home.social

#hipporegius — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #hipporegius, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Augustinus als Numidiër

    Er is geen gebrek aan boeken over Augustinus, de vroeg-vijfde-eeuwse bisschop van de Algerijnse havenstad Annaba, het antieke Hippo. Augustinusbiografieën vormen een compleet oudheidkundig subgenre, waarmee hij feitelijk zelf is begonnen: eerst publiceerde hij zijn Belijdenissen, een autobiografie met een duidelijk pastorale inslag, en tegen het einde van zijn leven overwoog hij al zijn eerdere publicaties in zijn Retractiones, een soort intellectuele autobiografie. Het oeuvre bestaat verder uit preken, traktaten, schotschriften, brieven en geleerde werken als De stad Gods. Naar woordenaantal (ongeveer 5.000.000) is hij de best overgeleverde auteur uit de Oudheid. Hij is een van de weinige Romeinen waarover een biografie überhaupt mogelijk is.

    Augustinus als Afrikaan?

    De Britse classica Catherine Conybeare waagde zich in 2025 aan een nieuwe biografie, Augustine the African, die Abjan Van Meerten vrijwel onmiddellijk vertaalde in elegant, helder Nederlands, Augustinus de Afrikaan. Als u eerdere biografieën las, kunt u het boek echter ongelezen laten zonder dat u veel nieuws mist. Als u daarentegen weinig weet over Augustinus, is het een uitstekende inleiding.

    Conybeare maakt nogal wat van Augustinus’ Numidische herkomst, waarvan ze beweert dat dit een nieuw aspect is. Dit is klinkklare onzin. Augustinus bracht het grootste deel van zijn leven door in een voormalig Frans overzees gebiedsdeel dat archeologisch goed is onderzocht. Serge Lancel plaatst de kerkvader stevig in zijn Numidische context. Er is al een (mierzoete) Algerijns-Franse speelfilm. Zelfs als we ons beperken tot het Engelse taalgebied, is deze “nieuwe” visie al oud. Van de biografie van Peter Brown is te verdedigen dat die nodeloos veel over Afrika gaat, want na Augustinus’ overlijden vervolgt hij met het einde van Romeins Afrika. (Niet dat ik bezwaar heb tegen dat welbeschouwd overbodige vervolg!) Kortom: Conybeares claim dat zij als eerste Augustinus in zijn Maghrebijnse context plaatst, is een verkooppraatje, een framing om recensenten die het veld niet overzien om de tuin te leiden.

    Een Romeins leven

    Dat gezegd zijnde, als we door de vingers zien dat Conybeare Augustinus aanduidt als Berber (wat zoiets is als zeggen dat Bataven Nederlanders zijn) is het geen slecht boek. Aan de hand van de Belijdenissen behandelt ze Augustinus’ jeugd in Thagaste (Souk Ahras) en scholing in Madauros, en vervolgens zijn jaren als docent in Karthago. Daar trad Augustinus toe tot het manicheïsme, een dualistische religie die onder andere leerde dat de menselijke ziel een goddelijke vonk was die opgesloten was geraakt in de materie. Eigenlijk hoorden mensen niet op aarde.

    Augustinus verhuisde naar Italië, werkte in Rome en in de keizerlijke hoofdstad Milaan, waar hij omwille van zijn verdere carrière scheidde van zijn vriendin, waarschijnlijk een boerenmeisje uit Numidië, terwijl hij zich omhoog wilde trouwen in de grote aristocratische families. Augustinus noemt nergens haar naam en Conybeare maakt gelukkig niet de fout hem te presenteren als gefrustreerde macho – wat ik in oudere biografieën weleens ben tegengekomen. De veel eenvoudiger verklaring is dat hij haar niet in opspraak wilde brengen.

    In Milaan werd Augustinus christen, zag af van een wereldse carrière en op weg terug naar de Maghreb overwinterde hij in Ostia. Daar zou hij samen met zijn moeder Monnica een mystieke extase hebben beleefd, een claim die Conybeare (anders dan bijvoorbeeld Robin Lane Fox) kritiekloos overneemt.

    Kerkleraar

    Na het overlijden van zijn moeder keerde Augustinus terug naar de Maghreb. Daar werd hij al gauw gebombardeerd tot bisschop van Hippo ofwel Annaba. Hij had goede connecties en was, met een modern woord, een intellectueel. Hij zou feitelijk al een soort kerkleraar avant la lettre zijn geweest: iemand die sprak met gezag. Met deze presentatie neemt Conybeare een standpunt in dat afwijkt van bijvoorbeeld Gary Wills, die meent dat Augustinus een randfiguur was. Pas na zijn dood, toen hij in West-Europa een grote naam verwierf, kreeg Augustinus een reputatie als groot theoloog. Tot dan was hij, volgens Wills, een marginale bisschop in Afrika. Zoals gezegd: Conybeares nadruk op Afrika is geen nieuw perspectief.

    Augustinus speelde een belangrijke rol in de verdediging van de staatskerk tegen de donatisten. Conybeare negeert deze benamingen en duidt ze aan als de kerk in Afrika en de kerk van Afrika. Haar hoofdstuk over de kerkvergadering die in 411 plaatsvond in Karthago is top en maakt duidelijk hoe de staatskerk profiteerde van het staatsapparaat. Ook de slothoofdstukken over De stad Gods en Augustinus’ visie op het pelagianisme zijn heel overtuigend. Zoals gezegd: dit boek is een prima inleiding die Augustinus’ opvattingen goed documenteert.

    Hoezo Afrikaans?

    Conybeare maakt veel van het feit dat Augustinus leefde in een wereld waarin Punisch werd gesproken. Het zou hem hebben gedwongen na te denken over het wezen van taal. Een religieuze boodschap was misschien wel onuitspreekbaar in welke taal dan ook. Zeg maar: een waarheid die dieper in onze ziel zit dan wijzelf en die we alleen met rituelen en mythen kunnen uiten. Zo bezien is elke taal, Punisch of de taal van de Bijbel, slechts een benadering. Om deze opvatting te verklaren hoefde Conybeare het Punisch er echter niet bij te halen. Zo veel Punisch werd er, zoals ze ook erkent, niet meer gesproken en vooral: de Bijbel, geschreven in drie talen, kan Augustinus eveneens tot deze gedachte hebben gebracht.

    Er zijn meer punten waar je denkt dat Conybeare Augustinus’ Afrikaanse achtergrond teveel nadruk geeft. Ze houdt het erop dat Augustinus zich overal – eerst in Afrika, later in Italië en feitelijk in dit hele ondermaanse – een vreemdeling heeft gevoeld. Daar is veel voor te zeggen. Ze herleidt het echter tot het feit dat hij, geboren in Thagaste, al een vreemdeling was in Madauros, en sindsdien altijd het gevoel had er niet werkelijk bij te horen. Dit vreemdelingenschap, dat dus een normaal vreemdelingenschap extrapoleert tot het idee dat de christen een vreemdeling is in deze wereld, is echter evengoed tot zijn manichese jaren te herleiden. Juist in het manicheïsme bestond immers het idee dat de menselijke ziel niet in de materie behoorde. Ik zeg niet dat Conybeare ongelijk heeft, maar ze slaat zó door in haar afrikanisme dat ze de manichese context niet eens overweegt.

    Verzuchting

    Zoals ik al zei: Augustine the African is een goede inleiding, die verder gaat dan een biografie en ook het denken van Augustinus uitlegt. Maar die Afrikaanse dimensie, dat is reclametaal. Dus eindig ik met een verzuchting: oudheidkundigen hebben een prachtig vak en kunnen die misleidende blabla veilig achterwege laten. Ze hoeven Augustinus niet te hypen, want ook zonder blabla is hij een van de boeiendste onder sowieso boeiende Romeinen.

    #Augustinus #CatherineConybeare #donatisme #GaryWills #HippoRegius #manicheïsme #Monnica #PeterBrown #RobinLaneFox #SergeLancel
  2. De snelle arabisering van de Maghreb

    Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)

    [Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

    Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?

    Steden en nomaden

    Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.

    Maar nomaden waren er overal. In beide regio’s, oost en west, trokken nomaden met kuddes tussen zomer- en winterweiden heen en weer. Ik heb me afgevraagd of er een verschil in nomadisme was dat de laatantieke de-romanisering in de Maghreb kon verklaren, maar kon niets vinden. Een factor als taal is zelfs contra-intuïtief. De Syrische nomaden spraken Aramees en Arabisch, de Egyptische spraken Egyptische of een Nubische taal, en die in de Maghreb spraken Berbertalen. Als je van één groep snelle arabisering zou verwachten, was het Syrië, maar juist daar verliep het proces het langzaamst.

    De Vandalen

    Een verschil was de Vandaalse aanwezigheid. In 429 staken de Vandalen over van Andalusië naar de Maghreb, waar ze in 439 Karthago veroverden en een eigen koninkrijk begonnen. Een eeuw later heroverden de Byzantijnen dat weer. Als we zouden beschikken over aanwijzingen dat de Vandalen de Maghrebijnse samenleving grondig hadden veranderd, zouden we kunnen zeggen dat dat de laatantieke traditie had verzwakt en de mensen ontvankelijk hadden gemaakt voor de arabisering. Maar zulke aanwijzingen zijn er niet.

    Niet dat alles in de Vandaalse tijd peis en vree was. Er waren kerkelijke conflicten: de officiële, door de keizer gesteunde kerk verloor haar privileges ten gunste van de ariaanse geestelijkheid, die de steun had van de Vandaalse koningen. Maar bij nader inzien blijkt dit conflict niet zó heel ingrijpend, ja zelfs minder ingrijpend dan de discussies over het monofysitisme in Syrië en Egypte. Stedelijke en politieke conflicten zijn ook overal gedocumenteerd, dus ook die maken geen verschil.

    Kloosterleven

    Er is wel een ander verschil, en eigenlijk is dat wat paradoxaal. Een van de allerberoemdste christelijke auteurs – en ik heb het nu natuurlijk weer over Augustinus van Hippo – leefde in een klooster in Hippo Regius (het huidige Annaba). Hij stichtte niet alleen een eigen kloostergemeenschap, maar schreef ook een kloosterregel die nog altijd wordt gebruikt.noot De huidige paus is augustijn. Maar het gekke is: het kloosterleven sloeg in de Maghreb niet aan. We kennen er nauwelijks kloosters.

    Hippo Regius, de basiliek van Augustinus

    Vergeleken met Egypte en Syrië (en opnieuw het Iberische Schiereiland) is dat wezenlijk anders. Daar waren juist heel veel kloosters. Daar werden teksten gekopieerd en geschreven. En daar kwamen mensen naartoe met hun levensbeschouwelijke vragen. Een voorbeeld dat ik al eens noemde, is dat het klooster van Sint-Maron bij de bronnen van de Orontes het spiritueel gezag in Syrië overnam toen de Arabieren de macht overnamen en de patriarch van Antiochië vluchtte naar Constantinopel.

    Zoiets ontbrak in de Maghreb. Je zou, met een man als Augustinus, al snel anders hebben verwacht, maar dat hij opvallend is, wil niet zeggen dat hij ook representatief is. (Dit is de Everest Fallacy.) Ik ben dus geneigd de afwezigheid van monniken te beschouwen als de sleutelvariabele die het verschil verklaart tussen de langzame arabisering/islamisering in de Levant en Egypte en de snelle veranderingen in de Maghreb. En dat roept natuurlijk de vraag op waarom het kloosterleven in het diocees Africa niet aansloeg. Ik heb geen idee.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    De mantelspeld van Wijnaldum

    juli 16, 2019
    XIII Gemina (2)

    maart 13, 2024
    Cuijk: de weg is weg (2)

    december 12, 2022 Deel dit:

    #Algerije #ArabischeTalen #ArabischeVeroveringen #arabisering #arianisme #Augustinus #Berbertalen #EverestFallacy #HippoRegius #Marokko #monofysieten #nomadisme #Tunesië #Vandalen #verstedelijking