home.social

#darius-i-de-grote — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #darius-i-de-grote, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen

    Een Perzische ruiter verslaat een Griekse soldaat (Staatliche Münzsammlung, München)

    In het vorige blogje introduceerde ik de Griekse geschiedschrijver Ktesias, en vertelde ik dat aan zijn betrouwbaarheid sterk wordt getwijfeld. Dat heb ik niet echt toegelicht, dus ik bied nu een becommentarieerd overzicht van zijn Geschiedenis van de Perzen.

    Assyrië, Babylonië en Medië

    Dat werk begint met drie boeken over de geschiedenis van wat Ktesias aanduidt als Assyrië. En daarmee verraadt hij dat hij staat op de schouders van de door hem bekritiseerde Herodotos van Halikarnassos, die met deze naam verwijst naar zowel Assyrië als Babylonië. De verklaring kan alleen maar zijn dat beide voormalige koninkrijken in Achaimenidisch Perzië behoorden tot dezelfde bestuurseenheid, maar het is absurd om het terug te projecteren op de eerdere geschiedenis. Ktesias volgt Herodotos in zijn vergissing, en wat hij presenteert als geschiedenis is grotendeels legendarisch.

    De volgende drie boeken van de Geschiedenis van de Perzen zijn gewijd aan de Meden. Ook hierin volgt Ktesias Herodotos, die had beweerd dat er een lange periode was geweest waarin de Meden over een uitgestrekt Aziatisch rijk hadden geheerst. Dat was grotendeels fictie en wat Ktesias vertelt is eveneens verzonnen.

    Cyrus de Grote

    De boeken zeven, acht en negen gaan over het begin van de heerschappij van de Perzische koning Cyrus de Grote (r.559-530 v.Chr.). Uit wat bekend is over het werk van Ktesias, beschreef hij Cyrus’ beroemdste daad niet: de verovering van de stad Babylon. Het is onwaarschijnlijk dat dit het gevolg is van de gebrekkige overlevering van Ktesias’ werk: het uittreksel van patriarch Fotios I mag dan wat onevenwichtig zijn, hij lijkt geen belangrijke gebeurtenissen weg te laten. Hier ligt een puzzel.

    De volgende twee boeken beschrijven Cyrus’ oorlogen tegen de Indiërs en zijn dood op het slagveld. Hier wordt het interessant, want Ktesias volgt hier een traditie die niet bekend was aan Herodotos. Die schrijft in zijn Historiën namelijk dat Cyrus sneuvelde tijdens een oorlog tegen de Massageten, een nomadenvolk in Centraal-Azië. De Babylonische kleitabletten weten overigens niets van Cyrus’ gewelddadige einde.

    Cyrus is opgevolgd door zijn zoon Kambyses II, aan wiens heerschappij (r.530-522) Ktesias zijn twaalfde boek wijdt. Hier zou Ktesias kunnen beschikken over betrouwbare informatie, want hij weet dat de Perzische koning Egypte kon veroveren dankzij verraad. Dit is correct. De loopbaan van Wedjahor-Resne maakt dat wel duidelijk. Het verdient echte overweging of Ktesias hier iets wist wat niemand anders wist, wan hij noemt noch de naam van de verrader noch die van de laatste koning van Egypte.

    Darius en Xerxes

    De boeken dertien, veertien en vijftien van Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen zijn gewijd aan de dubbele staatsgreep van 522 en de gevolgen daarvan. Volgens de officiële propaganda, bekend uit de Behistuninscriptie, was er een magiër (een soort offerspecialist) die na het overlijden van Kambyses koning had weten te worden, waarop een verre verwant van de overleden vorst, Darius I de Grote, een tegencoup deed en de macht greep. Darius regeerde tot 486 en werd opgevolgd door zijn zoon Xerxes (r.486-465).

    Hoewel Ktesias aan het verhaal van de dubbele staatsgreep enkele details toevoegt, blijft zijn relaas dichter bij de versie van Herodotos dan de Behistuninscriptie. Ktesias past wel de namen van de hoofdrolspelers aan – en ze kloppen bewijsbaar niet. Hoezeer Ktesias bij Herodotos in het krijt staat, blijkt uit zijn verslag van de regering van Xerxes: hij vertelt over diens eerste jaren, die door Herodotos zijn beschreven, en spring dat meteen naar de dood van Xerxes.

    Toch lijkt hij te beschikken over aanvullende informatie. Hij noemt bijvoorbeeld enkele belangrijke eunuchen en het is mogelijk dat hij, als hofarts, informatie heeft gehoord van andere hovelingen.

    Artaxerxes I, Darius II, Artaxerxes II

    Ktesias’ volgende drie boeken zijn gewijd aan de regeringen van Artaxerxes I Makrocheir (r.464-424) en Darius II Nothos (r.423-405/404). We lezen over de opstand van een zekere Megabyzus en over het korte interregnum van Xerxes II, waarvoor Ktesias onze enige Griekse bron is.

    De eerste jaren van koning Artaxerxes II Mnemon vormen het onderwerp van de volgende boeken negentien, twintig en eenentwintig. Dit was Ktesias’ eigen tijd. Hij concentreert zich op de poging van Artaxerxes’ broer Cyrus de Jongere om de Perzische troon te veroveren, die culmineerde in de slag bij Kounaxa (herfst 401). Dit deel van Ktesias’ werk is goed bekend omdat Ploutarchos het uitgebreid citeert.

    Later lezen we nog hoe Artaxerxes Ktesias naar het westen stuurde, waar hij, zoals gezegd, onderhandelingen moest voeren over de vloot van Konon en koning Euagoras van Salamis. De Geschiedenis van de Perzen eindigt in 398/397, het jaar waarin Ktesias terugkeerde naar Knidos.

    Wat hebben we hieraan?

    Het is niet helemaal eerlijk te oordelen over een boek dat we kennen uit een uittreksel en fragmenten. Maar toch: ook al is onze kennis beperkt, we moeten constateren dat Ktesias vreemde fouten maakt. Hij denkt bijvoorbeeld dat Nineveh aan de Eufraat ligt, wat suggereert dat hij noch langs de Eufraat noch langs de Tigris naar het Perzische kernland is gegaan. Ook zijn weergave van Xerxes’ expeditie naar Griekenland is verward.

    Tegelijk is Ktesias een van onze belangrijkste bronnen voor de geschiedenis van het Perzische Rijk in de periode tussen pakweg 479 (waar Herodotos’ verslag eindigt) en 336 (waar de Alexanderhistorici de draad weer oppakken). Uiteindelijk moet je bij elke mededeling uit Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen de simpele vraag stellen wat zijn bron kan zijn geweest. Meer dan bij andere auteurs moet je argwanend zijn, maar hij zal aan het Perzische hof ook weleens iets hebben opgevangen dat simpelweg correct is.

    Literatuur

    Jan Stronk, Ctesias’ Persian History. Introduction, Text and Translation (2010)

    #Achaimeniden #antiekeGeschiedschrijving #ArtaxerxesIMakrocheir #ArtaxerxesIIMnemon #Babylon #Behistuninscriptie #CyrusDeGrote #CyrusDeJongere #DariusIDeGrote #DariusIINothos #EuagorasVanSalamis #FotiosI #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #Konon #Ktesias #Massageten #Meden #Nineveh #slagBijKounaxa #WedjahorResne #Xerxes
  2. De Thraciërs (3)

    Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

    [Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

    De Perzische tijd

    In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

    De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

    Een Thracische vaas met afbeeldingen van wilde dieren (Metropolitan Museum, New York)

    Staatsvorming

    Na het midden van de vijfde eeuw krijgen we zicht op de geschiedenis van Thracië. We kennen de namen van de koningen van de Odrysen: eerst een Teres, dan een Sitalkes en vervolgens, na diens gewelddadige dood in een oorlog tegen de Triballiërs, zijn neef Seuthes I (r.424-410). Daarop volgden andere heersers, zoals Seuthes II, bij wie de Griekse huurlingenleider Xenofon de winter van 401/400 doorbracht. Dit was geen stamsamenleving meer, dit was een staat, een koninkrijk. De residentie van de koningen zal zijn geweest in het gebied dat nu bekendstaat als de Vallei van de Thracische Koningen, waar zo’n 1500 grafheuvels zijn geïdentificeerd. De meeste zijn nog niet onderzocht.

    Thracische rhyton uit de Borovo-schat (Archeologisch Museum, Ruse)

    Die vallei ligt aan de zuidelijke kant van het Balkangebergte. Ook aan de noordelijke zijde ontstonden vroege staten, al zijn die slechter bekend, en kan het gaan om gebieden die door de Odrysen werden beheerst. Dat laatste wordt gesuggereerd door een inscriptie op een drinkbeker uit Borovo-schat, die is gevonden in het gebied van de Geten aan de Donau: de beker is een geschenk van de Odrysische vorst Kotys I (r.383-359) aan een Getische leider. Minimaal waren de contacten hartelijk, mogelijk was er een gezagsverhouding.

    De Letnitsa-schat, feitelijk het beslag van een paard, is wat verder stroomopwaarts gevonden en heeft een wat traditionelere beeldentaal. Ze toont dat de edelsmeedkunst ook hier op een hoog niveau stond, wat suggereert dat er een vorst was die de smid in dienst kon nemen.

    Paardenbeslag (Letnitsa-schat, Regionaal Historisch museum, Lovech)

    De Macedonische overheersing

    Na ruim een eeuw, waarin de Odrysische dynastie haar macht had kunnen uitbreiden over grote delen van Thracië, was er ineens een dramatische ommekeer in de geschiedenis van de regio. In het westen lag Macedonië, dat tot dan toe te verdeeld was geweest om een grote politieke rol te spelen. Dat veranderde echter met de troonsbestijging van koning Filippos II (r.359-336), die een agressieve politiek voerde ten opzichte van zijn op dat moment verdeelde oosterburen.

    We kunnen drie oorlogen onderscheiden: de eerste van 357 tot 351, een tweede van 342 tot 340, met daar tussenin een korte campagne in 346 om te verhinderen dat Athene voet aan de grond kreeg. De stichting van Filippoi en Filippopolis in het gebied van de Bessers, het huidige Plovdiv, maakte duidelijk dat de Macedoniërs waren gekomen om te blijven.

    Thracische helm (Archeologisch Museum, Sofia)

    Filippos onderwierp ook de gebieden ten noorden van de Balkan en bereikte de Donau, waar zijn Alexander de Grote enkele jaren later, in 335, overheen trok. Als zijn tegenstander worden de Triballiërs en de Geten genoemd. Alle vier grote Thracische groepen waren nu aan de Macedoniërs onderworpen, en we horen regelmatig van Thracische cavalerie tijdens Alexanders oostelijke veldtocht. Een groep Thraciërs werd achtergelaten als garnizoen in het verre Indusland.

    Na de dood van Alexander had de Macedoniër Lysimachos over Thracië moeten heersen, maar inmiddels waren op allerlei plaatsen opstanden uitgebroken: India was al voor Macedonië verloren gegaan tijdens de regering van Alexander, de gedemobiliseerde soldaten in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) wilden terug naar Europa, de Griekse stadstaten rebelleerden en ook de Odrysen schudden het juk af. Lysimachos slaagde er niet in de Odrysische leider Seuthes III te overwinnen.

    [Wordt vanmiddag vervolgd]

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Bes, Your Friendly Neighborhood Helping God

    november 5, 2019
    Heloten

    juni 3, 2023
    De evocatio van Koningin Juno

    mei 3, 2024 Deel dit: #AlexanderDeGrote #Athene #Bessers #BorovoSchat #DariusIDeGrote #Filippoi #FilipposII #Geten #HerodotosVanHalikarnassos #KotysI #LetnitsaSchat #Lysimachos #Odrysen #Persepolis #Plovdiv #SeuthesI #SeuthesII #SeuthesIII #Sitalkes #TeresI #Thracië #Triballiërs #ValleiVanDeThracischeKoningen #Xenofon
  3. Alexander de Grote in Memfis

    De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

    In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

    Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

    Het graf van Petosiris

    Memfis

    In Memfis bezocht de Macedonische koning de tempel van de god Ptah, de Hut-ka-Ptah. Het heiligdom was zo beroemd dat zijn naam, verbasterd tot Aigyptos, al in de tijd van Homeros door de Grieken werd gebruikt als aanduiding van het hele land aan de Nijl. Zij stelden Ptah, die de ambachtslieden beschermde, gelijk aan hun eigen god Hefaistos, maar ter plekke werd hij vooral beschouwd als een schepper-god die nog ouder was dan de Ra-Atum van het rivaliserende Heliopolis. Elders in Egypte bleef de Heliopolitaanse scheppingsmythe echter populairder dan het Memfitische verhaal. Terwijl de Heliopolitaanse Ra traditioneel gold als beschermer van het koningschap en dus van de Egyptische staat, heeft niet één farao zich ooit gepresenteerd als beschermeling van Ptah.

    Zo bezien is het wat merkwaardig dat Alexander, toen hij de macht in Egypte had overgenomen, zijn respect betuigde aan de stier Apis, een van de manifestaties van deze god:

    In Memfis bracht hij offers aan de goden, met name aan de heilige stier Apis, en organiseerde wedstrijden in atletiek en de muzische kunsten; de beroemdste atleten en kunstenaars waren daarvoor uit Griekenland gekomen.noot Arrianus, Anabasis 3.1.4; vert. Simone Mooij.

    Een offer aan Ra of een traditionele koningskroning in Heliopolis zouden handiger zijn geweest om de inheemse bevolking te tonen dat de nieuwe koning hun beschaving met respect bejegende. Het eerbewijs voor de Apis illustreert dat Alexander, zelfs als hij zich aan de Egyptenaren als een der hunnen wilde presenteren, bleef denken vanuit een Grieks kader. Herodotos had (overigens ten onrechte) beschreven hoe de Perzische veroveraar Kambyses in 525 de Apis had verwond, en sindsdien overschatten de Grieken het belang van het heilige dier en de Ptah-cultus enigszins. Ook sportwedstrijden en kunstenaarscompetities waren Griekse, geen Egyptische, gebruiken. Het goedbedoelde feest in Memfis zal zeker enige sympathie bij de Egyptenaren hebben opgeroepen, maar moet ook aanleiding zijn geweest voor verbaasd commentaar.

    Zoon van de zon

    Toen de Macedonische koning enkele Egyptische koningstitels aannam, doorbrak hij opnieuw de verwachtingen. De farao voerde naast zijn persoonsnaam vier titels en de laatste heersers van het onafhankelijke Egypte hadden deze traditie in ere gehouden. Alexander nam alleen de eerste en vierde titel aan. Hij was nu “de Horus, beschermer van Egypte” en de “geliefde van Amun, uitverkorene van Ra”. De enige vorsten die dezelfde selectie van twee titels hadden gemaakt, waren Kambyses en Darius de Grote, en de vraagt komt op of Alexander zich misschien door een Pers als Doloaspis heeft laten adviseren.

    Met het aannemen van deze titels verkreeg Alexander ook de bijzondere rang van “zoon van de zon”, waaraan hij grote betekenis hechtte. Volgens de gebruikelijke genealogie stamde het Macedonische koninklijk huis via Herakles af van Zeus, maar er bestond een tweede traditie, die de dynastie in verband bracht met de zonnegod. Herodotos vermeldt dat de Zon de grondlegger van de Macedonische koninklijke familie ooit speciaal had beschermd; in de koninklijke graven van Vergina zijn afbeeldingen gevonden van een zestienpuntige zon; en Alexander schreef Darius eens dat de aarde geen twee zonnen duldde.

    De Zon van Vergina (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

    De oppergod en zonnegod waren dus al belangrijk voor de Macedonische koning voor hij aankwam in Egypte, waar deze twee goden niet alleen identiek bleken te zijn, maar de vorst bovendien gold als zoon van het opperwezen. Alexander zou zich voortaan “zoon van Zeus” kunnen noemen. Misschien aarzelde hij nog even omdat ook hij zich realiseerde dat het aanmatigend kon overkomen, maar korte tijd later zou er iets gebeuren dat alle schroom wegnam. Daarover volgende maand.

    [Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Op weg naar Issos (2)

    november 6, 2022
    Het Narrenschip

    september 4, 2021
    Afrikaans aardewerk

    februari 24, 2019 Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #Apis #Arrianus #DariusIDeGrote #DariusIIICodomannus #Doloaspis #Hefaistos #Heliopolis #Herakles #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #koningsideologie #Memfis #Nijl #Petosiris #Ptah #Ra #Thoth #ZonVanVergina

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.