home.social

#romeinse-limes — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #romeinse-limes, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Faits divers (58)

    Inscripties uit Taucheira

    Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer nogal wat vooral kleine berichtjes. Zoals altijd krijgt u géén garantie dat de zaken waarnaar ik verwijs representatief of belangrijk zijn, en krijgt u wél mijn hoogstpersoonlijke oordeel over the good, the bad, and the ugly.

    Indo-Europese paarden

    Op de mooie website Neerlandistiek bespreekt Marc van Oostendorp vanmorgen vroeg een boek over paarden in de Indo-Europese wereld. De auteur van dat boek oppert een andere betekenis voor het oerwoord voor dat edele dier: h₁ék̑u̯os zou niet “snel” maar “ongehoorzaam” betekenen. Dat is, afgezien van een parallel bij Homeros, niet zo vermeldenswaard, maar Van Oostendorps blogje is wel een prachtige samenvatting van wat Indo-Europeanistiek is.

    Lineair-A

    Er is weer eens iemand die beweert het Lineair-A (een schriftsoort gevonden op Kreta) te hebben ontcijferd, en die claim uit juli ben ik daarna nergens meer tegengekomen. Dat maakt wantrouwend, want als het echt iets was geweest, hadden we wel meer gehoord.

    Voor het goede begrip: er zijn onvoldoende tabletten om te controleren of een mogelijke oplossing correct is. Een onderzoeker baseert zich op een bepaald tekstcorpus, maar heeft controlemateriaal nodig, en momenteel zijn er simpelweg onvoldoende data om én een basis te hebben voor de ontcijfering én controlemateriaal. Je kunt de “code breken” maar niet weten of  je oplossing klopt. We zullen de ontcijfering nog wel meemaken, want het corpus groeit langzaam maar zeker, maar volgens mij is de huidige claim op z’n best een klein stapje, en verdiende die vooralsnog geen publiciteit.

    Taucheira

    Taucheira is een van de vijf Griekse steden in de Cyrenaïca, beroemd om z’n vele inscripties. Hier is een artikel dat ik met plezier heb gelezen. Niks wereldschokkends, gewoon leuk.

    Tongeren

    Vlak ten oosten van Tongeren ligt Berg, mogelijk de nederzetting die oorspronkelijk Atuatuca heette, en de plek waar Ambiorix het Veertiende Legioen van Julius Caesar heeft vernietigd. Bij Berg vindt nu archeologisch onderzoek plaats. Negeer de hijgerige kop; dit gaat verder dan opgraven en dataverwerving, want het is is een van de plekken waar de relatie tussen vondsten en teksten althans in potentie kan worden onderzocht, zodat oudheidkundigen het vak zélf verder kunnen brengen. En de ontwikkeling van een vakgebied, in dit geval de discussie over de relatie tussen twee soorten bewijsmateriaal, is een belangrijke aanwijzing voor de gezondheid van een discipline.

    Spanje

    De Romeinse verovering van het Iberische Schiereiland duurde twee eeuwen. Eigenlijk gek, want er viel goud en zilver te halen. De eindeloze lijsten die Titus Livius biedt, behoren tot de allersaaiste stukken uit een doorgaans toch alleszins lezenswaardig geschiedwerk. Er waren echter decennialang te weinig Romeinse troepen. Interessant is hierbij dat er vaak archeologische aanwijzingen zijn voor de campagnes; ik heb er geen verklaring voor waarom dat juist in Spanje zo vaak het geval is. Hier is een nieuw voorbeeld.

    Ovidius

    De Romeinse dichter Publius Ovidius Naso claimde in zijn gedichten dat keizer Augustus hem had verbannen naar Tomis aan de Zwarte Zee, tegenwoordig Constanța. De gedichten die hij daar zou hebben geschreven, passen echter niet helemaal bij wat we (denken te) weten over die havenstad, en daarom is wel geopperd dat het een literair spel was. De ballingschapspoëzie was natuurlijk ook veel leuker als heel Rome wist dat de dichter elke dag door de Via dei Condotti liep om in Caffè Greco z’n espressootje weg te komen tikken.

    Classica Sólveig Hilmarsdóttir wijst er nu op dat Ovidius’ gebruik van het Grieks, waar hij zich ooit regelmatig van bediende, terughoudender wordt, wat ze beschouwt als aanwijzing dat hij wel degelijk in ballingschap was: de man hoorde weliswaar de hele dag Grieks spreken, maar wilde het in Rome geaccepteerde Grieks schrijven, en dat ging niet meer.

    Romeins Germanië

    Men beweert wel dat de Romeinen na 274 na Chr. de Rijngrens voor een generatie opgaven. De Nederlandse archeoloog Stijn Heeren heeft daar terecht vraagtekens bij geplaatst. Ook in Duitsland is discussie over de Limesfall, en van een verondersteld verlaten fort staat nu vast dat er nog steeds mensen waren. Niet per se Romeinse soldaten, maar toch: het laatste hoofdstuk over de Romeinse limes is nog niet geschreven.

    Romeinse paarden

    Op de altijd leuke website van Aron Groot is een leuk blogje over de herkomst van het Nederlandse woord paard, afgeleid van paraveredus, waarin Griekse, Latijnse en Gallische elementen samenkomen.

    Nieuwe methoden

    Er gaat geen jaar voorbij zonder dat de archeologie zich verrijkt met een nieuwe laboratoriumtechniek. Zo kunnen archeologen nu aan de hand van de verhouding tussen twee isotopen een stuk hout dateren. Echt leuk om te lezen.

    Ook interessant: het gebruik van middeleeuws perkament om DNA te winnen, en dat dan gebruiken om de geschiedenis van een virus te reconstrueren.

    Wetenschapscommunicatie

    Een tijdje geleden maakte ik met Krijn Soeteman voor Scientias.nl een podcast over wetenschapscommunicatie en archeologie. Hij is lang, maar minstens één luisteraar vond ’m de moeite waard.

    Bedreigde oudheidkunde

    We hebben een museum nodig dat uitlegt wat archeologen doen, een archeologiemuseum, of liever: een oudheidkundemuseum. Als we immers niet uitleggen hoe oudheidkundigen weten wat ze weten, terwijl een kwart van de publieksvragen daarop betrekking heeft, dragen we zelf bij aan het beeld dat oudheidkunde geen wetenschap is. En onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar: universiteiten bezuinigen als eerste op onverdedigde vakgebieden en voor bezuinigende politici zijn archeologische musea onweerstaanbaar.

    Een tijdje geleden was het RMO slachtoffer van een ongemotiveerde bezuiniging en er wellicht kent u dit lijstje. Momenteel zijn de musea in Vlaanderen de klos, waaronder Velzeke. Goede musea krijgen dus de rekening gepresenteerd voor het ontbreken van een gemeenschappelijke visie op de wijze waarop we het publiek willen informeren, de publieksvragen willen beantwoorden, proactief desinformatie willen bestrijden en junk nieuws willen vermijden.

    Wellicht ben ik te pessimistisch, maar vaak denk ik: de archeologische musea moeten inmiddels noodplannen maken om de collecties bijeen te houden. Momenteel zijn die weliswaar beschermd, maar met hetzelfde gemak waarmee de wetgever het erfgoed beschermde, kan hij de bescherming aanpassen of opschorten. Het is niet ondenkbaar (want al gebeurd) dat op middellange termijn collecties geveild en dus verdeeld zullen worden. Zo ver is het in Vlaanderen overigens nog niet.

    Tot slot

    Op vrijdag 16 oktober verzorg ik in Naarden een lezing over Libanon, meer informatie daar. Maar u kunt mijn boek ook bestellen; de opbrengst is voor Cordaid.

    Ik organiseer volgend voorjaar een reis naar Bulgarije. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #Ambiorix #AronGroot #ballingschap #Berg #Constanța #Cyrenaïca #datering #DNAOnderzoek #FaitsDivers #IndoEuropeanistiek #isotopenonderzoek #LineairA #MarcVanOostendorp #paard #PubliusOvidiusNaso #RomeinseLimes #SólveigHilmarsdóttir #StijnHeeren #Taucheira #Tomis #Tongeren #XIVGemina
  2. De limes als legende

    Ik heb het eerder dit jaar verschenen boek De limes als legende. De herontdekking van de Romeinse rijksgrens en de architectuur in Europa (1450-1720) van de Utrechtse architectuurhistoricus Koen Ottenheym twee keer gelezen. Het leest namelijk prettig genoeg, is een inhoudelijk heel rijk boek en ook – wat niet hetzelfde is – een bovengemiddeld goed boek. Tegelijk had het mijns inziens beter anders gemaakt kunnen zijn.

    Mijn bezwaar is niet dat het receptiegeschiedenis is. Dat er oudheidkundigen zijn die menen dat dit specialisme voor hen relevant is, bewijst dat de sloop van het wetenschappelijk onderwijs het beoogde resultaat heeft gehad, en bij die constatering zal ik het maar laten. (Lees desgewenst dit blogje.) Het duurde echter even voordat ik ontdekte waar in De limes als legende de schoen wrong, en dat zegt iets over de kwaliteit van de geboden informatie.

    Ottenheym is niet de eerste de beste. Hij publiceerde eerder Oudheid als ambitie, waarin hij beschreef hoe mensen in de Lage Landen zich in de Nieuwe Tijd, toen een claim op een antiek verleden prestigieus was, verhielden tot de Oudheid, waarbij de nadruk lag op de architectuur. Ik heb ook dat boek met plezier gelezen en kan sindsdien niet meer langs het Gerecht in Leiden of het Paushuis in Utrecht lopen zonder aan Ottenheyms mooie boek te denken. Het nu verschenen boek vertelt hetzelfde verhaal, maar concentreert zich op het buitenland. En dat is niet minder interessant. Sinds ik het voor de eerste keer las bezocht ik Keulen twee keer en ik heb beide keren zachtjes gevloekt omdat het door Ottenheym beschreven Raadhuis momenteel in de steigers staat.

    Reflectie op Rome

    De limes als legende begint met de West-Europese reactie op de val van Constantinopel in 1453. Als heerser van deze wereldstad en een wereldrijk was de Ottomaanse sultan nu de opvolger van de keizer. Dat kon (althans volgens West-Europeanen) niet waar zijn en daarom presenteerden allerlei partijen zich voortaan als de ware opvolger van het Romeinse Rijk. Leuk is Ottenheyms belangstelling voor Hongarije, een land met een sterke humanistische traditie, die ik tot nu toe alleen kende uit een essay van – ik denk – Peter Burke dat ik een miljoen jaar geleden eens las.

    De grote erfgenaam was natuurlijk vooral de Habsburgse keizer en zeker Karel V kon zich wel met enig recht presenteren als wereldheerser. Zulke claims vertaalden zich in een architectuur die aansluiting zocht bij de Oudheid, en Ottenheym beschrijft die voor het Donaugebied, het Rijnland, de Britse Eilanden, Spanje en Marokko. Ik kreeg acuut zin weer naar Schallaburg of Sevilla terug te gaan, en om York eens te gaan ontdekken.

    Niet alleen Rome

    Al die aandacht voor het oude Rome riep natuurlijk wel de vraag op hoe je, als niet-Italiaan, omging met het feit dat eerdere bewoners van jouw land (“voorouders”) ooit door de Romeinen waren onderworpen. Waren de eerdere bewoners wel zo Romeins dat een claim op het Romeinse verleden eerlijk was? Ik citeer Ottenheym nu even vrij uitgebreid omdat de passage eigenlijk de beste samenvatting is.

    Er waren grofweg drie strategieën om het euvel te verhelpen. Allereerst werd er weleens gezegd dat die onoverwinnelijke stammen aan de overzijde van de grens toch minder wild waren dan gedacht en dat een zekere verfijnde levenswijze hadden. Dat laatste zou dan te zien zijn aan hun stenen gebouwen, want altijd en overal gold de bouwkunst als graadmeter van een civilisatie. Zo kwamen bijvoorbeeld de verhalen over de “tempels van de druïden” en “antieke steden” in Germania, Friesland of Schotland in de wereld.

    Een tweede optie was juist de stelling dat de afwezigheid stenen tempels een teken was van de protochristelijke religie van deze volken die hun god in de natuur aanbaden en niet, zoals de Romeinen, in tempels met afgodsbeelden.

    Een derde oplossing voor het dilemma werd in Andalusië gehanteerd, waar men eenvoudigweg stelde dat de inheemse bevolking van begin af aan (sinds de komst van Hercules) volwaardig deel uitmaakte van de antieke beschaving die daar al tot bloei was gekomen voordat de Romeinen in het land waren.

    Ook in de Noordelijke Nederlanden werd al snel een dergelijk verhaal geconstrueerd: de Bataven waren van oorsprong Germanen, maar hadden een veel hogere graad van beschaving dan hun oostelijke stamverwanten. Zij zouden dan ook een volwaardige bondgenoot van Rome zijn, en daarmee ook deelgenoot van de klassieke cultuur.

    Uitdagend historiciteitsregime

    De limes als legende gaat dus over een historiciteitsregime dat mensen dwong zich te verhouden tot eerdere culturen. Het meervoud is niet bijzonder. Destijds liepen bijbelse, Griekse, Romeinse en plaatselijke geschiedenissen door elkaar. De onderlinge relatie was in elk Europees land punt van discussie en gold door het toenmalige historiciteitsregime overal als belangrijk. (De titel is dus misleidend. De thematiek is algemeen Europees, en het boek heeft noch inhoudelijk noch als hermeneutisch vertrekpunt te maken met de Romeinse limes.) Ottenheym beschrijft een kleine drie eeuwen reflectie op die culturen, en illustreert die vooral aan de hand van de architectuur, maar hij haalt er ook de literatuur en andere schone kunsten bij. Zoals ik zei: een rijk boek.

    Voor één auteur is zo’n overzicht van drie eeuwen Europese cultuurgeschiedenis natuurlijk te veel en er staan wat onvermijdelijke vergissinkjes in De limes als legende. De Wal van Antoninus Pius is niet gemaakt van turf maar van plaggen – het Engelse woord turf betekent geen turf. De tempel van Melqart bij Cádiz is niet zoek: in tegendeel, de aankondiging van de ontdekking, midden in de coronatijd, door bemondkapte Spaanse archeologen mag inmiddels gelden als klassieke wetenschapstelevisie: ook onder moeilijke omstandigheden kunnen wetenschappers ons verrijken. Ik noem deze details om te laten zien hoe triviaal Ottenheyms vergissingen zijn.

    Te beperkt en te veel

    Er is echter een andere kwestie, waar ik de vinger niet achter kreeg en waarom ik het boek nog eens las. In dit boek staat van alles bij elkaar, en het is echt de moeite waard, maar er zijn twee soorten paragrafen. Enerzijds zijn er de delen die zich laten lezen als algemene geschiedenis van de wijze waarop West-Europeanen (en niet alleen mensen langs de limes) werden gedwongen te denken over de relatie tussen de diverse culturen. Omdat het historiciteitsregime pan-Europees was, stoort het ontbreken van enkele landen. Anderzijds zijn er waardevolle beschrijvingen van de diverse steden en kastelen, maar die zijn te beknopt voor de specialist en te talrijk voor de toerist.

    De specialisten vinden hun informatie wel achter de betaalmuren, maar voor toeristen zou het beter zijn geweest als Ottenheym de verbinding met de limes achterwege had gelaten en zijn stof had gepresenteerd in de vorm van vier losse reisgidsen: de Donau, de Rijn, de Britse Eilanden, Spanje/Marokko. De toerist heeft dan precies op hem toegesneden informatie, zonder de ballast van gebieden waar hij niet reist. Ik denk concreet aan de Guide Vert: eerst een zeer uitgebreide en diepgaande historische en kunsthistorische inleiding, daarna de eigenlijke gazetteer. Als je het gastronomische geneuzel weglaat, heb je het perfecte model voor een meerdelige reeks. Ottenheym zou kunnen vervolgen met Scandinavië, Frankrijk, Italië, de Balkanstaten, Rusland en andere gebieden waar het historiciteitsregime mensen dwong tot reflectie, en zo echt iets toevoegen aan het cultureel aanbod. “De Ottenheymreeks” zou een begrip kunnen zijn voor iedere toerist met belangstelling voor de Nieuwe Tijd.

    #KarelV #Keulen #KoenOttenheym #RomeinseLimes #Schallaburg #Sevilla #York
  3. Museum Dorestad heropend (1)

    Maquette van Dorestad (Museum Dorestad, Wijk bij Duurstede)

    Het probleem met het verleden is het heden. Onze belangstelling verschuift. Momenteel staan klimaat en onvrije arbeid in de belangstelling, hiervóór was vrouwengeschiedenis populair en in de jaren zeventig stonden wereldgeschiedenis en globalisering centraal. Elke generatie heeft nieuwe zorgen, elke generatie stelt nieuwe vragen, elke generatie herschrijft geschiedenisboeken. De aangepaste canons zijn een voorbeeld. Dit is de dagdagelijkse geschiedvorsing.

    Presentisme

    Tegelijk – en dit is wezenlijker – verandert ons denken over de relaties tussen verleden, heden en toekomst. Hierover heeft de Franse historicus François Hartog behartenswaardige dingen geschreven. Ooit meenden we dat we in het heden lessen konden leren van het verleden, waardoor we beter voorbereid zouden zijn op de toekomst. Als het gaat om de tijd voor pakweg het jaar 1000, is dit echter kentheoretisch onmogelijk, aangezien we onvoldoende informatie hebben. Je kunt bezwaarlijk onrobuuste data gebruiken om een samenleving tjokvol robuuste data te adviseren.

    In de negentiende eeuw ontstond een tweede visie op de verhouding tussen toen, nu en straks: utopisme. Het verleden en heden werden onderschikt gemaakt aan de toekomst. Ik hoef niet uit te leggen hoe het heden eruit ziet in een samenleving die zich richt op een communistisch of fascistisch ideaal. Evenmin hoef ik uit te leggen hoe de bestudering van het verleden daardoor wordt ingeperkt.

    Onze eenentwintigste eeuw ziet naast deze twee soorten relatie tussen verleden, heden en toekomst een derde soort, die Hartog aanduidt als presentisme. Momenteel zijn verleden noch toekomst maatgevend; alles draait om toepasbaarheid in het heden. Het verleden is belangrijk als we er meteen iets mee kunnen. Denk aan de archeologie, die financieel is ingekaderd in de ruimtelijke ordening, denk aan herdenkingen, aan historische excuses en denk – opnieuw – aan aangepaste canons, historisch of literair of anders.

    Beleefbaarheid

    U heeft de kop van dit blogje gezien en vraagt zich inmiddels af wat deze lange inleiding te maken met het vorige week heropende Museum Dorestad, dat is gewijd aan een van de belangrijkste opgravingen in Europa. Voor ik daarover meer vertel, zult u me echter een tweede inleiding moeten toestaan.

    Een van de uitingen van presentisme is de nadruk op de beleefbaarheid van de geschiedenis: de ervaring van het verleden op dit eigenste moment, zoals in een toegankelijk gemaakt kasteel, zoals door re-enactors die in uniform uitleg geven, zoals in workshops historisch koken. In beleidsnota’s lezen we over “erfgoedtoerisme” en “erfgoedparticipatie” als strategieën om te voldoen aan de behoefte aan contact met het verleden.

    Er is niets mis met beleefbaarheid, al wil het nog weleens leiden tot nep-verleden, zoals het nagebouwde Romeinse fort in Leiden. Presentisme heeft hier voorrang gekregen boven de confrontatie met een verleden dat wezenlijk anders was, dat schuurt met het heden en dat, voor wie er de dialoog mee aan gaat, helpt om het plaats- en tijdgebondene te zien van eigentijdse ideeën.

    Ik noemde het nagebouwde fort omdat het Romeinse verleden vrij eenvoudig beleefbaar valt te maken. De Romeinen bouwden stevig, monumentaal, groot. In Archeon is bijvoorbeeld een herberg nagebouwd die het uitstekend doet als moderne horecagelegenheid; in Xanten documenteren reconstructies zelfs een complete stad. Een ander voordeel van het Romeinse verleden is dat de bouwvormen sinds de Renaissance opnieuw zijn gebruikt en daardoor voor iedereen herkenbaar zijn. Het Romeinse verleden sluit tot slot goed aan bij de hedendaagse groei van een pan-Europese identiteit. Er zijn Romeinse resten in eenentwintig van de zevenentwintig lidstaten van de Europese Unie; de Romeinse rijksgrens (limes) slingert door tien EU-landen. De Commissie Van Oostrom heeft de Romeinse limes in 2007 gecanoniseerd en die keuze overleefde in 2020 de Herzieningscommissie Kennedy.

    [Wordt vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Onderwijs aan Syrische vluchtelingen

    juni 10, 2023
    Een academische kwestie

    maart 4, 2014
    Roots of Routes

    augustus 21, 2023 Deel dit: #Archeon #canon #CommissieKennedy #CommissieVanOostrom #Dorestad #FrançoisHartog #MuseumDorestad #presentisme #reEnactment #RomeinseLimes #WijkBijDuurstede #Xanten
Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.