home.social

#nieuwsbrief112024 — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #nieuwsbrief112024, aggregated by home.social.

  1. 20 projecten krijgen Innovatiebudget Digitale Overheid

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) geeft aan 20 projecten een subsidie vanuit het Innovatiebudget Digitale Overheid. Dit budget van 4 miljoen euro helpt om nieuwe ideeën te realiseren en de digitale dienstverlening van de overheid te verbeteren.

    Diverse projecten

    De innovatieve projecten lossen verschillende problemen op. Een project helpt studenten uit de Cariben met het wegnemen van drempels bij hun overstap naar het Nederlandse onderwijssysteem. Het project Leesplank gaat teksten maken en verzamelen om te laten zien wat er nodig is om taalmodellen voor de overheid te maken. Er zijn 2 projecten die aan de slag gaan met de Woo, en uiteraard zijn er een aantal projecten die de mogelijkheden van AI voor de overheid onderzoeken. Bekijk alle projecten die subsidie kregen.

    Selectieproces

    Er kwamen bijna 60 projectvoorstellen binnen. De voorselectie kon beginnen. Over 9 projecten bestonden twijfels, zij mochten een pitch verzorgen voor de deskundige jury. Deze beoordeelde de projecten op uitvoerbaarheid, schaalbaarheid en hoe vernieuwend de projecten zijn. Ook keken ze naar herbruikbaarheid, de betrokkenheid van gebruikers en het toekomstplan. Na zorgvuldige afweging koos de jury in totaal 20 projecten die aan de slag kunnen met ondersteuning vanuit het Innovatiebudget.

    Samenwerken aan een vraagstuk

    Wil jouw organisatie meewerken aan een van de winnende projecten? Het team van het Innovatiebudget brengt je graag in contact met de initiatiefnemers. Neem contact op via [email protected].

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Innovatie #innovatiebudget #nieuwsbrief112024

  2. 20 projecten krijgen Innovatiebudget Digitale Overheid

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) geeft aan 20 projecten een subsidie vanuit het Innovatiebudget Digitale Overheid. Dit budget van 4 miljoen euro helpt om nieuwe ideeën te realiseren en de digitale dienstverlening van de overheid te verbeteren.

    Diverse projecten

    De innovatieve projecten lossen verschillende problemen op. Een project helpt studenten uit de Cariben met het wegnemen van drempels bij hun overstap naar het Nederlandse onderwijssysteem. Het project Leesplank gaat teksten maken en verzamelen om te laten zien wat er nodig is om taalmodellen voor de overheid te maken. Er zijn 2 projecten die aan de slag gaan met de Woo, en uiteraard zijn er een aantal projecten die de mogelijkheden van AI voor de overheid onderzoeken. Bekijk alle projecten die subsidie kregen.

    Selectieproces

    Er kwamen bijna 60 projectvoorstellen binnen. De voorselectie kon beginnen. Over 9 projecten bestonden twijfels, zij mochten een pitch verzorgen voor de deskundige jury. Deze beoordeelde de projecten op uitvoerbaarheid, schaalbaarheid en hoe vernieuwend de projecten zijn. Ook keken ze naar herbruikbaarheid, de betrokkenheid van gebruikers en het toekomstplan. Na zorgvuldige afweging koos de jury in totaal 20 projecten die aan de slag kunnen met ondersteuning vanuit het Innovatiebudget.

    Samenwerken aan een vraagstuk

    Wil jouw organisatie meewerken aan een van de winnende projecten? Het team van het Innovatiebudget brengt je graag in contact met de initiatiefnemers. Neem contact op via [email protected].

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Innovatie #innovatiebudget #nieuwsbrief112024

  3. 20 projecten krijgen Innovatiebudget Digitale Overheid

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) geeft aan 20 projecten een subsidie vanuit het Innovatiebudget Digitale Overheid. Dit budget van 4 miljoen euro helpt om nieuwe ideeën te realiseren en de digitale dienstverlening van de overheid te verbeteren.

    Diverse projecten

    De innovatieve projecten lossen verschillende problemen op. Een project helpt studenten uit de Cariben met het wegnemen van drempels bij hun overstap naar het Nederlandse onderwijssysteem. Het project Leesplank gaat teksten maken en verzamelen om te laten zien wat er nodig is om taalmodellen voor de overheid te maken. Er zijn 2 projecten die aan de slag gaan met de Woo, en uiteraard zijn er een aantal projecten die de mogelijkheden van AI voor de overheid onderzoeken. Bekijk alle projecten die subsidie kregen.

    Selectieproces

    Er kwamen bijna 60 projectvoorstellen binnen. De voorselectie kon beginnen. Over 9 projecten bestonden twijfels, zij mochten een pitch verzorgen voor de deskundige jury. Deze beoordeelde de projecten op uitvoerbaarheid, schaalbaarheid en hoe vernieuwend de projecten zijn. Ook keken ze naar herbruikbaarheid, de betrokkenheid van gebruikers en het toekomstplan. Na zorgvuldige afweging koos de jury in totaal 20 projecten die aan de slag kunnen met ondersteuning vanuit het Innovatiebudget.

    Samenwerken aan een vraagstuk

    Wil jouw organisatie meewerken aan een van de winnende projecten? Het team van het Innovatiebudget brengt je graag in contact met de initiatiefnemers. Neem contact op via [email protected].

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Innovatie #innovatiebudget #nieuwsbrief112024

  4. 20 projecten krijgen Innovatiebudget Digitale Overheid

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) geeft aan 20 projecten een subsidie vanuit het Innovatiebudget Digitale Overheid. Dit budget van 4 miljoen euro helpt om nieuwe ideeën te realiseren en de digitale dienstverlening van de overheid te verbeteren.

    Diverse projecten

    De innovatieve projecten lossen verschillende problemen op. Een project helpt studenten uit de Cariben met het wegnemen van drempels bij hun overstap naar het Nederlandse onderwijssysteem. Het project Leesplank gaat teksten maken en verzamelen om te laten zien wat er nodig is om taalmodellen voor de overheid te maken. Er zijn 2 projecten die aan de slag gaan met de Woo, en uiteraard zijn er een aantal projecten die de mogelijkheden van AI voor de overheid onderzoeken. Bekijk alle projecten die subsidie kregen.

    Selectieproces

    Er kwamen bijna 60 projectvoorstellen binnen. De voorselectie kon beginnen. Over 9 projecten bestonden twijfels, zij mochten een pitch verzorgen voor de deskundige jury. Deze beoordeelde de projecten op uitvoerbaarheid, schaalbaarheid en hoe vernieuwend de projecten zijn. Ook keken ze naar herbruikbaarheid, de betrokkenheid van gebruikers en het toekomstplan. Na zorgvuldige afweging koos de jury in totaal 20 projecten die aan de slag kunnen met ondersteuning vanuit het Innovatiebudget.

    Samenwerken aan een vraagstuk

    Wil jouw organisatie meewerken aan een van de winnende projecten? Het team van het Innovatiebudget brengt je graag in contact met de initiatiefnemers. Neem contact op via [email protected].

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #Innovatie #innovatiebudget #nieuwsbrief112024

  5. “Met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt”

    Geert-Jan van de Ven, directeur CIP gelooft sterk in de waarde van oefenen om bestuurders en hun organisaties voor te bereiden op een cybercrisis. “Ik kom uit de defensiewereld. Daar gold en geldt het adagium: ’Train as you fight, fight as you train’. Belangrijk, want: Met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt.”

    Toegevoegde waarde oefenen

    Het kan iedere organisatie gebeuren: een hack of bijvoorbeeld een ransomware aanval legt de organisatie lam. Hoewel je nooit precies weet wat en wanneer het gebeurt, kun je je wel voorbereiden. Dat doe je onder andere door te oefenen. De toegevoegde waarde daarvan zit voor Geert-Jan van de Ven onder andere in de mogelijkheid te leren. “In een oefening mag en kun je fouten maken. Natuurlijk doen we dat liever niet, want dat is niet goed voor ons ego.” Dat is een fase waar een organisatie doorheen moet, stelt hij. “In volwassen organisaties zijn fouten vanzelfsprekend. Na een evaluatie leer je daar met elkaar van en word je er sterker van. Maar soms ga je dus de bietenbrug op.”

    Even kennismaken

    Geert-Jan van de Ven is sinds 2022 directeur van het CIP (Centrum voor Informatiebeveiliging en Privacybescherming). Daarvoor was hij CIO bij het Korps Landelijke Politiediensten en het Openbaar Ministerie. Eerder werkte hij in verschillende functies bij het ministerie van Defensie. Geert-Jan was voor zijn overstap naar CIP verantwoordelijk voor het rijksprogramma ‘Hybride werken’ vanuit het ministerie van BZK.

    Met die bietenbrug heeft hij zelf ook ervaring, bijvoorbeeld toen hij vorig jaar deelnam aan de Overheidsbrede Cyberoefening. Van de Ven had de rol van CISO, een rol die hij niet dagelijks uitvoert. “Ik had er vooraf over gesproken met een aantal ervaren CISO’s. Toch stapte ik in een aantal valkuilen waar zij van zeiden: ‘Let op, dat is een traditionele’. Toch ben ik er met open ogen ingestapt.”

    Blinde vlekken

    Oefeningen verhogen de cyberweerbaarheid van organisaties. Van de Ven licht toe waarom oefenen zo belangrijk is. “Allereerst ontdek je tijdens een oefening altijd blinde vlekken. Iedere oefening blijkt er bijvoorbeeld toch weer een blind spot te zijn in het assetmanagement. Dat er toch een exoot is die uit het oog is verloren, maar die wel aan de infrastructuur hangt en waarvan je niet precies weet wat de actuele status is. Het tweede is: oefenen helpt je te bekwamen in het invullen van je rol in een crisisorganisatie. Dat is een vak op zich, dat doen de meesten niet iedere dag.” Ook als team ervaring opdoen in de omgang met een crisis is van belang, benadrukt hij. “Als één lid van het team onervaren is, kun je proberen dat te compenseren. Maar wanneer het allemaal nieuwe mensen zijn, ontdek je liever dat je allemaal onervaren bent tijdens oefenen en trainen, dan dat je daarachter komt tijdens een daadwerkelijke crisis.”

    “Oefenen helpt je te bekwamen in het invullen van je rol in een crisisorganisatie”Geert-Jan van de Ven, Directeur CIP

    Chefsache

    Deelname van bestuurders aan oefeningen is om verschillende redenen belangrijk. “Vaak wordt gedacht: oefenen met een cyberincident of crisis is voor mensen uit de operatie. Maar ICT is niet iets wat je ergens onder in de machinekamer doet; het heeft direct effect op je dienstverlening, de operatie van je organisatie en de inzetbaarheid van je mensen.” Hij geeft voorbeelden van vragen die tijdens een oefening of crisis langs kunnen komen. “Ga ik een bepaalde dienstverlening stopzetten? Stuur ik een aantal mensen naar huis? Ga ik mijn ketenpartners teleurstellen omdat ik ergens een kanaal dichtzet? Dat is chefsache; als bestuurder moet je uiteindelijk de knoop doorhakken en de consequenties overzien.”

    Ruggensteun

    Wat hij bestuurders zou willen aanraden: “Als je het al niet doet, begin om periodiek crisisoefeningen in te bouwen. Die ontdekkingsreis is goed voor alle leden van het team en het vertrouwen onderling. Bovendien, je zult er versteld van staan hoeveel ruggensteun het geeft aan de mensen in de operatie wanneer de bestuurder zelf z’n rol pakt.” Net zoals met veel dingen is het beginnen waarschijnlijk het lastigst. “Na de eerste keer zul je ongetwijfeld schaamrood op de kaken hebben. Dat is niet erg, dat hebben we allemaal wel eens gehad. Maar daarna ga je merken dat het steeds beter gaat en dat het zelfs leuk wordt. Je leert elkaar kennen in dat proces en merkt waar je op elkaar kunt vertrouwen en waar je elkaar nodig hebt.”

    Omgaan met onzekerheid

    Er is altijd een gezonde spanning tussen de operatie en de bestuurder in een oefening en tijdens een crisis, ziet Van de Ven. “Een bestuurder wil antwoorden hebben, maar de operatie zit soms nog met vraagtekens.” Ook dat kun je oefenen: “Omgaan met onzekerheid; als bestuurder een besluit nemen ook al is dat niet met 100 procent actuele of volledige informatie. Daarvoor moet je met elkaar spelen, elkaar leren aanvoelen. Wat is de risk appetite, hoever gaat dat? Hoe is het samenspel binnen een crisisteam; zit je met een privacy-officer of een communicatieadviseur of een CISO aan tafel, en wordt er echt naar hen geluisterd?”

    Doorleven

    Het omgaan met een crisis vraagt om vaardigheden die niet uit een boek te leren zijn. “Pas met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt. Dat is iets wat ik in mijn defensietijd geleerd heb. Defensie is natuurlijk een crisisorganisatie pur sang. De commandovoering vindt in vredestijd op dezelfde wijze plaats als in een crisissituatie. Een commandant is al heel lang gewend om een besluit te nemen met een strak ingeregeld proces. Alle adviseurs krijgen in de besluitvorming ruimte om hun zegje te doen. Dan wordt daarop gereflecteerd en uiteindelijk komt er een integrale keuze. Dat is wat we natuurlijk proberen te stimuleren met een cyberoefening, want daarmee moet je vlieguren maken.”

    CIP ondersteunt overheidsorganisaties

    CIP is een netwerkorganisatie van en voor informatiebeveiligings- en privacyfunctionarissen werkzaam binnen de overheid. Ze zorgt dat beschikbare kennis en ervaring gedeeld wordt, bijvoorbeeld via bijeenkomsten, podcasts en de IB&P-hulp waarin ervaren professionals hulpvragen beantwoorden. En CIP ontwikkelt producten, zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en de ICO-wizard (Inkoopeisen Cybersecurity Overheid). Je vindt er bovendien een aantal crisesgames die CIP ook kan modereren.

    Markant moment

    De Overheidsbrede Cyberoefening helpt om het belang van oefenen steeds weer op de kaart te zetten, vertelt Van de Ven. “Mensen gebruiken het om expliciet aandacht te vragen voor het oefenen. Het is een markant moment. Iedereen weet het, het staat in de agenda. Het is ieder jaar en we doen mee aan de landelijke oefening of doen een eigen variant. Het heeft een magneetwerking.” Ook de bestuurlijke aandacht voor de Overheidsbrede Cyberoefening zet het belang van oefenen verder op de kaart. “Dat maakt dat andere bestuurders denken: wacht even, dit is chefsache. De staatssecretaris heeft al een aantal keren de opening gedaan, de DG zit de crisistafel voor. Dat moet dus ergens over gaan. Die aandacht helpt.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024

  6. “Met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt”

    Geert-Jan van de Ven, directeur CIP gelooft sterk in de waarde van oefenen om bestuurders en hun organisaties voor te bereiden op een cybercrisis. “Ik kom uit de defensiewereld. Daar gold en geldt het adagium: ’Train as you fight, fight as you train’. Belangrijk, want: Met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt.”

    Toegevoegde waarde oefenen

    Het kan iedere organisatie gebeuren: een hack of bijvoorbeeld een ransomware aanval legt de organisatie lam. Hoewel je nooit precies weet wat en wanneer het gebeurt, kun je je wel voorbereiden. Dat doe je onder andere door te oefenen. De toegevoegde waarde daarvan zit voor Geert-Jan van de Ven onder andere in de mogelijkheid te leren. “In een oefening mag en kun je fouten maken. Natuurlijk doen we dat liever niet, want dat is niet goed voor ons ego.” Dat is een fase waar een organisatie doorheen moet, stelt hij. “In volwassen organisaties zijn fouten vanzelfsprekend. Na een evaluatie leer je daar met elkaar van en word je er sterker van. Maar soms ga je dus de bietenbrug op.”

    Even kennismaken

    Geert-Jan van de Ven is sinds 2022 directeur van het CIP (Centrum voor Informatiebeveiliging en Privacybescherming). Daarvoor was hij CIO bij het Korps Landelijke Politiediensten en het Openbaar Ministerie. Eerder werkte hij in verschillende functies bij het ministerie van Defensie. Geert-Jan was voor zijn overstap naar CIP verantwoordelijk voor het rijksprogramma ‘Hybride werken’ vanuit het ministerie van BZK.

    Met die bietenbrug heeft hij zelf ook ervaring, bijvoorbeeld toen hij vorig jaar deelnam aan de Overheidsbrede Cyberoefening. Van de Ven had de rol van CISO, een rol die hij niet dagelijks uitvoert. “Ik had er vooraf over gesproken met een aantal ervaren CISO’s. Toch stapte ik in een aantal valkuilen waar zij van zeiden: ‘Let op, dat is een traditionele’. Toch ben ik er met open ogen ingestapt.”

    Blinde vlekken

    Oefeningen verhogen de cyberweerbaarheid van organisaties. Van de Ven licht toe waarom oefenen zo belangrijk is. “Allereerst ontdek je tijdens een oefening altijd blinde vlekken. Iedere oefening blijkt er bijvoorbeeld toch weer een blind spot te zijn in het assetmanagement. Dat er toch een exoot is die uit het oog is verloren, maar die wel aan de infrastructuur hangt en waarvan je niet precies weet wat de actuele status is. Het tweede is: oefenen helpt je te bekwamen in het invullen van je rol in een crisisorganisatie. Dat is een vak op zich, dat doen de meesten niet iedere dag.” Ook als team ervaring opdoen in de omgang met een crisis is van belang, benadrukt hij. “Als één lid van het team onervaren is, kun je proberen dat te compenseren. Maar wanneer het allemaal nieuwe mensen zijn, ontdek je liever dat je allemaal onervaren bent tijdens oefenen en trainen, dan dat je daarachter komt tijdens een daadwerkelijke crisis.”

    “Oefenen helpt je te bekwamen in het invullen van je rol in een crisisorganisatie”Geert-Jan van de Ven, Directeur CIP

    Chefsache

    Deelname van bestuurders aan oefeningen is om verschillende redenen belangrijk. “Vaak wordt gedacht: oefenen met een cyberincident of crisis is voor mensen uit de operatie. Maar ICT is niet iets wat je ergens onder in de machinekamer doet; het heeft direct effect op je dienstverlening, de operatie van je organisatie en de inzetbaarheid van je mensen.” Hij geeft voorbeelden van vragen die tijdens een oefening of crisis langs kunnen komen. “Ga ik een bepaalde dienstverlening stopzetten? Stuur ik een aantal mensen naar huis? Ga ik mijn ketenpartners teleurstellen omdat ik ergens een kanaal dichtzet? Dat is chefsache; als bestuurder moet je uiteindelijk de knoop doorhakken en de consequenties overzien.”

    Ruggensteun

    Wat hij bestuurders zou willen aanraden: “Als je het al niet doet, begin om periodiek crisisoefeningen in te bouwen. Die ontdekkingsreis is goed voor alle leden van het team en het vertrouwen onderling. Bovendien, je zult er versteld van staan hoeveel ruggensteun het geeft aan de mensen in de operatie wanneer de bestuurder zelf z’n rol pakt.” Net zoals met veel dingen is het beginnen waarschijnlijk het lastigst. “Na de eerste keer zul je ongetwijfeld schaamrood op de kaken hebben. Dat is niet erg, dat hebben we allemaal wel eens gehad. Maar daarna ga je merken dat het steeds beter gaat en dat het zelfs leuk wordt. Je leert elkaar kennen in dat proces en merkt waar je op elkaar kunt vertrouwen en waar je elkaar nodig hebt.”

    Omgaan met onzekerheid

    Er is altijd een gezonde spanning tussen de operatie en de bestuurder in een oefening en tijdens een crisis, ziet Van de Ven. “Een bestuurder wil antwoorden hebben, maar de operatie zit soms nog met vraagtekens.” Ook dat kun je oefenen: “Omgaan met onzekerheid; als bestuurder een besluit nemen ook al is dat niet met 100 procent actuele of volledige informatie. Daarvoor moet je met elkaar spelen, elkaar leren aanvoelen. Wat is de risk appetite, hoever gaat dat? Hoe is het samenspel binnen een crisisteam; zit je met een privacy-officer of een communicatieadviseur of een CISO aan tafel, en wordt er echt naar hen geluisterd?”

    Doorleven

    Het omgaan met een crisis vraagt om vaardigheden die niet uit een boek te leren zijn. “Pas met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt. Dat is iets wat ik in mijn defensietijd geleerd heb. Defensie is natuurlijk een crisisorganisatie pur sang. De commandovoering vindt in vredestijd op dezelfde wijze plaats als in een crisissituatie. Een commandant is al heel lang gewend om een besluit te nemen met een strak ingeregeld proces. Alle adviseurs krijgen in de besluitvorming ruimte om hun zegje te doen. Dan wordt daarop gereflecteerd en uiteindelijk komt er een integrale keuze. Dat is wat we natuurlijk proberen te stimuleren met een cyberoefening, want daarmee moet je vlieguren maken.”

    CIP ondersteunt overheidsorganisaties

    CIP is een netwerkorganisatie van en voor informatiebeveiligings- en privacyfunctionarissen werkzaam binnen de overheid. Ze zorgt dat beschikbare kennis en ervaring gedeeld wordt, bijvoorbeeld via bijeenkomsten, podcasts en de IB&P-hulp waarin ervaren professionals hulpvragen beantwoorden. En CIP ontwikkelt producten, zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en de ICO-wizard (Inkoopeisen Cybersecurity Overheid). Je vindt er bovendien een aantal crisesgames die CIP ook kan modereren.

    Markant moment

    De Overheidsbrede Cyberoefening helpt om het belang van oefenen steeds weer op de kaart te zetten, vertelt Van de Ven. “Mensen gebruiken het om expliciet aandacht te vragen voor het oefenen. Het is een markant moment. Iedereen weet het, het staat in de agenda. Het is ieder jaar en we doen mee aan de landelijke oefening of doen een eigen variant. Het heeft een magneetwerking.” Ook de bestuurlijke aandacht voor de Overheidsbrede Cyberoefening zet het belang van oefenen verder op de kaart. “Dat maakt dat andere bestuurders denken: wacht even, dit is chefsache. De staatssecretaris heeft al een aantal keren de opening gedaan, de DG zit de crisistafel voor. Dat moet dus ergens over gaan. Die aandacht helpt.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024

  7. “Met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt”

    Geert-Jan van de Ven, directeur CIP gelooft sterk in de waarde van oefenen om bestuurders en hun organisaties voor te bereiden op een cybercrisis. “Ik kom uit de defensiewereld. Daar gold en geldt het adagium: ’Train as you fight, fight as you train’. Belangrijk, want: Met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt.”

    Toegevoegde waarde oefenen

    Het kan iedere organisatie gebeuren: een hack of bijvoorbeeld een ransomware aanval legt de organisatie lam. Hoewel je nooit precies weet wat en wanneer het gebeurt, kun je je wel voorbereiden. Dat doe je onder andere door te oefenen. De toegevoegde waarde daarvan zit voor Geert-Jan van de Ven onder andere in de mogelijkheid te leren. “In een oefening mag en kun je fouten maken. Natuurlijk doen we dat liever niet, want dat is niet goed voor ons ego.” Dat is een fase waar een organisatie doorheen moet, stelt hij. “In volwassen organisaties zijn fouten vanzelfsprekend. Na een evaluatie leer je daar met elkaar van en word je er sterker van. Maar soms ga je dus de bietenbrug op.”

    Even kennismaken

    Geert-Jan van de Ven is sinds 2022 directeur van het CIP (Centrum voor Informatiebeveiliging en Privacybescherming). Daarvoor was hij CIO bij het Korps Landelijke Politiediensten en het Openbaar Ministerie. Eerder werkte hij in verschillende functies bij het ministerie van Defensie. Geert-Jan was voor zijn overstap naar CIP verantwoordelijk voor het rijksprogramma ‘Hybride werken’ vanuit het ministerie van BZK.

    Met die bietenbrug heeft hij zelf ook ervaring, bijvoorbeeld toen hij vorig jaar deelnam aan de Overheidsbrede Cyberoefening. Van de Ven had de rol van CISO, een rol die hij niet dagelijks uitvoert. “Ik had er vooraf over gesproken met een aantal ervaren CISO’s. Toch stapte ik in een aantal valkuilen waar zij van zeiden: ‘Let op, dat is een traditionele’. Toch ben ik er met open ogen ingestapt.”

    Blinde vlekken

    Oefeningen verhogen de cyberweerbaarheid van organisaties. Van de Ven licht toe waarom oefenen zo belangrijk is. “Allereerst ontdek je tijdens een oefening altijd blinde vlekken. Iedere oefening blijkt er bijvoorbeeld toch weer een blind spot te zijn in het assetmanagement. Dat er toch een exoot is die uit het oog is verloren, maar die wel aan de infrastructuur hangt en waarvan je niet precies weet wat de actuele status is. Het tweede is: oefenen helpt je te bekwamen in het invullen van je rol in een crisisorganisatie. Dat is een vak op zich, dat doen de meesten niet iedere dag.” Ook als team ervaring opdoen in de omgang met een crisis is van belang, benadrukt hij. “Als één lid van het team onervaren is, kun je proberen dat te compenseren. Maar wanneer het allemaal nieuwe mensen zijn, ontdek je liever dat je allemaal onervaren bent tijdens oefenen en trainen, dan dat je daarachter komt tijdens een daadwerkelijke crisis.”

    “Oefenen helpt je te bekwamen in het invullen van je rol in een crisisorganisatie”Geert-Jan van de Ven, Directeur CIP

    Chefsache

    Deelname van bestuurders aan oefeningen is om verschillende redenen belangrijk. “Vaak wordt gedacht: oefenen met een cyberincident of crisis is voor mensen uit de operatie. Maar ICT is niet iets wat je ergens onder in de machinekamer doet; het heeft direct effect op je dienstverlening, de operatie van je organisatie en de inzetbaarheid van je mensen.” Hij geeft voorbeelden van vragen die tijdens een oefening of crisis langs kunnen komen. “Ga ik een bepaalde dienstverlening stopzetten? Stuur ik een aantal mensen naar huis? Ga ik mijn ketenpartners teleurstellen omdat ik ergens een kanaal dichtzet? Dat is chefsache; als bestuurder moet je uiteindelijk de knoop doorhakken en de consequenties overzien.”

    Ruggensteun

    Wat hij bestuurders zou willen aanraden: “Als je het al niet doet, begin om periodiek crisisoefeningen in te bouwen. Die ontdekkingsreis is goed voor alle leden van het team en het vertrouwen onderling. Bovendien, je zult er versteld van staan hoeveel ruggensteun het geeft aan de mensen in de operatie wanneer de bestuurder zelf z’n rol pakt.” Net zoals met veel dingen is het beginnen waarschijnlijk het lastigst. “Na de eerste keer zul je ongetwijfeld schaamrood op de kaken hebben. Dat is niet erg, dat hebben we allemaal wel eens gehad. Maar daarna ga je merken dat het steeds beter gaat en dat het zelfs leuk wordt. Je leert elkaar kennen in dat proces en merkt waar je op elkaar kunt vertrouwen en waar je elkaar nodig hebt.”

    Omgaan met onzekerheid

    Er is altijd een gezonde spanning tussen de operatie en de bestuurder in een oefening en tijdens een crisis, ziet Van de Ven. “Een bestuurder wil antwoorden hebben, maar de operatie zit soms nog met vraagtekens.” Ook dat kun je oefenen: “Omgaan met onzekerheid; als bestuurder een besluit nemen ook al is dat niet met 100 procent actuele of volledige informatie. Daarvoor moet je met elkaar spelen, elkaar leren aanvoelen. Wat is de risk appetite, hoever gaat dat? Hoe is het samenspel binnen een crisisteam; zit je met een privacy-officer of een communicatieadviseur of een CISO aan tafel, en wordt er echt naar hen geluisterd?”

    Doorleven

    Het omgaan met een crisis vraagt om vaardigheden die niet uit een boek te leren zijn. “Pas met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt. Dat is iets wat ik in mijn defensietijd geleerd heb. Defensie is natuurlijk een crisisorganisatie pur sang. De commandovoering vindt in vredestijd op dezelfde wijze plaats als in een crisissituatie. Een commandant is al heel lang gewend om een besluit te nemen met een strak ingeregeld proces. Alle adviseurs krijgen in de besluitvorming ruimte om hun zegje te doen. Dan wordt daarop gereflecteerd en uiteindelijk komt er een integrale keuze. Dat is wat we natuurlijk proberen te stimuleren met een cyberoefening, want daarmee moet je vlieguren maken.”

    CIP ondersteunt overheidsorganisaties

    CIP is een netwerkorganisatie van en voor informatiebeveiligings- en privacyfunctionarissen werkzaam binnen de overheid. Ze zorgt dat beschikbare kennis en ervaring gedeeld wordt, bijvoorbeeld via bijeenkomsten, podcasts en de IB&P-hulp waarin ervaren professionals hulpvragen beantwoorden. En CIP ontwikkelt producten, zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en de ICO-wizard (Inkoopeisen Cybersecurity Overheid). Je vindt er bovendien een aantal crisesgames die CIP ook kan modereren.

    Markant moment

    De Overheidsbrede Cyberoefening helpt om het belang van oefenen steeds weer op de kaart te zetten, vertelt Van de Ven. “Mensen gebruiken het om expliciet aandacht te vragen voor het oefenen. Het is een markant moment. Iedereen weet het, het staat in de agenda. Het is ieder jaar en we doen mee aan de landelijke oefening of doen een eigen variant. Het heeft een magneetwerking.” Ook de bestuurlijke aandacht voor de Overheidsbrede Cyberoefening zet het belang van oefenen verder op de kaart. “Dat maakt dat andere bestuurders denken: wacht even, dit is chefsache. De staatssecretaris heeft al een aantal keren de opening gedaan, de DG zit de crisistafel voor. Dat moet dus ergens over gaan. Die aandacht helpt.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024

  8. “Met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt”

    Geert-Jan van de Ven, directeur CIP gelooft sterk in de waarde van oefenen om bestuurders en hun organisaties voor te bereiden op een cybercrisis. “Ik kom uit de defensiewereld. Daar gold en geldt het adagium: ’Train as you fight, fight as you train’. Belangrijk, want: Met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt.”

    Toegevoegde waarde oefenen

    Het kan iedere organisatie gebeuren: een hack of bijvoorbeeld een ransomware aanval legt de organisatie lam. Hoewel je nooit precies weet wat en wanneer het gebeurt, kun je je wel voorbereiden. Dat doe je onder andere door te oefenen. De toegevoegde waarde daarvan zit voor Geert-Jan van de Ven onder andere in de mogelijkheid te leren. “In een oefening mag en kun je fouten maken. Natuurlijk doen we dat liever niet, want dat is niet goed voor ons ego.” Dat is een fase waar een organisatie doorheen moet, stelt hij. “In volwassen organisaties zijn fouten vanzelfsprekend. Na een evaluatie leer je daar met elkaar van en word je er sterker van. Maar soms ga je dus de bietenbrug op.”

    Even kennismaken

    Geert-Jan van de Ven is sinds 2022 directeur van het CIP (Centrum voor Informatiebeveiliging en Privacybescherming). Daarvoor was hij CIO bij het Korps Landelijke Politiediensten en het Openbaar Ministerie. Eerder werkte hij in verschillende functies bij het ministerie van Defensie. Geert-Jan was voor zijn overstap naar CIP verantwoordelijk voor het rijksprogramma ‘Hybride werken’ vanuit het ministerie van BZK.

    Met die bietenbrug heeft hij zelf ook ervaring, bijvoorbeeld toen hij vorig jaar deelnam aan de Overheidsbrede Cyberoefening. Van de Ven had de rol van CISO, een rol die hij niet dagelijks uitvoert. “Ik had er vooraf over gesproken met een aantal ervaren CISO’s. Toch stapte ik in een aantal valkuilen waar zij van zeiden: ‘Let op, dat is een traditionele’. Toch ben ik er met open ogen ingestapt.”

    Blinde vlekken

    Oefeningen verhogen de cyberweerbaarheid van organisaties. Van de Ven licht toe waarom oefenen zo belangrijk is. “Allereerst ontdek je tijdens een oefening altijd blinde vlekken. Iedere oefening blijkt er bijvoorbeeld toch weer een blind spot te zijn in het assetmanagement. Dat er toch een exoot is die uit het oog is verloren, maar die wel aan de infrastructuur hangt en waarvan je niet precies weet wat de actuele status is. Het tweede is: oefenen helpt je te bekwamen in het invullen van je rol in een crisisorganisatie. Dat is een vak op zich, dat doen de meesten niet iedere dag.” Ook als team ervaring opdoen in de omgang met een crisis is van belang, benadrukt hij. “Als één lid van het team onervaren is, kun je proberen dat te compenseren. Maar wanneer het allemaal nieuwe mensen zijn, ontdek je liever dat je allemaal onervaren bent tijdens oefenen en trainen, dan dat je daarachter komt tijdens een daadwerkelijke crisis.”

    “Oefenen helpt je te bekwamen in het invullen van je rol in een crisisorganisatie”Geert-Jan van de Ven, Directeur CIP

    Chefsache

    Deelname van bestuurders aan oefeningen is om verschillende redenen belangrijk. “Vaak wordt gedacht: oefenen met een cyberincident of crisis is voor mensen uit de operatie. Maar ICT is niet iets wat je ergens onder in de machinekamer doet; het heeft direct effect op je dienstverlening, de operatie van je organisatie en de inzetbaarheid van je mensen.” Hij geeft voorbeelden van vragen die tijdens een oefening of crisis langs kunnen komen. “Ga ik een bepaalde dienstverlening stopzetten? Stuur ik een aantal mensen naar huis? Ga ik mijn ketenpartners teleurstellen omdat ik ergens een kanaal dichtzet? Dat is chefsache; als bestuurder moet je uiteindelijk de knoop doorhakken en de consequenties overzien.”

    Ruggensteun

    Wat hij bestuurders zou willen aanraden: “Als je het al niet doet, begin om periodiek crisisoefeningen in te bouwen. Die ontdekkingsreis is goed voor alle leden van het team en het vertrouwen onderling. Bovendien, je zult er versteld van staan hoeveel ruggensteun het geeft aan de mensen in de operatie wanneer de bestuurder zelf z’n rol pakt.” Net zoals met veel dingen is het beginnen waarschijnlijk het lastigst. “Na de eerste keer zul je ongetwijfeld schaamrood op de kaken hebben. Dat is niet erg, dat hebben we allemaal wel eens gehad. Maar daarna ga je merken dat het steeds beter gaat en dat het zelfs leuk wordt. Je leert elkaar kennen in dat proces en merkt waar je op elkaar kunt vertrouwen en waar je elkaar nodig hebt.”

    Omgaan met onzekerheid

    Er is altijd een gezonde spanning tussen de operatie en de bestuurder in een oefening en tijdens een crisis, ziet Van de Ven. “Een bestuurder wil antwoorden hebben, maar de operatie zit soms nog met vraagtekens.” Ook dat kun je oefenen: “Omgaan met onzekerheid; als bestuurder een besluit nemen ook al is dat niet met 100 procent actuele of volledige informatie. Daarvoor moet je met elkaar spelen, elkaar leren aanvoelen. Wat is de risk appetite, hoever gaat dat? Hoe is het samenspel binnen een crisisteam; zit je met een privacy-officer of een communicatieadviseur of een CISO aan tafel, en wordt er echt naar hen geluisterd?”

    Doorleven

    Het omgaan met een crisis vraagt om vaardigheden die niet uit een boek te leren zijn. “Pas met het doorleven van een crisis ervaar je waar het spannend wordt. Dat is iets wat ik in mijn defensietijd geleerd heb. Defensie is natuurlijk een crisisorganisatie pur sang. De commandovoering vindt in vredestijd op dezelfde wijze plaats als in een crisissituatie. Een commandant is al heel lang gewend om een besluit te nemen met een strak ingeregeld proces. Alle adviseurs krijgen in de besluitvorming ruimte om hun zegje te doen. Dan wordt daarop gereflecteerd en uiteindelijk komt er een integrale keuze. Dat is wat we natuurlijk proberen te stimuleren met een cyberoefening, want daarmee moet je vlieguren maken.”

    CIP ondersteunt overheidsorganisaties

    CIP is een netwerkorganisatie van en voor informatiebeveiligings- en privacyfunctionarissen werkzaam binnen de overheid. Ze zorgt dat beschikbare kennis en ervaring gedeeld wordt, bijvoorbeeld via bijeenkomsten, podcasts en de IB&P-hulp waarin ervaren professionals hulpvragen beantwoorden. En CIP ontwikkelt producten, zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en de ICO-wizard (Inkoopeisen Cybersecurity Overheid). Je vindt er bovendien een aantal crisesgames die CIP ook kan modereren.

    Markant moment

    De Overheidsbrede Cyberoefening helpt om het belang van oefenen steeds weer op de kaart te zetten, vertelt Van de Ven. “Mensen gebruiken het om expliciet aandacht te vragen voor het oefenen. Het is een markant moment. Iedereen weet het, het staat in de agenda. Het is ieder jaar en we doen mee aan de landelijke oefening of doen een eigen variant. Het heeft een magneetwerking.” Ook de bestuurlijke aandacht voor de Overheidsbrede Cyberoefening zet het belang van oefenen verder op de kaart. “Dat maakt dat andere bestuurders denken: wacht even, dit is chefsache. De staatssecretaris heeft al een aantal keren de opening gedaan, de DG zit de crisistafel voor. Dat moet dus ergens over gaan. Die aandacht helpt.”

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024

  9. Europese samenwerking voor digitale gemeenschapsgoederen

    Op 14 juni kondigden Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland aan dat ze een nieuw Europees initiatief willen oprichten. Het gaat om een zogenoemd European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) op het gebied van digitale gemeenschapsgoederen (digital commons). Dit is een samenwerkingsverband dat zich richt op de ontwikkeling, het onderhoud en de uitbreiding van digitale gemeenschapsgoederen in Europa.

    Wat zijn Digital Commons?

    Kenmerkend voor digitale gemeenschapsgoederen zijn het gedeelde eigendom en een specifieke beheers- en onderhoudsstructuur. Voorbeelden van digitale gemeenschapsgoederen zijn open source software en hardware, open data, open onderwijsmaterialen en open standaarden.

    Digitale gemeenschapsgoederen zijn open, transparant en in gemeenschappelijkheid ontstaan. Zij zijn daardoor een alternatief voor bestaande niet-waardengedreven aanbieders.

    Waarom is dit belangrijk?

    Door samen te werken aan digitale gemeenschapsgoederen kunnen Europese landen hun digitale soevereiniteit versterken. Daarnaast kunnen ze de digitale wereld vormgeven op een manier die aansluit bij Europese waarden zoals privacy, transparantie en gelijkheid. Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland bundelen hun krachten om dit belangrijke werk te ondersteunen en te bevorderen.

    Wat gaat de Digital Commons EDIC doen?

    Het Digital Commons EDIC wil bestaande initiatieven coördineren en ondersteuning bieden aan de Europese gemeenschap. Dit gaat om technische bijstand, juridische hulp en ondersteuning bij fondsenwerving voor projecten. Een van de belangrijkste activiteiten is het opzetten van een centrale plek (een fysieke plek én online platform) waar projecten terecht kunnen voor hulp. De komende maanden gaan de deelnemende landen verder werken aan de oprichting van het Digital Commons EDIC en een officiële aanvraag indienen bij de Europese Commissie.

    Online bijeenkomst

    Op dinsdag 2 juli van 16.00 tot 17.00 uur organiseert het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) een online bijeenkomst over het Digital Commons EDIC. Tijdens deze bijeenkomst geeft de projectleider een update over de plannen en het vervolgproces. Daarnaast wil BZK graag in gesprek over de toekomstige participatie van het Digital Commons EDIC. Wat zijn de criteria en waar moeten projecten aan voldoen? Iedereen is welkom om zijn of haar ideeën te delen. Die worden meegenomen in het verdere proces.

    Aanmelden kan eenvoudig via de website.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitalCommens #nieuwsbrief112024 #openSource

  10. Europese samenwerking voor digitale gemeenschapsgoederen

    Op 14 juni kondigden Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland aan dat ze een nieuw Europees initiatief willen oprichten. Het gaat om een zogenoemd European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) op het gebied van digitale gemeenschapsgoederen (digital commons). Dit is een samenwerkingsverband dat zich richt op de ontwikkeling, het onderhoud en de uitbreiding van digitale gemeenschapsgoederen in Europa.

    Wat zijn Digital Commons?

    Kenmerkend voor digitale gemeenschapsgoederen zijn het gedeelde eigendom en een specifieke beheers- en onderhoudsstructuur. Voorbeelden van digitale gemeenschapsgoederen zijn open source software en hardware, open data, open onderwijsmaterialen en open standaarden.

    Digitale gemeenschapsgoederen zijn open, transparant en in gemeenschappelijkheid ontstaan. Zij zijn daardoor een alternatief voor bestaande niet-waardengedreven aanbieders.

    Waarom is dit belangrijk?

    Door samen te werken aan digitale gemeenschapsgoederen kunnen Europese landen hun digitale soevereiniteit versterken. Daarnaast kunnen ze de digitale wereld vormgeven op een manier die aansluit bij Europese waarden zoals privacy, transparantie en gelijkheid. Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland bundelen hun krachten om dit belangrijke werk te ondersteunen en te bevorderen.

    Wat gaat de Digital Commons EDIC doen?

    Het Digital Commons EDIC wil bestaande initiatieven coördineren en ondersteuning bieden aan de Europese gemeenschap. Dit gaat om technische bijstand, juridische hulp en ondersteuning bij fondsenwerving voor projecten. Een van de belangrijkste activiteiten is het opzetten van een centrale plek (een fysieke plek én online platform) waar projecten terecht kunnen voor hulp. De komende maanden gaan de deelnemende landen verder werken aan de oprichting van het Digital Commons EDIC en een officiële aanvraag indienen bij de Europese Commissie.

    Online bijeenkomst

    Op dinsdag 2 juli van 16.00 tot 17.00 uur organiseert het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) een online bijeenkomst over het Digital Commons EDIC. Tijdens deze bijeenkomst geeft de projectleider een update over de plannen en het vervolgproces. Daarnaast wil BZK graag in gesprek over de toekomstige participatie van het Digital Commons EDIC. Wat zijn de criteria en waar moeten projecten aan voldoen? Iedereen is welkom om zijn of haar ideeën te delen. Die worden meegenomen in het verdere proces.

    Aanmelden kan eenvoudig via de website.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitalCommens #nieuwsbrief112024 #openSource

  11. Europese samenwerking voor digitale gemeenschapsgoederen

    Op 14 juni kondigden Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland aan dat ze een nieuw Europees initiatief willen oprichten. Het gaat om een zogenoemd European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) op het gebied van digitale gemeenschapsgoederen (digital commons). Dit is een samenwerkingsverband dat zich richt op de ontwikkeling, het onderhoud en de uitbreiding van digitale gemeenschapsgoederen in Europa.

    Wat zijn Digital Commons?

    Kenmerkend voor digitale gemeenschapsgoederen zijn het gedeelde eigendom en een specifieke beheers- en onderhoudsstructuur. Voorbeelden van digitale gemeenschapsgoederen zijn open source software en hardware, open data, open onderwijsmaterialen en open standaarden.

    Digitale gemeenschapsgoederen zijn open, transparant en in gemeenschappelijkheid ontstaan. Zij zijn daardoor een alternatief voor bestaande niet-waardengedreven aanbieders.

    Waarom is dit belangrijk?

    Door samen te werken aan digitale gemeenschapsgoederen kunnen Europese landen hun digitale soevereiniteit versterken. Daarnaast kunnen ze de digitale wereld vormgeven op een manier die aansluit bij Europese waarden zoals privacy, transparantie en gelijkheid. Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland bundelen hun krachten om dit belangrijke werk te ondersteunen en te bevorderen.

    Wat gaat de Digital Commons EDIC doen?

    Het Digital Commons EDIC wil bestaande initiatieven coördineren en ondersteuning bieden aan de Europese gemeenschap. Dit gaat om technische bijstand, juridische hulp en ondersteuning bij fondsenwerving voor projecten. Een van de belangrijkste activiteiten is het opzetten van een centrale plek (een fysieke plek én online platform) waar projecten terecht kunnen voor hulp. De komende maanden gaan de deelnemende landen verder werken aan de oprichting van het Digital Commons EDIC en een officiële aanvraag indienen bij de Europese Commissie.

    Online bijeenkomst

    Op dinsdag 2 juli van 16.00 tot 17.00 uur organiseert het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) een online bijeenkomst over het Digital Commons EDIC. Tijdens deze bijeenkomst geeft de projectleider een update over de plannen en het vervolgproces. Daarnaast wil BZK graag in gesprek over de toekomstige participatie van het Digital Commons EDIC. Wat zijn de criteria en waar moeten projecten aan voldoen? Iedereen is welkom om zijn of haar ideeën te delen. Die worden meegenomen in het verdere proces.

    Aanmelden kan eenvoudig via de website.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitalCommens #nieuwsbrief112024 #openSource

  12. Europese samenwerking voor digitale gemeenschapsgoederen

    Op 14 juni kondigden Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland aan dat ze een nieuw Europees initiatief willen oprichten. Het gaat om een zogenoemd European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) op het gebied van digitale gemeenschapsgoederen (digital commons). Dit is een samenwerkingsverband dat zich richt op de ontwikkeling, het onderhoud en de uitbreiding van digitale gemeenschapsgoederen in Europa.

    Wat zijn Digital Commons?

    Kenmerkend voor digitale gemeenschapsgoederen zijn het gedeelde eigendom en een specifieke beheers- en onderhoudsstructuur. Voorbeelden van digitale gemeenschapsgoederen zijn open source software en hardware, open data, open onderwijsmaterialen en open standaarden.

    Digitale gemeenschapsgoederen zijn open, transparant en in gemeenschappelijkheid ontstaan. Zij zijn daardoor een alternatief voor bestaande niet-waardengedreven aanbieders.

    Waarom is dit belangrijk?

    Door samen te werken aan digitale gemeenschapsgoederen kunnen Europese landen hun digitale soevereiniteit versterken. Daarnaast kunnen ze de digitale wereld vormgeven op een manier die aansluit bij Europese waarden zoals privacy, transparantie en gelijkheid. Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland bundelen hun krachten om dit belangrijke werk te ondersteunen en te bevorderen.

    Wat gaat de Digital Commons EDIC doen?

    Het Digital Commons EDIC wil bestaande initiatieven coördineren en ondersteuning bieden aan de Europese gemeenschap. Dit gaat om technische bijstand, juridische hulp en ondersteuning bij fondsenwerving voor projecten. Een van de belangrijkste activiteiten is het opzetten van een centrale plek (een fysieke plek én online platform) waar projecten terecht kunnen voor hulp. De komende maanden gaan de deelnemende landen verder werken aan de oprichting van het Digital Commons EDIC en een officiële aanvraag indienen bij de Europese Commissie.

    Online bijeenkomst

    Op dinsdag 2 juli van 16.00 tot 17.00 uur organiseert het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) een online bijeenkomst over het Digital Commons EDIC. Tijdens deze bijeenkomst geeft de projectleider een update over de plannen en het vervolgproces. Daarnaast wil BZK graag in gesprek over de toekomstige participatie van het Digital Commons EDIC. Wat zijn de criteria en waar moeten projecten aan voldoen? Iedereen is welkom om zijn of haar ideeën te delen. Die worden meegenomen in het verdere proces.

    Aanmelden kan eenvoudig via de website.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitalCommens #nieuwsbrief112024 #openSource

  13. Europese samenwerking voor digitale gemeenschapsgoederen

    Op 14 juni kondigden Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland aan dat ze een nieuw Europees initiatief willen oprichten. Het gaat om een zogenoemd European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) op het gebied van digitale gemeenschapsgoederen (digital commons). Dit is een samenwerkingsverband dat zich richt op de ontwikkeling, het onderhoud en de uitbreiding van digitale gemeenschapsgoederen in Europa.

    Wat zijn Digital Commons?

    Kenmerkend voor digitale gemeenschapsgoederen zijn het gedeelde eigendom en een specifieke beheers- en onderhoudsstructuur. Voorbeelden van digitale gemeenschapsgoederen zijn open source software en hardware, open data, open onderwijsmaterialen en open standaarden.

    Digitale gemeenschapsgoederen zijn open, transparant en in gemeenschappelijkheid ontstaan. Zij zijn daardoor een alternatief voor bestaande niet-waardengedreven aanbieders.

    Waarom is dit belangrijk?

    Door samen te werken aan digitale gemeenschapsgoederen kunnen Europese landen hun digitale soevereiniteit versterken. Daarnaast kunnen ze de digitale wereld vormgeven op een manier die aansluit bij Europese waarden zoals privacy, transparantie en gelijkheid. Nederland, Frankrijk, Estland en Duitsland bundelen hun krachten om dit belangrijke werk te ondersteunen en te bevorderen.

    Wat gaat de Digital Commons EDIC doen?

    Het Digital Commons EDIC wil bestaande initiatieven coördineren en ondersteuning bieden aan de Europese gemeenschap. Dit gaat om technische bijstand, juridische hulp en ondersteuning bij fondsenwerving voor projecten. Een van de belangrijkste activiteiten is het opzetten van een centrale plek (een fysieke plek én online platform) waar projecten terecht kunnen voor hulp. De komende maanden gaan de deelnemende landen verder werken aan de oprichting van het Digital Commons EDIC en een officiële aanvraag indienen bij de Europese Commissie.

    Online bijeenkomst

    Op dinsdag 2 juli van 16.00 tot 17.00 uur organiseert het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) een online bijeenkomst over het Digital Commons EDIC. Tijdens deze bijeenkomst geeft de projectleider een update over de plannen en het vervolgproces. Daarnaast wil BZK graag in gesprek over de toekomstige participatie van het Digital Commons EDIC. Wat zijn de criteria en waar moeten projecten aan voldoen? Iedereen is welkom om zijn of haar ideeën te delen. Die worden meegenomen in het verdere proces.

    Aanmelden kan eenvoudig via de website.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #digitalCommens #nieuwsbrief112024 #openSource

  14. Stelsel Toegang: wat dienstverleners kunnen verwachten

    De Wet digitale overheid (Wdo) vormt de basis voor het nieuwe toegangsstelsel, dat de bestaande systemen van DigiD, eHerkenning en eIDAS samenbrengt. Met deze wet wordt een nieuwe, toekomstbestendige basis gelegd voor veilige digitale diensten. Hoe gaat het met de ontwikkeling? En wat is de noodzaak ervan? Pascal Zeelen, programmamanager Stelsel Toegang, en Mark Arts, projectleider implementatie voor het Stelsel Toegang beantwoorden 6 veelgestelde vragen.

    Pascal, jij bent gestart toen het eerste deel van de Wdo in werking trad. Hoe kijk jij hierop terug?

    Zeelen: “Ik heb de opdracht het nieuwe Stelsel Toegang te realiseren en implementeren. In dat stelsel bundelen we bestaande onderdelen zoals DigiD, eIDAS, eHerkenning en creëren we ruimte om nieuwe elementen op een snelle en eenvoudige manier toe te voegen. Denk daarbij aan voorzieningen rondom machtigen en vertegenwoordigen, maar ook de opname van private inlogmiddelen die in de toekomst kunnen worden erkend.”

    “Het doel van de Wdo is ervoor te zorgen dat iedereen veilig en betrouwbaar toegang heeft tot de digitale diensten van de overheid, nu en in de toekomst. We delen steeds meer privégegevens online. Daarom stelt de overheid strengere eisen aan de toegang tot overheidsdienstverlening. Dit doen we door alleen erkende inlogmiddelen met het juiste betrouwbaarheidsniveau toe te staan. Naast publieke inlogmiddelen is er ook ruimte voor erkende private inlogmiddelen. Het toegangsstelsel wordt hierdoor overzichtelijker, dienstverleners hoeven zich maar op één systeem aan te sluiten voor zowel burgers als bedrijven, en breder, met zowel publieke als private middelen. Het nieuwe stelsel lost niet alles op binnen de Wdo, maar is wel een belangrijk onderdeel om de Wdo vorm te geven.”

    Het samenvoegen van systemen, hogere betrouwbaarheidsniveaus en mogelijk private partijen erbij betrekken; dat klinkt ingewikkeld. Hoe pakken jullie dat aan?

    Zeelen: “Het is inderdaad een complexe klus waar veel partijen bij betrokken zijn. Vorig jaar zijn we begonnen de 3 belangrijkste functies te onderscheiden die het systeem gaat bieden: inloggen voor jezelf, inloggen namens iemand anders en inloggen namens een bedrijf of organisatie. Op basis daarvan hebben we gekeken naar wat er nodig is om deze functies volgens de nieuwe wet te kunnen aanbieden. Parallel aan de ontwikkeling van nieuwe onderdelen – zoals een centraal koppelvlak en een dienst voor ouderlijk gezag en wettelijke vertegenwoordiging – zijn we begonnen met de voorbereidingen voor de implementatie. We doen dit stap voor stap en maken gebruik van onderdelen die al beschikbaar zijn. Dit implementatieplan houdt rekening met de verschillen tussen sectoren en dienstverleners. Zo voorkomen we dat dienstverleners moeten wachten tot alles helemaal af is. Dienstverleners die alvast willen beginnen met voorbereiden, kunnen dat binnenkort doen.”

    “Het nieuwe stelsel zorgt ervoor dat burgers en bedrijven veiliger en betrouwbaarder toegang hebben tot de digitale diensten van de overheid.”Pascal Zeelen, Programmamanager Stelsel Toegang

    Wat zijn op dit moment de uitdagingen binnen het traject?

    Zeelen: “We zijn nu vooral bezig met het regelen van het machtigen en vertegenwoordigen, en hoe we dat voor iedereen toegankelijk kunnen maken binnen het stelsel. Daar is grote behoefte aan. Het gaat daarbij niet alleen om de techniek, maar ook om ervoor te zorgen dat dienstverleners klaar zijn om het te gebruiken. En andersom, wij moeten een beeld hebben van wat dienstverleners nodig hebben en daar rekening mee houden bij de ontwikkeling.”

    “Als het gaat om de implementatie, hebben we met veel verschillende dienstverleners te maken. Iedereen heeft zijn eigen taken, digitale diensten, organisatie en technische infrastructuur. We willen het voor de dienstverleners zo makkelijk mogelijk maken om op het systeem aan te sluiten en ook aangesloten te blijven. Daarbij proberen we een goede balans te vinden tussen uniformiteit en maatwerk.”

    Mark, jij bent sinds begin dit jaar betrokken als implementatiemanager van het Toegangsstelsel. Wat houdt jouw werk in?

    Arts: “Ik richt me op een brede invoering van het stelsel, zodat het gebruikt wordt zoals we dat voor ogen hebben. Het nieuwe stelsel zorgt ervoor dat burgers en bedrijven veiliger en betrouwbaarder toegang hebben tot digitale diensten van de overheid. En dat het voor dienstverleners zo makkelijk mogelijk is om aan de nieuwe regels te voldoen.”

    “Daarom ben ik begonnen met gesprekken met dienstverleners of hun vertegenwoordigers. Hoewel we nog niet precies weten hoe het aansluitproces eruit gaat zien, kunnen we wel al samen verkennen wat er speelt, welke vragen er zijn en waar we meer maatwerk nodig hebben. Uit die gesprekken blijkt dat er veel verschil is: sommige partijen doen veel zelf, anderen schakelen een ICT-leverancier of tussenpersoon in. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Dat bevestigt ons voornemen om een implementatieplan te maken met ruimte voor die verschillen.”

    “Het gaat niet alleen om de techniek, maar ook om de services en processen daar omheen”Mark Arts, Projectleider implementatie voor het Stelsel Toegang

    Wat kunnen dienstverleners de komende tijd verwachten?

    Arts: “Uit de eerste gesprekken blijkt dat er veel behoefte is aan informatie zodat dienstverleners de impact van het nieuwe stelsel kunnen inschatten. Het implementatieteam gaat daarmee aan de slag. We hebben al een goed beeld van de vragen die er zijn. Waar nodig gaan we opnieuw in gesprek met dienstverleners om dieper op zaken in te gaan. Tegelijkertijd gaan we aan de slag met het beantwoorden van vragen. Sommige vragen zijn specifiek voor bepaalde dienstverleners, maar als de informatie ook voor anderen relevant is, zorgen we ervoor dat die breed beschikbaar komt.”

    Hoe blijven lezers op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen rondom het Stelsel Toegang?

    Arts: “Actuele informatie en veelgestelde vragen staan op DigitaleOverheid.nl. Daarnaast hebben we periodieke overleggen – waaronder de stuurgroep en stakeholdersoverleg – waar veel dienstverleners en sectoren vertegenwoordigd zijn.”
    Voor specifieke vragen kunnen dienstverleners contact opnemen via de mailbox digitale toegang: [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024 #StelselToegang #wdo

  15. Stelsel Toegang: wat dienstverleners kunnen verwachten

    De Wet digitale overheid (Wdo) vormt de basis voor het nieuwe toegangsstelsel, dat de bestaande systemen van DigiD, eHerkenning en eIDAS samenbrengt. Met deze wet wordt een nieuwe, toekomstbestendige basis gelegd voor veilige digitale diensten. Hoe gaat het met de ontwikkeling? En wat is de noodzaak ervan? Pascal Zeelen, programmamanager Stelsel Toegang, en Mark Arts, projectleider implementatie voor het Stelsel Toegang beantwoorden 6 veelgestelde vragen.

    Pascal, jij bent gestart toen het eerste deel van de Wdo in werking trad. Hoe kijk jij hierop terug?

    Zeelen: “Ik heb de opdracht het nieuwe Stelsel Toegang te realiseren en implementeren. In dat stelsel bundelen we bestaande onderdelen zoals DigiD, eIDAS, eHerkenning en creëren we ruimte om nieuwe elementen op een snelle en eenvoudige manier toe te voegen. Denk daarbij aan voorzieningen rondom machtigen en vertegenwoordigen, maar ook de opname van private inlogmiddelen die in de toekomst kunnen worden erkend.”

    “Het doel van de Wdo is ervoor te zorgen dat iedereen veilig en betrouwbaar toegang heeft tot de digitale diensten van de overheid, nu en in de toekomst. We delen steeds meer privégegevens online. Daarom stelt de overheid strengere eisen aan de toegang tot overheidsdienstverlening. Dit doen we door alleen erkende inlogmiddelen met het juiste betrouwbaarheidsniveau toe te staan. Naast publieke inlogmiddelen is er ook ruimte voor erkende private inlogmiddelen. Het toegangsstelsel wordt hierdoor overzichtelijker, dienstverleners hoeven zich maar op één systeem aan te sluiten voor zowel burgers als bedrijven, en breder, met zowel publieke als private middelen. Het nieuwe stelsel lost niet alles op binnen de Wdo, maar is wel een belangrijk onderdeel om de Wdo vorm te geven.”

    Het samenvoegen van systemen, hogere betrouwbaarheidsniveaus en mogelijk private partijen erbij betrekken; dat klinkt ingewikkeld. Hoe pakken jullie dat aan?

    Zeelen: “Het is inderdaad een complexe klus waar veel partijen bij betrokken zijn. Vorig jaar zijn we begonnen de 3 belangrijkste functies te onderscheiden die het systeem gaat bieden: inloggen voor jezelf, inloggen namens iemand anders en inloggen namens een bedrijf of organisatie. Op basis daarvan hebben we gekeken naar wat er nodig is om deze functies volgens de nieuwe wet te kunnen aanbieden. Parallel aan de ontwikkeling van nieuwe onderdelen – zoals een centraal koppelvlak en een dienst voor ouderlijk gezag en wettelijke vertegenwoordiging – zijn we begonnen met de voorbereidingen voor de implementatie. We doen dit stap voor stap en maken gebruik van onderdelen die al beschikbaar zijn. Dit implementatieplan houdt rekening met de verschillen tussen sectoren en dienstverleners. Zo voorkomen we dat dienstverleners moeten wachten tot alles helemaal af is. Dienstverleners die alvast willen beginnen met voorbereiden, kunnen dat binnenkort doen.”

    “Het nieuwe stelsel zorgt ervoor dat burgers en bedrijven veiliger en betrouwbaarder toegang hebben tot de digitale diensten van de overheid.”Pascal Zeelen, Programmamanager Stelsel Toegang

    Wat zijn op dit moment de uitdagingen binnen het traject?

    Zeelen: “We zijn nu vooral bezig met het regelen van het machtigen en vertegenwoordigen, en hoe we dat voor iedereen toegankelijk kunnen maken binnen het stelsel. Daar is grote behoefte aan. Het gaat daarbij niet alleen om de techniek, maar ook om ervoor te zorgen dat dienstverleners klaar zijn om het te gebruiken. En andersom, wij moeten een beeld hebben van wat dienstverleners nodig hebben en daar rekening mee houden bij de ontwikkeling.”

    “Als het gaat om de implementatie, hebben we met veel verschillende dienstverleners te maken. Iedereen heeft zijn eigen taken, digitale diensten, organisatie en technische infrastructuur. We willen het voor de dienstverleners zo makkelijk mogelijk maken om op het systeem aan te sluiten en ook aangesloten te blijven. Daarbij proberen we een goede balans te vinden tussen uniformiteit en maatwerk.”

    Mark, jij bent sinds begin dit jaar betrokken als implementatiemanager van het Toegangsstelsel. Wat houdt jouw werk in?

    Arts: “Ik richt me op een brede invoering van het stelsel, zodat het gebruikt wordt zoals we dat voor ogen hebben. Het nieuwe stelsel zorgt ervoor dat burgers en bedrijven veiliger en betrouwbaarder toegang hebben tot digitale diensten van de overheid. En dat het voor dienstverleners zo makkelijk mogelijk is om aan de nieuwe regels te voldoen.”

    “Daarom ben ik begonnen met gesprekken met dienstverleners of hun vertegenwoordigers. Hoewel we nog niet precies weten hoe het aansluitproces eruit gaat zien, kunnen we wel al samen verkennen wat er speelt, welke vragen er zijn en waar we meer maatwerk nodig hebben. Uit die gesprekken blijkt dat er veel verschil is: sommige partijen doen veel zelf, anderen schakelen een ICT-leverancier of tussenpersoon in. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Dat bevestigt ons voornemen om een implementatieplan te maken met ruimte voor die verschillen.”

    “Het gaat niet alleen om de techniek, maar ook om de services en processen daar omheen”Mark Arts, Projectleider implementatie voor het Stelsel Toegang

    Wat kunnen dienstverleners de komende tijd verwachten?

    Arts: “Uit de eerste gesprekken blijkt dat er veel behoefte is aan informatie zodat dienstverleners de impact van het nieuwe stelsel kunnen inschatten. Het implementatieteam gaat daarmee aan de slag. We hebben al een goed beeld van de vragen die er zijn. Waar nodig gaan we opnieuw in gesprek met dienstverleners om dieper op zaken in te gaan. Tegelijkertijd gaan we aan de slag met het beantwoorden van vragen. Sommige vragen zijn specifiek voor bepaalde dienstverleners, maar als de informatie ook voor anderen relevant is, zorgen we ervoor dat die breed beschikbaar komt.”

    Hoe blijven lezers op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen rondom het Stelsel Toegang?

    Arts: “Actuele informatie en veelgestelde vragen staan op DigitaleOverheid.nl. Daarnaast hebben we periodieke overleggen – waaronder de stuurgroep en stakeholdersoverleg – waar veel dienstverleners en sectoren vertegenwoordigd zijn.”
    Voor specifieke vragen kunnen dienstverleners contact opnemen via de mailbox digitale toegang: [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024 #StelselToegang #wdo

  16. Stelsel Toegang: wat dienstverleners kunnen verwachten

    De Wet digitale overheid (Wdo) vormt de basis voor het nieuwe toegangsstelsel, dat de bestaande systemen van DigiD, eHerkenning en eIDAS samenbrengt. Met deze wet wordt een nieuwe, toekomstbestendige basis gelegd voor veilige digitale diensten. Hoe gaat het met de ontwikkeling? En wat is de noodzaak ervan? Pascal Zeelen, programmamanager Stelsel Toegang, en Mark Arts, projectleider implementatie voor het Stelsel Toegang beantwoorden 6 veelgestelde vragen.

    Pascal, jij bent gestart toen het eerste deel van de Wdo in werking trad. Hoe kijk jij hierop terug?

    Zeelen: “Ik heb de opdracht het nieuwe Stelsel Toegang te realiseren en implementeren. In dat stelsel bundelen we bestaande onderdelen zoals DigiD, eIDAS, eHerkenning en creëren we ruimte om nieuwe elementen op een snelle en eenvoudige manier toe te voegen. Denk daarbij aan voorzieningen rondom machtigen en vertegenwoordigen, maar ook de opname van private inlogmiddelen die in de toekomst kunnen worden erkend.”

    “Het doel van de Wdo is ervoor te zorgen dat iedereen veilig en betrouwbaar toegang heeft tot de digitale diensten van de overheid, nu en in de toekomst. We delen steeds meer privégegevens online. Daarom stelt de overheid strengere eisen aan de toegang tot overheidsdienstverlening. Dit doen we door alleen erkende inlogmiddelen met het juiste betrouwbaarheidsniveau toe te staan. Naast publieke inlogmiddelen is er ook ruimte voor erkende private inlogmiddelen. Het toegangsstelsel wordt hierdoor overzichtelijker, dienstverleners hoeven zich maar op één systeem aan te sluiten voor zowel burgers als bedrijven, en breder, met zowel publieke als private middelen. Het nieuwe stelsel lost niet alles op binnen de Wdo, maar is wel een belangrijk onderdeel om de Wdo vorm te geven.”

    Het samenvoegen van systemen, hogere betrouwbaarheidsniveaus en mogelijk private partijen erbij betrekken; dat klinkt ingewikkeld. Hoe pakken jullie dat aan?

    Zeelen: “Het is inderdaad een complexe klus waar veel partijen bij betrokken zijn. Vorig jaar zijn we begonnen de 3 belangrijkste functies te onderscheiden die het systeem gaat bieden: inloggen voor jezelf, inloggen namens iemand anders en inloggen namens een bedrijf of organisatie. Op basis daarvan hebben we gekeken naar wat er nodig is om deze functies volgens de nieuwe wet te kunnen aanbieden. Parallel aan de ontwikkeling van nieuwe onderdelen – zoals een centraal koppelvlak en een dienst voor ouderlijk gezag en wettelijke vertegenwoordiging – zijn we begonnen met de voorbereidingen voor de implementatie. We doen dit stap voor stap en maken gebruik van onderdelen die al beschikbaar zijn. Dit implementatieplan houdt rekening met de verschillen tussen sectoren en dienstverleners. Zo voorkomen we dat dienstverleners moeten wachten tot alles helemaal af is. Dienstverleners die alvast willen beginnen met voorbereiden, kunnen dat binnenkort doen.”

    “Het nieuwe stelsel zorgt ervoor dat burgers en bedrijven veiliger en betrouwbaarder toegang hebben tot de digitale diensten van de overheid.”Pascal Zeelen, Programmamanager Stelsel Toegang

    Wat zijn op dit moment de uitdagingen binnen het traject?

    Zeelen: “We zijn nu vooral bezig met het regelen van het machtigen en vertegenwoordigen, en hoe we dat voor iedereen toegankelijk kunnen maken binnen het stelsel. Daar is grote behoefte aan. Het gaat daarbij niet alleen om de techniek, maar ook om ervoor te zorgen dat dienstverleners klaar zijn om het te gebruiken. En andersom, wij moeten een beeld hebben van wat dienstverleners nodig hebben en daar rekening mee houden bij de ontwikkeling.”

    “Als het gaat om de implementatie, hebben we met veel verschillende dienstverleners te maken. Iedereen heeft zijn eigen taken, digitale diensten, organisatie en technische infrastructuur. We willen het voor de dienstverleners zo makkelijk mogelijk maken om op het systeem aan te sluiten en ook aangesloten te blijven. Daarbij proberen we een goede balans te vinden tussen uniformiteit en maatwerk.”

    Mark, jij bent sinds begin dit jaar betrokken als implementatiemanager van het Toegangsstelsel. Wat houdt jouw werk in?

    Arts: “Ik richt me op een brede invoering van het stelsel, zodat het gebruikt wordt zoals we dat voor ogen hebben. Het nieuwe stelsel zorgt ervoor dat burgers en bedrijven veiliger en betrouwbaarder toegang hebben tot digitale diensten van de overheid. En dat het voor dienstverleners zo makkelijk mogelijk is om aan de nieuwe regels te voldoen.”

    “Daarom ben ik begonnen met gesprekken met dienstverleners of hun vertegenwoordigers. Hoewel we nog niet precies weten hoe het aansluitproces eruit gaat zien, kunnen we wel al samen verkennen wat er speelt, welke vragen er zijn en waar we meer maatwerk nodig hebben. Uit die gesprekken blijkt dat er veel verschil is: sommige partijen doen veel zelf, anderen schakelen een ICT-leverancier of tussenpersoon in. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Dat bevestigt ons voornemen om een implementatieplan te maken met ruimte voor die verschillen.”

    “Het gaat niet alleen om de techniek, maar ook om de services en processen daar omheen”Mark Arts, Projectleider implementatie voor het Stelsel Toegang

    Wat kunnen dienstverleners de komende tijd verwachten?

    Arts: “Uit de eerste gesprekken blijkt dat er veel behoefte is aan informatie zodat dienstverleners de impact van het nieuwe stelsel kunnen inschatten. Het implementatieteam gaat daarmee aan de slag. We hebben al een goed beeld van de vragen die er zijn. Waar nodig gaan we opnieuw in gesprek met dienstverleners om dieper op zaken in te gaan. Tegelijkertijd gaan we aan de slag met het beantwoorden van vragen. Sommige vragen zijn specifiek voor bepaalde dienstverleners, maar als de informatie ook voor anderen relevant is, zorgen we ervoor dat die breed beschikbaar komt.”

    Hoe blijven lezers op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen rondom het Stelsel Toegang?

    Arts: “Actuele informatie en veelgestelde vragen staan op DigitaleOverheid.nl. Daarnaast hebben we periodieke overleggen – waaronder de stuurgroep en stakeholdersoverleg – waar veel dienstverleners en sectoren vertegenwoordigd zijn.”
    Voor specifieke vragen kunnen dienstverleners contact opnemen via de mailbox digitale toegang: [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024 #StelselToegang #wdo

  17. GIDD: samen een eigen intranet

    De wens om informatie met elkaar uit te wisselen en vast te leggen groeit bij de rijksoverheid. Daarom heeft DICTU Web & App Services een Generiek Intranet DICTU Drupal (GIDD) ontwikkeld.

    Functionaliteiten

    Dit intranet bevat allerlei functionaliteiten die in lijn zijn met de productvisie van een sociaal intranet voor de rijksoverheid. Denk bijvoorbeeld aan: 

    • Contentpagina’s die je volledig zelf kunt inrichten.
    • Open en gesloten groepen op basis van onderwerpen of projecten. Zo kunnen gebruikers op een georganiseerde manier communiceren. 
    • Een persoonlijke en algemene tijdlijn. Hierop kunnen gebruikers updates plaatsen en de updates van anderen zien. 
    • Het liken van en reageren op content. 
    • Notificaties ontvangen. Gebruikers kunnen zelf bepalen wanneer zij een notificatie ontvangen. Bijvoorbeeld van nieuwe content of van een bijdrage van een collega. 
    • Toegang via verschillende methoden. De organisatie bepaalt welke methode van inloggen het best aansluit bij de wensen, behoeften en deelnemers. 

    Het GIDD heeft een flexibele inrichting en is naar eigen smaak in te richten.

    Gezamenlijke code en gebruik van open source 

    Achter het GIDD staat een Drupal-framework. Drupal is een open source-CMS dat wereldwijd door een gemeenschap van miljoenen ontwikkelaars wordt gedragen. Dankzij maandelijkse veiligheidsupdates en periodieke penetratietesten blijft het GIDD veilig en betrouwbaar. Het intranet wordt voortdurend getoetst op de toegankelijkheid. Zowel tijdens het ontwikkelproces als tijdens periodieke toetsen door externe partijen. Het GIDD heeft een codebase die voor alle afnemers gelijk is.

    Samenwerken aan de doorontwikkeling GIDD

    DICTU, betrokken partijen en stakeholders geven vorm aan de doorontwikkeling, zodat het intranet continu wordt verbeterd en aangepast. De organisaties Nationaal Coördinator Groningen (NCG), CIBG en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) zijn al overgestapt van een specifiek, eigen intranet naar het GIDD; in juli volgt de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). 

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #gidd #informatie #informatiedelen #informatieuitwisseling #intranet #nieuwsbrief112024 #sociaalIntranet

  18. GIDD: samen een eigen intranet

    De wens om informatie met elkaar uit te wisselen en vast te leggen groeit bij de rijksoverheid. Daarom heeft DICTU Web & App Services een Generiek Intranet DICTU Drupal (GIDD) ontwikkeld.

    Functionaliteiten

    Dit intranet bevat allerlei functionaliteiten die in lijn zijn met de productvisie van een sociaal intranet voor de rijksoverheid. Denk bijvoorbeeld aan: 

    • Contentpagina’s die je volledig zelf kunt inrichten.
    • Open en gesloten groepen op basis van onderwerpen of projecten. Zo kunnen gebruikers op een georganiseerde manier communiceren. 
    • Een persoonlijke en algemene tijdlijn. Hierop kunnen gebruikers updates plaatsen en de updates van anderen zien. 
    • Het liken van en reageren op content. 
    • Notificaties ontvangen. Gebruikers kunnen zelf bepalen wanneer zij een notificatie ontvangen. Bijvoorbeeld van nieuwe content of van een bijdrage van een collega. 
    • Toegang via verschillende methoden. De organisatie bepaalt welke methode van inloggen het best aansluit bij de wensen, behoeften en deelnemers. 

    Het GIDD heeft een flexibele inrichting en is naar eigen smaak in te richten.

    Gezamenlijke code en gebruik van open source 

    Achter het GIDD staat een Drupal-framework. Drupal is een open source-CMS dat wereldwijd door een gemeenschap van miljoenen ontwikkelaars wordt gedragen. Dankzij maandelijkse veiligheidsupdates en periodieke penetratietesten blijft het GIDD veilig en betrouwbaar. Het intranet wordt voortdurend getoetst op de toegankelijkheid. Zowel tijdens het ontwikkelproces als tijdens periodieke toetsen door externe partijen. Het GIDD heeft een codebase die voor alle afnemers gelijk is.

    Samenwerken aan de doorontwikkeling GIDD

    DICTU, betrokken partijen en stakeholders geven vorm aan de doorontwikkeling, zodat het intranet continu wordt verbeterd en aangepast. De organisaties Nationaal Coördinator Groningen (NCG), CIBG en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) zijn al overgestapt van een specifiek, eigen intranet naar het GIDD; in juli volgt de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). 

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #gidd #informatie #informatiedelen #informatieuitwisseling #intranet #nieuwsbrief112024 #sociaalIntranet

  19. GIDD: samen een eigen intranet

    De wens om informatie met elkaar uit te wisselen en vast te leggen groeit bij de rijksoverheid. Daarom heeft DICTU Web & App Services een Generiek Intranet DICTU Drupal (GIDD) ontwikkeld.

    Functionaliteiten

    Dit intranet bevat allerlei functionaliteiten die in lijn zijn met de productvisie van een sociaal intranet voor de rijksoverheid. Denk bijvoorbeeld aan: 

    • Contentpagina’s die je volledig zelf kunt inrichten.
    • Open en gesloten groepen op basis van onderwerpen of projecten. Zo kunnen gebruikers op een georganiseerde manier communiceren. 
    • Een persoonlijke en algemene tijdlijn. Hierop kunnen gebruikers updates plaatsen en de updates van anderen zien. 
    • Het liken van en reageren op content. 
    • Notificaties ontvangen. Gebruikers kunnen zelf bepalen wanneer zij een notificatie ontvangen. Bijvoorbeeld van nieuwe content of van een bijdrage van een collega. 
    • Toegang via verschillende methoden. De organisatie bepaalt welke methode van inloggen het best aansluit bij de wensen, behoeften en deelnemers. 

    Het GIDD heeft een flexibele inrichting en is naar eigen smaak in te richten.

    Gezamenlijke code en gebruik van open source 

    Achter het GIDD staat een Drupal-framework. Drupal is een open source-CMS dat wereldwijd door een gemeenschap van miljoenen ontwikkelaars wordt gedragen. Dankzij maandelijkse veiligheidsupdates en periodieke penetratietesten blijft het GIDD veilig en betrouwbaar. Het intranet wordt voortdurend getoetst op de toegankelijkheid. Zowel tijdens het ontwikkelproces als tijdens periodieke toetsen door externe partijen. Het GIDD heeft een codebase die voor alle afnemers gelijk is.

    Samenwerken aan de doorontwikkeling GIDD

    DICTU, betrokken partijen en stakeholders geven vorm aan de doorontwikkeling, zodat het intranet continu wordt verbeterd en aangepast. De organisaties Nationaal Coördinator Groningen (NCG), CIBG en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) zijn al overgestapt van een specifiek, eigen intranet naar het GIDD; in juli volgt de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). 

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #gidd #informatie #informatiedelen #informatieuitwisseling #intranet #nieuwsbrief112024 #sociaalIntranet

  20. GIDD: samen een eigen intranet

    De wens om informatie met elkaar uit te wisselen en vast te leggen groeit bij de rijksoverheid. Daarom heeft DICTU Web & App Services een Generiek Intranet DICTU Drupal (GIDD) ontwikkeld.

    Functionaliteiten

    Dit intranet bevat allerlei functionaliteiten die in lijn zijn met de productvisie van een sociaal intranet voor de rijksoverheid. Denk bijvoorbeeld aan: 

    • Contentpagina’s die je volledig zelf kunt inrichten.
    • Open en gesloten groepen op basis van onderwerpen of projecten. Zo kunnen gebruikers op een georganiseerde manier communiceren. 
    • Een persoonlijke en algemene tijdlijn. Hierop kunnen gebruikers updates plaatsen en de updates van anderen zien. 
    • Het liken van en reageren op content. 
    • Notificaties ontvangen. Gebruikers kunnen zelf bepalen wanneer zij een notificatie ontvangen. Bijvoorbeeld van nieuwe content of van een bijdrage van een collega. 
    • Toegang via verschillende methoden. De organisatie bepaalt welke methode van inloggen het best aansluit bij de wensen, behoeften en deelnemers. 

    Het GIDD heeft een flexibele inrichting en is naar eigen smaak in te richten.

    Gezamenlijke code en gebruik van open source 

    Achter het GIDD staat een Drupal-framework. Drupal is een open source-CMS dat wereldwijd door een gemeenschap van miljoenen ontwikkelaars wordt gedragen. Dankzij maandelijkse veiligheidsupdates en periodieke penetratietesten blijft het GIDD veilig en betrouwbaar. Het intranet wordt voortdurend getoetst op de toegankelijkheid. Zowel tijdens het ontwikkelproces als tijdens periodieke toetsen door externe partijen. Het GIDD heeft een codebase die voor alle afnemers gelijk is.

    Samenwerken aan de doorontwikkeling GIDD

    DICTU, betrokken partijen en stakeholders geven vorm aan de doorontwikkeling, zodat het intranet continu wordt verbeterd en aangepast. De organisaties Nationaal Coördinator Groningen (NCG), CIBG en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) zijn al overgestapt van een specifiek, eigen intranet naar het GIDD; in juli volgt de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). 

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #gidd #informatie #informatiedelen #informatieuitwisseling #intranet #nieuwsbrief112024 #sociaalIntranet

  21. GIDD: samen een eigen intranet

    De wens om informatie met elkaar uit te wisselen en vast te leggen groeit bij de rijksoverheid. Daarom heeft DICTU Web & App Services een Generiek Intranet DICTU Drupal (GIDD) ontwikkeld.

    Functionaliteiten

    Dit intranet bevat allerlei functionaliteiten die in lijn zijn met de productvisie van een sociaal intranet voor de rijksoverheid. Denk bijvoorbeeld aan: 

    • Contentpagina’s die je volledig zelf kunt inrichten.
    • Open en gesloten groepen op basis van onderwerpen of projecten. Zo kunnen gebruikers op een georganiseerde manier communiceren. 
    • Een persoonlijke en algemene tijdlijn. Hierop kunnen gebruikers updates plaatsen en de updates van anderen zien. 
    • Het liken van en reageren op content. 
    • Notificaties ontvangen. Gebruikers kunnen zelf bepalen wanneer zij een notificatie ontvangen. Bijvoorbeeld van nieuwe content of van een bijdrage van een collega. 
    • Toegang via verschillende methoden. De organisatie bepaalt welke methode van inloggen het best aansluit bij de wensen, behoeften en deelnemers. 

    Het GIDD heeft een flexibele inrichting en is naar eigen smaak in te richten.

    Gezamenlijke code en gebruik van open source 

    Achter het GIDD staat een Drupal-framework. Drupal is een open source-CMS dat wereldwijd door een gemeenschap van miljoenen ontwikkelaars wordt gedragen. Dankzij maandelijkse veiligheidsupdates en periodieke penetratietesten blijft het GIDD veilig en betrouwbaar. Het intranet wordt voortdurend getoetst op de toegankelijkheid. Zowel tijdens het ontwikkelproces als tijdens periodieke toetsen door externe partijen. Het GIDD heeft een codebase die voor alle afnemers gelijk is.

    Samenwerken aan de doorontwikkeling GIDD

    DICTU, betrokken partijen en stakeholders geven vorm aan de doorontwikkeling, zodat het intranet continu wordt verbeterd en aangepast. De organisaties Nationaal Coördinator Groningen (NCG), CIBG en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) zijn al overgestapt van een specifiek, eigen intranet naar het GIDD; in juli volgt de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG). 

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #gidd #informatie #informatiedelen #informatieuitwisseling #intranet #nieuwsbrief112024 #sociaalIntranet

  22. Nederland 1e plaats op Global Index on Responsible AI

    Onlangs werd in Washington de Global Index on Responsible AI (GIRAI) gepresenteerd. Nederland staat in de ranglijst op nummer 1. De GIRAI is een onderzoek naar de staat van verantwoorde AI in 138 landen. In ieder land werden door lokale onderzoekers meer dan 1800 vragen beantwoord. Samen verzamelden de onderzoekers ruim 2 miljoen datapunten, die vervolgens geanalyseerd zijn door een scala aan gerenommeerde wetenschappers en organisaties.

    Conclusies

    Welke conclusies trekken de onderzoekers uit de de Global Index on Responsible AI? Een aantal uitkomsten op een rij:

    • Internationale samenwerking is van groot belang bij de inzet en het gebruik van verantwoorde AI.
    • De veiligheid, beveiliging en betrouwbaarheid van AI-systemen laat nog te wensen over.
    • Werknemers in AI-economieën worden niet voldoende beschermd.
    • Universiteiten en het maatschappelijk middenveld spelen een cruciale rol bij het bevorderen van verantwoorde AI.
    • Er is nog een lange weg te gaan om wereldwijd adequate niveaus van verantwoorde AI te bereiken.

    Nederlandse inspanningen

    Dat Nederland op nummer 1 staat in deze internationale index is iets om trots op te zijn. Er is in Nederland dan ook veel aandacht voor de verantwoorde inzet van AI.

    • Er zijn ELSA (Ethical Legal Societal) labs en ICAI labs waar bedrijfsleven, overheid, wetenschap en maatschappelijke organisaties samenwerken aan specifieke oplossingen.
    • Talloze coalities, stichtingen en community’s werken aan meer bewustwording, volwassenheid en voorlichting.
    • Er wordt gewerkt aan kaders en impact assessments rondom de inzet van AI en algoritmes.
    • Verschillende lectoraten en faculteiten binnen Nederlandse hogescholen en universiteiten houden zich bezig met algoritmes en AI.

    Regiotour

    Om alle kennis die er al is te delen met overheden organiseert het ministerie van BZK een Regiotour AI en algoritmes overheid. De eerste stop vindt plaats bij de gemeente Assen op vrijdag 12 juli. Iedereen die werkt binnen de overheid is van harte welkom om langs te komen. In een interactief ochtendprogramma word je bijgepraat over het algoritmeregister, het algoritmekader, de implementatie van de AI-verordening bij de overheid en andere algoritme en AI-gerelateerde ontwikkelingen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024

  23. Nederland 1e plaats op Global Index on Responsible AI

    Onlangs werd in Washington de Global Index on Responsible AI (GIRAI) gepresenteerd. Nederland staat in de ranglijst op nummer 1. De GIRAI is een onderzoek naar de staat van verantwoorde AI in 138 landen. In ieder land werden door lokale onderzoekers meer dan 1800 vragen beantwoord. Samen verzamelden de onderzoekers ruim 2 miljoen datapunten, die vervolgens geanalyseerd zijn door een scala aan gerenommeerde wetenschappers en organisaties.

    Conclusies

    Welke conclusies trekken de onderzoekers uit de de Global Index on Responsible AI? Een aantal uitkomsten op een rij:

    • Internationale samenwerking is van groot belang bij de inzet en het gebruik van verantwoorde AI.
    • De veiligheid, beveiliging en betrouwbaarheid van AI-systemen laat nog te wensen over.
    • Werknemers in AI-economieën worden niet voldoende beschermd.
    • Universiteiten en het maatschappelijk middenveld spelen een cruciale rol bij het bevorderen van verantwoorde AI.
    • Er is nog een lange weg te gaan om wereldwijd adequate niveaus van verantwoorde AI te bereiken.

    Nederlandse inspanningen

    Dat Nederland op nummer 1 staat in deze internationale index is iets om trots op te zijn. Er is in Nederland dan ook veel aandacht voor de verantwoorde inzet van AI.

    • Er zijn ELSA (Ethical Legal Societal) labs en ICAI labs waar bedrijfsleven, overheid, wetenschap en maatschappelijke organisaties samenwerken aan specifieke oplossingen.
    • Talloze coalities, stichtingen en community’s werken aan meer bewustwording, volwassenheid en voorlichting.
    • Er wordt gewerkt aan kaders en impact assessments rondom de inzet van AI en algoritmes.
    • Verschillende lectoraten en faculteiten binnen Nederlandse hogescholen en universiteiten houden zich bezig met algoritmes en AI.

    Regiotour

    Om alle kennis die er al is te delen met overheden organiseert het ministerie van BZK een Regiotour AI en algoritmes overheid. De eerste stop vindt plaats bij de gemeente Assen op vrijdag 12 juli. Iedereen die werkt binnen de overheid is van harte welkom om langs te komen. In een interactief ochtendprogramma word je bijgepraat over het algoritmeregister, het algoritmekader, de implementatie van de AI-verordening bij de overheid en andere algoritme en AI-gerelateerde ontwikkelingen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024

  24. Nederland 1e plaats op Global Index on Responsible AI

    Onlangs werd in Washington de Global Index on Responsible AI (GIRAI) gepresenteerd. Nederland staat in de ranglijst op nummer 1. De GIRAI is een onderzoek naar de staat van verantwoorde AI in 138 landen. In ieder land werden door lokale onderzoekers meer dan 1800 vragen beantwoord. Samen verzamelden de onderzoekers ruim 2 miljoen datapunten, die vervolgens geanalyseerd zijn door een scala aan gerenommeerde wetenschappers en organisaties.

    Conclusies

    Welke conclusies trekken de onderzoekers uit de de Global Index on Responsible AI? Een aantal uitkomsten op een rij:

    • Internationale samenwerking is van groot belang bij de inzet en het gebruik van verantwoorde AI.
    • De veiligheid, beveiliging en betrouwbaarheid van AI-systemen laat nog te wensen over.
    • Werknemers in AI-economieën worden niet voldoende beschermd.
    • Universiteiten en het maatschappelijk middenveld spelen een cruciale rol bij het bevorderen van verantwoorde AI.
    • Er is nog een lange weg te gaan om wereldwijd adequate niveaus van verantwoorde AI te bereiken.

    Nederlandse inspanningen

    Dat Nederland op nummer 1 staat in deze internationale index is iets om trots op te zijn. Er is in Nederland dan ook veel aandacht voor de verantwoorde inzet van AI.

    • Er zijn ELSA (Ethical Legal Societal) labs en ICAI labs waar bedrijfsleven, overheid, wetenschap en maatschappelijke organisaties samenwerken aan specifieke oplossingen.
    • Talloze coalities, stichtingen en community’s werken aan meer bewustwording, volwassenheid en voorlichting.
    • Er wordt gewerkt aan kaders en impact assessments rondom de inzet van AI en algoritmes.
    • Verschillende lectoraten en faculteiten binnen Nederlandse hogescholen en universiteiten houden zich bezig met algoritmes en AI.

    Regiotour

    Om alle kennis die er al is te delen met overheden organiseert het ministerie van BZK een Regiotour AI en algoritmes overheid. De eerste stop vindt plaats bij de gemeente Assen op vrijdag 12 juli. Iedereen die werkt binnen de overheid is van harte welkom om langs te komen. In een interactief ochtendprogramma word je bijgepraat over het algoritmeregister, het algoritmekader, de implementatie van de AI-verordening bij de overheid en andere algoritme en AI-gerelateerde ontwikkelingen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024

  25. Nederland 1e plaats op Global Index on Responsible AI

    Onlangs werd in Washington de Global Index on Responsible AI (GIRAI) gepresenteerd. Nederland staat in de ranglijst op nummer 1. De GIRAI is een onderzoek naar de staat van verantwoorde AI in 138 landen. In ieder land werden door lokale onderzoekers meer dan 1800 vragen beantwoord. Samen verzamelden de onderzoekers ruim 2 miljoen datapunten, die vervolgens geanalyseerd zijn door een scala aan gerenommeerde wetenschappers en organisaties.

    Conclusies

    Welke conclusies trekken de onderzoekers uit de de Global Index on Responsible AI? Een aantal uitkomsten op een rij:

    • Internationale samenwerking is van groot belang bij de inzet en het gebruik van verantwoorde AI.
    • De veiligheid, beveiliging en betrouwbaarheid van AI-systemen laat nog te wensen over.
    • Werknemers in AI-economieën worden niet voldoende beschermd.
    • Universiteiten en het maatschappelijk middenveld spelen een cruciale rol bij het bevorderen van verantwoorde AI.
    • Er is nog een lange weg te gaan om wereldwijd adequate niveaus van verantwoorde AI te bereiken.

    Nederlandse inspanningen

    Dat Nederland op nummer 1 staat in deze internationale index is iets om trots op te zijn. Er is in Nederland dan ook veel aandacht voor de verantwoorde inzet van AI.

    • Er zijn ELSA (Ethical Legal Societal) labs en ICAI labs waar bedrijfsleven, overheid, wetenschap en maatschappelijke organisaties samenwerken aan specifieke oplossingen.
    • Talloze coalities, stichtingen en community’s werken aan meer bewustwording, volwassenheid en voorlichting.
    • Er wordt gewerkt aan kaders en impact assessments rondom de inzet van AI en algoritmes.
    • Verschillende lectoraten en faculteiten binnen Nederlandse hogescholen en universiteiten houden zich bezig met algoritmes en AI.

    Regiotour

    Om alle kennis die er al is te delen met overheden organiseert het ministerie van BZK een Regiotour AI en algoritmes overheid. De eerste stop vindt plaats bij de gemeente Assen op vrijdag 12 juli. Iedereen die werkt binnen de overheid is van harte welkom om langs te komen. In een interactief ochtendprogramma word je bijgepraat over het algoritmeregister, het algoritmekader, de implementatie van de AI-verordening bij de overheid en andere algoritme en AI-gerelateerde ontwikkelingen.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #nieuwsbrief112024

  26. OM en politie publiceren Cybercrimebeeld Nederland 2024

    De eerste editie van het tweejaarlijkse Cybercrimebeeld Nederland geeft inzicht in het cybercrimelandschap vanuit het opsporingsperspectief. OM en politie zien een aantal belangrijke ontwikkelingen. Zo is er de opkomst van datadiefstal en -handel, het zorgwekkend aandeel van jonge cybercrimeverdachten en de vermenging met traditionele criminaliteit. Verder wordt de impact van cybercrime op slachtoffers onderschat.

    Cybercrime is een flinke industrie. Vorig jaar werden 2,3 miljoen Nederlanders getroffen door een vorm van online criminaliteit. Mensen en bedrijven lijden enorme financiële schade, maar het tast vooral het vertrouwen aan: in elkaar en in de digitale infrastructuur. Het OM en de politie brengen voortaan elke 2 jaar een rapport uit over de ontwikkelingen. Dit jaar is dat het Cybercrimebeeld Nederland 2024.

    Stap naar cybercrime eenvoudiger

    Uit het rapport blijkt dat cybercrime steeds makkelijker wordt. Eerder moest een cybercrimineel nog technisch onderlegd zijn. Tegenwoordig koopt hij diensten, producten en handleidingen gemakkelijk online. Ook kopiëren cybercriminelen gestolen data. Hierna gaan ze gelijk over tot afpersing, in plaats van het eerst te versleutelen. Die data worden vervolgens verrijkt met bijvoorbeeld andere datasets en doorverkocht.

    Start met online games

    De helft van de cybercrimeverdachten die voor de rechter verschijnen is 25 jaar of jonger. Een criminele loopbaan kan beginnen bij het spelen van online games. Jongeren zoeken daarin grenzen op, zoals je tegenstander uitschakelen met een DDoS-aanval. Op hackfora lezen ze mee en leren over andere ‘trucjes’. Zo rollen ze ‘spelenderwijs’ de wereld van cybercrime in.

    Vermenging met traditionele misdaad

    Cybercrime beperkt zich niet tot het internet. Er vindt steeds meer vermenging plaats met traditionele misdaad. Zo worden geregeld wapens, munitie en explosieven aangetroffen bij – soms zelfs minderjarige – verdachten. Andersom geldt ook dat de politie via geweldsdelicten of illegaal wapenbezit uitkomt bij verdachten van ernstige cyberdelicten.

    Impact cybercrime

    De impact kan groot zijn, cybercrime laat vaak diepe sporen achter. Uit onderzoek blijkt dat particuliere slachtoffers ervan meer emotionele dan financiële schade ondervinden. Daarnaast krijgen zij vaak te maken met ‘victim blaming’ waardoor ze dubbel slachtoffer zijn.

    Integrale en systemische aanpak

    Deze vorm van online criminaliteit kent vele verschijningsvormen en ontwikkelt zich continu. Een standaard aanpak is daardoor niet mogelijk. De bestrijding vraagt om een integrale en systemische aanpak. OM en politie zijn een belangrijk onderdeel en sluitstuk van die brede aanpak. Ook publieke en private partners spelen een cruciale rol in de bestrijding van cybercrime.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #cybercrime #cybercrimebeeld #cybercriminaliteit #cybersecurity #digitaleInfrastructuur #nieuwsbrief112024

  27. OM en politie publiceren Cybercrimebeeld Nederland 2024

    De eerste editie van het tweejaarlijkse Cybercrimebeeld Nederland geeft inzicht in het cybercrimelandschap vanuit het opsporingsperspectief. OM en politie zien een aantal belangrijke ontwikkelingen. Zo is er de opkomst van datadiefstal en -handel, het zorgwekkend aandeel van jonge cybercrimeverdachten en de vermenging met traditionele criminaliteit. Verder wordt de impact van cybercrime op slachtoffers onderschat.

    Cybercrime is een flinke industrie. Vorig jaar werden 2,3 miljoen Nederlanders getroffen door een vorm van online criminaliteit. Mensen en bedrijven lijden enorme financiële schade, maar het tast vooral het vertrouwen aan: in elkaar en in de digitale infrastructuur. Het OM en de politie brengen voortaan elke 2 jaar een rapport uit over de ontwikkelingen. Dit jaar is dat het Cybercrimebeeld Nederland 2024.

    Stap naar cybercrime eenvoudiger

    Uit het rapport blijkt dat cybercrime steeds makkelijker wordt. Eerder moest een cybercrimineel nog technisch onderlegd zijn. Tegenwoordig koopt hij diensten, producten en handleidingen gemakkelijk online. Ook kopiëren cybercriminelen gestolen data. Hierna gaan ze gelijk over tot afpersing, in plaats van het eerst te versleutelen. Die data worden vervolgens verrijkt met bijvoorbeeld andere datasets en doorverkocht.

    Start met online games

    De helft van de cybercrimeverdachten die voor de rechter verschijnen is 25 jaar of jonger. Een criminele loopbaan kan beginnen bij het spelen van online games. Jongeren zoeken daarin grenzen op, zoals je tegenstander uitschakelen met een DDoS-aanval. Op hackfora lezen ze mee en leren over andere ‘trucjes’. Zo rollen ze ‘spelenderwijs’ de wereld van cybercrime in.

    Vermenging met traditionele misdaad

    Cybercrime beperkt zich niet tot het internet. Er vindt steeds meer vermenging plaats met traditionele misdaad. Zo worden geregeld wapens, munitie en explosieven aangetroffen bij – soms zelfs minderjarige – verdachten. Andersom geldt ook dat de politie via geweldsdelicten of illegaal wapenbezit uitkomt bij verdachten van ernstige cyberdelicten.

    Impact cybercrime

    De impact kan groot zijn, cybercrime laat vaak diepe sporen achter. Uit onderzoek blijkt dat particuliere slachtoffers ervan meer emotionele dan financiële schade ondervinden. Daarnaast krijgen zij vaak te maken met ‘victim blaming’ waardoor ze dubbel slachtoffer zijn.

    Integrale en systemische aanpak

    Deze vorm van online criminaliteit kent vele verschijningsvormen en ontwikkelt zich continu. Een standaard aanpak is daardoor niet mogelijk. De bestrijding vraagt om een integrale en systemische aanpak. OM en politie zijn een belangrijk onderdeel en sluitstuk van die brede aanpak. Ook publieke en private partners spelen een cruciale rol in de bestrijding van cybercrime.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #cybercrime #cybercrimebeeld #cybercriminaliteit #cybersecurity #digitaleInfrastructuur #nieuwsbrief112024

  28. OM en politie publiceren Cybercrimebeeld Nederland 2024

    De eerste editie van het tweejaarlijkse Cybercrimebeeld Nederland geeft inzicht in het cybercrimelandschap vanuit het opsporingsperspectief. OM en politie zien een aantal belangrijke ontwikkelingen. Zo is er de opkomst van datadiefstal en -handel, het zorgwekkend aandeel van jonge cybercrimeverdachten en de vermenging met traditionele criminaliteit. Verder wordt de impact van cybercrime op slachtoffers onderschat.

    Cybercrime is een flinke industrie. Vorig jaar werden 2,3 miljoen Nederlanders getroffen door een vorm van online criminaliteit. Mensen en bedrijven lijden enorme financiële schade, maar het tast vooral het vertrouwen aan: in elkaar en in de digitale infrastructuur. Het OM en de politie brengen voortaan elke 2 jaar een rapport uit over de ontwikkelingen. Dit jaar is dat het Cybercrimebeeld Nederland 2024.

    Stap naar cybercrime eenvoudiger

    Uit het rapport blijkt dat cybercrime steeds makkelijker wordt. Eerder moest een cybercrimineel nog technisch onderlegd zijn. Tegenwoordig koopt hij diensten, producten en handleidingen gemakkelijk online. Ook kopiëren cybercriminelen gestolen data. Hierna gaan ze gelijk over tot afpersing, in plaats van het eerst te versleutelen. Die data worden vervolgens verrijkt met bijvoorbeeld andere datasets en doorverkocht.

    Start met online games

    De helft van de cybercrimeverdachten die voor de rechter verschijnen is 25 jaar of jonger. Een criminele loopbaan kan beginnen bij het spelen van online games. Jongeren zoeken daarin grenzen op, zoals je tegenstander uitschakelen met een DDoS-aanval. Op hackfora lezen ze mee en leren over andere ‘trucjes’. Zo rollen ze ‘spelenderwijs’ de wereld van cybercrime in.

    Vermenging met traditionele misdaad

    Cybercrime beperkt zich niet tot het internet. Er vindt steeds meer vermenging plaats met traditionele misdaad. Zo worden geregeld wapens, munitie en explosieven aangetroffen bij – soms zelfs minderjarige – verdachten. Andersom geldt ook dat de politie via geweldsdelicten of illegaal wapenbezit uitkomt bij verdachten van ernstige cyberdelicten.

    Impact cybercrime

    De impact kan groot zijn, cybercrime laat vaak diepe sporen achter. Uit onderzoek blijkt dat particuliere slachtoffers ervan meer emotionele dan financiële schade ondervinden. Daarnaast krijgen zij vaak te maken met ‘victim blaming’ waardoor ze dubbel slachtoffer zijn.

    Integrale en systemische aanpak

    Deze vorm van online criminaliteit kent vele verschijningsvormen en ontwikkelt zich continu. Een standaard aanpak is daardoor niet mogelijk. De bestrijding vraagt om een integrale en systemische aanpak. OM en politie zijn een belangrijk onderdeel en sluitstuk van die brede aanpak. Ook publieke en private partners spelen een cruciale rol in de bestrijding van cybercrime.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

    #cybercrime #cybercrimebeeld #cybercriminaliteit #cybersecurity #digitaleInfrastructuur #nieuwsbrief112024