home.social

#diodorosvansicilie — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #diodorosvansicilie, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Lysimachos en Dromichaites

    Lysimachos (Museo archeologico nazionale, Napels)

    Zoals ik al eens vertelde, was de eerste veldtocht van Alexander de Grote erop gericht het Macedonische gezag over Thracië te consolideren. Na Alexanders dood heerste diens adjudant Lysimachos over het gebied, en ook al noemde die zich koning, hij gold voor de Thraciërs als minder afschrikwekkend dan Alexander. De Thraciërs kwamen van tijd tot tijd in opstand, en ergens aan het begin van de derde eeuw v.Chr. namen ze zelfs Lysimachos’ zoon Agathokles gevangen.

    De toevallige overlevering

    Om welke groep Thraciërs het gaat, heeft Diodoros van Sicilië, die hierover schreef in zijn eenentwintigste boek, niet duidelijk aangegeven, en het feit dat we dit weten, berust op toeval: de Byzantijnse keizer Konstantinos VII Porfyrogennetos, die de gewoonte had uittreksels te maken uit antieke literatuur, vond een moralistische anekdote die zich afspeelde in de buurt van zijn hoofdstad Constantinopel de moeite waard. Ik noem dit, omdat het illustreert dat de informatie die tot ons is gekomen, niet per se de belangrijkste gebeurtenissen documenteert; de overlevering is een dronkenmanswandeling.

    In elk geval: de Thraciërs stuurden prins Agathokles terug, met geschenken voor zijn vader, in de hoop dat deze hun in verdere onderhandelingen gunstig gestemd zou zijn. Diodoros noteert dat de Thraciërs hun situatie niet meer dachten te kunnen verbeteren met militaire middelen, en daarom investeerden in vriendelijke betrekkingen met Lysimachos.noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 22, fragment 20. Wat er daarna gebeurde, is onduidelijk, want het volgende overgeleverde fragment gaat over een veldtocht die Lysimachos organiseerde naar de Geten, een Thracisch volk aan de monding van de Donau. Of zij degenen waren die Agathokles gevangen hadden genomen, is onduidelijk.

    Lysimachos gevangen

    In elk geval liep Lysimachos’ veldtocht uit op een mislukking. De Getische generaal Seuthes diende zich bij hem aan met de mededeling dat zijn koning, Dromichaites, hem had beledigd, dat hij wraak wilde nemen en dat hij Lysimachos maar wat graag wilde helpen.noot Polyainos, Krijgslisten 7.25. In feite leidde hij Lysimachos’ leger naar een plek aan de overzijde van de Donau waar de troepen zich niet konden bevoorraden. Dromichaites wist zijn tegenstander daar te omsingelen, en nu was Lysimachos krijgsgevangen.

    De Getische soldaten eisten dat Lysimachos zou worden berecht. De Thraciërs werden immers al een halve eeuw door de Macedoniërs onderdrukt. Dromichaites zag het anders: als ze Lysimachos doodden, zou er een andere Macedonische koning zijn die een strafexpeditie zou sturen. Als ze de gevangene echter spaarden, zou die bij hen in het krijt staan en konden ze enkele verloren gegane gebieden terugkrijgen. Daar stemden de anderen mee in. Diodoros vertelt dat Dromichaites vervolgens contact zocht met Lysimachos’ intimi, en we mogen aannemen dat Dromichaites hun influisterde wat de verlangde tegenprestatie was.noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 22, fragment 23.  Diodoros schrijft:

    Dromichaites, de koning van de Thraciërs, ontving koning Lysimachos hartelijk en vriendschappelijk, noemde hem zelfs “vader”, en begeleidde hem en zijn kinderen naar een stad die Helis heette.noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 22, fragment 22.

    De moraal

    Helis ofwel Sveshtari was de plaats van het afscheid. Dromichaites liet twee maaltijden bereiden, een zoals de Thraciërs gewend waren (wildbraad en groente) en een meer extravagante zoals aan het hof van Lysimachos gebruikelijk was. En waar die laatste werd opgediend op een tafel met zilverbeslag, stond de eerste op meubilair dat zo karig was als het voedsel zelf. “Welke maaltijd,” vroeg Dromichaites, “vind je geschikter voor een koning?”

    Lysimachos gaf aan zijn eigen diner te verkiezen, waarop Dromichaites hem vroeg wat hem dan had bewogen een armzalig volk te onderwerpen dat alleen armzalige maaltijden kende. Daarop had Lysimachos geen antwoord. Hij erkende dat het verkeerd was geweest de Geten te willen onderwerpen, en gaf de gebieden terug die Dromichaites graag wilde hebben. Bij wijze van afscheid gaf de Getische vorst zijn gast nog een kroon mee.

    Thracische kroon (Archeologisch Museum, Sofia)

    De anekdote dat het absurd is dat mensen die al een welvarend gebied beheersen ook nog een armzalig gebied willen beheersen, is een cliché uit de antieke literatuur, en staat haaks op het edelmetaal dat we kennen uit de Thracische graven. Erg geloofwaardig is het verhaal dus niet, maar keizer Konstantinos was voldoende onder de indruk om het verhaaltje eeuwen later nog te kopiëren.

    PS

    Ik organiseer een reis naar Bulgarije en we komen ook in Sveshtari. Meer informatie hier.

    #DiodorosVanSicilië #Dromichaites #Geten #KonstantinosVIIPorfyrogennetos #Lysimachos #Sveshtari #Thracië
  2. Diodoros’ tweede helft

    Kleio, muze van de geschiedenis (Archeologisch Museum, Timgad)

    Ik heb eerder geblogd over Diodoros van Sicilië, een Grieks-Romeinse geschiedschrijver rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. Hij had zo’n beetje alle geschiedenisboeken gelezen waarop hij de hand kon leggen en vatte die in eigen woorden samen tot een veertig boekrollen tellende Bibliotheek van de Wereldgeschiedenis. Enkele delen zijn over, andere kennen we alleen fragmentarisch. Door een gelukkig toeval zijn onlangs twee Nederlandse vertalingen verschenen: Gerard Janssen publiceerde in 2024 de boeken 1, 2, 3 en de boeken en 4, 5 met de fragmenten van 6-10. Dit betreft vooral de heel vroege geschiedenis. John Nagelkerken voegde daar een selectie uit de boeken 11-13 aan toe (de geschiedenis van Griekenland in de vijfde eeuw) plus opnieuw boek 1.

    De doublure suggereert dat de twee uitgeverijen hun werkzaamheden niet hebben gecoördineerd, maar laten we hopen dat ze dat wel doen voor de boeiende boeken 14-20, waar voldoende in staat dat de moeite waard is, met name Griekenland in de vierde eeuw tot het einde van de oorlogen tussen de opvolgers van Alexander de Grote. De daarop volgende, fragmentarisch overgeleverde boeken 21-40 beslaan de periode tussen 300 en 62 v.Chr.: de hellenistische staten, de Siciliaanse veldtocht van Pyrrhos van Epirus, de Eerste Punische Oorlog, en verder tal van details over de expansie van Rome waarover we geen andere bronnen hebben. Dit zijn onderwerpen die doorgaans onderbelicht blijven en waarop Diodoros enig licht werpt.

    Een fragmentarische tekst

    Maar voordat u nu de Budé-editie (2006-2017) gaat kopen, moet ik u waarschuwen: ik schreef “details over de expansie” en “enig licht” omdat de tweede helft van de Bibliotheek van de Wereldgeschiedenis extreem fragmentarisch is overgeleverd. Sommige van die fragmenten zijn echt interessant: dat mensenoffers nog tot de tweede eeuw v.Chr. voorkwamen in de oude wereld, wist ik, maar ik had gemeend dat het laatst bekende Griekse voorbeeld rond 480 v.Chr. was. Fragment 7 van boek 22 noemt een kindoffer rond 280. Dat had ik even niet zien aankomen. Ook onverwacht was het opvallend positieve beeld van de door Antiochos IV Epifanes georganiseerde Seleukidische veldtocht in Egypte. Dit soort details zou ik niet hebben willen missen.

    De fragmenten zijn afkomstig uit drie middeleeuwse bloemlezingen en nog wat kleingrut. De volgorde is dankzij de Budé-uitgave voor het eerst goed vastgesteld en de grotere thematiek is nu wel duidelijk. De boeken 21-30 gaan over de hellenistische wereld, waarbij de wisselvalligheid van het fortuin (Tyche) en de goddelijke vergelding (Nemesis) een rol spelen. Als we boek 30 hebben bereikt, heeft Rome zijn voornaamste tegenstanders verslagen omdat het, anders dan andere partijen, mild was voor verslagen tegenstanders die Romes gezag erkenden (boek 32, fragment 3). De volgende boeken gaan vooral over het gekibbel tussen steeds onbeduidender en niet zelden opvallend bloeddorstige koningen.

    Diodoros’ verhaal, dat met de opkomst van Rome nog een soort algemeen Mediterraan thema had, wordt dan steeds meer een verzameling van losse verhaaltjes: er is – met een woord van Huizinga – een vormverandering van de geschiedenis. De oorzaken zijn steeds vaker lokaal, de gevolgen eveneens. Van de kibbelende koningen is het logisch dat we komen bij plaatselijke slavenopstanden (die overigens nog behoorlijk ernstig konden zijn en waarover Diodoros belangrijke informatie biedt). De laatste boeken zijn gewijd aan de verdere versplintering van het narratief: interne conflicten binnen de Romeinse elites – de Bondgenotenoorlog, Sertorius en uiteindelijk Catilina.

    Een nieuwe vertaling

    Voortbouwend op de Budé-editie heeft de Amerikaanse oudheidkundige Duane Roller de fragmenten nu allemaal uit het Grieks in het Engels vertaald en voorzien van een overdonderende hoeveelheid voetnoten: Diodoros of Sicily. Bibliotheke Historike. Books 21-40 (2025). Die toelichting maakt het mogelijk een redelijk beeld te krijgen van het kunstwerk dat in scherven tot ons is gekomen. Even vaak moet Roller erkennen dat “excessive condensation by the excerptor” het onmogelijk maakt te begrijpen wat Diodoros kan hebben bedoeld. Diezelfde uittrekselmakers zullen ook wel verantwoordelijk zijn voor de ietwat eenzijdige nadruk op moraliserende anekdotes.

    Het is jammer dat Roller zich bij zijn annotatie baseert op vooral de Engelstalige secundaire literatuur. Het viel me bijvoorbeeld op dat hij bij Diodoros’ interessante portret van Antiochos IV Epifanes niet verwijst naar de Duitse biografie die ik hier eens besprak. Ik ben bang dat we tegenwoordig te veel oudheidkundige publicaties hebben en dat het vak daardoor steeds meer uiteenvalt. Dat is tot daaraan toe, maar het lijkt wel alsof academici berusten in de beperking van hun specialisme en een taalgebied, en er niet langer naar streven alle relevante gegevens te behandelen. Waarbij ik aanteken dat Roller zijn best doet: hij bouwt voort op de (Franstalige) Budé en verwijst regelmatig naar archeologische informatie.

    Ik weet niet of ik u dit boek moet aanraden. Het is voor het grote publiek wel erg specialistisch. En duur. Ook weet ik niet of onze Nederlandse vertalers er naar moeten omkijken. Liever heb ik een Nederlandse vertaling van de boeken 14-20, over de neergang van Sparta, Athene en Thebe, de opkomst van Macedonië, koning Filippos II, de veldtochten van Alexander en het eersteklas materiaal uit boek 20 over de oorlogen tussen Alexanders opvolgers. Een Nederlandse vertaling daarvan zou prachtig zijn.

    De aanschaf van dit boek werd mogelijk door een donatie, en ik dank mijn mecenas.

    #AntiochosIVEpifanes #boek #DiodorosVanSicilië #EerstePunischeOorlog #PyrrhosVanEpirus
  3. De Grote Piramide

    De grote piramide

    Het liefst zou ik eens bloggen over de piramiden, over wat de Egyptenaren daar zoal van dachten en over de vraag waarom ze die grafmonumenten überhaupt construeerden. Welbeschouwd zijn het immers de eerste gebouwen die de derde dimensie verkenden. Dat spreekt voor ons vanzelf maar was ooit een nieuwe gedachte. Daar ga ik ook nog weleens over schrijven, maar ik wil eerst een ander onderwerp behandelen: hoe de Grieken erover dachten. Ze beschouwden de Grote Piramide als een van de zeven wereldwonderen, en omdat ik de meeste al eens heb beschreven (een, twee, drie, vier, vijf) wil ik vandaag numero zes afvinken. Nummer zeven komt ook nog weleens.

    Twee Griekse teksten zijn hierbij relevant: een vijfde-eeuwse beschrijving door Herodotos van Halikarnassos en een veel jongere door Diodoros van Sicilië.

    Herodotos’ Grote Piramide

    Eerst Herodotos, die de piramiden behandelt in een overzicht van Egyptische koningen,noot Meer precies: Herodotos, Historiën 2.124-135. over wie hij soms iets heeft te vertellen. Dat lijken Egyptische volksverhalen waaraan hij Griekse informatie met weinig succes heeft geprobeerd in te passen. Na de veroveraar Sesostris, het bezoek van Helena van Troje en het sprookje van Rampsinitos en de dief, komt koning Cheops aan bod. Die heeft echt geleefd, maar niet, zoals Herodotos het wil, zo’n 750 jaar vóór hijzelf, maar ongeveer tweeëntwintig eeuwen. Zijn eigenlijke naam was Khufu en Herodotos heeft van zijn zegslieden vernomen dat deze vorst de Grote Piramide heeft gebouwd. Dat is correct en na twee millennia is dat best bijzonder.

    Herodotos vertelt dat Cheops een tiranniek heerser was die zijn onderdanen eerst tien jaar afbeulde om de transportweg voor alle steenblokken aan te leggen. De constructie van de eigenlijke piramide zou twintig jaar hebben geduurd. Als afmetingen geeft Herodotos 240 bij 240 bij 240 meter. (Het is feitelijk 231 bij 231 bij 146.)

    Een wieg om stenen omhoog te sjorren

    Vervolgens beschrijft Herodotos de bouw van de piramide, maar de passage is moeilijk te begrijpen. Een verklaring die mij overtuigde is dat Herodotos een stellage beschrijft waarin een steen ligt op een soort houten wieg met een ronde bodem. Arbeiders duwen dan aan de ene kant met een hefboom de wieg ietwat scheef en plaatsen stenen onder de omhoog gekomen ronde bodem. Daarna doen ze hetzelfde aan de andere kant, leggen daar stenen onder de wieg, en dat herhalen ze enkele keren tot ze op een hoger niveau zijn gekomen. Eén zo’n wieg is in de buurt van Thebe opgegraven, dus de techniek was aan de oude Egyptenaren bekend. Die wieg is overigens wél een millennium jonger dan de piramide, dus enige scepsis is gerechtvaardigd. Feitelijk weten we niet goed hoe de piramiden zijn gebouwd.

    Meer verhalen

    Gewoontegetrouw geeft Herodotos alles weer wat hij heeft gehoord, zoals hoeveel radijzen, uien en knoflook aan de arbeiders te eten is gegeven. Hij weet dat Cheops zijn dochter liet werken als prostituee om aan het kapitaal te komen dat nodig was voor de constructie, en dat zij haar klanten liet betalen met de stenen waarmee ze een kleine piramide voor zichzelf liet bouwen. Dit is ongetwijfeld een verhaal dat de Egyptenaren aan Herodotos vertelden omdat zij ook niet wisten wie de koninginnepiramiden had gebouwd.

    Herodotos vervolgt met verhalen over de piramide van Chefren en de kleinere piramide van Mykerinos, en hij aarzelt niet om te vertellen dat het laatste monument ook wel werd toegeschreven aan Rodopis, een andere prostituee, die nog eens het hart van een broer van Sapfo had gestolen. Dit is flauwekul, en dat weet ook Herodotos, maar hij wil altijd alles vertellen en voelt zich genoodzaakt de hem bekende Griekse informatie te combineren met wat hij in Egypte hoorde. Na dit alles te hebben verteld, vervolgt Herodotos met informatie over latere koningen, waarin we achtereenvolgens Sheshonq I, de Nubische koningen en de koningen van de Zesentwintigste Dynastie herkennen.

    Anders gezegd: Herodotos’ piramidenbouwers behoren tot de laatste fase van Egyptes legendarische verleden. Zijn informanten wisten er ook maar weinig van en verzonnen mooie verhalen bij de oude monumenten, zoals elke cultuur doet die wordt geconfronteerd met bouwwerken van vóór mensenheugenis.

    De koninginnepiramiden bij de piramide van Cheops

    Diodoros’ Grote Piramide

    Vier eeuwen na Herodotos nam Diodoros van Sicilië de pen ter hand. Net als Herodotos had hij de piramiden zelf gezien – hij kent althans Alexandrië – maar het is duidelijk dat hij Herodotos volgt. Op details wijkt hij er echter van af, zoals de naam van de bouwer: niet Cheops, maar Chemmis. Een andere afwijking is de bouwtechniek: Diodoros meldt dat de stenen naar boven zijn gebracht over hellingen van zand (“heuvels”), maar hij is kritisch genoeg om verbaasd te constateren dat zo’n zandlichaam zó groot moet zijn geweest dat er nog iets van te zien moest zijn. Ik geef hier de beschrijving in de vertaling van John Nagelkerken, die onlangs is verschenen en waarvoor ik graag even reclame maak. Zoals ik al eens eerder vertelde, verdient Diodoros het om integraal bekend te worden in onze taal.

    Chemmis van Memfis is de bouwer van de grootste van de drie piramides, die gerekend worden tot de zeven wereldwonderen. … Hun omvang en het vakmanschap van de makers vervullen de toeschouwer met de diepste bewondering. De grootste heeft een vierkante basis met aan elke zijde een breedte van tweehonderd meter, de hoogte bijna honderd meter. De zijden lopen langzaam spits toe tot de top, waar ze een breedte bereiken van ruim vier meter. De piramide is volledig gebouwd van hard gesteente, wat het werk zwaar maakt, maar zorgt voor eeuwigheid. Er is minstens duizend jaar verlopen, zegt men, tot de tijd waarin wij leven, volgens sommige schrijvers zelfs meer dan drieduizend vierhonderd jaar, maar de stenen liggen tot op heden nog altijd vast op hun oorspronkelijke plaats en houden het geheel in onaantastbare staat.

    Naar men zegt is het gesteente vanuit Arabia over grote afstand aangevoerd, en is de constructie uitgevoerd met behulp van opgeworpen heuvels, omdat in die tijd de hijskraan nog niet was uitgevonden. En wat het meest verbazingwekkend is: terwijl daar zo enorme werkzaamheden zijn verricht en heel het omringende gebied uit zand bestaat, is er geen enkel spoor te vinden van een opgeworpen heuvel of van de bewerking van gesteente, waardoor het lijkt dat er geen sprake is van langzame mensenarbeid, maar dat het daar plotseling als door een god in zijn totaliteit is neergezet in het omringende zand.

    Sommige Egyptenaren proberen daarover wonderverhalen te vertellen, en zeggen dat de heuvels gevormd werden uit zout en salpeter en dat ze daarna de rivier daarheen lieten stromen waardoor de heuvels smolten en volledig verdwenen zonder dat mensen daarvoor moeite hoefden te doen. Maar dat is echt onzin. De vele handen die de heuvels hebben opgeworpen hebben ook al het gebruikte materiaal weer teruggebracht naar de plek waar het vandaan kwam. Naar men zegt werden 360.000 man ingezet voor de werkzaamheden en het hele gebouw werd voltooid in nog geen twintig jaar.noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 1.64.

    Tot slot: ik zei dat Diodoros integraal in het Nederlands moet worden vertaald. Het bovenstaande fragment komt uit Diodoros van Sicilië, De historische bibliotheek. Egypte. De Griekse wereld in de vijfde eeuw v.Chr. (vert. John Nagelkerken mmv Omar Ghaly; 2026). Dat betreft de boeken 1 en 11-13. Gerard Janssen vertaalde de voorafgaande boeken: Archief van de geschiedenis, deel I (boek 1, 2, 3) (2024) en Archief van de geschiedenis, deel II (boek 4, 5 en 6-10 (fragmenten) (2024). Laten we hopen dat nu ook snel de boeken 14-20 en de fragmenten van 21-32 in vertaling beschikbaar komen.

    #Cheops #DiodorosVanSicilië #GerardJanssen #GrotePiramide #HerodotosVanHalikarnassos #JohnNagelkerken #Khufu #SheshonqI #wereldwonder #zevenWereldwonderen
  4. Ktesias, geschiedschrijver (of zo)

    Zomaar een Griek (Archeologisch museum, Delfi)

    Het is voor ons, levend in de rijke westerse wereld, eigenlijk vrij simpel: een bewering is waar of niet. Voor ons interessant is de discussie over de waarheidstheorieën (is iets waar omdat het correspondeert met een waargenomen feit of omdat het voortvloeit uit andere waarheden?) en de discussie over robuustheid (hoe waarschijnlijk is het dat iets waar is?). Over zulke thema’s kunnen wij nadenken met enige kans dat we ook iets bereiken, want we hebben de filosofische concepten, de wiskunde, de tijd en het geld. We kunnen onderzoek doen.

    Wat is waar?

    Dat was anders in de tijd vóór de Wetenschappelijke Revolutie, dus zeg maar de tijd van Vesalius, Stevin en Newton. Afgezien van de wiskunde, waarin een ware bewering voortvloeit uit axioma’s, was waarheid eeuwenlang ontoetsbaar. Als iemand beweerde dat je niet voorbij de evenaar kon zeilen omdat het daar te heet was voor menselijk leven, kon je niet even een expeditie ondernemen om dat te onderzoeken.

    Daarom was de grens tussen “waar” en “onwaar” onscherp. Er waren twee extremen. Het ene bestond uit beweringen die waar waren omdat ze alleen waar konden zijn: de rechte lijn door het middelpunt van een cirkel verdeelt die in even grote helften. Het andere extreem bestond uit beweringen die onwaar waren omdat ze onmogelijk waren, zoals gevleugelde paarden die ontstaan uit bloeddruppels in de branding. Tussen die extremen bevonden zich beweringen die waar of onwaar konden zijn. Ze oogden waar.

    Aangezien dit de situatie was, moeten wij er niet van opkijken dat voor antieke geschiedschrijvers de grenzen van het genre niet lagen waar wij ze trekken. Velleius Paterculus is kritisch totdat hij aan het einde van zijn werk een lofzang aanheft op de regerende keizer. Herodotos van Halikarnassos verzint informanten en suggereert dingen te hebben gezien die hij onmogelijk kan hebben gezien. De nuchterste auteurs vermelden natuurwonderen en uitgekomen voorspellingen.

    Ktesias’ leven

    Een auteur die helemaal moeilijk te plaatsen is, is Ktesias van Knidos. Geschiedschrijver? Auteur van historische fictie? De problematiek is bij hem groter dan bij andere auteurs, wat misschien ook komt omdat we hun creatieve kant wellicht teveel onderschatten. Hoe dat ook zij: een deel van de problematiek rond Ktesias hangt samen met het feit dat we over hemzelf weinig weten. Het Byzantijnse woordenboek Souda meldt alleen:

    Ktesias was de zoon van Ktesiarchos of Ktesiochos. Hij kwam van Knidos. Als arts verzorgde hij in Perzië koning Artaxerxes II Mnemon, die hem had ontboden. Ktesias schreef een Geschiedenis van de Perzen in vierentwintig boeken.

    Het is niet duidelijk wanneer Ktesias aan het hof van de Achaimeniden verbleef, al is een denkbaar scenario dat hij op een of andere manier betrokken is geweest bij de opstand van Amorges in 414: de door het Atheense bondgenootschap gesteunde anti-Perzische revolte die ertoe leidde dat de Perzen zich in de Dekeleïsche Oorlog schaarden aan de zijde van Sparta. Ktesias was in elk geval al lijfarts van Artaxerxes vóór deze koning werd.

    Het was voor de Perzen een onaangename verrassing dat de Spartanen zich, nadat ze in 404 de Atheners hadden verslagen, keerden tegen hun bondgenoot. In 401 steunden ze de rebellie van de Perzische prins Cyrus de Jongere, die zijn broer wilde verdrijven: de inmiddels koning geworden Artaxerxes. In zijn Anabasis doet Xenofon verslag van Cyrus’ opmars en nederlaag in de slag bij Kounaxa. Ktesias was aanwezig in Artaxerxes’ kamp.

    In de eerste jaren van de vierde eeuw begon het Perzische tegenoffensief. Koning Euagoras van Salamis (op Cyprus) bouwde met Perzisch geld een vloot, die gecommandeerd zou worden door de Athener Konon. Ktesias lijkt ervoor te hebben gezorgd dat Perzisch goud beschikbaar was om de roeiers en soldaten te betalen. De vlootaanval dwong Sparta inderdaad om af te zien van verdere avonturen in het Perzische Rijk.

    Geschiedschrijver (of zoiets)

    Ktesias is in deze jaren teruggekeerd naar zijn geboortestad en is vermoedelijk daar begonnen aan het samenstellen van zijn Geschiedenis van de Perzen. Hij publiceerde ook een Geschiedenis van India, een medische verhandeling en wat geografische publicaties. Het materiaal is grotendeels verloren gegaan, maar gelukkig heeft Diodoros van Sicilië forse delen uit de Geschiedenis van de Perzen overgenomen; het is moeilijk vast te stellen in welke mate hij de materie heeft bewerkt, naverteld of aangepast. Ook Ploutarchos kende de Geschiedenis van de Perzen. Verder heeft Fotios I, de negende-eeuwse patriarch van Constantinopel, een uittreksel vervaardigd.

    Ktesias geeft aan dat hij de Geschiedenis van de Perzen schreef om allerlei Griekse vooroordelen te corrigeren. Hij verwijt Herodotos een leugenaar te zijn. Dit soort beweringen hoorden bij de antieke geschiedschrijving: Herodotos polemiseerde tegen Hekataios van Milete, die op zijn beurt zei te lachen om de dwaze meningen van andere Griekse auteurs. Waar Herodotos en Hekataios op een of andere manier hun claim ook wel waarmaakten, presenteert Ktesias echter – met een woord van Ploutarchos – “een mengelmoes van bizarre en ongeloofwaardige verhalen”.noot Ploutarchos, Leven van Artaxerxes 1. De Atheense auteurs Isokrates, Plato en Aristoteles waren minder kritisch, maar het lijkt erop dat Ktesias veel meer fictie heeft toegelaten dan andere auteurs of gewoon slecht op de hoogte was. Maar dat laatste is, voor iemand aan het Perzische hof, toch wel wat vreemd.

    [Wordt vervolgd]

    #Achaimeniden #Amorges #antiekeGeschiedschrijving #ArtaxerxesIIMnemon #CyrusDeJongere #DekeleïscheOorlog #DiodorosVanSicilië #EuagorasVanSalamis #FotiosI #HekataiosVanMilete #HerodotosVanHalikarnassos #Konon #Ktesias #Ploutarchos #slagBijKounaxa #Souda #waarheid #Xenofon
  5. Faits divers (52)

    Zomaar een reliëf (Museum van Lleida)

    Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, en anders dan in de vorige afleveringen, waarin ik meestal een stuk of drie onderwerpen aansneed, heb ik er vandaag een heleboel.

    Antieke seksualiteit

    Wat is de bestudering van de Oudheid eigenlijk? Eigenlijk zetten we drie stappen.

    1. We bestuderen de oude wereld om een samenleving te leren kennen die voorgoed voorbij is en wezenlijk anders.
    2. Als je meent dat de Oudheid ook belangrijk is (maar waarom zou je?), kun je de verschillen identificeren met onze wereld.
    3. Daarna zoek je voor die verschillen een verklaring om zo je eigen denkwereld beter te doorgronden. Feitelijk draait het dus om zelfkennis.

    Meestal blijft voorlichting echter beperkt tot stap één. Hoe het desondanks óók kan, kunt u lezen in dit artikel over de vrouwelijke seksualiteit. Waarom denken wij anders dan de mensen toen, en wat zegt dat over onszelf?

    Blauw zien

    Een bekende misvatting is dat de oude Grieken kleuren anders zagen, en het is waar: Homeros noemt de zee wijnrood. De Grieken leden echter niet aan kleurenblindheid: Josine Schrickx vertelde al eens over het algemene patroon waarmee talen namen geven aan kleuren. Wellicht is er een biologische verklaring voor het verschijnsel dat andere talen minder kleurnamen hebben.

    Diodoros van Sicilië

    Over Diodoros van Sicilië heb ik eerder geblogd. Hij is belangrijk, want hij biedt bijvoorbeeld de enige doorlopende geschiedenis van Griekenland in de vijfde en vierde eeuw. In dat eerdere blogje, gewijd aan de vertaling van de boeken één tot en met vijf, opperde ik dat het fijn zou zijn als de boeken over Griekenland ook eens zouden worden vertaald. En wat zo leuk is: daar blijkt een begin mee te zijn gemaakt. Dank je wel, John Nagelkerken, voor de boeken elf tot en met dertien.

    Vindonissa

    Windisch in Zwitserland is de Romeinse stad Vindonissa. Dat was tevens een belangrijke legioenbasis, waar XIII Gemina de weg naar de Alpenpassen verdedigde. Over het ontstaan van Vindonissa begint langzamerhand meer duidelijkheid te ontstaan.

    Oud manuscript (1): Paulus

    Als een tekstvondst de nationale media haalt, moet het wel iets bijzonders zijn. En jawel: er is nieuws over een zesde-eeuws manuscript met de brieven van Paulus, de zogeheten Codex H. Bernard de Montfaucon, de auteur van een beroemde achttiende-eeuwse oudheidkundige encyclopedie, heeft als eerste die Codex H geïdentificeerd en vastgesteld dat het boek op zeker moment uit elkaar was gehaald, dat de inkt van het perkament was afgeschraapt en dat de vellen vervolgens waren gebruikt voor andere doelen (een zogeheten palimpsest). Het zou natuurlijk leuk zijn als we alle bladen van het gerecyclede manuscript terugvonden, en daarbij hebben onderzoekers nu aanzienlijk succes. Nederlandse uitleg hier, wetenschappelijke publicatie daar.

    Wat betekent dat? We kennen de tekst van de brieven van Paulus toch? Ja zeker. Maar de hoofdstuk- en versindeling die wij kennen, is betrekkelijk recent. Dankzij de nieuwe informatie zien we hoe men in de Late Oudheid de tekst verdeelde, en dat zou best weleens gevolgen kunnen hebben voor de uitleg. Ter vergelijking: kijk eens waar het Scheppingsverhaal eindigt – is dat aan het einde van Genesis 1 of na de eerste regels van Genesis 2? Anders gezegd: is de zesde dag, met de schepping van de mens, de climax, of is dat de zevende dag? Dit zijn geen trivialiteiten.

    Oud manuscript (2): Caedmon

    De laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid is het ontstaan van de islam en het Kalifaat. Beide worden ingeleid door het optreden van de profeet Mohammed. Zijn roepingsverhaal kent een wonderlijke, vrijwel contemporaine parallel in de roeping van de Ierse monnik-bard Caedmon. Dat een verhaal zich in korte tijd verplaatst van Arabië naar de Atlantische kust, zegt veel over de snelheid van de mondelinge traditie in de toenmalige wereld. Dat maakt de Ierse auteur interessant. Van een van de liederen van Caedmon is nu een manuscript gevonden. Dat werpt vanzelfsprekend geen enkel licht op de snelheid van de mondelinge informatieoverdracht, maar leuk is het wel.

    Archeologie in Jeruzalem

    Archeologie in Israël is nationalisme met andere middelen: ik schrijf al jaren over zionistische archeologie en ben niet de enige. Men leze de roman De genesis van het verraad van Martine van den Berg. Voor de actualiteit schakelen we over naar Jeruzalem, waar Palestijnen uit hun huizen worden gezet om ruimte te maken voor een archeologisch park.

    Klimaatwetenschap

    Een van de grote publieksvragen is hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. Uitleg van de technieken waarmee ze het antieke klimaat reconstrueren is dan ook al zeker een kwart eeuw een desideratum. Gelukkig is er dit verhelderende stuk over het onderzoek van eeuwenoud ijs.

    En tot slot

    Ik had een vrolijk gesprek met Krijn Soeteman, de hoofdredacteur van de wetenschapsnieuws-website Scientias, over archeologie, oude geschiedenis en oude talen. We hadden het over de wijze waarop sensationalistische wetenschapscommunicatie de oudheidkunde beschadigt: dus over de IDOHZOtjes waarmee de classici achter andermans actualiteit aanhuppelen, over archeologen die zonder kennis van andere oudheidkundige bloedgroepen wat roeptoeteren en over bizarre toepassingen van AI. En we hadden het ook over de zaken die wél in het nieuws zouden moeten komen, want die zijn er volop. Dat vrolijke gesprek werd een podcast.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #BernardDeMontfaucon #Caedmon #DiodorosVanSicilië #FaitsDivers #Jeruzalem #JohnNagelkerken #kleurenblindheid #klimaatonderzoek #MartineVanDenBerg #palimpsest #podcast #seksualiteit #Vindonissa #Windisch #XIIIGemina #zionistischeArcheologie
  6. Na de slag bij Gaugamela

    De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

    In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

    Verliescijfers

    Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

    Aan de kant van Alexander sneuvelden ongeveer honderd man, van de paarden kwamen er meer dan duizenden om ten gevolge van wonden en het afjakkeren tijdens de achtervolging. … Men zei dat er bij de barbaren 300.000 doden waren, maar er werden er nog veel meer gevangengenomen.noot Arrianus, Anabasis 3.15.6; vert. Simone Mooij.

    Vanzelfsprekend zijn al deze cijfers Macedonische propaganda. De Perzische verliezen moeten lager zijn geweest omdat de soldaten, anders dan bij Issos, zich in alle richtingen konden verspreiden. De Babylonische Astronomische Dagboeken melden dat de soldaten terugkeerden naar hun steden. Dat de Macedonische verliezen hoger waren, of in elk geval serieus, wordt impliciet toegegeven door Curtius Rufus, die meldt dat Alexanders vriend Hefaistion een speerwond aan zijn arm had opgelopen en dat de officieren Krateros, Koinos en Menidas bijna waren bezweken aan pijlwonden. Als zelfs de hoogste officieren zo zwaar waren toegetakeld, kan het voor de manschappen niet veel beter zijn geweest.

    Darius’ aftocht

    Intussen was Darius op weg gegaan naar Ekbatana in Medië, het huidige Hamadan, nadat hij met gevaar voor eigen leven zijn manschappen had verzameld bij de Grote Zab, een rivier halverwege Gaugamela en Arbela. Curtius Rufus schrijft:

    Toen hij de rivier was overgestoken, overwoog hij de brug te laten afbreken, omdat werd gemeld dat de vijand elk moment kon arriveren. Maar hij zag in dat als de brug was vernietigd, duizenden van zijn mensen die nog niet bij de stroom waren aangekomen een prooi zouden zijn voor de vijand. Men is het erover eens dat hij, toen hij wegging en de brug intact liet, heeft gezegd dat hij liever vrije doortocht gaf aan zijn achtervolgers dan de vluchtenden doortocht te ontnemen.noot Curtius Rufus, Alexander 4.16.8-9; vert. Daan Stoffelsen.[/bg_collapse

    Koning van Azië

    Darius bracht zijn soldaten in veiligheid in het oosten, maar daardoor lag voor de Macedoniërs de weg open naar Babylon en de Perzische hoofdsteden Sousa en Persepolis. De Griekse auteur Ploutarchos meldt dat Alexander na de slag bij Gaugamela tot “koning van Azië” werd uitgeroepen, en hoewel er aanwijzingen zijn dat dit in feite al bij Issos was gebeurd, moest het na Gaugamela wel vreemd lopen wilde de zoon van Zeus zijn pretenties niet waarmaken.

    Antipatros

    In de dagen na de slag bij Gaugamela lijkt ook het nieuws te zijn aangekomen dat Antipatros, de officier die door Alexander was achtergelaten om de Griekse stadstaten in de gaten te houden, de Spartaanse koning Agis III had verslagen. De chronologie van de Griekse opstand tegen de Macedoniërs is een netelige kwestie, maar Curtius Rufus meldt dat de revolte was afgelopen vóór de slag bij Gaugamela, en hoewel andere bronnen suggereren dat de oorlog langer duurde, lijkt dat toch niet juist. Ploutarchos vermeldt namelijk een uitspraak die haar pointe verliest als er niet een vergelijking zou zijn gemaakt tussen twee veldslagen: Alexander zou hebben gezegd dat terwijl hij en zijn metgezellen een conflict met epische dimensies uitvochten met Darius, de muizen in Griekenland ook oorlog schenen te hebben gevoerd. Zoiets moet zijn gezegd na een veldslag, en dat kan alleen Gaugamela zijn geweest.

    Alexander zal hebben geweten dat hij Antipatros tekort deed, want Agis had in de zomer van 331 v.Chr. snel en veel succes geboekt. Op twee na alle steden op de Peloponnesos hadden zich bij hem aangesloten en Athene had, door de Macedoniërs vlootsteun te weigeren, een neutraliteit in acht genomen die grensde aan samenwerking. Agis had echter veel tijd verloren met de belegering van een van de twee pro-Macedonische steden, Megalopolis, waardoor Antipatros de gelegenheid had gekregen een groot leger te verzamelen. Maar ook al waren de Macedoniërs daardoor numeriek in de meerderheid geweest, het ontzet van Megalopolis was een zwaarbevochten overwinning: met 5300 doden was de veldslag een van de bloedigste uit de Griekse geschiedenis. De Spartaanse falanx, ooit het geduchtste leger van Griekenland, was strijdend ten onder gegaan en ook Agis was een heldendood gestorven. Dat Alexander hem vergeleek met een muis, suggereert hoezeer hij de koning van Sparta had gehaat en gevreesd.

    De Tigris bij Tikrit; Alexanders mannen marcheerden hierlangs naar Babylon

    Naar Babylon

    De Macedoniërs hadden zowel in Europa als Azië gezegevierd en Alexander gelastte zijn manschappen verder te trekken. Haast was geboden, want de vele onbegraven lijken op het slagveld trokken ziekten aan. Het leger, inmiddels uitgebreid met olifanten, dromedarissen en een tot dan toe onbekende oosterse diersoort genaamd “kameel”, marcheerde naar het zuiden, naar het centrum van de antieke wereld, de befaamde stad Bab-ili, “poort der goden”. Soldaten die uit de Historiën van Herodotos hadden horen voorlezen, wisten dat de muren van Babylon onneembaar hoog en lang waren.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Arbela #Arrianus #DariusIIICodomannus #DiodorosVanSicilië #dromedaris #Erbil #Gaugamela #GroteZab #Hefaistion #kameel #Koinos #Krateros #Megalopolis #olifant #Ploutarchos #QuintusCurtiusRufus #Sparta #Tigris
  7. Hekataios van Milete

    Wereldkaart van Hekataios

    Op deze blog is vaak genoeg gesproken over Herodotos van Halikarnassos, de vijfde-eeuwse Griekse onderzoeker die geldt als pater historiae, wat we het beste kunnen vertalen als “vader van de onderzoeksjournalistiek”. Hij was bepaald niet de eerste geschiedschrijver: de auteur van het Deuteronomistisch Geschiedwerk heeft dezelfde visie op historische causaliteit en was Herodotos anderhalve eeuw voor. Ook in het Griekse taalgebied was Herodotos niet de eerste: tot zijn voorgangers behoorde Hekataios van Milete, die net als Herodotos onderzoek deed naar het verleden en naar topografie, en die tevens een wereldkaart ontwierp. U moet hem plaatsen in de tweede helft van de zesde eeuw v.Chr., met een sterfjaar na 499.

    Een nieuwe tijd

    De zesde eeuw v.Chr. was voor de oude Griekse elite een soort fin de siècle. De diverse steden waren altijd door aristocraten bestuurd geweest, maar inmiddels hadden kooplieden de grenzen van de bekende wereld verlegd, veel geld verdiend en invloed gekregen op het bestuur. In tegenstelling tot de aristocraten, die de Homerische helden als hun voorouders hadden opgeëist, hadden de nouveaux riches niet zo’n claim op legitimiteit.

    Zij hadden andere, nieuwe ideeën. Die waren niet gebaseerd op een oude traditie, maar op rationeel denken en empirisme. Vroege filosofen als de Milesiërs Thales, Anaximandros en Anaximenes en de Efesiër Herakleitos waren weliswaar niet helemaal origineel in hun denkbeelden – sommige ideeën hebben Babylonische parallellen – maar hun kritische houding was voor de Griekse wereld nieuw. Dit was de intellectuele wereld van Hekataios.

    Biografie

    Hekataios moet rond 550 v.Chr. in Milete zijn geboren, kort voordat de Perzische koning Cyrus de Grote het Lydische Rijk en de bijbehorende Griekse havensteden veroverde. Eeuwen later schreef de Griekse geograaf Strabon dat Hekataios een student was geweest van Anaximandros. Dat is chronologisch gezien vrijwel onmogelijk, maar van de andere kant: de filosoof lijkt Hekataios’ ideeën over het ontstaan van het universum en de vorm van de wereld te hebben beïnvloed.

    We weten verder nauwelijks iets over Hekataios’ leven, hoewel hij een bezoek lijkt te hebben gebracht aan Egypte. Misschien kwam hij mee met de Perzische koning Kambyses, die in 525 het aloude land van de Nijl veroverde.

    Herodotos vertelt dat Hekataios de omvang en macht van het Perzische Rijk had begrepen en in 499 zijn landgenoten adviseerde niet in opstand te komen tegen koning Darius I de Grote. Ze luisterden niet. De Ionische Opstand, zoals de revolte van de Griekse steden in het Perzische Rijk wordt genoemd, liep uit op een nederlaag en in 495 of 494 werd Milete verwoest.

    Een heel late traditie, te vinden bij Diodoros van Sicilië, wil dat Hekataios namens de Milesiërs onderhandelde met de Perzen, en zowaar een gunstige behandeling wist te verwerven. Misschien is het waar, en dan was Hekataios in 495 nog in leven. Misschien is het niet waar en dan weten we op z’n best dat hij in 499 nog in leven was. Voor de beoordeling van zijn werk maakt het weinig uit.

    Geografie

    Hekataios’ bekendste werk is zijn wereldkaart, die weer was gebaseerd op een ontwerp van Anaximandros. Herodotos geeft een beschrijving:

    Ik kan mijn lachen niet houden omdat van al die wereldkaartenmakers nog niemand erin is geslaagd een redelijke beschrijving te geven. Ze tekenen een Oceaan rondom een wereldschijf die met behulp van een passer als een cirkel is getrokken, en bij hen is Azië net zo groot als Europa.noot Herodotos, Historiën 4.36.

    Hoewel Herodotos zijn voorganger niet expliciet noemt, zijn de meeste classici het erover eens dat hij zijn voorganger uitlacht – en niet ten onrechte, want Herodotos’ eigen wereldkaart is beter. Hekataios verdeelde de wereld in drieën (Europa, Azië, Afrika), die werden gescheiden door de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Tegelijkertijd bestond de wereld uit vier kwadranten: West-Afrika werd door de Nijl gescheiden van Oost-Afrika en het Nabije Oosten; het Nabije Oosten werd door de Zwarte Zee gescheiden van Europa; en Europa is in een oostelijke en westelijke helft verdeeld door de rivier de Don. Er zijn meer aanwijzingen dat de kaart van Hekataios extreem schematisch was; het was Hekataios’ voornaamste verdienste dat hij de relatieve posities begreep van de werelddelen.

    De kaart hoorde bij Hekataios’ Beschrijving van de aarde. In twee boeken, gewijd aan enerzijds Europa en anderzijds Voor-Azië en de Maghreb, beschreef hij de kusten van de Middellandse Zee. Soms verliet Hekataios de kust en ging hij stroomopwaarts langs deze of gene rivier. De overgebleven fragmenten – het zijn er ruim 300 – laten zien dat hij een sobere schrijfstijl had en dat hij steden, afstanden, rivieren, bergen, volken en grenzen vermeldde. Gewoontes, dieren, planten, landschappen, mythologie en stichtingssagen kwamen eveneens aan bod, maar er zijn geen aanwijzingen dat hij ook historische informatie gaf.

    Het tweede boek bevatte een verwijzing naar Melitta in het westen van Marokko. Deze verwijzing is uiterst belangrijk, omdat ze bewijst dat Hekataios toegang had tot het reisverslag van Hanno de Zeevaarder, die in de zesde eeuw v.Chr. de westkust van Afrika verkende. Helaas hebben we geen idee van Hekataios’ andere bronnen.

    Het langste citaat is een door Herodotos geplagieerde tekst over Egyptische dieren (nijlpaard, krokodil, feniks). Helaas suggereert de beschrijving van het nijlpaard niet bepaald dat Hekataios dit dier werkelijk heeft gezien, want er klopt weinig van. Een ander verhaal dat Herodotos overschreef is een zeer schematische beschrijving van de Sahara.

    Geschiedschrijver

    Hekataios publiceerde ook de Genealogieën, een overzicht van de stamboom van de diverse Griekse helden. Ongeveer veertig fragmenten hebben het overleefd. De eerste lijn is beroemd geworden:

    Hekataios van Milete zegt: Ik schrijf op wat ik denk dat waar is, want de verhalen van de Grieken zijn naar mijn mening belachelijk en talrijk.

    Zelf probeerde hij de onafhankelijk van elkaar doorgegeven en elkaar regelmatig tegensprekende (en daarom belachelijke) verhalen van zijn landgenoten te systematiseren. Daartoe ontwierp hij een chronologisch systeem, waarin zowel de goden als de helden van weleer waren opgenomen. Het was niet de eerste poging om Griekse mythen en sagen te systematiseren, maar het was wel een van de invloedrijkste. De meeste latere geleerden, te beginnen met Herodotos, accepteerden de chronologie van Hekataios.

    Wij kunnen denken dat Hekataios kritisch nadacht over verhalen die zó fantasierijk waren dat er eigenlijk geen reden was om er kritisch over na te denken. Het verre Griekse verleden ligt voorgoed verborgen in de mist der tijden. Van de andere kant: Hekataios van Milete was een van de eersten die de sagen niet voor zoete koek slikte en kritisch nadacht over het verleden. Hij was niet de vader van welk historisch of journalistiek specialisme ook, maar wel een van de reuzen op wier schouders de latere geschiedvorsers stonden.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

    Zelfde tijdvak


    De Edomieten

    augustus 24, 2024
    De Nok-beschaving

    december 2, 2024
    Wadi Awis

    mei 21, 2018 Deel dit: #aardrijkskunde #Afrika #Anaximandros #antiekeGeschiedschrijving #Azië #DeuteronomistischGeschiedwerk #DiodorosVanSicilië #Europa #HekataiosVanMilete #HerodotosVanHalikarnassos #IonischeOpstand #MiddellandseZee #Milete #nijlpaard #wereldkaart
  8. Diodoros van Sicilië

    Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

    Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

    De kwaliteit van Diodoros’  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

    Inhoud

    Het Archief van de geschiedenis was, in Diodoros’ eigen woorden, “een enorme klus”, die bestond uit veertig boeken, waarvan 1-5 en 11-20 volledig bewaard zijn. De eerste vijf boeken gaan over de eerste beschavingen: Egypte, Assyrië, de Griekse heldentijd. Tot de geraadpleegde bronnen behoren Hekataios van Abdera, Ktesias, Megasthenes, Dionysios Skytobrachion (“met de leren arm”), Timaios en de Euhemeros over wie ik al vaker blogde. Dit is materiaal dat verder slecht is overgeleverd en daarom belangrijk is. Zo heeft de Nederlandse oudhistoricus Jan P. Stronk aan de hand van onder andere het door Diodoros overgeleverde materiaal, het halfvergeten oeuvre van Ktesias kunnen afstoffen (meer).

    Diodoros’ boeken 11-15 zijn gebaseerd op Eforos van Kyme en behandelen de geschiedenis van het klassieke Griekenland. En wat is het heerlijk dat we nu eens niet het relaas van een Herodotos, een Thoukydides en een Xenofon te hebben, maar een doorlopend verhaal – het enige doorlopende verhaal! – van een andere auteur. De boeken 16-20 gaan over Filippos van Macedonië (opnieuw uniek materiaal), Alexander de Grote en de Diadochen. Eersteklas materiaal.

    Diodoros onderbreekt dat verhaal met wat buiten Griekenland gebeurde. Het is immers wereldgeschiedenis. Helaas heeft hij de problemen van de Romeinse chronologie niet goed begrepen, want hij creëert het ene na het andere verkeerde synchronisme. Tegelijk is zijn magistratenlijst wel de beste die we hebben. Zijn beschrijving van de vroege Romeinse geschiedenis is dus waardevol om naast de standaardtekst, Livius, te leggen.

    De tweede helft van het Archief van de geschiedenis vertelde het verhaal van het hellenisme en de opkomst van Rome. Nu werden geografisch verspreidde processen één proces. Er zijn fragmenten bekend uit Byzantijnse uittreksels. Wat ik zag van Diodoros’ verslag van de Eerste Punische Oorlog, was heel fragmentarisch maar niet elimineerbaar.

    Beoordeling

    De grote Altertumswissenschaftler van weleer, zoals Theodor Mommsen, hebben Diodoros bekritiseerd, die een onkritische uittrekselmaker zou zijn. Nu maakt de Siciliaan inderdaad wel vreemde fouten, maar toch is de kritiek niet helemaal terecht. De Siciliaan deed precies dat wat hij beoogde: een makkelijk toegankelijke wereldgeschiedenis vervaardigen. Een bibliotheek, een archief. En hij weet hoe hij een verhaal moet vertellen. Hij was een geschiedschrijver, geen geschiedvorser, en zeker geen historicus in de normale zin des woords. (De Oudheid heeft sowieso alleen met Appianus iemand voortgebracht die voldoende begreep van causaliteit.)

    Niet dat Diodoros, schoongewassen van slecht gerichte kritiek, ineens de ideale geschiedschrijver is. Hij heeft een bovengemiddeld hoog professioneel zelfbeeld. Zo meent hij dat de geschiedschrijver, doordat hij eerdere ervaringen doorgeeft en mensen over deugden en rechtvaardigheid instrueert, een weldoener is voor de samenleving. Diodoros, die een vermogend man met een aanzienlijke bibliotheek moet zijn geweest, was zo bezien een gewone antieke aristocraat die zijn verantwoordelijkheid nam voor de gemeenschap. De jargonterm is évergetisme.

    De vertaling

    Ik ben geen classicus en wil over de kwaliteit van de vertaling niet méér zeggen dan dat ’ie vlot wegleest. Verder ben ik blij dat er beeldmateriaal is en wat annotatie. Dat verheldert een hoop. U denkt dat zulks logisch is, maar helaas is dat bij klassieke teksten niet altijd het geval. Ooit hadden we een Baskerville-reeks van te chique uitgegeven boeken zonder beeldmateriaal, waarvan je je afvroeg wat je er eigenlijk aan had. U leest een boek immers om geïnformeerd te worden, niet als lifestyle-attribuut. De door Janssen gemaakte vertaling is tenminste gericht op informeren.

    Er is dus veel goeds te zeggen over het Archief van de geschiedenis. Inmiddels zijn twee boeken verschenen, samen de boeken 1 tot en met 5 plus de fragmenten van de boeken 6 tot en met 10. Die doen vooruitzien naar de klassieke geschiedenis.

    Het grote publiek

    Het is echter jammer dat Janssen op de door hem geserveerde taart spuugt door de twee verschenen delen af te ronden met appendices waarin hij uitlegt dat de Ilias en de Odyssee zich afspelen op de Atlantische Oceaan. Dit is klinkklare kwakgeschiedenis. Omdat ik dat al eens inhoudelijk heb uitgelegd, laat ik dat nu rusten.

    Maar dus afgezien van de inhoudelijke onjuistheid: hoe maak je een boek voor het grote publiek, zoals een vertaling, als je weet dat je een sterk van de consensus afwijkende mening hebt? Als geschoold classicus weet Janssen hoe laag de drempel voor de peer review inmiddels ligt. Hij weet dus ook dat als een theorie nooit wetenschappelijk is gepubliceerd, ze echt heel omstreden moet zijn. En hij weet dat hij, door haar desondanks te verdedigen, een minderheidspositie inneemt. Wat te doen? Zijn oordeel verzwijgen is vanzelfsprekend niet integer. Het publiek verdient eerlijkheid. Maar het omgekeerde, wél spreken en het publiek een oordeel opdringen waarvan je weet dat het omstreden is, brengt het risico van misleiding met zich mee. In dit dilemma kiest Janssen voor het risico, maar dat is helemaal niet nodig.

    De koninklijke weg in dit soort situaties is dat je je afwijkende mening benoemt, verwijst naar verdere literatuur, en verder de mainstream volgt. Een voorbeeld is het beroemde The Black Pharaohs van Robert Morkot, die een aanhanger is van een alternatieve IJzertijdchronologie (die overigens wél door de peer review is gekomen), maar in zijn boek de gangbare dateringen gebruikt. De ins en outs van een wetenschappelijk dispuut zijn bij eerstelijnsvoorlichting, zoals bij vertalingen, immers niet aan de orde. Voor methodische problemen hebben we de tweede lijn.

    Dat gezegd hebbende: het is fijn dat we Diodoros erbij hebben in onze eigen mooie taal. Scheur de laatste bladzijden eruit, maak er papieren vliegtuigen van, en geniet van de rest.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #évergetisme #chronologie #Diadochen #DiodorosVanSicilië #DionysiosSkytobrachion #EforosVanKyme #Euhemeros #FilipposII #GerardJanssen #HekataiosVanAbdera #HerodotosVanHalikarnassos #JanPStronk #Ktesias #kwakgeschiedenis #Megasthenes #RobertMorkot #TheodorMommsen #Thoukydides #TimaiosVanTauromenion #VarroniaanseChronologie #Xenofon

  9. Herakles (1)

    Herakles (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

    Ik heb voor volgende week een stukje klaar waarin ik vertel dat we oude mythen beter niet kunnen navertellen, dus het is alleen maar logisch dat ik vandaag eens de verhalen navertel over Herakles. Eerst maar eens een woord over zijn jeugd.

    Herakles – of Hercules, zoals de Romeinen hem noemden – gold als de zoon van een sterfelijke vrouw, Alkmene, en de oppergod Zeus. Zeus’ wettige echtgenote Hera haatte het buitenechtelijke kind en stuurde daarom twee slangen om het te wurgen. De baby wist de ondieren echter te doden. Herakles werd een sterke krijger, maar Hera sloeg hem met waanzin, en het was in een vlaag van waanzin dat hij zijn eigen kinderen doodsloeg.

    Toen hij weer bij zinnen was gekomen en begreep dat hij zich op een of andere manier moest zuiveren, raadpleegde hij het orakel van Delfi, dat hem beval zijn familielid Eurystheus, de koning van Tiryns, te dienen. Die gelastte hem tien werken te verrichten. Die lijken regelmatig op de activiteiten van andere helden, zoals Theseus en de Argonauten, en de lijstjes met werken variëren. Zelfs het aantal lag lange tijd niet vast. De canonieke opsomming is voor het eerst te vinden bij de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië.

    De Nemeïsche Leeuw (Veliko Tarnovo)

    De leeuw van Nemea

    Herakles’ eerste taak was het doden van de leeuw van het nabijgelegen Nemea, een verschrikkelijk beest. De huid bleek bestand tegen alle wapens, zodat Herakles het uiteindelijk moest wurgen. Hij gebruikte de huid voortaan als een soort harnas, zodat de halfgod altijd wordt afgebeeld met een leeuwenhuid over de schouders. De Grieken vierden de overwinning sindsdien om het andere jaar met de Nemeïsche Spelen.

    Het is een interessante vraag waar dit verhaal vandaan komt. Leeuwen waren al in Mykeens Griekenland uitgestorven, wat de indruk wekt dat dit verhaal óf heel oud is óf geïmporteerd uit het Nabije Oosten. Een vergelijkbare kwestie is de locatie van Eurystheus’ paleis: Tiryns. Een stad die eigenlijk alleen in de Laat-Mykeense tijd betekenis heeft gehad. Is dit een aanwijzing voor een oude Traditionskern?

    Iolaos en Herakles doden de Hydra (Antikensammlung, München)

    De hydra van Lerna

    Het tweede werk was het doden van de hydra (waterslang) van Lerna, een andere stad in de buurt van Tiryns. De moeilijkheid was dat het dier negen koppen had en dat elke afgehakte kop werd vervangen door drie koppen. Herakles’ vriend Iolaos wist echter raad: hij brandde een flink stuk hout af, dat Herakles kon gebruiken om nieuwe koppen af te schroeien. De laatste, onsterfelijke kop begroef hij daarna levend. Na afloop van dit gevecht doopte Herakles zijn pijlpunten in het giftige monsterbloed. Als boogschutter was hij voortaan onoverwinnelijk.

    Herakles en de hinde (museum van Crotone)

    De hinde van Keryneia

    Eurystheus stuurde  Herakles nu naar Keryneia, waar hij een hinde moest zien te vangen die was gewijd aan de godin Artemis. Het dier was nog groter dan een stier en verwoestte allerlei landschappen ten westen van Tiryns.  Herakles achtervolgde het dier tot aan de noordelijkste randen van de aarde, overwon het en droeg het terug naar Griekenland.

    Herakles en het Erymanthische zwijn (Nationaal Museum, Athene)

    De Erymanthische ever

    Het Erymanthische everzwijn woonde op de hellingen van het Erymanthosgebergte, waar het allerlei akkers en velden verwoestte. Dit deel van de Heraklesmythe is het mythologische broertje van de Kalydonische Jacht. Herakles joeg het beest, dat hij niet meteen kon overwinnen, naar de sneeuw, waar het al snel moe werd, zodat Herakles het kon vangen. Op z’n schouders droeg hij het dier naar huis.

    De stallen van Augeis (Antikensammlung, München)

    De stallen van Augeias

    Herakles’ volgende klus was het schoonmaken van de beruchte paardenstal van koning Augeias van Elis, en wel in één dag. De verschrikkelijke stank negerend begon de halfgod dapper alle mest weg te dragen, maar er was gewoon te veel. Daarom nam hij de goede raad over van Iolaos: hij leidde een rivier om en spoelde daarmee alle vuil uit de stal.

    Dit, zo zei Eurystheus, was vuil spel: Herakles had niet zomaar de hulp van een riviergod mogen aanvaarden. Daarom legde hij hem twee extra werken op: één wegens die riviergod, één omdat Iolaos hem had geholpen bij het doden van de hydra van Lerna.

    De Stymfalische vogels (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

    De Stymfalische vogels

    Het Stymfalische Meer – meer een moeras, overigens – ligt ten westen van Tiryns en werd onveilig gemaakt door zwermen mensetende vogels. Ze hadden vleugels, klauwen en metalen snavels, en waren gewijd aan de oorlogsgod Ares. Aanvankelijk waren zelfs Herakles’ pijlen ontoereikend, maar de godin Athena gaf hem een ratelaar waarmee hij de vogels verjoeg. Ze vlogen helemaal naar de Zwarte Zee en de weinige achterblijvers vielen uiteindelijk toch ten prooi aan de giftige pijlpunten.

    Inmiddels had Herakles de Peloponnesos bevrijd van alle daar voorhanden zijnde  overgebleven ondieren. Dat betekende dat Herakles bij zijn volgende opdrachten steeds verder weg moest reizen. De verhalen over deze reizen en de werken die hij onderweg verrichtte, zorgden ervoor dat Herakles in later tijden kon gelden als stichter van allerlei steden, overal in de antieke wereld.

    [wordt vervolgd]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de Provence en een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Alkmene #Argonauten #Augeias #DiodorosVanSicilië #Elis #Erymanthos #Eurystheus #Hera #Herakles #Iolaos #KalydonischeJacht #KeryneiaPeloponnesos_ #Lerna #mythologie #Nemea #NemeïscheSpelen #StymfalischeMeer #Theseus #Tiryns #Zeus

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.