home.social

#kleitablet — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #kleitablet, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Zes vragen aan Bert van der Spek

    De “Arched Room” in het British Museum, waar Van der Spek kleitabletten kan bestuderen.

    De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de vierde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologische vondsten en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan oudhistoricus Bert van der Spek, aan wiens handboek ik eerder een reeks blogjes wijdde, maar die meer heeft gedaan dan alleen een handboek maken.

    **

    Wat bestudeert u?
    De geschiedenis van Babylonië na de verovering door Alexander de Grote in 331 v.Chr., die de zgn. Hellenistische periode inleidde. Veruit de meeste bronnen over deze periode zijn in het Grieks gesteld (geschiedschrijvers die soms eeuwen later leefden, Griekse inscripties). Daardoor hebben veel oudhistorici (die veelal opgeleid zijn als classici) door een Griekse bril naar het Hellenistische Nabije Oosten gekeken.  Ik probeer de in het Babylonisch geschreven bronnen bij het onderzoek te betrekken.

    Wat doet u nou concreet?
    Ik heb een groot deel van mijn leven eraan besteed die Babylonische bronnen voor de niet-assyrioloog beschikbaar te maken. Het belangrijkste opus is Babylonian Chronographic Texts from the Hellenistic Period (samen met Irving Finkel, Reinhard Pirngruber en Kathryn Stevens; 2025). Inhoudelijk heb ik mij bezig gehouden met vragen over de multiculturele samenleving. Een ander thema is de geschiedenis van de marktwerking en van het geld vanaf Oudheid tot heden. Dat betekent uren en uren turen op kleitabletten in het British Museum (en gelukkig nu ook op digitale foto’s daarvan), maar ook in Excel een databestand aanleggen van prijsgegevens uit Babylon (zie hieronder). Monnikenwerk.

    BCPH 14: een mooi voorbeeld van “labelen” in de zin van Barth: “De Grieken, zoals ze genoemd worden, de p[olitai], die in het verleden op bevel van koning Antiochus (IV?) [gevestigd waren] in Baby[lon] en die zich zalven met olie net als de pol[itai] die in de koninklijke stad Seleucia aan de Tigris en het Koningskanaal wonen, v[ochten] met de prefect (šaknu) en de mensen van het land die in Babylon waren.”Wat is de voornaamste hindernis bij uw onderzoek?
    Voldoende data zijn er nooit. De data die we hebben, zijn geschreven op kleitabletten in de Babylonische taal. Dat was geen spreektaal meer, maar echt iets voor geleerden en tempelbestuurders. Dagelijkse spreektalen waren Aramees en een beetje Grieks, de taal van de heersende dynastie, de Seleuciden. Het bronnenmateriaal is dus verre van representatief.

    Maar Hellenistisch Babylon biedt wel iets heel bijzonders: de Astronomische Dagboeken. Dat zijn de dagboeken die Babylonische astronomen dagelijks bijhielden. Die dagboeken bieden niet alleen de loop van de planeten, maar ook korte mededelingen over wat er in een betreffende maand of dag gebeurde in Babylon en in de wereld. De astronomen lijken een soort journalisten, maar het ging hun waarschijnlijk om data te creëren om hun holistisch wereldbeeld te onderzoeken: alles hangt met alles samen.  Zij hielden namelijk ook minutieus bij hoe de prijzen waren van de voornaamste landbouwproducten (o.a. gerst, dadels en wol) en de hoogte van de Eufraat.

    We hebben die data in een dermate groot aantal, dat statistisch en econometrisch onderzoek gedaan kon worden in historisch perspectief. Vandaar mijn belangstelling voor economische geschiedenis (zie boven). Ik heb twee mooie bundels uitgebracht over marktwerking en geld samen met assyriologen, (oud)historici, numismaten, economisch historici, economen en econometristen. Economisch-historici en economen kijken zelden verder terug dan 1000 na Chr. Juist zij waren op voor deze projecten georganiseerde congressen uiterst enthousiast over het materiaal dat ze nog nooit gezien hadden. De Babylonische astronomen meldden ook minutieus wat voor weer het was (wolken, wind, regen, de hoogte van de Eufraat); met deze gegevens zijn klimaatstudies ondernomen (door een team in Dublin o.l.v. Francis Ludlow).

    Hoe vergroot dit welk inzicht?
    Jona Lendering heeft al als student oudheidkunde voortdurend gehamerd op het belang van theorie, zodat er ook een nieuw vak kwam, waar hij zelf de basis voor legde: “theorie van de oudheidkunde”. Ik heb daarvan geleerd. Wat betreft de economische geschiedenis heb ik me vooral beziggehouden met de theorie van Karl-Gunnar Persson die stelde dat prijsvolatiliteit een goede graadmeter is voor het functioneren van de markt. Sterke schommelingen duiden op het niet goed functioneren van de markt.

    Deze tabel geeft aan hoeveel gram zilver je moest betalen voor een ton (1000 kg) gerst en dadels. De Babyloniërs noteerden dat op een voor ons ongebruikelijke manier: ze noteerden de koopkracht van zilver i.p.v. de prijs van een goed. Ze gaven aan hoeveel liter gerst je kon kopen voor 1 shekel (8,33 gr) zilver, vanaf Alexander ging dat snel in de vorm van munten (drachmen: een shekel staat nu voor twee drachmen). Je ziet een duidelijke piek in de prijzen na de inval van Alexander, een geleidelijk wat rustigere prijsontwikkeling in de Seleucidische periode en opnieuw sterke prijsstijgingen onder de Parthen. -400 is de astronomische manier van aangeven van het jaar 401 v. Chr.

    In Babylonië was dat het geval voor graan en gerst, maar niet voor wol. Dat komt omdat de geografische gesteldheid van Babylonië in- en export van voedsel lastig maakt, maar niet die van wol en ander textiel: Babylonisch textiel was tot in Rome gewild.

    We hebben ook gekeken naar de invloed van politieke gebeurtenissen, zoals de verovering van Babylon door Alexander in 331 v. Chr. en van de Parthen in 141 v. Chr., en het klimaat (de hoogte van de Eufraat). In de bundel over geld hebben we gekeken naar het effect van de creatie van veel nieuw geld (in de vorm van zilver – Alexander bracht de Perzische goud- en zilverschat ter waarde van 5000 ton zilver in omloop voor de betaling van soldij) op de economie.

    Deze studie heeft mijn visie veranderd op inflatie. Geldcreatie (en schulden maken) kan leiden tot inflatie (zoals gebeurde na Alexander de Grote), maar kan ook een enorme boost geven aan de economie, mits gebruikt voor investeringen (bouw schepen, huizen, steden, wegen, irrigatiekanalen, landontginning; het klassieke Athene is een goed voorbeeld). Geldschepping leidt dus niet altijd tot inflatie zoals Milton Friedman dacht. Nederlandse politici die het alsmaar hebben over zuinig beleid om het huishoudboekje op orde te houden, hebben het grondig mis. Ook heb ik veel gehad aan de theorieën van de econoom Douglass North, die het belang aantoonde van instituties in de brede zin van het woord (staatsinstellingen, rechtsstelsels, culturele gewoonten).

    Bij de studie naar etniciteit in Babylon heb ik veel geleerd van de cultureel-antropoloog Fredrik Barth die etniciteit reduceerde tot het “labelen” van mensen (het aanwijzen van typerende kenmerken), zowel door de etnische groepen zelf als door de buitenwereld. Ik kwam op dat spoor door de studie van mijn VU-collega Koen Goudriaan over etniciteit in Ptolemeïsch Egypte (1988). Ik ben het overigens niet in alles met Barth eens.

    In concreto heb ik laten zien hoe onder Antiochus IV in Babylon een Griekse kolonie werd gevestigd met eigen staatsinstellingen (een raad, een volksvergadering, gymnasium, geregistreerde burgers [politai] in  Babylonisch syllabisch spijkerschrift pu-li-te-e). Mogelijk waren autochtone  Babyloniërs daar ook lid van. Een voorbeeld van multiple identity. Een Griekse tempel is niet gevonden en wordt ook nooit genoemd. Waarschijnlijk beschouwden de Grieken de god Bēl als Zeus en offerden zij in of bij de tempel van Bēl, Esangila. Veel geleerden zeggen dat Babylon nu een polis werd. Een beetje raar alsof Grieken Babylon (en andere steden zonder Griekse invloed) niet altijd al aanduidden als polis, “stad”.

    Welk boek over uw onderwerp zou eigenlijk iedereen moeten lezen?
    Amélie Kuhrt heeft enorm veel gedaan om het niet-Griekse aspect van de geschiedenis van Hellenistisch West-Azië te belichten. Ik noem haar boek From Samarkhand to Sardis. A new Approach to the Seleucid Empire (1993), maar het is niet langer leverbaar. Recenter is Kathryn Stevens’ boek Between Greece and Babylonia: Hellenistic Intellectual History in Cross-Cultural Perspective (2019). Verder heeft mijn promotus Reinhard Pirngruber een prachtige dissertatie geschreven over The Economy of Late Achaemenid and Seleucid Babylonia (2017).

    Is er iets dat u zelf nog kwijt wil?
    Het is jammer dat de studie van de oude geschiedenis nog steeds gedomineerd wordt door classici die weinig benul hebben van niet-Griekse bronnen en van de wereld buiten Griekenland. Er zijn nog steeds docenten Grieks, die Homerus doceren zonder ooit het Epos van Gilgameš gelezen te hebben.

    Ik geef als ander voorbeeld twee boeken over de Griekse economie van Josiah Ober (slecht boek) en van Alain Bresson (goed boek). Beiden trekken vergelijkingen met de economie van het oude Nabije oosten die gebaseerd zijn op volkomen verouderde ideeën over door de koning geleide redistributie-economieën, alsof daar geen markt zou zijn. Zij concluderen dan dat het succes van Athene te danken was aan de democratische instellingen en de vrije markt. De werkelijkheid is dat zowel Babylon als Athene profiteerden van hun imperia (tribuut, verzekerde inkomsten) en input van zilver (in Athene de zilveraders in Laureion). Het leuke hiervan is dat er ook voor mij als oudhistoricus met kennis van de assyriologie nog veel te doen valt en dat ik daar na mijn emeritaat nu eindelijk eens wat meer tijd voor heb.

    **

    Bert van der Spek was hoogleraar oude geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

    #AlainBresson #AlexanderDeGrote #AmélieKuhrt #AstronomischeDagboeken #Babylon #BertVanDerSpek #BritishMuseum #DouglassNorth #FrancisLudlow #FredrikBarth #inflatie #IrvingFinkel #JosiahOber #KarlGunnarPersson #KathrynStevens #kleitablet #KoenGoudriaan #MiltonFriedman #Seleukiden #zesVragen
  2. Faits divers (46): oosterse data

    Een inscriptie in Arabische letters zonder puntjes (Wadi Rum)

    Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer de uitbreiding van het databestand in Mesopotamië en Arabië, waarbij ook allerlei Grieken en Romeinen opduiken.

    Spijkerschrift

    Ik heb weleens geblogd over de omvang van het overgeleverde corpus van de diverse oude talen, want wetenschappers hebben een jaar of twintig geleden eens uitgeknobbeld hoeveel woorden er over zijn. Over het belang en de methode van zo’n exercitie valt een boom op te zetten, en er is ook wel kritiek op, maar sommige conclusies zijn duidelijk: van de oude talen vóór 300 na Chr. is het Grieks, gemeten aan het overgeleverde aantal woorden, met afstand het grootst. Op een gedeelde tweede plaats stonden het Latijn en het Akkadisch, de spreektaal van de Babyloniërs en Assyriërs en de taal van de internationale diplomatie in de Bronstijd. Het Akkadische corpus blijft groeien: elk jaar worden meer kleitabletten opgegraven dan gepubliceerd.

    Dankzij moderne scanners kunnen kleitabletten vrij snel worden ingelezen en de ingekraste tekens zijn met moderne computertechnieken te lezen. Het is niet zo dat het transcriberen van een Akkadische tekst nu appeltje-eitje is, maar er zit schot in de zaak. De volgende stap is de vertaling, ongeveer zoals u DeepL of Google Translate kunt gebruiken. De flessenhals is dat de artificiële intelligentie een digitale kennisbasis (knowledge base) nodig heeft. De tienduizenden teksten die al in digitale vorm bestaan, zijn daarvoor eigenlijk te weinig. Maar opnieuw: er komt schot in de zaak, de grootste filologische data-explosie aller tijden komt binnen handbereik en hier is een initiatief waaraan u kunt meewerken.

    U moet natuurlijk wel Akkadisch kunnen lezen. En wat zo aardig is: Ex Oriente Lux biedt net een cursus aan.

    Het vroege Arabië

    Meer geschreven data: dat geldt niet alleen voor Akkadische teksten uit Mesopotamië, maar ook voor de talen van het oudste Arabië. Dus zeg maar Syrië, Jordanië en het noorden van Saoedi-Arabië; later ook noordelijk en westelijk Irak en zuidelijk Saoedi-Arabië, en uiteraard nog meer na het ontstaan van het Kalifaat. Ik beschrijf deze korte geschiedenis omdat het misverstand dat het Arabisch zich langs de Wierookroute van zuid naar noord verspreidde, blijft terugkeren, waarbij de aanname dan is dat het Arabische Schiereiland een cultuurcentrum was dat de Arabische cultuur “uitzond”.

    Dat ligt dus anders en dat inzicht danken we aan de duizenden en duizenden Arabische inscripties die de afgelopen kwart eeuw zijn gepubliceerd. Onze kennis van de antieke Zuid-Semitische talen, zoals het Safaïtisch, is spectaculair gegroeid. U vindt de inscripties, kort en lang, op de website OCIANIA. De webmasters hebben een leuk overzicht gemaakt van de intrigerendste ontdekkingen van 2025. Zoals:

    Het interessantst is een slaaf die zijn stamboom geeft, wat extreem zeldzaam is in de oude wereld, en die zijn meesters aanduidt met de Aramese/Hebreeuwse naam Ismaëlieten. Dit illustreert dat de naam “Arabieren” lang niet altijd gangbaar is geweest. In de oudste, voor-Arabische talen van Jemen was het zelfs een verwijt iemand aan te duiden als Arabier. Het voornaamste punt is hier dat we de complexiteit van dit deel van de oude wereld steeds scherper in zicht krijgen.

    Ik rond dit blogje belerend af met een waarschuwing: ook al groeit de omvang van ons databestand, dat is op zich geen wetenschap. De verwerving van data is slechts een voorwaarde voor wetenschap. Het feitelijke werk is de interpretatie; het belang is de vergelijking met het heden, waardoor we onszelf beter leren kennen; en nieuws is het alleen als er nieuwe soorten inzicht zijn. Dit blogje was dan ook alleen geschreven voor u, oudheidliefhebber.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Deel dit: #Akkadisch #ArabischeTalen #artificiëleIntelligentie #bronnenuitgave #DeepL #FaitsDivers #Google #inscriptie #kleitablet #Safaïtisch