home.social

#gedachten-over-een-haiku — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #gedachten-over-een-haiku, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Gedachten over een haiku 28 – Teishitsu

    als ijs en water
    hun hart openen
    worden ze weer één

    Yasuhara Teishitsu (1610-1673)

    Teishitsu woonde in Kyoto en was werkzaam in de papierhandel van zijn familie.  Daarnaast was hij haikai-dichter en een verdienstelijk musicus. Hij speelde luit en fluit. Teishitsu was een tijdgenoot van Bashō en lid van de Teiman Haikai Groep, een groep haikai-dichters onder leiding van Matsunaga Teitoku (1570-1653).

    In Teishitsu’s tijd werd nog niet gesproken over de haiku zoals wij die kennen. De haiku ontstond vermoedelijk uit de tanka, een vijfregelig gedicht met lettergrepenschema 5-7-5-7-7. Vanuit de tanka experimenteerde men met renga, een kettinggedicht. Het beginvers van de renga was de hokku, een gedichtje met lettergrepenschema 5-7-5. Deze hokku werd meestal geschreven door de gastheer of de meest begaafde dichter. De andere deelnemers borduurden met hun gedichten voort op de hokku.

    De vorm en de regels waar de renga aan moest voldoen werden steeds strakker. Als reactie hierop ontstond de veel vrijere haikai-no-renga. Hierbij werden de strenge regels losgelaten en werd meer geschreven in de normale omgangstaal. Deze haikai werden populair onder de, mede door de alfabetisering, opkomende burgerij. De Teiman Haikai Groep heeft veel betekend voor de verspreiding van haikai door heel Japan.

    Pas aan het eind van de 19e eeuw maakte Masaoka Shiki als eerste onderscheid tussen hokku en haiku. Tegenwoordig worden de termen door elkaar gebruikt.

    Ik vind dit een mooie haiku. Heel logisch, natuurkundig gezien. Als de ijslaag op het water smelt en zich opent, wordt hij één met het water. Een observatie, beschreven in een haiku.

    Maar gevoelsmatig kan dit ook betrekking hebben op mensen. Iemand die heel gesloten is, hard als ijs, “ontdooit” als hij zijn hart opent. Hij kan dan samenvloeien, één worden, met een persoon die open is en zich als water voegt naar de ander.

    Iets heel anders dat ik zie gebeuren in deze “Gedachten over een haiku”, is het verschil in interpretatie tussen Oost en West. De haiku-dichter die slechts een observatie beschrijft. Een momentopname. En mijn eigen westerse benadering. Hoe ik toch weer zoek naar een diepere betekenis in het gedichtje.

    Fascinerend.

    De haiku staat in “HAIKU An Anthology of Japanese Poems” door Stephen Addis, Fumiko Yamamoto en Akira Yamamoto en is in het Engels vertaald door de schrijvers.

    De Nederlandse vertaling van de haiku is van mij.

    Opening their hearts
    ice and water become
    friends again.

     

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #gedachtenOverEenHaiku #MasaokaShiki #TeimanHaikaiGroep #YasuharaTeishitsu
    #gedachtenOverEenHaiku #MasaokaShiki #TeimanHaikaiGroep #YasuharaTeishitsu

  2. Gedachten over een haiku 28 – Teishitsu

    als ijs en water
    hun hart openen
    worden ze weer één

    Yasuhara Teishitsu (1610-1673)

    Teishitsu woonde in Kyoto en was werkzaam in de papierhandel van zijn familie.  Daarnaast was hij haikai-dichter en een verdienstelijk musicus. Hij speelde luit en fluit. Teishitsu was een tijdgenoot van Bashō en lid van de Teiman Haikai Groep, een groep haikai-dichters onder leiding van Matsunaga Teitoku (1570-1653).

    In Teishitsu’s tijd werd nog niet gesproken over de haiku zoals wij die kennen. De haiku ontstond vermoedelijk uit de tanka, een vijfregelig gedicht met lettergrepenschema 5-7-5-7-7. Vanuit de tanka experimenteerde men met renga, een kettinggedicht. Het beginvers van de renga was de hokku, een gedichtje met lettergrepenschema 5-7-5. Deze hokku werd meestal geschreven door de gastheer of de meest begaafde dichter. De andere deelnemers borduurden met hun gedichten voort op de hokku.

    De vorm en de regels waar de renga aan moest voldoen werden steeds strakker. Als reactie hierop ontstond de veel vrijere haikai-no-renga. Hierbij werden de strenge regels losgelaten en werd meer geschreven in de normale omgangstaal. Deze haikai werden populair onder de, mede door de alfabetisering, opkomende burgerij. De Teiman Haikai Groep heeft veel betekend voor de verspreiding van haikai door heel Japan.

    Pas aan het eind van de 19e eeuw maakte Masaoka Shiki als eerste onderscheid tussen hokku en haiku. Tegenwoordig worden de termen door elkaar gebruikt.

    Ik vind dit een mooie haiku. Heel logisch, natuurkundig gezien. Als de ijslaag op het water smelt en zich opent, wordt hij één met het water. Een observatie, beschreven in een haiku.

    Maar gevoelsmatig kan dit ook betrekking hebben op mensen. Iemand die heel gesloten is, hard als ijs, “ontdooit” als hij zijn hart opent. Hij kan dan samenvloeien, één worden, met een persoon die open is en zich als water voegt naar de ander.

    Iets heel anders dat ik zie gebeuren in deze “Gedachten over een haiku”, is het verschil in interpretatie tussen Oost en West. De haiku-dichter die slechts een observatie beschrijft. Een momentopname. En mijn eigen westerse benadering. Hoe ik toch weer zoek naar een diepere betekenis in het gedichtje.

    Fascinerend.

    De haiku staat in “HAIKU An Anthology of Japanese Poems” door Stephen Addis, Fumiko Yamamoto en Akira Yamamoto en is in het Engels vertaald door de schrijvers.

    De Nederlandse vertaling van de haiku is van mij.

    Opening their hearts
    ice and water become
    friends again.

     

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #gedachtenOverEenHaiku #MasaokaShiki #TeimanHaikaiGroep #YasuharaTeishitsu
    #gedachtenOverEenHaiku #MasaokaShiki #TeimanHaikaiGroep #YasuharaTeishitsu

  3. Gedachten over een haiku 25 Buson

    Geen onderdak in deze sneeuw;
    daar staat de rij
    verlichte huizen.

    Yosa Buson (1716-1783)

    Het verhaal gaat dat de dichter niet welkom was in zijn geboortedorp. Hij staat in deze, door J. van Tooren vertaalde haiku buiten in de sneeuw en ziet in de verte een rij huizen. Licht schijnt door de ramen. Hij is buitengesloten. Staat in de kou.

    Zo doen wij dat niet. Wij wonen ook in verlichte huizen. Buiten is het koud maar in huis maken we het gezellig. Wij nodigen de verkleumde reiziger uit om binnen te komen. Bieden hem warmte, eten en veiligheid. En dat doet me denken aan twee fiets-verhalen.

    Een Afrikaanse vriendin vertelde over hoe het ging toen ze pas in Nederland was. Zij en haar kinderen hadden net leren fietsen en ze ging er met haar dochtertje op uit. Ze reden over een fietspad dat door een berm gescheiden werd van de provinciale weg. Het dochtertje, enthousiast, fietste voor haar moeder uit. Tot ze opeens de macht over het stuur verloor en de berm in schoot. Ze viel, net voordat ze de weg bereikte.

    Moeder en dochter waren zo geschrokken dat ze, overstuur, in huilen uitbarstten. Een wandelende dame die het had zien gebeuren ging naar hen toe en ontfermde zich over de moeder. Twee automobilisten zetten hun auto aan de kant. Een troostte het meisje, de ander controleerde haar fiets.

    Als mijn vriendin over deze gebeurtenis vertelt, gaat het niet over schrik en paniek, maar over vriendelijkheid. Over voorbijgangers, vreemden, en hun zorg voor moeder en dochter. En voor de fiets.

    Net als het verhaal over de Bulgaarse studente die radeloos, naast haar fiets, op een van de drukste kruispunten van de Stad stond, en niet wist welke ze kant ze op moest gaan. Ze zocht de route op haar telefoon terwijl het verkeer langs haar heen raasde. Een echtpaar, ook op de fiets, zag het gebeuren en schoot te hulp. De man riep: “Handen aan het stuur en doorfietsen, achter mij aan.” Hij bracht het meisje naar een veilige route terwijl zijn vrouw vlak achter hen fietste, beschermend en het verkeer in de gaten houdend.

    Zo doen wij dat. Geen grote woorden, maar gewoon helpen waar dat nodig is. De ene mens voor de andere. Wij laten niemand in de kou staan.

    Toch?

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #empathie #gedachtenOverEenHaiku #veiligeRoute #vriendelijkheid #YosaBuson
    #empathie #gedachtenOverEenHaiku #veiligeRoute #vriendelijkheid #YosaBuson

  4. Gedachten over een haiku 25 Buson

    Geen onderdak in deze sneeuw;
    daar staat de rij
    verlichte huizen.

    Yosa Buson (1716-1783)

    Het verhaal gaat dat de dichter niet welkom was in zijn geboortedorp. Hij staat in deze, door J. van Tooren vertaalde haiku buiten in de sneeuw en ziet in de verte een rij huizen. Licht schijnt door de ramen. Hij is buitengesloten. Staat in de kou.

    Zo doen wij dat niet. Wij wonen ook in verlichte huizen. Buiten is het koud maar in huis maken we het gezellig. Wij nodigen de verkleumde reiziger uit om binnen te komen. Bieden hem warmte, eten en veiligheid. En dat doet me denken aan twee fiets-verhalen.

    Een Afrikaanse vriendin vertelde over hoe het ging toen ze pas in Nederland was. Zij en haar kinderen hadden net leren fietsen en ze ging er met haar dochtertje op uit. Ze reden over een fietspad dat door een berm gescheiden werd van de provinciale weg. Het dochtertje, enthousiast, fietste voor haar moeder uit. Tot ze opeens de macht over het stuur verloor en de berm in schoot. Ze viel, net voordat ze de weg bereikte.

    Moeder en dochter waren zo geschrokken dat ze, overstuur, in huilen uitbarstten. Een wandelende dame die het had zien gebeuren ging naar hen toe en ontfermde zich over de moeder. Twee automobilisten zetten hun auto aan de kant. Een troostte het meisje, de ander controleerde haar fiets.

    Als mijn vriendin over deze gebeurtenis vertelt, gaat het niet over schrik en paniek, maar over vriendelijkheid. Over voorbijgangers, vreemden, en hun zorg voor moeder en dochter. En voor de fiets.

    Net als het verhaal over de Bulgaarse studente die radeloos, naast haar fiets, op een van de drukste kruispunten van de Stad stond, en niet wist welke ze kant ze op moest gaan. Ze zocht de route op haar telefoon terwijl het verkeer langs haar heen raasde. Een echtpaar, ook op de fiets, zag het gebeuren en schoot te hulp. De man riep: “Handen aan het stuur en doorfietsen, achter mij aan.” Hij bracht het meisje naar een veilige route terwijl zijn vrouw vlak achter hen fietste, beschermend en het verkeer in de gaten houdend.

    Zo doen wij dat. Geen grote woorden, maar gewoon helpen waar dat nodig is. De ene mens voor de andere. Wij laten niemand in de kou staan.

    Toch?

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #empathie #gedachtenOverEenHaiku #veiligeRoute #vriendelijkheid #YosaBuson
    #empathie #gedachtenOverEenHaiku #veiligeRoute #vriendelijkheid #YosaBuson

  5. Gedachten over een Haiku 24 – anoniem

    Are my youthful dreams
    still unfinished?
    this morning’s frost.

    (Anoniem)

    Zijn mijn jeugddromen
    nog steeds niet uitgevoerd?
    rijp in de ochtend.

    De dichter peinst over zijn leven dat voorbij ging. Hij herinnert zich de dromen die hij had toen hij nog jong was. Wat is daarvan terecht gekomen? Zoveel plannen en ideeën, ze zijn niet uitgevoerd. Zoals zo vaak in het leven is het heel anders gelopen dan hij had bedacht.

    Hij gaat naar buiten en ziet dat het gevroren heeft. De eerste rijp ligt over het gras. En dan schrijft hij deze haiku. Eerst twee regels over zijn gedachten. En dan de derde regel met een observatie van het hier en nu.

    De betekenis van de haiku lijkt te liggen in wat de dichter op dat moment ziet. De haiku fungeert als spiegel. Hij weerspiegelt de werkelijkheid van dat moment. Dat is ook de kracht van een goede haiku. De dichter legt niet uit, geeft geen betekenis, maar noteert zijn observatie. De lezer kan zijn eigen gedachten eraan verbinden.

    In deze haiku kan uit de bespiegeling in de eerste twee regels worden opgemaakt dat de dichter in de winter van zijn leven is. Die lijn wordt doorgetrokken naar de vorst in de laatste regel. Maar dat is wel wat voor de hand liggend. Misschien zelfs een ‘westerse’ gedachte. Vanuit onze traditie om poëzie te interpreteren en betekenis te geven aan het geschrevene.

    De magie van de haiku is juist dat de tekst heel simpel lijkt, maar toch een diep gevoel kan oproepen. Er wordt niet voor niets gezegd dat een goede haiku geschreven is door een beginneling of door een haiku-meester die al zijn kennis en ervaring heeft losgelaten.

    Als ik mijn gedachten hierover laat dwalen, langs soms onverwachte paden, denk ik opeens aan de bijbel. Daarin zegt Jezus dat je weer ‘moet worden als de kinderen’. Voordat je kennis en meningen verzamelde. Dus geen haiku’s schrijven en interpreteren van buitenaf, maar van binnenuit. Zoals je was toen je nog een kind was. Of, vanuit je Boeddhanatuur.

    Hiermee was deze ‘Gedachten’ klaar voor publicatie, tot ik woensdagmorgen in het Boeddhistisch Dagblad een interview met Ton Lathouwers las. Daarin haalde hij Suzuki en Michail Antsjarov aan, die allebei ook verwoordden dat we weer ‘als de kinderen moeten worden’. In het interview ging het niet over haiku’s schrijven. Het ging over hoop, en elkaar helpen. Maar het sloot wel mooi aan bij deze Gedachten over een haiku. Het interview eindigde met het gedicht ‘Hebben en zijn’ van Ed Hoornik. Hieronder de laatste strofe.

    Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
    Als kind worden en naar de sterren kijken,
    En daarheen langzaam worden opgelicht.

    De haiku staat in “HAIKU An Anthology of Japanese Poems” door Stephen Addis, Fumiko Yamamoto en Akira Yamamoto en is in het Engels vertaald door de schrijvers.

    De Nederlandse vertaling van de haiku is van mij.

    #EdHoornik #gedachtenOverEenHaiku #hoop #levenVoorbij #TonLathouwers

  6. Gedachten over een Haiku 24 – anoniem

    Are my youthful dreams
    still unfinished?
    this morning’s frost.

    (Anoniem)

    Zijn mijn jeugddromen
    nog steeds niet uitgevoerd?
    rijp in de ochtend.

    De dichter peinst over zijn leven dat voorbij ging. Hij herinnert zich de dromen die hij had toen hij nog jong was. Wat is daarvan terecht gekomen? Zoveel plannen en ideeën, ze zijn niet uitgevoerd. Zoals zo vaak in het leven is het heel anders gelopen dan hij had bedacht.

    Hij gaat naar buiten en ziet dat het gevroren heeft. De eerste rijp ligt over het gras. En dan schrijft hij deze haiku. Eerst twee regels over zijn gedachten. En dan de derde regel met een observatie van het hier en nu.

    De betekenis van de haiku lijkt te liggen in wat de dichter op dat moment ziet. De haiku fungeert als spiegel. Hij weerspiegelt de werkelijkheid van dat moment. Dat is ook de kracht van een goede haiku. De dichter legt niet uit, geeft geen betekenis, maar noteert zijn observatie. De lezer kan zijn eigen gedachten eraan verbinden.

    In deze haiku kan uit de bespiegeling in de eerste twee regels worden opgemaakt dat de dichter in de winter van zijn leven is. Die lijn wordt doorgetrokken naar de vorst in de laatste regel. Maar dat is wel wat voor de hand liggend. Misschien zelfs een ‘westerse’ gedachte. Vanuit onze traditie om poëzie te interpreteren en betekenis te geven aan het geschrevene.

    De magie van de haiku is juist dat de tekst heel simpel lijkt, maar toch een diep gevoel kan oproepen. Er wordt niet voor niets gezegd dat een goede haiku geschreven is door een beginneling of door een haiku-meester die al zijn kennis en ervaring heeft losgelaten.

    Als ik mijn gedachten hierover laat dwalen, langs soms onverwachte paden, denk ik opeens aan de bijbel. Daarin zegt Jezus dat je weer ‘moet worden als de kinderen’. Voordat je kennis en meningen verzamelde. Dus geen haiku’s schrijven en interpreteren van buitenaf, maar van binnenuit. Zoals je was toen je nog een kind was. Of, vanuit je Boeddhanatuur.

    Hiermee was deze ‘Gedachten’ klaar voor publicatie, tot ik woensdagmorgen in het Boeddhistisch Dagblad een interview met Ton Lathouwers las. Daarin haalde hij Suzuki en Michail Antsjarov aan, die allebei ook verwoordden dat we weer ‘als de kinderen moeten worden’. In het interview ging het niet over haiku’s schrijven. Het ging over hoop, en elkaar helpen. Maar het sloot wel mooi aan bij deze Gedachten over een haiku. Het interview eindigde met het gedicht ‘Hebben en zijn’ van Ed Hoornik. Hieronder de laatste strofe.

    Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
    Als kind worden en naar de sterren kijken,
    En daarheen langzaam worden opgelicht.

    De haiku staat in “HAIKU An Anthology of Japanese Poems” door Stephen Addis, Fumiko Yamamoto en Akira Yamamoto en is in het Engels vertaald door de schrijvers.

    De Nederlandse vertaling van de haiku is van mij.

    #EdHoornik #gedachtenOverEenHaiku #hoop #levenVoorbij #TonLathouwers