#lotussutra — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #lotussutra, aggregated by home.social.
-
Lotus Sutra
the blossoming
of enlightenment -
Lotus Sutra
the blossoming
of enlightenment -
Lotus Sutra
the blossoming
of enlightenment -
Lotus Sutra
the blossoming
of enlightenment -
Lotus Sutra
the blossoming
of enlightenment -
The Voice Behind the Shield: When the Adversary Carries a Truth
What if the villain's crime and the villain's argument are not the same thing? From Kumbakarna's doomed loyalty to Iblis's refusal, Ravana's devotion, Zhuangzi's honest thief, Prometheus's fire, Devadatta's schism, and the Grand Inquisitor's bread, this essay asks whether truth can survive an untrue mouth — and finds, in Javanese tepa slira, a way to hold both.https://legawa.com/2026/07/08/the-voice-behind-the-shield-when-the-adversary-carries-a-truth/
-
I read the introduction of the Lotus Sutra in a couple of translations. One was stilted: boring, repetitive, I’m no better than Yamalamawhosyermama because these lists slide right into forget-me land. Another slipped me some cultural context, enough for me to get a fuzzy picture of infinity and all that.
I remembered how I hated Chef and My Fridge the first time I tried to watch an episode. And how I adore it now I have more awareness of Korean popular culture.
-
I read the introduction of the Lotus Sutra in a couple of translations. One was stilted: boring, repetitive, I’m no better than Yamalamawhosyermama because these lists slide right into forget-me land. Another slipped me some cultural context, enough for me to get a fuzzy picture of infinity and all that.
I remembered how I hated Chef and My Fridge the first time I tried to watch an episode. And how I adore it now I have more awareness of Korean popular culture.
-
I read the introduction of the Lotus Sutra in a couple of translations. One was stilted: boring, repetitive, I’m no better than Yamalamawhosyermama because these lists slide right into forget-me land. Another slipped me some cultural context, enough for me to get a fuzzy picture of infinity and all that.
I remembered how I hated Chef and My Fridge the first time I tried to watch an episode. And how I adore it now I have more awareness of Korean popular culture.
-
Together the characters 'Myō' (妙) and 'Hō' (法) mean 'Wondrous Dharma', taken from 'Myōhō Renge Kyō' (妙法蓮華経 the 'Lotus Sutra'), supreme scripture of the Nichiren Sect (法華系仏教).
The creation of these Okuribi (送り火) are deeply connected to this Buddhist sect. -
Together the characters 'Myō' (妙) and 'Hō' (法) mean 'Wondrous Dharma', taken from 'Myōhō Renge Kyō' (妙法蓮華経 the 'Lotus Sutra'), supreme scripture of the Nichiren Sect (法華系仏教).
The creation of these Okuribi (送り火) are deeply connected to this Buddhist sect. -
Together the characters 'Myō' (妙) and 'Hō' (法) mean 'Wondrous Dharma', taken from 'Myōhō Renge Kyō' (妙法蓮華経 the 'Lotus Sutra'), supreme scripture of the Nichiren Sect (法華系仏教).
The creation of these Okuribi (送り火) are deeply connected to this Buddhist sect. -
Together the characters 'Myō' (妙) and 'Hō' (法) mean 'Wondrous Dharma', taken from 'Myōhō Renge Kyō' (妙法蓮華経 the 'Lotus Sutra'), supreme scripture of the Nichiren Sect (法華系仏教).
The creation of these Okuribi (送り火) are deeply connected to this Buddhist sect. -
Together the characters 'Myō' (妙) and 'Hō' (法) mean 'Wondrous Dharma', taken from 'Myōhō Renge Kyō' (妙法蓮華経 the 'Lotus Sutra'), supreme scripture of the Nichiren Sect (法華系仏教).
The creation of these Okuribi (送り火) are deeply connected to this Buddhist sect. -
Jules – Boeddhistische bevrijdingsparadigma’s
Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we beeld en tekst van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een analyse door Jules Prast, eerder in het BD geplaatst op 23 oktober 2013.Ik vind het soms maar raar dat je mediteert terwijl de wereld crepeert. En dat maar blijft doen. In mijn interpretatie zit er een dwingend soort existentiële logica in het boeddhisme, die al begint met het preken van de Boeddha.
Bij Jacqueline Stone lees ik dat het boeddhisme in het middeleeuwse Japan een nieuw bevrijdingsparadigma ontwikkelde (Original Enlightenment and the Transformation of Medieval Japanese Buddhism, 1999).
Voor persoonlijke bevrijding was geen ingewikkeld spiritueel transformatieproces meer nodig. De macht van karmische obstructie kon in de nieuwe voorstelling van zaken worden gebroken met één enkele conditie, of dit nu was je toevertrouwen aan Amida Boeddha (Shinran), de mantra reciteren van de Lotus Sutra (Nichiren) of je het inzicht eigen maken in je Ware Aard (Dogen).
Ik vraag me af hoe vaak het boeddhisme in zijn geschiedenis nog meer nieuwe bevrijdingsparadigma’s heeft ontwikkeld. En ik vraag me af in welke ‘bevrijdingsmatrix’, in welke kluwen van voorstellingen over manieren om bevrijding te realiseren, wij ons bevinden in een periode waarin het Westerse boeddhisme blootstaat aan modernistische invloeden.
Mindfulness
Over de vraag hoe vaak het boeddhisme nieuwe bevrijdingsparadigma’s heeft ontwikkeld, kun je een heel boek volschrijven. Duidelijk lijkt mij dat het oorspronkelijke boeddhisme (‘Hinayana’) en Mahayana er verschillende voorstellingen van bevrijding op nahielden. Maar hoeveel precies? Het middeleeuwse Japan laat een doorontwikkeling zien van eerdere voorstellingen uit de voorafgaande geschiedenis van Mahayana.
In onze tegenwoordige bevrijdingsmatrix lijken meditatie en mindfulness in ieder geval een centrale plaats in te nemen. Zo centraal, dat mensen er in een discussie soms moeite mee hebben zich voor te stellen wat er hierbuiten nog meer bij boeddhisme kan komen kijken. Of hoe je bevrijding kunt realiseren zonder dat meditatie eraan te pas komt.
Is bevrijding een particuliere aangelegenheid? En wat doe je met je leven nadat je tot een bevrijdend inzicht bent gekomen?
Gigantische frictie
Ik vind het soms maar raar dat je mediteert terwijl de wereld crepeert. En dat maar blijft doen. In mijn interpretatie zit er een dwingend soort existentiële logica in het boeddhisme, die al begint met het preken van de Boeddha. Gautama leert ons hoe we aan de hand van een pragmatische ethiek invulling kunnen geven aan ons handelen. Zen leert ons (al vanaf vijf eeuwen vóór Dogen) dat beoefening en dagelijks leven één zijn, een goede reden om te zorgen dat je met Zen niet in mystiek blijft hangen.
Met de dagelijkse praktijk heeft het boeddhisme vanaf dag één een gigantische frictie gecreëerd. Dit geldt zeker ook voor de dagelijkse praktijk van onze consumentistische wegwerpsamenleving. Hoe gaat dit verhaal verder?
Samsara is nirvana, ja. Vaak echter is er toch meer samsara dan nirvana. De vraag is dus niet alleen tot welk bevrijdingsparadigma je je als boeddhist gevoelsmatig aangetrokken voelt, maar ook wat dit betekent voor de praktijk van je handelen.
Niet dat ik dit allemaal heb opgelost. Ik ben één derde Dogen, één derde Thich Nhat Hanh en één derde Shinran. Kan dat eigenlijk? Zazen en sociaal engagement onder één dak met een persoonlijk toevertrouwen aan een ‘anderkracht’, in het volle bewustzijn van je onvermogen je op eigen kracht te verheffen uit je samsarische gebondenheid?
Ontrafelen
Als ik Jacqueline Stone lees, dan denk ik: ach, wat zou je over het boeddhisme in onze tijd over een paar eeuwen een mooi boek kunnen schrijven. Ontrafelen van factoren en motieven is stukken makkelijker wanneer alle betrokkenen niet meer in leven zijn.
In het nu is er een complete industrie die dagelijks via de drukpers en de social media een kretologie van mindfulness, compassie en Boeddhacitaten over de mensheid uitstrooit. Er is een gestage stroom van spiritueel toerisme van de ene naar de andere locatie, van boeddhisten en belangstellenden op zoek naar een meditatief moment of een woord van wijsheid uit de mond van een rondreizend lerarenkorps.
Ondertussen slaat het boeddhisme nog geen deuk in een pakje boter in het licht van de vraagstukken waarvoor de wereld zich geplaatst ziet. Mijn vragen zijn vragen in de marge van een spiritueel spektakelstuk waarin op het toneel van de openbaarheid de vrijblijvendheid en de ‘zelf-bevrediging’ vaak niet zijn te onderscheiden van de oprechte inspanning om andere levende wezens te bevrijden. Maar al te vaak worden in het moderne boeddhisme kritische geluiden weggepoetst onder onbegrip of een gemakzuchtige gezapigheid. In het dharmakippenhok liever geen onrust: “Hemeltje, dissonantie; dat is zo onboeddhistisch!”
Naïef lief
In dat opzicht is de spoeling te dun, veel te dun. Naar mijn gevoel gaat boeddhisme te gemakkelijk over ‘mij’ en niet over de ‘ander’. En voor zover het op de ander gericht is, gaat het vaak om een naïef ‘lief zijn voor elkaar’ zonder de slag te maken van woorden naar daden, zonder een ketenverantwoordelijkheid te activeren die verder reikt dan ik-en-mijn-directe-omgeving. In het Mahayana van tegenwoordig komt paradoxaal genoeg gedrag voor dat men historisch gezien aan het Hinayana-kamp toeschreef. Velen schuilen binnen het boeddhisme tegen de boze buitenwereld in plaats van de bevrijding de wereld in te brengen.
Het is ondertussen toch echt onze eigen verantwoordelijkheid om in het heden duidelijk te krijgen hoe precies we ons bevrijding voorstellen, in theorie én praktijk. Duidelijkheid! Het is makkelijk om ons vast te houden aan grote namen uit het verleden en ons in groepsbijeenkomsten te buigen over de bronnen van eeuwenoude tradities. De uitdaging is evenwel om één of meer bevrijdingsparadigma’s te ontwikkelen die de belofte inhouden van een betekenisvol antwoord op de vraag hoe individu, samenleving en bevrijding zich in een eigentijds boeddhistisch perspectief tot elkaar verhouden.
Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#beoefening #Boeddha #Dogen #JacquelineStone #JulesPrast #LotusSutra #nieuweBevrijdingsparadigmaS #nirvana #samsara #Shinran #ThichNhatHanh #wereldCrepeert
-
Jules – Boeddhistische bevrijdingsparadigma’s
Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we beeld en tekst van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een analyse door Jules Prast, eerder in het BD geplaatst op 23 oktober 2013.Ik vind het soms maar raar dat je mediteert terwijl de wereld crepeert. En dat maar blijft doen. In mijn interpretatie zit er een dwingend soort existentiële logica in het boeddhisme, die al begint met het preken van de Boeddha.
Bij Jacqueline Stone lees ik dat het boeddhisme in het middeleeuwse Japan een nieuw bevrijdingsparadigma ontwikkelde (Original Enlightenment and the Transformation of Medieval Japanese Buddhism, 1999).
Voor persoonlijke bevrijding was geen ingewikkeld spiritueel transformatieproces meer nodig. De macht van karmische obstructie kon in de nieuwe voorstelling van zaken worden gebroken met één enkele conditie, of dit nu was je toevertrouwen aan Amida Boeddha (Shinran), de mantra reciteren van de Lotus Sutra (Nichiren) of je het inzicht eigen maken in je Ware Aard (Dogen).
Ik vraag me af hoe vaak het boeddhisme in zijn geschiedenis nog meer nieuwe bevrijdingsparadigma’s heeft ontwikkeld. En ik vraag me af in welke ‘bevrijdingsmatrix’, in welke kluwen van voorstellingen over manieren om bevrijding te realiseren, wij ons bevinden in een periode waarin het Westerse boeddhisme blootstaat aan modernistische invloeden.
Mindfulness
Over de vraag hoe vaak het boeddhisme nieuwe bevrijdingsparadigma’s heeft ontwikkeld, kun je een heel boek volschrijven. Duidelijk lijkt mij dat het oorspronkelijke boeddhisme (‘Hinayana’) en Mahayana er verschillende voorstellingen van bevrijding op nahielden. Maar hoeveel precies? Het middeleeuwse Japan laat een doorontwikkeling zien van eerdere voorstellingen uit de voorafgaande geschiedenis van Mahayana.
In onze tegenwoordige bevrijdingsmatrix lijken meditatie en mindfulness in ieder geval een centrale plaats in te nemen. Zo centraal, dat mensen er in een discussie soms moeite mee hebben zich voor te stellen wat er hierbuiten nog meer bij boeddhisme kan komen kijken. Of hoe je bevrijding kunt realiseren zonder dat meditatie eraan te pas komt.
Is bevrijding een particuliere aangelegenheid? En wat doe je met je leven nadat je tot een bevrijdend inzicht bent gekomen?
Gigantische frictie
Ik vind het soms maar raar dat je mediteert terwijl de wereld crepeert. En dat maar blijft doen. In mijn interpretatie zit er een dwingend soort existentiële logica in het boeddhisme, die al begint met het preken van de Boeddha. Gautama leert ons hoe we aan de hand van een pragmatische ethiek invulling kunnen geven aan ons handelen. Zen leert ons (al vanaf vijf eeuwen vóór Dogen) dat beoefening en dagelijks leven één zijn, een goede reden om te zorgen dat je met Zen niet in mystiek blijft hangen.
Met de dagelijkse praktijk heeft het boeddhisme vanaf dag één een gigantische frictie gecreëerd. Dit geldt zeker ook voor de dagelijkse praktijk van onze consumentistische wegwerpsamenleving. Hoe gaat dit verhaal verder?
Samsara is nirvana, ja. Vaak echter is er toch meer samsara dan nirvana. De vraag is dus niet alleen tot welk bevrijdingsparadigma je je als boeddhist gevoelsmatig aangetrokken voelt, maar ook wat dit betekent voor de praktijk van je handelen.
Niet dat ik dit allemaal heb opgelost. Ik ben één derde Dogen, één derde Thich Nhat Hanh en één derde Shinran. Kan dat eigenlijk? Zazen en sociaal engagement onder één dak met een persoonlijk toevertrouwen aan een ‘anderkracht’, in het volle bewustzijn van je onvermogen je op eigen kracht te verheffen uit je samsarische gebondenheid?
Ontrafelen
Als ik Jacqueline Stone lees, dan denk ik: ach, wat zou je over het boeddhisme in onze tijd over een paar eeuwen een mooi boek kunnen schrijven. Ontrafelen van factoren en motieven is stukken makkelijker wanneer alle betrokkenen niet meer in leven zijn.
In het nu is er een complete industrie die dagelijks via de drukpers en de social media een kretologie van mindfulness, compassie en Boeddhacitaten over de mensheid uitstrooit. Er is een gestage stroom van spiritueel toerisme van de ene naar de andere locatie, van boeddhisten en belangstellenden op zoek naar een meditatief moment of een woord van wijsheid uit de mond van een rondreizend lerarenkorps.
Ondertussen slaat het boeddhisme nog geen deuk in een pakje boter in het licht van de vraagstukken waarvoor de wereld zich geplaatst ziet. Mijn vragen zijn vragen in de marge van een spiritueel spektakelstuk waarin op het toneel van de openbaarheid de vrijblijvendheid en de ‘zelf-bevrediging’ vaak niet zijn te onderscheiden van de oprechte inspanning om andere levende wezens te bevrijden. Maar al te vaak worden in het moderne boeddhisme kritische geluiden weggepoetst onder onbegrip of een gemakzuchtige gezapigheid. In het dharmakippenhok liever geen onrust: “Hemeltje, dissonantie; dat is zo onboeddhistisch!”
Naïef lief
In dat opzicht is de spoeling te dun, veel te dun. Naar mijn gevoel gaat boeddhisme te gemakkelijk over ‘mij’ en niet over de ‘ander’. En voor zover het op de ander gericht is, gaat het vaak om een naïef ‘lief zijn voor elkaar’ zonder de slag te maken van woorden naar daden, zonder een ketenverantwoordelijkheid te activeren die verder reikt dan ik-en-mijn-directe-omgeving. In het Mahayana van tegenwoordig komt paradoxaal genoeg gedrag voor dat men historisch gezien aan het Hinayana-kamp toeschreef. Velen schuilen binnen het boeddhisme tegen de boze buitenwereld in plaats van de bevrijding de wereld in te brengen.
Het is ondertussen toch echt onze eigen verantwoordelijkheid om in het heden duidelijk te krijgen hoe precies we ons bevrijding voorstellen, in theorie én praktijk. Duidelijkheid! Het is makkelijk om ons vast te houden aan grote namen uit het verleden en ons in groepsbijeenkomsten te buigen over de bronnen van eeuwenoude tradities. De uitdaging is evenwel om één of meer bevrijdingsparadigma’s te ontwikkelen die de belofte inhouden van een betekenisvol antwoord op de vraag hoe individu, samenleving en bevrijding zich in een eigentijds boeddhistisch perspectief tot elkaar verhouden.
Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#beoefening #Boeddha #Dogen #JacquelineStone #JulesPrast #LotusSutra #nieuweBevrijdingsparadigmaS #nirvana #samsara #Shinran #ThichNhatHanh #wereldCrepeert
-
Taigu – Oude en nieuwe zenideologie ontleed
Wat is zen? Op deze vraag hebben velen de tong stukgebeten. Het antwoord wordt ook in deze krant regelmatig beproefd. Slechts weinigen hebben in de gaten wat hen ertoe aanzet een poging te wagen deze missie te volbrengen. Of dat de vraag zelf zich kwalificeert als een koan, zoals veel vragen die beginnen met “wat” of “waarom” koans kunnen zijn. Ook Hisamatsu’s ‘fundamentele koan’, zijn moderne koan ter vervanging van alle klassieke zenkoans, is een wat-vraag, maar verpakt in een voorafgaande conditionaliteit: “Precies hier en nu, als niets lukt, wat doe je dan?”
In het klassieke zenboeddhisme waren koans oefenopdrachten om als leraar een indicatie te krijgen van de ontwikkeling van een leerling op diens weg naar bevrijding. Altijd, ook tegenwoordig, hebben zenleraren met het probleem gezeten dat ze de kunst van de vrije geest niet anders kunnen onderrichten dan door voorbeeldgedrag. Er is hier geen stappenplan voor.
Sommigen lijken zich nooit te hebben gerealiseerd dat het antwoord op een koan komt in de vorm van een ervaring. Boeddhistisch auteur Stephen Batchelor zat in een Koreaans zenklooster gefrustreerd te zitten met het gelaat naar een houten paneel en de vraag “Wat is dit?” Na drie maanden pauzeerde het programma voor enige tijd, waarna Batchelor opnieuw drie maanden met dezelfde koan mocht worstelen.
Pas vele jaren later zien wij hem zich in een van zijn boeken ontladen in een eruptie van verontwaardiging wanneer tot hem is doorgedrongen waar de Hartsutra precies over gaat. Waar koans in ieder geval goed voor zijn, is om die leerlingen uit het proces te filteren voor wie zen echt niets is.
Onder zen kun je zowel verstaan de karakteristieke zenervaring als het zenboeddhisme. Niet alle zenboeddhisme stelt echter uitsluitend de zenervaring centraal. Onder dezelfde vlag is in de geschiedenis een variatie van benaderingen schuilgegaan, afhankelijk van plaats en tijdstip.
Zenboeddhisme maakt deel uit van de brede baaierd van Mahayana, dat in een eeuwenlange ontwikkeling nu weer eens deze, dan weer een andere doctrinaire iteratie of een combinatie van iteraties aanhing. In zenkloosters en andere scholen binnen Mahayana in Oost-Azië dobberde men mee op de stroming van de doctrine van de tijd en hield men goed in de gaten uit welke hoek de politieke wind waaide.
Om te overleven was men er bereid tot iedere framing die de gunst van de keizer of de plaatselijke heerser kon wegdragen. In wat over is van klassieke zenliteratuur zitten wereldlijke gezagsdragers regelmatig op de eerste rij en geven andersdenkenden de opdracht om aandachtig te luisteren naar de eerwaarde zenmeester, die het geheel en al bij het rechte einde heeft. In deze literatuur van latere generaties zien wij een vorm van zenpropaganda doorschijnen.
Het verschil tussen de zenervaring en het zenboeddhisme is dat de ervaring persoonlijk is en de stroming of school gebaseerd op institutionalisering, op de routinisering en de internalisering van gedrag dus. Niet zelden staat institutionalisering op gespannen voet met de zenervaring.
Gedrag gaat over de kloosteretiquette, over de heersende doctrine, over de autoriteit van de novicemeester, over wie er vriendje is met wie, over anciënniteit en transmissie, kortom over de formele en informele aspecten van het samenzijn van de groep, dat we mutatis mutandis eveneens terugzien in eigentijdse sangha’s. Allemaal leuk en aardig (of niet), maar met het bij sommigen brandende verlangen naar de zenervaring heeft dit weinig van doen. Bestaand groepsgedrag is een horde die je als beginner neemt of niet. Vandaar dat zo veel initiële belangstellenden sangha’s algauw weer verlaten.
Bij gebrek aan voldoende betrouwbare bronnen is onze kennis over de geschiedenis en de oorsprong van Mahayana en ook die van zenboeddhisme wankel en fragmentarisch. Dit geldt eveneens voor de geschiedenis van het boeddhisme als geheel. Verspreid zijn er geschriften, archeologische resten en monumenten die de tand des tijds hebben overleefd.
Ze horen het niet graag, de gelovigen in de boeddha-met-een-hoofdletter, de verhevene en zo, maar de Pali Canon is het product van een late onder-onder-onder-onder-traditie, gebaseerd op eeuwenlange mondelinge overdracht, tal van correcties door concilies, aangevuld met naar het Sanskriet hertaalde Chinese agama’s en al wat de redactie van de achtereenvolgende edities in de negentiende en twintigste eeuw goeddunkte.
Het is verloren tijd en moeite om te pogen de historiciteit van een oerboeddha vast te stellen, wat gelovigen er niet van weerhoudt de boeddhafiguur van de canon te substitueren voor deze oerboeddha. Omdat de behoefte aan een lijn naar de oerboeddha altijd even onuitroeibaar is geweest als het brandende verlangen naar de zenervaring, zijn leraren van elke origine zelf maar lijnen gaan trekken, bronnen of niet.
Wat dondert het gelovigen dat hun boeddha niet de oerboeddha kon zijn, ze wilden (en willen) er gewoon eentje. Leraren, opgescheept met een massaliteit van aanwas (als het om kloosters ging soms beperkt door het bevoegd wereldlijk gezag), hadden weinig andere keuze dan hieraan mee te doen. Met tal van concurrerende tradities en de eigen aspiraties van leraren kon het van levensbelang zijn de wereld duidelijk te maken dat zij een echte en rechte lijn naar de oerboeddha vertegenwoordigden.
Tot zijn leedwezen merkte bijvoorbeeld Eihei Dogen dit eveneens aan den lijve. Zijn zen had hij, volgens eigen zeggen, vanuit China geïmporteerd om het verloederde boeddhisme in Japan terug te brengen naar zijn oorsprong. Het monopolie op zijn gelijk werd echter betwist door de Daruma Zen school, die hetzelfde beoogde en beweerde.
Een gelukkige bijkomstigheid voor zenboeddhisme is dat het er allemaal niet toe hoeft te doen. Het heeft namelijk zijn bevrijdingservaring, die zenboeddhisme gelijkstelt met, of liever als superieur aan, de verlichtingservaring van de oerboeddha. Hiermee gewapend veegt zenboeddhisme de vraag over het bestaan van de oerboeddha als irrelevant onder het tapijt. Broeder Gautama’s te boek gestelde avonturen zijn een clownsact van een oude yogi waar je als zenbeoefenaar doorheen moet leren kijken.
De betekenis van transmissie levert een dilemma op binnen het moderne westerse zen, maar met minder regulerend potentieel dan in kloosters, omdat het zich bij ons in lossere gemeenschappen afspeelt. Transmissie creëert in de ogen van anderen (en in die van dharmaopvolgers) een toplaag in de gemeenschap.
In Oost-Azië kon je dit vroeger nog oplossen door iemand die de zenervaring voldoende onder de knie had, het klooster uit te sturen. Hij ging de wereld in om emplooi te vinden als kapelaan van een plaatselijke tempel, als hagepreker of als rondreizend dichter, van alles was mogelijk. Zo had een klooster mede de functie van een soort priesteropleiding.
Een stil geheimpje van zen is dat verlichting niet alleen door de zenervaring tot stand kan komen. Hier loop je opnieuw tegen een dilemma van de traditie aan. Als je dat openlijk zou toegeven, ja, waarop berust dan de claim van jouw klooster of beweging of sangha dat deze iets betekenisvols vertolkt? Waarom zou je je er als buitenstaander mee inlaten, als het misschien ook anders kan, met minder moeite?
Zen en de wereld, het blijft een bron van misverstanden en menselijk gewriemel. Beeldend kunstenaars, auteurs en andere vrije geesten, doorzien de betekenis van de zenervaring vaak onmiddellijk en intuïtief, zonder ook maar één seconde op een meditatiemat te hebben doorgebracht. In zijn roman ‘Siddhartha’ laat Hermann Hesse de gelijknamige hoofdpersoon het pad kruisen van de oerboeddha en zijn gevolg van monniken. Siddharta’s metgezel treedt in bij de orde, de hoofdpersoon zelf echter niet. Het is een keuze, maar wijsheid kan je ook langs andere weg geworden.
Sommigen, zoals Hisamatsu, hebben zich een tijdje blootgesteld aan zentraining en toen hen het licht was opgegaan, de training verlaten. Hisamatsu werd zonder transmissie een succesvolle naoorlogse leraar, die op zijn manier een ander, moderner procedé introduceerde dan dat van Japans aartsconservatieve zenscholen.
Zelf opstaan als dharmaopvolger: het kan allemaal en het kan geen kwaad om de betekenis van transmissie te relativeren. Tot de rangen van de vrije geesten behoren wereldwijd gelukkig vele mensen die verlicht zijn geraakt door iets anders dan een boeddhistische bevrijdingservaring. Als je de hele zaak overziet, dat is er soms reden tot lachen over onzin die op een onbewaakt moment uit de mond of uit de pen kan voortkomen van zenleraren en hun gevolg, en over de eerbiedige, zwijgende volgzaamheid van niet-begrijpende aspirant- beoefenaars.
Met Hisamatsu maakte Abe Masao, de redder van Ton Lathouwers in een moment van grote persoonlijke crisis, deel uit van de kring rond de Kyoto-school, een groep Japanse filosofen die, men leze het oordeel op basis van grondig onderzoek in James Heisigs boek ‘Philosophers of Nothingness’ (2001), geen bijdrage van betekenis heeft geleverd aan de filosofie.
Abe zelf publiceerde een boek over Dogen met onbegrijpelijke grafische afbeeldingen om de zenleer van een van Japans literaire helden toegankelijker te maken. Het is het groupiegedrag van religieus hunkerenden dat het stilzwijgen en daarmee ook de ontsporingen in westerse zensangha’s faciliteert. Leraren zelf ervaren de hunkering soms als vervelend, wanneer de zoveelste student tijdens een persoonlijk onderhoud uit overschatting van eigen kunnen informeert of transmissie al in zicht is.
En dan verschijnt op 5 november 2024 in het Boeddhistisch Dagblad een bijdrage van Elsbeth Wolf, getiteld ‘Zitten in verbondenheid, Je moet het levend houden’ gebaseerd op een verzameling teksten uit de geschiedenis van Mahayana en zen. Een belangrijk punt dat haar lijkt te ontgaan is dat zen niet tegen het bestuderen van sutrateksten als zodanig is, maar tegen het erkennen van een oerboeddha of welke andere, veruitwendigde religieuze autoriteit dan ook.
Gevolg is dat zij een andere religieuze autoriteit, Bodhidharma (Daruma in het Japans), laat optreden als de zogenaamd historische stichter van zen, terwijl deze gestalte even mythisch is als die van de oerboeddha. Als je haar voetnoten bekijkt, dan kun je je terecht afvragen of ze niet in de gaten heeft waarom de teksten die worden toegeschreven aan Bodhidharma, op zijn minst van enkele honderden jaren later zijn.
Niets in de geschiedenis van Mahayana is wat het lijkt dat het is. Onderzoekers benadrukken dat de oorsprong van het ‘Grote Voertuig’ in raadselen is gehuld. Anders dan de monastieke sektes waarin Gautama’s beweging zich had georganiseerd en vertakt, was de bedoeling dat er voor iedereen plaats zou zijn in dit voertuig. Het lijkt erop dat het vroegste Mahayana een liturgie van een reeks nieuwe teksten inhield, die binnen dezelfde ordes naast die van het traditionele boeddhisme werd onderhouden.
Breukpunten in de geschiedenis van Mahayana moeten met het grootste voorbehoud worden bezien. Wanneer Mahayana zich precies losmaakte, is onbekend. Teksten waarop boeddhisten kunnen terugvallen, zoals in dit geval de Lotus Sutra, hebben meestal een ideologische lading. Al te goedgelovig wordt op basis van zulke teksten aangenomen dat ze een breukpunt beschrijven, of dat er één breukpunt moet zijn geweest.
Wat geldt voor Mahayana, gaat ook op voor zen. Het is verre van zeker dat er één stichter van zen heeft bestaan. Het toeschrijven van een bundeltje dharmaredes aan één charismatische figuur door latere volgelingen die een ideologisch fundament wilden leggen onder hun traditie, is in de geschiedenis van zen echter een beproefd recept. Evenals andere tradities tapte men allemaal uit hetzelfde boeddhistische vaatje. Telkens werd er weer een verhaal gesponnen om zich te onderscheiden, zonder zich erom te bekommeren dat dit was wat de verfoeide concurrentie ook had gedaan.
Als zoveel zenleraren de geschiedenis door verbindt ook Elsbeth Wolf wat ze meent te weten met wat ze niet kán weten. De lijn tussen Bodhidharma en Dogen overspant zo’n zevenhonderd jaar; ze vraagt zich niet af wat we wel en niet weten over het tijdeigen van de een en de ander. Dan gaan we weer zo’n duizend jaar terug naar een passage uit de Avatamsaka Sutra die voor zover wij weten dateert van ongeveer een halve eeuw vóór de tijd waarin zen waarschijnlijk is ontstaan.
Met een selectieve greep teksten wordt zo de traditie van Maha Karuna Chan ideologisch gelegitimeerd en een fundament gelegd onder de hoogst kwestieuze stelling dat mensen die niet in een kloosteromgeving beoefenen, wel moeten zorgen dat ze dagelijks mediteren. Het is aanschouwelijk onderricht en een voorbeeld van de wijze waarop iedere andere eigentijdse zengemeenschap haar eigen verhaal kan construeren.
En het is onnodig. Zensangha’s in de eenentwintigste eeuw staan mijlenver af van de beoefening in de tijd van Huineng en Linji. Het gegoochel met teksten verraadt een verlegenheid om zichzelf van een dekmantel van identiteit te voorzien zonder een beroep te doen op de wortels van eigen tijd en cultuur. En dit terwijl juist deze verlegenheid een mooi aanknopingspunt kan zijn om aan de orde te stellen: “Precies hier en nu, als niets lukt, wat doe je dan?”
Waarom niet gezegd: “Wij weten zo weinig van de geschiedenis van zen en boeddhisme, behalve dat we in bijna niets gelijken op de historische beoefening ervan? Maar dit doet er niet toe, want één ding is altijd uit voorraad leverbaar: een begin maken met een verkenning van de zenervaring. Op basis van deze ervaring werken onze sangha’s eraan de zaden van boeddhaschap te laten ontkiemen bij beoefenaren, in geest soms in staat tot vlagen van verlichting, en verder delend in de onvolmaaktheid van de menselijke existentie.”
Beoefenaren in westerse zensangha’s zijn niet in staat tot de belastende geestelijke capriolen die voor zenmonniken in een kloosteromgeving met continu verblijf mogelijk waren. In een vereenvoudigde zenbeoefening is er geen plaats voor een flirt met een overtrokken vorm van contemplatie. Hooguit kan er hier worden geëxperimenteerd met een zenervaring op een wijze die past bij een tijd waarin onthaasting even belangrijk is als ons functioneren als goed geïntegreerde, individuele leden van de maatschappij. De tijd is verdergegaan en wij staan dichter bij andere bronnen van verlichting uit onze eigen cultuur dan bij de cultuur waarin het zenboeddhisme is ontstaan. Zou dit niet een beter uitgangspunt zijn dan proberen geforceerd de wijsheid van een vreemd verleden te repliceren?
Zen speelt zich af temidden van vele contradicties. Eén daarvan is dat het historische zen zelf opnieuw een monastieke beweging vormde binnen een Mahayana dat zich in naam richtte op een veel groter publiek. Een andere dat hoe harder je de kernervaring probeert te bereiken of de validiteit ervan te bewijzen, des te minder effect je sorteert. Als de ervaring van hart tot hart wordt overgedragen, dan komt het reine land waarlijk toe aan diegenen die erin slagen arm van geest te blijven. Het beste onderricht in zen komt van wie van nature lankmoedig is, niet van de novicemeesters of de tekstschrijvers.
Na twaalf jaar schrijven voor het BD en zo’n vijfhonderd bijdragen neemt Jules (Taigu) Prast afscheid van het Boeddhistisch Dagblad. Dit is zijn laatste bijdrage. De hoofdredactie van deze krant is hem zeer erkentelijk en dankbaar voor zijn bijdragen.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#AbeMasao #AvatamsakaSutra #bodhidharma #EiheiDogen #groteVoertuig #HermannHesse #Hisamatsu #koans #Linji #LotusSutra #MahaKarunaChan #StephenBatchelor #TonLathouwers
#AbeMasao #AvatamsakaSutra #bodhidharma #EiheiDogen #groteVoertuig #HermannHesse #Hisamatsu #koans #Linji #LotusSutra #MahaKarunaChan #StephenBatchelor #TonLathouwers -
Taigu – Oude en nieuwe zenideologie ontleed
Wat is zen? Op deze vraag hebben velen de tong stukgebeten. Het antwoord wordt ook in deze krant regelmatig beproefd. Slechts weinigen hebben in de gaten wat hen ertoe aanzet een poging te wagen deze missie te volbrengen. Of dat de vraag zelf zich kwalificeert als een koan, zoals veel vragen die beginnen met “wat” of “waarom” koans kunnen zijn. Ook Hisamatsu’s ‘fundamentele koan’, zijn moderne koan ter vervanging van alle klassieke zenkoans, is een wat-vraag, maar verpakt in een voorafgaande conditionaliteit: “Precies hier en nu, als niets lukt, wat doe je dan?”
In het klassieke zenboeddhisme waren koans oefenopdrachten om als leraar een indicatie te krijgen van de ontwikkeling van een leerling op diens weg naar bevrijding. Altijd, ook tegenwoordig, hebben zenleraren met het probleem gezeten dat ze de kunst van de vrije geest niet anders kunnen onderrichten dan door voorbeeldgedrag. Er is hier geen stappenplan voor.
Sommigen lijken zich nooit te hebben gerealiseerd dat het antwoord op een koan komt in de vorm van een ervaring. Boeddhistisch auteur Stephen Batchelor zat in een Koreaans zenklooster gefrustreerd te zitten met het gelaat naar een houten paneel en de vraag “Wat is dit?” Na drie maanden pauzeerde het programma voor enige tijd, waarna Batchelor opnieuw drie maanden met dezelfde koan mocht worstelen.
Pas vele jaren later zien wij hem zich in een van zijn boeken ontladen in een eruptie van verontwaardiging wanneer tot hem is doorgedrongen waar de Hartsutra precies over gaat. Waar koans in ieder geval goed voor zijn, is om die leerlingen uit het proces te filteren voor wie zen echt niets is.
Onder zen kun je zowel verstaan de karakteristieke zenervaring als het zenboeddhisme. Niet alle zenboeddhisme stelt echter uitsluitend de zenervaring centraal. Onder dezelfde vlag is in de geschiedenis een variatie van benaderingen schuilgegaan, afhankelijk van plaats en tijdstip.
Zenboeddhisme maakt deel uit van de brede baaierd van Mahayana, dat in een eeuwenlange ontwikkeling nu weer eens deze, dan weer een andere doctrinaire iteratie of een combinatie van iteraties aanhing. In zenkloosters en andere scholen binnen Mahayana in Oost-Azië dobberde men mee op de stroming van de doctrine van de tijd en hield men goed in de gaten uit welke hoek de politieke wind waaide.
Om te overleven was men er bereid tot iedere framing die de gunst van de keizer of de plaatselijke heerser kon wegdragen. In wat over is van klassieke zenliteratuur zitten wereldlijke gezagsdragers regelmatig op de eerste rij en geven andersdenkenden de opdracht om aandachtig te luisteren naar de eerwaarde zenmeester, die het geheel en al bij het rechte einde heeft. In deze literatuur van latere generaties zien wij een vorm van zenpropaganda doorschijnen.
Het verschil tussen de zenervaring en het zenboeddhisme is dat de ervaring persoonlijk is en de stroming of school gebaseerd op institutionalisering, op de routinisering en de internalisering van gedrag dus. Niet zelden staat institutionalisering op gespannen voet met de zenervaring.
Gedrag gaat over de kloosteretiquette, over de heersende doctrine, over de autoriteit van de novicemeester, over wie er vriendje is met wie, over anciënniteit en transmissie, kortom over de formele en informele aspecten van het samenzijn van de groep, dat we mutatis mutandis eveneens terugzien in eigentijdse sangha’s. Allemaal leuk en aardig (of niet), maar met het bij sommigen brandende verlangen naar de zenervaring heeft dit weinig van doen. Bestaand groepsgedrag is een horde die je als beginner neemt of niet. Vandaar dat zo veel initiële belangstellenden sangha’s algauw weer verlaten.
Bij gebrek aan voldoende betrouwbare bronnen is onze kennis over de geschiedenis en de oorsprong van Mahayana en ook die van zenboeddhisme wankel en fragmentarisch. Dit geldt eveneens voor de geschiedenis van het boeddhisme als geheel. Verspreid zijn er geschriften, archeologische resten en monumenten die de tand des tijds hebben overleefd.
Ze horen het niet graag, de gelovigen in de boeddha-met-een-hoofdletter, de verhevene en zo, maar de Pali Canon is het product van een late onder-onder-onder-onder-traditie, gebaseerd op eeuwenlange mondelinge overdracht, tal van correcties door concilies, aangevuld met naar het Sanskriet hertaalde Chinese agama’s en al wat de redactie van de achtereenvolgende edities in de negentiende en twintigste eeuw goeddunkte.
Het is verloren tijd en moeite om te pogen de historiciteit van een oerboeddha vast te stellen, wat gelovigen er niet van weerhoudt de boeddhafiguur van de canon te substitueren voor deze oerboeddha. Omdat de behoefte aan een lijn naar de oerboeddha altijd even onuitroeibaar is geweest als het brandende verlangen naar de zenervaring, zijn leraren van elke origine zelf maar lijnen gaan trekken, bronnen of niet.
Wat dondert het gelovigen dat hun boeddha niet de oerboeddha kon zijn, ze wilden (en willen) er gewoon eentje. Leraren, opgescheept met een massaliteit van aanwas (als het om kloosters ging soms beperkt door het bevoegd wereldlijk gezag), hadden weinig andere keuze dan hieraan mee te doen. Met tal van concurrerende tradities en de eigen aspiraties van leraren kon het van levensbelang zijn de wereld duidelijk te maken dat zij een echte en rechte lijn naar de oerboeddha vertegenwoordigden.
Tot zijn leedwezen merkte bijvoorbeeld Eihei Dogen dit eveneens aan den lijve. Zijn zen had hij, volgens eigen zeggen, vanuit China geïmporteerd om het verloederde boeddhisme in Japan terug te brengen naar zijn oorsprong. Het monopolie op zijn gelijk werd echter betwist door de Daruma Zen school, die hetzelfde beoogde en beweerde.
Een gelukkige bijkomstigheid voor zenboeddhisme is dat het er allemaal niet toe hoeft te doen. Het heeft namelijk zijn bevrijdingservaring, die zenboeddhisme gelijkstelt met, of liever als superieur aan, de verlichtingservaring van de oerboeddha. Hiermee gewapend veegt zenboeddhisme de vraag over het bestaan van de oerboeddha als irrelevant onder het tapijt. Broeder Gautama’s te boek gestelde avonturen zijn een clownsact van een oude yogi waar je als zenbeoefenaar doorheen moet leren kijken.
De betekenis van transmissie levert een dilemma op binnen het moderne westerse zen, maar met minder regulerend potentieel dan in kloosters, omdat het zich bij ons in lossere gemeenschappen afspeelt. Transmissie creëert in de ogen van anderen (en in die van dharmaopvolgers) een toplaag in de gemeenschap.
In Oost-Azië kon je dit vroeger nog oplossen door iemand die de zenervaring voldoende onder de knie had, het klooster uit te sturen. Hij ging de wereld in om emplooi te vinden als kapelaan van een plaatselijke tempel, als hagepreker of als rondreizend dichter, van alles was mogelijk. Zo had een klooster mede de functie van een soort priesteropleiding.
Een stil geheimpje van zen is dat verlichting niet alleen door de zenervaring tot stand kan komen. Hier loop je opnieuw tegen een dilemma van de traditie aan. Als je dat openlijk zou toegeven, ja, waarop berust dan de claim van jouw klooster of beweging of sangha dat deze iets betekenisvols vertolkt? Waarom zou je je er als buitenstaander mee inlaten, als het misschien ook anders kan, met minder moeite?
Zen en de wereld, het blijft een bron van misverstanden en menselijk gewriemel. Beeldend kunstenaars, auteurs en andere vrije geesten, doorzien de betekenis van de zenervaring vaak onmiddellijk en intuïtief, zonder ook maar één seconde op een meditatiemat te hebben doorgebracht. In zijn roman ‘Siddhartha’ laat Hermann Hesse de gelijknamige hoofdpersoon het pad kruisen van de oerboeddha en zijn gevolg van monniken. Siddharta’s metgezel treedt in bij de orde, de hoofdpersoon zelf echter niet. Het is een keuze, maar wijsheid kan je ook langs andere weg geworden.
Sommigen, zoals Hisamatsu, hebben zich een tijdje blootgesteld aan zentraining en toen hen het licht was opgegaan, de training verlaten. Hisamatsu werd zonder transmissie een succesvolle naoorlogse leraar, die op zijn manier een ander, moderner procedé introduceerde dan dat van Japans aartsconservatieve zenscholen.
Zelf opstaan als dharmaopvolger: het kan allemaal en het kan geen kwaad om de betekenis van transmissie te relativeren. Tot de rangen van de vrije geesten behoren wereldwijd gelukkig vele mensen die verlicht zijn geraakt door iets anders dan een boeddhistische bevrijdingservaring. Als je de hele zaak overziet, dat is er soms reden tot lachen over onzin die op een onbewaakt moment uit de mond of uit de pen kan voortkomen van zenleraren en hun gevolg, en over de eerbiedige, zwijgende volgzaamheid van niet-begrijpende aspirant- beoefenaars.
Met Hisamatsu maakte Abe Masao, de redder van Ton Lathouwers in een moment van grote persoonlijke crisis, deel uit van de kring rond de Kyoto-school, een groep Japanse filosofen die, men leze het oordeel op basis van grondig onderzoek in James Heisigs boek ‘Philosophers of Nothingness’ (2001), geen bijdrage van betekenis heeft geleverd aan de filosofie.
Abe zelf publiceerde een boek over Dogen met onbegrijpelijke grafische afbeeldingen om de zenleer van een van Japans literaire helden toegankelijker te maken. Het is het groupiegedrag van religieus hunkerenden dat het stilzwijgen en daarmee ook de ontsporingen in westerse zensangha’s faciliteert. Leraren zelf ervaren de hunkering soms als vervelend, wanneer de zoveelste student tijdens een persoonlijk onderhoud uit overschatting van eigen kunnen informeert of transmissie al in zicht is.
En dan verschijnt op 5 november 2024 in het Boeddhistisch Dagblad een bijdrage van Elsbeth Wolf, getiteld ‘Zitten in verbondenheid, Je moet het levend houden’ gebaseerd op een verzameling teksten uit de geschiedenis van Mahayana en zen. Een belangrijk punt dat haar lijkt te ontgaan is dat zen niet tegen het bestuderen van sutrateksten als zodanig is, maar tegen het erkennen van een oerboeddha of welke andere, veruitwendigde religieuze autoriteit dan ook.
Gevolg is dat zij een andere religieuze autoriteit, Bodhidharma (Daruma in het Japans), laat optreden als de zogenaamd historische stichter van zen, terwijl deze gestalte even mythisch is als die van de oerboeddha. Als je haar voetnoten bekijkt, dan kun je je terecht afvragen of ze niet in de gaten heeft waarom de teksten die worden toegeschreven aan Bodhidharma, op zijn minst van enkele honderden jaren later zijn.
Niets in de geschiedenis van Mahayana is wat het lijkt dat het is. Onderzoekers benadrukken dat de oorsprong van het ‘Grote Voertuig’ in raadselen is gehuld. Anders dan de monastieke sektes waarin Gautama’s beweging zich had georganiseerd en vertakt, was de bedoeling dat er voor iedereen plaats zou zijn in dit voertuig. Het lijkt erop dat het vroegste Mahayana een liturgie van een reeks nieuwe teksten inhield, die binnen dezelfde ordes naast die van het traditionele boeddhisme werd onderhouden.
Breukpunten in de geschiedenis van Mahayana moeten met het grootste voorbehoud worden bezien. Wanneer Mahayana zich precies losmaakte, is onbekend. Teksten waarop boeddhisten kunnen terugvallen, zoals in dit geval de Lotus Sutra, hebben meestal een ideologische lading. Al te goedgelovig wordt op basis van zulke teksten aangenomen dat ze een breukpunt beschrijven, of dat er één breukpunt moet zijn geweest.
Wat geldt voor Mahayana, gaat ook op voor zen. Het is verre van zeker dat er één stichter van zen heeft bestaan. Het toeschrijven van een bundeltje dharmaredes aan één charismatische figuur door latere volgelingen die een ideologisch fundament wilden leggen onder hun traditie, is in de geschiedenis van zen echter een beproefd recept. Evenals andere tradities tapte men allemaal uit hetzelfde boeddhistische vaatje. Telkens werd er weer een verhaal gesponnen om zich te onderscheiden, zonder zich erom te bekommeren dat dit was wat de verfoeide concurrentie ook had gedaan.
Als zoveel zenleraren de geschiedenis door verbindt ook Elsbeth Wolf wat ze meent te weten met wat ze niet kán weten. De lijn tussen Bodhidharma en Dogen overspant zo’n zevenhonderd jaar; ze vraagt zich niet af wat we wel en niet weten over het tijdeigen van de een en de ander. Dan gaan we weer zo’n duizend jaar terug naar een passage uit de Avatamsaka Sutra die voor zover wij weten dateert van ongeveer een halve eeuw vóór de tijd waarin zen waarschijnlijk is ontstaan.
Met een selectieve greep teksten wordt zo de traditie van Maha Karuna Chan ideologisch gelegitimeerd en een fundament gelegd onder de hoogst kwestieuze stelling dat mensen die niet in een kloosteromgeving beoefenen, wel moeten zorgen dat ze dagelijks mediteren. Het is aanschouwelijk onderricht en een voorbeeld van de wijze waarop iedere andere eigentijdse zengemeenschap haar eigen verhaal kan construeren.
En het is onnodig. Zensangha’s in de eenentwintigste eeuw staan mijlenver af van de beoefening in de tijd van Huineng en Linji. Het gegoochel met teksten verraadt een verlegenheid om zichzelf van een dekmantel van identiteit te voorzien zonder een beroep te doen op de wortels van eigen tijd en cultuur. En dit terwijl juist deze verlegenheid een mooi aanknopingspunt kan zijn om aan de orde te stellen: “Precies hier en nu, als niets lukt, wat doe je dan?”
Waarom niet gezegd: “Wij weten zo weinig van de geschiedenis van zen en boeddhisme, behalve dat we in bijna niets gelijken op de historische beoefening ervan? Maar dit doet er niet toe, want één ding is altijd uit voorraad leverbaar: een begin maken met een verkenning van de zenervaring. Op basis van deze ervaring werken onze sangha’s eraan de zaden van boeddhaschap te laten ontkiemen bij beoefenaren, in geest soms in staat tot vlagen van verlichting, en verder delend in de onvolmaaktheid van de menselijke existentie.”
Beoefenaren in westerse zensangha’s zijn niet in staat tot de belastende geestelijke capriolen die voor zenmonniken in een kloosteromgeving met continu verblijf mogelijk waren. In een vereenvoudigde zenbeoefening is er geen plaats voor een flirt met een overtrokken vorm van contemplatie. Hooguit kan er hier worden geëxperimenteerd met een zenervaring op een wijze die past bij een tijd waarin onthaasting even belangrijk is als ons functioneren als goed geïntegreerde, individuele leden van de maatschappij. De tijd is verdergegaan en wij staan dichter bij andere bronnen van verlichting uit onze eigen cultuur dan bij de cultuur waarin het zenboeddhisme is ontstaan. Zou dit niet een beter uitgangspunt zijn dan proberen geforceerd de wijsheid van een vreemd verleden te repliceren?
Zen speelt zich af temidden van vele contradicties. Eén daarvan is dat het historische zen zelf opnieuw een monastieke beweging vormde binnen een Mahayana dat zich in naam richtte op een veel groter publiek. Een andere dat hoe harder je de kernervaring probeert te bereiken of de validiteit ervan te bewijzen, des te minder effect je sorteert. Als de ervaring van hart tot hart wordt overgedragen, dan komt het reine land waarlijk toe aan diegenen die erin slagen arm van geest te blijven. Het beste onderricht in zen komt van wie van nature lankmoedig is, niet van de novicemeesters of de tekstschrijvers.
Na twaalf jaar schrijven voor het BD en zo’n vijfhonderd bijdragen neemt Jules (Taigu) Prast afscheid van het Boeddhistisch Dagblad. Dit is zijn laatste bijdrage. De hoofdredactie van deze krant is hem zeer erkentelijk en dankbaar voor zijn bijdragen.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#AbeMasao #AvatamsakaSutra #bodhidharma #EiheiDogen #groteVoertuig #HermannHesse #Hisamatsu #koans #Linji #LotusSutra #MahaKarunaChan #StephenBatchelor #TonLathouwers
#AbeMasao #AvatamsakaSutra #bodhidharma #EiheiDogen #groteVoertuig #HermannHesse #Hisamatsu #koans #Linji #LotusSutra #MahaKarunaChan #StephenBatchelor #TonLathouwers -
📰 A Gandhāran *stūpa* as Depicted in the Lotus Sutra (A free, 8-page article from 2018)
Tags: #ZenHistory #LotusSutra #History #CentralAsian #Sutras
https://buddhistuniversity.net/content/articles/gandharan-stupa-lotus-sutra_karashima-seishi -
📰 A Gandhāran *stūpa* as Depicted in the Lotus Sutra (A free, 8-page article from 2018)
Tags: #ZenHistory #LotusSutra #History #CentralAsian #Sutras
https://buddhistuniversity.net/content/articles/gandharan-stupa-lotus-sutra_karashima-seishi -
📰 A Gandhāran *stūpa* as Depicted in the Lotus Sutra (A free, 8-page article from 2018)
Tags: #ZenHistory #LotusSutra #History #CentralAsian #Sutras
https://buddhistuniversity.net/content/articles/gandharan-stupa-lotus-sutra_karashima-seishi -
📰 A Gandhāran *stūpa* as Depicted in the Lotus Sutra (A free, 8-page article from 2018)
Tags: #ZenHistory #LotusSutra #History #CentralAsian #Sutras
https://buddhistuniversity.net/content/articles/gandharan-stupa-lotus-sutra_karashima-seishi -
📰 A Gandhāran *stūpa* as Depicted in the Lotus Sutra (A free, 8-page article from 2018)
Tags: #ZenHistory #LotusSutra #History #CentralAsian #Sutras
https://buddhistuniversity.net/content/articles/gandharan-stupa-lotus-sutra_karashima-seishi -
#Buddhism #LotusSutra #gender
"I know that several Buddhist texts treat gender as fluid. One such text is the Lotus Sutra, one of the most popular Buddhist scriptures in East Asia."The Lotus Sutra − an ancient Buddhist scripture from the 3rd century − continues to have relevance today
"For many Buddhists today, both in East Asia and across the world, the Lotus Sutra offers religious support for various gender identities."
https://theconversation.com/the-lotus-sutra-an-ancient-buddhist-scripture-from-the-3rd-century-continues-to-have-relevance-today-216977 -
#Buddhism #LotusSutra #gender
"I know that several Buddhist texts treat gender as fluid. One such text is the Lotus Sutra, one of the most popular Buddhist scriptures in East Asia."The Lotus Sutra − an ancient Buddhist scripture from the 3rd century − continues to have relevance today
"For many Buddhists today, both in East Asia and across the world, the Lotus Sutra offers religious support for various gender identities."
https://theconversation.com/the-lotus-sutra-an-ancient-buddhist-scripture-from-the-3rd-century-continues-to-have-relevance-today-216977 -
#Buddhism #LotusSutra #gender
"I know that several Buddhist texts treat gender as fluid. One such text is the Lotus Sutra, one of the most popular Buddhist scriptures in East Asia."The Lotus Sutra − an ancient Buddhist scripture from the 3rd century − continues to have relevance today
"For many Buddhists today, both in East Asia and across the world, the Lotus Sutra offers religious support for various gender identities."
https://theconversation.com/the-lotus-sutra-an-ancient-buddhist-scripture-from-the-3rd-century-continues-to-have-relevance-today-216977 -
#Buddhism #LotusSutra #gender
"I know that several Buddhist texts treat gender as fluid. One such text is the Lotus Sutra, one of the most popular Buddhist scriptures in East Asia."The Lotus Sutra − an ancient Buddhist scripture from the 3rd century − continues to have relevance today
"For many Buddhists today, both in East Asia and across the world, the Lotus Sutra offers religious support for various gender identities."
https://theconversation.com/the-lotus-sutra-an-ancient-buddhist-scripture-from-the-3rd-century-continues-to-have-relevance-today-216977 -
Several stories from the Lotus Sutra show how gender is no hindrance for attaining enlightment. I especially like the one about the girl who transforms herself instantly into a man just to make a point. I assume she changes back afterward.
#buddhism #gender #Avalokiteshvara #LotusSutra
https://theconversation.com/the-lotus-sutra-an-ancient-buddhist-scripture-from-the-3rd-century-continues-to-have-relevance-today-216977 -
Several stories from the Lotus Sutra show how gender is no hindrance for attaining enlightment. I especially like the one about the girl who transforms herself instantly into a man just to make a point. I assume she changes back afterward.
#buddhism #gender #Avalokiteshvara #LotusSutra
https://theconversation.com/the-lotus-sutra-an-ancient-buddhist-scripture-from-the-3rd-century-continues-to-have-relevance-today-216977 -
Several stories from the Lotus Sutra show how gender is no hindrance for attaining enlightment. I especially like the one about the girl who transforms herself instantly into a man just to make a point. I assume she changes back afterward.
#buddhism #gender #Avalokiteshvara #LotusSutra
https://theconversation.com/the-lotus-sutra-an-ancient-buddhist-scripture-from-the-3rd-century-continues-to-have-relevance-today-216977