#bronstijd — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #bronstijd, aggregated by home.social.
-
"Grote stad uit de bronstijd op de vlakten van Kazachstan had een ‘industriegebied’ "
-> "Tot nog toe was het idee dat op de steppen van Centraal-Azië ondertussen alleen nomadische gemeenschappen leefden, die in tenten verbleven."
-> "Bronzen voorwerpen, smeltkroezen en slakken (een bijproduct van het winnen van metalen uit erts) wijzen erop dat een flink deel van de nederzetting gewijd was aan de productie van koper en ‘tinbrons’ "
(Via #newscientist_NL ) #bronstijd
https://www.newscientist.nl/nieuws/grote-stad-uit-de-bronstijd-op-de-vlakten-van-kazachstan-had-een-industriegebied/ -
Er bestaat iets dat de #Tentoonstellingsprijs heet en u kunt stemmen op de expositie over de #Bronstijd in het @RijksmuseumvanOudheden .
https://mainzerbeobachter.com/2025/08/29/waarom-u-op-de-bronstijd-moet-stemmen/
-
Prehistorisch China
Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.
De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.
De Prehistorie van China
Eerst maar dit: het antieke China (“Inner China”) was zes, zeven keer zo groot als het huidige Frankrijk en daarom is het eigenlijk wat raar om het te hebben over “het” antieke China. Feitelijk was het een verzameling antieke culturen, gesitueerd in de oostelijke helft van het huidige China. De regio bestaat uit de bassins van twee naar het oosten stromende rivieren, de Huang Ho ofwel Gele Rivier in het noorden en de Jangtse ofwel Blauwe Rivier in het zuiden. De Gele Rivier stroomt door een gebied dat bestaat uit vruchtbare lössbodems.
Laat-Neolithisch aardewerk (Mariemont, Morlanwelz)De eerste sporen van landbouw, ergens rond 12.000 v.Chr., lijken te zijn aangetroffen in de regio ten noorden van de Blauwe Rivier. Rijst en gierst werden verbouwd vanaf het negende millennium, varkens en honden werden gedomesticeerd en het eerste beschilderde aardewerk werd zo rond 5000 v.Chr. vervaardigd. In deze periode, het Neolithicum, groeiden de sociale tegenstellingen: de elite is herkenbaar aan de aanwezigheid van jade in de graven. En zijde! Het beroemde product werd vervaardigd vanaf pakweg 4000 v.Chr.
En zoals je zou verwachten: vanaf het moment waarop kapitaal circuleerde, zijn er ook sporen van geweld. Er moeten er vorsten zijn geweest die leiding gaven aan grote groepen arbeiders, waaronder de eerste metaalwerkers. De bronstechniek lijkt ergens rond 3000 v.Chr. te zijn overgenomen van de Centraal-Aziatische nomaden: dat is tegelijk met de opkomst van het brons in de Levant, en dus een mooi voorbeeld van de wijze waarop Centraal-Eurazië ook werkelijk het centrum was van Eurazië.
Bronstijd
Na de klimaatomslag rond 2200 v.Chr., het 4,2 ka BP event waarover ik vaker heb geschreven, begint een periode die weleens wordt aangeduid als die van de Xia-dynastie. De latere Chinese teksten – die ik niet heb gelezen – presenteren de vorsten als een soort halfgoden die de overstromingen van de rivieren leren beheersen en de akkerbouw beschermen. Westerse geleerden typeren de verhalen als mythisch, Chinese geleerden denken weleens aan een reële zondvloed, en associëren de Xia-dynastie met een bronstijdcultuur in de regio Henan, aan de Gele Rivier. Die lijkt een politieke organisatie te hebben gekend die niet onverenigbaar is met de legenden.
Orakelbot (Shang-dynastie; Musée Guimet, Hamburg)De volgende dynastie heet Shang of Yin, en nam de macht over rond 1750 of 1600 v.Chr. (ik lees het allebei). Ze duurde tot 1040 v.Chr. en de negenentwintig met naam bekende vorsten beheersten een groter gebied dan alleen Henan: de hele benedenloop van de Gele Rivier en ook stukken van de Blauwe Rivier. In deze periode brak het schrift echt door, wat de administratie natuurlijk vereenvoudigde. Ik begrijp dat er discussie bestaat over de rol van sjamanisme.
De Zhou-dynastie begon als vazal van de Shang-heersers, maakte zich onafhankelijk en nam rond 1040 de macht over. Om deze machtsovername te rechtvaardigen, riepen ze het “hemels mandaat” in: het idee dat als het slecht gaat, dat komt doordat de vorst niet voldoende deugdzaam is, zijn legitimatie verliest, waarna een andere leider met toestemming van de hemel de macht overneemt, en voorspoed brengt zolang hij deugdzaam is – tot ook de nieuwe dynastie corrumpeert. De geschiedenis is zo een cyclus; in Mesopotamië bestonden soortgelijke opvattingen.
De Zhou-vorsten hadden twee hoofdsteden, Chang’an en Luoyang, en breidden hun macht geleidelijk uit over grote delen van de Chinese wereld. Wie daar buiten woonde, gold als barbaar – een ander nieuw concept.
Hert (Zhou-dynastie; Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)IJzertijd
Inmiddels begon men voorwerpen van ijzer te maken: een nieuwe uit Centraal-Azië afkomstige techniek. Wanneer je de IJzertijd laat beginnen, is een beetje een definitiekwestie. Ga je uit van de eerste ijzeren voorwerpen, dan kom je bij 1000 v.Chr.; gietijzer was gangbaar rond 600 en staal rond 400 v.Chr.
Het wezenlijk nieuwe van ijzer is dat het een democratisch metaal is: het is overal te vinden. Brons veronderstelt koper en tin, en dus langeafstandshandel, en omdat de investeringen aanzienlijk zijn, kan alleen het hof de handel financieren. De opkomst van ijzer betekent het einde van dit monopolie en het ontstaan van kleinere staten. Dat is in China niet anders dan in de Levant, waar rond het midden van de achtste eeuw de centrale Zhou-overheid concurrentie krijgt van ruim 150 kleinere staten. Feitelijk waren de feodale heren net zo machtig als de koning. Deze fase uit de Chinese geschiedenis staat bekend als de Periode van Lente en Herfst, vernoemd naar de Lente- en herfstannalen, een hofkroniek van een van die deelrijken. Het gaat om de jaren 722 tot en met 481.
Bronzen vat (Musée Guimet, Parijs)Het was een tijd van urbanisatie – alweer een parallel met de Levant en de Mediterrane wereld. Ook de grote Chinese filosofische stelsels wortelen in deze tijd: Lao Tse, Sun Tzu en Confucius leefden rond 500 v.Chr., Mo Zi (Micius) leefde iets later.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u doneren, maar ook een van mijn boeken kopen (en lezen). Mijn boek over Libanon verschijnt in april, maar u kunt het al bestellen. Er is ook een HomeAcademy-cursus, waarvan de opbrengst naar Cordaid Libanon gaat. En u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Wen-Amun (3)
april 16, 2017
Ugarit
juni 29, 2021
Het graf van Alexander de Grote
juni 24, 2024 Deel dit:#42KaBPEvent #BlauweRivier #Bronstijd #ChangAn #Confucius #GeleRivier #HemelsMandaat #IJzertijd #jade #LaoTse #Luoyang #MoZi #Neolithicum #PeriodeVanLenteEnHerfst #SunTzu #XiaDynastie #ZhouDynastie #zijde
-
De Gouden Hoed van Berlijn
De Gouden Hoed van Berlijn (Neues Museum, Berlijn)Op de Bronstijdexpositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, die ik al eens aanstipte, is momenteel de Gouden Hoed van Schifferstadt te zien, die in 1835 is gevonden in de buurt van Spiers. Het wonderlijke voorwerp is ergens tussen 1400 en 1300 v.Chr. vervaardigd. Negen jaar later dook nog zo’n voorwerp op, dit keer in Avanton bij Poitiers. Dat is ruwweg even oud en ik zal niet snel vergeten hoe ik het eind oktober zag in het Musée Archéologie Nationale in Saint-Germain-en-Laye: het cliché “magisch” was zeker op zijn plaats. Een derde hoed is in 1953 in de omgeving van Neurenberg bij Ezelsdorf gevonden. Die wordt gedateerd rond 1000 v.Chr.
Tot slot verwierven de Berlijnse musea in 1996 een hoed met een schimmige herkomst. Ook die Gouden Hoed van Berlijn dateert van rond 1000 v.Chr. Ik heb het een paar keer gezien, sensationalistisch opgesteld in mysterieuze duisternis. Ondanks het gekunstelde pathos waarmee het Neues Museum het presenteert, blijft het een indrukwekkend voorwerp. Het is vijfenzeventig centimeter hoog en weegt een pond.
Is dit een hoed?
Maar wat is het? Om te beginnen: het heet een hoed, maar er is weinig zekerheid dat het een hoofddeksel is. Anders dan bij bijvoorbeeld de religie van de Bronstijd, waar taalkunde en archeologie elkaar aanvullen, zwijgt de taalkunde over de betekenis van prehistorische hoofddeksels. We hebben slechts vier gouden kokers. Dat dwingt het Neues Museum tot een slalom langs de aanwijzingen. Eén: in Schiffersdorf is het voorwerp begraven met drie bijlen. Twee: we hebben afbeeldingen, gevonden van Anatolië tot Scandinavië, van weergoden met bijlen en puntmutsen. Hier is een Anatolisch voorbeeld.
De Anatolische weergod Tarḫunz (Archeologisch Museum, Gazi Antep)Die mutsen lijken op het gouden voorwerp uit Schiffersdorf, ergo, dat is een hoed. Ergo, de drie andere gouden hoeden zijn hoeden. Bij gebrek aan voldoende breed bewijs moeten we het hiermee doen.
(Tussen haakjes: het Neues Museum noemt als voorbeeld van een gemutste bijl-god Thor, maar diens attribuut is de hamer Mjölnir. Het museum noemt bovendien de Anatolische weergod Rešef, maar dat was een Fenicische god die ziektes verspreidde, geen weergod. Zijn attribuut was een boog. Haakje sluiten.)
Even aannemend dat onze hoed een hoed is en dat hij van doen had met een weergod: probeert u eens een kegel van vijfenzeventig centimeter hoog op uw hoofd te balanceren. Het museum lost dit op met een aanname: er was een riempje waarmee de drager het voorwerp onder zijn kin bond. En dat impliceert weer een nieuwe aanname. Aan de binnenkant moet een voering zijn geweest, die met organische lijm (bijvoorbeeld boomhars) aan het metalen voorwerp was vastgekit. En aan die voering zat dus de kinband vast.
Als we accepteren dat de (met verkeerde voorbeelden geïllustreerde) afbeeldingen van weergoden met bijlen en puntmutsen inderdaad in de gehele oude wereld voorkwamen, is elke stap in de Berlijnse redenering te verantwoorden. Ik kan me bovendien voorstellen dat er meer argumenten zijn dan het museum in de opstelling aan het publiek overdragen kan.
Twijfel
Tegelijk voel ik me ongemakkelijk. Ik ken vooral afbeeldingen van bijl-goden uit Anatolië; of ze elders ook bestaan, weet ik niet. Dat het museum juist op dit punt verkeerde informatie geeft, vind ik niet geruststellend.
En er is nog iets. De geboden redenering is gebaseerd op een plausibele parallel. We kunnen echter ook aannemen dat de Bronstijdmensen de gouden koker plaatsten op een paal. Ook die hypothese moet je overwegen. Feitelijk is het bewijs, althans zoals het museum het presenteert, onvolledig: je werkt een plausibele hypothese uit, maar weerlegt de alternatieven niet.
Voor het goede begrip: ik zeg dus niet dat het voorwerp geen hoed is. Ik zeg evenmin dat het geen religieuze betekenis heeft. Wellicht heeft het iets van doen met een bijldragende weergod. Maar overtuigend vind ik de gepresenteerde bewijsvoering niet.
Antieke astronomie
Het Neues Museum geeft de gouden hoed een astronomische uitleg. Niet ondenkbaar. Stonehenge bewees al lang geleden dat de Bronstijdmensen geboeid waren door hemelverschijnselen; de Hemelschijf van Nebra bewees dat ze opgedane inzichten heroverwogen. Hier is echter de door het museum geboden toelichting, in vertaling.
De ster bovenaan symboliseert de zon, de halve maantjes en de sikkelpatronen staan voor de Maan en Venus, terwijl de cirkelvormige ornamenten als voorstellingen van de zon of de maan kunnen worden geïnterpreteerd.
Eh, kende men in de Bronstijd de schijngestalten van Venus? Dat is weleens geclaimd – voor Mesopotamië, waar de lucht uitzonderlijk droog is. Maar zelfs daar zijn geen spijkerschriftteksten bekend die het ondubbelzinnig documenteren. De astronoom die ik voor dit stukje raadpleegde, betwijfelde daarom a fortiori dat in Noordwest-Europa de schijngestalten van Venus waarneembaar zouden zijn.
Het museum vervolgt met uitleg van de kalenderproblematiek: een zonnejaar duurt elf dagen langer dan twaalf maanmaanden. “Al in het tweede millennium v.Chr. werden schrikkeldagen gebruikt om de zonne- en maancyclus te synchroniseren.” Dat moet natuurlijk schrikkelmanen zijn, maar soit; het gaat erom dat de versiering van de gouden hoed de Cyclus van Meton, waarmee mensen maanmaanden invoegen, zou documenteren.
Het patroon is als een kalender te lezen. Het aantal cirkels in de decoratieve banden komt bijvoorbeeld overeen met de 354 dagen van twaalf maanmaanden. Als je hier het aantal van de decoratieve banden optelt, krijg je de 365 dagen van het zonnejaar.
Het duurt negentien jaar voordat het zonnejaar en het maanjaar samenvallen. In de versiering van de hoed is gecodeerd dat er zeven maanmanden moeten worden ingevoegd in negentien jaar. Ook andere berekeningen, zoals de data van maansverduisteringen, zijn mogelijk.
Dat is een forse claim. En die moet je onderbouwen. Anders loopt de museumbezoeker weg met het gevoel dat de archeologen weer eens wat claimen dat ze niet waar kunnen maken. Hier zijn nog wat getalspeculaties die ik verder onbecommentarieerd laat.
Europese eenwording
Tot slot: heel Europa deelde astronomische en religieuze kennis, rituelen werden over grote afstanden hetzelfde uitgevoerd, de heerserscultus verspreidde zich van Griekenland naar Noord-Europa: “Europa wächst zusammen”. Toevallig weet ik dat het waar is. Maar zelfs als we aannemen dat het Neues Museum meer weet dan het uitleggen kan, is die culturele homogenisering van Bronstijd-Europa niet bewezen met vier hoeden van goud. Het bewijs bestaat uit de verspreiding van verwante Indo-Europese talen en de contacten van de handel in metaal.
Kortom, ik ben eigenlijk niet zo gelukkig met de Berlijnse Gouden Hoed. De presentatie in een verduisterde ruimte appelleert aan valse sentimenten. De geboden informatie bestaat uit claims die soms correct zijn, die soms niet zijn onderbouwd, en die soms zijn onderbouwd met onwaarheden. En tot slot is er de Europese eenwording als pseudorelevantie.
Maar weet je, die hoeden zijn nou net een voorbeeld waarbij je dat eeuwige archeologische cliché kunt gebruiken: het is een mysterie. Presenteer het als zodanig; exposities als Bodi tonen hoe. Of leg de nadruk op datgene wat je zonder sentimentsvervalsing of onnodig gespeculeer wél kunt vertellen: wat de hoeden ons zeggen over de antieke metallurgie en edelsmeedkunst. Archeologie is een wetenschap, het verleden is fascinerend, en in Berlijn hebben ze dat niet over het voetlicht gebracht.
[Dit was het 478e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]
PS
De Bronstijdexpositie in Leiden duurt nog 16 maart.
Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#archeoastronomie #astronomie #BabylonischeAstronomie #Bronstijd #GoudenHoedVanAvanton #GoudenHoedVanBerlijn #GoudenHoedVanEzelsdorf #GoudenHoedVanSchifferstadt #HemelschijfVanNebra #kalender #NeuesMuseum #Rešef #Stonehenge #Thor #VenusPlaneet_
-
De ontdekking van het Proto-Indo-Europees, een taal die zich in de #Bronstijd over Europa en Azië verspreidde en ons belangrijkste erfgoed is uit de #Prehistorie, is een van de grootste triomfen van de geesteswetenschappen.
https://mainzerbeobachter.com/2024/04/26/proto-indo-europees-in-de-breestraat/