home.social

#npra — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #npra, aggregated by home.social.

  1. Belgische kernwaakhond waarschuwt: uitstel locatiekeuze kernafval is onverantwoord

    De Belgische nucleaire toezichthouder FANC heeft een ondubbelzinnige boodschap afgegeven: wie de keuze voor een definitieve bergingslocatie voor hoogradioactief kernafval blijft uitstellen, schuift een gevaarlijke en kostbare last door naar toekomstige generaties. Het advies gaat formeel over België – maar de conclusies raken Nederland direct, op een moment dat het kernafvaldossier hier opnieuw politiek actueel wordt.

    Het Nederlandse kabinet buigt zich dit najaar over de vaststelling van het Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA), maar concrete keuzes blijven vooralsnog uit. Sterker nog: de overheid houdt nadrukkelijk meerdere beleidsopties open, waaronder de mogelijkheid om kernafval naar het buitenland te exporteren ('duale optie'). Een keuze voor een eigen eindbergingslocatie is daarmee nog lang niet gemaakt.

    Tegelijkertijd laat het COVRA-jaarverslag van afgelopen week zien hoe groot de interne spanning in het beleid al is. Waar het ontwerp-NPRA inzet op besluitvorming richting 2050, hanteert COVRA in haar financiële en technische plannen nog steeds een tijdshorizon van eindberging rond 2130. Dat verschil van tachtig jaar is geen detail – het weerspiegelt een fundamentele onzekerheid over wanneer Nederland nu eigenlijk knopen wil doorhakken.

    Het FANC is helder over de technische kant van de zaak: diepe geologische berging blijft op dit moment de veiligste en meest verantwoorde langetermijnoplossing voor hoogradioactief afval. De toezichthouder waarschuwt dat langdurige bovengrondse opslag – het model waarop Nederland al decennialang vaart bij COVRA – serieuze nadelen heeft: toenemende risico's, oplopende kosten en een veiligheid die over eeuwen afhankelijk blijft van maatschappelijke en politieke stabiliteit. Kortom: hoe langer gewacht wordt, hoe kwetsbaarder de situatie.

    Geologische berging is in Nederland echter politiek uiterst gevoelig. Concrete locaties worden in beleidsstukken angstvallig vermeden, en eerdere discussies over mogelijke regio's stuitten al snel op weerstand. Toch is de logica onverbiddelijk: zonder een tijdig en serieus locatieproces is uitvoering van welk eindbergingsbeleid dan ook simpelweg niet mogelijk.

    Zowel het FANC als het Nederlandse ontwerp-NPRA benadrukken dat breed maatschappelijk draagvlak en actieve participatie van burgers en lokale overheden onmisbaar zijn voor een succesvolle aanpak. Op papier is dat een sterk principe. De praktische uitwerking – wie beslist mee, hoe worden regio's betrokken, welke rol spelen milieuorganisaties – moet in Nederland echter nog worden ingevuld. Zonder geloofwaardig participatieproces is draagvlak voor een locatiekeuze bij voorbaat een illusie. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) is hier in maart mee gestart.

    Met de geplande vaststelling van het NPRA, een routekaart eindberging en een participatieplan later dit jaar nadert een beslissende fase in het Nederlandse kernafvaldossier. De vraag is of het Nederlandse kabinet ook daadwerkelijk de stap zet van langetermijnvisie naar concrete keuzes over locatie, tijdpad en uitvoering – of dat het een document blijft vol open einden en uitgestelde beslissingen.

    De boodschap uit Brussel is in elk geval helder: uitstel van eindberging is geen neutrale keuze. Elke vertraging vergroot de risico's, drijft de kosten op en verzwaart de rekening voor wie na ons komt. Hoe Nederland die waarschuwing vertaalt naar eigen beleid, zal de komende maanden duidelijk worden.

    #AERA #FANC #NPRA #OFL
  2. Belgische kernwaakhond waarschuwt: uitstel locatiekeuze kernafval is onverantwoord

    De Belgische nucleaire toezichthouder FANC heeft een ondubbelzinnige boodschap afgegeven: wie de keuze voor een definitieve bergingslocatie voor hoogradioactief kernafval blijft uitstellen, schuift een gevaarlijke en kostbare last door naar toekomstige generaties. Het advies gaat formeel over België – maar de conclusies raken Nederland direct, op een moment dat het kernafvaldossier hier opnieuw politiek actueel wordt.

    Het Nederlandse kabinet buigt zich dit najaar over de vaststelling van het Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA), maar concrete keuzes blijven vooralsnog uit. Sterker nog: de overheid houdt nadrukkelijk meerdere beleidsopties open, waaronder de mogelijkheid om kernafval naar het buitenland te exporteren ('duale optie'). Een keuze voor een eigen eindbergingslocatie is daarmee nog lang niet gemaakt.

    Tegelijkertijd laat het COVRA-jaarverslag van afgelopen week zien hoe groot de interne spanning in het beleid al is. Waar het ontwerp-NPRA inzet op besluitvorming richting 2050, hanteert COVRA in haar financiële en technische plannen nog steeds een tijdshorizon van eindberging rond 2130. Dat verschil van tachtig jaar is geen detail – het weerspiegelt een fundamentele onzekerheid over wanneer Nederland nu eigenlijk knopen wil doorhakken.

    Het FANC is helder over de technische kant van de zaak: diepe geologische berging blijft op dit moment de veiligste en meest verantwoorde langetermijnoplossing voor hoogradioactief afval. De toezichthouder waarschuwt dat langdurige bovengrondse opslag – het model waarop Nederland al decennialang vaart bij COVRA – serieuze nadelen heeft: toenemende risico's, oplopende kosten en een veiligheid die over eeuwen afhankelijk blijft van maatschappelijke en politieke stabiliteit. Kortom: hoe langer gewacht wordt, hoe kwetsbaarder de situatie.

    Geologische berging is in Nederland echter politiek uiterst gevoelig. Concrete locaties worden in beleidsstukken angstvallig vermeden, en eerdere discussies over mogelijke regio's stuitten al snel op weerstand. Toch is de logica onverbiddelijk: zonder een tijdig en serieus locatieproces is uitvoering van welk eindbergingsbeleid dan ook simpelweg niet mogelijk.

    Zowel het FANC als het Nederlandse ontwerp-NPRA benadrukken dat breed maatschappelijk draagvlak en actieve participatie van burgers en lokale overheden onmisbaar zijn voor een succesvolle aanpak. Op papier is dat een sterk principe. De praktische uitwerking – wie beslist mee, hoe worden regio's betrokken, welke rol spelen milieuorganisaties – moet in Nederland echter nog worden ingevuld. Zonder geloofwaardig participatieproces is draagvlak voor een locatiekeuze bij voorbaat een illusie. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) is hier in maart mee gestart.

    Met de geplande vaststelling van het NPRA, een routekaart eindberging en een participatieplan later dit jaar nadert een beslissende fase in het Nederlandse kernafvaldossier. De vraag is of het Nederlandse kabinet ook daadwerkelijk de stap zet van langetermijnvisie naar concrete keuzes over locatie, tijdpad en uitvoering – of dat het een document blijft vol open einden en uitgestelde beslissingen.

    De boodschap uit Brussel is in elk geval helder: uitstel van eindberging is geen neutrale keuze. Elke vertraging vergroot de risico's, drijft de kosten op en verzwaart de rekening voor wie na ons komt. Hoe Nederland die waarschuwing vertaalt naar eigen beleid, zal de komende maanden duidelijk worden.

    #AERA #FANC #NPRA #OFL
  3. Belgische kernwaakhond waarschuwt: uitstel locatiekeuze kernafval is onverantwoord

    De Belgische nucleaire toezichthouder FANC heeft een ondubbelzinnige boodschap afgegeven: wie de keuze voor een definitieve bergingslocatie voor hoogradioactief kernafval blijft uitstellen, schuift een gevaarlijke en kostbare last door naar toekomstige generaties. Het advies gaat formeel over België – maar de conclusies raken Nederland direct, op een moment dat het kernafvaldossier hier opnieuw politiek actueel wordt.

    Het Nederlandse kabinet buigt zich dit najaar over de vaststelling van het Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA), maar concrete keuzes blijven vooralsnog uit. Sterker nog: de overheid houdt nadrukkelijk meerdere beleidsopties open, waaronder de mogelijkheid om kernafval naar het buitenland te exporteren ('duale optie'). Een keuze voor een eigen eindbergingslocatie is daarmee nog lang niet gemaakt.

    Tegelijkertijd laat het COVRA-jaarverslag van afgelopen week zien hoe groot de interne spanning in het beleid al is. Waar het ontwerp-NPRA inzet op besluitvorming richting 2050, hanteert COVRA in haar financiële en technische plannen nog steeds een tijdshorizon van eindberging rond 2130. Dat verschil van tachtig jaar is geen detail – het weerspiegelt een fundamentele onzekerheid over wanneer Nederland nu eigenlijk knopen wil doorhakken.

    Het FANC is helder over de technische kant van de zaak: diepe geologische berging blijft op dit moment de veiligste en meest verantwoorde langetermijnoplossing voor hoogradioactief afval. De toezichthouder waarschuwt dat langdurige bovengrondse opslag – het model waarop Nederland al decennialang vaart bij COVRA – serieuze nadelen heeft: toenemende risico's, oplopende kosten en een veiligheid die over eeuwen afhankelijk blijft van maatschappelijke en politieke stabiliteit. Kortom: hoe langer gewacht wordt, hoe kwetsbaarder de situatie.

    Geologische berging is in Nederland echter politiek uiterst gevoelig. Concrete locaties worden in beleidsstukken angstvallig vermeden, en eerdere discussies over mogelijke regio's stuitten al snel op weerstand. Toch is de logica onverbiddelijk: zonder een tijdig en serieus locatieproces is uitvoering van welk eindbergingsbeleid dan ook simpelweg niet mogelijk.

    Zowel het FANC als het Nederlandse ontwerp-NPRA benadrukken dat breed maatschappelijk draagvlak en actieve participatie van burgers en lokale overheden onmisbaar zijn voor een succesvolle aanpak. Op papier is dat een sterk principe. De praktische uitwerking – wie beslist mee, hoe worden regio's betrokken, welke rol spelen milieuorganisaties – moet in Nederland echter nog worden ingevuld. Zonder geloofwaardig participatieproces is draagvlak voor een locatiekeuze bij voorbaat een illusie. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) is hier in maart mee gestart.

    Met de geplande vaststelling van het NPRA, een routekaart eindberging en een participatieplan later dit jaar nadert een beslissende fase in het Nederlandse kernafvaldossier. De vraag is of het Nederlandse kabinet ook daadwerkelijk de stap zet van langetermijnvisie naar concrete keuzes over locatie, tijdpad en uitvoering – of dat het een document blijft vol open einden en uitgestelde beslissingen.

    De boodschap uit Brussel is in elk geval helder: uitstel van eindberging is geen neutrale keuze. Elke vertraging vergroot de risico's, drijft de kosten op en verzwaart de rekening voor wie na ons komt. Hoe Nederland die waarschuwing vertaalt naar eigen beleid, zal de komende maanden duidelijk worden.

    #AERA #FANC #NPRA #OFL
  4. Belgische kernwaakhond waarschuwt: uitstel locatiekeuze kernafval is onverantwoord

    De Belgische nucleaire toezichthouder FANC heeft een ondubbelzinnige boodschap afgegeven: wie de keuze voor een definitieve bergingslocatie voor hoogradioactief kernafval blijft uitstellen, schuift een gevaarlijke en kostbare last door naar toekomstige generaties. Het advies gaat formeel over België – maar de conclusies raken Nederland direct, op een moment dat het kernafvaldossier hier opnieuw politiek actueel wordt.

    Het Nederlandse kabinet buigt zich dit najaar over de vaststelling van het Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA), maar concrete keuzes blijven vooralsnog uit. Sterker nog: de overheid houdt nadrukkelijk meerdere beleidsopties open, waaronder de mogelijkheid om kernafval naar het buitenland te exporteren ('duale optie'). Een keuze voor een eigen eindbergingslocatie is daarmee nog lang niet gemaakt.

    Tegelijkertijd laat het COVRA-jaarverslag van afgelopen week zien hoe groot de interne spanning in het beleid al is. Waar het ontwerp-NPRA inzet op besluitvorming richting 2050, hanteert COVRA in haar financiële en technische plannen nog steeds een tijdshorizon van eindberging rond 2130. Dat verschil van tachtig jaar is geen detail – het weerspiegelt een fundamentele onzekerheid over wanneer Nederland nu eigenlijk knopen wil doorhakken.

    Het FANC is helder over de technische kant van de zaak: diepe geologische berging blijft op dit moment de veiligste en meest verantwoorde langetermijnoplossing voor hoogradioactief afval. De toezichthouder waarschuwt dat langdurige bovengrondse opslag – het model waarop Nederland al decennialang vaart bij COVRA – serieuze nadelen heeft: toenemende risico's, oplopende kosten en een veiligheid die over eeuwen afhankelijk blijft van maatschappelijke en politieke stabiliteit. Kortom: hoe langer gewacht wordt, hoe kwetsbaarder de situatie.

    Geologische berging is in Nederland echter politiek uiterst gevoelig. Concrete locaties worden in beleidsstukken angstvallig vermeden, en eerdere discussies over mogelijke regio's stuitten al snel op weerstand. Toch is de logica onverbiddelijk: zonder een tijdig en serieus locatieproces is uitvoering van welk eindbergingsbeleid dan ook simpelweg niet mogelijk.

    Zowel het FANC als het Nederlandse ontwerp-NPRA benadrukken dat breed maatschappelijk draagvlak en actieve participatie van burgers en lokale overheden onmisbaar zijn voor een succesvolle aanpak. Op papier is dat een sterk principe. De praktische uitwerking – wie beslist mee, hoe worden regio's betrokken, welke rol spelen milieuorganisaties – moet in Nederland echter nog worden ingevuld. Zonder geloofwaardig participatieproces is draagvlak voor een locatiekeuze bij voorbaat een illusie. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) is hier in maart mee gestart.

    Met de geplande vaststelling van het NPRA, een routekaart eindberging en een participatieplan later dit jaar nadert een beslissende fase in het Nederlandse kernafvaldossier. De vraag is of het Nederlandse kabinet ook daadwerkelijk de stap zet van langetermijnvisie naar concrete keuzes over locatie, tijdpad en uitvoering – of dat het een document blijft vol open einden en uitgestelde beslissingen.

    De boodschap uit Brussel is in elk geval helder: uitstel van eindberging is geen neutrale keuze. Elke vertraging vergroot de risico's, drijft de kosten op en verzwaart de rekening voor wie na ons komt. Hoe Nederland die waarschuwing vertaalt naar eigen beleid, zal de komende maanden duidelijk worden.

    #AERA #FANC #NPRA #OFL
  5. Belgische kernwaakhond waarschuwt: uitstel locatiekeuze kernafval is onverantwoord

    De Belgische nucleaire toezichthouder FANC heeft een ondubbelzinnige boodschap afgegeven: wie de keuze voor een definitieve bergingslocatie voor hoogradioactief kernafval blijft uitstellen, schuift een gevaarlijke en kostbare last door naar toekomstige generaties. Het advies gaat formeel over België – maar de conclusies raken Nederland direct, op een moment dat het kernafvaldossier hier opnieuw politiek actueel wordt.

    Het Nederlandse kabinet buigt zich dit najaar over de vaststelling van het Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA), maar concrete keuzes blijven vooralsnog uit. Sterker nog: de overheid houdt nadrukkelijk meerdere beleidsopties open, waaronder de mogelijkheid om kernafval naar het buitenland te exporteren ('duale optie'). Een keuze voor een eigen eindbergingslocatie is daarmee nog lang niet gemaakt.

    Tegelijkertijd laat het COVRA-jaarverslag van afgelopen week zien hoe groot de interne spanning in het beleid al is. Waar het ontwerp-NPRA inzet op besluitvorming richting 2050, hanteert COVRA in haar financiële en technische plannen nog steeds een tijdshorizon van eindberging rond 2130. Dat verschil van tachtig jaar is geen detail – het weerspiegelt een fundamentele onzekerheid over wanneer Nederland nu eigenlijk knopen wil doorhakken.

    Het FANC is helder over de technische kant van de zaak: diepe geologische berging blijft op dit moment de veiligste en meest verantwoorde langetermijnoplossing voor hoogradioactief afval. De toezichthouder waarschuwt dat langdurige bovengrondse opslag – het model waarop Nederland al decennialang vaart bij COVRA – serieuze nadelen heeft: toenemende risico's, oplopende kosten en een veiligheid die over eeuwen afhankelijk blijft van maatschappelijke en politieke stabiliteit. Kortom: hoe langer gewacht wordt, hoe kwetsbaarder de situatie.

    Geologische berging is in Nederland echter politiek uiterst gevoelig. Concrete locaties worden in beleidsstukken angstvallig vermeden, en eerdere discussies over mogelijke regio's stuitten al snel op weerstand. Toch is de logica onverbiddelijk: zonder een tijdig en serieus locatieproces is uitvoering van welk eindbergingsbeleid dan ook simpelweg niet mogelijk.

    Zowel het FANC als het Nederlandse ontwerp-NPRA benadrukken dat breed maatschappelijk draagvlak en actieve participatie van burgers en lokale overheden onmisbaar zijn voor een succesvolle aanpak. Op papier is dat een sterk principe. De praktische uitwerking – wie beslist mee, hoe worden regio's betrokken, welke rol spelen milieuorganisaties – moet in Nederland echter nog worden ingevuld. Zonder geloofwaardig participatieproces is draagvlak voor een locatiekeuze bij voorbaat een illusie. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) is hier in maart mee gestart.

    Met de geplande vaststelling van het NPRA, een routekaart eindberging en een participatieplan later dit jaar nadert een beslissende fase in het Nederlandse kernafvaldossier. De vraag is of het Nederlandse kabinet ook daadwerkelijk de stap zet van langetermijnvisie naar concrete keuzes over locatie, tijdpad en uitvoering – of dat het een document blijft vol open einden en uitgestelde beslissingen.

    De boodschap uit Brussel is in elk geval helder: uitstel van eindberging is geen neutrale keuze. Elke vertraging vergroot de risico's, drijft de kosten op en verzwaart de rekening voor wie na ons komt. Hoe Nederland die waarschuwing vertaalt naar eigen beleid, zal de komende maanden duidelijk worden.

    #AERA #FANC #NPRA #OFL
  6. Europese Commissie evalueert radioactiefafval-richtlijn

    De Europese Commissie is een openbare raadpleging gestart over de evaluatie van de Euratom‑richtlijn 2011/70 (beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof). Deze consultatie loopt van 27 maart tot en met 19 juni 2026.
    Met deze raadpleging verzamelt de Commissie input over de vraag of het huidige EU‑kader daadwerkelijk zorgt voor veilig, verantwoordelijk en betrouwbaar beheer van kernafval. Daarbij gaat het met name om de uitvoering in de lidstaten, waar het in de praktijk vaak misgaat.
    De Commissie vraagt expliciet ook om reacties van maatschappelijke organisaties, wetenschappers en het brede publiek. Dat is belangrijk, want beslissingen over kernafval gaan over risico’s en verantwoordelijkheden die generaties lang doorwerken.

    Iedereen kan deelnemen door het invullen van een online vragenlijst

    #Euratom201170 #NPRA
  7. OFL start met maken participatieplan voor besluitvorming eindberging kernafval

    Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) is officieel van start gegaan met het voorbereiden van een participatieplan voor de besluitvorming over de eindberging van kernafval. Op dinsdag 17 maart vond in Utrecht hiervoor de eerste bijeenkomst van "de deskundigengroep" plaats. Met dit traject zet het ministerie van IenW een eerste stap naar eindberging, zoals geadviseerd door het Rathenau Instituut. Het ontwerpen van het participatieplan is onderdeel van het 'Actieplan Eindberging' en als zodanig onderdeel van de ontwerp-'routekaart naar eindberging'.

    De bijeenkomst op 17 maart werd geleid door OFL-voorzitter Johan van de Gronden en geopend door het ministerie van IenW. Het OFL heeft voor het opstellen van het participatieplan vertegenwoordigers van uiteenlopende partijen uitgenodigd: naast kennisorganisaties als TNO, RIVM en de TU Delft en landelijke en regionale overheden, namen ook COVRA en Urenco deel, evenals de Vereniging van waterbedrijven (Vewin) en NGO's, waaronder Laka. Voor de zomervakantie staat een volgende bijeenkomst gepland.

    Het feitelijke opstellen van het participatieplan ligt bij het ontwerpteam onder leiding van de OFL-voorzitter. Zij streven het plan in het najaar aan de staatssecretaris van IenW aan te bieden.

    Bij de start van de bijeenkomst deelde het ministerie van IenW desgevraagd mee dat het Nationaal Programma Radioactief Afval — met daarin de reactie de ruim 1600 ingediende zienswijzen — waarschijnlijk pas in het najaar van 2026 naar de Tweede Kamer komt. Het door het OFL op te stellen participatieplan is namelijk onderdeel van het nationaal radioactief afval beleid. Alleen is het het nationaal beleid nog niet officieel vastgesteld: Niet alleen zijn er vanuit de noordelijke provincies er heel veel kritische zienswijzes op ingediend, de vertraging wordt ook veroorzaakt door het opnieuw opstellen van het milieueffectrapport, nadat de Commissie mer had geconcludeerd dat het eerdere Mer ondermaats was.

    De bedoeling is dat het op te stellen participatieplan wordt opgenomen in het Actieprogramma Eindberging Radioactief Afval (AERA), dat eind 2027 naar de Tweede Kamer gaat. De inzet van het kabinet is om in 2050 de definitieve beslissingen over de eindberging van kernafval te nemen — over beheermethode, locatie.

    Laka krijgt van het traject een beetje een déja vu gevoel. Maar de hernieuwde politieke wind voor kernenergie maakt deelname voor Laka toch relevant: zo kan ze haar zorgen over kernafval in ieder geval in dit traject op de agenda houden.

    #AERA #Euratom201170 #NPRA #OFL
  8. COVRA: kosten eindberging kernafval verviervoudigen naar ruim €10 miljard

    In december heeft COVRA in alle stilte een nieuwe evaluatie van de kosten voor de eindberging van kernafval op haar website gezet. Laka had in 2024 nog geprocedeerd voor meer inzicht in die kostenramingen. Afgelopen jaar had 's lands kernafvalbeheerder opeens nieuwe ramingen, maar de verviervoudiging van €2,3 naar ruim €10 miljard is nog nergens opgemerkt. Terwijl de Kamer zich binnenkort een keer moet buigen over het nationaal programma radioactief afval.

    Eind 2024 publiceerde COVRA haar “Masterplan 2050”, waarin het staatsbedrijf een schatting maakte van de hoeveelheid kernafval die Nederland in 2050 zou kunnen verwachten. Die doorkijk was gebaseerd op de kernenergieplannen van wat er nog resteert van het kabinet Schoof. En ja: als je ervan uitgaat dat er vier nieuwe kerncentrales worden gebouwd, dan kom je ook op meer kernafval. Maar ook dan blijft COVRA’s aannames wel erg opportunistisch. Want zelfs áls er nieuwe kerncentrales komen, duurt het nog jaren voordat die splijtstof laden, laat staan dat die splijtstof is opgebrand, afgekoeld en gereed voor opslag bij COVRA. Ter vergelijking: Borssele openden in 1973, maar de HABOG - COVRA’s opslaggebouw voor hoogradioactief afval - ontving pas in 2003 de eerste hoogradioactieve kernsplijtingsafval. Dertig jaar later dus.

    Hoe het ook zij, COVRA heeft op basis van haar Masterplan de laatste kostenramingen voor eindberging in zout (Groningen/Drenthe) of klei (bijvoorbeeld Brabant) simpelweg geëxtrapoleerd. In het nieuwe rapport komt men daarmee dan nu uit op een prijskaartje van rond de 10 miljard euro. Overigens stond dit bedrag dus ook al in het jaarrapport over 2024, waarin letterlijk is gemeld dat “de verwachte uitgaven voor eindberging zijn toegenomen van €2,31 miljard (prijspeil 2023) naar € 10,9 miljard (prijspeil 2024).”

    Volgens datzelfde jaarrapport had COVRA begin 2025 als eindbergingsvoorziening €133 miljoen gespaard. 53 jaar Borssele, 30 jaar Dodewaard, 60 jaar HFR, 55 jaar Urenco, en nog eh... ruim 10 miljard te gaan dus. En maar volhouden dat de kosten van kernafval gedekt zijn.

    Juist hierom vraagt Laka al jaren om meer publiek inzicht in de kostenschattingen voor kernafval. Volgens de Raad van State heeft Laka daar ook wettelijk recht op. Maar COVRA en de ministeries van Financiën en IenW hebben daar dus lak aan. Want als COVRA dit dus in 2024 al wist, waarom verschijnt er nú (opnieuw?) een rapport met die conclusie? Waarom stond die verhoging niet al in het ontwerp‑Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA)? Dat programma verwees slechts naar COVRA’s raadselachtige kernafvalinventaris — die wel al repte van nieuwe kerncentrales. De logica is helemaal zoek.

    Eerder was er al 2 miljard tekort. Op basis van COVRAs nieuwe kostenraming is dat nu dus 10 miljard

    En dan is er nog de financiële kant. Als je deze nieuwe kostenschatting serieus neemt, dan zijn de tekorten in het eindbergingsfonds gigantisch. Laka rekende eerder al voor dat de renteopbrengsten van het fonds verdrievoudigd zouden moeten worden om überhaupt aan de eerdere 2,3 miljard te komen voor een eindberging in 2060.  Nu heeft COVRA dat bedrag met een pennenstreek en een reeks dunne rapportjes opgehoogd tot 10,9 miljard. Maar ach — dat bedrag moet pas over vele decennia op tafel komen, lang nadat u en ik er niet meer zijn.

    En dat is nog allemaal ook nog helemaal los van de plannen om de eindberging onder de Noordzee aan te leggen. In de huidige kostenraming verwacht COVRA voor €25/m2 grond te kunnen kopen. Dat zal toch echt duurder uitpakken wanneer daar eerst nog een offshore-eiland voor wordt aangelegd.

    Kortom: met elke brokje informatie wordt het Nederlandse kernafvalbeleid minder transparant en minder consistent. Terwijl de regering doorschuift, schuift COVRA vrolijk mee — maar wel met bedragen die van miljarden naar veel meer miljarden gaan. Dat alles zonder dat de overheid, de Kamer of het publiek ooit duidelijk heeft ingestemd met de aannames die COVRA daarvoor onder de motorkap gebruikt.

    #NPRA #Woo
  9. “In de mist”: Laka publiceert zienswijze kernafval

    Vandaag, op de laatste dag dat dit kan, dient Laka haar zienswijze in op het ontwerp nationale programma radioactief afval. Laka geeft haar zienswijze als titel "in de mist".
    Wat deze keer heel bijzonder was dat pas helemaal aan het einde van de inspraakprocedure de 7-jaarlijkse evaluatie van de COVRA werd gepubliceerd en dat COVRA afgelopen vrijdag ook nog pardoes nog met twee safety cases en een nieuwe kostenschatting kwam. En daaruit bleek dan ook nog een keer dat er wèl een aparte audit is gedaan naar de vorige kostenschatting. Nou ja, in de mist dus.

    In 2015 heeft Laka ook een zienswijze ingediend op het eerste ontwerp NPRA, toen was de titel “Wait and see”. In de aanloop van het eerste NPRA waarschuwde onder andere het hoofd van de Zweedse stralingsbeschermingautoriteit Strålsäkerhetsmyndigheten ons land namelijk om eerder dan het jaar 2130 werk te maken van de eindberging van radioactief afval. Maar de regering stak haar kop in het zand en week in het NPRA niet af van het toen al dertig jaar oude beleid om het aanleggen van een kernafval eindberging op de hele lange baan te schuiven.

    Alles is nu anders, maar alles is toch ook het zelfde gebleven. De regering heeft namelijk forse kernenergie ambities, en dan moet je toch wat met dat kernafval. De staatssecretaris van IenW besloot daarom vorig jaar, mede op advies van het Rathenau Instituut, om voor de aanleg van die eindberging niet meer terug te redeneren vanaf het jaar 2130, maar nu “gewoon” te beginnen in een stapsgewijze participatieve aanpak. Dat zou dan mogelijk kunnen leiden tot een beheer- en locatiekeuze in 2050. Vijftig jaar eerder, tel uit je winst.

    Tekst gaat door onder de video

    En alhoewel de uitbouw van kernenergie in Nederland momenteel niet zo vlot verloopt als een meerderheid in de Tweede Kamer wensdenkt – waarbij de nadruk vooral ook lijkt te liggen bij het frustreren van effectief klimaatbeleid – blijft het toch opmerkelijk hoe veel voortvarender kernenergie wordt opgepakt dan het afhechten van de kernenergie back end. Dan krijg je toch het idee dat dit zaakje stinkt.

    Voor twee nieuwe kerncentrale was direct een voorkeurslocatie in beeld, maar zodra iemand ook maar suggereert dat de eindberging uiteindelijk toch in Groningen of Drenthe komt “dan zijn we daar nog helemaal niet aan toe”. Zo stelt dezelfde staatssecretaris van IenW nu dat we rond 2050 goed in kaart hebben wat de mogelijkheden zijn en of we eindberging in Nederland, of toch in het buitenland gaan doen. Akkoord, het is vijftig jaar eerder, maar het is nog steeds pas over 25 jaar dat de overheid overweegt een echt gesprek over eindberging te gaan voeren. Dan vraag je je toch af: hoe moeilijk is het dan om een mijn te bouwen?

    De nota radioactief afval uit 1984 had over een bovengrondse opslagtermijn van 100 jaar, het NPRA-2015 over 115 jaar, en het voorliggende ontwerp-NPRA over nog zeker 25 jaar. Hoe het ook zij: comfortabel ver weg. En Laka heeft zo het vermoeden dat zodra die 25 jaar haar ommekomst nadert, enige decennia nader uitstel niet ver weg zullen zijn.

    Laka heeft ook nog steeds een kater van de “klankbordgroep” die op grond van het NPRA-2015 zou worden opgezet. Dat werd eerst een kwartiermaker die in 2018 concludeerde dat ‘klankborden’ wel wat passief klonk. Daarop heeft het ministerie van IenW het Rathenau Instituut verzocht op zoek te gaan naar hoe maatschappelijke betrokkenheid bij eindberging wel kan worden georganiseerd. En dat resulteerde dus in een advies om eindberging naar voren te halen.

    Daarom geeft Laka haar zienswijze dit maal als titel “In de mist”. Met de geproclameerde vervroeging van de eindberging prijkt er opeens een gat van ruim honderd keer COVRA’s jaaromzet in de eindbergingsbegroting - dat toch echt door de afvalproducenten zal moeten worden gedicht, van de nieuwe participatieve stapsgewijze aanpak bestaat nog niet meer dan een schets, pal op de deadline publiceerde COVRA pardoes nog een nieuwe kostenschatting en twee safety cases die nog kijken naar 2130(!): Eigenlijk hebben we nog geen idee van wat er nu écht gaat gebeuren.

    ‘Klankborden’ is ondertussen tien jaar bezig maar de overheid houdt maatschappelijke organisaties zoals Laka nog steeds angstvallig buiten de deur. Met die ervaring in het achterhoofd vragen we ons hardop af, welke garantie is er dat als “participatieve stapsgewijze aanpak”, die in 2027 zou moeten beginnen, niet opnieuw een adviestraject wordt ingezet?

    En dan is het 2035 voordat je er erg in hebt.

    Vandaag is de laatste dag dat je ook zelf een zienswijze kan indienen. Zie voor voorbeelden hier, hier en  hier.

    #Euratom201170 #Klankbordgroep #Laka #NPRA #Rathenau
  10. Ontwerp-Nationaal programma radioactief afval: eindberging eerder dan 2130

    Iedere tien jaar moeten de lidstaten van de Europese Unie een Nationaal programma maken voor de opslag en het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstoffen ("NPRA") . In dit Nationaal programma beschrijft een lidstaat hoe nu en in de toekomst met haar kernafval omgaat. Veiligheid is hierbij het belangrijkste uitgangspunt om zo mens en milieu te beschermen. Nederland moet voor augustus 2025 een nieuw nationaal programma vaststellen. Een jaar geleden was de commissie MER al erg kritisch over voorgestelde afbakening  van het NPRA. Vanochtend is alsnog het vertraagde concept gepubliceerd waarop iedereen tot 24 maart kan reageren.

    De belangrijkste reden waarom we benieuwd zijn naar ontwerp Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA) is de aankondiging van staatssecretaris Jansen dat de regering de tijdsplanning voor de aanleg van de eindberging naar voren haalt. Tot nu ging het beleid sinds 1984 en er namelijk vanuit dat pas in 2100 een beslissing genomen zou worden over de eindberging. De Routekaart, één van de vandaag gepubliceerde stukken, bevestigt opnieuw dat die planning is losgelaten: “Dit betekent dat niet langer een einddoel wordt gesteld waaruit terug geredeneerd wordt. In plaats daarvan wordt gekozen voor een participatieve stapsgewijze aanpak. De beslissingen over het tijdspad volgen dan uit het stapsgewijze proces. De voorbereidingen voor het besluitvormingsproces starten na publicatie van het NPRA in 2025 en kunnen leiden tot een eerdere datum voor besluitvorming over de locatie en beheermethode.” Vaag; we gaan er eerst maar weer eens over praten met “alle stakeholders”. Maar toch ook winst want 2130 is – vooralsnog – van tafel, iets waar Laka al heel lang voor pleit.

    Bericht gaat door onder de video

    Maar goed, wat gaat er dan nu gebeuren: er wordt voornamelijk een nieuwe ronde overleggen en onderzoeken opgestart. Inclusief opnieuw een Klankbordgroep (waar kennen we die ook al weer van?) Aan het slot van de Routekaart is een schema met 24 ‘acties’ die er nu moeten volgen.

    Er is ook een Plan-MER opgesteld door consultancy bureau Mott MacDonald. Het is 277 bladzijden, kost wat tijd om het door te nemen, maar iets wat ons opviel: zoals altijd is opwerking en hergebruik slecht uitgewerkt: heel veel nauwelijks onderbouwde aannames over hergebruik: geen enkele melding van emissies bij opwerking - want in Frankrijk dus dat telt niet; geen enkele melding van het feit dat hergebruik hooguit maar voor enkele procenten van het kernsplijtingsafval geldt, en ook niet dat de Franse nucleaire toezichthouder ASN al jaren meldt dat verbruikte MOX-brandstof nooit opgewerkt wordt; erg optimistisch over ‘nieuwe reactorontwerpen’ die actiniden kunnen verbranden - zonder de vermelding dat technologie om actiniden, behalve uranium en plutonium, te isoleren uit het kernsplijtingsafval grotendeels nog ontwikkeld moeten worden; en stelt dat opwerken (hergebruik) veel goedkoper is. Dat is dan zeker waarom maar een heel klein aantal landen opwerken en hergebruiken; en dat het Verenigd Koninkrijk net vorige maand besloot al haar plutonium, met daarbij het plutonium uit Dodewaard (140 ton) gereed te maken voor eindberging. Men heeft lang gespeeld met de gedachte dit plutonium te verwerken tot MOX-kernreactor-brandstof, maar deze route is onzeker, en opslag en beveiliging zijn erg kostbaar; etc. Maar wel één van de eerste keren (we zijn al met weinig tevreden) dat vermeldt wordt dat het Nederlandse hoogradioactief afval dat uit de opwerkingsfabriek terug komt niet hergebruikt kan worden, omdat het verglaasd is.

    Kortom wij gaan er goed naar kijken. Tot 24 maart is er de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Daarna komt er een nieuwe advies van de commissie MER, worden alle reacties verwerkt en komt er een definitief NPRA wat dan door de Kamer kan worden vastgesteld. Wij eten alvast onze hoed op dat dat voor augustus allemaal gedaan is.

    #Euratom201170 #NPRA
  11. COVRA publiceert onderzoek naar eindberging van kernafval in Zeeuwse kleilaag

    Kernafvalverwerker COVRA publiceerde onlangs een afgerond TNO-onderzoek naar de Watervliet-kleilaag onder COVRA in Zeeland. Diep onder de gemeente Borsele ligt namelijk dit "Laagpakket van Watervliet", een kleilaag die mogelijk geschikt is om een eindberging voor kernafval in aan te leggen. TNO heeft nu onderzocht hoe snel radioactieve deeltjes zich door deze kleilaag kunnen verspreiden.

    COVRA laat dit onderzoek uitvoeren om zich voor te bereiden op de uiteindelijke aanleg van een ondergrondse kernafval eindberging. Afgelopen najaar besloot PVV-staatssecretaris Jansen de aanleg van zo'n eindberging te versnellen. De onderzochte boormonsters zijn echter al in 2011 genomen bij de voorbereidingen van de na Fukushima afgeketste plannen voor Borssele-2.

    Ook opmerkelijk is dat het onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Want het is juist wettelijk verplicht dat de kosten voor onderzoek en ontwikkeling van een eindberging onderdeel zijn van de tarieven die COVRA rekent aan kernafvalproducenten zoals kerncentrale Borssele. Anders is het verboden staatssteun.

    Geologische onderzoek ter voorbereiding van kernafval-eindberging leidt vaak tot "gedoe". Daarom ziet COVRA zich genoodzaakt dit soort onderzoeken in de marge van andere projecten te laten uitvoeren. Zoals hier, met boringen bij  de vorige ronde "nieuwe kerncentrales", of, twee jaar geleden, bij een onderzoek naar geothermie onder Delft.

    Eerder deze week maakte het Ministerie van IenW bekend dat het vertraagde ontwerp Nationaal programma radioactief afval, waarin ook meer informatie komt over het traject naar eindberging, komende dinsdag 11 februari alsnog wordt gepubliceerd.

    #Euratom201170 #NPRA #TNO