home.social

#yehuda-ha-nasi — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #yehuda-ha-nasi, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Spoliatio Aegyptiorum

    Egyptische sieraden uit het graf van Djehuty (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

    De Latijnse woorden uit de titel betekenen zoiets als “de beroving van de Egyptenaren”, maar dit blogje gaat niet over de plundering van het museum van Malawi, niet over de roofopgraving waarbij de Sapfo-papyri zouden zijn gevonden en ook niet over de moord op de bewakers van de Leuvense opgraving bij Dayr al-Barsha. Al mag u bij die ellende best even stilstaan. Ik wil het echter hebben over de Spoliatio Aegyptiorum, een uitdrukking die wordt gebruikt ter typering van de relatie tussen enerzijds de christelijke en anderzijds de Romeinse levensbeschouwing.

    Jeruzalem versus Athene

    Voor de eerste christenen was het nog vrij eenvoudig: de wereld zou op zeer korte termijn worden omgekeerd, de eersten zouden de laatsten zijn en de laatsten de eersten, en er zou een nieuwe wereld ontstaan. De Romeinse wereld zou dus verdwijnen. De eschatologische ommekeer bleef echter uit en de christenen moesten steeds meer nadenken over de plek die ze in dit Romeinse ondermaanse wilden bekleden. Was er niet een tegenstelling tussen hun geloof en hun wereld? In de beroemde woorden van de christelijke auteur Tertullianus: wat had Jeruzalem te maken met Athene? welke overeenkomst was er tussen de Academie en de Kerk? wat hadden ketters en christenen gemeen?noot Tertullianus, De praescriptione haereticorum 7; de titel is onvertaalbaar. Tertullianus gebruikt een term uit het Romeins Recht die erop neerkomt dat de door andersdenkenden naar voren gebrachte bezwaren niet ontvankelijk zijn.

    Tertullianus had het vooral over de Grieks-Romeinse filosofie, die hij niet zonder reden verantwoordelijk hield voor allerlei zijns inziens incorrecte opvattingen. De vraag was echter breder en gold ook voor bijvoorbeeld joden. Tertullianus’ tijdgenoot Yehuda ha-Nasi stelde de Mishna samen, die toonde hoe joods leven mogelijk was in een wereld waarin niet-joden de macht hadden. Anders dan Tertullianus, die de Romeinse wereld afwees, toonde Yehuda dat zulke bezwaren er niet altijd hoefden zijn.

    Jeruzalem en Athene

    Dat was ook de lijn van degenen die het christendom probeerden uit te leggen. Ze moesten zich daarbij noodzakelijkerwijs bedienen van het jargon en de denkbeelden van hun doelgroep. En dat deden ze. Christelijke denkers herfomuleerden het geloof met het filosofische termenapparaat van hun tijd. Ambrosius, de bisschop van Milaan, gaf bijvoorbeeld een allegorische uitleg van de Bijbel, die hij daardoor in lijn bracht met het in zijn tijd populaire neoplatonisme.

    Uiteraard was daarop kritiek. Allegorese was ook in de Oudheid een omstreden methode om teksten te interpreteren – of te laten “buikspreken”, zoals de critici het zouden hebben kunnen verwoorden. Ambrosius’ leerling Augustinus formuleerde echter een antwoord, waarbij hij wees op een passage uit het Bijbelboek Exodus. De Israëlieten hebben van de koning van Egypte, wiens land tien plagen heeft doorstaan, toestemming gekregen het land te verlaten.

    Toen pakten de Israëlieten hun baktroggen, met daarin het nog ongedesemde deeg, wikkelden die in kleren en namen ze op de schouders. Ze hadden gedaan wat Mozes had opgedragen en de Egyptenaren om zilveren en gouden sieraden en om kleren gevraagd. En de Heer had ervoor gezorgd dat de Egyptenaren hun goedgezind waren, zodat ze op hun verzoek ingingen. Zo beroofden ze de Egyptenaren.noot Exodus 12:34-36; NBV21.

    Dit is dus de Spoliatio Aegyptiorum. Augustinus las deze passage (niet als eerste) als een legitimatie om alles wat hij kon gebruiken uit het heidense erfgoed over te nemen, zoals de neoplatoonse filosofie én de methoden van niet-christelijke denkers. Augustinus is een van de diepzinnigste en scherpzinnigste denkers uit de Oudheid, maar de ironie dat hij het gebruik van allegorie rechtvaardigde door middel van allegorie, lijkt hem te zijn ontgaan.

    [Dit stukje ging natuurlijk alleen maar indirect over het Nieuwe Testament, maar soit. Een overzicht van die stukjes is hier.]

    #allegorese #Ambrosius #Augustinus #Exodus #Mishna #neoplatonisme #SpoliatioAegyptiorum #Tertullianus #YehudaHaNasi
  2. Het Mishna-traktaat Aboth

    Menora’s (Archeologisch museum van Korinthe)

    Na de val van Jeruzalem, in 70 na Chr., hadden de joden geen tempel meer en geen hogepriester. Zonder allerhoogste autoriteit moesten ze hun geloof opnieuw uitvinden. Als de sadduceeën, zoals je vroeger weleens las, vooral behoorden tot het meer welvarende deel van het Joodse volk, waren ze ten onder gegaan door de plunderingen tijdens de Joodse Oorlog. Van de mensen die de Dode Zee-rollen schreven (misschien de essenen) horen we niets meer. De sicariërs en de zeloten waren gesneuveld.

    Nieuw leiderschap

    Slechts twee groepen overleefden: enerzijds de farizeeën, anderzijds de volgelingen van Jezus. Uit die laatste groep is het christendom voortgekomen, met een kader van priesters, diakenen en bisschoppen. (Er waren aanvankelijk ook apostelen en christelijke profeten, maar die verdwijnen al snel uit zicht.) De christenen raakten van de andere joden gescheiden door de door de keizer geëiste Fiscus Judaicus, een maatregel die niet alle monotheïsten trof op dezelfde manier.

    De andere joodse groep, de farizeeën dus, bleef bestaan en zette het onderwijs voort, vermoedelijk in het netwerk van synagogen dat er al was. Maar het onderricht werd nu gesystematiseerd. “Rabbi”, een informele titel voor een leraar, werd nu voor het eerst een officiële functie, en het is niet uitgesloten dat de Romeinse overheid enig toezicht had op het curriculum. Ik kan me voorstellen dat een Joods-Romeinse insider als Tiberius Julius Alexander iets heeft gezegd als “als het even kan géén les in messianologie, en houd de Makkabeeënboeken liever buiten het pensum”. In elk geval: zo ontstond een rabbijns jodendom.

    We kennen uit deze tijd diverse leiders, zoals Jochanan ben Zakkai, Gamaliël II (kleinzoon van de Gamaliël I bij wie Paulus in de leer was geweest), rabbi Eliëzer de Grote en rabbi Aqiba. Latere bronnen documenteren hun opinies, maar het is niet altijd mogelijk vast te stellen hoe correct die zijn weergegeven. Er is aantoonbaar gerommeld met bijvoorbeeld Aqiba’s opvattingen over Bar Kochba, die leiding gaf aan de messiaanse opstand die in 132 uitbrak. Je kunt niet zomaar een anekdote uit de Babylonische Talmoed (vermoedelijk samengesteld in het Kalifaat, dus na 640) gebruiken om de mening van een geleerde uit de tweede eeuw te reconstrueren.

    Mondelinge tradities

    Het helpt natuurlijk niet dat de commentaren voor een deel mondeling werden doorgegeven, al staat vast dat er minimaal vanaf Aqiba een geschreven corpus was waarin de rabbijnse discussies en meningen waren vastgelegd. Rond 200 verzamelde rabbijn Yehuda ha-Nasi alle mondelinge overleveringen in de Mishna, het eerste boek van rabbijnse wijsheid. Eén traktaat staat bekend als Aboth, “vaders”. Hier is het begin.

    Mozes ontving de Wet op de Sinaï en gaf deze door aan Jozua, Jozua aan de oudsten, de oudsten aan de profeten en de profeten aan de mannen van de Grote Vergadering. Zij zeiden drie dingen: “Wees geduldig bij de rechtspraak”, “leid veel leerlingen op” en “bouw een omheining rond de Wet”.

    Deze drie uitspraken zijn zogeheten maximen: slagzinnen die uit het hoofd geleerd konden worden. Dit was in de Oudheid, toen veel kennis mondeling werd doorgegeven, een normale didactische vorm. Ik heb weleens verteld over de epikureeër Diogenes van Oinoanda, die een compleet filosofisch traktaat in steen liet houwen en er voor de halfgeletterden maximen aan toevoegde, opdat ook zij gelukkig konden worden.

    De weergave van de bovenstaande passage door Leo Mock en Marcel Poorthuis is poëtischer en interpretatiever, omdat zij met hun vertaling Spreuken over de fundamenten (2009) wilden tonen dat wat hier staat, geen specifiek joodse leer is. Wijsheid is immers het collectief bezit van de hele mensheid.

    De Ziener ontving Wijsheid op de dorre berg,
    en gaf haar door aan zijn geliefde leerling,
    en de geliefde leerling aan de Ouderen,
    en de Ouderen aan de Profeten,
    en de Profeten gaven haar door
    aan de Mensen van de Grote Vergadering.

    Zij zeiden drie dingen:

    Wees voorzichtig met oordelen,
    want de werkelijkheid is vaak anders dan het lijkt.

    En breng veel leerlingen op de been,
    want zij zijn dragers van de Wijsheid.

    En maak een heg om de Wijsheid,
    want alles van waarde is weerloos.

    Het traktaat vervolgt met een reeks leraren. De eerste is Simon, de hogepriester die er rond 200 v.Chr. voor zorgde dat Jeruzalem van het Ptolemaïsche naar het Seleukidische Rijk overging.

    Simon de Rechtvaardige was een van de laatste mannen van de Grote Vergadering. Hij placht te zeggen: de wereld rust op drie dingen: de Wet, de tempeldienst en het beoefenen van vrome daden.

    Antigonos van Socho ontving [de mondelinge overlevering] van Simon de Rechtvaardige. Hij placht te zeggen: wees niet als dienaren die de meester dienen in de verwachting van een beloning, maar wees als dienaren die de meester dienen zonder de verwachting van een beloning, en laat de vrees voor de hemel op u rusten.

    Hierna volgen vier paren wijsheidsleraren met enkele aan hen toegeschreven maximen. Steeds wordt de bevoegdheid de Wet uit te leggen aan hen overgedragen. Met die vier generaties zijn we aanbeland in de tijd van koning Herodes, toen Hillel en Shammai leefden, de leiders van twee farizese scholen.

    Hillel en Shammai ontvingen van hen. Hillel placht te zeggen: “wees een volgeling van Aäron, houd van vrede en streef naar vrede, houd van de mensheid en breng hen dichter bij de Wet”. … Shammai placht te zeggen: “maak van je studie van de Wet een vaste gewoonte”, “spreek weinig, maar doe veel” en “ontvang alle mensen met een vriendelijk gelaat”.

    Daarop volgen de eerste-eeuwse leraren Gamaliël I, Simeon ben Gamaliël (“ik ben opgegroeid onder de wijzen, en heb niets beters voor een mens gevonden dan stilte”) en Gamaliël II. Dat is het eerste hoofdstuk. Er volgen nog meer hoofdstukken vol citeerbare maximen, maar dat zal ik niet doen. U heeft inmiddels een beeld.

    Legitimatie

    En u begrijpt wat dit feitelijk is: de leerlingen van Gamaliël II legden met deze stamboom van de wijsheid, joods of universeel, een claim op het leergezag. Aboth is te lezen als universele wijsheid, maar vormt ook de legitimatie van het rabbinaat.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Heliogabalus (7): henotheïsme

    september 8, 2024
    Vrouwenrechten

    februari 12, 2018
    De dood in Rome

    november 5, 2011 Deel dit: #Aboth #AntigonosVanSocho #Aqiba #BarKochba #farizeeën #FiscusJudaicus #GamaliëlI #GamaliëlII #Hillel #JochananBenZakkai #LeoMock #MarcelPoorthuis #Mishna #RabbiEliëzer #rabbijnsJodendom #Shammai #SimeonBenGamaliël #SimonDeRechtvaardige #TiberiusJuliusAlexander #YehudaHaNasi
Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.