home.social

#koolstofdatering — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #koolstofdatering, aggregated by home.social.

  1. Karanovo

    De trench van Karanovo

    Ik geef toe: het plaatje hierboven is niet bijster informatief. U ziet een heuvel waar een lange gang in is gegeven. Meer is het niet, daar in Karanovo in Bulgarije. Als ik het een naam moest geven, zou ik het een trench noemen, wat net niet helemaal hetzelfde is als het Nederlandse “geul” (want die ontstaat door spoelend water) of “sleuf” (want die is smaller). Ik noem het dus maar een trench en deze trench vormde het begin van een belangrijke opgraving.

    Stratigrafie

    De enorme heuvel bij Karanovo (niet te verwarren met de even verderop gelegen grafheuvel) is te beschouwen als een tell, waarin diverse woonlagen boven elkaar lagen. Werd een dorp verwoest, bijvoorbeeld door een aardbeving, dan bouwden de overlevenden nieuwe huizen bovenop de oude, zodat die heuvel hoger werd. Herhaal dat enkele keren en je hebt een stevige bult. Als een archeoloog die bult van bovenaf neerwaarts gaat uitgraven, zijn de diverse bewoningslagen echter niet goed herkenbaar. Een trench helpt om vat te krijgen op de stratigrafie. Zie het onderstaande, iets informatievere plaatje.

    De stratigrafie van Karanovo

    In de wand zijn, behalve de holen waarin vogels wonen, de diverse bewoningslagen herkenbaarbaar (de tinten zijn net even anders) en de opgravers hebben er een handig bord bij geplaatst waarop die strata zijn aangegeven. Er zijn natuurlijk andere manieren om de diverse bewoningslagen te herkennen: je kunt ook vanaf de top van de heuvel een kuil graven en kijken wat er in de wand zit (een sounding). Bij het onderzoek van de Friese terpen / de Groningse wierden haalde men een kwart weg, als een enorme taartpunt. Ik schreef er al eens over. Zo worden ook grafheuvels onderzocht, en vaak planten archeologen na gedane arbeid, als ze het opgegraven kwart weer dicht gooien, een boom op het kwart dat ze hebben onderzocht, zodat toekomstige opgravers weten waar ze niet hoeven kijken.

    De Prehistorie van de Balkan

    De tweede foto toont zes van de zeven bewoningslagen in de dertien meter hoge heuvel. Karanovo II begint ergens rond 6000 v.Chr. en documenteert met Karanovo III het vroege Neolithicum: de tijd waarin akkerbouw en veeteelt ontstonden en de mensen voor het eerst aardewerk vervaardigden. Die mensen woonden in fase II nog in simpele lemen huizen, maar in fase III waren ze aanzienlijk groter. Uit het vlakbij Karanovo gelegen Stara Zagora is een woonhuis bekend met twee verdiepingen.

    Met Karanovo IV (pakweg 5500-4500) betreden we op het Balkanschiereiland het Midden-Neolithicum. Nu ontstaat sculptuur, met als mooiste voorbeeld het schitterende beeldje van de Denker van Cernavoda, dat u een paar jaar geleden in Luik hebt kunnen zien. De volgende twee fasen, Karanovo V en VI, markeren het Chalcolithicum, waarin de metaalbewerking begint door te breken. Dat betreft vooral koper en goud, en deze fase is vooral goed gedocumenteerd in Varna. De gouden voorwerpen zijn te zien geweest in Dordrecht.

    Rond 4000 v.Chr. raakt de site verlaten, maar rond 3200 keren de bewoners terug op wat inmiddels een hoge, goed verdedigbare heuvel was. De nieuwe bewoners beheersen de metaaltechniek voldoende om te kunnen spreken van de Vroege Bronstijd. Ze kwamen uit het noordoosten, uit de regio van de Yamnaya-cultuur. Het zijn dus Indo-Europees-sprekenden, en in Bulgarije noemen ze hen ook wel Thraciërs. Die naam duikt overigens pas vele eeuwen later voor het eerst op in geschreven bronnen, maar degenen die door de oude Grieken “Thraciërs” werden genoemd, stamden vermoedelijk wel af van de Yamnaya-migranten. Rond 2000 v.Chr. is Karanovo voorgoed verlaten.

    Het chronologisch kader

    De opgraving, die begon in de jaren dertig, werd onderbroken door de oorlog en werd hernomen in 1947, leerde aan de archeologen wat de voor elk van deze tijdvakken representatieve voorwerpen waren. Dankzij de trench in Karanovo en enkele andere opgravingen konden de archeologen voor het eerst de relatieve chronologie van het prehistorische Balkanschiereiland vaststellen. Anders gezegd: het chronologisch kader werd in Karanovo duidelijk. Zo konden ook de vondsten in Stara Zagora, Cernavoda, Varna en talloze andere plaatsen worden gedateerd.

    De jaartallen die ik hierboven al noemde, zijn gebaseerd op koolstofdateringen. Die zijn pas in de jaren vijftig gedaan en later nog eens gecorrigeerd, toen de opgraving van Karanovo al was beëindigd. In 1984 keerden de archeologen terug. Dat was een Bulgaars-Oostenrijks team, wat een mooi voorbeeld is van wetenschappelijke samenwerking over de Muur heen. De Oostenrijkse aanwezigheid verklaart ook waarom het opschrift op het bord in het Duits is.

    [De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)

    november 27, 2021
    Tepe Hesar

    juli 24, 2018
    Het Ur der Chaldeeën

    september 25, 2021 Deel dit: #Chalcolithicum #chronologie #Karanovo #koolstofdatering #Neolithicum #relatieveChronologie #sounding #StaraZagora #tell #Thracië #trench #VroegeBronstijd #YamnayaCultuur
  2. De olifanten van Hannibal

    Karthaagse munt uit Spanje (British Museum)

    Nee, archeologen hebben in Spanje géén olifant ontdekt uit het leger van Hannibal. Of, iets genuanceerder: het is een stuk waarschijnlijker dat de ontdekte dikhuid niet komt uit de tijd van Hannibal dan wel.

    De claim

    Eerst de claim, zoals gemeld in de media. De NU.nl meent dat het opgegraven bot “naar alle waarschijnlijkheid bewijst dat de beroemde veldheer Hannibal Barka met olifanten de Alpen is overgetrokken”. Dat is nooit de vraag geweest en dat is ook niet wat de onderzoekers beweren. De NOS kopt dat het bot “mogelijk bewijs voor tocht Hannibal door Europa” vormt. Ik zal deze twee stukjes verder onbesproken laten en meteen doorgaan naar de wetenschappelijke publicatie, die weliswaar achter betaalmuren ligt, maar die iemand met me heeft gedeeld (bedankt!).

    Eerlijk gezegd dacht ik: het is niet zonder reden dat de onderzoekers dit stuk wetenschap achter academische betaalmuren hebben verborgen. Het is een prachtvoorbeeld van een te snelle conclusie, en ongetwijfeld hebben ze erop gespeculeerd dat de nieuwssites toch niet weten dat een koolstofdatering geen datering is.

    Slagtanden uit het Bajo de la Campana-wrak (Museum voor Onderwaterarcheologie, Cartagena)

    De vondst

    Er is inderdaad een olifantenbot gevonden. Mooi. Dat is leuk. We hadden allang olifantenmateriaal uit Karthaags Spanje (gevonden in een wrak in de Bajo de la Campana), maar dat is vrijwel zeker import. Het bot op deze plek suggereert dat deze olifant op de uiterwaarden van de Guadalquivir heeft gegraasd en dus in Spanje leefde.

    Maar ja, met die mededeling win je geen publiciteit. Dus wordt Hannibal erbij gehaald. Mythische naam. Aandacht gegarandeerd.

    De ouderdom

    Alleen: de ouderdom klopt niet echt. Er is een koolstofdatering, en een koolstofdatering is geen datering maar de waarschijnlijkheid van een datering. Loop even mee.

    (Uit: Rafael M. Martínez Sánchez e.a., “The elephant in the oppidum” in: Journal of Archaeological Science: Reports 69 [2026] 105577.)Links ziet u de meting zelf, als een roze, driehoekachtige vorm – de waarschijnlijkheidscurve. Die geeft de waarschijnlijkheid aan van de (aan de hand van radioactief verval) gemeten ouderdom. De piek zit ergens bij 2250 jaar vóór het peiljaar 1950, wat je gemakkelijk kunt omrekenen tot “pakweg 300 v.Chr.” Dat is iets vroeger dan de tijd van Hannibal.

    Het probleem zit echter dieper. Dat is dat er op de gemeten ouderdom een correctie nodig is voor de natuurlijk aanwezige radioactiviteit, die namelijk varieert. Deze correctie staat bekend als kalibratie. U leest hier wat dat is.

    Simpel uitgelegd: we kijken naar de wijze waarop de piek in de roze waarschijnlijkheidscurve correspondeert met de blauwe curve en komen zo tot een nieuwe waarschijnlijkheidscurve, die is aangegeven in grijs.

    En nu is de kans op een datering ineens een heel andere. Met 68% waarschijnlijkheid stamt het monster uit een van de twee tijdvakken tussen 389 en 355 v.Chr. en 281 en 232 v.Chr. De voor Hannibals Alpencampagne relevante datering zou rond 220 v.Chr. liggen, en dat ligt dus buiten deze twee tijdvakken. We kunnen de waarschijnlijkheidsmarge verbreden tot 95%, en dan is er helemaal rechts in de curve inderdaad wat ruimte. Een paar procent. Vandaar: de kans dat het gevonden bot niet met Hannibal te maken heeft, is vele malen groter dan dat het bot wel stamt uit zijn tijd. Kortom: niets aan de hand.

    Of beter: we weten iets meer over de fauna van Karthaags Andalusië. Ook leuk, maar alleen voor specialisten. Het levert de archeologen geen exposure op. Dus hebben ze hun vondst maar gehypet. Om niet te zeggen: zó zeer gehypet dat het grenst aan misleiding.

    Welke olifant?

    Bevat het artikel nou echt niks leuks? Ik had even de hoop dat de archeologen hadden kunnen vaststellen welke olifantensoort dit was: een Indische olifant, een Afrikaanse savanne-olifant of een Afrikaanse bos-olifant? Van de eerste soort staat vast dat de Seleukidische heersers die inzetten, maar de Karthagers lijken daarover niet te hebben beschikt. Resteren de twee Afrikaanse olifanten. De savanne-olifant is enorm en zou, met een toren erop, een heel ander wapen zijn dan de kleinere bos-olifant, die antieke generaals konden inzetten als een groot soort paard. Voor het begrip van de Karthaagse tactiek maakt dus uit welk soort olifant de Karthagers kenden.

    Er is een sterk vermoeden dat de Karthagers savanne-olifanten inzetten. Maar meer bewijs is welkom. De onderzoekers hebben geprobeerd het te vinden. Helaas kwamen ze daar niet achter. Dat zeggen ze dan weer wél eerlijk.

    Advies voor journalisten

    Advies voor journalisten: schrijf maar liever niet over archeologie. De kans dat je ten onrechte schrijft over iets dat geen nieuws is, is vele malen groter dan de kans dat je ten onrechte niet schrijft over iets dat wél nieuws had behoren te zijn.

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Euthydemos van Baktrië (of niet)

    januari 28, 2022
    Europa

    januari 25, 2015
    De Nok-beschaving

    december 2, 2024 Deel dit: #BajoDeLaCampana #fauna #Hannibal #HannibalInDeAlpen #koolstofdatering #kwakgeschiedenis #Mazarrón #olifant #waarschijnlijkheid
  3. De olifanten van Hannibal

    Karthaagse munt uit Spanje (British Museum)

    Nee, archeologen hebben in Spanje géén olifant ontdekt uit het leger van Hannibal. Of, iets genuanceerder: het is een stuk waarschijnlijker dat de ontdekte dikhuid niet komt uit de tijd van Hannibal dan wel.

    De claim

    Eerst de claim, zoals gemeld in de media. De NU.nl meent dat het opgegraven bot “naar alle waarschijnlijkheid bewijst dat de beroemde veldheer Hannibal Barka met olifanten de Alpen is overgetrokken”. Dat is nooit de vraag geweest en dat is ook niet wat de onderzoekers beweren. De NOS kopt dat het bot “mogelijk bewijs voor tocht Hannibal door Europa” vormt. Ik zal deze twee stukjes verder onbesproken laten en meteen doorgaan naar de wetenschappelijke publicatie, die weliswaar achter betaalmuren ligt, maar die iemand met me heeft gedeeld (bedankt!).

    Eerlijk gezegd dacht ik: het is niet zonder reden dat de onderzoekers dit stuk wetenschap achter academische betaalmuren hebben verborgen. Het een prachtvoorbeeld van een te snelle conclusie, en ongetwijfeld hebben ze erop gespeculeerd dat de nieuwssites toch niet weten dat een koolstofdatering geen datering is.

    Slagtanden uit het Bajo de la Campana-wrak (Museum voor Onderwaterarcheologie, Cartagena)

    De vondst

    Er is inderdaad een olifantenbot gevonden. Mooi. Dat is leuk. We hadden allang olifantenmateriaal uit Karthaags Spanje (gevonden in een wrak in de Bajo de la Campana), maar dat is vrijwel zeker import. Het bot op deze plek suggereert dat deze olifant op de uiterwaarden van de Guadalquivir heeft gegraasd en dus in Spanje leefde. Maar ja, met die mededeling win je geen publiciteit. Dus wordt Hannibal erbij gehaald. Mythische naam. Aandacht gegarandeerd.

    De ouderdom

    Maar dan de ouderdom. Er is een koolstofdatering, en een koolstofdatering is geen datering maar de waarschijnlijkheid van een datering. Loop even mee.

    (Uit: Rafael M. Martínez Sánchez e.a., “The elephant in the oppidum” in: Journal of Archaeological Science: Reports 69 [2026] 105577.)Links ziet u de meting zelf, als een roze, driehoekachtige vorm – de waarschijnlijkheidscurve. Die geeft de waarschijnlijkheid aan van de (aan de hand van radioactief verval) gemeten ouderdom. De piek zit ergens bij 2250 jaar oud, wat je gemakkelijke kunt omrekenen tot “tussen pakweg 250 en 200 v.Chr.” Dat is inderdaad de tijd van Hannibal.

    Het probleem is dat er op de gemeten ouderdom een correctie nodig is voor de natuurlijk aanwezige radioactiviteit, die varieert. Deze correctie staat bekend als kalibratie. U leest hier wat dat is.

    Simpel uitgelegd: we kijken naar de wijze waarop de piek in de roze waarschijnlijkheidscurve correspondeert met de blauwe curve en komen zo tot een nieuwe waarschijnlijkheidscurve, die is aangegeven in grijs.

    En nu is de kans op een datering ineens een heel andere. Met 68% waarschijnlijkheid stamt het monster uit een van de twee tijdvakken tussen 389 en 355 v.Chr. en 281 en 232 v.Chr. De voor Hannibals Alpencampagne relevante datering zou rond 220 v.Chr. liggen, en dat ligt dus buiten deze twee tijdvakken. We kunnen de waarschijnlijkheidsmarge verbreden tot 95%, en dan is er helemaal rechts in de curve inderdaad wat ruimte. Een paar procent. Vandaar: de kans dat het gevonden bot niet met Hannibal te maken heeft, is vele malen groter dan dat het bot wel stamt uit zijn tijd. Kortom: niets aan de hand.

    Of beter: we weten iets meer over de fauna van Karthaags Andalusië. Ook leuk, maar alleen voor specialisten. Het levert de archeologen geen exposure op. Dus hebben ze hun vondst maar gehypet. Om niet te zeggen: zó zeer gehypet dat het grenst aan misleiding.

    Welke olifant?

    Bevat het artikel nou echt niks leuks? Ik had even de hoop dat de archeologen hadden kunnen vaststellen welke olifantensoort dit was: een Indische olifant, een Afrikaanse savanne-olifant of een Afrikaanse bos-olifant? Van de eerste soort staat vast dat de Seleukidische heersers die inzetten, maar de Karthagers lijken daarover niet te hebben beschikt. Resteren de twee Afrikaanse olifanten. De savanne-olifant is enorm en zou, met een toren erop, een heel ander wapen zijn dan de kleinere bos-olifant, die antieke generaals konden inzetten als een groot soort paard. Voor het begrip van de Karthaagse tactiek maakt dus uit welk soort olifant de Karthagers kenden.

    Er is een sterk vermoeden dat de Karthagers savanne-olifanten inzetten. Maar meer bewijs is welkom. De onderzoekers hebben geprobeerd het te vinden. Helaas kwamen ze daar niet achter. Dat zeggen ze dan weer wél eerlijk.

    Advies voor journalisten

    Advies voor journalisten: schrijf niet over archeologie. De kans dat je ten onrechte niet schrijft over iets dat wél nieuws had behoren te zijn, is vele malen groter dan de kans dat je ten onrechte wel schrijft over iets dat geen nieuws is.

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Klassieke literatuur (5b): geschiedschrijving

    maart 16, 2017
    Danseres

    januari 14, 2017
    Daniël 11

    december 12, 2020 Deel dit: #BajoDeLaCampana #fauna #Hannibal #HannibalInDeAlpen #koolstofdatering #kwakgeschiedenis #Mazarrón #olifant #waarschijnlijkheid
  4. Het Ware Kruis (1)

    Helena (Capitolijnse Musea, Rome)

    In het jaar 326 bezocht Helena, de moeder van Constantijn de Grote, het Heilig Land. Haar zoon had haar kort daarvoor de rang van augusta gegeven, wat je zou kunnen vertalen als “keizerin”, al betekent het niet dat ze beleid kon maken, uitvoeren of controleren. Ze had echter wél toegang tot de keizerlijke schatkist en kon daardoor het initiatief nemen tot bouwprojecten. In Betlehem legde ze de eerste steen voor de Geboortekerk, in Jeruzalem voor een kerk op de Olijfberg. Een van de aanwezigen was bisschop Eusebios van Caesarea, die enkele jaren later in zijn Leven van Constantijn verslag deed van het bezoek en de werkzaamheden.noot Eusebios, Leven van Constantijn 3.41-42.

    Kruisvinding

    Wat hij daarbij niet vermeldt, is dat Helena bij die gelegenheid het Ware Kruis zou hebben gevonden: het kruis waaraan Jezus dood zou zijn gemarteld. Christenen hebben de vondst eeuwenlang herdacht met het feest van de Kruisvinding.

    Een latere legende vertelt dat Helena op de plek van de Grafbasiliek niet minder dan drie kruisen zou hebben gevonden en had vastgesteld welk het echte was, door het houtwerk te gebruiken om een zieke mee aan te raken. Bij het Ware Kruis genas deze in een handomdraai. De keizerin nam dat kruis mee naar Rome, waar het nog eeuwenlang vereerd zou worden in een kerk die was ingericht in een voormalig keizerlijk paleis, de kerk van Santa Croce in Gerusalemme.

    De kapel bestaat nog steeds en u vindt er ook het bordje met het opschrift “Jezus van Nazaret, koning der Joden”, de spijkers waarmee Jezus werd vastgenageld aan het hout, doornen van de doornenkroon, een stukje van de paal waaraan Jezus was vastgebonden bij de geseling, de dwarsbalk van het kruis van de goede moordenaar, een vinger van de ongelovige Thomas en – de laatste keer dat ik er was – een bisschoppelijk goedgekeurde expositie die betoogde dat de Lijkwade van Turijn echt authentiek was en dat wetenschappers met hun koolstofdateringen er niks van begrijpen. Getuige het beledigende mailtje dat ik vorige week ontving zijn er nog steeds mensen die niet willen begrijpen wat wetenschap is.

    De kapel in de Santa Croce, Rome

    Vroege kruisverering

    De legende zijn pas later ontstaan en de vraag dringt zich op waar ze vandaan komt. Eén ding is zeker: Eusebios weet van niets, terwijl hij een ontdekking als deze, als hij er bij was geweest, zeker niet onvermeld zou hebben gelaten. Maar er circuleerden al verhalen over het kruis. Het tweede-eeuwse, apocriefe Evangelie van Petrus bevat bijvoorbeeld een exuberante beschrijving van Jezus’ opstanding, waarbij – ik verzin het ook niet – het kruis sprekend wordt opgevoerd.

    Deze tekst illustreert dat er mensen waren die het kruis beschouwden als een belangrijk onderdeel van hun geloof. Een inscriptie uit de omgeving van het Algerijnse Sétif documenteert de verering van “hout van het kruis uit het Beloofde Land” in het jaar 359.noot EDCS-70200001.. Je zou je kunnen voorstellen dat geestelijken die wilden benadrukken dat Christus weliswaar goddelijk was maar ook echt als mens had geleden, lichamelijk dus, als eersten het materiële aspect van de kruisiging hebben benadrukt. Er was in elk geval voldaan aan de voorwaarden om relikwieën van het kruis te gaan vereren.

    De eerste zekere vermelding van de verering van het kruishout in Jeruzalem is te vinden bij Egeria, een voorname pelgrim die Jeruzalem bezocht rond het jaar 383. Ze vertelt:

    Dan wordt een zetel voor de bisschop neergezet, achter het kruisbeeld dat daar nu staat. De bisschop neemt plaats op de zetel; een tafel met een linnen kleed wordt voor hem neergezet en rondom de tafel staan dia­kens. Dan brengt men een verguld zilveren kistje met daarin het heilige hout van het kruis: het wordt geopend en men haalt het eruit en het wordt op de tafel gezet, zowel het hout van het kruis als het opschrift.

    Zodra dat op tafel is gezet, houdt de bisschop met beide handen, zittend, de uiteinden van het heilig hout vast, terwijl de rondom staande diakens het bewaken. De reden van die bewaking is deze: het is gewoonte dat men een voor een naar voren komt, heel het volk, zowel gelovigen als doopleerlin­gen, en voorover buigt naar de tafel, het heilig hout kust en dan verder loopt; maar ooit, ik weet niet wanneer, heeft iemand naar men zegt erin gebeten en een stukje van het heilig hout gestolen. Daarom wordt het nu door de rond­om staande diakens bewaakt, zodat niemand die naar voren komt dat nog eens durft te doen.noot Egeria, Reisverslag 37; vert. Vincent Hunink.

    Uit de daarop volgende jaren zijn meer verslagen, waarin we de legende beginnen te herkennen. Misschien is er overigens een vermelding vóór Egeria. Kyrillos, die tussen 350 en 386 bisschop was van Jeruzalem, noemt dat in de Grafbasiliek Golgotha werd vereerd en dat “de hele wereld is gevuld met stukken kruishout”.noot Kyrillos van Jeruzalem, Mystagogische Katechese 4.10 en 13.4. Hoewel hij niet expliciet zegt dat ook in Jeruzalem het kruis werd vereerd, lijkt het er wel op. Het probleem is dat de datering van deze tekst niet helemaal duidelijk is. Steeds meer onderzoekers plaatsen ze tegen het einde van Kyrillos’ leven of nemen aan dat de teksten niet door hemzelf zijn geschreven.

    Constantijn en Helena (Madaba)

    Dit lijkt zeker: er circuleerden al vroeg verhalen over het kruis; relieken werden al vroeg overal vereerd; na 380 is er documentatie voor verering van het kruis in Jeruzalem. Je zou zeggen: het begon met de verering van crucifixen, waaruit in het derde kwart van de vierde eeuw de verering van het Ware Kruis in Jeruzalem is ontstaan, samen met de kiemen van een legende dat dit stuk hout door Helena was gevonden tijdens de regering van Constantijn.

    [Wordt vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    XIII Gemina (2)

    maart 13, 2024
    Heidendom in de Late Oudheid

    juni 28, 2016
    Paideia

    oktober 26, 2023 Deel dit:

    #ConstantijnDeGrote #Egeria #EusebiosVanCaesarea #EvangelieVanPetrus #Golgotha #Grafbasiliek #HelenaKeizerin_ #Jeruzalem #koolstofdatering #Kruisvinding #KyrillosVanJeruzalem #LijkwadeVanTurijn #Sétif #WareKruis

  5. Hoe dateer je een rotstekening of graffito?

    Safaïtische inscriptie (Wadi Rum)

    Een van de beroemdste blunders van de ooit onvermijdelijke egyptoloog Zahi Hawass was dat hij eens zei dat hij een koolstofdatering had gedaan van een inscriptie op een steen. Elke student weet dat zoiets niet mogelijk is. Alleen organisch materiaal ademt, alleen organisch materiaal neemt radioactieve koolstof op, alleen organisch materiaal sterft en stopt dan met koolstof opnemen, en daarom kan de mate van radioactiviteit alleen bij organisch materiaal dienen voor een datering. Hoe minder hoe ouder.

    Maar als het niet met koolstof kan, hoe bepalen wetenschappers de ouderdom van inscripties, graffiti en rotstekeningen dan wel? Dit is een heel belangrijke vraag, aangezien het oudheidkundig databestand de afgelopen kwart eeuw is uitgebreid met tienduizenden Arabische graffiti. Ik overdrijf niet; u kunt ze bekijken op de website OCIANA. Die teksten kunnen kort en lang zijn, en ze vertegenwoordigen alle talen en dialecten van de Arabische taalfamilie, maar om deze schat aan informatie te kunnen benutten, moet je het materiaal kunnen dateren. Gelukkig zijn er verschillende methoden.

    Relatieve datering

    Om te beginnen kunnen archeologen, als er diverse tekeningen en letters zijn gekrast in een rots, kijken naar de kleur van de verwering. Het oppervlak van een rots in de woestijn is vaak wat donkerbruin, wat duidt op mangaan en ijzer – of eigenlijk: roest. Als je een kras maakt, krijg je een groef die lichter van kleur is. De verwering begint na het maken van de groef echter opnieuw, en in de loop der eeuwen wordt zo’n groef steeds donkerder, tot uiteindelijk de kleur niet meer van de omgeving is te onderscheiden. Hieruit volgt dat de inscripties die licht van kleur zijn, jonger zijn dan donkere. Anders gezegd: de mate van verwering helpt de relatieve chronologie vaststellen – we weten (min of meer) in welke volgorde de inscripties zijn vervaardigd.

    Drie niveaus van verwering: het jongst is de beschadiging rechts, het oudst zijn de giraffen, en het mannetje links zit daar tussenin.

    De relatieve chronologie kan vanzelfsprekend ook worden vastgesteld wanneer iemand een nieuwe graffito, rotstekening of inscriptie heeft geplaatst over een oudere. Met deze twee methoden kan de ontwikkeling van de rotskunst en de ontwikkeling van het schrift worden bepaald, en wordt een stilistische datering mogelijk. We weten bijvoorbeeld dat de oudste rotstekeningen in Libië bestonden uit afbeeldingen van heel grote wilde dieren, waar jagers opvallend klein bij stonden. Dit heet de “Periode van de Wilde Fauna”.

    Een heel klein mannetje en een heel grote olifant uit de Wilde Fauna-periode (Wadi Mathendous)

    In Saoedi-Arabië gaat daaraan nog de tijd van de zogeheten “curvy women” vooraf. In beide regio’s verschijnen later afbeeldingen van vee en worden de mensen afgebeeld met afmetingen die realistischer zijn in verhouding tot de dieren. Schrift komt nog later.

    Absolute datering

    Uiteraard willen we niet alleen weten wat vroeger en later was. We willen de dingen koppelen aan onze eigen jaartelling: een absolute datering. Ik heb al eens verteld dat de Libische rotstekeningen zijn gedateerd aan de hand van wat is afgebeeld: het eerste vee werd in Libië gedomesticeerd rond 4000 v.Chr., het paard maakte rond 400 v.Chr. zijn opwachting en de dromedaris pas rond 200 v.Chr. Zien we dus een paard, dan is de afbeelding vervaardigd ná 400 v.Chr. In Saoedi-Arabië bestaat een soortgelijk lijstje uit de dadelpalm (3000 v.Chr.), de dromedaris rond 1100 v.Chr. en het paard omstreeks 500 v.Chr.

    Op dat moment zijn er al diverse schriftsoorten, zoals het Zuid- en Noord-Arabisch en het Aramees. Het Nabatees en het klassieke Arabische schrift volgen later. In het westen zijn er de Berber-alfabetten. Ze hebben allemaal hun eigen ontwikkeling, en paleografen kunnen een tekst aan de hand daarvan enigszins dateren. De inhoud zelf helpt natuurlijk ook. Er kunnen bijvoorbeeld koningen worden genoemd die we ook van elders kennen. Nog een meevaller: al vóór de islamitische kalender begon, waren er kalenders op het Arabische Schiereiland.

    Dedanitische inscripties

    Tot slot zijn er laboratoriumtechnieken, zoals optisch gestimuleerde luminescentie (OSL). Deze methode lijkt wat op thermoluminescentie, al wordt bij de laatstgenoemde aanpak het monster verhit en bij OSL belicht. De Saoedische archeologische dienst onderzoekt momenteel of de dikte van een verweringslaag iets zegt over de ouderdom, maar dat is nog experimenteel. Experimenteel is ook een methode om de micro-erosie van kwartskorreltjes in de groeven te meten en die te ijken aan de hand van gedateerde inscripties.

    Kortom: in Saoedi-Arabië wordt niet alleen het databestand snel uitgebreid, maar worden ook nieuwe methoden ontwikkeld. We mogen nieuwe soorten inzicht verwachten – en gewone inzichten zijn er al volop. Een recente synthese over de geschiedenis van het Romeinse Rijk, geschreven door Greg Fisher, heette The Roman World from Romulus to Muhammad, want het is steeds duidelijker dat het ontstaan van het Kalifaat en de opkomst van de islam niet zozeer middeleeuwse geschiedenis zijn, als wel la grande finale van de Oudheid.

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #absoluteDatering #ArabischSchrift #ArabischeTalen #chronologie #dromedaris #GregFisher #inscriptie #koolstofdatering #Libië #OCIANA #optischGestimuleerdeLuminescentie #paard #palmboom #PeriodeVanDeWildeFauna #relatieveDatering #SaoediArabië #thermoluminescentie #WadiMathendous #ZahiHawass

  6. Faits divers (33): archeologie

    Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

    Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

    ***

    De eerste steden

    Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

    De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

    Een recent artikel in Nature gaat over de Cucuteni-Tripolje-cultuur, zeg maar 4500-3000 v.Chr. in Roemenië, Moldavië en Oekraïne. U kunt die kennen van de Racines-expositie in Luik. Het artikel legt voorbeeldig uit welke complicaties er zijn bij het onderzoek naar de egalitaire samenlevingen van de vroegste Europese steden, even oud als pakweg Uruk.

    De Maghreb

    De Maghreb kom er in de oudheidkundige literatuur beroerd vanaf. Toen ik schreef over het handboek van De Blois en Van der Spek, viel me op dat de Numidiërs niet of nauwelijks werden vermeld, hoewel ze een beslissende rol speelden in zowel de Eerste als de Tweede Punische Oorlog. De Maghreb was echter een van de welvarendste gebieden in de Oudheid, met in de Romeinse tijd 600 steden (ter vergelijking: Gallië had er zestig). De verklaring voor de welvaart is dat op de Hautes Plaines van Algerije de regenval voorspelbaar was. Je wist als boer precies wat je kon verwachten, wat in Italië en Griekenland niet het geval was.

    De vallei van de rivier de Baht in het noordwesten van Marokko is iets anders dan Algerije. Het is geen hoogvlakte maar een riviervlakte. Evengoed is het een vruchtbaar gebied, waar de Karthagers al ten tijde van Hanno de Zeevaarder factorijen bouwden. Er viel wat te halen. Recent onderzoek toont dat de landbouw hier al heel vroeg ontstond: “the most extensive and earliest agricultural complex known in north Africa outside the Nile Valley”.

    Byblos

    U herinnert zich misschien – vooringenomen als ik ben, hoop ik het – de expositie over Byblos in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dan herinnert u zich misschien ook dat het onderzoek is hernomen. Daarover is een erg mooie documentaire te zien op Arte. Voor wie bang is voor Frans: het is prettig rustig uitgesproken.

    Koolstof

    Koolstofdateringen zijn nooit simpel. Om te beginnen is het resultaat geen datering maar een kans op een datering. Verder is kalibratie nodig. En de kalibratiecurve loopt soms steil en is soms horizontaal – dat laatste heet een plateau. Dat is ergerlijk, want het betekent dat een op zich smalle marge in de meting, laten we zeggen ±50, zich kan vertalen in een brede historische marge, laten we zeggen ±150. Eén zo’n plateau correspondeert ruwweg met de Europese Hallstatt-periode: tussen pakweg 770 en 420 v.Chr. zijn de historische marges wel erg wijd.

    Deze kwestie speelt hoog op in Israël, waar op veel plaatsen monumentale gebouwen zijn gevonden op plekken waar je ook volgens de Bijbel monumentale gebouwen zou verwachten. Bijvoorbeeld een grote structuur in Jeruzalem, op de plek waar je het paleis van een David of Salomo verwacht. Alleen zijn die structuren lastig te dateren. De eerste archeologen dateerden het daar gevonden aardewerk aan de hand van de bijbelse chronologie van een David of een Salomo, dus toen klopte alles; maar toen archeologen het aardewerk begonnen te dateren aan de hand van andere aardewerkchronologieën en aan de hand van koolstof, bleken de gebouwen te jong.

    Een poging om het probleem op te lossen met een speciaal op het verwerven van organisch, dateerbaar materiaal gerichte opgraving in Megiddo, leverde niks op. Nu hebben archeologen het opnieuw geprobeerd in Jeruzalem, met een combinatie van koolstofdatering en wiggle matching. Er is vooruitgang, met scherpere dateringen, en er is de opvallende conclusie dat de westelijke uitbreiding vroeger begon dan tot nu toe aangenomen. Over Salomo zwijgt men, maar dit oogt veelbelovend.

    Familie

    In de jaren zeventig was er veel aandacht voor de vraag waar vrouwen en mannen na hun huwelijk gingen wonen. Als bijvoorbeeld in een samenleving alleen vrouwen aardewerk maakten, zo luidde een van de redeneringen, vormde de verspreiding van keramische motieven een aanwijzing voor hun verblijfplaatsen. Nu stellen archeologen dezelfde vraag, maar met bioarcheologisch bewijs: in voor-Romeins Brittannië trokken de mannen in bij de vrouwen. Een leuke conclusie, niet meer, niet minder.

    Zijderoute

    Komend vanuit het westen leidde de Zijderoute vanuit het huidige Oezbekistan over de Pamir en dan langs de Taklamakan-woestijn, door de Hexicorridor naar China. Een leuk onderzoekje toont dat daar, in het westen van het antieke China, een laatantieke mevrouw met Chinese voorouders is begraven naast een laatantieke meneer met Centraal-Aziatische voorouders. Het bevestigt wat we al wisten: mensen waren mobiel.

    Volksverhuizingen

    En nog even iets uit dezelfde periode om af te ronden: een overzicht van alle DNA-bewijs voor migratie in het eerste millennium voor West-Europa. De conclusies zijn weinig verrassend: eerst een beweging van noordelijk Europa naar zuidelijk Europa, zeg maar de verspreiding van Germaanssprekenden, en daarna een omgekeerde beweging, zeg maar mensen die door Noormannen werden meegenomen, vermoedelijk als slaven. Niet verrassend dus, maar handig om het bij elkaar te hebben.

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Algerije #bioarcheologie #Byblos #China #CucuteniTripoljeCultuur #DNAOnderzoek #FaitsDivers #GroteVolksverhuizingen #Hallstatt #Hexicorridor #Israël #Jeruzalem #kalibratie #koningDavid #koningSalomo #koolstofdatering #Libanon #LIDAR #Marokko #Moldavië #Oekraïne #Roemenië #socialeStratificatie #Taklamakan #vikingen #wiggleMatching #Zijderoute