home.social

#johnnagelkerken — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #johnnagelkerken, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De Grote Piramide

    De grote piramide

    Het liefst zou ik eens bloggen over de piramiden, over wat de Egyptenaren daar zoal van dachten en over de vraag waarom ze die grafmonumenten überhaupt construeerden. Welbeschouwd zijn het immers de eerste gebouwen die de derde dimensie verkenden. Dat spreekt voor ons vanzelf maar was ooit een nieuwe gedachte. Daar ga ik ook nog weleens over schrijven, maar ik wil eerst een ander onderwerp behandelen: hoe de Grieken erover dachten. Ze beschouwden de Grote Piramide als een van de zeven wereldwonderen, en omdat ik de meeste al eens heb beschreven (een, twee, drie, vier, vijf) wil ik vandaag numero zes afvinken. Nummer zeven komt ook nog weleens.

    Twee Griekse teksten zijn hierbij relevant: een vijfde-eeuwse beschrijving door Herodotos van Halikarnassos en een veel jongere door Diodoros van Sicilië.

    Herodotos’ Grote Piramide

    Eerst Herodotos, die de piramiden behandelt in een overzicht van Egyptische koningen,noot Meer precies: Herodotos, Historiën 2.124-135. over wie hij soms iets heeft te vertellen. Dat lijken Egyptische volksverhalen waaraan hij Griekse informatie met weinig succes heeft geprobeerd in te passen. Na de veroveraar Sesostris, het bezoek van Helena van Troje en het sprookje van Rampsinitos en de dief, komt koning Cheops aan bod. Die heeft echt geleefd, maar niet, zoals Herodotos het wil, zo’n 750 jaar vóór hijzelf, maar ongeveer tweeëntwintig eeuwen. Zijn eigenlijke naam was Khufu en Herodotos heeft van zijn zegslieden vernomen dat deze vorst de Grote Piramide heeft gebouwd. Dat is correct en na twee millennia is dat best bijzonder.

    Herodotos vertelt dat Cheops een tiranniek heerser was die zijn onderdanen eerst tien jaar afbeulde om de transportweg voor alle steenblokken aan te leggen. De constructie van de eigenlijke piramide zou twintig jaar hebben geduurd. Als afmetingen geeft Herodotos 240 bij 240 bij 240 meter. (Het is feitelijk 231 bij 231 bij 146.)

    Een wieg om stenen omhoog te sjorren

    Vervolgens beschrijft Herodotos de bouw van de piramide, maar de passage is moeilijk te begrijpen. Een verklaring die mij overtuigde is dat Herodotos een stellage beschrijft waarin een steen ligt op een soort houten wieg met een ronde bodem. Arbeiders duwen dan aan de ene kant met een hefboom de wieg ietwat scheef en plaatsen stenen onder de omhoog gekomen ronde bodem. Daarna doen ze hetzelfde aan de andere kant, leggen daar stenen onder de wieg, en dat herhalen ze enkele keren tot ze op een hoger niveau zijn gekomen. Eén zo’n wieg is in de buurt van Thebe opgegraven, dus de techniek was aan de oude Egyptenaren bekend. Die wieg is overigens wél een millennium jonger dan de piramide, dus enige scepsis is gerechtvaardigd. Feitelijk weten we niet goed hoe de piramiden zijn gebouwd.

    Meer verhalen

    Gewoontegetrouw geeft Herodotos alles weer wat hij heeft gehoord, zoals hoeveel radijzen, uien en knoflook aan de arbeiders te eten is gegeven. Hij weet dat Cheops zijn dochter liet werken als prostituee om aan het kapitaal te komen dat nodig was voor de constructie, en dat zij haar klanten liet betalen met de stenen waarmee ze een kleine piramide voor zichzelf liet bouwen. Dit is ongetwijfeld een verhaal dat de Egyptenaren aan Herodotos vertelden omdat zij ook niet wisten wie de koninginnepiramiden had gebouwd.

    Herodotos vervolgt met verhalen over de piramide van Chefren en de kleinere piramide van Mykerinos, en hij aarzelt niet om te vertellen dat het laatste monument ook wel werd toegeschreven aan Rodopis, een andere prostituee, die nog eens het hart van een broer van Sapfo had gestolen. Dit is flauwekul, en dat weet ook Herodotos, maar hij wil altijd alles vertellen en voelt zich genoodzaakt de hem bekende Griekse informatie te combineren met wat hij in Egypte hoorde. Na dit alles te hebben verteld, vervolgt Herodotos met informatie over latere koningen, waarin we achtereenvolgens Sheshonq I, de Nubische koningen en de koningen van de Zesentwintigste Dynastie herkennen.

    Anders gezegd: Herodotos’ piramidenbouwers behoren tot de laatste fase van Egyptes legendarische verleden. Zijn informanten wisten er ook maar weinig van en verzonnen mooie verhalen bij de oude monumenten, zoals elke cultuur doet die wordt geconfronteerd met bouwwerken van vóór mensenheugenis.

    De koninginnepiramiden bij de piramide van Cheops

    Diodoros’ Grote Piramide

    Vier eeuwen na Herodotos nam Diodoros van Sicilië de pen ter hand. Net als Herodotos had hij de piramiden zelf gezien – hij kent althans Alexandrië – maar het is duidelijk dat hij Herodotos volgt. Op details wijkt hij er echter van af, zoals de naam van de bouwer: niet Cheops, maar Chemmis. Een andere afwijking is de bouwtechniek: Diodoros meldt dat de stenen naar boven zijn gebracht over hellingen van zand (“heuvels”), maar hij is kritisch genoeg om verbaasd te constateren dat zo’n zandlichaam zó groot moet zijn geweest dat er nog iets van te zien moest zijn. Ik geef hier de beschrijving in de vertaling van John Nagelkerken, die onlangs is verschenen en waarvoor ik graag even reclame maak. Zoals ik al eens eerder vertelde, verdient Diodoros het om integraal bekend te worden in onze taal.

    Chemmis van Memfis is de bouwer van de grootste van de drie piramides, die gerekend worden tot de zeven wereldwonderen. … Hun omvang en het vakmanschap van de makers vervullen de toeschouwer met de diepste bewondering. De grootste heeft een vierkante basis met aan elke zijde een breedte van tweehonderd meter, de hoogte bijna honderd meter. De zijden lopen langzaam spits toe tot de top, waar ze een breedte bereiken van ruim vier meter. De piramide is volledig gebouwd van hard gesteente, wat het werk zwaar maakt, maar zorgt voor eeuwigheid. Er is minstens duizend jaar verlopen, zegt men, tot de tijd waarin wij leven, volgens sommige schrijvers zelfs meer dan drieduizend vierhonderd jaar, maar de stenen liggen tot op heden nog altijd vast op hun oorspronkelijke plaats en houden het geheel in onaantastbare staat.

    Naar men zegt is het gesteente vanuit Arabia over grote afstand aangevoerd, en is de constructie uitgevoerd met behulp van opgeworpen heuvels, omdat in die tijd de hijskraan nog niet was uitgevonden. En wat het meest verbazingwekkend is: terwijl daar zo enorme werkzaamheden zijn verricht en heel het omringende gebied uit zand bestaat, is er geen enkel spoor te vinden van een opgeworpen heuvel of van de bewerking van gesteente, waardoor het lijkt dat er geen sprake is van langzame mensenarbeid, maar dat het daar plotseling als door een god in zijn totaliteit is neergezet in het omringende zand.

    Sommige Egyptenaren proberen daarover wonderverhalen te vertellen, en zeggen dat de heuvels gevormd werden uit zout en salpeter en dat ze daarna de rivier daarheen lieten stromen waardoor de heuvels smolten en volledig verdwenen zonder dat mensen daarvoor moeite hoefden te doen. Maar dat is echt onzin. De vele handen die de heuvels hebben opgeworpen hebben ook al het gebruikte materiaal weer teruggebracht naar de plek waar het vandaan kwam. Naar men zegt werden 360.000 man ingezet voor de werkzaamheden en het hele gebouw werd voltooid in nog geen twintig jaar.noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 1.64.

    Tot slot: ik zei dat Diodoros integraal in het Nederlands moet worden vertaald. Het bovenstaande fragment komt uit Diodoros van Sicilië, De historische bibliotheek. Egypte. De Griekse wereld in de vijfde eeuw v.Chr. (vert. John Nagelkerken mmv Omar Ghaly; 2026). Dat betreft de boeken 1 en 11-13. Gerard Janssen vertaalde de voorafgaande boeken: Archief van de geschiedenis, deel I (boek 1, 2, 3) (2024) en Archief van de geschiedenis, deel II (boek 4, 5 en 6-10 (fragmenten) (2024). Laten we hopen dat nu ook snel de boeken 14-20 en de fragmenten van 21-32 in vertaling beschikbaar komen.

    #Cheops #DiodorosVanSicilië #GerardJanssen #GrotePiramide #HerodotosVanHalikarnassos #JohnNagelkerken #Khufu #SheshonqI #wereldwonder #zevenWereldwonderen
  2. Faits divers (52)

    Zomaar een reliëf (Museum van Lleida)

    Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, en anders dan in de vorige afleveringen, waarin ik meestal een stuk of drie onderwerpen aansneed, heb ik er vandaag een heleboel.

    Antieke seksualiteit

    Wat is de bestudering van de Oudheid eigenlijk? Eigenlijk zetten we drie stappen.

    1. We bestuderen de oude wereld om een samenleving te leren kennen die voorgoed voorbij is en wezenlijk anders.
    2. Als je meent dat de Oudheid ook belangrijk is (maar waarom zou je?), kun je de verschillen identificeren met onze wereld.
    3. Daarna zoek je voor die verschillen een verklaring om zo je eigen denkwereld beter te doorgronden. Feitelijk draait het dus om zelfkennis.

    Meestal blijft voorlichting echter beperkt tot stap één. Hoe het desondanks óók kan, kunt u lezen in dit artikel over de vrouwelijke seksualiteit. Waarom denken wij anders dan de mensen toen, en wat zegt dat over onszelf?

    Blauw zien

    Een bekende misvatting is dat de oude Grieken kleuren anders zagen, en het is waar: Homeros noemt de zee wijnrood. De Grieken leden echter niet aan kleurenblindheid: Josine Schrickx vertelde al eens over het algemene patroon waarmee talen namen geven aan kleuren. Wellicht is er een biologische verklaring voor het verschijnsel dat andere talen minder kleurnamen hebben.

    Diodoros van Sicilië

    Over Diodoros van Sicilië heb ik eerder geblogd. Hij is belangrijk, want hij biedt bijvoorbeeld de enige doorlopende geschiedenis van Griekenland in de vijfde en vierde eeuw. In dat eerdere blogje, gewijd aan de vertaling van de boeken één tot en met vijf, opperde ik dat het fijn zou zijn als de boeken over Griekenland ook eens zouden worden vertaald. En wat zo leuk is: daar blijkt een begin mee te zijn gemaakt. Dank je wel, John Nagelkerken, voor de boeken elf tot en met dertien.

    Vindonissa

    Windisch in Zwitserland is de Romeinse stad Vindonissa. Dat was tevens een belangrijke legioenbasis, waar XIII Gemina de weg naar de Alpenpassen verdedigde. Over het ontstaan van Vindonissa begint langzamerhand meer duidelijkheid te ontstaan.

    Oud manuscript (1): Paulus

    Als een tekstvondst de nationale media haalt, moet het wel iets bijzonders zijn. En jawel: er is nieuws over een zesde-eeuws manuscript met de brieven van Paulus, de zogeheten Codex H. Bernard de Montfaucon, de auteur van een beroemde achttiende-eeuwse oudheidkundige encyclopedie, heeft als eerste die Codex H geïdentificeerd en vastgesteld dat het boek op zeker moment uit elkaar was gehaald, dat de inkt van het perkament was afgeschraapt en dat de vellen vervolgens waren gebruikt voor andere doelen (een zogeheten palimpsest). Het zou natuurlijk leuk zijn als we alle bladen van het gerecyclede manuscript terugvonden, en daarbij hebben onderzoekers nu aanzienlijk succes. Nederlandse uitleg hier, wetenschappelijke publicatie daar.

    Wat betekent dat? We kennen de tekst van de brieven van Paulus toch? Ja zeker. Maar de hoofdstuk- en versindeling die wij kennen, is betrekkelijk recent. Dankzij de nieuwe informatie zien we hoe men in de Late Oudheid de tekst verdeelde, en dat zou best weleens gevolgen kunnen hebben voor de uitleg. Ter vergelijking: kijk eens waar het Scheppingsverhaal eindigt – is dat aan het einde van Genesis 1 of na de eerste regels van Genesis 2? Anders gezegd: is de zesde dag, met de schepping van de mens, de climax, of is dat de zevende dag? Dit zijn geen trivialiteiten.

    Oud manuscript (2): Caedmon

    De laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid is het ontstaan van de islam en het Kalifaat. Beide worden ingeleid door het optreden van de profeet Mohammed. Zijn roepingsverhaal kent een wonderlijke, vrijwel contemporaine parallel in de roeping van de Ierse monnik-bard Caedmon. Dat een verhaal zich in korte tijd verplaatst van Arabië naar de Atlantische kust, zegt veel over de snelheid van de mondelinge traditie in de toenmalige wereld. Dat maakt de Ierse auteur interessant. Van een van de liederen van Caedmon is nu een manuscript gevonden. Dat werpt vanzelfsprekend geen enkel licht op de snelheid van de mondelinge informatieoverdracht, maar leuk is het wel.

    Archeologie in Jeruzalem

    Archeologie in Israël is nationalisme met andere middelen: ik schrijf al jaren over zionistische archeologie en ben niet de enige. Men leze de roman De genesis van het verraad van Martine van den Berg. Voor de actualiteit schakelen we over naar Jeruzalem, waar Palestijnen uit hun huizen worden gezet om ruimte te maken voor een archeologisch park.

    Klimaatwetenschap

    Een van de grote publieksvragen is hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. Uitleg van de technieken waarmee ze het antieke klimaat reconstrueren is dan ook al zeker een kwart eeuw een desideratum. Gelukkig is er dit verhelderende stuk over het onderzoek van eeuwenoud ijs.

    En tot slot

    Ik had een vrolijk gesprek met Krijn Soeteman, de hoofdredacteur van de wetenschapsnieuws-website Scientias, over archeologie, oude geschiedenis en oude talen. We hadden het over de wijze waarop sensationalistische wetenschapscommunicatie de oudheidkunde beschadigt: dus over de IDOHZOtjes waarmee de classici achter andermans actualiteit aanhuppelen, over archeologen die zonder kennis van andere oudheidkundige bloedgroepen wat roeptoeteren en over bizarre toepassingen van AI. En we hadden het ook over de zaken die wél in het nieuws zouden moeten komen, want die zijn er volop. Dat vrolijke gesprek werd een podcast.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #BernardDeMontfaucon #Caedmon #DiodorosVanSicilië #FaitsDivers #Jeruzalem #JohnNagelkerken #kleurenblindheid #klimaatonderzoek #MartineVanDenBerg #palimpsest #podcast #seksualiteit #Vindonissa #Windisch #XIIIGemina #zionistischeArcheologie
Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.