home.social

#jeroenwijnendaele — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #jeroenwijnendaele, aggregated by home.social.

  1. Ach ja, de val van Rome

    Zo verliep de val van Rome in elk geval NIET.

    Ineens werd een batterij vragen op me afgevuurd. En ze zijn te interessant om niet te beantwoorden. Maar eerst het begin. Er was weer eens een politicus, Axel Ronse (N-VA), die de val van Rome van stal haalde. Knack citeert hem:

    Ik hoop dat deze geopolitieke crisis ons ook economisch wakker schudt. We hebben echt niet meer de luxe om het West-Romeinse Rijk in verval na te spelen. Het moet afgelopen zijn met de decadentie.

    Daarmee kun je het eens of oneens zijn, maar het tweede zinnetje is irritant. De Oudheid is er niet als voorbeeld voor het heden. Niet dat analogieën geheel onmogelijk zijn. Er bestaat iets dat vergelijkingstheorie heet en ik kan u verklappen dat je een voorindustriële samenleving niet zomaar kunt vergelijken met een postindustriële. Daar komt nog bij dat het zinloos is de politiek van een samenleving waarover we robuuste informatie hebben, de onze dus, te laten leiden door inzichten, gebaseerd op samenlevingen waarover we geen robuuste informatie hebben. Het slecht kenbare gebruiken als leidraad voor het kenbare, is geen kenniswinst.

    So far, so good. De Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele (die van dat mooie boek over Clovis) reageerde op Ronse, en ik vroeg me op de sociale media af waarom er toch zo weinig oudheidkundigen zijn die terugschrijven. Als ik op deze blog iets onverstandigs schrijf over DNA-onderzoek, dan is er een vriendelijke biologe die me corrigeert; als ik iets doms zeg over fysica, dan is er een voormalige natuurkundeleraar die me adviseert. Ik weet dat kranten en tijdschriften ook correcties toegezonden krijgen, die misschien niet altijd worden geplaatst, maar doorgaans wel op de redactie worden besproken. Je kunt als oudheidkundige dus gewoon je academisch gezag in de strijd werpen.

    ***

    Dat was de korte inhoud van het voorafgaande en ik kreeg dus een batterij vragen. Ik zal proberen ze te beantwoorden.

    Zijn vergelijkingen inherent pogingen tot manipulatie, of zijn ze dat omdat zij door politici gemaakt werden?

    Ik denk het eerste. Politici zijn ook maar mensen. Onze kennis bestaat uit generaliseringen van waarnemingen, gedaan in het verleden; en in nieuwe situaties vallen we daarop terug. We denken dus historisch. Als we problemen zien, benutten we voor de analyse onvermijdelijk het verleden. Als over een onderwerp dan weinig robuuste informatie bestaat, zoals de transformatie van de Romeinse wereld in de vijfde eeuw, dan kun je voor elk hedendaags probleem wel iets herkenbaars vinden. Zo komt het dat er inmiddels al zó lang is gesproken over “de val van Rome” dat het moeilijk is je los te maken van dat ondergangsframe.

    (Ik ben er zelf niet vrij van. Toen ik in de jaren negentig het internet opgezocht, zag ik mezelf als zo’n middeleeuwse kopiist die boeken overschreef. Zoals een Cassiodorus de mensheid, op weg van Oudheid naar Middeleeuwen, nog iets te lezen meegaf, zo wilde ik de mensen op weg van de twintigste naar de eenentwintigste eeuw nog iets meegeven. Die impliciete vergelijking met de val van Rome is zinledig, maar ik ben dus niet vrij van het ondergangsframe.)

    Het nut van de geschiedkunde heette ooit te zijn, dat we van onze geschiedenis kunnen leren. Hoe kunnen wij leren als we geen vergelijkingen mogen trekken?

    Ik betwijfel dat we van oude geschiedenis iets kunnen leren. Daarvoor zijn de data te weinig robuust. Kennis van de Oudheid is echter leuk en dat is voldoende: genot is haar eigen beloning.

    Onder welke condities zijn nog wel geldige vergelijkingen te maken?

    Van de twintigste eeuw zou wel iets te leren kunnen zijn. Vuistregel: vergelijk industriële samenlevingen liefst met industriële samenlevingen; vergelijk agrarische imperia (zoals het Romeinse Rijk) alleen met andere agrarische imperia (zoals Han-China). De bestudering van de Oudheid is een sociale wetenschap en dus is het sociaalwetenschappelijke instrumentarium relevant.

    Wanneer oudheidkundigen op foute vergelijkingen reageren, is dat dan uit de oprechte wens om misvattingen te corrigeren, of ook uit chagrijn omdat een leek het gewaagd heeft zich op Oudheidkundig Terrein te begeven?

    Mensen worden classicus, archeoloog, historicus vanuit liefde voor hun vak. Men wil dat er eerlijk over wordt gesproken. Ik heb niet de indruk dat oudheidkundigen leken van het eigen terrein willen weren. Sterker nog, ik denk dat dat weleens iets vaker mag gebeuren. Geen mens gaat naar een amateur-tandarts, maar iedereen kan zich historicus noemen en over het verleden een mening ten beste geven. Oudheidkundigen mogen wel iets meer op hun strepen staan. Dat is een van de redenen waarom ik methoden uitleg: dan weten mensen dat er methoden zijn en dat een opleiding nut heeft.

    En kan ook meespelen dat die politicus er een van de verkeerde kleur was?

    Enerzijds denk ik dat de meeste oudheidkundigen zich aan elke misrepresentatie ergeren, ongeacht de politieke opvattingen van de spreker. Anderzijds heb ik de indruk dat spreken over de val van Rome vooral een hobby is van Nieuw Rechts: Bart De Wever in België, Thierry Baudet en Mark Rutte in Nederland. De feitelijke vraag is mijns inziens niet of iemand links of rechts is; Renate Rubinstein toonde al in de jaren tachtig aan hoe onzinnig die etiketten zijn.noot Eerlijk is eerlijk: de woorden “links” en “rechts” zijn soms nuttig, want als je ziet dat iemand ze gebruikt, weet je dat verder lezen tijdverspilling is. Het gaat om waarheidsliefde.

    Waar komt die foute opvatting over decadentie als oorzaak van Romeins verval vandaan?

    Montesquieu.

    Als die foute opvatting zo alomtegenwoordig is, zou de oorzaak dan ook niet in het geschiedkundig onderwijs – de eigen boezem – gezocht moeten worden?

    Ja en nee. Nee: ik weiger kritiek te hebben op onderwijzers en leraren. Zij kunnen niet helpen dat er minder uren beschikbaar zijn voor geschiedenisles.

    Ja: er is weinig waarheidsliefde bij instellingen die beter moeten weten. Bijvoorbeeld bij de erfgoedsector met het mantra van de beleefbaarheid, zodat stukken verleden worden gebouwd waar nooit iets was (lees maar). Of aan de universiteiten, met veel te specialistische onderzoekers. Ik gebruik weleens de metafoor van de piano: classici spelen alleen op de witte toetsen en archeologen alleen op de zwarte, terwijl ze allemaal zeggen dezelfde antieke cultuur te bestuderen. Het voortbestaan van niet-objectadequate opleidingen bewijst dat de universiteiten hun prioriteiten niet weten te stellen. Daarom stellen accountants tegenwoordig de academische prioriteiten.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AxelRonse #BartDeWever #CharlesDeMontesquieu #JeroenWijnendaele #MarkRutte #RenateRubinstein #ThierryBaudet #ValVanHetRomeinseRijk #vergelijkingstheorie

  2. Vijf dagen Brussel

    Brussel, Botanische Tuin

    Het idee was om, net als vorig jaar, eind januari een paar dagen te gaan fietsen. Ook om te zien of ik voldoende was gerevalideerd. Vlaanderen leek een mooie bestemming, maar de wind zat in de verkeerde hoek en er was regen voorspeld. Zodat we besloten een hotel in Brussel te nemen, een stad waar zó veel te zien is dat je er moeiteloos twee weken kunt doorbrengen. Bovendien is de treinverbinding vanuit Amsterdam sinds kort sterk verbeterd. En omdat ik het idee heb dat Nederlanders te weinig in België komen, doe ik hier verslag. Misschien inspireert het u tot een bezoek aan de Europese hoofdstad.

    Stripverhalen

    Ons hotel: Ibis City Centre. Centraal gelegen, opvallend aardig personeel en tussen drie metrostations (Sint-Katelijne, Beurs en De Brouckère), waardoor de hele stad in een oogwenk te bereiken is. Met wat geluk kijk je uit op de Sint-Katelijne-kerk, maar dit keer hadden we niet zoveel geluk. Wel een fijn stille kamer. De Ancienne Belgique is trouwens op loopafstand maar mijn reisgenote zag niets in Front 242, dus dat hebben we maar even gelaten zoals het is.

    Jongen met hond, Brygos-schilder (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)

    Op een regenachtige vrijdag bezochten we de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, waarover ik al heb verteld. (Ik heb nog wat blogjes over museumvoorwerpen in stripverhalen in de pen.) Daarna wandelden we door de plensbuien langs de Squares en het door Victor Horta ontworpen Hotel van Eetvelde naar het Stripmuseum. Dat is overigens ook gevestigd in een door Horta ontworpen gebouw, namelijk de Magasins Waucquez.

    Ik was lang geleden in het Stripmuseum geweest en vond het leuk de collectie opnieuw te zien. Destijds lag de nadruk erg op Hergé, die (zoals bekend) alle regels van het beeldverhaal ontdekte, en André Franquin, die alle uitzonderingen vond. Nu was de collectie meer gericht op de eigentijdse tekenaars, waarbij je uiteraard je eigen favorieten (Marvano en Ken Broeders) nergens ziet. Zo gaan die dingen.

    Franquin over kleur

    Het centrum

    De zaterdag bekeken we de neogotische Sint-Katelijne-kerk, de Begijnhofkerk en de Sint-Michiels- en Goedele-kathedraal, om vervolgens met Jeroen Wijnendaele (de auteur van een goed boek over Clovis) te lunchen op de Grote Markt. Ik zou geen seconde overwegen in Amsterdam op de Dam of het Leidseplein te lunchen, maar ik schaam me niet een toerist te zijn in een andere stad. En trouwens, het uitzicht op de Brusselse Grote Markt is een stuk beter dan op het Leidseplein.

    We bezochten het Broodhuis, het museum gewijd aan de geschiedenis van Brussel. Hier is ook het originele beeld van Manneke Pis te zien, dat ik gewoon ordinair blijf vinden. We wandelden nog via het monsterlijke Paleis van Justitie, namen afscheid van Jeroen en wandelden door naar de Hallepoort, waar we te laat waren. Dus wandelden we maar terug naar het hotel.

    Sint-Michiel (Broodhuis)

    Jugendstil

    De zondagmorgen was gewijd aan de Jugendstil. Als Apeldoorner kan ik daar natuurlijk niet onderuit. We namen de metro naar het Maison Hannon, dat ik erg bijzonder vond. Ik weet dat je het licht en het kleurgebruik en het totaalkunstwerk moet bewonderen, en terecht, maar mij vielen vooral de bakelieten stopcontacten op. Het Hortamuseum is op loopafstand, en er zijn nog meer mooie huizen aan het Louis Moricharplein en in de Vanderschrickstraat. Ik moet de leuke markt op het Sint-Gillis-voorplein niet vergeten te vermelden.

    Maison Hannon

    Ons tweede bezoek aan de Hallepoort had meer succes. Het is gewijd aan de stadsmuren van Brussel en je ziet er ook allerlei oude wapens. Het hoogtepunt was de wapenrusting van aartshertog Albrecht van Oostenrijk. Vanaf het hoogste niveau heb je een prachtig uitzicht over de stad met op de horizon de Koekelbergbasiliek en het Atomium. Onderweg terug naar het hotel passeerden we bij toeval de plek waar Horta’s Volkshuis heeft gestaan – de sloop is een berucht cultureel misdrijf – en bezochten we de Onze Lieve Vrouwe ter Zavel. Ook plunderde ik nog ergens een stripboekhandel.

    Wandelen

    Op maandag zijn veel musea gesloten, maar het Atomium, toch hét symbool van Brussel, was dat niet en ik wilde er al heel, heel lang eens heen. Ik ben er vier of vijf keer langs komen fietsen, maar nooit was ik er binnen. We aten wafels in het restaurant, met het mooiste uitzicht over de stad. In een van de bollen is een expositie over de Wereldtentoonstelling van 1958. Wat ontbrak: vermelding van het Afrikaanse dorp (met Afrikaanse bewoners) dat hier destijds stond – iets dat nu écht niet meer zou kunnen. En wat ook ontbrak: de mooie toespraak van koning Boudewijn over een hedendaags humanisme.

    In het Atomium

    De wandeling terug voerde langs het Designmuseum, een reeks gesloten negentiende-eeuwse kerken en de Botanische Tuin. Helaas bleek Librairie Jona (aanleiding tot het beste blogje dat ik ooit schreef) er niet meer te zijn. De beeldentuin naast het Museum van Schone Kunsten die we wilden bezoeken bleek te bestaan uit zegge en schrijve vier beelden, en de beeldentuin op het De Meeüsplein stelde ook weinig voor. Na aan de Aarlenstraat foto’s te hebben gemaakt van het huis van Wilhelm Vollgraff, de archeoloog die Utrecht zijn Romeinse verleden heeft gegeven, bracht de metro ons terug naar het hotel. We hadden een kleine dertien kilometer gewandeld, dus die revalidatie van me, die is afgerond.

    Louvain-la-Neuve

    Dinsdag namen we de trein naar Louvain-la-Neuve, bij mijn weten de enige stad ter wereld die is aangelegd als universiteit. Hier is het Hergé-museum, dat echt heel, heel goed is. Veel originele tekeningen natuurlijk, maar ook een weldoordacht verhaal over het ontstaan van de door hem bedachte personages, over het team rondom hem, over invloeden, zoals die van film. Mijn eigen favoriet (lees maar hier) was nergens te zien. Zo gaan die dingen. Heel goed: het gebruik van muziek (Charles Trenet, Joséphine Baker, de Beatles en een aria van Gounoud waarvan de titel me even niet te binnen wil schieten). Ook erg leuk: Hergés schets van een soort fles uit de precolumbiaanse Moche-cultuur, waarvan we vrijdag exemplaren hadden gezien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis.

    Tweemaal Moche-aardewerk

    Niet veel verderop is het universiteitsmuseum, dat een gevarieerde collectie heeft, zoals wel meer universiteitsmusea: ze komen immers tot stand doordat allerlei wetenschappers allerlei soorten instrumenten gebruiken en doordat allerlei mensen allerlei verzamelingen nalaten aan de universiteit. Echte topstukken waren er ook hier niet, maar dat werd meer dan gecompenseerd door goede uitleg – hoe je bijvoorbeeld een veertiende-eeuws beeld herkent aan de wijze waarop textiel wordt afgebeeld.

    Handhaving

    Na vijf volle dagen Brussel hebben we op woensdagmorgen nog een laatste stadswandeling gemaakt. We bekeken de kerk van Onze Lieve Vrouwe ter Kapelle, aten nog eens een wafel, bezochten de stripboekhandel bij het station. Dat vulgaire beeld van die urinerende kleuter viel niet te vermijden.

    Stukje stadsmuur

    En nu zit ik in het Zuidstation op de trein te wachten. Iemand zat zojuist op een laptop muziek te luisteren, dus ik zat gedwongen met de koptelefoon op – dit model wordt gebruikt door tuinmannen met bladblazers en functioneert beter dan koptelefoons met geluidsonderdrukking – maar dat hoefde niet lang te duren. Een beveiliger droeg de muziekliefhebber namelijk op ergens anders van zijn muziek te genieten. Handhaving, dat is iets wat ik voor Nederland ook zou wensen.

    Uiteraard is er in Brussel veel meer te zien, maar dat leest u maar hier of hier of daar of daar. Of in dit boek.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AlbrechtVanOostenrijk #Atomium #België #BoudewijnVanBelgië #Broodhuis #Brussel #Hallepoort #Hergé #JeroenWijnendaele #Jugendstil #KoninklijkeMuseaVoorKunstEnGeschiedenis #LouvainLaNeuve #MaisonHannon #Moche #StripmuseumBrussel_ #stripverhaal #VictorHorta #WilhelmVollgraff