home.social

#tongeren — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #tongeren, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Faits divers (58)

    Inscripties uit Taucheira

    Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer nogal wat vooral kleine berichtjes. Zoals altijd krijgt u géén garantie dat de zaken waarnaar ik verwijs representatief of belangrijk zijn, en krijgt u wél mijn hoogstpersoonlijke oordeel over the good, the bad, and the ugly.

    Indo-Europese paarden

    Op de mooie website Neerlandistiek bespreekt Marc van Oostendorp vanmorgen vroeg een boek over paarden in de Indo-Europese wereld. De auteur van dat boek oppert een andere betekenis voor het oerwoord voor dat edele dier: h₁ék̑u̯os zou niet “snel” maar “ongehoorzaam” betekenen. Dat is, afgezien van een parallel bij Homeros, niet zo vermeldenswaard, maar Van Oostendorps blogje is wel een prachtige samenvatting van wat Indo-Europeanistiek is.

    Lineair-A

    Er is weer eens iemand die beweert het Lineair-A (een schriftsoort gevonden op Kreta) te hebben ontcijferd, en die claim uit juli ben ik daarna nergens meer tegengekomen. Dat maakt wantrouwend, want als het echt iets was geweest, hadden we wel meer gehoord.

    Voor het goede begrip: er zijn onvoldoende tabletten om te controleren of een mogelijke oplossing correct is. Een onderzoeker baseert zich op een bepaald tekstcorpus, maar heeft controlemateriaal nodig, en momenteel zijn er simpelweg onvoldoende data om én een basis te hebben voor de ontcijfering én controlemateriaal. Je kunt de “code breken” maar niet weten of  je oplossing klopt. We zullen de ontcijfering nog wel meemaken, want het corpus groeit langzaam maar zeker, maar volgens mij is de huidige claim op z’n best een klein stapje, en verdiende die vooralsnog geen publiciteit.

    Taucheira

    Taucheira is een van de vijf Griekse steden in de Cyrenaïca, beroemd om z’n vele inscripties. Hier is een artikel dat ik met plezier heb gelezen. Niks wereldschokkends, gewoon leuk.

    Tongeren

    Vlak ten oosten van Tongeren ligt Berg, mogelijk de nederzetting die oorspronkelijk Atuatuca heette, en de plek waar Ambiorix het Veertiende Legioen van Julius Caesar heeft vernietigd. Bij Berg vindt nu archeologisch onderzoek plaats. Negeer de hijgerige kop; dit gaat verder dan opgraven en dataverwerving, want het is is een van de plekken waar de relatie tussen vondsten en teksten althans in potentie kan worden onderzocht, zodat oudheidkundigen het vak zélf verder kunnen brengen. En de ontwikkeling van een vakgebied, in dit geval de discussie over de relatie tussen twee soorten bewijsmateriaal, is een belangrijke aanwijzing voor de gezondheid van een discipline.

    Spanje

    De Romeinse verovering van het Iberische Schiereiland duurde twee eeuwen. Eigenlijk gek, want er viel goud en zilver te halen. De eindeloze lijsten die Titus Livius biedt, behoren tot de allersaaiste stukken uit een doorgaans toch alleszins lezenswaardig geschiedwerk. Er waren echter decennialang te weinig Romeinse troepen. Interessant is hierbij dat er vaak archeologische aanwijzingen zijn voor de campagnes; ik heb er geen verklaring voor waarom dat juist in Spanje zo vaak het geval is. Hier is een nieuw voorbeeld.

    Ovidius

    De Romeinse dichter Publius Ovidius Naso claimde in zijn gedichten dat keizer Augustus hem had verbannen naar Tomis aan de Zwarte Zee, tegenwoordig Constanța. De gedichten die hij daar zou hebben geschreven, passen echter niet helemaal bij wat we (denken te) weten over die havenstad, en daarom is wel geopperd dat het een literair spel was. De ballingschapspoëzie was natuurlijk ook veel leuker als heel Rome wist dat de dichter elke dag door de Via dei Condotti liep om in Caffè Greco z’n espressootje weg te komen tikken.

    Classica Sólveig Hilmarsdóttir wijst er nu op dat Ovidius’ gebruik van het Grieks, waar hij zich ooit regelmatig van bediende, terughoudender wordt, wat ze beschouwt als aanwijzing dat hij wel degelijk in ballingschap was: de man hoorde weliswaar de hele dag Grieks spreken, maar wilde het in Rome geaccepteerde Grieks schrijven, en dat ging niet meer.

    Romeins Germanië

    Men beweert wel dat de Romeinen na 274 na Chr. de Rijngrens voor een generatie opgaven. De Nederlandse archeoloog Stijn Heeren heeft daar terecht vraagtekens bij geplaatst. Ook in Duitsland is discussie over de Limesfall, en van een verondersteld verlaten fort staat nu vast dat er nog steeds mensen waren. Niet per se Romeinse soldaten, maar toch: het laatste hoofdstuk over de Romeinse limes is nog niet geschreven.

    Romeinse paarden

    Op de altijd leuke website van Aron Groot is een leuk blogje over de herkomst van het Nederlandse woord paard, afgeleid van paraveredus, waarin Griekse, Latijnse en Gallische elementen samenkomen.

    Nieuwe methoden

    Er gaat geen jaar voorbij zonder dat de archeologie zich verrijkt met een nieuwe laboratoriumtechniek. Zo kunnen archeologen nu aan de hand van de verhouding tussen twee isotopen een stuk hout dateren. Echt leuk om te lezen.

    Ook interessant: het gebruik van middeleeuws perkament om DNA te winnen, en dat dan gebruiken om de geschiedenis van een virus te reconstrueren.

    Wetenschapscommunicatie

    Een tijdje geleden maakte ik met Krijn Soeteman voor Scientias.nl een podcast over wetenschapscommunicatie en archeologie. Hij is lang, maar minstens één luisteraar vond ’m de moeite waard.

    Bedreigde oudheidkunde

    We hebben een museum nodig dat uitlegt wat archeologen doen, een archeologiemuseum, of liever: een oudheidkundemuseum. Als we immers niet uitleggen hoe oudheidkundigen weten wat ze weten, terwijl een kwart van de publieksvragen daarop betrekking heeft, dragen we zelf bij aan het beeld dat oudheidkunde geen wetenschap is. En onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar: universiteiten bezuinigen als eerste op onverdedigde vakgebieden en voor bezuinigende politici zijn archeologische musea onweerstaanbaar.

    Een tijdje geleden was het RMO slachtoffer van een ongemotiveerde bezuiniging en er wellicht kent u dit lijstje. Momenteel zijn de musea in Vlaanderen de klos, waaronder Velzeke. Goede musea krijgen dus de rekening gepresenteerd voor het ontbreken van een gemeenschappelijke visie op de wijze waarop we het publiek willen informeren, de publieksvragen willen beantwoorden, proactief desinformatie willen bestrijden en junk nieuws willen vermijden.

    Wellicht ben ik te pessimistisch, maar vaak denk ik: de archeologische musea moeten inmiddels noodplannen maken om de collecties bijeen te houden. Momenteel zijn die weliswaar beschermd, maar met hetzelfde gemak waarmee de wetgever het erfgoed beschermde, kan hij de bescherming aanpassen of opschorten. Het is niet ondenkbaar (want al gebeurd) dat op middellange termijn collecties geveild en dus verdeeld zullen worden. Zo ver is het in Vlaanderen overigens nog niet.

    Tot slot

    Op vrijdag 16 oktober verzorg ik in Naarden een lezing over Libanon, meer informatie daar. Maar u kunt mijn boek ook bestellen; de opbrengst is voor Cordaid.

    Ik organiseer volgend voorjaar een reis naar Bulgarije. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #Ambiorix #AronGroot #ballingschap #Berg #Constanța #Cyrenaïca #datering #DNAOnderzoek #FaitsDivers #IndoEuropeanistiek #isotopenonderzoek #LineairA #MarcVanOostendorp #paard #PubliusOvidiusNaso #RomeinseLimes #SólveigHilmarsdóttir #StijnHeeren #Taucheira #Tomis #Tongeren #XIVGemina
  2. Wat heet mooi? Architectuur

    Skara Brae, Orkney

    Een tijdje geleden vroeg ik u te noemen wat u mooi vond uit de Oudheid en omdat de respons me overweldigde, heb ik tot nu toe alleen nog maar over mooie teksten geschreven. Vandaag neem ik u mee langs voorbeelden van architectuur waarop de lezers van deze blog elkaar attenderen. Er zitten verrassende keuzes bij.

    Prehistorie

    Eén zo’n verrassing was dat vier monumenten uit de Atlantische Prehistorie werden genoemd. Om te beginnen de megalieten van Carnac, weliswaar “strikt genomen geen Oudheid” maar wel zo’n plek waar iemands liefde voor de oude wereld kan ontluiken. Even oud als het spijkerschrift en onze hunebedden zijn de megalieten van Callanish op de Hebriden en de grafheuvel van Newgrange. Skara Brae op de Orkney-eilanden is wat jonger en werd tweemaal genoemd. Dit kleine dorp is opgegraven door niemand minder dan Gordon Childe.

    Egypte en het Nabije Oosten

    Skara Brae was bewoond in de tijd waarin de Egyptenaren leerden hoe ze piramides moesten bouwen. Iemand noemde het complex van Giza “veel mooier en vooral ontzagwekkender in het echt dan je je kunt voorstellen”. Ook genoemd werd de Kapel van Hetep-hr-achty in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, die dateert van ongeveer 2200 v.Chr. De Witte Kapel van koning Senusret I, het oudste gebouw dat we kennen uit Karnak, is ruim twee eeuwen jonger. Het Karnakcomplex zelf werd ook genoemd.

    Karnak

    Verder werd het Graf van Nacht bij Thebe genoemd, dus niet ver van Karnak, en het praalgraf van Nefertari, de echtgenote van koning Ramses II. Uit dezelfde tijd dateren de tempels van Abu Simbel, terwijl het complex van Philae eeuwen jonger is.

    Uit het Nabije Oosten werden alleen Persepolis en Naqš-e Rustam, genoemd: de residentie van de Perzische koningen en vier van hun grafmonumenten. Irak lijdt natuurlijk nogal onder het feit dat het de onverdiende reputatie heeft onbereisbaar te zijn, terwijl het enige museum met echt opvallende architectonisch resten uit Mesopotamië, het Pergamonmuseum, voor de voorzienbare eeuwigheid is gesloten. (Het verbaasde me dat niemand Hattusa noemde.)

    Griekenland

    We gaan naar Griekenland. Het Minoïsche paleis Kato Zakros op het oostelijke puntje van Kreta werd genoemd (“inclusief de vallei der doden erachter”) en de indrukwekkende muren van Tiryns documenteren de Bronstijd.

    Tiryns

    Uit de archaïsche tijd werden de tempels van Paestum en de tempels van Agrigento genoemd – de laatste driemaal. Ik had Delfi verwacht, maar u noemde het niet. “Overstelpend indrukwekkend was de eerste aanblik van de Akropolis”, schrijft iemand, en een ander noemt “met name de entree” van de Atheense Akropolis. Een derde noemt speciaal het Erechtheion en een vierde is onder de indruk van het Parthenon, en haalt een mooie herinnering op:

    Voor het eerst op 8mm film gezien (rond 1967), terwijl mijn eerste vriendinnetje er met haar zusje onder de strakblauwe hemel tussen de zuilen speelde. Haar vader (beeldhouwer van beroep) liet deze film zien op onze lagere school, en ik besloot dat de Oudheid mijn studiegebied zou worden, ook al moest er een half jaar farmaciestudie aan te pas komen voordat die keuze definitief werd. Toen ik de tempel voor het eerst ‘live’ zag (in 1974) maakte zich een grote ontroering van mij meester.

    Ook genoemd: de resten van de school van Aristoteles tussen Vergina en Naoussa (“dichter bij de Griekse Oudheid geraakte ik niet”) en natuurlijk ook de hellenistische stad Petra.

    Rome

    Een bezoek aan Rome is incompleet zonder fietstocht langs de Via Appia, en gelukkig werd die genoemd. Meer republikeinse architectuur noemde u niet, maar wel het grafveld van Cerveteri, dat tussen de zesde en tweede eeuw in gebruik is geweest. We gaan snel verder naar de augusteïsche monumenten. Twee mensen noemden het theater van Orange, iemand noemde de brug van Mérida (“zooooo lang”) en iemand anders noemde de brug bij Rimini.

    Mérida

    Het Gouden Huis van keizer Nero kreeg als commentaar dat het “na de enige gebruiker definitief buiten gebruik werd gesteld”. Dezelfde tijd is gedocumenteerd in de verwoeste stad Herculaneum. Iemand noemde speciaal

    een houten trap in Herculaneum, in een simpel burgerhuis. De onderste treden waren nog vrijwel intact, en met elke hogere trede werd het donkerder en meer beschadigd, tot na een trede of acht de trap ophield te bestaan.

    Mij ontroeren dit soort details ook altijd, en ik begrijp helemaal waarom iemand “twee keldermuren van een Romeinse stadswoning in Tongeren” noemt. De Pont du Gard bij Nîmes werd genoemd, net als de Romeinse resten bij Arles en het aquaduct van Segovia (“zooooo hoog”). Xanten geeft een “goede indruk van de opbouw van een Romeinse stad”. Aan de andere kant van het Romeinse Rijk: Palmyra.

    Rome, een vrijwel leeg Pantheon

    En dan zijn er de resten uit de tijd van keizer Hadrianus, zoals de Muur van Hadrianus, de Romeinse weg van 124-125 en de haven van Voorburg, de Villa van Hadrianus in Tivoli. Iemand noemde het Pantheon in Rome, en iemand anders noemde het Pantheon in Rome, en weer iemand anders noemde het Pantheon in Rome (“omdat de koepel zo overweldigend perfect is”) en ook was er iemand die het Pantheon in Rome noemde, waar je weliswaar de toeristenmassa weg moet denken. “Maar dat is bij dit gebouw, waar je blik onmiddellijk naar het ‘oog’ in het plafond wordt gedwongen, niet zo heel moeilijk.”

    Iemand noemde de tombes van Hierapolis (Pamukkale) en even verderop de stad Afrodisias. Voor mij nieuw waren de catacomben in Pécs, Hongarije, “met een reconstructie van een Romeins graf”.

    Kerk van de Heilige Wijsheid, Istanbul

    Late Oudheid

    Vier mensen noemden de Hagia Sofia in Istanbul.

    Ik legde als negentienjarige sufferd alleen op treinreis het advies van een Iers-Mexicaans-Amerikaans docentenechtpaar naast me neer en bezocht eerste de aanpalende Blauwe Moskee. Tijdens feestje met Turkse studenten kreeg ik allervriendelijkst op m’n falie. Ergo: ik volg gewoon de adviezen en tips op van mensen die wel kijk op kunst en cultuur hebben, en het kwam toch nog goed.

    Tot slot noemde iemand het Clonmacnoise-klooster in Ierland, dat even oud is als de Hagia Sofia, en daarmee keren we terug waar we begonnen: in het verre westen, aan de Atlantische Oceaan.

    #AbuSimbel #Afrodisias #Agrigento #Akropolis #architectuur #Aristoteles #Athene #Clonmacnoise #Erechtheion #Giza #GordonChilde #GoudenHuis #HagiaSofia #Herculaneum #HierapolisPamukkale #Istanbul #Karnak #KatoZakros #Mérida #MuurVanHadrianus #NaqšERustam #Nîmes #Nefertari #Paestum #Palmyra #Pantheon #Pécs #Persepolis #Petra #Philae #PontDuGard #RamsesII #Rimini #schoonheid #Segovia #SenusretI #SkaraBrae #ThebeEgypte #Tiryns #Tivoli #Tongeren #ViaAppia #Voorburg #Xanten
  3. Limburg: Tongeren

    Defixio uit Tongeren (Gallo-Romeins Museum)

    [Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

    Tongeren

    Over het vervloekingstablet (defixio) uit Tongeren heb ik al eens eerder geblogd, maar het is te interessant om het niet nog eens te doen. Het is tenslotte een jubileumdag. Net zoals de assemblage uit Tudderen, waarover ik al eens schreef, documenteert het voorwerpje oosterse invloeden in de Lage Landen. Het is alleen twee eeuwen ouder dan het gouden tabletje uit Tudderen: het Tongerse voorwerp dateert uit het laatste derde van de eerste eeuw. Geschreven in zowel het Grieks als het Latijn verwijst het naar de joodse god Jahweh. Zesmaal zelfs.

    Dat duidt op zich niet per se op joodse invloed, want de naam duikt in wel meer magische teksten op. De opsteller tracht dan met vreemde woorden, spreuken en rituelen een bovennatuurlijke kracht te dwingen iets te doen. De naam Jahweh – of Jao, zoals men de naam ook wel weergaf – deed het blijkbaar erg goed. Dat de auteur van het Tongerse vervloekingstablet toch wel iets wist uit de joodse wereld, blijkt dat hij ook driemaal de naam Baäl gebruikt, alsmede de naam Elohim en Sabaoth ofwel “heer der heerscharen”. De joodse invloed is meer dan oppervlakkig.

    Het lood is lokaal geworven, in de Eiffel, wat suggereert dat het geen importstuk uit het Nabije Oosten is. De naam van de vervloekte, Gaius Julius Viator, is ook niet vreemd in het noordwesten van het Romeinse Rijk, waar nogal wat mensen het burgerrecht te danken hadden aan Julius Caesar of keizer Augustus, die allebei officieel “Gaius Julius” heetten en die naam overdroegen aan de tot burger gemaakten.

    Maar juist als je wil besluiten dat een joodse bewoner van Tongeren een hekel had aan z’n buurman, kijk je naar de opmaak: de informatie is in een halve cirkel, rond een huisvormig centrum geschreven, en die vorm is alleen bekend uit Griekenland en Tunesië. Kortom: fascinerend. Vandaar dat ik er graag nog eens over blogde.

    [Als u deze blog waardeert en wat geld kunt missen voor het dekken van de kosten, dan wordt uw bijdrage gewaardeerd.]

    #defixio #Limburg #lood #MainzerBeobachter #Tongeren #Tudderen
  4. Faits divers (55) mopperblog

    Chrysippos (Museo archeologico nazionale, Napels)

    Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer gemopper op de journalistiek, twee petities voor bedreigde geesteswetenschappelijke instellingen, maar ook een leuk einde.

    Caesar in Tongeren

    Al een tijdje ligt de hypothese op tafel dat de Eburonen van koning Ambiorix het Romeinse Veertiende Legioen van Julius Caesar hebben verslagen in de omgeving van Berg, een piepklein en – u raadt het al – hoog gelegen kerkdorpje onder de rook van Tongeren. Tot de argumenten voor die hypothese behoren dat de naam Atuatuca, die wordt gebruikt voor zowel de plaats van de Romeinse nederlaag als het latere Romeinse stadje, over maar een korte afstand verplaatst hoeft te zijn; verder, dat er een oude cultusplaats was; bovendien dat er zoveel munten zijn gevonden dat aannemelijk is dat dit de centrale plaats was van de Eburonen. Ik heb er eerder over geschreven en steeds als ik op weg ben van Maastricht naar Tongeren, fiets ik even over die bult in de hoop archeologen tegen te komen.

    In dit gebied staat namelijk al jaren de aanleg van een grote rondweg gepland, waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Inmiddels is dat zo ver. Het gaat om proefsleuven, feitelijk dus een test, en het grotere onderzoek moet nog komen als die weg zal worden aangelegd. Desondanks jubelt het nieuwsbericht al over de mogelijke toeristische exploitatie.

    Zo zijn de media toch maar mooi ons venster op de wereld. Goed geblindeerd.

    Beste journalisten: je kunt óók vertellen dat archeologie het formuleren en testen van hypotheses is, want dat is wat de archeologen in Berg momenteel doen. En nog beter: hier dragen ze materiaal aan op het snijvlak van twee deelgebieden met twee waarheidstheorieën. Juist hier was het mogelijk de lezers het gezever over hypothetische toeristische exploitatie te besparen en hun een verhaal te vertellen dat wél boeiend is. En beste archeologen: misbruik de journalistiek toch niet steeds om naar fondsen te hengelen, maar gebruik ze waarvoor ze is, namelijk om mensen te informeren, om begrip en draagvlak te scheppen.

    Maar goed. Een kennis van me zag de zonzijde: de nóg gemakzuchtigere invalshoek “Asterix” is tenminste genegeerd.

    Ach ja, Herculaneum weer eens

    In mei 2019 werd al geschreven over het onderzoek naar de verkoolde papyri uit Herculaneum. De toen voor het eerst gelezen tekst was een zinnetje uit de Historiën van Lucius Annaeus Seneca Senior (de vader van de filosoof). Dat kwam destijds niet fijn in het nieuws, want het was blijkbaar relevanter te vermelden dat de ontdekster een nog jonge vrouw was. Dat ergerde me destijds voldoende om erover te bloggen.

    Wie zeven jaar geleden nog niet wist hoe onderzoekers verkoolde papyri onderzoeken, kon het drie jaar later ontdekken: in 2022 verscheen een mooi open access-boek voor het grote publiek, Die Papyri Herkulaneums im Digitalen Zeitalter van Kilian Fleischer. Ik had er toen in Bedrieglijk echt al over geschreven. Uiteraard leest niet iedereen alles, maar je kunt anno 2026 met de beste wil van de wereld niet volhouden dat het ontcijferen van de papyri uit Herculaneum op een of andere manier nog nieuws zou kunnen zijn.

    En toch blijft het verhaal over artificiële intelligentie en andere technieken maar terugkomen alsof het nieuws is, zoals in

    1. dit stuk van vorige week,
    2. dit stuk van de week er vóór,
    3. dit stuk uit de New Scientist, toch een serieus medium.

    Alle drie gaan ze over de techniek, alle drie vertellen ze wéér dat ook oudheidkundigen werken met AI. Alleen het eerste van die drie stukken bevatte informatie die niet ook vijf jaar geleden gepubliceerd had kunnen zijn. Inmiddels zijn namelijk tweeëntwintig kolommen leesbaar gemaakt uit een papyrus met een tekst uit de kring rond de stoïcijn Chrysippos (waarmee overigens een oude wens van Johann Joachim Winckelmann alsnog in vervulling gaat).

    Oudheidkundigen kunnen inmiddels meer vertellen over de aard van de bibliotheek, waar dus stoïcijns materiaal lag, terwijl ze eerder dachten dat het vooral epicurees materiaal was. En we bezitten nu een stoïcijnse tekst over de menselijke natuur en de morele vooruitgang van de mens. Je kunt als journalist dus óók schrijven over hoe classici de nu bekend geworden antieke ideeën plaatsen in het grotere geheel van de hellenistische levensbeschouwing.

    Beste journalisten: die technische doorbraak van zeven jaar geleden is geen nieuws meer. Daarover schrijven in 2026 is zoiets als nog eens vertellen dat de Event Horizon Telescope een foto van een zwart gat heeft gemaakt of dat sikkelcelziekte valt te behandelen met gentherapie. De wetenschap is al verder. Vertel dus niet wéér over de techniek van het ontcijferen, maar vertel wat is ontcijferd.

    Leuk einde

    Weet je hoe het ook kan? Dit is een leuk artikel over een verzameling skeletten zonder schedels, die aanleiding is voor vragen en hypothesevorming. Het stuk toont archeologie als een wetenschap, als iets waardevols, als een spannend proces, als iets waarvan je als lezer het belang begrijpt, als iets dat je als burger wil steunen.

    Of kijk eens daar. Iemand neemt de moeite de megalithische bouwwerken serieus uit te leggen. Hier is bijvoorbeeld zijn uitleg van de wijze waarop ze al die zware stenen bewerken.

    Bedreigde oudheidkunde

    Waarom schrijf ik dit mopperblogje? Omdat oudheidkunde een bedreigd vak is. Elke twee maanden wordt een instituut bedreigd en ook nu ciculeren twee petities voor geesteswetenschappelijke instellingen die gesloten dreigen te worden (één, twee). Die bedreiging hebben oudheidkundigen deels aan zichzelf te wijten, want ze weigeren samen te werken en weigeren zich normaal uit te leggen.

    Maar het komt óók doordat journalisten (een paar goede niet te na gesproken) zelden het echte nieuws tonen, en dus bevorderen dat mensen met een hoge informatiebehoefte “zelf onderzoek doen” en zich keren tegen de wetenschap en tegen de journalistiek. Dat kan de bedoeling niet zijn.

    #Ambiorix #Berg #Eburonen #FaitsDivers #JohannJoachimWinckelmann #KilianFleischer #LuciusAnnaeusSenecaSenior #Tongeren #wetenschapsjournalistiek #XIVGemina
  5. This Saturday we’re rocking Tongeren @Pumpkes! The finest riffs and the best beer in town… We heard, if Ambiorix were still around, you can bet he’d march straight to our gig.

    fb.me/e/34TYbFFJo

    #teacheroffools #indierock #gig #concert #livemusic #leuven #tongeren #alternativerock

  6. De gouden helm van Coțofenești

    De gouden helm van Coțofenești

    Eigenlijk wilde ik al een hele tijd een blogje schrijven over de gouden helm van Coțofenești, die onlangs is gestolen van de Dacië-expositie in het Drents Museum in Assen, samen met enkele armbanden waarover ik al eens blogde. Het kwam echter almaar niet van dat blogje. Maar overmorgen is hier een gastblogger die naar de diefstal zal verwijzen, dus nu kan ik het niet langer uitstellen. Zomaar wat vragen die bij mij opkwam.

    Eerste vragen

    Om te beginnen: waar komt het ding nou vandaan, hoe oud is het en is het wel afkomstig uit Dacië? De laatste weken lezen we dat de helm komt uit Coțofenești, maar toen die in 2019/2020 stond opgesteld in de Dacië-expositie in Tongeren, was hij nog afkomstig uit Vărbilău. En terwijl we nu lezen dat het voorwerp stamt uit het midden van de vijfde eeuw v.Chr., dateerde het in Tongeren nog uit 425 tot 375 v.Chr.

    De vraag naar de herkomst is simpel te beantwoorden. Coțofenești maakt deel uit van de gemeente Vărbilău, zo’n negentig kilometer benoorden Boekarest. De vraag naar de ouderdom is lastiger. Er is namelijk nauwelijks archeologische context. De helm is door een kind gevonden – in 1926? in 1927? in 1929? – en archeoloog Ioan Andrieșescu heeft op diens aanwijzingen de vindplaats geïdentificeerd, maar vond er alleen aardewerkfragmenten van tegen het einde van de Hallstatt-periode. Als het nou een koningsgraf was geweest, dan lagen er bijvoorbeeld munten of geïmporteerd Grieks aardewerk. Dat zou dateerbaar zijn geweest.

    Waarmee we komen bij de vraag of de helm wel Dacisch is. De Assense tentoonstelling heet Dacia. Rijk van goud en zilver, maar dat is een tikje misleidend. De regio was vanouds bewoond door de Thracische groep die we aanduiden als Geten. Daar kwamen vanaf de zesde eeuw v.Chr. Skythen bij en in de vierde eeuw v.Chr. Kelten. De Hallstatt-cultuur kun je opvatten als voor- of vroeg-Keltisch. Dus we hebben een gouden helm uit een cultureel pluriforme regio met voor-Keltische of vroeg-Keltische invloeden. Scherper krijgen we het niet; vandaar de wat wisselende datering. Vandaar de vraag of het wel Dacisch is, want de Daciërs verschijnen pas later op het toneel.

    In de vroege tweede eeuw v.Chr. voltrok zich in Centraal-Roemenië een proces van staatsvorming. De Keltische elite verdwijnt en een nieuwe elite ontstaat. Nu duikt ook het woord “Daciërs” op, voor zover ik weet voor het eerst bij Pompeius Trogus, die de Daciërs presenteert als afstammelingen van de Geten.noot Pompeius Trogus, Geschiedenis 32.4. De vraag of je de gouden helm van Coțofenești als Dacisch mag aanduiden, is dus gerechtvaardigd. Het voorwerp behoort bij een eerdere cultuurfase.noot Het museum in Assen gebruikt in de online-uitleg en op het expositiebordje het woord Dacisch dan ook niet.

    Wat is het?

    De hamvraag is natuurlijk wat het is. Welke Hallstatter heeft z’n gouden helm laten liggen? Of beter: helm van electrum, want het is geen zuiver goud, maar een alliage van goud en zilver.

    De afbeeldingen passen in de “animal style”, de gedeelde kunst van zo’n beetje alle antieke volken tussen de Hongaarse poesta en Siberië. Van de Skythen tot de Avaren hebben edelsmeden roofdieren en dergelijke afgebeeld.

    Sfinxen en gevleugelde griffioenen

    Dat blijkt het duidelijkst op het achterhoofd van de gouden helm, waar we onderaan drie gevleugelde, paardachtige wezens zien, waarvan er twee een dierenpoot in de bek hebben. Daarboven zitten vier aapachtige, gevleugelde wezens. De onderste drie heten gewoonlijk griffioenen en de apen heten vier sfinxen, maar ik ben er niet zo zeker van of we met die namen de wezens niet te veel beschrijven met een Grieks vocabulaire en daardoor het eigene miskennen.

    Het slachten van een ram

    Op de wangen zijn twee mannen afgebeeld die op het punt staan met een dolk een ram te doden. Men vergelijkt ze wel met de stierendodersscènes (tauroktonieën) uit de mysteriën van Mithras, maar (a) een stier is geen ram, (b) er zit een half millennium tussen deze soorten afbeeldingen, en (c) wie een ram slacht, doet het sowieso in deze houding. Dat heb ik althans in Iran zo gezien. Kortom, mithraïsche parallellen lijken me vergezocht.

    De gouden helm van Coțofenești

    Op het voorhoofd van de helm zijn twee ogen afgebeeld. Zoiets geldt in de hele antieke Oudheid als kwaadafwerend: denk aan het oog op de boeg van een Fenicisch of Grieks schip, denk aan de turquoise amuletten van de Assyriërs, denk aan de blauwe kralen die je tegenwoordig in Griekenland en het Midden-Oosten ziet. Het kan natuurlijk ook zijn dat de drager van de helm wilde aangeven dat hij dubbel zo goed zag.

    Boven de ogen zitten mooie noppen. De punt van de helm is verloren, zodat we niet weten of er nog iets bovenaan stond. Er zijn verder nog wat rozetten, driehoeken en spiralen: normale vlakvulling.

    Eén ding is zeker: wie een kleine kilo goud op z’n hoofd kon dragen, was een voornaam persoon. Verder weten we niks. Het is een intrigerend voorwerp dat we wel kunnen beschrijven maar niet kunnen begrijpen. Was de drager een koning, een priester? Of iemand die als een ram gedood zou worden, waarna zijn ledematen voor de vogels werden geworpen? We hebben weer eens geen idee, het is immers oudheidkunde.

    Vergunningen

    Tot slot: ik las dat de directeur van het Nationaal Museum in Boekarest was ontslagen, omdat hij een bruikleencontract met het Drents Museum zou hebben gesloten zonder toestemming van de Roemeense regering.

    Maar weet je: die helm is al jaren op weg. We hebben de helm van Coțofenești al in 2019/2020 in de Lage Landen gezien en in 2021 was het voorwerp in Madrid. Ik sluit allerminst uit dat het Roemeense ministerie van Cultuur toestemming heeft verleend voor de reizende expositie, en dat men, nu het opportuun is een Barbertje op te hangen, vindt dat voor elke expositie apart een vergunning gevraagd had moeten zijn.

    Tot hier en niet verder. Overmorgen nog een gestolen helm, en nog meer Balkan.

    [Dit was het 482e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AnimalStyle #Assen #Dacië #diefstal #DrentsMuseum #Geten #goudenHelmVanCoțofenești #Hallstatt #IoanAndrieșescu #Skythen #tauroktonie #Tongeren

  7. Ik was in #Tongeren en onder de indruk van de gereconstrueerde beschilderingen van de Grieks/Romeinse beelden

  8. Ik bezocht de tentoonstelling "De Oudheid in kleur" in het Gallo-Romeins Museum in #Tongeren. Die was de moeite alleszins waard.

    mainzerbeobachter.com/2023/11/

  9. @JonaLendering

    Een bezoek aan het Gallo-Romeins Museum in #Tongeren is altijd de moeite waard, en nu al helemaal!

    In 2011 was het Europees Museum Van Het Jaar, en het is niet opgehouden aan de weg te timmeren.

    nl.wikipedia.org/wiki/Gallo-Ro

  10. In het Gallo-Romeins Museum in #Tongeren begint vandaag de expositie over kleurgebruik in de Grieks-Romeinse kunst.

    mainzerbeobachter.com/2023/10/

  11. 🏙 Town: Tongeren, Belgium
    🏛️ POI: In memoriam

    ❓ What is the most photogenic sight you have ever seen while on a sightseeing tour?

    ➡ Create unforgettable memories with these free walking tours in Tongeren: visitsights.com/sightseeing-to

    #️⃣

    © Credits: Wikimedia / Eebie / CC BY-SA 4.0

  12. Stedelijke rechten

    Agrippa, de stichter van Nijmegen (Altes Museum, Berlijn)

    Ik had er eigenlijk niet over willen bloggen, maar het onderwerp dook in vier dagen drie keer op: wat is de oudste stad van Nederland? Die vraag leeft nogal in Maastricht (dat ooit toeristen lokte met de slagzin “Maastricht staat op zijn Romeinse verleden”), in Nijmegen (dat elk decennium een ander stichtingsjaar heeft en in Tongeren (waar alle bewijs bestaat uit een inscriptie die niemand ooit heeft gezien).

    De eeuwige negentiende eeuw

    Als ik het goed zie, is het in feite een negentiende-eeuws discussie. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is er te weinig informatie over de oude wereld en spelen de vooronderstellingen van de oudheidkundige een belangrijke rol bij de interpretatie van de schaarse data. Dat is de aard van het vak, maar als je niet oppast neem je de vooronderstellingen van je voorgangers over. En dat lijkt hier te zijn gebeurd: in de negentiende eeuw ging men ervan uit dat er zoiets was geweest als Romeins stadsrecht, zoals dat in de Middeleeuwen ook had bestaan.

    Ten dele is dat waar. De Romeinen verleenden weleens aan een gemeente de rang van colonia, wat wilde zeggen dat zo’n stad een miniatuur-Rome werd. Alle burgers kregen het Romeinse burgerrecht en de stad kreeg een Capitool-tempel om de voornaamste Romeinse goden gepast te vereren. In steden als Keulen en Xanten is aan de burgers dus een rechtenpakket toegekend. Dat lijkt inderdaad wat op de middeleeuwse stedelijke privileges.

    Municipia en naamsveranderingen

    Er zijn echter nog twee verschijnselen. Om te beginnen gaan in de loop van de Keizertijd steeds meer gemeentes zichzelf aanduiden als municipium. Daarnaast is er een gewoonte dat steden de naam van de vorst aannemen: Nijmegen gaat zich aanduiden als Ulpia Noviomagus (naar keizer Marcus Ulpius Trajanus) en Voorburg wordt Forum Hadriani (naar keizer Hadrianus).

    Deze gegevens zijn (voor zover ik kan nagaan: in de jaren twintig van de vorige eeuw) samengebracht in een soort theorie-van-alles. Volgens die theorie zou het Romeinse staatsbestel drie rangen van gemeentes hebben gekend.

    • Er waren civitates, wat zowel “stad” als “stam” kan betekenen; de Griekse stadstaten (poleis) hadden vergelijkbare rechten;
    • civitates en poleis konden de municipium-status verwerven, wat inhield dat de burgers een lager soort burgerrecht kregen (het Latijnse burgerrecht);
    • en tot slot konden ze colonia worden.

    Daarnaast konden gemeentes gelden als bondgenoot of worden vrijgesteld van belastingen, zodat er een enorme verscheidenheid was aan rechtenpakketten. Verdeel en heers.

    De problemen

    Tot zover de reconstructie. Er waren complicaties. Er was bijvoorbeeld de vraag of een naamaanpassing – zoals Nijmegen dat zich Ulpia Noviomagus ging noemen – eigenlijk wel duidde op een statusverandering. Het twintigste-eeuwse Nijmegen heeft die vraag met ja beantwoord. De stad kreeg dus een Trajanusplein met een beeld van keizer Trajanus, omdat men ervan uitging dat de naamsverandering duidde op de verlening van stadsrechten. Maar dat is dus allerminst zeker.

    Een tweede complicatie is dat er slechts één verlening van een municipiumstatus expliciet is gedocumenteerd. Dat betreft Praeneste en speelt ten tijde van keizer Tiberius. Zoals we zo meteen zullen zien, bewijst die het tegengestelde van wat men denkt.

    Wanneer oudheidkundigen zeggen dat een stad een municipium werd, is dat dus niet gebaseerd op een akte of zo. Hoewel we tienduizenden inscripties kennen, is er niet één document waaruit blijkt dat deze of gene bestuurder municipale rechten verleent aan deze of gene gemeente. We hebben te maken met circumstantial evidence:

    • Enerzijds inscripties waaruit blijkt dat de stad zich municipium is gaan noemen.
    • Anderzijds inscripties die erop duiden dat een stad de naam van een keizer heeft aangenomen (zoals in Nijmegen).

    In beide gevallen is de aanname dat de juridische status veranderde precies dat: een aanname. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat een naamsverandering méér is geweest dan de gebruikelijke Romeinse hielenlikkerij. Uit Sabora in Andalusië hebben we de correspondentie over: de gemeente vraagt om zich naar keizer Vespasianus te mogen noemen, deze staat dit toe en herinnert eraan dat financiële overeenkomsten niet nietig worden nu de tenaamstelling niet langer klopt.

    Nog een kanttekening: blijkens de inscripties uit de Maghreb gaan municipia zich daar na verloop van tijd res publica noemen. Je zou, als de theorie-van-alles klopt, verwachten dat ook dit een statusverandering inhoudt, maar ik ben niet op de hoogte van iemand die zoiets heeft geclaimd. Ik heb echter niet alle relevante literatuur kunnen lezen, want die is de afgelopen kwart eeuw verborgen achter betaalmuren.

    Nog een probleem: wat is een municipium eigenlijk?

    Er is nog een beslissend bezwaar: we hebben de definitie van een municipium gewoon over. Het is een stad die voorvaderlijke rechten heeft. Dat is natuurlijk het enige wat de Romeinse overheid niet kan verlenen. Kijken we naar Praeneste, dan zien we dat de aan die stad verleende municipium-status geen promotie is van civitas naar municipium, maar het terugdraaien van een colonia-status. De stedelingen hadden het Romeinse burgerrecht gekregen maar vonden hun oude rechten aangenamer, waarop keizer Tiberius besloot dat als de goede mensen van Praeneste het geschenk liever niet hadden, hij het hun niet zou opdringen.

    Ik sla de standaardisering van de gemeentewetten, de status van bondgenoot en de belastingvrijstellingen (civitas libera) even over. Ook heb ik het niet over de laatste reddingsboei van de fans van het municipium-idee, het bestaan van “virtuele municipia”: typisch een hulphypothese die niet zou zijn verzonnen als het niet was om een weerlegd idee te handhaven. En dat dus in strijd met het Scheermes van Ockham. Waar het om gaat is dat het hele idee van een municipium-status een fata morgana is.

    Samenvattend

    Vier conclusies zijn relevant.

    1. Het aannemen van een keizerlijke naam betekent niets.
    2. Het is denkbaar dat het Latijnse jargon veranderde en dat de term civitas in de loop van de tweede eeuw werd ingeruild voor municipium, en later voor res publica, zonder dat de juridische status veranderde. Vergelijk het met het Nederlandse woord “departement”, dat steeds meer plaatsmaakt voor “ministerie”.
    3. De status van colonia is wél een reëel gegeven.
    4. Postuleer geen complexe juridische structuren als Romeinse stroopsmeerderij alles verklaart.

    Kortom: zolang er geen bewijs is dat Nijmegen of Voorburg de rang van colonia hebben gekregen, zijn ze altijd gewone gemeentes gebleven.

    Wat waren Nijmegen, Tongeren en Voorburg dan wel?

    Nijmegen, Voorburg of Tongeren waren echter – en dit is belangrijk – wél de voornaamste nederzettingen binnen de gemeente. Hier kwam de gouverneur op bezoek om recht te spreken. Rijke mensen bouwden hier hun stadsvilla’s. Hier stonden de voornaamste tempels. Kooplieden kwamen naar deze nederzettingen omdat ze hun waren konden slijten. Als het bewijsmateriaal uit Italië mag worden geëxtrapoleerd naar de Lage Landen, was er een cyclus van markten, elke weekdag ergens anders.

    Trajanus moet Agrippa zijn

    Tot slot: het stichtingsjaar van Nijmegen. De militaire basis bij Nijmegen lijkt in 19 v.Chr. te zijn ontstaan. Op dat moment moet er een civitas van de Bataven zijn geweest. Nijmegen had in 1982 zijn 2000-jarig bestaan kunnen vieren.

    Dat de stad een standbeeld heeft voor Trajanus, eert iemand die voor Nijmegen niet bijzonder veel heeft gedaan. De gouverneur die in 19 v.Chr. verantwoordelijk was voor het Rijnland en aan wie Nijmegen zijn bestaan heeft te danken, was Agrippa. Het is tijd het beeld van Trajanus te vervangen door iets beters.

    Kunnen we in het volgende decennium dan weer een ander stichtingsjaar verzinnen voor Nijmegen? Dat denk ik niet. De datering van de militaire basis, gebaseerd op munten, is redelijk hard, terwijl onze kennis van het Romeins bestuursrecht in de loop van de twintigste eeuw is gegroeid. Maar misschien is ergens een specialist in Romeins bestuursrecht die kan uitleggen waarom al het bovenstaande onzin is.

    Literatuur

    Fergus Millar, The Roman Emperor (1977)

    PS

    Tongeren beweert al een halve eeuw of zo dat er een inscriptie is die de stad vermeldt als municipium. Dat bewijst, zoals gezegd, niets, maar belangrijker: geen enkele onderzoeker, zelfs de mevrouw die de officiële publicatie deed, heeft de inscriptie ooit gezien. We moeten zo zoetjesaan maar aannemen dat het een vervalsing is.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Was Hadrianus in Voorburg?

    oktober 7, 2022
    De Syro-Fenicische vrouw

    mei 1, 2022
    Limesmoeheid (3)

    december 10, 2017 Deel dit:

    #civitasLibera #colonia #FergusMillar #gemeentewet #Maastricht #municipium #Nijmegen #Praeneste #RomeinsRecht #RomeinseStadsrechten #ScheermesVanOckham #stadsrechten #Tongeren #UlpiaNoviomagus #Voorburg

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.