#marjanne-kweksilber — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #marjanne-kweksilber, aggregated by home.social.
-
Erik Satie in Panorama de Leeuw XIII
Hoe ontstond de Satie-rage in de jaren zestig? Die vraag beantwoordde ik gisteren in de dertiende aflevering van Panorama de Leeuw, gebaseerd op mijn biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie. Ik schreef er bovendien over voor Cultuurpers.
Een belangrijk promotor van Erik Satie was de Italiaans-Franse pianist Aldo Ciccolini, maar zodra Reinbert de Leeuw midden jaren zeventig de arena betrad met zijn veel tragere vertolkingen, ontketende hij een ware rage. Al snel was Satie’s vroege pianomuziek niet meer weg te denken uit de publieke ruimte.
In Panorama de Leeuw XIII draaide ik naast bekende stukken ook liederen – met de sopraan Marjanne Kweksilber – en een fragment uit Vexations, een thema van anderhalve minuut dat 840 keer herhaald moet worden. Dit wapenfeit is voor zover bekend door geen enkele pianist ooit (solo) gerealiseerd. U beluistert de uitzending hier.Vanwege de eindeloze herhalingen die Satie voorschreef in Vexations wordt hij wel beschouwd als een voorloper van minimalisten als Philip Glass en Steve Reich. Een generatie jonger dan deze pioniers van de herhalingsmuziek is John Adams, die echter al snel andere wegen insloeg en inspiratie zocht in de muziektraditie.
Het Koninklijk Concertgebouw Orkest bracht op 15 en 16 oktober de Nederlandse première van Scheherazade.2 voor viool en orkest. Adams schreef dit stuk op het lijf van de Amerikaanse violiste Leila Josefowicz, een ’empowered woman’, die soeverein weet te ontkomen aan haar fundamentalistische belagers.
Ik had Adams over dit stuk geïnterviewd voor het tijdschrift Preludium en verzorgde ook de inleiding bij het concert van 16 oktober. Na afloop ging ik met Adams op de foto.
John Adams + Thea Derks, Concertgebouw 16 oktober 2015 (c) Renske Vrolijk
Scheherazade.2 – geen Vioolconcert maar een ‘dramatische symfonie’ volgens Adams – verwijst uiteraard naar de Vertellingen van 1001 nacht, die de componist naar de actualiteit vertaalde. Het muzikale resultaat viel me niet mee, zoals ik schreef op Cultuurpers.
Ook de enscenering van Verdi’s opera Il trovatore die Àlex Ollé maakte voor De Nationale Opera stelde mij teleur. Dat kwam niet alleen door de matige uitvoering, maar vooral ook door de grauwe enscenering en statische personenregie. Deze stond elke mogelijke identificatie met de hoofdpersonen in de weg; alleen de mezzo Violeta Urmana wist als de zigeunerin Azucena daadwerkelijk emotie over te brengen. Hier lees je mijn recensie.
Wel zeer geslaagd was het portretconcert van Unsuk Chin dat het Nieuw Ensemble op 22 oktober presenteerde in de donderdagavondserie van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Opnieuw werd ik getroffen door de rijke kleurschakeringen die Chin weet aan te brengen in haar muziek, vooral in het op Koreaanse tradities geïnspireerde Gougalon. Ik sprak met Chin voor Cultuurpers.
Unsuk Chin
Ondertussen ben ik druk bezig met de voorbereidingen voor mijn lezing over Arvo Pärt op dinsdag 24 november in VondelCS. Pärt werd dit jaar tachtig en dit wordt uitbundig gevierd met talloze concerten door ensembles, koren en orkesten. Hij werd vooral bekend vanwege zijn ‘nieuwe spirituele muziek’, maar die ontstond niet zonder slag of stoot.
Het lijkt me een uitdaging de lange ontwikkeling van Pärt op de voet te volgen, met muziekvoorbeelden van zijn vroege klassieke stukken, via heftig modernistische composities tot zijn alom geliefde welluidende ‘tintinnabulistijl’.
Mijn lezing vindt plaats in de zaal waar ook het radioprogramma Opium op 4 wordt uitgezonden. Hoofdgast is die avond het Cello8tet Amsterdam, dat later dit jaar een cd met muziek van Pärt uitbrengt. Ik heb hen bereid gevonden iets te komen vertellen over hun samenwerking met de Estse grootmeester en een stuk van hem te spelen.
Ik zie er erg naar uit en nodig iedereen van harte uit de lezing op 24 november in VondelCS bij te wonen. Hij duurt van 20.30-22.00 uur en daarna kun je bijven zitten voor de uitzending van Opium op 4. De entree voor dit alles is slechts € 10,- en reserveren doe je via dit mailadres: [email protected]
#AldoCiccolini #AlexOlle #ArvoPärt #Cello8tetAmsterdam #Cultuurpers #DeNationaleOpera #ErikSatie #GiuseppeVerdi #IlTrovatore #JohnAdams #LeilaJosefowicz #MarjanneKweksilber #MensOfMelodie #NieuwEnsemble #PanoramaDeLeeuw #Preludium #ReinbertDeLeeuw #TheaDerks #UnsukChin #VioletaUrmana
-
Jacques Bank: De Bijlmer Opera
Twintig jaar geleden stortte een vliegtuig neer op een flat in de Bijlmermeer, wat we uitvoerig herdenken. Maar wat een gemiste kans dat bij deze gelegenheid niet de Bijlmer Opera van Jaques Bank wordt heruitgevoerd! Deze verscheen in 2002 op cd. Hierbij de tekst die ik destijds schreef voor het begeleidende boekje. Helaas is de cd niet meer leverbaar, wel is hij nog te bestellen via Muziekweb
‘Geen paal gaf mij groter voldoening!’ Met deze woorden sloeg burgemeester Van Hall in 1966 de eerste paal voor de Amsterdamse nieuwbouwwijk de Bijlmermeer. Deze zou een paradijs op aarde worden, omdat volgens de principes van de Functionele Stad zaken als wonen, werken en recreëren strikt gescheiden werden. Componist Jacques Bank (1943) woonde er ruim twintig jaar en zag hoe de werkelijkheid de idealen inhaalde. Toen Willem van Manen hem vroeg een opera voor Orkest de Volharding te schrijven, aarzelde hij geen moment: de Bijlmer was zijn onderwerp.
Dat was in 1996. De criminaliteit had schrikbarende vormen aangenomen, een vliegtuig was neergestort op de wijk en men was begonnen de anonieme hoogbouw te vervangen door eengezinswoningen, die haaks stonden op de ooit geformuleerde idealen. Bank zag de tragiek van deze ontwikkelingen en vroeg zijn broer Fer (1944) een libretto te schrijven. Deze gebruikte hiervoor uitsluitend bestaande teksten – van architecten, plannenmakers, politici, woningcorporaties, kranten, maar ook van Vergilius en Aeschylos. Hieruit smeedde hij een aangrijpend verhaal, met de boodschap dat wat mensen in hun enthousiasme bedenken, in de praktijk vaak gedoemd is te mislukken. Toch is de opera niet bedoeld als aanklacht: ‘De Bijlmer staat symbool voor het noodlot en het failliet van de maakbaarheidgedachte’, zei Jacques Bank hierover.
Maar een opera over de Bijlmer, levert dat wat op? Ja, zo bewezen Jacques en Fer Bank tijdens de première van De Bijlmer Opera op 18 januari 2000: het schijnbaar gortdroge thema bleek wel degelijk groots en meeslepend muziektheater op te kunnen leveren. Opera gedijt nu eenmaal bij een goedlopend verhaal, een navolgbare regie en zinderende muziek, en hierin voorziet De Bijlmer Opera ruimschoots. Een interessante vondst van de gebroeders Bank – met dank aan Les Troyens van Berlioz – is de rol van de onheilsprofetes Kassandra, in dit geval belichaamd door een zwerfster. Tegen een fond van akelig joelende flexatones opent zij de opera met een door merg en been snijdend ‘Ai, de Dood zweeft door de lucht!’. Niemand luistert, ook al worden haar waarschuwingen voor het naderend onheil steeds indringender. Als het noodlot uiteindelijk letterlijk, in de vorm van een neerstortend vliegtuig, toeslaat, zwijgt Kassandra en loopt weg over de rokende puinhopen; in haar hand een draagbaar tv-tje met beelden van de ramp.
Een tweede trouvaille waardoor De Bijlmer Opera het anekdotische overstijgt, is de rol van een acteur, die nu eens optreedt als pedante architect, dan weer als diens verontruste tegenstrever, of als de huisarts Boy Edgar die de eenzaamheid van huisvrouwen aan de orde stelt. Hartverscheurend is hij als mevrouw Ramperzad, die met een Surinaams accent vertelt hoe haar man naar Nederland verhuisde, maar nog geen werk heeft gevonden: ‘Ze nemen zeker geen mensen die niet kunnen schrijven. Ja, hij kan zijn naam wel schrijven, maar niet zo goed.’ Een zanger belichaamt de opeenvolgende burgemeesters. Hij begint met opgewekte triolen, maar naarmate hij het falen van de Bijlmer inziet klinkt hij steeds wanhopiger. Net als in een Griekse tragedie speelt het koor een belangrijke rol: het ene moment vertegenwoordigt het de bewoners, het volgende de plannenmakers, of de architect die in de arm wordt genomen wanneer de problemen zich opstapelen. Nadat het vliegtuig is neergestort, zingt het koor een requiem, bestaande uit een uitspraak van architect Le Corbusier ‘C’est toujours la vie qui a raison, l’architecte qui a tort’. De tekst wordt aanvankelijk boos gescandeerd, maar transformeert geleidelijk in een troostrijke klaagzang.
De inventieve enscenering van Peter de Baan en Siet Zuyderland zorgde in 2000 voor een indringende ervaring, maar De Bijlmer Opera herbergt ook zonder beeld een universeel aansprekende dramatiek. De zeggingskracht wordt nog versterkt doordat de opnames voor de cd werden gemaakt na afloop van de voorstellingen, zodat het live gevoel behouden bleef en je als luisteraar een nabijheid voelt die studio-opnames vaak ontberen. Op een aansprekende manier maakt de muziek invoelbaar hoe toekomstvisioenen vaak door de praktijk worden ingehaald. We ervaren bijna lijfelijk de wanhoop van Kassandra als zij niet gehoord wordt; de woede van de bewoners over hoge huren en slechte voorzieningen; de potsierlijke borstklopperij van de ontwerpers en het amechtige gestuntel van beleidsmakers – dergelijke zaken zijn van alle tijden.
Bank, die studeerde bij Ton de Leeuw, streeft naar eigen zeggen niet naar vernieuwing als doel op zich, maar wil ‘het publiek muzikaal bij de lurven wil grijpen’ en dat is precies wat hij doet. De Bijlmer Opera is een dynamische partituur, die zonder ook maar ergens plat te worden het verhaal op de voet volgt. Ronkende koperakkoorden, duister roffelende pauken en apocalyptische gongs zorgen voor beklemmende momenten; licht tinkelende belletjes en zwierige marimbapartijen begeleiden passages van milde ironie. Swingende patronen van de blazers herinneren aan de muziek van minimalisten als Glass of Reich, terwijl de warme samenklanken van het koor bij wijlen zwemen naar Berlioz. De muziek ontroert, zonder sentimenteel te zijn, doordat Bank zijn partituur nergens ‘dichtsmeert’ met volvette akkoorden of overvolle partijen, maar altijd ruimte laat voor de zangers en de spreker. Deze werkwijze reflecteert het open stratenplan van de Bijlmer. Bijkomend voordeel is dat de teksten goed verstaanbaar zijn.
Met De Bijlmer Opera bewijst Bank opnieuw zijn enorme talent om alledaagse prozateksten muzikaal tot leven te wekken. Zo zette hij in A very bad Character een justitieel rapport voor solo mannenstem (1989), gebruikte hij in Gebroken sprookjes voor bas en ensemble opstellen van allochtone kinderen (1991) en baseerde hij zijn opera-oratorium Episodes de la vie d’un artiste op brieven van Harriet Smithson en teksten uit een biografie over Hector Berlioz (1992-93). Vocale composities zijn toch al in de meerderheid in zijn oeuvre, maar opvallend is dat hij hiervoor zelden literaire teksten gebruikt. In een interview zei Bank hierover: ‘Literatuur is al zo gelaagd dat je daar als componist nauwelijks iets aan toe kunt voegen. Een verhaaltje uit een buurtkrant heeft maar een betekenislaag, waar je zelf andere tegenaan kunt zetten. Want juist in de alledaagsheid van de teksten ligt de menselijke tragiek verborgen. Door zulke koude, zakelijke woorden in een bad met kokende noten te gooien, wil ik de onderliggende emoties blootleggen.’ – Compassie met het menselijk onvermogen, zoals die ook uit De Bijlmer Opera spreekt, loopt als een rode draad door Banks oeuvre, getuigend van een tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend engagement.
Thea Derks, Amsterdam, 9-10-2002
Voor cd-boekje De Bijlmer Opera Muziekgroep NederlandJacques Bank: De Bijlmer Opera; libretto Fer Bank; Orkest de Volharding en Nederlands Zangtheater o.l.v. Ernst van Tiel; Marjanne Kweksilber, sopraan; Charles van Tassel, bariton; Frans van Deursen, spreekstem; Composers’ Voice CV 110
#Bijlmer #BijlmerOpera #Bijlmermeer #BoyEdgar #BurgemeesterVanHall #CharlesVanTassel #EpisodesDeLaVieDUnArtiste #ErnstVanTiel #FerBank #FransVanDeursen #HarrietSmithson #HectorBerlioz #JacquesBank #MarjanneKweksilber #MuziekgroepNederland #NederlandsZangtheater #nieuweMuziek #opera #OrkestDeVolharding #PeterDeBaan #SietZuyderland #TheaDerks #TonDeLeeuw
-
Jacques Bank: De Bijlmer Opera
Twintig jaar geleden stortte een vliegtuig neer op een flat in de Bijlmermeer, wat we uitvoerig herdenken. Maar wat een gemiste kans dat bij deze gelegenheid niet de Bijlmer Opera van Jaques Bank wordt heruitgevoerd! Deze verscheen in 2002 op cd. Hierbij de tekst die ik destijds schreef voor het begeleidende boekje. Helaas is de cd niet meer leverbaar, wel is hij nog te bestellen via Muziekweb
‘Geen paal gaf mij groter voldoening!’ Met deze woorden sloeg burgemeester Van Hall in 1966 de eerste paal voor de Amsterdamse nieuwbouwwijk de Bijlmermeer. Deze zou een paradijs op aarde worden, omdat volgens de principes van de Functionele Stad zaken als wonen, werken en recreëren strikt gescheiden werden. Componist Jacques Bank (1943) woonde er ruim twintig jaar en zag hoe de werkelijkheid de idealen inhaalde. Toen Willem van Manen hem vroeg een opera voor Orkest de Volharding te schrijven, aarzelde hij geen moment: de Bijlmer was zijn onderwerp.
Dat was in 1996. De criminaliteit had schrikbarende vormen aangenomen, een vliegtuig was neergestort op de wijk en men was begonnen de anonieme hoogbouw te vervangen door eengezinswoningen, die haaks stonden op de ooit geformuleerde idealen. Bank zag de tragiek van deze ontwikkelingen en vroeg zijn broer Fer (1944) een libretto te schrijven. Deze gebruikte hiervoor uitsluitend bestaande teksten – van architecten, plannenmakers, politici, woningcorporaties, kranten, maar ook van Vergilius en Aeschylos. Hieruit smeedde hij een aangrijpend verhaal, met de boodschap dat wat mensen in hun enthousiasme bedenken, in de praktijk vaak gedoemd is te mislukken. Toch is de opera niet bedoeld als aanklacht: ‘De Bijlmer staat symbool voor het noodlot en het failliet van de maakbaarheidgedachte’, zei Jacques Bank hierover.
Maar een opera over de Bijlmer, levert dat wat op? Ja, zo bewezen Jacques en Fer Bank tijdens de première van De Bijlmer Opera op 18 januari 2000: het schijnbaar gortdroge thema bleek wel degelijk groots en meeslepend muziektheater op te kunnen leveren. Opera gedijt nu eenmaal bij een goedlopend verhaal, een navolgbare regie en zinderende muziek, en hierin voorziet De Bijlmer Opera ruimschoots. Een interessante vondst van de gebroeders Bank – met dank aan Les Troyens van Berlioz – is de rol van de onheilsprofetes Kassandra, in dit geval belichaamd door een zwerfster. Tegen een fond van akelig joelende flexatones opent zij de opera met een door merg en been snijdend ‘Ai, de Dood zweeft door de lucht!’. Niemand luistert, ook al worden haar waarschuwingen voor het naderend onheil steeds indringender. Als het noodlot uiteindelijk letterlijk, in de vorm van een neerstortend vliegtuig, toeslaat, zwijgt Kassandra en loopt weg over de rokende puinhopen; in haar hand een draagbaar tv-tje met beelden van de ramp.
Een tweede trouvaille waardoor De Bijlmer Opera het anekdotische overstijgt, is de rol van een acteur, die nu eens optreedt als pedante architect, dan weer als diens verontruste tegenstrever, of als de huisarts Boy Edgar die de eenzaamheid van huisvrouwen aan de orde stelt. Hartverscheurend is hij als mevrouw Ramperzad, die met een Surinaams accent vertelt hoe haar man naar Nederland verhuisde, maar nog geen werk heeft gevonden: ‘Ze nemen zeker geen mensen die niet kunnen schrijven. Ja, hij kan zijn naam wel schrijven, maar niet zo goed.’ Een zanger belichaamt de opeenvolgende burgemeesters. Hij begint met opgewekte triolen, maar naarmate hij het falen van de Bijlmer inziet klinkt hij steeds wanhopiger. Net als in een Griekse tragedie speelt het koor een belangrijke rol: het ene moment vertegenwoordigt het de bewoners, het volgende de plannenmakers, of de architect die in de arm wordt genomen wanneer de problemen zich opstapelen. Nadat het vliegtuig is neergestort, zingt het koor een requiem, bestaande uit een uitspraak van architect Le Corbusier ‘C’est toujours la vie qui a raison, l’architecte qui a tort’. De tekst wordt aanvankelijk boos gescandeerd, maar transformeert geleidelijk in een troostrijke klaagzang.
De inventieve enscenering van Peter de Baan en Siet Zuyderland zorgde in 2000 voor een indringende ervaring, maar De Bijlmer Opera herbergt ook zonder beeld een universeel aansprekende dramatiek. De zeggingskracht wordt nog versterkt doordat de opnames voor de cd werden gemaakt na afloop van de voorstellingen, zodat het live gevoel behouden bleef en je als luisteraar een nabijheid voelt die studio-opnames vaak ontberen. Op een aansprekende manier maakt de muziek invoelbaar hoe toekomstvisioenen vaak door de praktijk worden ingehaald. We ervaren bijna lijfelijk de wanhoop van Kassandra als zij niet gehoord wordt; de woede van de bewoners over hoge huren en slechte voorzieningen; de potsierlijke borstklopperij van de ontwerpers en het amechtige gestuntel van beleidsmakers – dergelijke zaken zijn van alle tijden.
Bank, die studeerde bij Ton de Leeuw, streeft naar eigen zeggen niet naar vernieuwing als doel op zich, maar wil ‘het publiek muzikaal bij de lurven wil grijpen’ en dat is precies wat hij doet. De Bijlmer Opera is een dynamische partituur, die zonder ook maar ergens plat te worden het verhaal op de voet volgt. Ronkende koperakkoorden, duister roffelende pauken en apocalyptische gongs zorgen voor beklemmende momenten; licht tinkelende belletjes en zwierige marimbapartijen begeleiden passages van milde ironie. Swingende patronen van de blazers herinneren aan de muziek van minimalisten als Glass of Reich, terwijl de warme samenklanken van het koor bij wijlen zwemen naar Berlioz. De muziek ontroert, zonder sentimenteel te zijn, doordat Bank zijn partituur nergens ‘dichtsmeert’ met volvette akkoorden of overvolle partijen, maar altijd ruimte laat voor de zangers en de spreker. Deze werkwijze reflecteert het open stratenplan van de Bijlmer. Bijkomend voordeel is dat de teksten goed verstaanbaar zijn.
Met De Bijlmer Opera bewijst Bank opnieuw zijn enorme talent om alledaagse prozateksten muzikaal tot leven te wekken. Zo zette hij in A very bad Character een justitieel rapport voor solo mannenstem (1989), gebruikte hij in Gebroken sprookjes voor bas en ensemble opstellen van allochtone kinderen (1991) en baseerde hij zijn opera-oratorium Episodes de la vie d’un artiste op brieven van Harriet Smithson en teksten uit een biografie over Hector Berlioz (1992-93). Vocale composities zijn toch al in de meerderheid in zijn oeuvre, maar opvallend is dat hij hiervoor zelden literaire teksten gebruikt. In een interview zei Bank hierover: ‘Literatuur is al zo gelaagd dat je daar als componist nauwelijks iets aan toe kunt voegen. Een verhaaltje uit een buurtkrant heeft maar een betekenislaag, waar je zelf andere tegenaan kunt zetten. Want juist in de alledaagsheid van de teksten ligt de menselijke tragiek verborgen. Door zulke koude, zakelijke woorden in een bad met kokende noten te gooien, wil ik de onderliggende emoties blootleggen.’ – Compassie met het menselijk onvermogen, zoals die ook uit De Bijlmer Opera spreekt, loopt als een rode draad door Banks oeuvre, getuigend van een tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend engagement.
Thea Derks, Amsterdam, 9-10-2002
Voor cd-boekje De Bijlmer Opera Muziekgroep NederlandJacques Bank: De Bijlmer Opera; libretto Fer Bank; Orkest de Volharding en Nederlands Zangtheater o.l.v. Ernst van Tiel; Marjanne Kweksilber, sopraan; Charles van Tassel, bariton; Frans van Deursen, spreekstem; Composers’ Voice CV 110
#Bijlmer #BijlmerOpera #Bijlmermeer #BoyEdgar #BurgemeesterVanHall #CharlesVanTassel #EpisodesDeLaVieDUnArtiste #ErnstVanTiel #FerBank #FransVanDeursen #HarrietSmithson #HectorBerlioz #JacquesBank #MarjanneKweksilber #MuziekgroepNederland #NederlandsZangtheater #nieuweMuziek #opera #OrkestDeVolharding #PeterDeBaan #SietZuyderland #TheaDerks #TonDeLeeuw
-
Jacques Bank: De Bijlmer Opera
Twintig jaar geleden stortte een vliegtuig neer op een flat in de Bijlmermeer, wat we uitvoerig herdenken. Maar wat een gemiste kans dat bij deze gelegenheid niet de Bijlmer Opera van Jaques Bank wordt heruitgevoerd! Deze verscheen in 2002 op cd. Hierbij de tekst die ik destijds schreef voor het begeleidende boekje. Helaas is de cd niet meer leverbaar, wel is hij nog te bestellen via Muziekweb
‘Geen paal gaf mij groter voldoening!’ Met deze woorden sloeg burgemeester Van Hall in 1966 de eerste paal voor de Amsterdamse nieuwbouwwijk de Bijlmermeer. Deze zou een paradijs op aarde worden, omdat volgens de principes van de Functionele Stad zaken als wonen, werken en recreëren strikt gescheiden werden. Componist Jacques Bank (1943) woonde er ruim twintig jaar en zag hoe de werkelijkheid de idealen inhaalde. Toen Willem van Manen hem vroeg een opera voor Orkest de Volharding te schrijven, aarzelde hij geen moment: de Bijlmer was zijn onderwerp.
Dat was in 1996. De criminaliteit had schrikbarende vormen aangenomen, een vliegtuig was neergestort op de wijk en men was begonnen de anonieme hoogbouw te vervangen door eengezinswoningen, die haaks stonden op de ooit geformuleerde idealen. Bank zag de tragiek van deze ontwikkelingen en vroeg zijn broer Fer (1944) een libretto te schrijven. Deze gebruikte hiervoor uitsluitend bestaande teksten – van architecten, plannenmakers, politici, woningcorporaties, kranten, maar ook van Vergilius en Aeschylos. Hieruit smeedde hij een aangrijpend verhaal, met de boodschap dat wat mensen in hun enthousiasme bedenken, in de praktijk vaak gedoemd is te mislukken. Toch is de opera niet bedoeld als aanklacht: ‘De Bijlmer staat symbool voor het noodlot en het failliet van de maakbaarheidgedachte’, zei Jacques Bank hierover.
Maar een opera over de Bijlmer, levert dat wat op? Ja, zo bewezen Jacques en Fer Bank tijdens de première van De Bijlmer Opera op 18 januari 2000: het schijnbaar gortdroge thema bleek wel degelijk groots en meeslepend muziektheater op te kunnen leveren. Opera gedijt nu eenmaal bij een goedlopend verhaal, een navolgbare regie en zinderende muziek, en hierin voorziet De Bijlmer Opera ruimschoots. Een interessante vondst van de gebroeders Bank – met dank aan Les Troyens van Berlioz – is de rol van de onheilsprofetes Kassandra, in dit geval belichaamd door een zwerfster. Tegen een fond van akelig joelende flexatones opent zij de opera met een door merg en been snijdend ‘Ai, de Dood zweeft door de lucht!’. Niemand luistert, ook al worden haar waarschuwingen voor het naderend onheil steeds indringender. Als het noodlot uiteindelijk letterlijk, in de vorm van een neerstortend vliegtuig, toeslaat, zwijgt Kassandra en loopt weg over de rokende puinhopen; in haar hand een draagbaar tv-tje met beelden van de ramp.
Een tweede trouvaille waardoor De Bijlmer Opera het anekdotische overstijgt, is de rol van een acteur, die nu eens optreedt als pedante architect, dan weer als diens verontruste tegenstrever, of als de huisarts Boy Edgar die de eenzaamheid van huisvrouwen aan de orde stelt. Hartverscheurend is hij als mevrouw Ramperzad, die met een Surinaams accent vertelt hoe haar man naar Nederland verhuisde, maar nog geen werk heeft gevonden: ‘Ze nemen zeker geen mensen die niet kunnen schrijven. Ja, hij kan zijn naam wel schrijven, maar niet zo goed.’ Een zanger belichaamt de opeenvolgende burgemeesters. Hij begint met opgewekte triolen, maar naarmate hij het falen van de Bijlmer inziet klinkt hij steeds wanhopiger. Net als in een Griekse tragedie speelt het koor een belangrijke rol: het ene moment vertegenwoordigt het de bewoners, het volgende de plannenmakers, of de architect die in de arm wordt genomen wanneer de problemen zich opstapelen. Nadat het vliegtuig is neergestort, zingt het koor een requiem, bestaande uit een uitspraak van architect Le Corbusier ‘C’est toujours la vie qui a raison, l’architecte qui a tort’. De tekst wordt aanvankelijk boos gescandeerd, maar transformeert geleidelijk in een troostrijke klaagzang.
De inventieve enscenering van Peter de Baan en Siet Zuyderland zorgde in 2000 voor een indringende ervaring, maar De Bijlmer Opera herbergt ook zonder beeld een universeel aansprekende dramatiek. De zeggingskracht wordt nog versterkt doordat de opnames voor de cd werden gemaakt na afloop van de voorstellingen, zodat het live gevoel behouden bleef en je als luisteraar een nabijheid voelt die studio-opnames vaak ontberen. Op een aansprekende manier maakt de muziek invoelbaar hoe toekomstvisioenen vaak door de praktijk worden ingehaald. We ervaren bijna lijfelijk de wanhoop van Kassandra als zij niet gehoord wordt; de woede van de bewoners over hoge huren en slechte voorzieningen; de potsierlijke borstklopperij van de ontwerpers en het amechtige gestuntel van beleidsmakers – dergelijke zaken zijn van alle tijden.
Bank, die studeerde bij Ton de Leeuw, streeft naar eigen zeggen niet naar vernieuwing als doel op zich, maar wil ‘het publiek muzikaal bij de lurven wil grijpen’ en dat is precies wat hij doet. De Bijlmer Opera is een dynamische partituur, die zonder ook maar ergens plat te worden het verhaal op de voet volgt. Ronkende koperakkoorden, duister roffelende pauken en apocalyptische gongs zorgen voor beklemmende momenten; licht tinkelende belletjes en zwierige marimbapartijen begeleiden passages van milde ironie. Swingende patronen van de blazers herinneren aan de muziek van minimalisten als Glass of Reich, terwijl de warme samenklanken van het koor bij wijlen zwemen naar Berlioz. De muziek ontroert, zonder sentimenteel te zijn, doordat Bank zijn partituur nergens ‘dichtsmeert’ met volvette akkoorden of overvolle partijen, maar altijd ruimte laat voor de zangers en de spreker. Deze werkwijze reflecteert het open stratenplan van de Bijlmer. Bijkomend voordeel is dat de teksten goed verstaanbaar zijn.
Met De Bijlmer Opera bewijst Bank opnieuw zijn enorme talent om alledaagse prozateksten muzikaal tot leven te wekken. Zo zette hij in A very bad Character een justitieel rapport voor solo mannenstem (1989), gebruikte hij in Gebroken sprookjes voor bas en ensemble opstellen van allochtone kinderen (1991) en baseerde hij zijn opera-oratorium Episodes de la vie d’un artiste op brieven van Harriet Smithson en teksten uit een biografie over Hector Berlioz (1992-93). Vocale composities zijn toch al in de meerderheid in zijn oeuvre, maar opvallend is dat hij hiervoor zelden literaire teksten gebruikt. In een interview zei Bank hierover: ‘Literatuur is al zo gelaagd dat je daar als componist nauwelijks iets aan toe kunt voegen. Een verhaaltje uit een buurtkrant heeft maar een betekenislaag, waar je zelf andere tegenaan kunt zetten. Want juist in de alledaagsheid van de teksten ligt de menselijke tragiek verborgen. Door zulke koude, zakelijke woorden in een bad met kokende noten te gooien, wil ik de onderliggende emoties blootleggen.’ – Compassie met het menselijk onvermogen, zoals die ook uit De Bijlmer Opera spreekt, loopt als een rode draad door Banks oeuvre, getuigend van een tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend engagement.
Thea Derks, Amsterdam, 9-10-2002
Voor cd-boekje De Bijlmer Opera Muziekgroep NederlandJacques Bank: De Bijlmer Opera; libretto Fer Bank; Orkest de Volharding en Nederlands Zangtheater o.l.v. Ernst van Tiel; Marjanne Kweksilber, sopraan; Charles van Tassel, bariton; Frans van Deursen, spreekstem; Composers’ Voice CV 110
#Bijlmer #BijlmerOpera #Bijlmermeer #BoyEdgar #BurgemeesterVanHall #CharlesVanTassel #EpisodesDeLaVieDUnArtiste #ErnstVanTiel #FerBank #FransVanDeursen #HarrietSmithson #HectorBerlioz #JacquesBank #MarjanneKweksilber #MuziekgroepNederland #NederlandsZangtheater #nieuweMuziek #opera #OrkestDeVolharding #PeterDeBaan #SietZuyderland #TheaDerks #TonDeLeeuw
-
Jacques Bank: De Bijlmer Opera
Twintig jaar geleden stortte een vliegtuig neer op een flat in de Bijlmermeer, wat we uitvoerig herdenken. Maar wat een gemiste kans dat bij deze gelegenheid niet de Bijlmer Opera van Jaques Bank wordt heruitgevoerd! Deze verscheen in 2002 op cd. Hierbij de tekst die ik destijds schreef voor het begeleidende boekje. Helaas is de cd niet meer leverbaar, wel is hij nog te bestellen via Muziekweb
‘Geen paal gaf mij groter voldoening!’ Met deze woorden sloeg burgemeester Van Hall in 1966 de eerste paal voor de Amsterdamse nieuwbouwwijk de Bijlmermeer. Deze zou een paradijs op aarde worden, omdat volgens de principes van de Functionele Stad zaken als wonen, werken en recreëren strikt gescheiden werden. Componist Jacques Bank (1943) woonde er ruim twintig jaar en zag hoe de werkelijkheid de idealen inhaalde. Toen Willem van Manen hem vroeg een opera voor Orkest de Volharding te schrijven, aarzelde hij geen moment: de Bijlmer was zijn onderwerp.
Dat was in 1996. De criminaliteit had schrikbarende vormen aangenomen, een vliegtuig was neergestort op de wijk en men was begonnen de anonieme hoogbouw te vervangen door eengezinswoningen, die haaks stonden op de ooit geformuleerde idealen. Bank zag de tragiek van deze ontwikkelingen en vroeg zijn broer Fer (1944) een libretto te schrijven. Deze gebruikte hiervoor uitsluitend bestaande teksten – van architecten, plannenmakers, politici, woningcorporaties, kranten, maar ook van Vergilius en Aeschylos. Hieruit smeedde hij een aangrijpend verhaal, met de boodschap dat wat mensen in hun enthousiasme bedenken, in de praktijk vaak gedoemd is te mislukken. Toch is de opera niet bedoeld als aanklacht: ‘De Bijlmer staat symbool voor het noodlot en het failliet van de maakbaarheidgedachte’, zei Jacques Bank hierover.
Maar een opera over de Bijlmer, levert dat wat op? Ja, zo bewezen Jacques en Fer Bank tijdens de première van De Bijlmer Opera op 18 januari 2000: het schijnbaar gortdroge thema bleek wel degelijk groots en meeslepend muziektheater op te kunnen leveren. Opera gedijt nu eenmaal bij een goedlopend verhaal, een navolgbare regie en zinderende muziek, en hierin voorziet De Bijlmer Opera ruimschoots. Een interessante vondst van de gebroeders Bank – met dank aan Les Troyens van Berlioz – is de rol van de onheilsprofetes Kassandra, in dit geval belichaamd door een zwerfster. Tegen een fond van akelig joelende flexatones opent zij de opera met een door merg en been snijdend ‘Ai, de Dood zweeft door de lucht!’. Niemand luistert, ook al worden haar waarschuwingen voor het naderend onheil steeds indringender. Als het noodlot uiteindelijk letterlijk, in de vorm van een neerstortend vliegtuig, toeslaat, zwijgt Kassandra en loopt weg over de rokende puinhopen; in haar hand een draagbaar tv-tje met beelden van de ramp.
Een tweede trouvaille waardoor De Bijlmer Opera het anekdotische overstijgt, is de rol van een acteur, die nu eens optreedt als pedante architect, dan weer als diens verontruste tegenstrever, of als de huisarts Boy Edgar die de eenzaamheid van huisvrouwen aan de orde stelt. Hartverscheurend is hij als mevrouw Ramperzad, die met een Surinaams accent vertelt hoe haar man naar Nederland verhuisde, maar nog geen werk heeft gevonden: ‘Ze nemen zeker geen mensen die niet kunnen schrijven. Ja, hij kan zijn naam wel schrijven, maar niet zo goed.’ Een zanger belichaamt de opeenvolgende burgemeesters. Hij begint met opgewekte triolen, maar naarmate hij het falen van de Bijlmer inziet klinkt hij steeds wanhopiger. Net als in een Griekse tragedie speelt het koor een belangrijke rol: het ene moment vertegenwoordigt het de bewoners, het volgende de plannenmakers, of de architect die in de arm wordt genomen wanneer de problemen zich opstapelen. Nadat het vliegtuig is neergestort, zingt het koor een requiem, bestaande uit een uitspraak van architect Le Corbusier ‘C’est toujours la vie qui a raison, l’architecte qui a tort’. De tekst wordt aanvankelijk boos gescandeerd, maar transformeert geleidelijk in een troostrijke klaagzang.
De inventieve enscenering van Peter de Baan en Siet Zuyderland zorgde in 2000 voor een indringende ervaring, maar De Bijlmer Opera herbergt ook zonder beeld een universeel aansprekende dramatiek. De zeggingskracht wordt nog versterkt doordat de opnames voor de cd werden gemaakt na afloop van de voorstellingen, zodat het live gevoel behouden bleef en je als luisteraar een nabijheid voelt die studio-opnames vaak ontberen. Op een aansprekende manier maakt de muziek invoelbaar hoe toekomstvisioenen vaak door de praktijk worden ingehaald. We ervaren bijna lijfelijk de wanhoop van Kassandra als zij niet gehoord wordt; de woede van de bewoners over hoge huren en slechte voorzieningen; de potsierlijke borstklopperij van de ontwerpers en het amechtige gestuntel van beleidsmakers – dergelijke zaken zijn van alle tijden.
Bank, die studeerde bij Ton de Leeuw, streeft naar eigen zeggen niet naar vernieuwing als doel op zich, maar wil ‘het publiek muzikaal bij de lurven wil grijpen’ en dat is precies wat hij doet. De Bijlmer Opera is een dynamische partituur, die zonder ook maar ergens plat te worden het verhaal op de voet volgt. Ronkende koperakkoorden, duister roffelende pauken en apocalyptische gongs zorgen voor beklemmende momenten; licht tinkelende belletjes en zwierige marimbapartijen begeleiden passages van milde ironie. Swingende patronen van de blazers herinneren aan de muziek van minimalisten als Glass of Reich, terwijl de warme samenklanken van het koor bij wijlen zwemen naar Berlioz. De muziek ontroert, zonder sentimenteel te zijn, doordat Bank zijn partituur nergens ‘dichtsmeert’ met volvette akkoorden of overvolle partijen, maar altijd ruimte laat voor de zangers en de spreker. Deze werkwijze reflecteert het open stratenplan van de Bijlmer. Bijkomend voordeel is dat de teksten goed verstaanbaar zijn.
Met De Bijlmer Opera bewijst Bank opnieuw zijn enorme talent om alledaagse prozateksten muzikaal tot leven te wekken. Zo zette hij in A very bad Character een justitieel rapport voor solo mannenstem (1989), gebruikte hij in Gebroken sprookjes voor bas en ensemble opstellen van allochtone kinderen (1991) en baseerde hij zijn opera-oratorium Episodes de la vie d’un artiste op brieven van Harriet Smithson en teksten uit een biografie over Hector Berlioz (1992-93). Vocale composities zijn toch al in de meerderheid in zijn oeuvre, maar opvallend is dat hij hiervoor zelden literaire teksten gebruikt. In een interview zei Bank hierover: ‘Literatuur is al zo gelaagd dat je daar als componist nauwelijks iets aan toe kunt voegen. Een verhaaltje uit een buurtkrant heeft maar een betekenislaag, waar je zelf andere tegenaan kunt zetten. Want juist in de alledaagsheid van de teksten ligt de menselijke tragiek verborgen. Door zulke koude, zakelijke woorden in een bad met kokende noten te gooien, wil ik de onderliggende emoties blootleggen.’ – Compassie met het menselijk onvermogen, zoals die ook uit De Bijlmer Opera spreekt, loopt als een rode draad door Banks oeuvre, getuigend van een tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend engagement.
Thea Derks, Amsterdam, 9-10-2002
Voor cd-boekje De Bijlmer Opera Muziekgroep NederlandJacques Bank: De Bijlmer Opera; libretto Fer Bank; Orkest de Volharding en Nederlands Zangtheater o.l.v. Ernst van Tiel; Marjanne Kweksilber, sopraan; Charles van Tassel, bariton; Frans van Deursen, spreekstem; Composers’ Voice CV 110
#Bijlmer #BijlmerOpera #Bijlmermeer #BoyEdgar #BurgemeesterVanHall #CharlesVanTassel #EpisodesDeLaVieDUnArtiste #ErnstVanTiel #FerBank #FransVanDeursen #HarrietSmithson #HectorBerlioz #JacquesBank #MarjanneKweksilber #MuziekgroepNederland #NederlandsZangtheater #nieuweMuziek #opera #OrkestDeVolharding #PeterDeBaan #SietZuyderland #TheaDerks #TonDeLeeuw