home.social

#x-gemina — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #x-gemina, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Romeins Nijmegen (2) Noviomagus

    Een cupido van barnsteen (Valkhof Museum, Nijmegen)

    [Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het tweede; het eerste was hier.]

    Ulpia Noviomagus

    In de jaren na de Bataafse Opstand reorganiseerden de Romeinen het Rijnland. Ze bekortten de weg naar de Donau door het Zwarte Woud (de Agri Decumates) te annexeren, en ook kregen meer legerbases stenen funderingen. Rome was niet langer in het offensief maar ging ervan uit dat de noordelijke rivieren voor langere tijd moesten worden verdedigd. In deze context moeten we ook de legioenbasis in Nijmegen plaatsen.

    Er was in 2011 een claim dat een legioen zijn hoofdkwartier had ingericht in het stadscentrum, waar de resten zouden zijn gevonden op het Sint-Josephhof. Ik heb over die claim sindsdien niets meer gehoord, maar het zou een loepzuivere parallel opleveren met Jeruzalem, dat eveneens in 70 werd verwoest. Daar vestigde een legioen zich in de veroverde stad, maakte daarmee duidelijk wie de baas was, en dwong de bewoners te vertrekken naar het drie kilometer verderop gelegen Shu‘afat. Idem in Nijmegen: onderworpen opstandelingen, legioen in hun stad, bevolking drie kilometer verderop. Omdat ik over de Nijmeegse basis echter nooit meer had gehoord, was opheldering daarover een van de redenen waarom ik afgelopen weekend Nijmegen bezocht. Ik heb de deskundigen echter niet kunnen spreken en de oplossing van dit mysterie ligt derhalve voorshands verborgen in de mist der tijden.

    Feit is dat al snel het Tiende Legioen Gemina, afkomstig uit Spanje, arriveerde en zich installeerde op de Hunerberg. Aannemend dat de rekrutering gelijkmatig verliep en de mortaliteit niet afweek van Coale-Demeny²-West, moeten er elk jaar ruim 300 rekruten zijn gekomen, en lang niet altijd uit de regio. In Museum Kam zag ik de grafsteen van een Marcus Scanius Maximus uit het verre Amfipolis, en ik zag gedenktekens van andere immigranten in het vernieuwde Valkhof Museum.

    Grafsteen van een soldaat uit Amphipolis (Museum Kam, Nijmegen)

    Door immigratie en handel was het Romeinse Nijmegen, van Noviomagus tot Hunerberg, dus een internationale wereld. Dat zou niet veranderen toen X Gemina rond 100 na Chr. werd afgelost door het Negende Legioen Hispana. Pieken in het kleingeld documenteren dat de keizers Domitianus en Trajanus de stad bezochten. De eerste was zó trots de splitsing van Rijn en Waal te hebben gezien, dat hij het herdacht met een knots van een inscriptie op de sokkel van zijn ruiterstandbeeld op het Forum Romanum.

    De tweede verleende Noviomagus zijn naam: Trajanus behoorde tot de familie Ulpius en de stad heette vanaf zeker moment Ulpia Noviomagus. Dit hoeft niet per se te zijn gebeurd bij het keizerlijk bezoek, want zulke naamsveranderingen behoren tot de standaard-stroopsmeerderij waarin de Romeinen zo uitblonken. Mijn favoriete voorbeeld is Sabora in Andalusië, dat de hielen van Vespasianus wilde likken en zich daarom naar hem wilde vernoemen, en als antwoord kreeg dat het zich mocht noemen zoals het wilde, zolang alle financiële overeenkomsten, nu de tenaamstelling niet langer klopte, maar van kracht bleven. Mochten de burgers van Sabora hebben gehoopt dat pluimstrijkerij zou worden beantwoord met een financiële tegenprestatie, dan kwamen ze bedrogen uit.

    Beker met gladiatoren (Valkhof Museum, Nijmegen)

    Stadsrechten?

    Ik ging niet alleen naar Nijmegen om te vernemen of er een legioenbasis middenin de stad was geweest. Ik hoopte ook te ontdekken waarom Nijmegen claimt dat het de oudste stad is in Nederland. Dat beweert de VVV, terwijl de stedelijke archeologen en medewerkers van de Radbouduniversiteit preciseren dat er stadsrechten zijn. Het gekke is: ik heb geen idee wat daarmee bedoeld kan zijn en ik zoek al langer naar de Romeinsrechtelijke grondslag. (Ik heb de materie hier en daar in enig detail behandeld.)

    Ja, ooit was er een theorie dat Trajanus aan Noviomagus de status van municipium zou hebben verleend. Dat zou dan een bepaalde rang zijn geweest. Probleem: de Romeinsrechtelijke definitie van municipium is gewoon overgeleverd. Het is een stad met voorouderlijke rechten. Ik zeg niet als eerste of enige dat een keizer veel kon, maar dat hij geen voorouderlijke rechten kon verlenen.

    Daar komt nog iets bij. Er zijn duizenden en duizenden inscripties bekend, en er is er niet één waarin een gemeente de vorst bedankt voor de statusverandering. Terwijl de Romeinen uitgesproken slijmballen waren. Ook in de collectie die bekendstaat als Fontes Iuris Romani Antejustiniani is geen voorbeeld te vinden. Voor zover ik kan overzien tonen inscripties alleen dat de woorden civitas of oppidum in de tweede eeuw na Chr. steeds vaker worden vervangen door municipium en in de vierde eeuw door res publica. De simpelste verklaring is dat civitas en oppidum riekten naar een stamsamenleving, en dat geen Romeinse gemeente zich zo nog wilde aanduiden. (De latere opkomst van res publica weerspiegelt het bestuurlijke jargon van de laat-Romeinse Tetrarchie.) Er bestond geen speciale municipiumstatus en dat kan dus de verklaring van de veronderstelde Nijmeegse stadsrechten niet zijn.

    Paardenbeslag met vermelding van VIIII Hispana; de spelling IX is Brits en bewijst dat het legioen daarvandaan naar Nijmegen kwam (Valkhof Museum, Nijmegen)

    De eersten die zich realiseerden hoe problematisch Nijmegens municipale status was, lijken Saskia van Dockum en Evert van Ginkel te zijn geweest, die in hun boek Romeins Nederland (1993, nog steeds prima) opperden dat het ging om marktrechten. Nijmegen zou die hebben gekregen ter compensatie van het vertrek van X Gemina. Dat heb ook ik geloofd, maar sindsdien is vastgesteld dat X Gemina werd afgelost door VIIII Hispana, zodat er niets te compenseren viel, terwijl ook bekend is geworden dat elke gemeente, met welke aanduiding ook, marktrechten bezat. (Dat de naam Noviomagus niet zomaar als “nieuwmarkt” kan worden vertaald en dus evenmin een aanwijzing is voor marktrechten, veronderstel ik na bovenstaande uitweiding bekend.)

    Kortom: ik snap niet wat Nijmegen bedoelt als het claimt de oudste stad van Nederland te zijn. Oudste legioenbasis? Zeker. Grootste stad in de tweede eeuw? Dat ook. Maar stadsrechten? Wie claimt moet bewijzen en ik had gehoopt afgelopen weekend de argumentatie te vernemen.

    [Wordt vanmiddag vervolgd met de Late Oudheid.]

    #AgriDecumates #Domitianus #EvertVanGinkel #FontesIurisRomaniAntejustiniani #GermaniaInferior #Hunerberg #Nijmegen #SaskiaVanDockum #SintJosephhof #Tetrarchie #Trajanus #ValkhofMuseum #VIIIIHispana #Waal #XGemina
  2. Sallustius, Caesars handlanger

    Laatantiek portret van Sallustius (Museo archeologico nazionale, Florence)

    Als ik u zeg dat het laat was in het jaar dat was begonnen toen Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel eind 45 v.Chr., dan weet de trouwe bezoeker van deze blog dat dit een aflevering zal zijn van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over hem. Het gaat over een van zijn paladijnen: Gaius Sallustius Crispus.

    De vroege loopbaan van Sallustius

    In 54, toen Caesar zich bezighield met het bestrijden van Ambiorix, bekleedde Sallustius de quaestuur. Uit deze tijd is een op zijn naam overgeleverde scheldredevoering tegen Cicero overgeleverd, maar die is vermoedelijk niet zijn eigen werk. In datzelfde jaar betrapte de volkstribuun Titus Annius Milo de quaestor in bed mijn zijn echtgenote Cornelia Fausta (een dochter van Sulla). Dat leverde Sallustius een pak slaag op. Toen Milo twee jaar later voor de rechter moest verschijnen, had Sallustius, inmiddels volkstribuun, een persoonlijke reden om zich te voegen bij de aanklagers.

    Weer twee jaar later, toen de Tweede Burgeroorlog op het punt stond uit te breken, sloot Sallustius zich aan bij Caesar en stemde hij vóór een wet waarmee Caesar in absentia kandidaat voor het consulaat kon zijn. Dat was een van de aanleidingen tot de Tweede Burgeroorlog. Als gevolg van zijn keuze ontnamen aanhangers van Pompeius Sallustius zijn positie in de Senaat.

    Toen de burgeroorlog eenmaal een feit was, plaatste Caesar Sallustius aan het hoofd van een legioen in Illyricum, maar hij streed er zonder veel succes. In het jaar daarop, 48 v.Chr., was hij echter opnieuw quaestor. Rond deze tijd trouwde hij met Terentia, de ex van Cicero. In het volgende jaar, 47 v.Chr., werd hij bijna gelyncht door muitende soldaten van het Tiende Legioen, die hij namens Caesar moest vertellen dat ze nog langer moesten wachten op hun betaling. Ik vertelde er al over. En toen, na deze reeks mislukkingen, nam Sallustius’ leven ineens een positieve wending.

    Praetor en propraetor

    Het begon met Caesars Afrikaanse campagne. Sallustius bekleedde inmiddels het ambt van praetor en commandeerde enkele schepen. Kort na Caesar landing bij Hadrumetum (het huidige Sousse) leidde Sallustius de al genoemde foeragecampagne naar de Kerkenna-eilanden, vlak voor de Tunesische kust, waar hij de hand legde op een grote hoeveelheid graan, dat Caesars troepen hard nodig hadden. Dit was meer dan verdienstelijk, want het was winter en dan is de Middellandse Zee onrustig.

    Waar Sallustius zich in de volgende weken bevond, is onduidelijk, maar hij lijkt zich opnieuw nuttig te hebben gemaakt. Na de slag bij Thapsus had koning Juba I van Numidië weten te vluchten naar het noordwesten van het huidige Tunesië, waar hij het stadje Zama bedreigde. De bewoners vroegen Caesar om bescherming en deze ijlde er naartoe, dreef Juba de dood in en annexeerde een deel van diens koninkrijk. De nieuwe provincie heette Africa Nova en de eerste gouverneur was Gaius Sallustius Crispus.

    Hij resideerde in Cirta, het huidige Constantine, en (met een woord van de Oost-Duitse classicus Peter Schmidt) “die Statthalterschaft erfüllte seine finanziellen Erwartungen”. Een van de zaken die hij ter hand nam, was de vestiging van veteranen in steden als Thugga.

    Een luxe Romeins huis in Thugga

    Proces

    Eind 45 v.Chr. was Sallustius terug in Rome, en daar kwam het tot een rechtszaak. Dat is eigenlijk wel bijzonder. Aanklachten tegen provinciegouverneurs wegens corruptie waren niet ongebruikelijk, zeker als er Romeinse burgers woonden in de uitgebuite provincie. Dat die er ook in Cirta waren, staat vast, want ze lieten votiefstèles achter in het heiligdom van El-Hofra. Maar je zou van een pas onderworpen gebied hebben verwacht dat het zich wel driemaal zou bedenken voor het in Rome een klacht indiende: het zou niet voor het eerst of laatst zijn dat Rome bij wijze van antwoord de belastingsom verhoogde. En je verwacht zéker niet dat de aanklacht wordt ingediend tegen de beschermeling van een militaire potentaat die onlangs zijn laatste tegenstanders heeft verslagen.

    Dat het desondanks kwam tot een rechtszaak, duidt op excessieve en onweerlegbare corruptie. Alleen door heel veel steekpenningen uit te delen en door de invloed van Julius Caesar zelf, ontkwam Sallustius aan een veroordeling.

    Geschiedschrijver

    Enkele maanden later was Caesar dood. Sallustius zou zich nuttig hebben kunnen maken voor een Marcus Antonius, voor een Lepidus, voor een Octavianus, of voor een andere generaal die claimde Caesar op te volgen. Maar hij bleef afzijdig. Het lijkt erop dat de rechtszaak zijn reputatie voorgoed had vernietigd. Hij trok zich terug uit de politiek en ging geschiedenisboeken schrijven. In 42 of 41, nadat de Driemannen de moordenaars van Caesar bij Filippoi hadden verslagen, publiceerde hij De samenzwering van Catilina en in het volgende jaar De oorlog tegen Jugurtha. Als oud-gouverneur van Numidië was hij over Jugurtha natuurlijk goed geïnformeerd. Later werkte hij aan zijn Historiën, waarvan alleen fragmenten over zijn die betrekking hebben op de jaren 78-67 v.Chr.

    Sallustius bezat een park in het noorden van de stad, vlakbij de Via XX Settembre. Of beter: het was ooit een tuin van Caesar geweest, maar Sallustius verwierf het na de dood van de dictator. Een deel van de sculptuur is over: de Stervende Galliër in de Capitolijnse Musea, de Ludovisi-troon en een andere Stervende Galliër in de Palazzo Altemps, een Knielende Galliër in het Louvre, een beeld van een stervende Niobide in de Palazzo Massimo alle Terme en de obelisk die tegenwoordig staat bovenaan de Spaanse Trappen.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    De Titelberg (en andere Keltische heuvelforten)

    oktober 24, 2017
    Een echte Romein

    juni 3, 2016
    Misverstand: Dode-Zee-rollen

    april 20, 2020 Deel dit:

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Algerije #Cirta #CorneliaFausta #ElHofra #GaiusSallustiusCrispus #JubaI #JuliusCaesar #LuciusSergiusCatilina #Numidië #Terentia #Thugga #TitusAnniusMilo #Tunesië #XGemina