home.social

#quintuscurtiusrufus — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #quintuscurtiusrufus, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Alexander de Grote en de Ouxiërs

    Shushtar

    Zoals ik in een eerder blogje in deze reeks al aangaf, was Alexander de Grote op weg gegaan naar Persis, het kernland van het Perzische Rijk, het huidige Fars. Niet al zijn manschappen namen deel aan deze operatie. Persis mocht dan het politieke centrum zijn van een wereldrijk, het was agrarisch arm en kon onmogelijk de 60.000 soldaten, de 30.000 non-combattanten, de 8500 paarden en de 1800 lastdieren voeden waaruit het Macedonische leger op dit moment lijkt hebben bestaan. Een groot aantal soldaten overwinterde in het vruchtbare Elam, deels als garnizoen voor de stad Sousa.

    De weg naar het Zagrosgebergte, dat Persis als een muur begrenst, maakte deel uit van het stelsel van koninklijke wegen en de Macedoniërs konden zonder problemen oprukken. Kleitabletten uit Persepolis vermelden dat de heerbaan tussen deze paleisstad en Sousa was voorzien van twee dozijn pleisterplaatsen. De eerste etappes van Alexanders route zijn daardoor goed te reconstrueren. Na twee dagen overbrugden de Macedoniërs  de rivier de Dez in de schaduw van de vervallen, duizend jaar oude tempeltoren van Choga Zanbil, en na een tussenstop in een dorp dat in de kleitabletten wordt aangeduid als Ithema, bereikte het leger Šurkutir, het huidige Shushtar. Daar stak het leger de Karun over, die, zoals Curtius Rufus schrijft, “diep temidden van rotsachtige, met wouden begroeide oevers stroomt”.

    De eerste Ouxiërs

    De oversteek kostte een dag. Als Alexander vanaf hier zou zijn opgerukt met de snelheid van een gewone reiziger, zou hij omstreeks 15 januari zijn aangekomen bij Persepolis. In feite arriveerde hij twee weken later, want hij ondervond weerstand van de Ouxiërs. Deze stam leefde deels van akkerbouw in de riviervlakte en deels van veeteelt in de bergen tussen Elam en Persis. De door koning Darius III Codomannus aangestelde gouverneur probeerde Alexanders opmars te vertragen, terwijl achter hem de satraap van Persis, Ariobarzanes, de bergpassen in staat van verdediging bracht.

    Vermoedelijk stuitten de Macedoniërs twee dagen na het passeren van de Karun op de eerste (akkerbouwende) Ouxiërs. Dat zal zijn gebeurd in de omgeving van het fort bij Masjed Soleyman. Hoewel de Ouxiërs hun huid duur verkochten, waren ze geen partij voor het Macedonische leger. Na enkele gevechten namen ze hun toevlucht in het fort. Ze boden al snel hun capitulatie aan, maar Alexander wilde daar niet van weten. Hij kondigde aan de verdedigers van het fort te zullen doodmartelen, als afschrikwekkend voorbeeld aan degenen die verderop weerstand wilden bieden.

    Daarop zond de Ouxische commandant een gezant naar Sisygambis, de in Macedonische krijgsgevangenschap levende moeder van koning Darius, met het verzoek te bemiddelen. Zelfs als deze gezant te paard zou hebben kunnen reizen over de door de Macedoniërs bezette Koninklijke Weg, moet hij een paar dagen hebben gedaan over de afstand van het fort naar Sousa. Na lang aarzelen besloot de koningin zich voor haar belegerde landgenoten in te zetten, en bewerkte daarmee dat het fort zich toch mocht overgeven en de verdedigers eervol werden behandeld.

    De Zagros

    Gescheiden opmars

    Zo luidt althans het verhaal van Curtius Rufus, maar het is de vraag of het waar is. Het beleg zal langer hebben geduurd dan Alexander zinde. De winter naderde en hij moest over de Zagros trekken vóór sneeuw de passen onbegaanbaar maakte. Door te beweren dat hij het garnizoen op voorspraak van Sisygambis had begenadigd, voorkwam hij gezichtsverlies nu hij zijn oorspronkelijke voornemen iedereen dood te martelen niet kon uitvoeren. De opmars werd voortgezet en het Macedonische leger bereikte het huidige Haftgel.

    Daar splitste Alexander zijn leger in tweeën, zodat de foeragering over een groter gebied was verspreid. Bijkomend voordeel was dat de Perzische verdedigingsmacht van Ariobarzanes nooit beide legers tegelijk kon vernietigen. Alexanders generaal Parmenion kreeg opdracht de hoofdweg verder te volgen en langs deze zuidelijke route op te rukken naar Persis. Hoewel onze bronnen deze opmars niet beschrijven, zijn de pleisterplaatsen langs de route goed gedocumenteerd, want ze worden, zoals gezegd, genoemd in kleitabletten. Als dit leger elke dag een etappe van de Koninklijke Weg aflegde, zou het binnen drie weken de hoofdstad van Persis hebben bereikt. In feite arriveerde Parmenion later, wat suggereert dat hij zich in het tweede deel van zijn tocht een weg heeft moeten vechten door de zuidelijke Zagros.

    De tweede groep Ouxiërs

    Ondertussen nam Alexander een kortere, meer naar het noorden gelegen weg door het land van de Ouxiërs, om daarvandaan regelrecht naar Persepolis te marcheren. Het was geen makkelijke route, en misschien was dat wel de reden waarom Alexander er de voorkeur aan gaf. Hij verwachtte geen tegenstand en zou merken dat hij daarmee Ariobarzanes had onderschat.

    Vermoedelijk stuitte hij al na twee dagen op de (veetelende) Ouxiërs, die namens de andere herders in dit gebied de geschenken vroegen die ze gewoonlijk kregen als Perzische koningen door hun gebied trokken. (Denk bij herders niet aan arme mensen: het gaat om de voorname leiders van heel grote nomadische clans.) Alexander beloofde hun dat ze, als ze de volgende dag hun opwachting maakten in de vallei, zouden krijgen wat hun toekwam. In de nacht leidde hij een Macedonisch leger over een rotsachtig pad. Omdat de maan om een uur of twee onderging en de zon pas om half acht opkwam, lichtten de soldaten zich bij met fakkels. Bij dageraad overvielen ze enkele bergdorpen, waar veel Ouxiërs in hun slaap werden gedood.

    Vervolgens haastte de koning zich met zijn troepen naar de vallei, waar de plaatselijke bevolking zich verzamelde om te krijgen wat haar toekwam. Ondertussen had Krateros, de aanvoerder van de Macedonische falanx, de hoogten langs het dal bezet. Te laat begrepen de herders dat ze zouden worden gedood. Uiteindelijk redden ze zich het leven door honderd paarden, 500 lastdieren en 30.000 stuks kleinvee toe te zeggen – ongetwijfeld tot genoegen van de Macedonische foeragemeesters, maar de overlevende Ouxiërs gingen een hongerwinter tegemoet.

    De Marun

    Naar Persis

    Het Macedonische leger stak nu de grensrivier tussen Elam en Persis over, de Marun. Ze forceerden een besneeuwde bergpas die bekendstond als Sousiaanse Poort. De plaatselijke bevolking, geïntimideerd door het lot van de Ouxiërs, bood geen weerstand en omstreeks 19 januari 330, sloeg het leger zijn kamp op bij het huidige Yasuj, bij de toegang tot de volgende pas, de Perzische Poort.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Ariobarzanes #ChogaZanbil #DariusIIICodomannus #Krateros #MasjedSoleyman #Ouxiërs #Parmenion #PerzischePoort #QuintusCurtiusRufus #Shushtar #Sisygambis #Yasuj #Zagros
  2. Alexander de Grote in Gaza

    Alexander onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

    Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.

    Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.

    Strategisch overwegingen

    Hij zal tevreden zijn geweest. Nu de Fenicische havens in Macedonische handen waren, konden de Perzen de Fenicische schepen niet meer gebruiken om naar de Egeïsche wateren te varen. Macedonië was nu onbetwist heer en meester van de halve Middellandse Zee en Alexander kon met recht claimen dat hij het officiële, opzettelijk vaag geformuleerde, oorlogsdoel had bereikt: het straffen van de Perzen voor hun inval in Europa.

    Het was echter niet mogelijk de oorlog te beëindigen. Daarvoor waren in de eerste plaats militaire redenen. Zolang er geen verdedigbare oostgrens was, kon er geen sprake zijn van een vredesverdrag met de Perzen. De Perzische koning Darius III Codomannus deed echter zijn best om de Macedoniërs tegemoet te komen. Hij stuurde Alexander een brief waarin hij hem een territoriaal compromis voorstelde: voortaan zou de rivier de Halys (in Midden-Turkije) de grens zijn tussen Macedonië en Perzië. Voor Alexander was dit aanbod ontoereikend –hij was immers al in Fenicië.

    Dat Darius onderhandelingen aanknoopte, suggereert dat zijn positie na de slag bij Issos was verzwakt. Alexander begreep dat een oostelijke expeditie wel even kon wachten en dat hij eerst een bezoek aan Egypte kon brengen.

    Naar Egypte

    Een urgente militaire reden was er niet, hooguit een zijdelingse. De Atheners stelden vanouds belang in het door de Egyptenaren geproduceerde graan, zodat het bezetten van het Nijldal een middel was om de Grieken het mes op de keel te zetten. Daar was ook een aanleiding voor, want Sparta was aan het mobiliseren tegen de Macedoniërs. Het kon geen kwaad de Griekse graantoevoer te kunnen afsnijden. Bovendien viel in Egypte buit te halen, en daarna konden de Macedoniërs altijd nog de Eufraat oversteken om af te rekenen met de al eens verslagen Darius.

    Laten we een ander motief voor een bezoek aan Egypte niet onderschatten: toerisme. Het land sprak al eeuwen tot de Griekse verbeelding en er was gelegenheid voor vakantie. Na Issos en Tyrus had men die ook wel verdiend.

    En dus ging Alexander in de late zomer van 332 v.Chr. vanuit Syrië op weg naar Egypte. Aan de kust van het huidige Israël is in augustus weinig water beschikbaar – de wadi’s staan droog – en daarom bleef een deel van de Macedonische soldaten achter in Syrië, waar ze het betrekkelijk rustig aan konden doen. De opmars van Alexanders leger verliep probleemloos, want aan de kust lagen geen steden die weerstand konden bieden. In het binnenland had de belangrijke stad Samaria al steun toegezegd, zodat er geen flankaanvallen vielen te duchten. Het zuidelijker gelegen tempelstaatje Jeruzalem had zich weliswaar niet onderworpen, maar stelde militair weinig voor. Elf dagen na hun vertrek uit Tyrus bereikten de Macedoniërs Gaza, waar het Perzische garnizoen weigerde te capituleren.

    Gaza

    Alexander had geen keus: hij moest de stad veroveren. Niet alleen blokkeerde ze de weg naar Egypte, maar ze vormde ook het eindpunt van twee wegen. De ene kwam vanuit Mesopotamië door de woestijn en hoewel ze niet begaanbaar was voor grote legers, konden de Perzen haar gebruiken voor een onverwachte aanval. De ander was de wierookroute, en wie zou de lucratieve wierookhandel niet willen beheersen? Bovendien had Gaza de reputatie dat het onneembaar was en juist dat prikkelde Alexander: zijn tegenstanders zouden geïmponeerd zijn als hij de stad met succes belegerde. Maar hij zou prestigeverlies lijden als hij de stad niet kon innemen.

    Het beleg had een ander karakter dan de operaties bij Halikarnassos en Tyrus, waar we het al over hebben gehad. Daar was het mogelijk geweest belegeringsmachines in te zetten. Gaza lag echter op de rand van de woestijn en de zanderige bodem maakte het moeilijk belegeringstorens en schildpadden naar voren te rijden. Een tweede probleem was de watervoorziening. De dichtstbijzijnde wadi stond in september droog en de capaciteit van de schaarse bronnen in de omgeving was niet al te groot. Het water moest dus worden geïmporteerd en we mogen aannemen dat de Macedoniërs hiervoor de Fenicische schepen benutten.

    Onze bronnen Arrianus en Curtius Rufus geven uiteenlopende beschrijvingen van de belegering van Gaza. Allebei noemen ze een eerste, mislukte bestorming, waarbij Alexander aan de schouder een schotwond opliep. Eerstgenoemde auteur vertelt dat de Macedoniërs daarna een belegeringsdam bouwden met een geplaveid oppervlak, om te verhinderen dat de wielen van de belegeringsmachines vast zouden komen zitten. Curtius Rufus meldt echter dat de aanleg van de dam diende om het Perzische garnizoen niet te laten merken dat de Macedoniërs feitelijk een tunnel groeven om de muren te ondermijnen. Na twee maanden viel de stad.

    Marteling

    Curtius Rufus weet meer over de laatste bestorming, namelijk dat zowel Alexander als de garnizoenscommandant, een zekere Batis, gewond raakten. De Macedoniër koelde zijn woede op zijn tegenstander. Hij hield Batis voor dat die alle martelingen zou ondergaan die voor een gevangene konden worden verzonnen. De verslagen garnizoenscommandant gaf geen krimp, waarop Alexander Batis’ enkels met riemen vastbond aan zijn strijdwagen, en de ongelukkige krijgsgevangene rond de stad sleepte. Zo had in legendarische tijden, tijdens de Trojaanse Oorlog, Alexanders voorvader Achilleus het stoffelijk overschot van Hektor onteerd – maar Alexander gebruikte de methode om iemand te doden.

    Arrianus vermeldt niets van dit alles. Dat kan betekenen hij iets heeft weggeretoucheerd wat wel heeft plaatsgevonden, maar andersom kan het zijn dat Curtius een te zwart portret schetst van Alexander. Er is geen manier om een keuze te maken. Zolang er geen nieuwe bronnen bijkomen kunnen we alleen constateren dat het lastig is de waarheid te achterhalen.

    [Meer stukken over Alexander de Grote hier.]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Wat is er nieuw? Spanje

    december 10, 2020
    Menandros

    december 12, 2023
    Alexandrië in Brussel

    november 13, 2022 Deel dit:

    #Achilleus #AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Fenicië #Gaza #Hektor #Israël #QuintusCurtiusRufus #TrojaanseOorlog #Tyrus #Wierookroute

  3. Alexander de Grote in Gaza

    Achilleus onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

    Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.

    Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.

    Strategisch overwegingen

    Hij zal tevreden zijn geweest. Nu de Fenicische havens in Macedonische handen waren, konden de Perzen de Fenicische schepen niet meer gebruiken om naar de Egeïsche wateren te varen. Macedonië was nu onbetwist heer en meester van de halve Middellandse Zee en Alexander kon met recht claimen dat hij het officiële, opzettelijk vaag geformuleerde, oorlogsdoel had bereikt: het straffen van de Perzen voor hun inval in Europa.

    Het was echter niet mogelijk de oorlog te beëindigen. Daarvoor waren in de eerste plaats militaire redenen. Zolang er geen verdedigbare oostgrens was, kon er geen sprake zijn van een vredesverdrag met de Perzen. De Perzische koning Darius III Codomannus deed echter zijn best om de Macedoniërs tegemoet te komen. Hij stuurde Alexander een brief waarin hij hem een territoriaal compromis voorstelde: voortaan zou de rivier de Halys (in Midden-Turkije) de grens zijn tussen Macedonië en Perzië. Voor Alexander was dit aanbod ontoereikend –hij was immers al in Fenicië.

    Dat Darius onderhandelingen aanknoopte, suggereert dat zijn positie na de slag bij Issos was verzwakt. Alexander begreep dat een oostelijke expeditie wel even kon wachten en dat hij eerst een bezoek aan Egypte kon brengen.

    Naar Egypte

    Een urgente militaire reden was er niet, hooguit een zijdelingse. De Atheners stelden vanouds belang in het door de Egyptenaren geproduceerde graan, zodat het bezetten van het Nijldal een middel was om de Grieken het mes op de keel te zetten. Daar was ook een aanleiding voor, want Sparta was aan het mobiliseren tegen de Macedoniërs. Het kon geen kwaad de Griekse graantoevoer te kunnen afsnijden. Bovendien viel in Egypte buit te halen, en daarna konden de Macedoniërs altijd nog de Eufraat oversteken om af te rekenen met de al eens verslagen Darius.

    Laten we een ander motief voor een bezoek aan Egypte niet onderschatten: toerisme. Het land sprak al eeuwen tot de Griekse verbeelding en er was gelegenheid voor vakantie. Na Issos en Tyrus had men die ook wel verdiend.

    En dus ging Alexander in de late zomer van 332 v.Chr. vanuit Syrië op weg naar Egypte. Aan de kust van het huidige Israël is in augustus weinig water beschikbaar – de wadi’s staan droog – en daarom bleef een deel van de Macedonische soldaten achter in Syrië, waar ze het betrekkelijk rustig aan konden doen. De opmars van Alexanders leger verliep probleemloos, want aan de kust lagen geen steden die weerstand konden bieden. In het binnenland had de belangrijke stad Samaria al steun toegezegd, zodat er geen flankaanvallen vielen te duchten. Het zuidelijker gelegen tempelstaatje Jeruzalem had zich weliswaar niet onderworpen, maar stelde militair weinig voor. Elf dagen na hun vertrek uit Tyrus bereikten de Macedoniërs Gaza, waar het Perzische garnizoen weigerde te capituleren.

    Gaza

    Alexander had geen keus: hij moest de stad veroveren. Niet alleen blokkeerde ze de weg naar Egypte, maar ze vormde ook het eindpunt van twee wegen. De ene kwam vanuit Mesopotamië door de woestijn en hoewel ze niet begaanbaar was voor grote legers, konden de Perzen haar gebruiken voor een onverwachte aanval. De ander was de wierookroute, en wie zou de lucratieve wierookhandel niet willen beheersen? Bovendien had Gaza de reputatie dat het onneembaar was en juist dat prikkelde Alexander: zijn tegenstanders zouden geïmponeerd zijn als hij de stad met succes belegerde. Maar hij zou prestigeverlies lijden als hij de stad niet kon innemen.

    Het beleg had een ander karakter dan de operaties bij Halikarnassos en Tyrus, waar we het al over hebben gehad. Daar was het mogelijk geweest belegeringsmachines in te zetten. Gaza lag echter op de rand van de woestijn en de zanderige bodem maakte het moeilijk belegeringstorens en schildpadden naar voren te rijden. Een tweede probleem was de watervoorziening. De dichtstbijzijnde wadi stond in september droog en de capaciteit van de schaarse bronnen in de omgeving was niet al te groot. Het water moest dus worden geïmporteerd en we mogen aannemen dat de Macedoniërs hiervoor de Fenicische schepen benutten.

    Onze bronnen Arrianus en Curtius Rufus geven uiteenlopende beschrijvingen van de belegering van Gaza. Allebei noemen ze een eerste, mislukte bestorming, waarbij Alexander aan de schouder een schotwond opliep. Eerstgenoemde auteur vertelt dat de Macedoniërs daarna een belegeringsdam bouwden met een geplaveid oppervlak, om te verhinderen dat de wielen van de belegeringsmachines vast zouden komen zitten. Curtius Rufus meldt echter dat de aanleg van de dam diende om het Perzische garnizoen niet te laten merken dat de Macedoniërs feitelijk een tunnel groeven om de muren te ondermijnen. Na twee maanden viel de stad.

    Marteling

    Curtius Rufus weet meer over de laatste bestorming, namelijk dat zowel Alexander als de garnizoenscommandant, een zekere Batis, gewond raakten. De Macedoniër koelde zijn woede op zijn tegenstander. Hij hield Batis voor dat die alle martelingen zou ondergaan die voor een gevangene konden worden verzonnen. De verslagen garnizoenscommandant gaf geen krimp, waarop Alexander Batis’ enkels met riemen vastbond aan zijn strijdwagen, en de ongelukkige krijgsgevangene rond de stad sleepte. Zo had in legendarische tijden, tijdens de Trojaanse Oorlog, Alexanders voorvader Achilleus het stoffelijk overschot van Hektor onteerd – maar Alexander gebruikte de methode om iemand te doden.

    Arrianus vermeldt niets van dit alles. Dat kan betekenen hij iets heeft weggeretoucheerd wat wel heeft plaatsgevonden, maar andersom kan het zijn dat Curtius een te zwart portret schetst van Alexander. Er is geen manier om een keuze te maken. Zolang er geen nieuwe bronnen bijkomen kunnen we alleen constateren dat het lastig is de waarheid te achterhalen.

    [Meer stukken over Alexander de Grote hier.]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Aristoteles over David Bowie

    augustus 15, 2011
    Dacia Felix: de Skythen

    december 29, 2019
    Alexander in India (3)

    januari 9, 2021 Deel dit:

    #Achilleus #AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Fenicië #Gaza #Hektor #Israël #QuintusCurtiusRufus #TrojaanseOorlog #Tyrus #Wierookroute