home.social

#julesprast — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #julesprast, aggregated by home.social.

  1. Jules – Leve de leegte? Of juist niet?

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Jules Prast, eerder in het BD geplaatst op 24 april 2024.

    Voorwaardelijk ontstaan is van de bron van lijden geworden tot de bron van verlossing. Loopt er tussen deze twee uitersten nog een weg van het midden?

    Nagarjuna staat binnen het boeddhisme in hoog aanzien, maar ik vind het maar een rare denker. Zijn verzen getuigen van een koud soort logica. Dit kan niet en dat kan niet, en zus en zo evenmin, dus moet alles wel ‘leeg’ zijn. Zijn beroemde negatieve methode komt niet erg positief over. Nagarjuna (India, tweede eeuw na Chr.) legde het filosofisch fundament voor de ‘leegte’ of ‘sunyata’ en wordt wel de tweede Boeddha genoemd. Geef mij de eerste maar.

    Je ziet mensen bijna over hun eigen gedachten struikelen wanneer je leest of hoort hoe ze proberen uit te leggen dat alles ‘zonder inherente existentie’ is. Het lijkt wel of ze zichzelf willen overtuigen dat ze recht in de leer zijn, terwijl van al dat dappere pogen ondertussen dikke druppels van kunstmatigheid afdruipen. Het gaat zo tegen iedere intuïtie in. Waarom niet gewoon zeggen: gooi maar in mijn petje?

    Ik weet nooit goed of boeddhisme en filosofie wel een gelukkige combinatie vormen. Het begint al met de Abhidharma, een nogal schematisch uitgevallen proeve tot het systematiseren van de leer van de Boeddha. De volgende in de lijn, Nagarjuna, was misschien ook niet een geslaagd hoofdstuk.

    Sommigen zullen tegenwerpen: daar gaat de hele onderbouwing van Mahayana in een keer het raam uit, maar daar ben ik nog niet zo zeker van. Er is meer onder hemel en aarde dan de afwezigheid van inherente existentie. We hebben bovendien onze ervaring als basis voor eigen, kritisch onderzoek.

    Filters

    Zelf vergelijk ik de Boeddha wel eens met de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). Aan hem wordt de ontdekking toegeschreven dat het menselijk verstand alle ervaring filtert. Tijd (verandering) en ruimte (vorm) zitten als het ware voorgeprogrammeerd in ons besturingssysteem, zei Kant. Wat wij kunnen kennen is ons verstand, niet de werkelijkheid ‘daarbuiten’. Het ‘Ding an sich’ ligt buiten ons bereik.

    Ook de Boeddha kwam tot het inzicht dat de menselijke ervaring gefilterd wordt. Hij noemde zijn filters ‘skandha’s’. Als je lichaam en geest samen ontleedt in factoren, dan houd je alleen die skandha’s over. Samen maken deze uit wat je in de taal van onze tijd zou kunnen noemen: willen, waarnemen en bewustzijn.

    In de visie van de Boeddha conditioneren deze factoren alle ervaring totdat je je ervan weet te bevrijden. Evenals veel later Kant met een compleet andere insteek, onderkende de Boeddha dat ‘de’ werkelijkheid een geconstrueerde werkelijkheid is.

    Lang vóór onze geboorte begint de keten al waarin de vormkrachten huizen die ons leven in belangrijke mate zullen beheersen. We danken ons bestaan aan onze voorouders die ons een fonds van genetisch bepaalde mogelijkheden meegeven. Al in de baarmoeder wordt de basis gelegd voor het fysieke substraat dat ons later in staat zal stellen een begrippenapparaat te ontwikkelen waarmee we ons een eigen werkelijkheid gaan voorstellen.

    We komen op deze aarde te midden van het geaccumuleerde karma van anderen. We hebben een zekere vrijheid om onszelf te ontwikkelen, maar geen absolute vrijheid. Onze vrijheid wordt ingeperkt door de vormkrachten die we met ons meedragen en door onze onwetendheid, aldus de Boeddha. Welkom in de wereld van het voorwaardelijke ontstaan.

    Voorstelling

    Met een geconstrueerde werkelijkheid wordt niet bedoeld ‘perceptie’ zoals in ‘jouw perceptie is een andere dan de mijne’. Nee, wat de Boeddha zich realiseerde is dat dat maar een uitloper is van een veel dieper liggend probleem, namelijk dat mensen zich niet kunnen voorstellen dat datgene wat ze zich voorstellen maar een voorstelling is, en niet de werkelijkheid. En dat die onwetendheid een dimensie is van een menselijk bestaan dat zelf broos en wel meedeint op de golven van een zee van lijden.

    De Boeddha overzag heel het systeem van ‘periodieke elementen’ dat voorwaardelijk ontstaan is gaan heten. Voorwaardelijk ontstaan gaat zowel over het systeem, de keten van wedergeboortes, als over de zelf-ervaring van de mens.

    Helaas echter houden mensen er niet van wanneer hun hun werkelijkheid wordt afgepakt. De werkelijkheid is ‘wat voor jou werkt’: het schept orde in een chaos van data, scheidt signaal van ruis en lijkt een zeker houvast te geven om onheil af te weren.

    “Fijn dat die werkelijkheid volgens u lijden is, mijnheer de Boeddha, maar wij doen het er toch maar graag mee,” zegt de mensheid in meerderheid nu al vijfentwintig eeuwen lang. En ook al vloek ik misschien in de kerk, ik voeg daaraan toe dat ik betwijfel of leegte en (het gebrek aan) inherente existentie veel zullen bijdragen aan de overtuigingskracht van het boeddhisme.

    Reikwijdte

    In de ogen van een sceptische buitenwereld heeft de school van de Leegte niet het ‘nihilistische’ imago kunnen verhelpen dat de leer van de Boeddha al als stigma met zich meedroeg. Er is echter nog iets anders wat je kunt inbrengen tegen leegte als concept. Als je opschuift van ‘onze ervaring is niet zelf’ via ‘de mens heeft geen zelf’ naar ‘geen enkel verschijnsel heeft een zelf’, dan kun je met de meest oprechte bedoelingen om een brug te slaan naar de oude Boeddha, steeds verder van hem af komen te staan.

    De Boeddha zei: “Onze ervaring is niet zelf.” Maar naarmate je meer de leegte van alle verschijnselen gaat benadrukken, effen je ook de weg om de reikwijdte van het zelf steeds verder op te rekken. “De ander is even leeg als ik, dus ik ben daarin verbonden met de ander, wat zeg ik, met al het andere!”

    Deze beweging heeft zich in de geschiedenis van het boeddhisme voltrokken. Voorwaardelijk ontstaan is van de bron van lijden geworden tot de bron van verlossing. Loopt er tussen deze twee uitersten nog een weg van het midden?

    Dit is het tweede deel in de serie ‘Bronnen van het boeddhisme’ waarin Jules Prast de Dharma op een eigentijdse manier bevraagt, op zoek naar verbinding tussen traditie en de ervaring van vandaag.

     

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #JulesPrast #Kant #karma #leegte #lijden #logica #mahayana #middenweg #Nagarjuna #ontwikkeling #verlossing #voorwaardelijkOntstaan #vrijheid
    #JulesPrast #Kant #karma #leegte #lijden #logica #mahayana #middenweg #Nagarjuna #ontwikkeling #verlossing #voorwaardelijkOntstaan #vrijheid

  2. Jules – Leve de leegte? Of juist niet?

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Jules Prast, eerder in het BD geplaatst op 24 april 2024.

    Voorwaardelijk ontstaan is van de bron van lijden geworden tot de bron van verlossing. Loopt er tussen deze twee uitersten nog een weg van het midden?

    Nagarjuna staat binnen het boeddhisme in hoog aanzien, maar ik vind het maar een rare denker. Zijn verzen getuigen van een koud soort logica. Dit kan niet en dat kan niet, en zus en zo evenmin, dus moet alles wel ‘leeg’ zijn. Zijn beroemde negatieve methode komt niet erg positief over. Nagarjuna (India, tweede eeuw na Chr.) legde het filosofisch fundament voor de ‘leegte’ of ‘sunyata’ en wordt wel de tweede Boeddha genoemd. Geef mij de eerste maar.

    Je ziet mensen bijna over hun eigen gedachten struikelen wanneer je leest of hoort hoe ze proberen uit te leggen dat alles ‘zonder inherente existentie’ is. Het lijkt wel of ze zichzelf willen overtuigen dat ze recht in de leer zijn, terwijl van al dat dappere pogen ondertussen dikke druppels van kunstmatigheid afdruipen. Het gaat zo tegen iedere intuïtie in. Waarom niet gewoon zeggen: gooi maar in mijn petje?

    Ik weet nooit goed of boeddhisme en filosofie wel een gelukkige combinatie vormen. Het begint al met de Abhidharma, een nogal schematisch uitgevallen proeve tot het systematiseren van de leer van de Boeddha. De volgende in de lijn, Nagarjuna, was misschien ook niet een geslaagd hoofdstuk.

    Sommigen zullen tegenwerpen: daar gaat de hele onderbouwing van Mahayana in een keer het raam uit, maar daar ben ik nog niet zo zeker van. Er is meer onder hemel en aarde dan de afwezigheid van inherente existentie. We hebben bovendien onze ervaring als basis voor eigen, kritisch onderzoek.

    Filters

    Zelf vergelijk ik de Boeddha wel eens met de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). Aan hem wordt de ontdekking toegeschreven dat het menselijk verstand alle ervaring filtert. Tijd (verandering) en ruimte (vorm) zitten als het ware voorgeprogrammeerd in ons besturingssysteem, zei Kant. Wat wij kunnen kennen is ons verstand, niet de werkelijkheid ‘daarbuiten’. Het ‘Ding an sich’ ligt buiten ons bereik.

    Ook de Boeddha kwam tot het inzicht dat de menselijke ervaring gefilterd wordt. Hij noemde zijn filters ‘skandha’s’. Als je lichaam en geest samen ontleedt in factoren, dan houd je alleen die skandha’s over. Samen maken deze uit wat je in de taal van onze tijd zou kunnen noemen: willen, waarnemen en bewustzijn.

    In de visie van de Boeddha conditioneren deze factoren alle ervaring totdat je je ervan weet te bevrijden. Evenals veel later Kant met een compleet andere insteek, onderkende de Boeddha dat ‘de’ werkelijkheid een geconstrueerde werkelijkheid is.

    Lang vóór onze geboorte begint de keten al waarin de vormkrachten huizen die ons leven in belangrijke mate zullen beheersen. We danken ons bestaan aan onze voorouders die ons een fonds van genetisch bepaalde mogelijkheden meegeven. Al in de baarmoeder wordt de basis gelegd voor het fysieke substraat dat ons later in staat zal stellen een begrippenapparaat te ontwikkelen waarmee we ons een eigen werkelijkheid gaan voorstellen.

    We komen op deze aarde te midden van het geaccumuleerde karma van anderen. We hebben een zekere vrijheid om onszelf te ontwikkelen, maar geen absolute vrijheid. Onze vrijheid wordt ingeperkt door de vormkrachten die we met ons meedragen en door onze onwetendheid, aldus de Boeddha. Welkom in de wereld van het voorwaardelijke ontstaan.

    Voorstelling

    Met een geconstrueerde werkelijkheid wordt niet bedoeld ‘perceptie’ zoals in ‘jouw perceptie is een andere dan de mijne’. Nee, wat de Boeddha zich realiseerde is dat dat maar een uitloper is van een veel dieper liggend probleem, namelijk dat mensen zich niet kunnen voorstellen dat datgene wat ze zich voorstellen maar een voorstelling is, en niet de werkelijkheid. En dat die onwetendheid een dimensie is van een menselijk bestaan dat zelf broos en wel meedeint op de golven van een zee van lijden.

    De Boeddha overzag heel het systeem van ‘periodieke elementen’ dat voorwaardelijk ontstaan is gaan heten. Voorwaardelijk ontstaan gaat zowel over het systeem, de keten van wedergeboortes, als over de zelf-ervaring van de mens.

    Helaas echter houden mensen er niet van wanneer hun hun werkelijkheid wordt afgepakt. De werkelijkheid is ‘wat voor jou werkt’: het schept orde in een chaos van data, scheidt signaal van ruis en lijkt een zeker houvast te geven om onheil af te weren.

    “Fijn dat die werkelijkheid volgens u lijden is, mijnheer de Boeddha, maar wij doen het er toch maar graag mee,” zegt de mensheid in meerderheid nu al vijfentwintig eeuwen lang. En ook al vloek ik misschien in de kerk, ik voeg daaraan toe dat ik betwijfel of leegte en (het gebrek aan) inherente existentie veel zullen bijdragen aan de overtuigingskracht van het boeddhisme.

    Reikwijdte

    In de ogen van een sceptische buitenwereld heeft de school van de Leegte niet het ‘nihilistische’ imago kunnen verhelpen dat de leer van de Boeddha al als stigma met zich meedroeg. Er is echter nog iets anders wat je kunt inbrengen tegen leegte als concept. Als je opschuift van ‘onze ervaring is niet zelf’ via ‘de mens heeft geen zelf’ naar ‘geen enkel verschijnsel heeft een zelf’, dan kun je met de meest oprechte bedoelingen om een brug te slaan naar de oude Boeddha, steeds verder van hem af komen te staan.

    De Boeddha zei: “Onze ervaring is niet zelf.” Maar naarmate je meer de leegte van alle verschijnselen gaat benadrukken, effen je ook de weg om de reikwijdte van het zelf steeds verder op te rekken. “De ander is even leeg als ik, dus ik ben daarin verbonden met de ander, wat zeg ik, met al het andere!”

    Deze beweging heeft zich in de geschiedenis van het boeddhisme voltrokken. Voorwaardelijk ontstaan is van de bron van lijden geworden tot de bron van verlossing. Loopt er tussen deze twee uitersten nog een weg van het midden?

    Dit is het tweede deel in de serie ‘Bronnen van het boeddhisme’ waarin Jules Prast de Dharma op een eigentijdse manier bevraagt, op zoek naar verbinding tussen traditie en de ervaring van vandaag.

     

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #JulesPrast #Kant #karma #leegte #lijden #logica #mahayana #middenweg #Nagarjuna #ontwikkeling #verlossing #voorwaardelijkOntstaan #vrijheid
    #JulesPrast #Kant #karma #leegte #lijden #logica #mahayana #middenweg #Nagarjuna #ontwikkeling #verlossing #voorwaardelijkOntstaan #vrijheid

  3. De herberg van geborgenheid: kanttekeningen bij de Avatamsaka-commentaren van Edel Maex

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. In onderstaande tekst, geplaatst op 17 februari 2013, een analyse van Jules Prast.

    In zijn commentaren op de Avatamsaka Sutra benadrukt Edel Maex de waarde van de ontmoeting van zelf en ander in naakte openheid. Dat schept ruimte voor nieuwe verbinding.

    Prachtig zoals Edel Maex in deel acht van zijn commentaren op de Avatamsaka Sutra verschillende tijdlijnen samenbrengt: het ideaal van de ‘geïndividueerde’ mens in de wetenschappelijke psychologie in de eerste helft van de twintigste eeuw en de opkomst van het boeddhisme in de tweede helft van die eeuw, in een tijd waarin individuele mensen op zoek gingen naar geluk en zelfbevestiging.

    Wat een woordenrijkdom. Wat een beeldenrijkdom. Wat een warme, doorleefde gloed van levenservaring valt je als lezer ten deel. Wat een sfeer ook van geborgenheid. In deze herberg is voor een ieder plaats.

    Mythologisch

    Ik heb die acht afleveringen vanavond nog eens herlezen. Het thema van geborgenheid loopt als een rode draad door alle acht heen evenals dat van openheid, naakte openheid zelfs, de openheid waarin alleen ‘in het voorbijgaan van het voorbijgaan’ jijzelf en de ander elkaar werkelijk kunnen ontmoeten. Zelf is ander.

    De Avatamsaka Sutra is dikker dan de Bijbel en vol wollige mythologische passages die mijzelf wel eens huiverig maken de rest voor vol aan te zien. Maar Edel Maex herinnert aan een uitspraak van Thich Nhat Hanh dat je oog moet hebben voor de poëtische intentie waarmee de hoofdstukken van deze sutra door de generaties heen zijn samengesteld. Dat helpt me dan weer op weg.

    Onwillekeurig schiet mij het beeld te binnen van Eihei Dogen’s Shobogenzo. Als je de acht afleveringen tot dusver van Edel Maex achter elkaar legt, dan ontvouwt zich een reeks leerredes die het begin zouden kunnen zijn van een soortgelijk opus magnum, een uitnodiging tot het mee-ervaren van het gedachtengoed van zen in het begin van de eenentwintigste eeuw. Misschien overdrijf ik een beetje. Ik bedoel dit echter niet badinerend, maar als een compliment, een dat de verwachting des te groter maakt naar het ‘wordt vervolgd’ waarmee ieder deel van het feuilleton eindigt.

    Interzijn

    De Avatamsaka Sutra is een product van het Chinese boeddhisme van de school van het interzijn (Huayen). Hetzelfde interzijn dat Thich Nhat Hanh heeft geïnspireerd tot zijn geëngageerde boeddhisme van tegenwoordig. Dat interzijn is al eeuwenlang een bouwsteen van zen: met één zandkorrel heb je het hele universum in je handen.

    Over interzijn las ik eerder vandaag ook Thanissaro Bhikkhu, in zijn e-boek The Shape of Suffering. A Study of Dependent Co-Arising uit 2008 (hier gratis te downloaden). Hij wijst er fijntjes op dat de Boeddha van de Pali Canon, in tegenstelling tot latere boeddhistische leraren, in het interzijn geen verbindende grond zag, maar juist een uitdrukking van het lijden, een die in een analytisch proces van grondige introspectie ontrafeld moet worden wil je als mens tot bevrijding geraken (p. 11).

    Dus toch een scheur in de muur van de herberg van de geborgenheid?

    “Hier is de plaats van hen, die zittend in meditatie zichzelf tot uitdrukking brengen, en wel op alle wegen van het bestaan.” (Avatamsaka Sutra) Het perspectief van Thanissaro Bhikkhu op wat er in die meditatie dan tot uitdrukking zou moeten komen, lijkt te verschillen van dat van Edel Maex.

    Zelf zie ik dat anders. Juist in de historische horizon die Edel Maex hanteert bij zijn eigentijdse interpretatie van de Avatamsaka Sutra zit ook de ontsnappingsroute besloten om te ontkomen aan de ogenschijnlijke tegenstelling tussen het oudere en het jongere boeddhisme.

    “History is an unending dialogue between the past and the present,” zei de Britse historicus E.H. Carr (What is History?, 1961). Net zoals het boeddhisme zich in zijn eigen wordingsgeschiedenis ‘for the better or the worse’ heeft gevormd uit verschillende stromingen, zo ligt in de schoot van heden en toekomst de uitdaging verscholen om oud en nieuw te verbinden en te verzoenen.

    Asymmetrisch

    Verandering komt niet zelden asymmetrisch, uit onverwachte hoek. Dat maakt het vaak des te moeilijker en spannender in de ander jezelf te ontmoeten. Nu speelt het zich niet af binnen je familie, maar tussen families. De globalisering zorgt zo voor haar eigen drukpunten van naakte openheid voor het boeddhistische stamverband dat zich maar al te graag in eigen kerkjes verschuilt nu de verre neven en nichten van weleer binnen gezichtsafstand komen.

    Menig boeddhistisch leraar van naam heeft publiekelijk de hoop geuit dat vereniging onder het banier van ‘One Dharma’ in het verschiet ligt. Nu de volgelingen nog.

    De geest van openheid die Edel Maex op gezag van de Avatamsaka Sutra vertolkt, zou ik graag zo opvatten: als een uitnodiging om in de onvermijdelijke pijn van de onderlinge verbroedering, in het existiële kraken en schuren van gekoesterde doctrines en heilverwachtingen, een unieke kans te ontwaren om de Dharma verder te brengen en klaar te maken voor komende generaties.

    Een nieuwe synthese van zelf en ander als wenkend perspectief voor de boeddhistische wereld? Ik zou in ieder geval graag hopen op iets meer onderlinge handreiking, met behoud van eigenheid. Er moeten mensen opstaan die een pad uitzetten van dialoog. Wellicht dat het initiatief kan komen van de zengemeenschap, van de vertegenwoordigers van een traditie die er als geen andere een track record op nahoudt zichzelf bij herhaling te kunnen ‘revolutioneren’.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Avatamsakasoetra #EdelMaex #geborgenheid #JulesPrast #oneDharma #soetra
    #Avatamsakasoetra #EdelMaex #geborgenheid #JulesPrast #oneDharma #soetra

  4. De herberg van geborgenheid: kanttekeningen bij de Avatamsaka-commentaren van Edel Maex

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. In onderstaande tekst, geplaatst op 17 februari 2013, een analyse van Jules Prast.

    In zijn commentaren op de Avatamsaka Sutra benadrukt Edel Maex de waarde van de ontmoeting van zelf en ander in naakte openheid. Dat schept ruimte voor nieuwe verbinding.

    Prachtig zoals Edel Maex in deel acht van zijn commentaren op de Avatamsaka Sutra verschillende tijdlijnen samenbrengt: het ideaal van de ‘geïndividueerde’ mens in de wetenschappelijke psychologie in de eerste helft van de twintigste eeuw en de opkomst van het boeddhisme in de tweede helft van die eeuw, in een tijd waarin individuele mensen op zoek gingen naar geluk en zelfbevestiging.

    Wat een woordenrijkdom. Wat een beeldenrijkdom. Wat een warme, doorleefde gloed van levenservaring valt je als lezer ten deel. Wat een sfeer ook van geborgenheid. In deze herberg is voor een ieder plaats.

    Mythologisch

    Ik heb die acht afleveringen vanavond nog eens herlezen. Het thema van geborgenheid loopt als een rode draad door alle acht heen evenals dat van openheid, naakte openheid zelfs, de openheid waarin alleen ‘in het voorbijgaan van het voorbijgaan’ jijzelf en de ander elkaar werkelijk kunnen ontmoeten. Zelf is ander.

    De Avatamsaka Sutra is dikker dan de Bijbel en vol wollige mythologische passages die mijzelf wel eens huiverig maken de rest voor vol aan te zien. Maar Edel Maex herinnert aan een uitspraak van Thich Nhat Hanh dat je oog moet hebben voor de poëtische intentie waarmee de hoofdstukken van deze sutra door de generaties heen zijn samengesteld. Dat helpt me dan weer op weg.

    Onwillekeurig schiet mij het beeld te binnen van Eihei Dogen’s Shobogenzo. Als je de acht afleveringen tot dusver van Edel Maex achter elkaar legt, dan ontvouwt zich een reeks leerredes die het begin zouden kunnen zijn van een soortgelijk opus magnum, een uitnodiging tot het mee-ervaren van het gedachtengoed van zen in het begin van de eenentwintigste eeuw. Misschien overdrijf ik een beetje. Ik bedoel dit echter niet badinerend, maar als een compliment, een dat de verwachting des te groter maakt naar het ‘wordt vervolgd’ waarmee ieder deel van het feuilleton eindigt.

    Interzijn

    De Avatamsaka Sutra is een product van het Chinese boeddhisme van de school van het interzijn (Huayen). Hetzelfde interzijn dat Thich Nhat Hanh heeft geïnspireerd tot zijn geëngageerde boeddhisme van tegenwoordig. Dat interzijn is al eeuwenlang een bouwsteen van zen: met één zandkorrel heb je het hele universum in je handen.

    Over interzijn las ik eerder vandaag ook Thanissaro Bhikkhu, in zijn e-boek The Shape of Suffering. A Study of Dependent Co-Arising uit 2008 (hier gratis te downloaden). Hij wijst er fijntjes op dat de Boeddha van de Pali Canon, in tegenstelling tot latere boeddhistische leraren, in het interzijn geen verbindende grond zag, maar juist een uitdrukking van het lijden, een die in een analytisch proces van grondige introspectie ontrafeld moet worden wil je als mens tot bevrijding geraken (p. 11).

    Dus toch een scheur in de muur van de herberg van de geborgenheid?

    “Hier is de plaats van hen, die zittend in meditatie zichzelf tot uitdrukking brengen, en wel op alle wegen van het bestaan.” (Avatamsaka Sutra) Het perspectief van Thanissaro Bhikkhu op wat er in die meditatie dan tot uitdrukking zou moeten komen, lijkt te verschillen van dat van Edel Maex.

    Zelf zie ik dat anders. Juist in de historische horizon die Edel Maex hanteert bij zijn eigentijdse interpretatie van de Avatamsaka Sutra zit ook de ontsnappingsroute besloten om te ontkomen aan de ogenschijnlijke tegenstelling tussen het oudere en het jongere boeddhisme.

    “History is an unending dialogue between the past and the present,” zei de Britse historicus E.H. Carr (What is History?, 1961). Net zoals het boeddhisme zich in zijn eigen wordingsgeschiedenis ‘for the better or the worse’ heeft gevormd uit verschillende stromingen, zo ligt in de schoot van heden en toekomst de uitdaging verscholen om oud en nieuw te verbinden en te verzoenen.

    Asymmetrisch

    Verandering komt niet zelden asymmetrisch, uit onverwachte hoek. Dat maakt het vaak des te moeilijker en spannender in de ander jezelf te ontmoeten. Nu speelt het zich niet af binnen je familie, maar tussen families. De globalisering zorgt zo voor haar eigen drukpunten van naakte openheid voor het boeddhistische stamverband dat zich maar al te graag in eigen kerkjes verschuilt nu de verre neven en nichten van weleer binnen gezichtsafstand komen.

    Menig boeddhistisch leraar van naam heeft publiekelijk de hoop geuit dat vereniging onder het banier van ‘One Dharma’ in het verschiet ligt. Nu de volgelingen nog.

    De geest van openheid die Edel Maex op gezag van de Avatamsaka Sutra vertolkt, zou ik graag zo opvatten: als een uitnodiging om in de onvermijdelijke pijn van de onderlinge verbroedering, in het existiële kraken en schuren van gekoesterde doctrines en heilverwachtingen, een unieke kans te ontwaren om de Dharma verder te brengen en klaar te maken voor komende generaties.

    Een nieuwe synthese van zelf en ander als wenkend perspectief voor de boeddhistische wereld? Ik zou in ieder geval graag hopen op iets meer onderlinge handreiking, met behoud van eigenheid. Er moeten mensen opstaan die een pad uitzetten van dialoog. Wellicht dat het initiatief kan komen van de zengemeenschap, van de vertegenwoordigers van een traditie die er als geen andere een track record op nahoudt zichzelf bij herhaling te kunnen ‘revolutioneren’.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Avatamsakasoetra #EdelMaex #geborgenheid #JulesPrast #oneDharma #soetra
    #Avatamsakasoetra #EdelMaex #geborgenheid #JulesPrast #oneDharma #soetra

  5. De boeddhanatuur van Adolf Hitler

    Vandaag herpubliceren we in het BD een tekst van Jules Prast die hij in september 2013 schreef onder de naam Taigu. Dit jaar wordt herdacht dat het tachtig jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog en de verschrikkingen van het nazibewind eindigden.

    De ware aard is van oorsprong rein, maar niemand heeft een ware en oprechte aard.

    Had Hitler boeddhanatuur? Het is weer eens wat anders dan de vraag van de klassieke mu-koan, of een hond boeddhanatuur heeft.

    Taitetsu Unno, auteur van het boek River of Fire, River of Water, geeft een verrassend antwoord op deze vraag. Hij voert een zenmeester op die zei dat zelfs Adolf Hitler boeddhanatuur had, zij het dat deze zich nooit had gemanifesteerd. Maar volgens Unno zou Shinran (1173-1263), de Japanse monnik die het Shinboeddhisme stichtte, het hiermee niet eens zijn geweest.

    Shinran is in de geschiedenis van het boeddhisme een interessante figuur omdat hij zo’n scherp oog had voor de beperkingen van mensen en van de condition humaine. Volgens Unno was Shinran ervan overtuigd dat hijzelf hoegenaamd geen boeddhanatuur had. “De ware aard is van oorsprong rein, maar niemand heeft een ware en oprechte aard,” schreef Shinran. Wat een verschil met zijn tijdgenoot Dogen die in zijn beroemde verhandeling Bussho (opgenomen in het verzamelwerk Shobogenzo) verklaart dat alle levende wezens ‘door en door’ boeddhanatuur zíjn.

    Moeras

    Ik zie Shinran als een ‘reality check’ voor wie in het post-Maslow tijdperk al te optimistisch meent dat je met mindfulness en meditatie jezelf aan je haren kunt optrekken uit het moeras. Mindfulness en meditatie zijn een stap op weg naar het betreden van de stroom, maar in de visie van Shinran is het vrijwel onmogelijk dat mensen zich ermee op eigen kracht kunnen losmaken van de gehechtheden en de illusies die ze binden aan deze wereld.

    Shinran ontmaskert het zekerheidsgevoel van de valse heiligheid: in dit leven geen bevrijding. Het snijdt de vluchtroute af voor mindfulness en meditatie als spiritueel escapisme. Het opent de ramen voor een besef van ‘s levens felheid, van de grilligheid waaraan wij, mensen, in ons bestaan blootstaan. Tegenover de eigen kracht waarmee mensen hun verlossing aan zichzelf proberen te voltrekken, stelt Shinran de ‘anderkracht’ van vertrouwen in de compassie van Amida Boeddha.

    Wollen deken

    Zijn wij onder de zware druk die individualisering en industrialisering mentaal op ons leggen, niet te ver doorgeschoten in onze hunkering naar heil? ‘Geluk is een gewoonte,’ kopte Trouw boven een interview met Thich Nhat Hanh toen deze vorig jaar Nederland bezocht. Je kunt de Vietnamese zenleraar en vredesactivist niet een diep inzicht in de Dharma ontzeggen, maar hij voedt in een onbedoeld effect mogelijk wel ons verlangen om het heil naar ons toe te halen, als een warme, wollen deken waaronder we alles smoren wat zou kunnen dissoneren. Shinran staat echter te allen tijde klaar om die deken weg te rukken.

    Het Shinboeddhisme van Shinran is een aftakking van het eeuwenoude Reine Land-boeddhisme. Edel Maex schreef daar in de zomer van 2012 een verhelderend artikel over in het Boeddhistisch Dagblad. Het Reine Land-boeddhisme verschilt in een aantal belangrijke opzichten van andere boeddhistische scholen, maar deelt in het gemeenschappelijke doel van ons te doen ontwaken in de realisatie van ons oorspronkelijk gelaat.


    De volledige titel van Taitetsu Unno’s boek is River of Fire, River of Water. An Introduction to the Pure Land Tradition of Shin Buddhism (1998). Klik hier voor een uitgebreid (Engels) citaat uit dit boek, waarop ik dit blogartikel baseer.
    Dit is het zevende deel in een serie ‘Bronnen van het boeddhisme’ waarin ik de Dharma op een eigentijdse manier bevraag, op zoek naar verbinding tussen traditie en de ervaring van vandaag; klik hier voor de andere delen.

     

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #AdolfHitler #boeddhanatuur #JulesPrast #Maslow #mindfulness #Shinran
    #AdolfHitler #boeddhanatuur #JulesPrast #Maslow #mindfulness #Shinran