, maar als verraders van de leider van hun eigen factie. Ik stel me voor dat ook zij zichzelf voorhielden dat de weinig ideale situatie niet eeuwig zou duren en dat het een kwestie was van afwachten tot Caesar zijn ambt zou neerleggen. Ook deze groep zal geschokt hebben gereageerd toen Caesar liet merken dat de permanente dictatuur zijn oplossing was voor het constitutionele probleem en dat hij naar het Parthische front zou vertrekken.

    Brutus

    Wie ik tot nu toe niet noemde, was de misschien wel bekendste samenzweerder: Marcus Junius Brutus. Zijn vader was in opdracht van Pompeius uit de weg geruimd, maar dat had hem niet belet in de Tweede Burgeroorlog partij te kiezen tegen Caesar.

    Brutus achtte het zijn plicht het algemeen belang boven zijn persoonlijke gevoelens te stellen, en omdat hij geloofde dat Pompeius een beter motief voor de oorlog had dan Caesar sloot hij zich bij hem aan. Toch had hij voor die tijd zelfs niet tegen Pompeius gesproken wanneer hij hem tegenkwam, omdat het hem een gruwelijke misdaad leek te spreken met de moordenaar van zijn vader.noot Ploutarchos, Brutus 6; vert. Hetty van Rooijen.

    De bronnen

    Over de rol van Brutus is heel erg veel bekend omdat Ploutarchos een biografie aan hem heeft gewijd. Daarin is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de wijze waarop Brutus betrokken raakte bij het complot. En die beschrijving is vrijwel zeker heel betrouwbaar.

    Ze gaat namelijk terug op twee eerdere bronnen. De eerste is geschreven door een huisgenoot van Brutus, een zekere Empylos, die een tekst had geschreven over de moord op Caesar. Ploutarchos typeert deze bron als kort maar voortreffelijk. De tweede bron van Ploutarchos’ Brutus is een biografie, geschreven door Brutus’ stiefzoon Lucius Calpurnius Bibulus. Dit was de zoon van de Bibulus die in 59 v.Chr. met Julius Caesar consul was geweest en die in de Tweede Burgeroorlog de vloot van de Senaat had gecommandeerd. Na de dood van Bibulus Senior – ik blogde er over – was zijn echtgenote Porcia getrouwd met Brutus.

    Bibulus Junior schreef dus Ploutarchos’ tweede bron. Hij en Empylos hadden redenen de gebiografeerde in een gunstig daglicht te plaatsen, wat misschien niet pleit voor hun objectiviteit. Ze hadden echter ook gewoond in zijn huis en wisten wat hem bewoog toen Brutus inging op Cassius’ uitnodiging. De twee auteurs waren bevooroordeeld, zeker, maar kenden de feiten zoals weinig anderen.

    Voor ik dit stukje afrond nog even een woord over Porcia: ze was de dochter van Cato de Jongere, de man die in Utica zelfmoord had gepleegd. Ook Porcia was betrokken bij de samenzwering. Ze zou het hard voor haar kiezen krijgen op de beruchte vijftiende maart 44 v.Chr.

    [Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CatoDeJongere #DecimusJuniusBrutus #dictator #Empylos #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusBibulus #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Porcia
  26. Een diadeem voor Julius Caesar

    Kleopatra VII, geliefde van Caesar, met de diadeem die toont dat ze een koningin is (Altes Museum, Berlijn)

    Het was 23 januari in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden (44 v.Chr.). U weet, na deze constatering, dat u bent beland in een nieuw deel in de naar een climax neigende reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

    Hij keerde terug naar Rome. Hij had de Saturnalia gevierd in Puteoli en had op de Albaanse Berg (ten zuiden van Rome) de zogeheten Latijnse Feesten voorgezeten. Dat was een plechtigheid waarbij de steden uit de omgeving van Rome samen offerden aan Jupiter. Als voornaamste magistraat van de voornaamste stad, en toevallig ook als hogepriester, zal Caesar zijn voorgegaan, melk hebben geplengd en een wit rund hebben geofferd. Daarna was hij richting Rome afgereisd. De volgende dag betrad hij de stad in een kleine triomftocht, een zogeheten ovatie, die vermeld staat op een kalender waarvan de fragmenten zijn te zien in de Capitolijnse Musea. Daardoor weten we dat het 23 januari was.

    Caesar was al een paar weken niet in de stad geweest. Er heerste enthousiasme voor de naderende Parthische Oorlog, maar er was ook een vorm van enthousiasme waar Caesar zich ongemakkelijk bij voelde. Nikolaos van Damascus, een tijdgenoot en biograaf van keizer Augustus, vertelt:

    Het volk eiste luidkeels dat hij koning zou worden en dat ze niet langer zouden wachten om hem te kronen, aangezien het Lot hem al had gekroond. Maar Caesar antwoordde dat hij, hoewel hij er altijd naar had gestreefd om het volk ter wille te zijn, nooit zou instemmen met zo’n daad. Uit respect voor de republikeinse tradities vroeg hij om begrip voor zijn weigering. Hij verkoos een legale hoogste magistratuur boven een illegale.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.70.

    Een diadeem voor Caesar

    De biograaf Suetonius vermeldt een soortgelijk incident. Toelichting: een diadeem was een symbool van koninklijke waardigheid. Zie het plaatje hierboven.

    Bij zijn terugkeer in Rome na de Latijnse Feesten werd Caesar door het volk met ongekend enthousiasme toegejuicht. Iemand uit de massa plaatste bij die gelegenheid op zijn standbeeld een lauwerkrans, omwonden met een witte band. De volkstribunen Gaius Epidius Marullus en Lucius Caesetius Flavus gaven bevel de band van de krans weg te nemen en de man te arresteren. Maar Caesar voer heftig tegen de tribunen uit en onthief hen van hun functie, woedend omdat de suggestie van het koningschap zo slecht werd ontvangen of, zoals hij zelf beweerde, omdat hem de eer was ontnomen het koningschap te weigeren.noot Suetonius, Caesar 79; vert. Daan den Hengst.

    Dit was de tweede van drie incidenten die volgens Titus Livius de samenzwering de wind in de zeilen gaven. Het voorval is in elk geval goed gedocumenteerd, want ook andere auteurs noemen het. Nikolaos van Damascus weet dat het standbeeld van goud was en stond op de Rostra, het sprekersplatform op het Forum Romanum.

    Zodra Caesar van het voorval hoorde, riep hij de Senaat bijeen in de Tempel van Concordia en beschuldigde hij de tribunen ervan dat zij zelf het beeld in het geheim met de diadeem hadden gekroond om hem publiekelijk te beledigen en (hem en de Senaat negerend) de indruk te wekken dat ze zich als dappere mannen gedroegen, terwijl het hem, Caesar, aan eergevoel ontbrak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

    Paranoia

    Dat de volkstribunen, om te laten zien dat ze deugden, de diadeem zélf hadden laten aanbrengen, klinkt behoorlijk paranoïde. Maar er was zeker reden voor bezorgdheid.

    Caesar voegde eraan toe dat hun gebaar een groter plan en een ernstiger bedreiging verried: als ze er ooit in zouden slagen hem als usurpator bij het volk in diskrediet te brengen, zou een weergaloze crisis volgen en zou hij gedood worden.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

    Caesar wist dat er plannen waren hem te doden en redeneerde dat de volksgunst een garantie vormde voor zijn leven. Hij vermoedde bovendien (en terecht) dat als hij gedood zou worden, de anarchie zou terugkeren. Ook Cicero dacht er zo over, zoals we in een eerder stukje hebben gezien. Suetonius noteert:

    Caesar zou zelfs bij herhaling hebben gezegd dat de staat er, meer dan hijzelf, bij gebaat was dat hij in leven bleef. Hij had al macht en roem in overvloed verworven, maar de staat zou, als hem iets overkwam, geen rust meer kennen en nog veel zwaarder door burgeroorlogen worden geteisterd.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

    Moi ou le chaos

    Het incident met de diadeem op het standbeeld zegt veel over Caesars pogingen een voor iedereen aanvaardbare machtspositie te scheppen. Enerzijds bleef hij demonstratief binnen de constitutionele grenzen. Daarmee probeerde hij de verwijten van de complotteurs te pareren. Anderzijds was er dreiging: hij benadrukte dat als hij weg zou vallen, de gevolgen catastrofaal zouden zijn. Moi ou le chaos.

    En verder moesten oude grieven maar vergeven en vergeten  zijn. Caesar gaf het voorbeeld. Ballingen mochten terugkeren, de weduwen van gedode tegenstanders werden hersteld in hun rechten. Het leek te werken – er was althans enige toenadering toen de senatoren een eed van trouw aflegden.

    Er zijn er die menen dat hij, vertrouwend op het laatste Senaatsbesluit en de eed van de senatoren, zelfs de Spaanse lijfwachten, die hem overal met getrokken zwaard begeleidden, had weggezonden.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

    Binnen twee maanden zou duidelijk zijn dat Caesar te optimistisch was geweest.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AlbaanseBerg #diadeem #dictator #JuliusCaesar #koningschap #LatijnseFeesten #NikolaosVanDamascus #Periochae #Rome #Rostra #Suetonius #TitusLivius
  27. Caesar op visite bij Cicero

    Een Romeins diner (Pompeii)

    Het jaar dat was begonnen met alleen Julius Caesar als consul, ook wel bekend als 45 voor Christus, liep ten einde. De trouwe lezers van deze blog weten wel ongeveer wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was: legitimiteit zoeken. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat er weer magistraten waren, zoals de twee mannen die in de drie laatste maanden van het jaar het consulaat bekleedden, Quintus Fabius Maximus en de al eerder genoemde Gaius Trebonius. Een andere maatregel was de voorbereiding van de oorlog tegen het Parthische Rijk, die kon rekenen op ieders instemming.

    De oostelijke oorlog

    De biograaf Suetonius geeft over het plan de campagne een vrij gedetailleerd bericht. Caesar wilde eerst de Daciërs,

    die Thracië hadden overspoeld, terugdrijven om in aansluiting daarop via Klein-Armenië in het gebied van de Parthen door te dringen. Het was zijn bedoeling met een beslissend gevecht te wachten tot hij een indruk had gekregen van hun kracht.noot Suetonius, Caesar 44; vert. Daan den Hengst.

    De nieuwe buitenlandse oorlog zou dus beginnen op de Balkan. Caesar had, zoals we al zagen, zes legioenen vooruit gestuurd. (Tot de jonge officieren behoorden zijn achterneef Gaius Octavius en diens vriend Agrippa.noot Suetonius, Augustus 8.) Met de drie al aanwezige legioenen van gouverneur Publius Vatinius erbij moest het mogelijk zijn de Daciërs terug te drijven. Daarna zou Caesar oversteken naar Azië, waar hij kon rekenen op de twee legioenen die hij in 47 v.Chr. na de slag bij Zela met Marcus Caelius Vinicianus had achtergelaten in Pontus (noordelijk Turkije). We weten dat verder drie legioenen uit Bithynië en drie legioenen uit Egypte marsorders hadden richting Syrië. Daar weigerde Quintus Caecilius Bassus al twee jaar het gezag van de dictator-voor-tien-jaren te erkennen.

    Bassus was echter niet Caesars voornaamste doelwit. Dat was dus het Parthische Rijk. Caesar wilde het via Armenië binnenvallen, dus ten noorden van Syrië. Het plan zou enkele jaren later door Marcus Antonius ten uitvoer worden gebracht, met meer succes dan de propaganda van diens rivaal Augustus wilde erkennen.

    Problemen

    De beveiliging van de Balkan en de Parthische Oorlog zouden Caesars populariteit ongetwijfeld goed hebben gedaan, maar zouden zijn problemen niet hebben opgelost. Hoe dan ook was zijn alleenheerschappij onconstitutioneel, zelfs als hij het beste voor had voor de Republiek.

    Neem de bestuurlijke continuïteit. Omdat hij enige tijd niet in Rome zou zijn, wees hij alvast magistraten aan voor drie of zelfs vijf jaar.noot Drie jaar: Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.51; vijf jaar: Appianus, Burgeroorlogen 3.129. Marcus Antonius zou bijvoorbeeld in 44 v.Chr. met Caesar het consulaat bekleden en het jaar daarop gouverneur zijn op de Balkan. Maar ook al was het verstandig dat Caesar dacht aan de middellange termijn, hij kortwiekte daarmee de Senaat en de Volksvergadering. En dat was weer eens onconstitutioneel.

    Het is aannemelijk dat menigeen bang was voor Caesars triomfantelijke terugkeer. Daarna zou er geen manier meer zijn om de republikeinse verhoudingen te herstellen. Er gingen geruchten dat Caesar streefde naar de koningstitel, maar zoals ik al schreef is dat niet aannemelijk. De dictator was groter dan de koningen van zijn tijd. Dat waren meer koninkjes. Er was simpelweg geen vorm waarmee Caesars macht constitutioneel viel te maken.

    Hij deed echter zijn best. Hij liet bijvoorbeeld de standbeelden voor zijn verslagen tegenstanders weer oprichten, wat aan Cicero het compliment ontlokte dat Caesar daarmee ook een monument voor zichzelf had opgericht.noot Ploutarchos, Cicero 40. De situatie was echter van dien aard dat zelfs goede maatregelen verkeerd vielen. Toen consul Fabius Maximus op oudejaarsdag overleed, wees Caesar nog snel een opvolger aan – een daad die ooit geprezen zou zijn geweest als scrupuleuze trouw aan letter en geest van de wet, maar nu werd opgevat als bespotting van diezelfde wet.

    De Saturnaliën

    Vanaf 17 december vierden de Romeinen het feest van Saturnus. Een vrolijk feest: vrienden gaven elkaar cadeaus, personeel kreeg een dag vrij en niet zelden kookte de heer des huizes voor zijn slaven. Caesar verbleef in Puteoli, even ten westen van Napels, in de villa van Philippus (de stiefvader van Octavianus). De locatie, vlakbij een oorlogshaven, suggereert dat hij zich bezighield met een troepentransport voor de Parthische Oorlog.

    Cicero, die eveneens een buitenhuis had in Puteoli, observeerde dat de villa van Philippus op de avond van de tweede dag van de Saturnalia zo vol zat met soldaten – het waren er tweeduizend – dat er nauwelijks ruimte voor Caesar zelf was om te dineren. De volgende ochtend, vertelt Cicero, hielden Caesar en zijn vertrouweling Lucius Cornelius Balbus zich bezig met administratieve zaken. Na een strandwandeling te hebben gemaakt naar het landhuis van Cicero, nam Caesar daar een bad en ontving hij een boodschapper.

    Caesar dineert bij Cicero

    Daarna liet hij zich masseren en was het tijd om met Cicero aan tafel te gaan. Over politiek sprak men niet; in plaats daarvan spraken de heren over literatuur. Een onderwerp dat Cicero, die in deze tijd werkte aan een boek over voorspellingen, na aan het hart lag. “Caesar volgt een kuur van braakmiddelen,” observeerde Cicero, “en at en dronk zonder scrupules en zoals het hem uitkwam.” Ook aan de slaven en vrijgelatenen was gedacht, maar voor de echt chique mensen had de gastheer zeldzame gerechten laten bereiden.

    In feite liet ik zien dat ik iemand was. Caesar is echter geen gast tegen wie je zou zeggen: “Zoek me nog ’ns op als je weer in de buurt bent.” Eén keer is wel genoeg.noot Cicero, Brieven aan Atticus 13.52.

    Alle gezelligheid ten spijt behield Caesar, die draagvlak en legitimiteit had willen scheppen door de banden aan te halen met een invloedrijke senator, vooral angstaanjagend.

    Ondertussen is de vraag of de twee mannen werkelijk alleen over literatuur hebben gesproken. Cicero zou later oordelen dat de Parthische Oorlog een vlucht vooruit was geweest om te ontkomen aan een constitutioneel probleem. Die analyse hoeft niet per se waar te zijn; we zullen in het volgende blogje in deze reeks zien dat Caesar misschien heeft gedacht het constitutionele probleem te hebben opgelost. Dat Caesar naar het front vluchtte, kan echter wel de indruk zijn geweest die Cicero aan een ontmoeting met Caesar kan hebben overgehouden.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Curio in Africa

    juli 21, 2021
    Caesar op geldjacht

    april 15, 2024
    Poëzie: Keizer Augustus

    mei 1, 2025 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #JuliusCaesar #LuciusCorneliusBalbusMaior #MarcusAntonius #MarcusCaeliusVinicianus #MarcusVipsaniusAgrippa #Octavianus #PubliusVatinius #Puteoli #QuintusCaeciliusBassus #Saturnalia #Suetonius
Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.