home.social

#cyrus-de-grote — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #cyrus-de-grote, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De Oudheid samengevat (door artificiële intelligentie)

    Een van de lezers van deze blog, Bart Strörmann, stuurde me eind vorige maand een door artificiële intelligentie gegenereerd lijstje van tien belangrijke gebeurtenissen uit de Oudheid en vroeg mijn commentaar daarop. “Wat een leuke vraag!”, dacht ik, “daar zit een tof blogje in”. En vervolgens raakte ik dat lijstje kwijt. Sorry Bart. Ik heb Claude gevraagd een nieuw en iets langer lijstje te genereren.

    Goedemorgen! Zou u een lijst kunnen geven van de vijftien belangrijkste gebeurtenissen uit de Oudheid?

    Hier is het antwoord.

    1. Uitvinding van het schrift (rond 3200 v.Chr., Sumerië) Het spijkerschrift in Uruk markeert het begin van de geschreven geschiedenis.
    2. Eenwording van Egypte (rond 3100 v.Chr.) Boven- en Beneden-Egypte worden één rijk onder de farao’s.
    3. Bloei van de Indusbeschaving (rond 2600-1900 v.Chr.) Steden als Harappa en Mohenjodaro kennen geavanceerde stadsplanning en een tot nu toe onontcijferd schrift, een van de grootste vroege beschavingen naast Sumerië en Egypte.

    Dit lijkt me een perfect begin. Het feit dat het schrift wordt genoemd, betekent dat de AI begrijpt (of reproduceert) dat dit echt een game changer was. Het staat natuurlijk op alle websites. Schrift was een zogeheten “container”: iemand doet er informatie in die er op een andere plek of op een ander tijdstip uit kan worden gehaald.

    1. Wetten van Hammurabi (rond 1750 v.Chr.) Een van de oudste uitgebreide wetscodes uit Babylon, fundamenteel voor bestuur en recht.

    De tekst is belangrijk, maar niet omdat ze fundamenteel was voor bestuur en recht. Geen mens kon de lange spijkerschrifttekst lezen. Het vertelt wel iets over het verlangen van de vorst om zichzelf te presenteren als rechtvaardig.

    1. Shang-dynastie en het ontstaan van het Chinese schrift (rond 1600-1046 v.Chr.) De orakelbotinscripties vormen de vroegste vorm van Chinees schrift en markeren het begin van de historische Chinese beschaving.
    2. Ineenstorting van de Bronstijd (rond 1200 v.Chr.) Gelijktijdige val van het Rijk van de Hittieten, Mykene en andere machten in het oostelijk Middellandse Zeegebied, gevolgd door een donkere periode.

    Leuk geprobeerd, en gebaseerd op gangbare websites, maar zo duister is die periode niet meer. En het idee van een “val” is ook wat uit de mode aan het raken. Bonuspunt voor het vermijden van het woord Zeevolken.

    1. De Axiale tijd (rond 8e-3e eeuw v.Chr., met een piek rond 500 v.Chr.) Confucius en Lao Zi in China, Boeddha in India, Zarathuštra in Perzië, de Hebreeuwse profeten en de Griekse filosofen (Sokrates, Plato) ontwikkelen vrijwel tegelijkertijd fundamenteel nieuwe ideeën over ethiek en het bestaan, verspreid over heel Eurazië.

    Dit is flauwekul. Het idee van een Achsenzeit waarin alles tegelijk zou zijn gebeurd, is chronologisch niet houdbaar. Zarathuštra leefde een paar eeuwen eerder en niet in Perzië. Als je een periode van 800 tot 200 aanwijst, tja: dat is wel heel vaag.

    1. Opkomst van Achaimenidisch Perzië (vanaf 550 v.Chr.) Cyrus de Grote bouwt het grootste rijk dat de wereld tot dan toe had gezien, van Egypte tot de Indusvallei.

    De Assyriërs legden de grondslagen van dat rijk, maar vooruit: ik reken het goed, al waren het Cyrus’ opvolgers die het rijk uitbreidden tot de genoemde omvang.

    1. Grieks-Perzische Oorlogen en Atheense democratie (5e eeuw v.Chr.) De Griekse stadstaten weerstaan de Perzische expansie, terwijl Athene experimenteert met de eerste vorm van democratie.

    Oei. Wat de AI hier feitelijk reproduceert, al staat het er niet expliciet, is het negentiende-eeuwse verhaal dat er een oosterse cultuur was en een westerse, en dat die laatste dankzij de Griekse overwinning in de Perzische Oorlogen overleefde. Zo bleven democratie, vrijheid en humanisme bestaan, die anders zouden zijn gestikt in oosters despotisme en obscurantisme. Weber veegde al ruim een eeuw geleden de vloer in met dit soort kletspraat. Meer hier.

    1. Veroveringen van Alexander de Grote (336-323 v.Chr.) Alexander verslaat het Perzische Rijk en trekt tot in India, waardoor Griekse en Aziatische culturen zich vermengen (hellenisme).

    Woordkeuze: de diverse culturen vermengden niet maar bestonden naast elkaar. Dat is wezenlijk anders.

    1. Maurya-rijk en keizer Ashoka (rond 268-232 v.Chr.) Ashoka verenigt vrijwel het hele Indiase subcontinent en bekeert zich tot het boeddhisme, wat bijdraagt aan de verspreiding ervan door Azië.
    2. Eenwording van China en opening van de Zijderoute (221 v.Chr. – 130 v.Chr.) Qin Shi Huangdi verenigt China en bouwt aan de Grote Muur; onder de Han-dynastie opent Zhang Qian de Zijderoute, die Rome, Perzië, India en China met elkaar verbindt.

    Dit lijkt me in orde.

    1. Van Romeinse Republiek naar Keizerrijk (27 v.Chr.) Na de Punische Oorlogen en burgeroorlogen wordt Augustus de eerste keizer, wat de Pax Romana inluidt.

    Ik zou hebben gezegd: vanuit Italië wordt het Middellandse-Zeegebied verenigd. Maar het belang is correct geïdentificeerd. Ik zou de gelijktijdigheid van de bloei van dat Mediterrane Rijk en Han-China hebben genoteerd.

    1. Val van West-Rome en bloei van het Guptarijk (5e-6e eeuw na Chr.) Terwijl West-Rome in 476 uiteenvalt, beleeft India onder de Gupta’s een “gouden eeuw” van wetenschap, wiskunde (het cijfer nul) en kunst – een teken dat het einde van de Oudheid zich niet overal gelijktijdig voltrekt.

    Beter: het keizerlijk hof in Constantinopel verliest tijdelijk het gezag over Italië en de Maghreb, en voorgoed over de westelijke periferie.  De parallel met Gupta-India zou ik zelf niet hebben bedacht, dus hier pikte ik iets leuks op.

    1. Opkomst van de islam (eerste helft 7e eeuw na Chr.) Mohammeds prediking vanaf 610 en de snelle Arabische veroveringen vormen het slot van de Oudheid en de opmaat naar de Middeleeuwen in het hele continent.

    Hier zou ik zelf ook eindigen. Kortom, ik vind het al met al een aardig lijstje, dat precies biedt wat je verwacht: namelijk de grootste gemene deler van wat de artificiële intelligentie online heeft kunnen vinden. Het is knap dat Claude uit die ongedifferentieerde nevenschikking van zinvolle en onzinnige informatie een hoofdlijn weet te distilleren, en het is jammer dat het een verouderd verhaal oplevert.

    Ik weet niet of ik vooruitzie naar de toepassing van artificiële intelligentie. Het lijkt me wél een handig middel om al die nooit geciteerde archeologische rapporten eens samen te vatten en patronen te ontdekken. Een oefening als deze levert echter een verhaal op dat op één punt meer dan een eeuw verouderd is. Dat is bedenkelijk en ik vrees dat de toekomst ons een nieuwe waarheidstheorie zal brengen, waarin waarheid niet langer betekent dat een bewering correspondeert met de feiten of consistent is met eerdere waarheden, maar waarin als waar geldt wat de AI zegt. We leven in interessante tijden, zullen we maar zeggen.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #Achaimeniden #Achsenzeit #AlexanderDeGrote #artificiëleIntelligentie #Ashoka #AtheenseDemocratie #Augustus #Boeddha #Confucius #Constantinopel #container #CyrusDeGrote #HanDynastie #Harappa #Hittieten #LaoZi #Maurya #MaxWeber #Mohammed #Mohenjodaro #PerzischeOorlogen #Plato #QinShiHuangdi #ShangDynastie #Sokrates #Uruk #waarheid #WettenVanHammurabi #Zarathuštra #Zeevolken #ZhangQian #Zijderoute
  2. Alexander de Grote in Babylon (1)

    Het paleis van Nebukadnezar in Babylon

    Elke soldaat in het leger van Alexander de Grote had gehoord van de hoofdstad van het aloude koninkrijk Babylonië, een stad die weliswaar ruim twee eeuwen eerder door de Perzische koning Cyrus de Grote was veroverd, maar nog altijd een van de belangrijkste culturele centra op aarde was: Babylon!

    Rijkdom

    “In geen land ter wereld gedijt Demeters geschenk zo welig”, had de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven, om te specificeren dat er wel twee- tot driehonderd keer zoveel graan werd geoogst als gezaaid. Dat was  grof overdreven, maar de reële vijftienvoudige opbrengst maakte de regio wel degelijk tot het welvarendste agrarische gebied van de oude wereld. De Babyloniër Berossos schreef trots:

    Het land brengt wilde tarwe voort, gerst, erwten en sesamzaad. Ook de wortels die in de moerassen groeien, “gongen” genaamd, worden gegeten. Ze zijn even voedzaam als gerst. Er groeien dadelpalmen, appelbomen en nog andere vrucht­bomen, ook zijn er vissen en land- en water­vogels.noot Berossos, FGrH 680 fr.1.2; vert. Simone Mooij.

    Het land was fabelachtig rijk en betaalde de Perzische koning niet alleen de gebruikelijke jaarlijkse belasting, maar stond bovendien in voor een derde van de grootste begrotingspost van elke voorindustriële staat, het leger. Althans, dat wist Alexander uit de Historiën van Herodotos.

    Semiramis

    Andere Griekse auteurs schreven dat de stad was gesticht door koningin Semiramis, en dat zij behalve de hangende tuinen ook de tempel van Belos had laten bouwen. Zij gold als dochter van een Syrische godin, was als kind gevoed door duiven, getrouwd met de Assyrische koning Ninos en had na diens dood de macht overgenomen in het Tweestromenland. Als koningin zou ze, als een oosterse Catharina de Grote, even wellustig als krijgszuchtig zijn geweest: zo onderbrak ze haar veldtochten, die haar van de Nijl tot de Indus voerden, voor erotische onderonsjes met aantrekkelijke heren. Na haar dood was Semiramis in de hemel opgenomen en in Alexanders tijd werd ze door de Babyloniërs vereerd in de gedaante van een duif.

    Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

    Dat verhaal deed de ronde, maar er was weinig van waar. De Grieken begrepen niet eens het verschil tussen Assyriërs en Babyloniërs en zelfs de naam van de grote bouwer van Babylon, koning Nebukadnezar, was hun onbekend. Ze beschikten echter wel over een levendige fantasie, want die heb je nodig om de Assyrische naam Šammuramat en het Babylonische woord voor duif, summatu, op te blazen tot het hierboven samengevatte sprookje.

    Prostitutie

    Het bewind van Semiramis bood vanuit Grieks perspectief voldoende verklaring voor de seksuele losbandigheid die in Babylon zou bestaan. Herodotos schrijft:

    Iedere vrouw die daar is geboren moet eenmaal in haar leven de tempel van Afrodite bezoeken om daar te wachten op een vreemdeling die met haar de liefde wil bedrijven. … Wanneer een vrouw zich eenmaal heeft neergezet, mag zij niet naar huis voordat een van de mannen een zilveren munt op haar schoot heeft gegooid en buiten het heiligdom met haar heeft gevreeën. Als hij haar het geld toewerpt, moet hij zeggen: “In de naam van de godin Mylitta.” (Mylitta is de Babylonische naam voor Afrodite.) De waarde van het muntstuk doet er niet toe, want het is aan de godin gewijd en mag nooit worden geweigerd. Een meisje moet met de eerste de beste man meegaan die haar benadert, iemand afwijzen is er niet bij. noot Herodotos, Historiën 1.199; vert. Hein van Dolen.

    Generaties geleerden hebben geloof gehecht aan dit praatje, hoewel Herodotos’ onwetendheid zonneklaar blijkt uit zijn vermelding van de naam Mylitta. Weliswaar heeft er een godin met de naam Mulissu bestaan, maar dat was in Assyrië en niet in Babylonië. In geen van de tienduizenden kleitabletten waarover moderne oudheidkundigen beschikken is ooit een vermelding gevonden van een gewoonte die zelfs maar in de verte lijkt op wat Herodotos vertelt. Zijn woorden zeggen waarschijnlijk meer over Griekse preoccupaties met samenlevingen waar vrouwen niet, zoals in Athene, achter slot en grendel werden gehouden. Zulke maatschappijen zouden slechts een stap zijn verwijderd van de totale zedeloosheid.

    Buffels in de Eufraat bij Babylon

    Hoewel Herodotos’ beschrijving van de stad aan de Eufraat suggestieve zinswendingen bevat als “wie Babylon nooit heeft bezocht zal moeite hebben dit te geloven” en “dat was in mijn tijd nog zo”, staat inmiddels wel vast dat hij de stad nooit heeft bezocht. Daarvoor maakt hij te veel blunders. De Macedonische officieren hadden echter geen reden te twijfelen aan de woorden van de man die zulke adequate beschrijvingen had gegeven van de Koninklijke Weg en van Egypte. De verhalen over de gewillige vrouwen van Babylon werden dus niet weersproken en er is weinig fantasie voor nodig om te begrijpen wat de Macedonische soldaten, die al zo lang van huis waren, zoal van zins waren toen ze na de slag bij Gaugamela op weg gingen naar de legendarische stad.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Babylon #Berossos #CatharinaDeGrote #CyrusDeGrote #duif #HerodotosVanHalikarnassos #kleitablet #Mulissu #NebukadnezarII #palmboom #prostitutie #Semiramis #tempelprostitutie
  3. Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen

    Een Perzische ruiter verslaat een Griekse soldaat (Staatliche Münzsammlung, München)

    In het vorige blogje introduceerde ik de Griekse geschiedschrijver Ktesias, en vertelde ik dat aan zijn betrouwbaarheid sterk wordt getwijfeld. Dat heb ik niet echt toegelicht, dus ik bied nu een becommentarieerd overzicht van zijn Geschiedenis van de Perzen.

    Assyrië, Babylonië en Medië

    Dat werk begint met drie boeken over de geschiedenis van wat Ktesias aanduidt als Assyrië. En daarmee verraadt hij dat hij staat op de schouders van de door hem bekritiseerde Herodotos van Halikarnassos, die met deze naam verwijst naar zowel Assyrië als Babylonië. De verklaring kan alleen maar zijn dat beide voormalige koninkrijken in Achaimenidisch Perzië behoorden tot dezelfde bestuurseenheid, maar het is absurd om het terug te projecteren op de eerdere geschiedenis. Ktesias volgt Herodotos in zijn vergissing, en wat hij presenteert als geschiedenis is grotendeels legendarisch.

    De volgende drie boeken van de Geschiedenis van de Perzen zijn gewijd aan de Meden. Ook hierin volgt Ktesias Herodotos, die had beweerd dat er een lange periode was geweest waarin de Meden over een uitgestrekt Aziatisch rijk hadden geheerst. Dat was grotendeels fictie en wat Ktesias vertelt is eveneens verzonnen.

    Cyrus de Grote

    De boeken zeven, acht en negen gaan over het begin van de heerschappij van de Perzische koning Cyrus de Grote (r.559-530 v.Chr.). Uit wat bekend is over het werk van Ktesias, beschreef hij Cyrus’ beroemdste daad niet: de verovering van de stad Babylon. Het is onwaarschijnlijk dat dit het gevolg is van de gebrekkige overlevering van Ktesias’ werk: het uittreksel van patriarch Fotios I mag dan wat onevenwichtig zijn, hij lijkt geen belangrijke gebeurtenissen weg te laten. Hier ligt een puzzel.

    De volgende twee boeken beschrijven Cyrus’ oorlogen tegen de Indiërs en zijn dood op het slagveld. Hier wordt het interessant, want Ktesias volgt hier een traditie die niet bekend was aan Herodotos. Die schrijft in zijn Historiën namelijk dat Cyrus sneuvelde tijdens een oorlog tegen de Massageten, een nomadenvolk in Centraal-Azië. De Babylonische kleitabletten weten overigens niets van Cyrus’ gewelddadige einde.

    Cyrus is opgevolgd door zijn zoon Kambyses II, aan wiens heerschappij (r.530-522) Ktesias zijn twaalfde boek wijdt. Hier zou Ktesias kunnen beschikken over betrouwbare informatie, want hij weet dat de Perzische koning Egypte kon veroveren dankzij verraad. Dit is correct. De loopbaan van Wedjahor-Resne maakt dat wel duidelijk. Het verdient echte overweging of Ktesias hier iets wist wat niemand anders wist, wan hij noemt noch de naam van de verrader noch die van de laatste koning van Egypte.

    Darius en Xerxes

    De boeken dertien, veertien en vijftien van Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen zijn gewijd aan de dubbele staatsgreep van 522 en de gevolgen daarvan. Volgens de officiële propaganda, bekend uit de Behistuninscriptie, was er een magiër (een soort offerspecialist) die na het overlijden van Kambyses koning had weten te worden, waarop een verre verwant van de overleden vorst, Darius I de Grote, een tegencoup deed en de macht greep. Darius regeerde tot 486 en werd opgevolgd door zijn zoon Xerxes (r.486-465).

    Hoewel Ktesias aan het verhaal van de dubbele staatsgreep enkele details toevoegt, blijft zijn relaas dichter bij de versie van Herodotos dan de Behistuninscriptie. Ktesias past wel de namen van de hoofdrolspelers aan – en ze kloppen bewijsbaar niet. Hoezeer Ktesias bij Herodotos in het krijt staat, blijkt uit zijn verslag van de regering van Xerxes: hij vertelt over diens eerste jaren, die door Herodotos zijn beschreven, en spring dat meteen naar de dood van Xerxes.

    Toch lijkt hij te beschikken over aanvullende informatie. Hij noemt bijvoorbeeld enkele belangrijke eunuchen en het is mogelijk dat hij, als hofarts, informatie heeft gehoord van andere hovelingen.

    Artaxerxes I, Darius II, Artaxerxes II

    Ktesias’ volgende drie boeken zijn gewijd aan de regeringen van Artaxerxes I Makrocheir (r.464-424) en Darius II Nothos (r.423-405/404). We lezen over de opstand van een zekere Megabyzus en over het korte interregnum van Xerxes II, waarvoor Ktesias onze enige Griekse bron is.

    De eerste jaren van koning Artaxerxes II Mnemon vormen het onderwerp van de volgende boeken negentien, twintig en eenentwintig. Dit was Ktesias’ eigen tijd. Hij concentreert zich op de poging van Artaxerxes’ broer Cyrus de Jongere om de Perzische troon te veroveren, die culmineerde in de slag bij Kounaxa (herfst 401). Dit deel van Ktesias’ werk is goed bekend omdat Ploutarchos het uitgebreid citeert.

    Later lezen we nog hoe Artaxerxes Ktesias naar het westen stuurde, waar hij, zoals gezegd, onderhandelingen moest voeren over de vloot van Konon en koning Euagoras van Salamis. De Geschiedenis van de Perzen eindigt in 398/397, het jaar waarin Ktesias terugkeerde naar Knidos.

    Wat hebben we hieraan?

    Het is niet helemaal eerlijk te oordelen over een boek dat we kennen uit een uittreksel en fragmenten. Maar toch: ook al is onze kennis beperkt, we moeten constateren dat Ktesias vreemde fouten maakt. Hij denkt bijvoorbeeld dat Nineveh aan de Eufraat ligt, wat suggereert dat hij noch langs de Eufraat noch langs de Tigris naar het Perzische kernland is gegaan. Ook zijn weergave van Xerxes’ expeditie naar Griekenland is verward.

    Tegelijk is Ktesias een van onze belangrijkste bronnen voor de geschiedenis van het Perzische Rijk in de periode tussen pakweg 479 (waar Herodotos’ verslag eindigt) en 336 (waar de Alexanderhistorici de draad weer oppakken). Uiteindelijk moet je bij elke mededeling uit Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen de simpele vraag stellen wat zijn bron kan zijn geweest. Meer dan bij andere auteurs moet je argwanend zijn, maar hij zal aan het Perzische hof ook weleens iets hebben opgevangen dat simpelweg correct is.

    Literatuur

    Jan Stronk, Ctesias’ Persian History. Introduction, Text and Translation (2010)

    #Achaimeniden #antiekeGeschiedschrijving #ArtaxerxesIMakrocheir #ArtaxerxesIIMnemon #Babylon #Behistuninscriptie #CyrusDeGrote #CyrusDeJongere #DariusIDeGrote #DariusIINothos #EuagorasVanSalamis #FotiosI #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #Konon #Ktesias #Massageten #Meden #Nineveh #slagBijKounaxa #WedjahorResne #Xerxes
  4. Ekbatana

    Gouden rhyton uit Ekbatana (Nationaal Museum, Teheran)

    Een van de vele wonderlijke verhalen die de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt, is zijn beschrijving van Ekbatana, dat volgens hem de hoofdstad was van het Iraanse volk der Meden. Het gaat met zekerheid om de huidige stad Hamadan in het westen van Iran: beide plaatsnamen gaan terug op een oud-Iraans woord Hagmatana, “verzamelplaats”. Herodotos vertelt dat een zekere Deïokes, een onkreukbare rechter, de verschillende Medische groepen tot een eenheid maakte en een hoofdstad stichtte.

    Ekbatana is vanwege de concentrisch gebouwde muren onneembaar. Ze zijn zo aangelegd dat iedere ringmuur slechts met zijn tinnen boven de volgende uitsteekt. Deze constructie werd vergemakkelijkt door het feit dat de vesting zich op een heuvel bevindt, maar het is voornamelijk het werk van mensenhanden geweest. In totaal zijn er zeven van dergelijke cirkels en in het middelpunt staat het paleis met de schatkamers. … De tinnen van de eerste vijf zijn fel beschilderd in verschillende kleuren: wit voor de eerste, dan zwart, de derde rood, de vierde blauw en de vijfde oranje. De twee binnenste muren zijn respectievelijk verzilverd en verguld. Dit vestingwerk diende om de koning en zijn onderkomen te beschermen. Op bevel van Deïokes moest het volk zijn huizen in een kring om de buitenmuur heen bouwen.noot Herodotos, Historiën 1.98; vert. Hein van Dolen.

    Bronzen potje om vuur te verplaatsen (Nationaal Museum, Teheran)

    Geen stad maar een landstreek

    Tot op heden is dit paleis niet gevonden, al heeft het niet ontbroken aan pogingen. Ik heb ooit een Hamadaanse familie gekend die op elke ruïneheuvel in de omgeving was wezen picknicken in de hoop aan de praat te raken met mensen die weleens iets hadden gevonden. Ik denk echter dat het vergeefs zoeken is, want een stad met zeven muren is een sprookjesmotief. (In onze eigen literatuur duikt het op in de Walewein.) De cirkelvorm is vermoedelijk wél authentiek: het is de vorm waarin nomadische groepen hun kampen bouwen. En het Medische koninkrijk was ontstaan doordat Iraanse nomadengroepen zich aaneensloten. De huidige cirkelvorm van Hamadan is overigens een gevolg van moderne stadsplanning.

    Dat Ekbatana aanvankelijk geen stad in onze zin van het woord is geweest, blijkt ook uit de woordkeuze van de zesde-eeuwse Naboniduskroniek. Die vermeldt A-gam-ta-nu als residentie van de laatste Medische koning Ištumegu (Astyages), en voorziet de plaatsnaam van een extra teken dat aangeeft dat het een landstreek is, een KUR. Als het een stad zou zijn geweest, had er URU gestaan.

    Een speelgoedram (Archeologisch Museum, Hamadan)

    Ik stel me voor dat er ergens een paleis is geweest; het zal hebben geleken op een tent, net zoals de paleizen die de eerste Perzische koningen bouwden. Bij verschillende gelegenheden kwamen de Medische stammen samen en plaatsten ze hun tenten eromheen. We mogen hopen dat archeologen dat paleis nog eens identificeren. Maar zeven muren? Nee, daar geloof ik niet in.

    Residentie

    Hoe dit alles ook zij, ook nadat de Perzische koning Cyrus de Grote de Meden rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. had onderworpen, bleef Ekbatana een belangrijke nederzetting. Ze lag immers gunstig aan de grote weg van de Iraanse hoogvlakte naar Mesopotamië.

    De massieve huizen van Ekbatana

    Volgens de Griekse geschiedschrijver Xenofon was Ekbatana de zomerresidentie van de Perzische koningen.noot Xenofon, Anabasis, 3.5.15. Een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, beschrijft het paleis dat er in zijn tijd stond.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.27.3-13. De stad zou ooit rijker en mooier zijn geweest dan alle andere steden in de wereld; hoewel er geen stadsmuur was – Polybios polemiseert tegen Herodotos! – was het paleis gebouwd op een kunstmatig terras. Dat zou ongeveer 1¼ kilometer omtrek hebben gehad, en dat is vergelijkbaar met de terrassen waarop de paleizen van Persepolis en Sousa zijn gebouwd. Een in 2000 ontdekte inscriptie vermeldt werkzaamheden ten tijde van koning Artaxerxes II Mnemon (r.404-358).

    Polybios voegt toe dat ooit de dakpannen en zuilen bekleed waren geweest met zilver en goud, maar dat Alexander de Grote dat had laten verwijderen. Die is hier zeker geweest: zijn geliefde Hefaistion is er in 324 overleden.

    De leeuw van Hamadan

    De Parthen

    Ter plekke zal men u vertellen dat een stenen leeuw behoorde bij het grafmonument dat Alexander voor Hefaistion oprichtte. Dit is flauwekul: de leeuw is gevonden op een grafveld uit de tijd van het Parthische Rijk. En de Parthen namen de macht in deze regio pas een à twee eeuwen later over. Ook zij benutten Ekbatana als een van hun residenties.noot Strabon, Geografie 11.13.5.]

    Deze periode begrijpen we het beste. Een deel van een ruim negen meter hoge terrasmuur, een ondergronds aquaduct en diverse huizen met ongelooflijk zware muren zijn geïdentificeerd. Die huizen, ruim zeventien bij zeventien meter groot, zijn te massief gebouwd om gewone woonhuizen te zijn, maar wat het wel kan zijn geweest is onduidelijk. Ze bewijzen echter dat Ekbatana inmiddels van een tentenkamp was geëvolueerd tot een echte stad met monumentale architectuur.

    Sasanidische schaal (Reza Abbasi-museum, Teheran)

    Puzzel

    En zo is Ekbatana eigenlijk vooral een puzzel. We hebben mooie verhalen, er is wat archeologische informatie, maar het komt niet samen. Het bewijs is asymmetrisch, om er eens een jargonterm tegenaan te smijten. Ik blijf hopen dat we nog eens een krantenbericht krijgen dat archeologen het “mystery” oplossen van “the lost city”.

    En nu we toch archeoclichés slaken: archeologen identificeren nooit wetenschappelijke data, maar vinden altijd “schatten”. En ja, gouden voorwerpen zijn uit Ekbatana bekend, zie het bovenste plaatje, maar de vindplaatsen zijn dat niet. Zulke voorwerpen spreken tot de verbeelding en bevestigen dat Ekbatana ooit een rijke nederzetting was, maar feitelijk bieden ze geen aanvullende informatie.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Precolumbiaanse culturen

    november 2, 2024
    Griekse politicologie

    mei 12, 2022
    De Meden (1): een fictief koninkrijk

    oktober 2, 2023 Deel dit: #Achaimeniden #AlexanderDeGrote #Astyages #CyrusDeGrote #Deïokes #Ekbatana #Hefaistion #HerodotosVanHalikarnassos #Meden #Naboniduskroniek #ParthischeRijk #Polybios #Walewein #Xenofon
  5. Het Hemels Mandaat in Mesopotamië

    Babylonië, Sogdië en China

    Een paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:

    De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.

    Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.

    Marduk

    Babylonische dynastieën

    Ook daar zijn dynastiewisselingen bekend. Vanaf de Late Bronstijd heersten daar diverse dynastieën, die zó slecht bekend zijn dat oudheidkundigen een van deze heersersfamilies maar aanduidt als “de dynastie van E”. Pas tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr., als de Assyriërs de macht overnemen, hebben we weer zicht op de situatie. Die voelen zich op zeker moment gerechtigd om Babylon te verwoesten en voor zeventig jaar braak te laten liggen, maar gelukkig voor de bewoners kreeg de god Marduk medelijden en mochten ze al eerder terugkeren. Evengoed was Babylon voor de Assyrische vorsten een hoofdpijndossier.

    Uiteindelijk greep Nabopolassar de macht, eerst in Babylon, later in heel Mesopotamië. De Assyrische dynastie had dus plaatsgemaakt voor een Babylonische. En die dynastie maakte in 539 v.Chr. weer plaats voor een Perzische, die later weer zou worden opgevolgd door een Macedonische, een Parthische, een tweede Perzische en uiteindelijk het Arabische Kalifaat. In ons optiek zijn het steeds andere volken, maar dat is wat misleidend; de hedendaagse jargonterm “heersende etnoklasse” is bedoeld om te tonen dat alleen de residentie zich verplaatste en het elite-netwerk zich heroriënteerde.

    Nabonidus (Archeologisch museum, Sanli Urfa)

    De val van Nabonidus

    Mij gaat het om de opkomst van de Perzische Achaimeniden: eerst versloeg Cyrus de Grote de Babylonische legers ergens aan de Tigris, en het geweld was zo extreem dat er geen troepen resteerden om de stad Babylon te verdedigen. De bronnen geven uiteenlopende informatie over het lot van koning Nabonidus, maar wat wél duidelijk is dat iedereen die in die dagen in staat was wat spijkerschrifttekens te schrijven, negatief over hem schreef.

    Om te beginnen is er de Cyruscilinder, waarin de veroveraar alle gemeenplaatsen uit de Assyrische propaganda van stal haalt om te bewijzen dat Nabonidus niet deugde omdat hij boventallige herendiensten had opgelegd aan de bevolking, dat de Babylonische god Marduk had gezocht naar een rechtvaardige heerser, dat Cyrus dat was, dat zijn coup d’état dus gerechtvaardigd was geweest, wat eens te meer werd bewezen door de extra offers die hij bracht en doordat hij de herendiensten terugbracht tot het oorspronkelijke niveau.

    Een Mardukpriester (Louvre, Parijs)

    Het gedicht dat bekendstaat als de Verskroniek van Nabonidus is gecomponeerd door een van de priesters van de Marduktempel. De tekst toont dat de religieuze autoriteiten in Babylon verontrust waren geraakt doordat het belangrijke nieuwjaarsfeest (Akitu) niet volgens de regels gevierd kon worden omdat koning Nabonidus afwezig was. Hij was namelijk in Tayma, een oase in het noorden van het huidige Saoedi-Arabië. De auteur van de Verskroniek doet weinig moeite om zijn minachting te verbergen voor de goddeloze gek.

    Echo’s van deze propaganda zijn te vinden in de literatuur van de in Babylonische ballingschap verkerende Joden. De auteur van het Bijbelboek Jesaja verlekkert zich bijvoorbeeld in het verdriet van de Babylonische vrouwen en onthaalt Cyrus als gezalfde des heren. Wat al deze teksten – er zijn er meer – duidelijk maken is dat Nabonidus zijn Hemels Mandaat had verspeeld.

    De Dynastieënprofetie (British Museum, Londen)

    De Dynastieënprofetie

    De tekst die bekendstaat als de Dynastieënprofetie is ook relevant. In de vorm van een voorspelling, dus geformuleerd in de toekomstige tijd, doet de auteur verslag van enkele gebeurtenissen uit het verleden. Het begin is verloren, maar verderop lezen we hoe de Babylonische dynastie van Nabopolassar de Assyrische heersers afloste. Daarna zijn er lacuneuze beschrijvingen van Nabopolassars opvolgers, gevolgd door een heel negatief oordeel over Nabonidus (“Hij zal kwaad beramen tegen Babylonië”). Cyrus is hierna de rechtvaardige vorst.

    Maar ook zijn dynastie komt ten einde. Darius III Codomannus wordt gepresenteerd als opstandeling, dus als een verbreker van de kosmische orde. “Troepen uit het land in het westen zullen oprukken” en Darius verslaan. Op deze verwijzing naar Alexander de Grote volgt de passage waarom de Dynastieënprofetie berucht is: iets dat lijkt op een vermelding van Darius’ terugkeer. Het kan niet het moment zijn waarop de auteur, die tot nu toe het verleden beschreef, werkelijk de toekomst gaat voorspellen, want de tekst vervolgt met Alexanders opvolger Seleukos Nikator. De vermoedelijke verklaring is dat de schrijver zich vergiste en dat Alexander zegevierde. In elk geval leeft iedereen na het aantreden van de Macedenische dynastie nog lang en gelukkig.

    Ook hier zien we dus het Hemels Mandaat: slechte Assyriërs, goede eerste Babylonische koning, slechte laatste Babylonische koning, goede eerste Perzische koning, slechte laatste Perzische koning, goede eerste Macedonische vorsten.

    Zarathuštra (Wereldmuseum, Leiden)

    Verband?

    Ik rond af met een speculatie. Het Hemels Mandaat, of dat nou Chinees of Babylonisch is, veronderstelt een theorie over door de goden gewilde en gegarandeerde rechtvaardigheid. Maar in het antieke denken was dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Natuurlijk zijn er vorsten geweest die zich erop lieten voorstaan te ijveren voor het recht, maar het idee dat de goden een onrechtvaardige vorst konden vervangen door een andere heerser uit een nieuwe dynastie, was nieuw.

    Ik bedacht – en nogmaals: het is speculatie – dat we misschien de invloed van Zarathuštra zien. Deze profeet, die in de Bronstijd in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) leefde, beweerde dat mensen, door rechtvaardig te leven, partij kozen in de eeuwige kosmische strijd tussen het goede en het kwade. Hier zien we voor het eerst de vervlechting van ethiek en godsdienst. Misschien hebben de Zhou-Chinezen en de Mesopotamiërs daar iets van meegekregen.

    Maar het idee kan natuurlijk ook twee keer zijn verzonnen – zo vreemd is het nou ook weer niet om aan te nemen dat de goden een slechte vorst in de steek laten. Al in de eenentwintigste eeuw v.Chr., toen de Sumerische Koningslijst werd samengesteld, bestond in Mesopotamië het idee dat dynastieën elkaar afwisselden. In een andere tekst uit die tijd, de Vloek van Akkad, lezen we dat koning Naram-Sin zich zo slecht gedraagt dat zijn stad ten onder ging. Om deze twee ideeën, enerzijds de afwisseling van dynastieën en anderzijds de slechte koning die zijn stad ten gronde richt, in elkaar te schuiven, daarvoor was niet per se een Zarathuštra nodig.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

    Zelfde tijdvak


    Akousilaos en Ferekydes

    februari 7, 2025
    De rand van de oude wereld: Al-‘Ula

    april 19, 2024
    Byblos in de Perzische tijd

    augustus 9, 2022 Deel dit: #CyrusDeGrote #Cyruscilinder #DariusIIICodomannus #Dynastieënprofetie #HemelsMandaat #Jesaja #Marduk #Nabonidus #Nabopolassar #NaramSin #SumerischeKoningslijst #VloekVanAkkad #ZhouDynastie
  6. De Paktolos

    De Lydiërs waren een IJzertijdvolk is het westen van wat tegenwoordig Turkije heet. Ik noem ze op deze blog regelmatig, maar heb nooit uitgelegd wie het nu eigenlijk waren. Dat moet maar eens veranderen.

    Mira

    Het land van de Lydiërs ligt aan weerszijden van de rivier de Hermos, waar ze hun hoofdstad Sardes bouwden op de plaats waar een ander riviertje zich met de Hermos verenigt: de Paktolos, die goudpoeder met zich meevoert. Met vruchtbaar land, water en goud was het succes van Sardes feitelijk al verzekerd. Al in de Bronstijd had hier een machtig koninkrijk gelegen, Mira, dat als hoofdstad Abasa had gehad, ofwel Efese.

    Hoewel Mira aan het begin van de twaalfde eeuw v.Chr. – daar zijn de Zeevolken weer – verdwijnt uit de geschreven geschiedenis, is er aanzienlijke continuïteit tussen Mira en Lydië. De Lydische taal, die we kennen uit ongeveer honderd inscripties, is afgeleid van het Luwisch, dat in Mira de schrijftaal was geweest.

    Gyges

    De eerste Lydische vorst waarover we horen, was koning Gyges, de stichter van de dynastie der Mermnaden. Zijn regering wordt wel gedateerd tussen 680 en 644 v.Chr., en het laatste jaar is zeker omdat het ook wordt genoemd in een Assyrische bron. Het eerste jaar zal wel nattevingerwerk zijn geweest. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos schrijft dat Gyges de macht greep ten koste van een eerdere dynastie, die ruim een half millennium had geregeerd. Als alle jaartallen kloppen, begon die eerdere dynastie ruwweg waar Mira ophoudt, maar dat is vermoedelijk toeval.

    Sardes

    In feite is de geschiedenis van Lydië vóór de Mermnaden gewoon onbekend, hoewel de Hermosvallei op een bepaald moment deel moet hebben uitgemaakt van het koninkrijk Frygië, dat zich wat oostelijker bevond. Het ging in het eerste kwart van de zevende eeuw v.Chr. ten onder, toen de Kimmeriërs de Frygische hoofdstad Gordion verwoestten. Gyges zal daarvan hebben geprofiteerd, en kan de Kimmeriërs hebben afgeslagen.

    Archeologen hebben vastgesteld dat Sardes in het tweede kwart van de zevende eeuw, dus een generatie na Gyges, al een indrukwekkende stad was met mooie huizen, bedekt met dakpannen. Niet zo vreemd natuurlijk, met een goudrivier binnen handbereik en een havenstad als Kolofon in het westen, aan de Egeïsche Zee. Gestaag wist Gyges zijn macht uit te breiden over westelijk Anatolië.

    De Mermnaden

    Gyges’ succes was tijdelijk. Hoewel de koning van de Lydiërs zich had verbonden met Assyrië, moest hij toezien dat de Kimmeriërs in 644 terugkeerden. Hij werd verslagen en sneuvelde, maar Sardes bleef veilig en het waren de Griekse steden die de ellende te verduren kregen. Het nieuwe koninkrijk was echter sterk genoeg om de gewelddadige dood van de stichter te overleven. Gyges’ zoon Ardys volgde hem op en begroef zijn vader op de vlakte benoorden Sardes, die in het Turks Bin Tepe heet, “de duizend heuvels”.

    Bin Tepe

    Ardys ging verder waar zijn vader was gebleven. en zette het beleid van zijn vader voort: met veroveringen en verdragen breidde hij de Lydische invloedssfeer uit. In het westen veroverde hij bijvoorbeeld de Griekse stad Priene en sloot hij een verdrag met Milete. Maar het belangrijkste is dat Ardys – zo lijkt het; er is wat discussie – als eerste muntstukken liet slaan, vermoedelijk omdat een vaste coupure het eenvoudig maakte huurlingen te betalen. Bijna elke munt toont een leeuw, wat waarschijnlijk het heraldische symbool was van de Mermnaden.

    Rond 625 v.Chr. volgde Sadyattes zijn vader Ardys op, maar hij is nauwelijks meer dan een naan. Zijn zoon en opvolger Alyattes is veel beter bekend. In het westen kon hij Smyrna veroveren, in het oosten nam hij Gordion en hij maakte ook voorgoed een einde aan de dreiging van de Kimmeriërs. De rivier de Halys, ten oosten van het huidige Ankara, was nu de grens van de Lydische invloedssfeer. Hier stuitte zijn leger op 28 mei 585 v.Chr. op de Meden. Omdat er een zonsverduistering was, werd de strijd afgebroken en aanvaardden beide partijen de rivier als afbakening van hun invloedssferen.

    Kroisos versus Cyrus

    Alyattes liet zijn rijk – zeg maar de westelijke helft van Turkije – na aan zijn zoon Kroisos, die vrijwel alle nog onafhankelijke Griekse steden aan de Egeïsche kust onderwierp. In Efese bouwde hij het beroemde heiligdom van Artemis, of Artimus, zoals de Lydiërs zeiden. Kroisos’ hof was beroemd om de luxe en pracht; tot degenen die er op bezoek zouden zijn geweest, behoren de Griekse fabeldichter Aisopos en de Atheense staatsman Solon.

    Lydische munt

    Goudrijk als het rijk van de Lydiërs was, was het een natuurlijk doelwit voor de legers van Cyrus, de koning van Perzië. Als we Herodotos mogen geloven, besloot Kroisos de Perzische aanval vóór te zijn en stak hij de Halys over, Cyrus tegemoet. Hij zou zich hebben verbonden met de farao van Egypte, Amasis, en met de Spartanen in Griekenland. Misschien behoorde ook koning Nabonidus van Babylonië tot de anti-Perzische alliantie.

    Cyrus versloeg Kroisos ergens ten oosten van de Halys, belegerde zijn tegenstander in Sardes en nam de stad in vóór de Spartanen of Egyptenaren de Lydiërs te hulp konden komen. De Babylonische Naboniduskroniek maakt duidelijk dat Cyrus zijn tegenstander liet executeren, en de Griekse dichter Bakchylides geeft dat indirect ook aan als hij zegt dat Kroisos was weggenomen naar de mythische Hyperboreeërs in het uiterste noorden – naar een paradijselijk dodenrijk, met andere woorden. Een deel van Kroisos’ onderdanen lijkt te zijn gedeporteerd naar Nippur in Babylonië, waar kleitabletten een Lydische gemeenschap vermelden.

    [Wordt vervolgd]

    Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    https://mainzerbeobachter.com/2024/10/31/het-rijk-van-de-lydiers/

    #Alyattes #AnatolischeTalen #Ardys #Artemis #BinTepe #CyrusDeGrote #Efese #Frygië #Gordion #Gyges #Kimmeriërs #Kolofon #Kroisos #LuwischeTalen #Lydië #Mermnaden #Milete #MiraBronstijdrijk_ #muntgeld #Naboniduskroniek #Paktolos #Priëne #Sadyattes #Sardes #slagAanDeHalys #Zeevolken #zonsverduistering

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.