home.social

#nijl — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #nijl, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Voor-westerse geschiedenis (14) de rivieren

    Een wereld van rivieren (Boerhaavemuseum, Leiden)

    Eerst even dit: een petitie. Dit keer niet om een archeologisch instituut, een klassieke opleiding, een faculteit geesteswetenschappen of een museum te redden, maar omdat er een onzalig plan is de publiekstaken van het Nederlandse Nationaal Archief in te perken. Terwijl dat juist zijn publiekstaken moet uitbreiden, bijvoorbeeld door u en mij toegang te verlenen tot alle wetenschappelijke publicaties die de afgelopen kwart eeuw achter betaalmuren zijn gelegd. Ik noem maar iets voor de hand liggends. Uiteraard weet ik dat het moment om de humaniora te verdedigen, in de jaren tachtig was. Teken desondanks toch maar, al zal het wel vergeefse moeite zijn. Maar je mag “au” roepen als ze de toegangsdeur tot de beschaving in je gezicht dichtsmijten.

    Ter zake nu.

    Rivieren

    Europa kende eeuwenlang twee grote handelsroutes, schreef ik onlangs. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee, en de ander was de Donau, de route van de Zwarte Zee naar West-Europa. Om het belang van die rivier te illustreren, noemde ik dat hierlangs de eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers, de eerste Indo-Europees-sprekenden, de Sarmaten, de Hunnen, de Avaren en de Magyaren westwaarts waren gekomen. Ongetwijfeld sla ik zo nog wat groepen over.

    Vervoer

    Rivieren waren altijd in de allereerste plaats transportwegen. Hoe ontzettend belangrijk ze waren, blijkt uit een simpel kengetal: de kosten van het vervoer van een bepaalde lading over een rivier waren maar een zevende van de kosten van het transport van dezelfde lading over het land. (Ter vergelijking: zeetransport kostte zelfs maar een zeventiende.) Dit is een van de verklaringen waarom politieke eenheden zich opvallend vaak langs rivieren vormden, of het nu gaat om het Oude Rijk in Egypte of om Germaanse stammen als de Amsivarii en de Chasuarii (langs de Eems of de Haase).

    In de Romeinse tijd werden de Rijn en Donau en – in het oosten – de Eufraat beschermd door een lange reeks forten, die vanzelfsprekend een functie hadden om de rivieroversteek te controleren, maar die evenzeer dienden om te garanderen dat kooplieden en andere reizigers ongestoord de rivier konden bevaren. Ik verbeeld me dat het leven op het water sterk heeft geleken op dat van Arthur van Schendels schitterende roman De waterman.

    Model van een Romeinse aak (Museum für die Geschichte der Binnenschifffahrt. Duisburg)

    Irrigatie

    Op meer zuidelijke breedten hebben rivieren nog een tweede functie: ze stromen door droge gebieden, waar anders weinig water zou zijn, en maken daar akkerbouw en veeteelt mogelijk. De eerste landbouwers verbleven in de bergdalen van de Zagros en Taurus, maar al heel snel daalden de boeren af naar de vlakten van de Tigris en Eufraat. Later volgden de Nijl en de Medjerda, en verder naar het oosten de Indus en Ganges, en de Gele Rivier en de Blauwe Rivier. Deze stromen brachten niet alleen water, maar zetten ook vruchtbare klei af. Het is daarom dat de eerste steden ontstonden bij de rivieren: op vruchtbare grond, bij een transportroute, en met de mogelijkheid afval simpel te lozen.

    Dit alles maakte het leven langs het water overigens nog niet makkelijk. Overstromingen waren altijd mogelijk en konden behalve de oogst ook mensenlevens vernietigen. Gelukkig waren deze rampen voorspelbaar: de goede goden lieten namelijk door middel van de sterrenbeelden weten wanneer het water zou gaan stijgen. Als de zon in de sterrenbeelden Waterman en Vissen stond, was het tijd om de dijken te controleren en afwateringskanalen uit te baggeren, want dan zou het water in de Eufraat en Tigris gaan stijgen.

    Heiligdom bij de bronnen van de Medjerda

    Soms vormde een rivier ook een grens, en dan bood de rivier zelf de mogelijkheden voor de verdediging. Een meander was grotendeels door water omgeven, wat in vredestijd betekende dat overal handelskades lagen, terwijl in oorlogstijd het water een vijandelijke aanval compliceerde. Besançon is een voorbeeld van zo’n stad waar een rivier (de Doubs) de handel vereenvoudigde en een belegering bemoeilijkte.

    Riviergoden

    Een rivier kreeg niet zelden cultische eerbewijzen. In Egypte is de verering van Hapi bekend, de god van de Nijl; uit Mesopotamië kennen we Enki, de god van het zoete water; in Iran vereerde men zoetwatergodin Anahita. Voor de Grieken symboliseerden de riviergoden het eigen landschap, en het zegt veel dat ze de rivieren wél vereerden maar de bergen niet, hoewel die toch even herkenbaar het eigen landschap bepaalden. In de mythologie golden de riviergoden vaak als de vader van deze of gene lokale held, en zelf werden ze vereerd als brengers van water en beschermer van degenen die het water moesten oversteken. De christelijke Sint-Christoffel heeft deze functie overgenomen.

    De Eufraat op een Byzantijns mozaïek (Qasr Libya)

    En om terug te keren naar de regio waar we begonnen: in West-Europa offerde men aan de rivier door kostbare voorwerpen in het water te gooien, vooral op plaatsen waar rivieren zich splitsten of samenvloeiden. Dat maakt rivieren nog altijd tot interessante archeologische vindplaatsen.

    [In de reeks over de voor-westerse geschiedenis behandel ik de tijd vóór het concept van het “Westen” bestond en de factoren die vóór de evenementiële geschiedenis komen. Een overzicht is hier.]

    PS

    Als u tot hier hebt gelezen en deze petitie nog niet hebt getekend, dan was dit uw reminder.

    #Amsivariërs #Anahita #ArthurVanSchendel #Chattuariërs #Donau #eersteLandbouwers #Enki #Eufraat #Ganges #Hapi #Indus #Medjerda #NabijeOosten #Nijl #Rijn #rivier #SintChristoffel #Tigris #VissenSterrenbeeld #voorWesterseGeschiedenis #WatermanSterrenbeeld
  2. Alexander de Grote in Memfis

    De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

    In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

    Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

    Het graf van Petosiris

    Memfis

    In Memfis bezocht de Macedonische koning de tempel van de god Ptah, de Hut-ka-Ptah. Het heiligdom was zo beroemd dat zijn naam, verbasterd tot Aigyptos, al in de tijd van Homeros door de Grieken werd gebruikt als aanduiding van het hele land aan de Nijl. Zij stelden Ptah, die de ambachtslieden beschermde, gelijk aan hun eigen god Hefaistos, maar ter plekke werd hij vooral beschouwd als een schepper-god die nog ouder was dan de Ra-Atum van het rivaliserende Heliopolis. Elders in Egypte bleef de Heliopolitaanse scheppingsmythe echter populairder dan het Memfitische verhaal. Terwijl de Heliopolitaanse Ra traditioneel gold als beschermer van het koningschap en dus van de Egyptische staat, heeft niet één farao zich ooit gepresenteerd als beschermeling van Ptah.

    Zo bezien is het wat merkwaardig dat Alexander, toen hij de macht in Egypte had overgenomen, zijn respect betuigde aan de stier Apis, een van de manifestaties van deze god:

    In Memfis bracht hij offers aan de goden, met name aan de heilige stier Apis, en organiseerde wedstrijden in atletiek en de muzische kunsten; de beroemdste atleten en kunstenaars waren daarvoor uit Griekenland gekomen.noot Arrianus, Anabasis 3.1.4; vert. Simone Mooij.

    Een offer aan Ra of een traditionele koningskroning in Heliopolis zouden handiger zijn geweest om de inheemse bevolking te tonen dat de nieuwe koning hun beschaving met respect bejegende. Het eerbewijs voor de Apis illustreert dat Alexander, zelfs als hij zich aan de Egyptenaren als een der hunnen wilde presenteren, bleef denken vanuit een Grieks kader. Herodotos had (overigens ten onrechte) beschreven hoe de Perzische veroveraar Kambyses in 525 de Apis had verwond, en sindsdien overschatten de Grieken het belang van het heilige dier en de Ptah-cultus enigszins. Ook sportwedstrijden en kunstenaarscompetities waren Griekse, geen Egyptische, gebruiken. Het goedbedoelde feest in Memfis zal zeker enige sympathie bij de Egyptenaren hebben opgeroepen, maar moet ook aanleiding zijn geweest voor verbaasd commentaar.

    Zoon van de zon

    Toen de Macedonische koning enkele Egyptische koningstitels aannam, doorbrak hij opnieuw de verwachtingen. De farao voerde naast zijn persoonsnaam vier titels en de laatste heersers van het onafhankelijke Egypte hadden deze traditie in ere gehouden. Alexander nam alleen de eerste en vierde titel aan. Hij was nu “de Horus, beschermer van Egypte” en de “geliefde van Amun, uitverkorene van Ra”. De enige vorsten die dezelfde selectie van twee titels hadden gemaakt, waren Kambyses en Darius de Grote, en de vraagt komt op of Alexander zich misschien door een Pers als Doloaspis heeft laten adviseren.

    Met het aannemen van deze titels verkreeg Alexander ook de bijzondere rang van “zoon van de zon”, waaraan hij grote betekenis hechtte. Volgens de gebruikelijke genealogie stamde het Macedonische koninklijk huis via Herakles af van Zeus, maar er bestond een tweede traditie, die de dynastie in verband bracht met de zonnegod. Herodotos vermeldt dat de Zon de grondlegger van de Macedonische koninklijke familie ooit speciaal had beschermd; in de koninklijke graven van Vergina zijn afbeeldingen gevonden van een zestienpuntige zon; en Alexander schreef Darius eens dat de aarde geen twee zonnen duldde.

    De Zon van Vergina (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

    De oppergod en zonnegod waren dus al belangrijk voor de Macedonische koning voor hij aankwam in Egypte, waar deze twee goden niet alleen identiek bleken te zijn, maar de vorst bovendien gold als zoon van het opperwezen. Alexander zou zich voortaan “zoon van Zeus” kunnen noemen. Misschien aarzelde hij nog even omdat ook hij zich realiseerde dat het aanmatigend kon overkomen, maar korte tijd later zou er iets gebeuren dat alle schroom wegnam. Daarover volgende maand.

    [Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Op weg naar Issos (2)

    november 6, 2022
    Het Narrenschip

    september 4, 2021
    Afrikaans aardewerk

    februari 24, 2019 Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #Apis #Arrianus #DariusIDeGrote #DariusIIICodomannus #Doloaspis #Hefaistos #Heliopolis #Herakles #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #koningsideologie #Memfis #Nijl #Petosiris #Ptah #Ra #Thoth #ZonVanVergina