home.social

#neolithicum — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #neolithicum, aggregated by home.social.

  1. Karanovo

    De trench van Karanovo

    Ik geef toe: het plaatje hierboven is niet bijster informatief. U ziet een heuvel waar een lange gang in is gegeven. Meer is het niet, daar in Karanovo in Bulgarije. Als ik het een naam moest geven, zou ik het een trench noemen, wat net niet helemaal hetzelfde is als het Nederlandse “geul” (want die ontstaat door spoelend water) of “sleuf” (want die is smaller). Ik noem het dus maar een trench en deze trench vormde het begin van een belangrijke opgraving.

    Stratigrafie

    De enorme heuvel bij Karanovo (niet te verwarren met de even verderop gelegen grafheuvel) is te beschouwen als een tell, waarin diverse woonlagen boven elkaar lagen. Werd een dorp verwoest, bijvoorbeeld door een aardbeving, dan bouwden de overlevenden nieuwe huizen bovenop de oude, zodat die heuvel hoger werd. Herhaal dat enkele keren en je hebt een stevige bult. Als een archeoloog die bult van bovenaf neerwaarts gaat uitgraven, zijn de diverse bewoningslagen echter niet goed herkenbaar. Een trench helpt om vat te krijgen op de stratigrafie. Zie het onderstaande, iets informatievere plaatje.

    De stratigrafie van Karanovo

    In de wand zijn, behalve de holen waarin vogels wonen, de diverse bewoningslagen herkenbaarbaar (de tinten zijn net even anders) en de opgravers hebben er een handig bord bij geplaatst waarop die strata zijn aangegeven. Er zijn natuurlijk andere manieren om de diverse bewoningslagen te herkennen: je kunt ook vanaf de top van de heuvel een kuil graven en kijken wat er in de wand zit (een sounding). Bij het onderzoek van de Friese terpen / de Groningse wierden haalde men een kwart weg, als een enorme taartpunt. Ik schreef er al eens over. Zo worden ook grafheuvels onderzocht, en vaak planten archeologen na gedane arbeid, als ze het opgegraven kwart weer dicht gooien, een boom op het kwart dat ze hebben onderzocht, zodat toekomstige opgravers weten waar ze niet hoeven kijken.

    De Prehistorie van de Balkan

    De tweede foto toont zes van de zeven bewoningslagen in de dertien meter hoge heuvel. Karanovo II begint ergens rond 6000 v.Chr. en documenteert met Karanovo III het vroege Neolithicum: de tijd waarin akkerbouw en veeteelt ontstonden en de mensen voor het eerst aardewerk vervaardigden. Die mensen woonden in fase II nog in simpele lemen huizen, maar in fase III waren ze aanzienlijk groter. Uit het vlakbij Karanovo gelegen Stara Zagora is een woonhuis bekend met twee verdiepingen.

    Met Karanovo IV (pakweg 5500-4500) betreden we op het Balkanschiereiland het Midden-Neolithicum. Nu ontstaat sculptuur, met als mooiste voorbeeld het schitterende beeldje van de Denker van Cernavoda, dat u een paar jaar geleden in Luik hebt kunnen zien. De volgende twee fasen, Karanovo V en VI, markeren het Chalcolithicum, waarin de metaalbewerking begint door te breken. Dat betreft vooral koper en goud, en deze fase is vooral goed gedocumenteerd in Varna. De gouden voorwerpen zijn te zien geweest in Dordrecht.

    Rond 4000 v.Chr. raakt de site verlaten, maar rond 3200 keren de bewoners terug op wat inmiddels een hoge, goed verdedigbare heuvel was. De nieuwe bewoners beheersen de metaaltechniek voldoende om te kunnen spreken van de Vroege Bronstijd. Ze kwamen uit het noordoosten, uit de regio van de Yamnaya-cultuur. Het zijn dus Indo-Europees-sprekenden, en in Bulgarije noemen ze hen ook wel Thraciërs. Die naam duikt overigens pas vele eeuwen later voor het eerst op in geschreven bronnen, maar degenen die door de oude Grieken “Thraciërs” werden genoemd, stamden vermoedelijk wel af van de Yamnaya-migranten. Rond 2000 v.Chr. is Karanovo voorgoed verlaten.

    Het chronologisch kader

    De opgraving, die begon in de jaren dertig, werd onderbroken door de oorlog en werd hernomen in 1947, leerde aan de archeologen wat de voor elk van deze tijdvakken representatieve voorwerpen waren. Dankzij de trench in Karanovo en enkele andere opgravingen konden de archeologen voor het eerst de relatieve chronologie van het prehistorische Balkanschiereiland vaststellen. Anders gezegd: het chronologisch kader werd in Karanovo duidelijk. Zo konden ook de vondsten in Stara Zagora, Cernavoda, Varna en talloze andere plaatsen worden gedateerd.

    De jaartallen die ik hierboven al noemde, zijn gebaseerd op koolstofdateringen. Die zijn pas in de jaren vijftig gedaan en later nog eens gecorrigeerd, toen de opgraving van Karanovo al was beëindigd. In 1984 keerden de archeologen terug. Dat was een Bulgaars-Oostenrijks team, wat een mooi voorbeeld is van wetenschappelijke samenwerking over de Muur heen. De Oostenrijkse aanwezigheid verklaart ook waarom het opschrift op het bord in het Duits is.

    [De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)

    november 27, 2021
    Tepe Hesar

    juli 24, 2018
    Het Ur der Chaldeeën

    september 25, 2021 Deel dit: #Chalcolithicum #chronologie #Karanovo #koolstofdatering #Neolithicum #relatieveChronologie #sounding #StaraZagora #tell #Thracië #trench #VroegeBronstijd #YamnayaCultuur
  2. Waarom oorlog?

    Twaalf Bronstijd-oorlogsgoden, Yazilikaya

    Waarom bestaat er eigenlijk zoiets als oorlog? De mens is vanzelfsprekend niet de enige soort die zichzelf te gronde richt. Andere primaten, zoals stokstaartjes en chimpansees, weten er ook wel raad mee, dus het lijkt me geen al te woeste aanname dat agressie diep in ons zit. Het lijkt er bovendien op dat groepsdwang een rol speelt: stokstaartjes vechten als roedels tegen andere roedels. Het gedrag van de vroegste mensen zal dus niet heel anders zijn geweest dan het conflict aan het begin van 2001. A Space Odyssey.

    Archeologisch bewijs?

    We redeneerden in de vorige alinea vanuit een algemeen biologisch patroon, net zoals we doen als we het hebben over de oorsprong van de menselijke taal. Archeologen hebben echter ook direct bewijs gevonden voor menselijke agressie, zoals kannibalisme in het Paleolithicum, waarbij overigens meestal onduidelijk is of het slachtoffer vooraf werd gedood of dat men zich tegoed deed aan iemand die al overleden was. Verder is er geen enkel bewijs voor collectief geweld. Oorlog is, om zo te zeggen, niet iets waar ze in de Steentijd aan deden.

    Een eerste, heel ambigue aanwijzing daarvoor is er in het twaalfde millennium v.Chr. in Jebel Sahaba, in het uiterste noorden van Soedan. Daar zijn de geraamtes ontdekt van negenenvijftig mensen die gewelddadig aan hun einde zijn gekomen. Dat er vervolgens werk is gemaakt van een nette uitvaart, suggereert echter een rituele dood; deze mensen zijn niet gesneuveld in een oorlog, maar lijken meer op mensenoffers.

    Sociale ongelijkheid

    We krijgen pas onloochenbaar bewijs voor oorlogvoering als we al een flink eind in het Neolithicum zijn gevorderd. Ergens rond 5300 v.Chr. ontstaan er verschillen in huizenbouw en grafrituelen, en die weerspiegelen groeiende ongelijkheid. Anders gezegd, er ontstaan groepen die meer en minder profiteren van wat de samenleving zoals produceert, en daardoor ontstonden er, zoals Adam Smith rond 1776 al wist, diverse klassen, die niet dezelfde belangen hadden. Zo bezien is de geschiedenis van alle sinds 5300 v.Chr. bestaande maatschappijen een geschiedenis van klassenstrijd. Burgeroorlog is ouder dan oorlog.

    De vraag is natuurlijk wat daarvan de inzet kan zijn geweest. Waarom streed men? In zijn recente boek Dageraad laat Johan Hendriks diverse theorieën de revue passeren. Ging het om bezit, zoals Karl Marx opperde? Of om gezag, zoals Max Weber schreef? Of moeten we Herbert Marcuse volgen, die de vraag omkeerde en niet het conflict centraal stelde, maar erop wees dat de machtigere klassen de machteloze klassen apaiseerden door ze zicht te laten houden op een betere toekomst? Dat zou voor bijvoorbeeld de Bandkeramiekcultuur

    kunnen betekenen dat de bewoners van de grote huizen ook de (mogelijk aan hen ondergeschikte) inwoners van de kleinere huizen voorzagen in hun voedselbehoefte, waardoor ze én afhankelijk én weinig opstandig waren.

    Hendriks noemt diverse voorbeelden van archeologisch bewijs voor neolithisch collectief geweld, m.a.w. voor iets dat we als “oorlog” kunnen typeren. Vanaf het moment dat de ongelijkheid toeneemt, heeft er collectieve agressie bestaan, zoveel is duidelijk, maar Hendriks blijft voorzichtig als het gaat om de duiding daarvan. De precieze inzet blijft in het ongewisse en denkelijk was die ook niet altijd dezelfde. Maar toen oorlog eenmaal deel uitmaakte van het menselijk repertoire, werden we er beter in. In de Bronstijd werden de bijlen en messen die we al hadden, aangepast tot strijdbijlen en zwaarden.

    Onrobuuste informatie

    Terwijl ik dit deel van Hendriks’ boek las, voelde ik het meest voor Marcuses omkering: de wortels van de (burger)oorlog zijn het probleem niet, veel interessanter zijn de mechanismen om conflicten te bedwingen. Bied je tegenstanders perspectief, verdeel ze door de aandacht af te leiden met een (schijn)tegenstander, presenteer de bestaande situatie als de natuurlijke, als de onvermijdbare, als de door de goden gesanctioneerde. De stem van god klinkt nogal eens als die van de heersende klasse.

    Dat klinkt allemaal heel logisch, en wie weet was het in het diepe verleden ook wel zo, maar feitelijk projecteren we zo onze eigen ideeën over geweld en heerschappij op de schaarse en ambigue gegevens over de Oudheid. I.D.O.H.Z.O. oorlog – ja, zeker, maar we moeten ons er bewust van zijn dat oudheidkundige data zelden werkelijk robuust zijn. We zullen de vraag naar de herkomst van oorlog op een andere manier moeten beantwoorden dan met het oudheidkundig instrumentarium, en helaas is er voldoende bewijs dat wel voldoende robuust is.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Het ontstaan van Byblos

    mei 17, 2018
    “Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)

    juni 1, 2019
    Byblos in het Neolithicum

    mei 17, 2022 Deel dit:

    #2001ASpaceOdyssey #adamSmith #bandkeramiek #herbertMarcuse #iDOHZO #jebelSahaba #johanHendriks #kannibalisme #karlMarx #klassenstrijd #maxWeber #mensenoffer #neolithicum #oorlog #paleolithicum #soedan

  3. Prehistorisch China

    Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

    Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

    De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

    De Prehistorie van China

    Eerst maar dit: het antieke China (“Inner China”) was zes, zeven keer zo groot als het huidige Frankrijk en daarom is het eigenlijk wat raar om het te hebben over “het” antieke China. Feitelijk was het een verzameling antieke culturen, gesitueerd in de oostelijke helft van het huidige China. De regio bestaat uit de bassins van twee naar het oosten stromende rivieren, de Huang Ho ofwel Gele Rivier in het noorden en de Jangtse ofwel Blauwe Rivier in het zuiden. De Gele Rivier stroomt door een gebied dat bestaat uit vruchtbare lössbodems.

    Laat-Neolithisch aardewerk (Mariemont, Morlanwelz)

    De eerste sporen van landbouw, ergens rond 12.000 v.Chr., lijken te zijn aangetroffen in de regio ten noorden van de Blauwe Rivier. Rijst en gierst werden verbouwd vanaf het negende millennium, varkens en honden werden gedomesticeerd en het eerste beschilderde aardewerk werd zo rond 5000 v.Chr. vervaardigd. In deze periode, het Neolithicum, groeiden de sociale tegenstellingen: de elite is herkenbaar aan de aanwezigheid van jade in de graven. En zijde! Het beroemde product werd vervaardigd vanaf pakweg 4000 v.Chr.

    En zoals je zou verwachten: vanaf het moment waarop kapitaal circuleerde, zijn er ook sporen van geweld. Er moeten er vorsten zijn geweest die leiding gaven aan grote groepen arbeiders, waaronder de eerste metaalwerkers. De bronstechniek lijkt ergens rond 3000 v.Chr. te zijn overgenomen van de Centraal-Aziatische nomaden: dat is tegelijk met de opkomst van het brons in de Levant, en dus een mooi voorbeeld van de wijze waarop Centraal-Eurazië ook werkelijk het centrum was van Eurazië.

    Bronstijd

    Na de klimaatomslag rond 2200 v.Chr., het 4,2 ka BP event waarover ik vaker heb geschreven, begint een periode die weleens wordt aangeduid als die van de Xia-dynastie. De latere Chinese teksten – die ik niet heb gelezen – presenteren de vorsten als een soort halfgoden die de overstromingen van de rivieren leren beheersen en de akkerbouw beschermen. Westerse geleerden typeren de verhalen als mythisch, Chinese geleerden denken weleens aan een reële zondvloed, en associëren de Xia-dynastie met een bronstijdcultuur in de regio Henan, aan de Gele Rivier. Die lijkt een politieke organisatie te hebben gekend die niet onverenigbaar is met de legenden.

    Orakelbot (Shang-dynastie; Musée Guimet, Hamburg)

    De volgende dynastie heet Shang of Yin, en nam de macht over rond 1750 of 1600 v.Chr. (ik lees het allebei). Ze duurde tot 1040 v.Chr. en de negenentwintig met naam bekende vorsten beheersten een groter gebied dan alleen Henan: de hele benedenloop van de Gele Rivier en ook stukken van de Blauwe Rivier. In deze periode brak het schrift echt door, wat de administratie natuurlijk vereenvoudigde. Ik begrijp dat er discussie bestaat over de rol van sjamanisme.

    De Zhou-dynastie begon als vazal van de Shang-heersers, maakte zich onafhankelijk en nam rond 1040 de macht over. Om deze machtsovername te rechtvaardigen, riepen ze het “hemels mandaat” in: het idee dat als het slecht gaat, dat komt doordat de vorst niet voldoende deugdzaam is, zijn legitimatie verliest, waarna een andere leider met toestemming van de hemel de macht overneemt, en voorspoed brengt zolang hij deugdzaam is – tot ook de nieuwe dynastie corrumpeert. De geschiedenis is zo een cyclus; in Mesopotamië bestonden soortgelijke opvattingen.

    De Zhou-vorsten hadden twee hoofdsteden, Chang’an en Luoyang, en breidden hun macht geleidelijk uit over grote delen van de Chinese wereld. Wie daar buiten woonde, gold als barbaar – een ander nieuw concept.

    Hert (Zhou-dynastie; Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

    IJzertijd

    Inmiddels begon men voorwerpen van ijzer te maken: een nieuwe uit Centraal-Azië afkomstige techniek. Wanneer je de IJzertijd laat beginnen, is een beetje een definitiekwestie. Ga je uit van de eerste ijzeren voorwerpen, dan kom je bij 1000 v.Chr.; gietijzer was gangbaar rond 600 en staal rond 400 v.Chr.

    Het wezenlijk nieuwe van ijzer is dat het een democratisch metaal is: het is overal te vinden. Brons veronderstelt koper en tin, en dus langeafstandshandel, en omdat de investeringen aanzienlijk zijn, kan alleen het hof de handel financieren. De opkomst van ijzer betekent het einde van dit monopolie en het ontstaan van kleinere staten. Dat is in China niet anders dan in de Levant, waar rond het midden van de achtste eeuw de centrale Zhou-overheid concurrentie krijgt van ruim 150 kleinere staten. Feitelijk waren de feodale heren net zo machtig als de koning. Deze fase uit de Chinese geschiedenis staat bekend als de Periode van Lente en Herfst, vernoemd naar de Lente- en herfstannalen, een hofkroniek van een van die deelrijken. Het gaat om de jaren 722 tot en met 481.

    Bronzen vat (Musée Guimet, Parijs)

    Het was een tijd van urbanisatie – alweer een parallel met de Levant en de Mediterrane wereld. Ook de grote Chinese filosofische stelsels wortelen in deze tijd: Lao Tse, Sun Tzu en Confucius leefden rond 500 v.Chr., Mo Zi (Micius) leefde iets later.

    [wordt vervolgd]

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u doneren, maar ook een van mijn boeken kopen (en lezen). Mijn boek over Libanon verschijnt in april, maar u kunt het al bestellen. Er is ook een HomeAcademy-cursus, waarvan de opbrengst naar Cordaid Libanon gaat. En u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Wen-Amun (3)

    april 16, 2017
    Ugarit

    juni 29, 2021
    Het graf van Alexander de Grote

    juni 24, 2024 Deel dit:

    #42KaBPEvent #BlauweRivier #Bronstijd #ChangAn #Confucius #GeleRivier #HemelsMandaat #IJzertijd #jade #LaoTse #Luoyang #MoZi #Neolithicum #PeriodeVanLenteEnHerfst #SunTzu #XiaDynastie #ZhouDynastie #zijde