home.social

#naief-positivisme — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #naief-positivisme, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De terugkeer van de Valse Marius

    Munt met de komeet van de Divus Julius (Teylers Museum, Haarlem)

    Als ik de oude formule aanhaal met de namen van de consuls, namelijk Julius Caesar en Marcus Antonius, en als ik vertel dat we ons dus bevinden in het jaar 44 v.Chr., en als ik toevoeg dat het begin mei zal zijn geweest, dan weet u dat dit het laatste blogje moet zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dat is iets heel bijzonders.

    Maar eerst even terug naar de zogeheten “valse Marius”, waarover we het in augustus hebben gehad. Die avonturier had zich, toen Caesar in Spanje was, aangediend als achterneef van de dictator en had aanzienlijke steun weten te verwerven, zelfs binnen Caesars familie. Bij Caesars terugkeer was de man even luid toegejuicht als de zegevierende generaal, die hem uit Italië had weggestuurd. Ik constateerde al dat het een vorm van naïef positivisme is om het oordeel van de bronnen, dat de man een charlatan was, zomaar over te nemen. We weten het gewoon niet.

    De terugkeer van de Valse Marius

    Eind april, begin mei was hij terug in Rome. Appianus vertelt erover in de context van een groter verhaal, namelijk dat veel senatoren vreesden dat Marcus Antonius na het vertrek van diverse Caesar-moordenaars al te dominant aan het worden was. Terwijl de wrevel groeide, verscheen daar dus de Valse Marius.

    Hij had vreselijk veel verdriet over Caesars dood en bouwde een altaar op de plek waar diens brandstapel had gestaan. Daarnaast had hij een ploeg gewelddadige types om zich heen, met wie hij een voortdurende schrik was voor de moordenaars. Sommigen van hen waren al de stad uit gevlucht.noot Appianus, De Burgeroorlogen 3.2; vert; Gé de Vries.

    Het gerucht ging nu dat de Valse Marius, die volgens Appianus eigenlijk Amatius heette, een aanslag wilde plegen op samenzweerders die als ambtsdragers nog in de stad waren: Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus.

    Marcus Antonius maakte gebruik van deze praatjes; uit hoofde van zijn consulschap arresteerde hij Amatius en liet hem zonder vorm van proces brutaalweg terechtstellen. De senatoren stonden verbijsterd over dit verregaande, onwettige optreden, maar huichelden dat het noodzakelijk was, Zonder zulk brutaal optreden zouden Brutus en Cassius volgens hen immers niet veilig zijn.noot Appianus, De Burgeroorlogen 3.3; vert; Gé de Vries.

    Zo herwon Marcus Antonius, althans voor dit moment, de sympathie van de Senaat.

    Het altaar

    De rabauwen rond de Valse Marius waren echter woedend en wisten te bewerken de officiële magistraten het altaar inwijdden. Suetonius beschrijft het:

    Later richtte de menigte op het Forum een zuil van bijna twintig voet op uit één blok Numidisch marmer met daarin gebeiteld: “Aan de Vader des Vaderlands”. Nog lang nadien brachten zij bij deze zuil regelmatig offers, deden geloften en beslechtten er bepaalde geschillen door een eed af te leggen op de naam van Caesar.noot Suetonius, Caesar 3 84; vert. Daan den Hengst.

    Marcus Antonius liet de laatste aanhangers van de Valse Marius, als het slaven waren, aan het kruis slaan; vrije burgers liet hij vanaf de Tarpeïsche Rots naar beneden werpen.

    De Tarpeïsche Rots

    De erfenis van de Valse Marius was echter niet gering: op het Forum Romanum was nu een monument waar werd geofferd aan Caesar. Zoals ik al eerder aangaf, is het verhaal over de twee mannen die zorgden dat het stoffelijk overschot werd gecremeerd ter hoogte van de tempel van Castor en Pollux, wellicht een echo van een andere, eerdere poging Caesar te vergoddelijken.

    Komeet

    De Valse Marius was nog niet van het toneel verdwenen, of het werd duidelijk dat Caesar werkelijk ten hemel was gevaren. Voor de datum moeten we even kijken in China, in de Hou Hanshu (“Het boek van de Late Han”), waarover we het al eens eerder hebben gehad.

    In de vierde maand van het vijfde jaar van de regering van keizer Yuan [18 mei tot en met 16 juni] is in het noordwesten een komeet gezien. Die was rood-geel van kleur en ongeveer acht vingers lang. Na een paar dagen mat hij al tien vingers en wees hij naar het noordoosten. Hij bevond zich toen in het Huis van de Drie Sterren.noot Hou Hanshu 26.

    Dit laatste is wat wij de “gordel” van Orion noemen. Het is het eenentwintigste van de achtentwintig “huizen” waarin de oosterse astronomie de ecliptica verdeelt – voor elke dag van de maanmaand één. Dezelfde informatie – vierde maand, eenentwintigste huis – is ook te vinden in een Koreaanse kroniek. De Romeinen lijken de komeet iets later te hebben waargenomen, in juli, net toen Octavianus lijkspelen voor zijn adoptiefvader organiseerde. Dat was toeval, maar het kwam Octavianus goed uit, en toen hij later een autobiografie schreef, noteerde hij vol trots dat hij, omdat Caesar als komeet naar de hemel was geschoten, een ster liet aanbrengen op een beeld van Caesar dat hij oprichtte op het forum.noot Augustus, Autobiografie fragment 6 (ed. Malcovati). Dit is niet de tekst die bekendstaat als Res Gestae. Vermoedelijk betreft dit het cultusbeeld in de tempel voor Caesar.

    Julius Caesar met komeet (Musée des beaux-arts, Lyon)

    De Romeinen konden deze opvallende komeet onmogelijk niet zien en wisten: Caesar was onder de goden opgenomen. Twee jaar later erkenden de Romeinse religieuze autoriteiten Divus Julius, “de vergoddelijkte Julius Caesar”, als een van de goden van de staatscultus, maar de verering was dus aanzienlijk ouder.

    De vraag waarmee ik het blogje van vandaag begon, luidde wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was. Het antwoord is dat de Valse Marius hem tot god aan het maken was.

    Tot slot

    Hiermee is de reeks #RealTimeCaesar echt ten einde. Het was leuk om deze blogjes te maken. Een overzicht is hier. Ik heb onlangs op een mooie lentedag op Schokland met mijn uitgeefster gesproken over een idee van verschillende lezers van deze blog: om van deze reeks een boek te maken. De gimmick van het trage tijdverloop zal wegvallen, maar we denken dat er desondanks iets moois valt te maken van een boek over het ontstaan van het Mediterrane wereldrijk. Werktitel: Caesars laatste jaren.

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CaesarsLaatsteJaren #DivusJulius #GaiusCassiusLonginus #HanDynastie #HouHanshu #JuliusCaesar #Korea #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #naïefPositivisme #OrionSterrenbeeld #Suetonius #TarpeïscheRots #ValseMarius
  2. Pontius Pilatus (6) Besluit

    Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.

    [Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

    Prefect

    Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.

    De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:

    . . . . S TIBERIEUM
    . . [Po]NTIUS PILATUS
    [praefe]CTUS IUDA[ea]E
    [ref]ECI[it]

    Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.

    Vroegchristelijke bronnen

    En dan is er de vroegchristelijke literatuur. De auteur Tertullianus beweert in zijn Apologeticum dat Pontius Pilatus in zijn hart eigenlijk een christen was geweest. De kerkhistoricus Eusebios van Caesarea “weet” dat Pilatus zelfmoord pleegde uit berouw over de executie van Jezus.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 2.7.1. Augustinus, de invloedrijke bisschop van Hippo, rangschikt Pilatus in een van zijn preken onder de profeten.noot Preek 201.

    Het zogenaamde graf van Pilatus in Vienne

    Nog latere bronnen beweren dat Pilatus is verbannen naar Gallië, waar men in Vienne zelfs een graf aanwijst. In het gebied van de westelijke Alpen was in de Middeleeuwen een soort verering van de Romeinse magistraat, al begrijp ik dat  de berg die Pilatus heet, niet naar hem is vernoemd, maar dat de naam is afgeleid van Mons Pileatus of Mons Pilleatus, wat verwijst naar een zuilachtige vorm dan wel een top verborgen in een (wolken)kap.

    In de Dom van Spiers heeft Pilatus de trekken van Napoleon

    Zo zijn er meer legendes. Die bevatten geen van alle informatie die relevant is voor de reconstructie van Pilatus’ leven. Ze documenteren vooral hoe christelijke schrijvers de Romeinse gezagdrager benutten als getuige dat de christenen geen gekruisigde crimineel aanbaden. Pilatus’ aarzeling, ooit, in Jeruzalem, moest bewijzen dat christenen geen bedreiging vormden voor de Romeinse samenleving.

    De Handelingen van Pilatus

    Ten slotte is er de tekst die bekendstaat als de Handelingen van Pilatus, een soort verslag van de dood van Jezus, waarin Pontius Pilatus sympathie betoont voor degenen die niet willen dat Jezus wordt gekruisigd. De tekst dateert uit de Late Oudheid, vermoedelijk de vijfde eeuw. Maar er is iets raars mee aan de hand: ze wordt geciteerd in de tweede eeuw. De christelijke auteur Justinus de Martelaar verwijst er tweemaal naar in zijn Eerste Apologie. Hij vertelt dat Pilatus in zijn Handelingen bevestigt dat soldaten hebben gedobbeld om Jezus’ kleed en dat Jezus de lammen had doen lopen, de stommen had doen spreken, de blinden had laten zien, de melaatsen had genezen en de doden had laten herleven.

    De genoemde wonderen behoren tot het antieke standaardrepertoire – ook keizer Vespasianus zou een lamme hebben laten lopen en een blinde hebben laten zien. Ik zou vreemd opkijken als de door Justinus aangehaalde tekst werkelijk het rapport was dat een zelfingenomen Pontius Pilatus naar keizer Tiberius heeft verzonden. Zo’n brief is er vast en zeker geweest, en daarin kan heus hebben gestaan dat aan de “koning der Joden” wonderbaarlijke genezingen werden toegeschreven, maar het is moeilijk voorstelbaar dat Justinus dat ambtsbericht in de Romeinse rijksarchieven zou hebben weten terug te vinden. Maar hij kan een oerversie van de vijfde-eeuwse Handelingen van Pilatus hebben gelezen, en dan hebben we een mooie aanwijzing voor het ontstaan van de christelijke literatuur – meer precies, voor een heel vroege christelijke briefroman.

    Tot slot

    Pontius Pilatus is een mooi voorbeeld van wat we eigenlijk weten over de Oudheid. Als hij niet iemand had laten kruisigen die later door honderden miljoenen als een godheid zou worden vereerd, zou hij volstrekt vergeten zijn. Voor de lezers van Filon van Alexandrië en Flavius Josephus was hij een Romeinse bestuurder waarvan er dertien gingen in een Romeins dozijn, met een aantal historiografische complicaties (mandaat? speelruimte?) waarvan er ook dertien gaan in een oudheidkundig dozijn.

    Combineer de vooringenomenheid van de bronnen met het betrekkelijke toeval waarmee die bronnen tot ons zijn gekomen. De conclusie moet zijn: de informatie die we hebben over de Oudheid is nogal willekeurig. We weten simpelweg niet of we documentatie hebben over de belangrijkste gebeurtenissen, personen en ideeën.

    Dit probleem staat bekend als de positivistische misvatting: het idee dat je er als geschiedkundige wel bent als je een verhaal baseert op bronnen. Maar dat is naïef positivisme. De impliciete aanname is dat de tot ons gekomen bronnen niet alleen representatief zijn, maar ook onbevooroordeeld. En zo is het dus niet. Voor elke Pilatus zijn tientallen bestuurders die niet van de vergetelheid zijn gered door een opvallend doodvonnis.

    #Augustinus #CaesareaMaritima #EusebiosVanCaesarea #inscriptie #Judea #JustinusDeMartelaar #Kerkgeschiedenis #naïefPositivisme #PontiusPilatus #positivistischeMisvatting #prefect #procurator #Tertullianus #Vienne
  3. Testis unus, testis nullus

    Alice en de Witte Koningin

    De Latijnse spreuk waarmee ik dit blogje begin, is de kortste samenvatting van een methodisch principe: één bron is geen bron. Juristen zeggen het ook weleens en bedoelen dan – en ze blijven iets dichter bij de betekenis van het Latijn – dat één getuige geen getuige is. Testis unus testus nullus is een ietwat pedante manier om te zeggen dat je niet alles moet geloven wat je leest.

    Als voorbeeld neem ik een uitspraak van de joodse profeet Amos, die schrijft dat de Ammonieten (een stam in het huidige Jordanië) een groep zwangere vrouwen de buik hadden opengereten.noot Amos 1.13. De gebeurtenis staat ook vermeld in het Deuteronomistisch Geschiedwerk, maar de auteur stelt niet de Ammonieten maar de Arameeërs uit Damascus verantwoordelijk voor dit misdrijf tegen de menselijkheid.noot 2 Koningen 8.12. Er zijn nu vier mogelijkheden.

    Welk van deze vier opties de juiste is, valt niet uit te maken en is nu ook niet belangrijk. Het gaat erom dat niemand, als alleen de opmerking van Amos overgeleverd zou zijn geweest, op het idee zou zijn gekomen dat ook anderen dan de Ammonieten de daders geweest hadden kunnen zijn. Waar we met twee conflicterende bronnen tenminste kunnen nadenken over de vraag welke de beste is, lukt dat met één bron niet eens. Je hebt er weinig aan, aan één bron. Testis unus testis nullus.

    De ellende is nu dat de meeste antieke bronnen in de loop der tijden verloren zijn gegaan, zodat oudheidkundigen al blij zijn als ze überhaupt een bron hebben. Was Aristodikos, zoals Aristoteles schrijft,noot Aristoteles, Het Atheense staatsbestel 25. de moordenaar van de Atheense democratische leider Efialtes? Alle moderne geleerden hebben deze informatie kritiekloos overgenomen. Toch is dat, als we gemakshalve aannemen dat Efialtes inderdaad gewelddadig om het leven is gekomen, slechts één van vier mogelijkheden.

    Een enkele bron heeft dus nauwelijks waarde. Er is een kans dat de informatie correct is, maar het is slechts een mogelijkheid, niet méér.

    Een oudheidkundige dient daarom, steeds als hij beschikt over slechts één bron, eerst te overwegen of ook het tegengestelde waar zou kunnen zijn. Dat is nogal contra-intuïtief, maar het is wel zoals het moet. Ook moet de oudheidkundige bedenken wat er zou gebeuren als hij over een bron beschikte met afwijkende informatie en wat er zou gebeuren als daarvan het tegengestelde waar zou zijn. Verwante vragen zijn of in een samenleving waarin de meeste informatie mondeling werd doorgegeven, de bron-met-afwijkende-informatie er überhaupt kan zijn geweest, waarom die verloren is gegaan en waardoor we beschikken over die ene bron-die-we-wel-hebben.

    Wie een bron leest, moet dus niet kijken naar wat er staat, maar moet bedenken wat niet is overgeleverd. (En dit geldt ook voor andere aspecten van de bronnenstudie, zoals nadenken over onderdrukte perspectieven.) Wie alleen kijkt wat er staat, maakt zich schuldig aan – u kiest maar een jargonterm – naïef positivisme, bronnenhoppen of de positivistische misvatting. Weliswaar lijkt het denken over wat er niet staat het equivalent van het ondenkbare denken, maar dat kan natuurlijk. Het is een kwestie van oefening, zoals de Witte Koningin Alice voorhield:

    When I was your age, I always did it for half-an-hour a day. Why, sometimes I’ve believed as many as six impossible things before breakfast.

    [De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

    #naïefPositivisme #positivistischeMisvatting #TestisUnusTestisNullus
Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.