#darius-iii-codomannus — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #darius-iii-codomannus, aggregated by home.social.
-
Alexander de Grote en de Ouxiërs
ShushtarZoals ik in een eerder blogje in deze reeks al aangaf, was Alexander de Grote op weg gegaan naar Persis, het kernland van het Perzische Rijk, het huidige Fars. Niet al zijn manschappen namen deel aan deze operatie. Persis mocht dan het politieke centrum zijn van een wereldrijk, het was agrarisch arm en kon onmogelijk de 60.000 soldaten, de 30.000 non-combattanten, de 8500 paarden en de 1800 lastdieren voeden waaruit het Macedonische leger op dit moment lijkt hebben bestaan. Een groot aantal soldaten overwinterde in het vruchtbare Elam, deels als garnizoen voor de stad Sousa.
De weg naar het Zagrosgebergte, dat Persis als een muur begrenst, maakte deel uit van het stelsel van koninklijke wegen en de Macedoniërs konden zonder problemen oprukken. Kleitabletten uit Persepolis vermelden dat de heerbaan tussen deze paleisstad en Sousa was voorzien van twee dozijn pleisterplaatsen. De eerste etappes van Alexanders route zijn daardoor goed te reconstrueren. Na twee dagen overbrugden de Macedoniërs de rivier de Dez in de schaduw van de vervallen, duizend jaar oude tempeltoren van Choga Zanbil, en na een tussenstop in een dorp dat in de kleitabletten wordt aangeduid als Ithema, bereikte het leger Šurkutir, het huidige Shushtar. Daar stak het leger de Karun over, die, zoals Curtius Rufus schrijft, “diep temidden van rotsachtige, met wouden begroeide oevers stroomt”.
De eerste Ouxiërs
De oversteek kostte een dag. Als Alexander vanaf hier zou zijn opgerukt met de snelheid van een gewone reiziger, zou hij omstreeks 15 januari zijn aangekomen bij Persepolis. In feite arriveerde hij twee weken later, want hij ondervond weerstand van de Ouxiërs. Deze stam leefde deels van akkerbouw in de riviervlakte en deels van veeteelt in de bergen tussen Elam en Persis. De door koning Darius III Codomannus aangestelde gouverneur probeerde Alexanders opmars te vertragen, terwijl achter hem de satraap van Persis, Ariobarzanes, de bergpassen in staat van verdediging bracht.
Vermoedelijk stuitten de Macedoniërs twee dagen na het passeren van de Karun op de eerste (akkerbouwende) Ouxiërs. Dat zal zijn gebeurd in de omgeving van het fort bij Masjed Soleyman. Hoewel de Ouxiërs hun huid duur verkochten, waren ze geen partij voor het Macedonische leger. Na enkele gevechten namen ze hun toevlucht in het fort. Ze boden al snel hun capitulatie aan, maar Alexander wilde daar niet van weten. Hij kondigde aan de verdedigers van het fort te zullen doodmartelen, als afschrikwekkend voorbeeld aan degenen die verderop weerstand wilden bieden.
Daarop zond de Ouxische commandant een gezant naar Sisygambis, de in Macedonische krijgsgevangenschap levende moeder van koning Darius, met het verzoek te bemiddelen. Zelfs als deze gezant te paard zou hebben kunnen reizen over de door de Macedoniërs bezette Koninklijke Weg, moet hij een paar dagen hebben gedaan over de afstand van het fort naar Sousa. Na lang aarzelen besloot de koningin zich voor haar belegerde landgenoten in te zetten, en bewerkte daarmee dat het fort zich toch mocht overgeven en de verdedigers eervol werden behandeld.
De ZagrosGescheiden opmars
Zo luidt althans het verhaal van Curtius Rufus, maar het is de vraag of het waar is. Het beleg zal langer hebben geduurd dan Alexander zinde. De winter naderde en hij moest over de Zagros trekken vóór sneeuw de passen onbegaanbaar maakte. Door te beweren dat hij het garnizoen op voorspraak van Sisygambis had begenadigd, voorkwam hij gezichtsverlies nu hij zijn oorspronkelijke voornemen iedereen dood te martelen niet kon uitvoeren. De opmars werd voortgezet en het Macedonische leger bereikte het huidige Haftgel.
Daar splitste Alexander zijn leger in tweeën, zodat de foeragering over een groter gebied was verspreid. Bijkomend voordeel was dat de Perzische verdedigingsmacht van Ariobarzanes nooit beide legers tegelijk kon vernietigen. Alexanders generaal Parmenion kreeg opdracht de hoofdweg verder te volgen en langs deze zuidelijke route op te rukken naar Persis. Hoewel onze bronnen deze opmars niet beschrijven, zijn de pleisterplaatsen langs de route goed gedocumenteerd, want ze worden, zoals gezegd, genoemd in kleitabletten. Als dit leger elke dag een etappe van de Koninklijke Weg aflegde, zou het binnen drie weken de hoofdstad van Persis hebben bereikt. In feite arriveerde Parmenion later, wat suggereert dat hij zich in het tweede deel van zijn tocht een weg heeft moeten vechten door de zuidelijke Zagros.
De tweede groep Ouxiërs
Ondertussen nam Alexander een kortere, meer naar het noorden gelegen weg door het land van de Ouxiërs, om daarvandaan regelrecht naar Persepolis te marcheren. Het was geen makkelijke route, en misschien was dat wel de reden waarom Alexander er de voorkeur aan gaf. Hij verwachtte geen tegenstand en zou merken dat hij daarmee Ariobarzanes had onderschat.
Vermoedelijk stuitte hij al na twee dagen op de (veetelende) Ouxiërs, die namens de andere herders in dit gebied de geschenken vroegen die ze gewoonlijk kregen als Perzische koningen door hun gebied trokken. (Denk bij herders niet aan arme mensen: het gaat om de voorname leiders van heel grote nomadische clans.) Alexander beloofde hun dat ze, als ze de volgende dag hun opwachting maakten in de vallei, zouden krijgen wat hun toekwam. In de nacht leidde hij een Macedonisch leger over een rotsachtig pad. Omdat de maan om een uur of twee onderging en de zon pas om half acht opkwam, lichtten de soldaten zich bij met fakkels. Bij dageraad overvielen ze enkele bergdorpen, waar veel Ouxiërs in hun slaap werden gedood.
Vervolgens haastte de koning zich met zijn troepen naar de vallei, waar de plaatselijke bevolking zich verzamelde om te krijgen wat haar toekwam. Ondertussen had Krateros, de aanvoerder van de Macedonische falanx, de hoogten langs het dal bezet. Te laat begrepen de herders dat ze zouden worden gedood. Uiteindelijk redden ze zich het leven door honderd paarden, 500 lastdieren en 30.000 stuks kleinvee toe te zeggen – ongetwijfeld tot genoegen van de Macedonische foeragemeesters, maar de overlevende Ouxiërs gingen een hongerwinter tegemoet.
De MarunNaar Persis
Het Macedonische leger stak nu de grensrivier tussen Elam en Persis over, de Marun. Ze forceerden een besneeuwde bergpas die bekendstond als Sousiaanse Poort. De plaatselijke bevolking, geïntimideerd door het lot van de Ouxiërs, bood geen weerstand en omstreeks 19 januari 330, sloeg het leger zijn kamp op bij het huidige Yasuj, bij de toegang tot de volgende pas, de Perzische Poort.
[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]
#AlexanderDeGrote #Ariobarzanes #ChogaZanbil #DariusIIICodomannus #Krateros #MasjedSoleyman #Ouxiërs #Parmenion #PerzischePoort #QuintusCurtiusRufus #Shushtar #Sisygambis #Yasuj #Zagros -
Alexander de Grote in Sousa (2)
De troonzaal in SousaIn het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote de capitulatie van de Perzische hoofdstad Sousa in ontvangst nam. Het paleis lag op een plateau dat hoog uitstak boven het hete maar vruchtbare rivierdal. De Perzen hadden op dat plateau – door de wind bewaaid en iets koeler dan het rivierdal – een immens terras aangelegd, dat met dertien hectare groter was dan dat van bijvoorbeeld Persepolis. Het paleis zelf had een omvang van vier hectare, de twintig meter hoge troonzaal niet meegerekend.
De luxe was groter dan de Macedoniërs ooit hadden gezien. Verbaasd dronken ze uit bekers van glas, aten ze van marmeren borden en openden ze deuren met klinken van lapis lazuli. Het moet hebben geleken op de beschrijving uit het Bijbelboek Ester:
DSf (Louvre, Parijs)Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. Er werd wijn geschonken in gouden bekers, die allemaal verschillend waren, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten.noot Ester 1.6-7; NBV21.
Een Perzische inscriptie uit Sousa, die bekendstaat als DSf, geeft enerzijds een idee van het aanzien van het paleis en lijkt anderzijds bedoeld om te tonen hoe uitgestrekt en eensgezind het Perzische imperium was:
Het graven en storten van het fundament en het vormen van de tichels is gedaan door Babyloniërs. Het hier bewerkte cederhout is aangevoerd vanaf het gebergte dat de Libanon heet. Syriërs brachten het naar Babylon, Kariërs en Grieken brachten het naar Sousa. Het teakhout kwam uit Gandara en Kerman. Het hier bewerkte goud kwam uit Lydië en Baktrië. De hier bewerkte lapis lazuli en kornalijn kwamen uit Sogdië. De hier bewerkte blauwe en groene turkoois kwamen uit Chorasmië. Het hier bewerkte zilver en ebbenhout kwamen uit Egypte. De hier als decoratie op de muur aangebrachte verf kwam uit het land der Grieken. Het hier bewerkte ivoor kwam uit Nubië, India en Arachosië. De hier bewerkte stenen pilaren kwamen uit een Elamitische stad die Abiraduš heet. De steenhouwers kwamen uit het land der Grieken en uit Lydië. De goudsmeden kwamen uit Medië en Egypte. De baksteenbakkers kwamen uit Babylonië. De decorateurs kwamen uit Medië en Egypte.
Alexander bleef lang genoeg in het paleis van Sousa om sportwedstrijden gade te slaan en de satraap opnieuw te benoemen, met, zoals inmiddels gebruikelijk, Macedoniërs aan het hoofd van de plaatselijke legereenheden. Verder was zijn belangrijkste activiteit in Elam de reorganisatie van zijn leger, dat op dat moment meer soldaten telde dan ooit daarvoor. Doordat veel Macedoniërs waren gesneuveld bij Gaugamela, anderen waren achtergelaten om garnizoensdienst te doen, en er 15.000 man versterkingen waren gearriveerd, was de samenstelling van het Macedonische leger in twee maanden sterk veranderd.
De commandostructuur werd aangepast. Tal van eenheden werden in tweeën gesplitst, zodat het aantal officieren verdubbelde. De nieuwe commandanten kregen hun positie alleen als ze blijk van moed hadden gegeven. Een andere wijziging betrof de samenstelling van de eenheden. Tot dan toe waren mensen uit hetzelfde deel van Macedonië bij elkaar ingedeeld, maar daaraan kwam nu een einde. Feitelijk brak Alexander de traditionele stamstructuren open, verstevigde hij zijn greep op het leger en verkleinde hij de invloed van de oude Macedonische aristocraten.
Het koninklijke voetenbankjeHet is misschien geen toeval dat een in Sousa gesitueerde anekdote Alexander met enige nadruk portretteert als koning:
Toen Alexander op de troon ging zitten, bleek die te hoog te zijn voor zijn lengte. Een van zijn pages zag dat zijn voeten niet bij de voetenbank konden. Hij pakte het tafeltje van Darius op en zette het onder zijn bungelende voeten. Het paste precies. De koning waardeerde het alerte optreden van de jongen, maar een van de eunuchen die naast de troon stonden barstte in tranen uit, tot in zijn ziel getroffen door de omslag van het lot. Alexander merkte het en vroeg hem: “Wat voor ergs is er gebeurd dat je bij het zien ervan moet huilen?”
De eunuch antwoordde: “Nu ben ik uw bediende, maar eerst was ik de bediende van Darius. Het is mijn aard om van mijn meesters te houden en daarom deed het mij verdriet te zien dat een tafeltje waaraan hij erg was gehecht nu zo’n eerloze bestemming heeft gekregen.”
Door dat antwoord begreep de koning de omvang van de omwenteling in het Perzische Rijk.noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 17.66.3-5; vert. Simone Mooij.Niet veel later vertrok de koning van Azië naar het centrum van het Perzische imperium, de landstreek Persis. Ondanks de haast waarmee hij verderging, lijkt Alexander Sousa een prettige stad te hebben gevonden. Hij liet er de krijgsgevangen dochters van Darius achter in hun oude huis, waar ze een Macedonische opvoeding kregen en werden voorbereid op het onvermijdelijke dynastieke huwelijk met de nieuwe eigenaar van het paleis. Toen Alexander ruim zes jaar later terugkeerde in Sousa, was het om te trouwen. Maar dat blogje staat vooralsnog in de planning voor 2029 of daaromtrent.
[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]
#AlexanderDeGrote #DariusIIICodomannus #Ester #eunuch #Sousa -
Alexander de Grote in Sousa (2)
De troonzaal in SousaIn het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote de capitulatie van de Perzische hoofdstad Sousa in ontvangst nam. Het paleis lag op een plateau dat hoog uitstak boven het hete maar vruchtbare rivierdal. De Perzen hadden op dat plateau – door de wind bewaaid en iets koeler dan het rivierdal – een immens terras aangelegd, dat met dertien hectare groter was dan dat van bijvoorbeeld Persepolis. Het paleis zelf had een omvang van vier hectare, de twintig meter hoge troonzaal niet meegerekend.
De luxe was groter dan de Macedoniërs ooit hadden gezien. Verbaasd dronken ze uit bekers van glas, aten ze van marmeren borden en openden ze deuren met klinken van lapis lazuli. Het moet hebben geleken op de beschrijving uit het Bijbelboek Ester:
DSf (Louvre, Parijs)Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. Er werd wijn geschonken in gouden bekers, die allemaal verschillend waren, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten.noot Ester 1.6-7; NBV21.
Een Perzische inscriptie uit Sousa, die bekendstaat als DSf, geeft enerzijds een idee van het aanzien van het paleis en lijkt anderzijds bedoeld om te tonen hoe uitgestrekt en eensgezind het Perzische imperium was:
Het graven en storten van het fundament en het vormen van de tichels is gedaan door Babyloniërs. Het hier bewerkte cederhout is aangevoerd vanaf het gebergte dat de Libanon heet. Syriërs brachten het naar Babylon, Kariërs en Grieken brachten het naar Sousa. Het teakhout kwam uit Gandara en Kerman. Het hier bewerkte goud kwam uit Lydië en Baktrië. De hier bewerkte lapis lazuli en kornalijn kwamen uit Sogdië. De hier bewerkte blauwe en groene turkoois kwamen uit Chorasmië. Het hier bewerkte zilver en ebbenhout kwamen uit Egypte. De hier als decoratie op de muur aangebrachte verf kwam uit het land der Grieken. Het hier bewerkte ivoor kwam uit Nubië, India en Arachosië. De hier bewerkte stenen pilaren kwamen uit een Elamitische stad die Abiraduš heet. De steenhouwers kwamen uit het land der Grieken en uit Lydië. De goudsmeden kwamen uit Medië en Egypte. De baksteenbakkers kwamen uit Babylonië. De decorateurs kwamen uit Medië en Egypte.
Alexander bleef lang genoeg in het paleis van Sousa om sportwedstrijden gade te slaan en de satraap opnieuw te benoemen, met, zoals inmiddels gebruikelijk, Macedoniërs aan het hoofd van de plaatselijke legereenheden. Verder was zijn belangrijkste activiteit in Elam de reorganisatie van zijn leger, dat op dat moment meer soldaten telde dan ooit daarvoor. Doordat veel Macedoniërs waren gesneuveld bij Gaugamela, anderen waren achtergelaten om garnizoensdienst te doen, en er 15.000 man versterkingen waren gearriveerd, was de samenstelling van het Macedonische leger in twee maanden sterk veranderd.
De commandostructuur werd aangepast. Tal van eenheden werden in tweeën gesplitst, zodat het aantal officieren verdubbelde. De nieuwe commandanten kregen hun positie alleen als ze blijk van moed hadden gegeven. Een andere wijziging betrof de samenstelling van de eenheden. Tot dan toe waren mensen uit hetzelfde deel van Macedonië bij elkaar ingedeeld, maar daaraan kwam nu een einde. Feitelijk brak Alexander de traditionele stamstructuren open, verstevigde hij zijn greep op het leger en verkleinde hij de invloed van de oude Macedonische aristocraten.
Het koninklijke voetenbankjeHet is misschien geen toeval dat een in Sousa gesitueerde anekdote Alexander met enige nadruk portretteert als koning:
Toen Alexander op de troon ging zitten, bleek die te hoog te zijn voor zijn lengte. Een van zijn pages zag dat zijn voeten niet bij de voetenbank konden. Hij pakte het tafeltje van Darius op en zette het onder zijn bungelende voeten. Het paste precies. De koning waardeerde het alerte optreden van de jongen, maar een van de eunuchen die naast de troon stonden barstte in tranen uit, tot in zijn ziel getroffen door de omslag van het lot. Alexander merkte het en vroeg hem: “Wat voor ergs is er gebeurd dat je bij het zien ervan moet huilen?”
De eunuch antwoordde: “Nu ben ik uw bediende, maar eerst was ik de bediende van Darius. Het is mijn aard om van mijn meesters te houden en daarom deed het mij verdriet te zien dat een tafeltje waaraan hij erg was gehecht nu zo’n eerloze bestemming heeft gekregen.”
Door dat antwoord begreep de koning de omvang van de omwenteling in het Perzische Rijk.noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 17.66.3-5; vert. Simone Mooij.Niet veel later vertrok de koning van Azië naar het centrum van het Perzische imperium, de landstreek Persis. Ondanks de haast waarmee hij verderging, lijkt Alexander Sousa een prettige stad te hebben gevonden. Hij liet er de krijgsgevangen dochters van Darius achter in hun oude huis, waar ze een Macedonische opvoeding kregen en werden voorbereid op het onvermijdelijke dynastieke huwelijk met de nieuwe eigenaar van het paleis. Toen Alexander ruim zes jaar later terugkeerde in Sousa, was het om te trouwen. Maar dat blogje staat vooralsnog in de planning voor 2029 of daaromtrent.
[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Dood in Babylon (4)
juni 13, 2014
Alexander de Grote in Troje
januari 11, 2025
Alexander de Grote in Babylon (3)
juli 11, 2026 Deel dit: #AlexanderDeGrote #DariusIIICodomannus #Ester #eunuch #Sousa -
Het Hemels Mandaat in Mesopotamië
Babylonië, Sogdië en ChinaEen paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:
De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.
Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.
MardukBabylonische dynastieën
Ook daar zijn dynastiewisselingen bekend. Vanaf de Late Bronstijd heersten daar diverse dynastieën, die zó slecht bekend zijn dat oudheidkundigen een van deze heersersfamilies maar aanduidt als “de dynastie van E”. Pas tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr., als de Assyriërs de macht overnemen, hebben we weer zicht op de situatie. Die voelen zich op zeker moment gerechtigd om Babylon te verwoesten en voor zeventig jaar braak te laten liggen, maar gelukkig voor de bewoners kreeg de god Marduk medelijden en mochten ze al eerder terugkeren. Evengoed was Babylon voor de Assyrische vorsten een hoofdpijndossier.
Uiteindelijk greep Nabopolassar de macht, eerst in Babylon, later in heel Mesopotamië. De Assyrische dynastie had dus plaatsgemaakt voor een Babylonische. En die dynastie maakte in 539 v.Chr. weer plaats voor een Perzische, die later weer zou worden opgevolgd door een Macedonische, een Parthische, een tweede Perzische en uiteindelijk het Arabische Kalifaat. In ons optiek zijn het steeds andere volken, maar dat is wat misleidend; de hedendaagse jargonterm “heersende etnoklasse” is bedoeld om te tonen dat alleen de residentie zich verplaatste en het elite-netwerk zich heroriënteerde.
Nabonidus (Archeologisch museum, Sanli Urfa)De val van Nabonidus
Mij gaat het om de opkomst van de Perzische Achaimeniden: eerst versloeg Cyrus de Grote de Babylonische legers ergens aan de Tigris, en het geweld was zo extreem dat er geen troepen resteerden om de stad Babylon te verdedigen. De bronnen geven uiteenlopende informatie over het lot van koning Nabonidus, maar wat wél duidelijk is dat iedereen die in die dagen in staat was wat spijkerschrifttekens te schrijven, negatief over hem schreef.
Om te beginnen is er de Cyruscilinder, waarin de veroveraar alle gemeenplaatsen uit de Assyrische propaganda van stal haalt om te bewijzen dat Nabonidus niet deugde omdat hij boventallige herendiensten had opgelegd aan de bevolking, dat de Babylonische god Marduk had gezocht naar een rechtvaardige heerser, dat Cyrus dat was, dat zijn coup d’état dus gerechtvaardigd was geweest, wat eens te meer werd bewezen door de extra offers die hij bracht en doordat hij de herendiensten terugbracht tot het oorspronkelijke niveau.
Een Mardukpriester (Louvre, Parijs)Het gedicht dat bekendstaat als de Verskroniek van Nabonidus is gecomponeerd door een van de priesters van de Marduktempel. De tekst toont dat de religieuze autoriteiten in Babylon verontrust waren geraakt doordat het belangrijke nieuwjaarsfeest (Akitu) niet volgens de regels gevierd kon worden omdat koning Nabonidus afwezig was. Hij was namelijk in Tayma, een oase in het noorden van het huidige Saoedi-Arabië. De auteur van de Verskroniek doet weinig moeite om zijn minachting te verbergen voor de goddeloze gek.
Echo’s van deze propaganda zijn te vinden in de literatuur van de in Babylonische ballingschap verkerende Joden. De auteur van het Bijbelboek Jesaja verlekkert zich bijvoorbeeld in het verdriet van de Babylonische vrouwen en onthaalt Cyrus als gezalfde des heren. Wat al deze teksten – er zijn er meer – duidelijk maken is dat Nabonidus zijn Hemels Mandaat had verspeeld.
De Dynastieënprofetie (British Museum, Londen)De Dynastieënprofetie
De tekst die bekendstaat als de Dynastieënprofetie is ook relevant. In de vorm van een voorspelling, dus geformuleerd in de toekomstige tijd, doet de auteur verslag van enkele gebeurtenissen uit het verleden. Het begin is verloren, maar verderop lezen we hoe de Babylonische dynastie van Nabopolassar de Assyrische heersers afloste. Daarna zijn er lacuneuze beschrijvingen van Nabopolassars opvolgers, gevolgd door een heel negatief oordeel over Nabonidus (“Hij zal kwaad beramen tegen Babylonië”). Cyrus is hierna de rechtvaardige vorst.
Maar ook zijn dynastie komt ten einde. Darius III Codomannus wordt gepresenteerd als opstandeling, dus als een verbreker van de kosmische orde. “Troepen uit het land in het westen zullen oprukken” en Darius verslaan. Op deze verwijzing naar Alexander de Grote volgt de passage waarom de Dynastieënprofetie berucht is: iets dat lijkt op een vermelding van Darius’ terugkeer. Het kan niet het moment zijn waarop de auteur, die tot nu toe het verleden beschreef, werkelijk de toekomst gaat voorspellen, want de tekst vervolgt met Alexanders opvolger Seleukos Nikator. De vermoedelijke verklaring is dat de schrijver zich vergiste en dat Alexander zegevierde. In elk geval leeft iedereen na het aantreden van de Macedenische dynastie nog lang en gelukkig.
Ook hier zien we dus het Hemels Mandaat: slechte Assyriërs, goede eerste Babylonische koning, slechte laatste Babylonische koning, goede eerste Perzische koning, slechte laatste Perzische koning, goede eerste Macedonische vorsten.
Zarathuštra (Wereldmuseum, Leiden)Verband?
Ik rond af met een speculatie. Het Hemels Mandaat, of dat nou Chinees of Babylonisch is, veronderstelt een theorie over door de goden gewilde en gegarandeerde rechtvaardigheid. Maar in het antieke denken was dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Natuurlijk zijn er vorsten geweest die zich erop lieten voorstaan te ijveren voor het recht, maar het idee dat de goden een onrechtvaardige vorst konden vervangen door een andere heerser uit een nieuwe dynastie, was nieuw.
Ik bedacht – en nogmaals: het is speculatie – dat we misschien de invloed van Zarathuštra zien. Deze profeet, die in de Bronstijd in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) leefde, beweerde dat mensen, door rechtvaardig te leven, partij kozen in de eeuwige kosmische strijd tussen het goede en het kwade. Hier zien we voor het eerst de vervlechting van ethiek en godsdienst. Misschien hebben de Zhou-Chinezen en de Mesopotamiërs daar iets van meegekregen.
Maar het idee kan natuurlijk ook twee keer zijn verzonnen – zo vreemd is het nou ook weer niet om aan te nemen dat de goden een slechte vorst in de steek laten. Al in de eenentwintigste eeuw v.Chr., toen de Sumerische Koningslijst werd samengesteld, bestond in Mesopotamië het idee dat dynastieën elkaar afwisselden. In een andere tekst uit die tijd, de Vloek van Akkad, lezen we dat koning Naram-Sin zich zo slecht gedraagt dat zijn stad ten onder ging. Om deze twee ideeën, enerzijds de afwisseling van dynastieën en anderzijds de slechte koning die zijn stad ten gronde richt, in elkaar te schuiven, daarvoor was niet per se een Zarathuštra nodig.
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.
Zelfde tijdvak
Akousilaos en Ferekydes
februari 7, 2025
De rand van de oude wereld: Al-‘Ula
april 19, 2024
Byblos in de Perzische tijd
augustus 9, 2022 Deel dit: #CyrusDeGrote #Cyruscilinder #DariusIIICodomannus #Dynastieënprofetie #HemelsMandaat #Jesaja #Marduk #Nabonidus #Nabopolassar #NaramSin #SumerischeKoningslijst #VloekVanAkkad #ZhouDynastie -
Alexander de Grote in Memfis
De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.
Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.
Het graf van PetosirisMemfis
In Memfis bezocht de Macedonische koning de tempel van de god Ptah, de Hut-ka-Ptah. Het heiligdom was zo beroemd dat zijn naam, verbasterd tot Aigyptos, al in de tijd van Homeros door de Grieken werd gebruikt als aanduiding van het hele land aan de Nijl. Zij stelden Ptah, die de ambachtslieden beschermde, gelijk aan hun eigen god Hefaistos, maar ter plekke werd hij vooral beschouwd als een schepper-god die nog ouder was dan de Ra-Atum van het rivaliserende Heliopolis. Elders in Egypte bleef de Heliopolitaanse scheppingsmythe echter populairder dan het Memfitische verhaal. Terwijl de Heliopolitaanse Ra traditioneel gold als beschermer van het koningschap en dus van de Egyptische staat, heeft niet één farao zich ooit gepresenteerd als beschermeling van Ptah.
Zo bezien is het wat merkwaardig dat Alexander, toen hij de macht in Egypte had overgenomen, zijn respect betuigde aan de stier Apis, een van de manifestaties van deze god:
In Memfis bracht hij offers aan de goden, met name aan de heilige stier Apis, en organiseerde wedstrijden in atletiek en de muzische kunsten; de beroemdste atleten en kunstenaars waren daarvoor uit Griekenland gekomen.noot Arrianus, Anabasis 3.1.4; vert. Simone Mooij.
Een offer aan Ra of een traditionele koningskroning in Heliopolis zouden handiger zijn geweest om de inheemse bevolking te tonen dat de nieuwe koning hun beschaving met respect bejegende. Het eerbewijs voor de Apis illustreert dat Alexander, zelfs als hij zich aan de Egyptenaren als een der hunnen wilde presenteren, bleef denken vanuit een Grieks kader. Herodotos had (overigens ten onrechte) beschreven hoe de Perzische veroveraar Kambyses in 525 de Apis had verwond, en sindsdien overschatten de Grieken het belang van het heilige dier en de Ptah-cultus enigszins. Ook sportwedstrijden en kunstenaarscompetities waren Griekse, geen Egyptische, gebruiken. Het goedbedoelde feest in Memfis zal zeker enige sympathie bij de Egyptenaren hebben opgeroepen, maar moet ook aanleiding zijn geweest voor verbaasd commentaar.
Zoon van de zon
Toen de Macedonische koning enkele Egyptische koningstitels aannam, doorbrak hij opnieuw de verwachtingen. De farao voerde naast zijn persoonsnaam vier titels en de laatste heersers van het onafhankelijke Egypte hadden deze traditie in ere gehouden. Alexander nam alleen de eerste en vierde titel aan. Hij was nu “de Horus, beschermer van Egypte” en de “geliefde van Amun, uitverkorene van Ra”. De enige vorsten die dezelfde selectie van twee titels hadden gemaakt, waren Kambyses en Darius de Grote, en de vraagt komt op of Alexander zich misschien door een Pers als Doloaspis heeft laten adviseren.
Met het aannemen van deze titels verkreeg Alexander ook de bijzondere rang van “zoon van de zon”, waaraan hij grote betekenis hechtte. Volgens de gebruikelijke genealogie stamde het Macedonische koninklijk huis via Herakles af van Zeus, maar er bestond een tweede traditie, die de dynastie in verband bracht met de zonnegod. Herodotos vermeldt dat de Zon de grondlegger van de Macedonische koninklijke familie ooit speciaal had beschermd; in de koninklijke graven van Vergina zijn afbeeldingen gevonden van een zestienpuntige zon; en Alexander schreef Darius eens dat de aarde geen twee zonnen duldde.
De Zon van Vergina (Archeologisch Museum, Thessaloniki)De oppergod en zonnegod waren dus al belangrijk voor de Macedonische koning voor hij aankwam in Egypte, waar deze twee goden niet alleen identiek bleken te zijn, maar de vorst bovendien gold als zoon van het opperwezen. Alexander zou zich voortaan “zoon van Zeus” kunnen noemen. Misschien aarzelde hij nog even omdat ook hij zich realiseerde dat het aanmatigend kon overkomen, maar korte tijd later zou er iets gebeuren dat alle schroom wegnam. Daarover volgende maand.
[Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Op weg naar Issos (2)
november 6, 2022
Het Narrenschip
september 4, 2021
Afrikaans aardewerk
februari 24, 2019 Deel dit:#AlexanderDeGrote #Apis #Arrianus #DariusIDeGrote #DariusIIICodomannus #Doloaspis #Hefaistos #Heliopolis #Herakles #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #koningsideologie #Memfis #Nijl #Petosiris #Ptah #Ra #Thoth #ZonVanVergina
-
Alexander de Grote in Memfis
De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.
Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.
Het graf van PetosirisMemfis
In Memfis bezocht de Macedonische koning de tempel van de god Ptah, de Hut-ka-Ptah. Het heiligdom was zo beroemd dat zijn naam, verbasterd tot Aigyptos, al in de tijd van Homeros door de Grieken werd gebruikt als aanduiding van het hele land aan de Nijl. Zij stelden Ptah, die de ambachtslieden beschermde, gelijk aan hun eigen god Hefaistos, maar ter plekke werd hij vooral beschouwd als een schepper-god die nog ouder was dan de Ra-Atum van het rivaliserende Heliopolis. Elders in Egypte bleef de Heliopolitaanse scheppingsmythe echter populairder dan het Memfitische verhaal. Terwijl de Heliopolitaanse Ra traditioneel gold als beschermer van het koningschap en dus van de Egyptische staat, heeft niet één farao zich ooit gepresenteerd als beschermeling van Ptah.
Zo bezien is het wat merkwaardig dat Alexander, toen hij de macht in Egypte had overgenomen, zijn respect betuigde aan de stier Apis, een van de manifestaties van deze god:
In Memfis bracht hij offers aan de goden, met name aan de heilige stier Apis, en organiseerde wedstrijden in atletiek en de muzische kunsten; de beroemdste atleten en kunstenaars waren daarvoor uit Griekenland gekomen.noot Arrianus, Anabasis 3.1.4; vert. Simone Mooij.
Een offer aan Ra of een traditionele koningskroning in Heliopolis zouden handiger zijn geweest om de inheemse bevolking te tonen dat de nieuwe koning hun beschaving met respect bejegende. Het eerbewijs voor de Apis illustreert dat Alexander, zelfs als hij zich aan de Egyptenaren als een der hunnen wilde presenteren, bleef denken vanuit een Grieks kader. Herodotos had (overigens ten onrechte) beschreven hoe de Perzische veroveraar Kambyses in 525 de Apis had verwond, en sindsdien overschatten de Grieken het belang van het heilige dier en de Ptah-cultus enigszins. Ook sportwedstrijden en kunstenaarscompetities waren Griekse, geen Egyptische, gebruiken. Het goedbedoelde feest in Memfis zal zeker enige sympathie bij de Egyptenaren hebben opgeroepen, maar moet ook aanleiding zijn geweest voor verbaasd commentaar.
Zoon van de zon
Toen de Macedonische koning enkele Egyptische koningstitels aannam, doorbrak hij opnieuw de verwachtingen. De farao voerde naast zijn persoonsnaam vier titels en de laatste heersers van het onafhankelijke Egypte hadden deze traditie in ere gehouden. Alexander nam alleen de eerste en vierde titel aan. Hij was nu “de Horus, beschermer van Egypte” en de “geliefde van Amun, uitverkorene van Ra”. De enige vorsten die dezelfde selectie van twee titels hadden gemaakt, waren Kambyses en Darius de Grote, en de vraagt komt op of Alexander zich misschien door een Pers als Doloaspis heeft laten adviseren.
Met het aannemen van deze titels verkreeg Alexander ook de bijzondere rang van “zoon van de zon”, waaraan hij grote betekenis hechtte. Volgens de gebruikelijke genealogie stamde het Macedonische koninklijk huis via Herakles af van Zeus, maar er bestond een tweede traditie, die de dynastie in verband bracht met de zonnegod. Herodotos vermeldt dat de Zon de grondlegger van de Macedonische koninklijke familie ooit speciaal had beschermd; in de koninklijke graven van Vergina zijn afbeeldingen gevonden van een zestienpuntige zon; en Alexander schreef Darius eens dat de aarde geen twee zonnen duldde.
De Zon van Vergina (Archeologisch Museum, Thessaloniki)De oppergod en zonnegod waren dus al belangrijk voor de Macedonische koning voor hij aankwam in Egypte, waar deze twee goden niet alleen identiek bleken te zijn, maar de vorst bovendien gold als zoon van het opperwezen. Alexander zou zich voortaan “zoon van Zeus” kunnen noemen. Misschien aarzelde hij nog even omdat ook hij zich realiseerde dat het aanmatigend kon overkomen, maar korte tijd later zou er iets gebeuren dat alle schroom wegnam. Daarover volgende maand.
[Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Op weg naar Issos (2)
november 6, 2022
Het Narrenschip
september 4, 2021
Afrikaans aardewerk
februari 24, 2019 Deel dit:#AlexanderDeGrote #Apis #Arrianus #DariusIDeGrote #DariusIIICodomannus #Doloaspis #Hefaistos #Heliopolis #Herakles #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #koningsideologie #Memfis #Nijl #Petosiris #Ptah #Ra #Thoth #ZonVanVergina
-
Alexander de Grote in Memfis
De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.
Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.
Het graf van PetosirisMemfis
In Memfis bezocht de Macedonische koning de tempel van de god Ptah, de Hut-ka-Ptah. Het heiligdom was zo beroemd dat zijn naam, verbasterd tot Aigyptos, al in de tijd van Homeros door de Grieken werd gebruikt als aanduiding van het hele land aan de Nijl. Zij stelden Ptah, die de ambachtslieden beschermde, gelijk aan hun eigen god Hefaistos, maar ter plekke werd hij vooral beschouwd als een schepper-god die nog ouder was dan de Ra-Atum van het rivaliserende Heliopolis. Elders in Egypte bleef de Heliopolitaanse scheppingsmythe echter populairder dan het Memfitische verhaal. Terwijl de Heliopolitaanse Ra traditioneel gold als beschermer van het koningschap en dus van de Egyptische staat, heeft niet één farao zich ooit gepresenteerd als beschermeling van Ptah.
Zo bezien is het wat merkwaardig dat Alexander, toen hij de macht in Egypte had overgenomen, zijn respect betuigde aan de stier Apis, een van de manifestaties van deze god:
In Memfis bracht hij offers aan de goden, met name aan de heilige stier Apis, en organiseerde wedstrijden in atletiek en de muzische kunsten; de beroemdste atleten en kunstenaars waren daarvoor uit Griekenland gekomen.noot Arrianus, Anabasis 3.1.4; vert. Simone Mooij.
Een offer aan Ra of een traditionele koningskroning in Heliopolis zouden handiger zijn geweest om de inheemse bevolking te tonen dat de nieuwe koning hun beschaving met respect bejegende. Het eerbewijs voor de Apis illustreert dat Alexander, zelfs als hij zich aan de Egyptenaren als een der hunnen wilde presenteren, bleef denken vanuit een Grieks kader. Herodotos had (overigens ten onrechte) beschreven hoe de Perzische veroveraar Kambyses in 525 de Apis had verwond, en sindsdien overschatten de Grieken het belang van het heilige dier en de Ptah-cultus enigszins. Ook sportwedstrijden en kunstenaarscompetities waren Griekse, geen Egyptische, gebruiken. Het goedbedoelde feest in Memfis zal zeker enige sympathie bij de Egyptenaren hebben opgeroepen, maar moet ook aanleiding zijn geweest voor verbaasd commentaar.
Zoon van de zon
Toen de Macedonische koning enkele Egyptische koningstitels aannam, doorbrak hij opnieuw de verwachtingen. De farao voerde naast zijn persoonsnaam vier titels en de laatste heersers van het onafhankelijke Egypte hadden deze traditie in ere gehouden. Alexander nam alleen de eerste en vierde titel aan. Hij was nu “de Horus, beschermer van Egypte” en de “geliefde van Amun, uitverkorene van Ra”. De enige vorsten die dezelfde selectie van twee titels hadden gemaakt, waren Kambyses en Darius de Grote, en de vraagt komt op of Alexander zich misschien door een Pers als Doloaspis heeft laten adviseren.
Met het aannemen van deze titels verkreeg Alexander ook de bijzondere rang van “zoon van de zon”, waaraan hij grote betekenis hechtte. Volgens de gebruikelijke genealogie stamde het Macedonische koninklijk huis via Herakles af van Zeus, maar er bestond een tweede traditie, die de dynastie in verband bracht met de zonnegod. Herodotos vermeldt dat de Zon de grondlegger van de Macedonische koninklijke familie ooit speciaal had beschermd; in de koninklijke graven van Vergina zijn afbeeldingen gevonden van een zestienpuntige zon; en Alexander schreef Darius eens dat de aarde geen twee zonnen duldde.
De Zon van Vergina (Archeologisch Museum, Thessaloniki)De oppergod en zonnegod waren dus al belangrijk voor de Macedonische koning voor hij aankwam in Egypte, waar deze twee goden niet alleen identiek bleken te zijn, maar de vorst bovendien gold als zoon van het opperwezen. Alexander zou zich voortaan “zoon van Zeus” kunnen noemen. Misschien aarzelde hij nog even omdat ook hij zich realiseerde dat het aanmatigend kon overkomen, maar korte tijd later zou er iets gebeuren dat alle schroom wegnam. Daarover volgende maand.
[Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Op weg naar Issos (2)
november 6, 2022
Het Narrenschip
september 4, 2021
Afrikaans aardewerk
februari 24, 2019 Deel dit:#AlexanderDeGrote #Apis #Arrianus #DariusIDeGrote #DariusIIICodomannus #Doloaspis #Hefaistos #Heliopolis #Herakles #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #koningsideologie #Memfis #Nijl #Petosiris #Ptah #Ra #Thoth #ZonVanVergina
-
Alexander de Grote in Gaza
Alexander onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.
Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.
Strategisch overwegingen
Hij zal tevreden zijn geweest. Nu de Fenicische havens in Macedonische handen waren, konden de Perzen de Fenicische schepen niet meer gebruiken om naar de Egeïsche wateren te varen. Macedonië was nu onbetwist heer en meester van de halve Middellandse Zee en Alexander kon met recht claimen dat hij het officiële, opzettelijk vaag geformuleerde, oorlogsdoel had bereikt: het straffen van de Perzen voor hun inval in Europa.
Het was echter niet mogelijk de oorlog te beëindigen. Daarvoor waren in de eerste plaats militaire redenen. Zolang er geen verdedigbare oostgrens was, kon er geen sprake zijn van een vredesverdrag met de Perzen. De Perzische koning Darius III Codomannus deed echter zijn best om de Macedoniërs tegemoet te komen. Hij stuurde Alexander een brief waarin hij hem een territoriaal compromis voorstelde: voortaan zou de rivier de Halys (in Midden-Turkije) de grens zijn tussen Macedonië en Perzië. Voor Alexander was dit aanbod ontoereikend –hij was immers al in Fenicië.
Dat Darius onderhandelingen aanknoopte, suggereert dat zijn positie na de slag bij Issos was verzwakt. Alexander begreep dat een oostelijke expeditie wel even kon wachten en dat hij eerst een bezoek aan Egypte kon brengen.
Naar Egypte
Een urgente militaire reden was er niet, hooguit een zijdelingse. De Atheners stelden vanouds belang in het door de Egyptenaren geproduceerde graan, zodat het bezetten van het Nijldal een middel was om de Grieken het mes op de keel te zetten. Daar was ook een aanleiding voor, want Sparta was aan het mobiliseren tegen de Macedoniërs. Het kon geen kwaad de Griekse graantoevoer te kunnen afsnijden. Bovendien viel in Egypte buit te halen, en daarna konden de Macedoniërs altijd nog de Eufraat oversteken om af te rekenen met de al eens verslagen Darius.
Laten we een ander motief voor een bezoek aan Egypte niet onderschatten: toerisme. Het land sprak al eeuwen tot de Griekse verbeelding en er was gelegenheid voor vakantie. Na Issos en Tyrus had men die ook wel verdiend.
En dus ging Alexander in de late zomer van 332 v.Chr. vanuit Syrië op weg naar Egypte. Aan de kust van het huidige Israël is in augustus weinig water beschikbaar – de wadi’s staan droog – en daarom bleef een deel van de Macedonische soldaten achter in Syrië, waar ze het betrekkelijk rustig aan konden doen. De opmars van Alexanders leger verliep probleemloos, want aan de kust lagen geen steden die weerstand konden bieden. In het binnenland had de belangrijke stad Samaria al steun toegezegd, zodat er geen flankaanvallen vielen te duchten. Het zuidelijker gelegen tempelstaatje Jeruzalem had zich weliswaar niet onderworpen, maar stelde militair weinig voor. Elf dagen na hun vertrek uit Tyrus bereikten de Macedoniërs Gaza, waar het Perzische garnizoen weigerde te capituleren.
Gaza
Alexander had geen keus: hij moest de stad veroveren. Niet alleen blokkeerde ze de weg naar Egypte, maar ze vormde ook het eindpunt van twee wegen. De ene kwam vanuit Mesopotamië door de woestijn en hoewel ze niet begaanbaar was voor grote legers, konden de Perzen haar gebruiken voor een onverwachte aanval. De ander was de wierookroute, en wie zou de lucratieve wierookhandel niet willen beheersen? Bovendien had Gaza de reputatie dat het onneembaar was en juist dat prikkelde Alexander: zijn tegenstanders zouden geïmponeerd zijn als hij de stad met succes belegerde. Maar hij zou prestigeverlies lijden als hij de stad niet kon innemen.
Het beleg had een ander karakter dan de operaties bij Halikarnassos en Tyrus, waar we het al over hebben gehad. Daar was het mogelijk geweest belegeringsmachines in te zetten. Gaza lag echter op de rand van de woestijn en de zanderige bodem maakte het moeilijk belegeringstorens en schildpadden naar voren te rijden. Een tweede probleem was de watervoorziening. De dichtstbijzijnde wadi stond in september droog en de capaciteit van de schaarse bronnen in de omgeving was niet al te groot. Het water moest dus worden geïmporteerd en we mogen aannemen dat de Macedoniërs hiervoor de Fenicische schepen benutten.
Onze bronnen Arrianus en Curtius Rufus geven uiteenlopende beschrijvingen van de belegering van Gaza. Allebei noemen ze een eerste, mislukte bestorming, waarbij Alexander aan de schouder een schotwond opliep. Eerstgenoemde auteur vertelt dat de Macedoniërs daarna een belegeringsdam bouwden met een geplaveid oppervlak, om te verhinderen dat de wielen van de belegeringsmachines vast zouden komen zitten. Curtius Rufus meldt echter dat de aanleg van de dam diende om het Perzische garnizoen niet te laten merken dat de Macedoniërs feitelijk een tunnel groeven om de muren te ondermijnen. Na twee maanden viel de stad.
Marteling
Curtius Rufus weet meer over de laatste bestorming, namelijk dat zowel Alexander als de garnizoenscommandant, een zekere Batis, gewond raakten. De Macedoniër koelde zijn woede op zijn tegenstander. Hij hield Batis voor dat die alle martelingen zou ondergaan die voor een gevangene konden worden verzonnen. De verslagen garnizoenscommandant gaf geen krimp, waarop Alexander Batis’ enkels met riemen vastbond aan zijn strijdwagen, en de ongelukkige krijgsgevangene rond de stad sleepte. Zo had in legendarische tijden, tijdens de Trojaanse Oorlog, Alexanders voorvader Achilleus het stoffelijk overschot van Hektor onteerd – maar Alexander gebruikte de methode om iemand te doden.
Arrianus vermeldt niets van dit alles. Dat kan betekenen hij iets heeft weggeretoucheerd wat wel heeft plaatsgevonden, maar andersom kan het zijn dat Curtius een te zwart portret schetst van Alexander. Er is geen manier om een keuze te maken. Zolang er geen nieuwe bronnen bijkomen kunnen we alleen constateren dat het lastig is de waarheid te achterhalen.
[Meer stukken over Alexander de Grote hier.]
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Wat is er nieuw? Spanje
december 10, 2020
Menandros
december 12, 2023
Alexandrië in Brussel
november 13, 2022 Deel dit:#Achilleus #AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Fenicië #Gaza #Hektor #Israël #QuintusCurtiusRufus #TrojaanseOorlog #Tyrus #Wierookroute
-
Alexander de Grote in Gaza
Achilleus onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.
Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.
Strategisch overwegingen
Hij zal tevreden zijn geweest. Nu de Fenicische havens in Macedonische handen waren, konden de Perzen de Fenicische schepen niet meer gebruiken om naar de Egeïsche wateren te varen. Macedonië was nu onbetwist heer en meester van de halve Middellandse Zee en Alexander kon met recht claimen dat hij het officiële, opzettelijk vaag geformuleerde, oorlogsdoel had bereikt: het straffen van de Perzen voor hun inval in Europa.
Het was echter niet mogelijk de oorlog te beëindigen. Daarvoor waren in de eerste plaats militaire redenen. Zolang er geen verdedigbare oostgrens was, kon er geen sprake zijn van een vredesverdrag met de Perzen. De Perzische koning Darius III Codomannus deed echter zijn best om de Macedoniërs tegemoet te komen. Hij stuurde Alexander een brief waarin hij hem een territoriaal compromis voorstelde: voortaan zou de rivier de Halys (in Midden-Turkije) de grens zijn tussen Macedonië en Perzië. Voor Alexander was dit aanbod ontoereikend –hij was immers al in Fenicië.
Dat Darius onderhandelingen aanknoopte, suggereert dat zijn positie na de slag bij Issos was verzwakt. Alexander begreep dat een oostelijke expeditie wel even kon wachten en dat hij eerst een bezoek aan Egypte kon brengen.
Naar Egypte
Een urgente militaire reden was er niet, hooguit een zijdelingse. De Atheners stelden vanouds belang in het door de Egyptenaren geproduceerde graan, zodat het bezetten van het Nijldal een middel was om de Grieken het mes op de keel te zetten. Daar was ook een aanleiding voor, want Sparta was aan het mobiliseren tegen de Macedoniërs. Het kon geen kwaad de Griekse graantoevoer te kunnen afsnijden. Bovendien viel in Egypte buit te halen, en daarna konden de Macedoniërs altijd nog de Eufraat oversteken om af te rekenen met de al eens verslagen Darius.
Laten we een ander motief voor een bezoek aan Egypte niet onderschatten: toerisme. Het land sprak al eeuwen tot de Griekse verbeelding en er was gelegenheid voor vakantie. Na Issos en Tyrus had men die ook wel verdiend.
En dus ging Alexander in de late zomer van 332 v.Chr. vanuit Syrië op weg naar Egypte. Aan de kust van het huidige Israël is in augustus weinig water beschikbaar – de wadi’s staan droog – en daarom bleef een deel van de Macedonische soldaten achter in Syrië, waar ze het betrekkelijk rustig aan konden doen. De opmars van Alexanders leger verliep probleemloos, want aan de kust lagen geen steden die weerstand konden bieden. In het binnenland had de belangrijke stad Samaria al steun toegezegd, zodat er geen flankaanvallen vielen te duchten. Het zuidelijker gelegen tempelstaatje Jeruzalem had zich weliswaar niet onderworpen, maar stelde militair weinig voor. Elf dagen na hun vertrek uit Tyrus bereikten de Macedoniërs Gaza, waar het Perzische garnizoen weigerde te capituleren.
Gaza
Alexander had geen keus: hij moest de stad veroveren. Niet alleen blokkeerde ze de weg naar Egypte, maar ze vormde ook het eindpunt van twee wegen. De ene kwam vanuit Mesopotamië door de woestijn en hoewel ze niet begaanbaar was voor grote legers, konden de Perzen haar gebruiken voor een onverwachte aanval. De ander was de wierookroute, en wie zou de lucratieve wierookhandel niet willen beheersen? Bovendien had Gaza de reputatie dat het onneembaar was en juist dat prikkelde Alexander: zijn tegenstanders zouden geïmponeerd zijn als hij de stad met succes belegerde. Maar hij zou prestigeverlies lijden als hij de stad niet kon innemen.
Het beleg had een ander karakter dan de operaties bij Halikarnassos en Tyrus, waar we het al over hebben gehad. Daar was het mogelijk geweest belegeringsmachines in te zetten. Gaza lag echter op de rand van de woestijn en de zanderige bodem maakte het moeilijk belegeringstorens en schildpadden naar voren te rijden. Een tweede probleem was de watervoorziening. De dichtstbijzijnde wadi stond in september droog en de capaciteit van de schaarse bronnen in de omgeving was niet al te groot. Het water moest dus worden geïmporteerd en we mogen aannemen dat de Macedoniërs hiervoor de Fenicische schepen benutten.
Onze bronnen Arrianus en Curtius Rufus geven uiteenlopende beschrijvingen van de belegering van Gaza. Allebei noemen ze een eerste, mislukte bestorming, waarbij Alexander aan de schouder een schotwond opliep. Eerstgenoemde auteur vertelt dat de Macedoniërs daarna een belegeringsdam bouwden met een geplaveid oppervlak, om te verhinderen dat de wielen van de belegeringsmachines vast zouden komen zitten. Curtius Rufus meldt echter dat de aanleg van de dam diende om het Perzische garnizoen niet te laten merken dat de Macedoniërs feitelijk een tunnel groeven om de muren te ondermijnen. Na twee maanden viel de stad.
Marteling
Curtius Rufus weet meer over de laatste bestorming, namelijk dat zowel Alexander als de garnizoenscommandant, een zekere Batis, gewond raakten. De Macedoniër koelde zijn woede op zijn tegenstander. Hij hield Batis voor dat die alle martelingen zou ondergaan die voor een gevangene konden worden verzonnen. De verslagen garnizoenscommandant gaf geen krimp, waarop Alexander Batis’ enkels met riemen vastbond aan zijn strijdwagen, en de ongelukkige krijgsgevangene rond de stad sleepte. Zo had in legendarische tijden, tijdens de Trojaanse Oorlog, Alexanders voorvader Achilleus het stoffelijk overschot van Hektor onteerd – maar Alexander gebruikte de methode om iemand te doden.
Arrianus vermeldt niets van dit alles. Dat kan betekenen hij iets heeft weggeretoucheerd wat wel heeft plaatsgevonden, maar andersom kan het zijn dat Curtius een te zwart portret schetst van Alexander. Er is geen manier om een keuze te maken. Zolang er geen nieuwe bronnen bijkomen kunnen we alleen constateren dat het lastig is de waarheid te achterhalen.
[Meer stukken over Alexander de Grote hier.]
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Aristoteles over David Bowie
augustus 15, 2011
Dacia Felix: de Skythen
december 29, 2019
Alexander in India (3)
januari 9, 2021 Deel dit:#Achilleus #AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Fenicië #Gaza #Hektor #Israël #QuintusCurtiusRufus #TrojaanseOorlog #Tyrus #Wierookroute