#euratom201170 — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #euratom201170, aggregated by home.social.
-
Toezicht op kernafval: ANVS aan tafel bij het beleid dat ze controleert
Zet de Belgische en de Nederlandse nucleaire toezichthouder naast elkaar, en het verschil springt eruit. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) publiceerde in mei zijn advies over het langetermijnplan van NIRAS, de Belgische afvalorganisatie, voor hoogradioactief afval. Het FANC is daarin niet mals: de locatiekeuze moet sneller, uitstel noemt het agentschap ronduit "een ethische noodzaak" omdat de rekening anders bij volgende generaties komt te liggen, en er moet een onafhankelijke 'garant' komen voor het participatietraject. Stevige, principiële taal. En openbaar.
In Nederland is zulke kritiek nauwelijks te vinden. Niet omdat er niets op aan te merken valt, maar omdat de ANVS die kritiek niet levert. Via een Woo-verzoek kreeg Laka de interne stukken waarmee de ANVS commentaar gaf op het concept van het Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA) en de bijbehorende Routekaart eindberging. Daaruit blijkt waar de ANVS haar energie in stak: in november 2024 zette een medewerker 57 opmerkingen in de kantlijn van het concept-NPRA. Op één na gaan ze allemaal over feitjes. Urenco werd ten onrechte vergunninghouder van kerncentrale Dodewaard genoemd – dat is GKN. Een zin over de eigenaar van COVRA "klopt niet". Een verdrag werd niet bij de officiële naam genoemd. En meermaals moest worden benadrukt dat de bedrijfsduurverlenging van Borssele nog geen gelopen race is.
De enige opmerking die verder gaat dan taalkundig bijschaven, wijst op een internationale aanbeveling (van de IAEA-missie IRRS) om regels te maken voor afvalacceptatiecriteria. Ook dat is een technisch-juridisch punt. Over de kern van het beleid zelf – hoe snel de locatiekeuze moet gaan, hoeveel afval de nieuwe kerncentrales gaan opleveren – zegt de ANVS niets.
Waarom dat zo is, wordt duidelijk uit een andere mail, van begin maart 2025. Daarin overleggen ANVS-medewerkers of ze überhaupt een officiële inspraakreactie zullen indienen op het concept-NPRA. In die mail beschrijft de ANVS haar eigen rol: het is aan haar om te zorgen dat het afvalbeheer "nu en in de toekomst" veilig is, maar dat gebeurt volgens haarzelf pas "tijdens vergunningverlening, toezicht en handhaving". Met andere woorden: pas wanneer er ooit eens een vergunning wordt aangevraagd voor de eindberging of voor een nieuwe kerncentrale. Niet nu, in de fase waarin het NPRA het tempo, de locatiekeuze-aanpak en de toekomstige afvalberg vastlegt. Precies de vragen die het FANC over het Belgische plan wél stelt, vallen zo buiten wat de ANVS zichzelf als taak toebedeelt – en dat nota bene op het moment dat er nog iets aan te veranderen valt. Ook veelzeggend: uit dezelfde mail blijkt dat het ministerie van IenW de ANVS niet eens persoonlijk had uitgenodigd om als adviseur aan te schuiven bij de publieksbijeenkomsten over het NPRA - terwijl de ANVS toch voorlichting als wettelijke taak heeft.
Wat er wél met de ANVS-correcties is gebeurd, valt te checken in de uiteindelijke ontwerpversies van NPRA en Routekaart. Urenco is inderdaad niet meer vergunninghouder van Dodewaard, de bedrijfsduurverlenging heet nu overal "mogelijk", en de aanbeveling over acceptatiecriteria staat erin. Op dat detailniveau werkte het systeem dus prima. Maar de rol die de ANVS daarbij speelde, was die van een meelezende collega, wier suggesties het ministerie naar eigen inzicht kon overnemen of niet. Sterker: de ANVS schrijft zelf dat haar inbreng maar "deels" is overgenomen. Dat is iets anders dan een onafhankelijke toezichthouder die publiekelijk een oordeel velt over de vraag of het beleid zelf wel deugt.
Dat verschil is niet toevallig. Het NPRA vermeldt terloops dat de ANVS bij haar oprichting in 2015 nog een rol had in de voorbereiding van het afvalbeleid, maar dat die taak sinds mei 2020 is overgegaan naar het ministerie van IenW zelf. Sindsdien schrijft niet de ANVS het NPRA, maar de beleidsdirectie van de eigen minister – dezelfde minister die politiek verantwoordelijk is voor precies het beleid waarop de ANVS moet toezien. Het FANC staat in België institutioneel losser van de beleidsmakers en heeft een wettelijke adviesrol die uitmondt in een openbaar document. Dat de ANVS haar bevindingen in plaats daarvan per mail en in track changes deelt met collega's op hetzelfde ministerie, past bij een toezichthouder die aan dezelfde tafel zit als degene die ze eigenlijk moet controleren. Het verklaart ook meteen waarom Laka een Woo-verzoek nodig had om er iets van te weten te komen.
Het kabinet kondigde en fikse koerswijziging aan: het loslaten van 2100 als beslismoment, twee nieuwe kerncentrales, langer open blijven van Borssele, mogelijk kleine reactoren. Dat de ANVS geen van die keuzes ter discussie stelt, zegt dan waarschijnlijk minder over het ontbreken van vragen, en meer over de ruimte die de toezichthouder zichzelf in deze rol toekent.
Het defintieve NPRA wordt dit najaar verwacht, en wordt dan aan de Kamer voorgelegd
#Euratom201170 #FANC #Woo -
“In de mist”: Laka publiceert zienswijze kernafval
Vandaag, op de laatste dag dat dit kan, dient Laka haar zienswijze in op het ontwerp nationale programma radioactief afval. Laka geeft haar zienswijze als titel "in de mist".
Wat deze keer heel bijzonder was dat pas helemaal aan het einde van de inspraakprocedure de 7-jaarlijkse evaluatie van de COVRA werd gepubliceerd en dat COVRA afgelopen vrijdag ook nog pardoes nog met twee safety cases en een nieuwe kostenschatting kwam. En daaruit bleek dan ook nog een keer dat er wèl een aparte audit is gedaan naar de vorige kostenschatting. Nou ja, in de mist dus.In 2015 heeft Laka ook een zienswijze ingediend op het eerste ontwerp NPRA, toen was de titel “Wait and see”. In de aanloop van het eerste NPRA waarschuwde onder andere het hoofd van de Zweedse stralingsbeschermingautoriteit Strålsäkerhetsmyndigheten ons land namelijk om eerder dan het jaar 2130 werk te maken van de eindberging van radioactief afval. Maar de regering stak haar kop in het zand en week in het NPRA niet af van het toen al dertig jaar oude beleid om het aanleggen van een kernafval eindberging op de hele lange baan te schuiven.
Alles is nu anders, maar alles is toch ook het zelfde gebleven. De regering heeft namelijk forse kernenergie ambities, en dan moet je toch wat met dat kernafval. De staatssecretaris van IenW besloot daarom vorig jaar, mede op advies van het Rathenau Instituut, om voor de aanleg van die eindberging niet meer terug te redeneren vanaf het jaar 2130, maar nu “gewoon” te beginnen in een stapsgewijze participatieve aanpak. Dat zou dan mogelijk kunnen leiden tot een beheer- en locatiekeuze in 2050. Vijftig jaar eerder, tel uit je winst.
Tekst gaat door onder de video
En alhoewel de uitbouw van kernenergie in Nederland momenteel niet zo vlot verloopt als een meerderheid in de Tweede Kamer wensdenkt – waarbij de nadruk vooral ook lijkt te liggen bij het frustreren van effectief klimaatbeleid – blijft het toch opmerkelijk hoe veel voortvarender kernenergie wordt opgepakt dan het afhechten van de kernenergie back end. Dan krijg je toch het idee dat dit zaakje stinkt.
Voor twee nieuwe kerncentrale was direct een voorkeurslocatie in beeld, maar zodra iemand ook maar suggereert dat de eindberging uiteindelijk toch in Groningen of Drenthe komt “dan zijn we daar nog helemaal niet aan toe”. Zo stelt dezelfde staatssecretaris van IenW nu dat we rond 2050 goed in kaart hebben wat de mogelijkheden zijn en of we eindberging in Nederland, of toch in het buitenland gaan doen. Akkoord, het is vijftig jaar eerder, maar het is nog steeds pas over 25 jaar dat de overheid overweegt een echt gesprek over eindberging te gaan voeren. Dan vraag je je toch af: hoe moeilijk is het dan om een mijn te bouwen?
De nota radioactief afval uit 1984 had over een bovengrondse opslagtermijn van 100 jaar, het NPRA-2015 over 115 jaar, en het voorliggende ontwerp-NPRA over nog zeker 25 jaar. Hoe het ook zij: comfortabel ver weg. En Laka heeft zo het vermoeden dat zodra die 25 jaar haar ommekomst nadert, enige decennia nader uitstel niet ver weg zullen zijn.
Laka heeft ook nog steeds een kater van de “klankbordgroep” die op grond van het NPRA-2015 zou worden opgezet. Dat werd eerst een kwartiermaker die in 2018 concludeerde dat ‘klankborden’ wel wat passief klonk. Daarop heeft het ministerie van IenW het Rathenau Instituut verzocht op zoek te gaan naar hoe maatschappelijke betrokkenheid bij eindberging wel kan worden georganiseerd. En dat resulteerde dus in een advies om eindberging naar voren te halen.
Daarom geeft Laka haar zienswijze dit maal als titel “In de mist”. Met de geproclameerde vervroeging van de eindberging prijkt er opeens een gat van ruim honderd keer COVRA’s jaaromzet in de eindbergingsbegroting - dat toch echt door de afvalproducenten zal moeten worden gedicht, van de nieuwe participatieve stapsgewijze aanpak bestaat nog niet meer dan een schets, pal op de deadline publiceerde COVRA pardoes nog een nieuwe kostenschatting en twee safety cases die nog kijken naar 2130(!): Eigenlijk hebben we nog geen idee van wat er nu écht gaat gebeuren.
‘Klankborden’ is ondertussen tien jaar bezig maar de overheid houdt maatschappelijke organisaties zoals Laka nog steeds angstvallig buiten de deur. Met die ervaring in het achterhoofd vragen we ons hardop af, welke garantie is er dat als “participatieve stapsgewijze aanpak”, die in 2027 zou moeten beginnen, niet opnieuw een adviestraject wordt ingezet?
En dan is het 2035 voordat je er erg in hebt.
Vandaag is de laatste dag dat je ook zelf een zienswijze kan indienen. Zie voor voorbeelden hier, hier en hier.
-
COVRA publiceert op de valreep eindbergingsonderzoek in zout en klei
Met nog krap 4 dagen te gaan tot het sluiten van de termijn voor het indienen van zienswijzes op het nieuwe nationale kernafval plan, publiceert COVRA vanmiddag twee uitgebreide studies naar de eindberging van kernafval in kleilagen en in noordelijke in zoutkoepels. Bij elkaar ruim 300 kantjes, dus als je daar iets nog over wil zeggen in je zienswijze, wordt het een lang weekend. Maar misschien is dat ook wel niet nodig is want Covra's onderzoeken lijken er nog steeds van uit te gaan dat een eindberging pas in 2130 klaar hoeft te zijn, terwijl PVV-staatssecretaris Jansen vorig jaar, na een advies van Rathenau, die planning juist losliet.
Maar omdat we het niet kunnen laten: drie observaties.-
COVRA: concept zout
COVRA heeft plaatjes gemaakt over hoe een eindberging in zout er uit zou kunnen zien. Maar wat valt dan meteen op? Inderdaad: de liftschacht. De eindberging in het Finse Olkiluoto is juist zo duur vanwege de kilometerslange hellingbaan (spiral ramp) die is geboord om het kernafval naar beneden te rijden. Want liften gaan wel eens stuk. Dan zit je lelijk in de knel met je lift met hoogradioactief afval.
- Kostenschatting is nu 3 miljard euro. Op zich opmerkelijk dat dit voor de twee types berging vergelijkbaar is, maar die schatting was was in 2018 nog 2,05 miljard. in 2023 was 2,05 gecorrigeerd voor inflatie toegenomen tot 2,3 miljard, dus kort door de bocht wordt de eindberging ieder jaar 100 miljoen duurder.
- En dan Drenthe. Ondanks sussende geluiden uit de provincie gaat COVRA onverminderd door. Men vaart nog steeds op onderzoek uit 1993, maar in beeld blijven zoutstructuren onder 1) Veendam, 2) Zuidwending, 3) Winschoten, 4) Anloo, 5) Hooghalen, 6) Schoonloo,7) Gasselte-Drouwen, 8) Pieterburen, 9) Slochteren/Noordenbroek, 10) Hoogezand, 11) Onstwedde.
-
-
PVV-staatsecretaris in Kamer over nieuw kernafval-plan
Vorige maand ging er kleine schokgolf door kernenergieminnend Nederland. Chris Jansen, de racistische PVV-staatssecretaris voor openbaar vervoer en milieu had namelijk besloten om te stoppen met het een eeuw vooruitschuiven van de eindberging van kernafval en in plaats daarvan een sneller en participatief besluitvormingsproces in te richten. Dat op basis van een advies van het Rathenau instituut, wat hij als trotse PVV’er omarmde.
In een toelichting in de Kamer gaf hij vorige week woensdag aan dat het ministerie in januari volgend jaar een eerste routekaart naar eindberging publiceert. En eind 2027 komt er dan een eerste plan van aanpak voor een participatieve stapsgewijze aanpak naar de Kamer.De nieuwe Kamercommissie Externe Veiligheid behandelde afgelopen woensdag het Rathenau-advies over een participatief besluitvormingstraject voor de eindberging van kernafval. Het was al snel duidelijk dat het onderwerp van de eindberging van kernafval niet erg leeft bij de Kamer. Zo had niemand Kamerlid Bamenga van D66 verteld dat het kabinet het jaar 2100 juist had verlaten. En PVV'er Boutkan had zelfs niet eens door dat het deze keer niet over kerncentrales ging. Hij bleef maar roepen dat het sneller moest.
Met het omarmen van het Rathenau-advies om de planning voor de aanleg van de eindberging om te draaien is in september eigenlijk het volledige kernafval-eindbergingsbeleid overhoop gehaald. Dat beleid was namelijk gericht op een eeuw zo min mogelijk doen en daarna dan verder te zien. Omdat dat plan nu door de shredder is, zijn ambtenaren van het Ministerie van IenW dus druk bezig het Nationaal programma radioactief afval (NPRA) te updaten. Het NPRA is het programma waarin Nederland het kernafvalbeleid uiteenzet en wat iedere tien jaar moet worden herzien. Nu de regering vorige maand de eindbergingsplanning heeft omgedraaid moet dat nu worden meegenomen in de nieuwe routekaart naar eindberging die in het NPRA komt. In dat nieuwe NPRA zal dan ook komen te staan hoe de regering eind 2027 tot een plan van aanpak voor de nieuwe participatieve stapsgewijze aanpak komt, aldus Jansen in de Kamer. Maar voor het nieuwe NPRA is dat niet heel veel werk, Rathenau had dat namelijk al uitgewerkt.
Het nieuwe ontwerp-NPRA, samen met de mer, wordt 13 januari 2025 gepubliceerd. Iedereen kan dan een zienswijze indienen. In augustus '25 wordt het programma dan door de Kamer vastgesteld (alhoewel dat tien jaar geleden een jaar vertraging opliep)
https://www.laka.org/nieuws/2024/pvv-staatsecretaris-in-kamer-over-nieuwe-planning-kernafval-530845
#Euratom201170 #Rathenau #Voorpagina #Eindberging #RegeringEnParlement