home.social

#quintus-curtius-rufus — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #quintus-curtius-rufus, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Alexander de Grote en de Ouxiërs

    Shushtar

    Zoals ik in een eerder blogje in deze reeks al aangaf, was Alexander de Grote op weg gegaan naar Persis, het kernland van het Perzische Rijk, het huidige Fars. Niet al zijn manschappen namen deel aan deze operatie. Persis mocht dan het politieke centrum zijn van een wereldrijk, het was agrarisch arm en kon onmogelijk de 60.000 soldaten, de 30.000 non-combattanten, de 8500 paarden en de 1800 lastdieren voeden waaruit het Macedonische leger op dit moment lijkt hebben bestaan. Een groot aantal soldaten overwinterde in het vruchtbare Elam, deels als garnizoen voor de stad Sousa.

    De weg naar het Zagrosgebergte, dat Persis als een muur begrenst, maakte deel uit van het stelsel van koninklijke wegen en de Macedoniërs konden zonder problemen oprukken. Kleitabletten uit Persepolis vermelden dat de heerbaan tussen deze paleisstad en Sousa was voorzien van twee dozijn pleisterplaatsen. De eerste etappes van Alexanders route zijn daardoor goed te reconstrueren. Na twee dagen overbrugden de Macedoniërs  de rivier de Dez in de schaduw van de vervallen, duizend jaar oude tempeltoren van Choga Zanbil, en na een tussenstop in een dorp dat in de kleitabletten wordt aangeduid als Ithema, bereikte het leger Šurkutir, het huidige Shushtar. Daar stak het leger de Karun over, die, zoals Curtius Rufus schrijft, “diep temidden van rotsachtige, met wouden begroeide oevers stroomt”.

    De eerste Ouxiërs

    De oversteek kostte een dag. Als Alexander vanaf hier zou zijn opgerukt met de snelheid van een gewone reiziger, zou hij omstreeks 15 januari zijn aangekomen bij Persepolis. In feite arriveerde hij twee weken later, want hij ondervond weerstand van de Ouxiërs. Deze stam leefde deels van akkerbouw in de riviervlakte en deels van veeteelt in de bergen tussen Elam en Persis. De door koning Darius III Codomannus aangestelde gouverneur probeerde Alexanders opmars te vertragen, terwijl achter hem de satraap van Persis, Ariobarzanes, de bergpassen in staat van verdediging bracht.

    Vermoedelijk stuitten de Macedoniërs twee dagen na het passeren van de Karun op de eerste (akkerbouwende) Ouxiërs. Dat zal zijn gebeurd in de omgeving van het fort bij Masjed Soleyman. Hoewel de Ouxiërs hun huid duur verkochten, waren ze geen partij voor het Macedonische leger. Na enkele gevechten namen ze hun toevlucht in het fort. Ze boden al snel hun capitulatie aan, maar Alexander wilde daar niet van weten. Hij kondigde aan de verdedigers van het fort te zullen doodmartelen, als afschrikwekkend voorbeeld aan degenen die verderop weerstand wilden bieden.

    Daarop zond de Ouxische commandant een gezant naar Sisygambis, de in Macedonische krijgsgevangenschap levende moeder van koning Darius, met het verzoek te bemiddelen. Zelfs als deze gezant te paard zou hebben kunnen reizen over de door de Macedoniërs bezette Koninklijke Weg, moet hij een paar dagen hebben gedaan over de afstand van het fort naar Sousa. Na lang aarzelen besloot de koningin zich voor haar belegerde landgenoten in te zetten, en bewerkte daarmee dat het fort zich toch mocht overgeven en de verdedigers eervol werden behandeld.

    De Zagros

    Gescheiden opmars

    Zo luidt althans het verhaal van Curtius Rufus, maar het is de vraag of het waar is. Het beleg zal langer hebben geduurd dan Alexander zinde. De winter naderde en hij moest over de Zagros trekken vóór sneeuw de passen onbegaanbaar maakte. Door te beweren dat hij het garnizoen op voorspraak van Sisygambis had begenadigd, voorkwam hij gezichtsverlies nu hij zijn oorspronkelijke voornemen iedereen dood te martelen niet kon uitvoeren. De opmars werd voortgezet en het Macedonische leger bereikte het huidige Haftgel.

    Daar splitste Alexander zijn leger in tweeën, zodat de foeragering over een groter gebied was verspreid. Bijkomend voordeel was dat de Perzische verdedigingsmacht van Ariobarzanes nooit beide legers tegelijk kon vernietigen. Alexanders generaal Parmenion kreeg opdracht de hoofdweg verder te volgen en langs deze zuidelijke route op te rukken naar Persis. Hoewel onze bronnen deze opmars niet beschrijven, zijn de pleisterplaatsen langs de route goed gedocumenteerd, want ze worden, zoals gezegd, genoemd in kleitabletten. Als dit leger elke dag een etappe van de Koninklijke Weg aflegde, zou het binnen drie weken de hoofdstad van Persis hebben bereikt. In feite arriveerde Parmenion later, wat suggereert dat hij zich in het tweede deel van zijn tocht een weg heeft moeten vechten door de zuidelijke Zagros.

    De tweede groep Ouxiërs

    Ondertussen nam Alexander een kortere, meer naar het noorden gelegen weg door het land van de Ouxiërs, om daarvandaan regelrecht naar Persepolis te marcheren. Het was geen makkelijke route, en misschien was dat wel de reden waarom Alexander er de voorkeur aan gaf. Hij verwachtte geen tegenstand en zou merken dat hij daarmee Ariobarzanes had onderschat.

    Vermoedelijk stuitte hij al na twee dagen op de (veetelende) Ouxiërs, die namens de andere herders in dit gebied de geschenken vroegen die ze gewoonlijk kregen als Perzische koningen door hun gebied trokken. (Denk bij herders niet aan arme mensen: het gaat om de voorname leiders van heel grote nomadische clans.) Alexander beloofde hun dat ze, als ze de volgende dag hun opwachting maakten in de vallei, zouden krijgen wat hun toekwam. In de nacht leidde hij een Macedonisch leger over een rotsachtig pad. Omdat de maan om een uur of twee onderging en de zon pas om half acht opkwam, lichtten de soldaten zich bij met fakkels. Bij dageraad overvielen ze enkele bergdorpen, waar veel Ouxiërs in hun slaap werden gedood.

    Vervolgens haastte de koning zich met zijn troepen naar de vallei, waar de plaatselijke bevolking zich verzamelde om te krijgen wat haar toekwam. Ondertussen had Krateros, de aanvoerder van de Macedonische falanx, de hoogten langs het dal bezet. Te laat begrepen de herders dat ze zouden worden gedood. Uiteindelijk redden ze zich het leven door honderd paarden, 500 lastdieren en 30.000 stuks kleinvee toe te zeggen – ongetwijfeld tot genoegen van de Macedonische foeragemeesters, maar de overlevende Ouxiërs gingen een hongerwinter tegemoet.

    De Marun

    Naar Persis

    Het Macedonische leger stak nu de grensrivier tussen Elam en Persis over, de Marun. Ze forceerden een besneeuwde bergpas die bekendstond als Sousiaanse Poort. De plaatselijke bevolking, geïntimideerd door het lot van de Ouxiërs, bood geen weerstand en omstreeks 19 januari 330, sloeg het leger zijn kamp op bij het huidige Yasuj, bij de toegang tot de volgende pas, de Perzische Poort.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Ariobarzanes #ChogaZanbil #DariusIIICodomannus #Krateros #MasjedSoleyman #Ouxiërs #Parmenion #PerzischePoort #QuintusCurtiusRufus #Shushtar #Sisygambis #Yasuj #Zagros
  2. Alexander de Grote in Babylon (4)

    Zegel van een Babylonische priester (Louvre, Parijs)

    [Laatste van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

    De aankomst van de Macedoniërs in Babylon was dus een wetenschappelijke doorbraak zonder weerga, die de Griekse kennis van hemel en aarde aanzienlijk verrijkte. In schril contrast met deze glorieuze gebeurtenis staat het lot van de Babylonische vrouwen. Levend in de stad van Semiramis, over wie de Griekse mannen de geilste gedachtes hadden, ervoeren ze lijfelijk wat zoveel vrouwen in oorlogstijd hebben moeten ondergaan. Het meest schrijnende is het verwijt dat ze de verkrachting aan zichzelf hadden te wijten. Curtius Rufus geeft ze een trap na:

    Geen van Alexanders steden is verdorvener in zeden, geen beter toegerust om bovenmatige gevoelens op te roepen en ervoor te bezwijken. Zolang er maar voor schanddaden wordt betaald staan ouders en echtgenoten toe dat hun kinderen en echtgenotes ontuchtige seks hebben met vreemdelingen. Vrouwen wonen daar ook drinkgelagen bij en hoewel ze aanvankelijk netjes gekleed gaan, ontdoen ze zich al gauw van hun bovenkleding. Ik geneer me tegenover mijn lezers te zeggen dat de Babylonische vrouwen zich vervolgens steeds verder onteren en zich uiteindelijk ontdoen van hun meest intieme kledingstukken. Dit walgelijke gedrag is niet alleen typerend voor courtisanes, maar ook voor getrouwde vrouwen en jonge meisjes, voor wie dit alles valt onder de noemer gezelligheid.noot Curtius Rufus, Alexander 5.1.36-38; vert. Daan Stoffelsen..

    De Babyloniërs zullen opgelucht hebben ademgehaald toen het Macedonische leger na een maand weer vertrok. Curtius Rufus meent dat de discipline in Babylon meer ondermijnd raakte dan waar ook, en oppert dat het leger ernstig verzwakt zou zijn geraakt als de langverwachte versterkingen niet waren aangekomen.

    Dat is kort door de bocht, maar geheel onjuist is het niet. Toen Alexander Azië binnenviel was de verhouding tussen soldaten en non-combattanten in zijn leger ongeveer 3:1, maar na de zege bij Issos en de val van Tyrus kwam daarin verandering. Vanaf dat moment waren de strategische doelen in zoverre bereikt dat het Egeïsche Zee-gebied veilig was en de Macedonische soldaten zouden hebben kunnen terugkeren naar hun gezinnen. Dat gebeurde niet en veel soldaten zochten een vriendin, die voortaan met het leger zou meetrekken.

    Toen ze ook Babylon achter zich lieten en de terugkeer naar Europa verder weg leek dan ooit, werd het nóg aantrekkelijker een vriendin mee te nemen. Het leger zou steeds meer veranderen in een reizende en plunderende samenleving, die los stond van het moederland en los stond van het gebied waar ze doorheen trok. Het punt dat ik probeer te maken is niet dat de manschappen door de aanwezigheid van vrouwen decadenter werden. Ze waren als soldaten nog altijd dodelijk efficiënt. Het punt is meer dat het leger groter, logger en trager werd en voor de officieren lastiger was om aan te sturen. In die zin was de discipline, zoals Curtius Rufus constateerde, inderdaad ondermijnd geraakt.

    In die hopeloze Alexanderfilm van Oliver Stone werd het beeld van Babylon als een groot bordeel vol gewillige vrouwen gewoon overgenomen. Wat zijn wetenschappelijk adviseur Robin Lane Fox kan hebben bezield, is me een raadsel.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Babylon #OliverStone #prostitutie #QuintusCurtiusRufus #RobinLaneFox #Semiramis
  3. Alexander de Grote in Babylon (3)

    De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

    [Derde van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

    Hoewel de gezaghebber in Babylon, Mazaios, naar de Macedoniërs was overgelopen, waren Alexanders mannen op hun hoede en ze rukten in slagorde op naar de beroemde stad. Het moet hen hebben teleurgesteld dat de muren minder imposant waren dan Herodotos van Halikarnassos had beweerd, maar van de andere kant: ze waren nog nooit eerder in een stad geweest met ruwweg 100.000 inwoners. Ter vergelijking: Athene was half zo groot.

    De wagen waarop een koning zich verplaatste

    Intocht

    Door de monumentale Ištarpoort, die tegenwoordig staat opgesteld in het tot 2037 gesloten Pergamonmuseum in Berlijn, trok het leger de stad binnen, waarna de soldaten over de Processieweg naar het centrum marcheerden. Curtius Rufus vertelt:

    Een groot aantal Babyloniërs was op de muren geklommen om een glimp op te vangen van hun nieuwe koning, maar nog meer waren uitgelopen om hem te onthalen. Onder hen was Bagofanes, de commandant van de citadel en de koninklijke schatkist. Om niet bij Mazaios achter te blijven had hij de hele route met bloemen en kransen bestrooid en aan weerszijden zilveren altaren geplaatst waarop behalve wierook ook andere geurstoffen brandden. Na hem volgden zijn geschenken: kuddes kleinvee en paarden. Leeuwen en panters werden in kooien meegedragen. Daarop volgden magiërs die op de hun eigen wijze een lied zongen; vervolgens chaldeeën; en dan de Babyloniërs, die niet alleen met waarzeggers waren vertegenwoordigd, maar ook met muzikanten … Tot slot kwamen de Babylonische ruiters, wier uitrusting evenals die van hun paarden eerder weelderig was dan stijlvol. Omringd door bewapende troepen beval de koning de menigte stedelingen achter de laatste infanteristen aan te lopen. Zelf reed hij met een wagen de stad en vervolgens het paleis binnen.noot Curtius Rufus, Alexander 5.1.19-23; vert. Daan Stoffelsen.

    Alexander verbleef in het paleis van koning Nebukadnezar, die omstreeks 610 v.Chr. de Assyriërs had onderworpen en daarna het Babylonische Rijk in alle richtingen had uitgebreid. Na zijn dood in 562 had zijn koninkrijk minder dan een kwart eeuw voortbestaan, want Cyrus de Grote had Babylon in 539 ingenomen. De Babyloniërs beschouwden de regering van Nebukadnezar niet zonder reden als hun gouden eeuw en hadden de gewoonte latere vorsten die de stad bezochten verhalen over hem te vertellen, waarna ze hun gast het gewaad toonden dat Nebukadnezar had gedragen. Hoewel onze bronnen het niet vermelden, zal ook Alexander respect hebben betuigd aan zijn illustere voorganger en hebben beloofd een even goede vorst te zijn.

    De Processieweg waarover Alexander Babylon binnen kwam rijden

    Esagila en Etemenanki

    Ongetwijfeld bracht de Macedonische koning op zijn eerste dag in Babylon een bezoek aan de Esagila, waar hij een offer zal hebben opgedragen aan Marduk, die als oppergod werd gelijkgesteld aan Zeus en dus in Alexanders ogen zijn vader was. Net als in Jeruzalem nam hij de aanwijzingen in acht die de lokale priesters hem gaven. Alexander zal ook hebben vernomen hoe minutieus de chaldeeën de veldslag bij Gaugamela hadden voorspeld, en het staat vast dat hij de Babylonische astronomen sindsdien met het allergrootste respect bejegende. Alexanders biograaf Ploutarchos vermeldt bijvoorbeeld dat chaldeeën Alexander adviseerden over een voorteken dat zich voordeed vlak voor de Macedoniërs naar India gingen.

    Misschien heeft Alexander de Etemenanki beklommen, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”, de negentig meter hoge tempeltoren die geacht werd tot in de hemel te reiken en beroemd is geworden als “toren van Babel”. Herodotos had geschreven dat een priester hem had geprobeerd wijs te maken dat de trappen elke avond werden bestegen door een Babylonische schone die op de top de nacht zou doorbrengen met de god; de Macedoniërs ontdekten nu de waarheid, namelijk dat op de top van de piramide Marduk werd vereerd en dat de chaldeeën daar hun waarnemingen deden.

    Volgens Arrianus zag Alexander dat het bouwwerk in slechte staat verkeerde en gaf hij opdracht het te herbouwen, “volgens sommigen op de oude fundering, volgens anderen groter dan het was geweest. Daarom liet hij de Babyloniërs het puin wegruimen”.

    De Etemenanki (Toren van Babel)

    Astronomie

    De chaldeeën vonden een geestverwant in Kallisthenes, die behalve Alexanders biograaf ook wetenschapsbeoefenaar was en zeer geïnteresseerd moet zijn geweest in een wetenschappelijke discipline die de uitkomst van veldslagen accuraat kon voorspellen. We weten van de contacten tussen Europese en Aziatische geleerden dankzij een terloopse opmerking van de Byzantijnse filosoof Simplikios, die zegt dat Kallisthenes de eeuwenoude Babylonische waarnemingen naar Aristoteles stuurde en toevoegt dat de Europeanen pas toen iets begonnen te begrijpen van astronomie. Normaal gesproken zouden we een zo late tekst met gepast wantrouwen tegemoet treden, maar de Arabische auteur Ibn Khaldun, die zich op andere bronnen baseert, beweert precies hetzelfde, en bovendien is het door Simplikios gebruikte woord voor “waarnemingen”, teresis, een te accurate vertaling van het Babylonische maşşartu om toeval te zijn: beide woorden hebben namelijk dezelfde bijbetekenis, “bewaken”.noot Simplikios, Commentaar op Aristoteles’ “De hemel” 2.12; Ibn Khaldun, Muqaddimah 6.18..

    Aristoteles ontving eersteklas wetenschappelijk materiaal en het is de moeite waard daar iets gedetailleerder naar te kijken. De chaldeeën hadden ontdekt dat negentien zonnejaren overeenkwamen met 235 maancycli en hadden een perfecte kalender ontworpen, gebaseerd op een negentienjarige cyclus van twaalf jaren met twaalf manen en zeven met een extra schrikkelmaan. 110 maanden telden 29 dagen, 125 maanden hadden er 30. In dit systeem is de gemiddelde lengte van een kalenderjaar identiek aan het zonnejaar, zodat oogstfeesten ook plaatsvonden tijdens de oogst. In een tijd waarin schrikkelmanen meestal willekeurig werden ingevoegd, betekende deze reeks een grote stap vooruit. Maar niet iedereen was er klaar voor. De Atheense astronoom Meton, die aan het einde van de vijfde eeuw deze kalender in Griekenland wilde introduceren, kon zijn tijdgenoten niet overtuigen van de voordelen.

    Babylonische almanak (British Museum, Londen)

    Sindsdien had de Babylonische wetenschap niet stilgestaan. De astronoom Kidinnu had een zeer nauwkeurige schatting gegeven van de lengte van het jaar, waardoor Kallippos van Kyzikos, een leerling van Aristoteles, de kalender nog verder kon verbeteren. Vanaf de zomer van 330 bestond de kalender uit drie gewone cycli en één cyclus waarin een maan van 30 dagen was vervangen door een maan van 29 dagen. In dit systeem bedroeg de gemiddelde lengte van een jaar 365¼ dagen, een waarde die ons vertrouwd voorkomt.

    Geografie

    De Macedoniërs namen niet alleen astronomische kennis over van de Babyloniërs, maar ook geografische. Arrianus beschrijft het vernieuwde wereldbeeld:

    Het Taurusgebergte doorsnijdt heel Azië. Het begint bij Mykale, de berg tegenover het eiland Samos, vormt de noordgrens van Pamfylië en Cilicië, loopt vandaar door naar Armenië, strekt zich uit naar Medië tussen de Parthen en Chorasmiërs door, en sluit in Baktrië aan bij de Paropamisos. Die hebben de Macedoniërs die onder Alexander dienden “Kaukasos” genoemd […] en hij loopt door tot aan de Oceaan ten oosten van India.noot Arrianus, Anabasis 5.5.2-4; vert. Simone Mooij.

    Het idee dat ten noorden van het Tweestromenland een bergrug verrees die zich in een rechte lijn uitstrekte van west naar oost stamt uit het oude Nabije Oosten, waar de Babyloniërs meenden dat in het noorden de “grote muur van hemel en aarde” stond. Wij noemen die bergen onder andere Taurus, Elburz, Hindu Kush en Himalaya, en herkennen hoe de Afrikaanse, Arabische en Indische tektonische platen tegen de Euraziatische plaat aanbotsen. De filosoof Dikaiarchos van Messene, net als Kallisthenes en Kallippos een leerling van Aristoteles, was de eerste Europeaan die dit idee toepaste, in een na 325 verschenen geografisch werk.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Aristoteles #Arrianus #AstronomischeDagboeken #Babylon #Chaldeeën #cyclusVanKallippos #CyclusVanMeton #DikaiarchosVanMessene #Elburz #Etemenanki #HerodotosVanHalikarnassos #Himalaya #HinduKush #IbnKhaldun #Ištarpoort #Kallisthenes #Kidinnu #Mazaios #Ploutarchos #QuintusCurtiusRufus #Simplikios #Taurus #tektonischePlaat #TorenVanBabel
  4. Na de slag bij Gaugamela

    De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

    In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

    Verliescijfers

    Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

    Aan de kant van Alexander sneuvelden ongeveer honderd man, van de paarden kwamen er meer dan duizenden om ten gevolge van wonden en het afjakkeren tijdens de achtervolging. … Men zei dat er bij de barbaren 300.000 doden waren, maar er werden er nog veel meer gevangengenomen.noot Arrianus, Anabasis 3.15.6; vert. Simone Mooij.

    Vanzelfsprekend zijn al deze cijfers Macedonische propaganda. De Perzische verliezen moeten lager zijn geweest omdat de soldaten, anders dan bij Issos, zich in alle richtingen konden verspreiden. De Babylonische Astronomische Dagboeken melden dat de soldaten terugkeerden naar hun steden. Dat de Macedonische verliezen hoger waren, of in elk geval serieus, wordt impliciet toegegeven door Curtius Rufus, die meldt dat Alexanders vriend Hefaistion een speerwond aan zijn arm had opgelopen en dat de officieren Krateros, Koinos en Menidas bijna waren bezweken aan pijlwonden. Als zelfs de hoogste officieren zo zwaar waren toegetakeld, kan het voor de manschappen niet veel beter zijn geweest.

    Darius’ aftocht

    Intussen was Darius op weg gegaan naar Ekbatana in Medië, het huidige Hamadan, nadat hij met gevaar voor eigen leven zijn manschappen had verzameld bij de Grote Zab, een rivier halverwege Gaugamela en Arbela. Curtius Rufus schrijft:

    Toen hij de rivier was overgestoken, overwoog hij de brug te laten afbreken, omdat werd gemeld dat de vijand elk moment kon arriveren. Maar hij zag in dat als de brug was vernietigd, duizenden van zijn mensen die nog niet bij de stroom waren aangekomen een prooi zouden zijn voor de vijand. Men is het erover eens dat hij, toen hij wegging en de brug intact liet, heeft gezegd dat hij liever vrije doortocht gaf aan zijn achtervolgers dan de vluchtenden doortocht te ontnemen.noot Curtius Rufus, Alexander 4.16.8-9; vert. Daan Stoffelsen.[/bg_collapse

    Koning van Azië

    Darius bracht zijn soldaten in veiligheid in het oosten, maar daardoor lag voor de Macedoniërs de weg open naar Babylon en de Perzische hoofdsteden Sousa en Persepolis. De Griekse auteur Ploutarchos meldt dat Alexander na de slag bij Gaugamela tot “koning van Azië” werd uitgeroepen, en hoewel er aanwijzingen zijn dat dit in feite al bij Issos was gebeurd, moest het na Gaugamela wel vreemd lopen wilde de zoon van Zeus zijn pretenties niet waarmaken.

    Antipatros

    In de dagen na de slag bij Gaugamela lijkt ook het nieuws te zijn aangekomen dat Antipatros, de officier die door Alexander was achtergelaten om de Griekse stadstaten in de gaten te houden, de Spartaanse koning Agis III had verslagen. De chronologie van de Griekse opstand tegen de Macedoniërs is een netelige kwestie, maar Curtius Rufus meldt dat de revolte was afgelopen vóór de slag bij Gaugamela, en hoewel andere bronnen suggereren dat de oorlog langer duurde, lijkt dat toch niet juist. Ploutarchos vermeldt namelijk een uitspraak die haar pointe verliest als er niet een vergelijking zou zijn gemaakt tussen twee veldslagen: Alexander zou hebben gezegd dat terwijl hij en zijn metgezellen een conflict met epische dimensies uitvochten met Darius, de muizen in Griekenland ook oorlog schenen te hebben gevoerd. Zoiets moet zijn gezegd na een veldslag, en dat kan alleen Gaugamela zijn geweest.

    Alexander zal hebben geweten dat hij Antipatros tekort deed, want Agis had in de zomer van 331 v.Chr. snel en veel succes geboekt. Op twee na alle steden op de Peloponnesos hadden zich bij hem aangesloten en Athene had, door de Macedoniërs vlootsteun te weigeren, een neutraliteit in acht genomen die grensde aan samenwerking. Agis had echter veel tijd verloren met de belegering van een van de twee pro-Macedonische steden, Megalopolis, waardoor Antipatros de gelegenheid had gekregen een groot leger te verzamelen. Maar ook al waren de Macedoniërs daardoor numeriek in de meerderheid geweest, het ontzet van Megalopolis was een zwaarbevochten overwinning: met 5300 doden was de veldslag een van de bloedigste uit de Griekse geschiedenis. De Spartaanse falanx, ooit het geduchtste leger van Griekenland, was strijdend ten onder gegaan en ook Agis was een heldendood gestorven. Dat Alexander hem vergeleek met een muis, suggereert hoezeer hij de koning van Sparta had gehaat en gevreesd.

    De Tigris bij Tikrit; Alexanders mannen marcheerden hierlangs naar Babylon

    Naar Babylon

    De Macedoniërs hadden zowel in Europa als Azië gezegevierd en Alexander gelastte zijn manschappen verder te trekken. Haast was geboden, want de vele onbegraven lijken op het slagveld trokken ziekten aan. Het leger, inmiddels uitgebreid met olifanten, dromedarissen en een tot dan toe onbekende oosterse diersoort genaamd “kameel”, marcheerde naar het zuiden, naar het centrum van de antieke wereld, de befaamde stad Bab-ili, “poort der goden”. Soldaten die uit de Historiën van Herodotos hadden horen voorlezen, wisten dat de muren van Babylon onneembaar hoog en lang waren.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Arbela #Arrianus #DariusIIICodomannus #DiodorosVanSicilië #dromedaris #Erbil #Gaugamela #GroteZab #Hefaistion #kameel #Koinos #Krateros #Megalopolis #olifant #Ploutarchos #QuintusCurtiusRufus #Sparta #Tigris
  5. Alexander de Grote in Gaza

    Alexander onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

    Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.

    Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.

    Strategisch overwegingen

    Hij zal tevreden zijn geweest. Nu de Fenicische havens in Macedonische handen waren, konden de Perzen de Fenicische schepen niet meer gebruiken om naar de Egeïsche wateren te varen. Macedonië was nu onbetwist heer en meester van de halve Middellandse Zee en Alexander kon met recht claimen dat hij het officiële, opzettelijk vaag geformuleerde, oorlogsdoel had bereikt: het straffen van de Perzen voor hun inval in Europa.

    Het was echter niet mogelijk de oorlog te beëindigen. Daarvoor waren in de eerste plaats militaire redenen. Zolang er geen verdedigbare oostgrens was, kon er geen sprake zijn van een vredesverdrag met de Perzen. De Perzische koning Darius III Codomannus deed echter zijn best om de Macedoniërs tegemoet te komen. Hij stuurde Alexander een brief waarin hij hem een territoriaal compromis voorstelde: voortaan zou de rivier de Halys (in Midden-Turkije) de grens zijn tussen Macedonië en Perzië. Voor Alexander was dit aanbod ontoereikend –hij was immers al in Fenicië.

    Dat Darius onderhandelingen aanknoopte, suggereert dat zijn positie na de slag bij Issos was verzwakt. Alexander begreep dat een oostelijke expeditie wel even kon wachten en dat hij eerst een bezoek aan Egypte kon brengen.

    Naar Egypte

    Een urgente militaire reden was er niet, hooguit een zijdelingse. De Atheners stelden vanouds belang in het door de Egyptenaren geproduceerde graan, zodat het bezetten van het Nijldal een middel was om de Grieken het mes op de keel te zetten. Daar was ook een aanleiding voor, want Sparta was aan het mobiliseren tegen de Macedoniërs. Het kon geen kwaad de Griekse graantoevoer te kunnen afsnijden. Bovendien viel in Egypte buit te halen, en daarna konden de Macedoniërs altijd nog de Eufraat oversteken om af te rekenen met de al eens verslagen Darius.

    Laten we een ander motief voor een bezoek aan Egypte niet onderschatten: toerisme. Het land sprak al eeuwen tot de Griekse verbeelding en er was gelegenheid voor vakantie. Na Issos en Tyrus had men die ook wel verdiend.

    En dus ging Alexander in de late zomer van 332 v.Chr. vanuit Syrië op weg naar Egypte. Aan de kust van het huidige Israël is in augustus weinig water beschikbaar – de wadi’s staan droog – en daarom bleef een deel van de Macedonische soldaten achter in Syrië, waar ze het betrekkelijk rustig aan konden doen. De opmars van Alexanders leger verliep probleemloos, want aan de kust lagen geen steden die weerstand konden bieden. In het binnenland had de belangrijke stad Samaria al steun toegezegd, zodat er geen flankaanvallen vielen te duchten. Het zuidelijker gelegen tempelstaatje Jeruzalem had zich weliswaar niet onderworpen, maar stelde militair weinig voor. Elf dagen na hun vertrek uit Tyrus bereikten de Macedoniërs Gaza, waar het Perzische garnizoen weigerde te capituleren.

    Gaza

    Alexander had geen keus: hij moest de stad veroveren. Niet alleen blokkeerde ze de weg naar Egypte, maar ze vormde ook het eindpunt van twee wegen. De ene kwam vanuit Mesopotamië door de woestijn en hoewel ze niet begaanbaar was voor grote legers, konden de Perzen haar gebruiken voor een onverwachte aanval. De ander was de wierookroute, en wie zou de lucratieve wierookhandel niet willen beheersen? Bovendien had Gaza de reputatie dat het onneembaar was en juist dat prikkelde Alexander: zijn tegenstanders zouden geïmponeerd zijn als hij de stad met succes belegerde. Maar hij zou prestigeverlies lijden als hij de stad niet kon innemen.

    Het beleg had een ander karakter dan de operaties bij Halikarnassos en Tyrus, waar we het al over hebben gehad. Daar was het mogelijk geweest belegeringsmachines in te zetten. Gaza lag echter op de rand van de woestijn en de zanderige bodem maakte het moeilijk belegeringstorens en schildpadden naar voren te rijden. Een tweede probleem was de watervoorziening. De dichtstbijzijnde wadi stond in september droog en de capaciteit van de schaarse bronnen in de omgeving was niet al te groot. Het water moest dus worden geïmporteerd en we mogen aannemen dat de Macedoniërs hiervoor de Fenicische schepen benutten.

    Onze bronnen Arrianus en Curtius Rufus geven uiteenlopende beschrijvingen van de belegering van Gaza. Allebei noemen ze een eerste, mislukte bestorming, waarbij Alexander aan de schouder een schotwond opliep. Eerstgenoemde auteur vertelt dat de Macedoniërs daarna een belegeringsdam bouwden met een geplaveid oppervlak, om te verhinderen dat de wielen van de belegeringsmachines vast zouden komen zitten. Curtius Rufus meldt echter dat de aanleg van de dam diende om het Perzische garnizoen niet te laten merken dat de Macedoniërs feitelijk een tunnel groeven om de muren te ondermijnen. Na twee maanden viel de stad.

    Marteling

    Curtius Rufus weet meer over de laatste bestorming, namelijk dat zowel Alexander als de garnizoenscommandant, een zekere Batis, gewond raakten. De Macedoniër koelde zijn woede op zijn tegenstander. Hij hield Batis voor dat die alle martelingen zou ondergaan die voor een gevangene konden worden verzonnen. De verslagen garnizoenscommandant gaf geen krimp, waarop Alexander Batis’ enkels met riemen vastbond aan zijn strijdwagen, en de ongelukkige krijgsgevangene rond de stad sleepte. Zo had in legendarische tijden, tijdens de Trojaanse Oorlog, Alexanders voorvader Achilleus het stoffelijk overschot van Hektor onteerd – maar Alexander gebruikte de methode om iemand te doden.

    Arrianus vermeldt niets van dit alles. Dat kan betekenen hij iets heeft weggeretoucheerd wat wel heeft plaatsgevonden, maar andersom kan het zijn dat Curtius een te zwart portret schetst van Alexander. Er is geen manier om een keuze te maken. Zolang er geen nieuwe bronnen bijkomen kunnen we alleen constateren dat het lastig is de waarheid te achterhalen.

    [Meer stukken over Alexander de Grote hier.]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Wat is er nieuw? Spanje

    december 10, 2020
    Menandros

    december 12, 2023
    Alexandrië in Brussel

    november 13, 2022 Deel dit:

    #Achilleus #AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Fenicië #Gaza #Hektor #Israël #QuintusCurtiusRufus #TrojaanseOorlog #Tyrus #Wierookroute

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.